Magneet met gebreken

On 22 februari 2014, in economie, wetenschap, wonen, by Zef Hemel

Gehoord in CREA te Amsterdam op 10 februari 2014:

Optimistisch is ze over de economische perspectieven van Amsterdam. De bevolking is hier gemiddeld hoger opgeleid dan elders (in Amsterdam 52 procent van de beroepsbevolking, in Nederland 38 procent), het ondernemerschap is de afgelopen tien jaar zeker verdubbeld, zowel de grijze als de groene druk is aan de lage kant, dus de Amsterdamse beroepsbevolking is relatief omvangrijk. De woonaantrekkelijkheid is groot, er zijn uitstekende universiteiten, de financiële dienstverlening is sterk aanwezig. De economie van Amsterdam is door de crisis dan ook minder geraakt. Er zijn alleen drie problemen. De lokale woningmarkt zit op slot, de regionale arbeidsmarkt toont gebreken en het openbaar bestuur is niet gemoderniseerd. De drie problemen hangen nauw met elkaar samen. Aan het woord is Barbara Baarsma, hoogleraar Marktwerking en Mededingingseconomie aan de Universiteit van Amsterdam en directeur van onderzoeksbureau SEO. Ze sprak voor een uitverkochte zaal de derde Amsterdam Lezing van dit jaar, gewijd aan het thema ‘Amsterdam Kennisstad’.

Met veel cijfers onderbouwde Baarsma haar analyse. Amsterdam, zei ze, is een enorme banenmotor. De stad zelf telt bijna 600.000 banen; dagelijks pendelen 310.000 mensen voor hun werk naar Amsterdam, driekwart van de Amsterdammers werkt in de eigen stad. Dat is ongekend (en buitengewoon duurzaam). Baarsma sprak van een krachtige ‘magneetwerking’ van Amsterdam. De druk op de Amsterdamse woningmarkt is groot en duidt erop dat nog veel meer mensen dicht bij hun werk zouden willen wonen. Maar dat lukt dus niet. De woningmarkt zit op slot. Dat komt doordat een deel van de woningen bezet wordt door lager opgeleiden, veelal zonder werk (18 procent). Die zouden moeten worden ‘geactiveerd’. In Amsterdam zelf zijn vooral banen voor hoogopgeleiden, daarbuiten (Schiphol, tuinbouwsector) juist voor laagopgeleiden. In plaats van nieuwe regelgeving die bijvoorbeeld ‘scheefwonen’ – het wonen in een te goedkope huurwoning – aan banden legt (dit zou volgens Baarsma het probleem alleen maar verergeren), zou de lokale woningmarkt beter kunnen worden gedereguleerd. Dit zou op termijn ook kwalitatief betere woningen opleveren, want hoe gereguleerder de woningmarkt, hoe meer ‘lekkende daken’ en hoe kleiner de woningen; dat zou onderzoek van de OESO hebben aangetoond. En het openbaar bestuur? Dat is in Amsterdam nog steeds te stroperig. Drieëntwintig taken voor de toekomstige bestuurscommissies duidt op een ingewikkeld gelaagd bestuurlijk systeem. Voor dynamiek is dat niet bevorderlijk. En de verkiezingsprogramma’s van de partijen, voegde ze eraan toe, zijn wollig, met veel open deuren. Nee, de lokale politiek wilde ze niet in. Als econoom gaf ze slechts adviezen. Daarmee gaf ze haar eigen invulling aan ‘Amsterdam Kennisstad’.

Tagged with:
 

Amsterdam Lezing #3

On 15 februari 2014, in wetenschap, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 10 november 2013:

Banken, pensioenen, woningmarkt. Dat is haar drie-eenheid, schreef Rinskje Koelewijn onlangs in NRC Handelsblad over Barbara Baarsma. Als Nederland uit de crisis wil komen zal ze op elk van deze drie terreinen hervormingen moeten doorvoeren. “Barbara Baarsma herhaalt het als een grijsgedraaide plaat al jaren.” Baarsma houdt maandagavond 17 februari 2014 de derde Amsterdam Lezing in de nieuwe editie van ‘Amsterdam Kennisstad’. Ze is bijzonder hoogleraar Marktwerking- en mededingingseconomie aan de Universiteit van Amsterdam, directeur van economisch onderzoeksbureau SEO  en kroonlid van de SER. Hoe kijkt Baarsma aan tegen Amsterdam als kennisstad? De woningmarkt bijvoorbeeld. Daarover, vertelde ze even eerder aan Het Parool (24 juni 2013) maakte ze zich zorgen. “Het probleem is dat het middensegment op de woningmarkt in Amsterdam nauwelijks bestaat. Dat is in heel Nederland zo, maar in Amsterdam is het extreem.” Slechts 28 procent van de Amsterdamse woningen is koopwoning, in Nederland is dat 54 procent. Veel mensen met middeninkomens zijn hierdoor de stad uit gedreven.

Ontstaat hierdoor niet het beeld dat in Amsterdam steeds meer sprake is van een tweedeling? Baarsma beaamt dit. “Inkomensverschillen lijken groter als er geen middensegment in de stad woont.” Ze wil daarom het aantal sociale huurwoningen in de stad afbouwen en grotere woningen bijbouwen, minder strikte huurregulering en de locatie van de woning laten meetellen bij het bepalen van de hoogte van de huur. Bovendien, vindt ze, moet de hypotheekrenteaftrek sneller worden afgeschaft dan nu gebeurt. Sociale huurwoningen afbouwen ligt gevoelig. Daarover zei ze: “Een groot aantal sociale huurwoningen klinkt sociaal, maar het is asociaal.” Door het ontbreken van het middensegment blijven mensen langer vastzitten in hun sociale huurwoning. Die woning is zwaar gesubsidieerd en voor veel huurders eigenlijk te goedkoop. In het verleden heeft Amsterdam naar verhouding veel van die sociale huurwoningen laten bouwen door woningcorporaties, met grote belastingvoordelen. Toen was Amsterdam nog overwegend een arbeidersstad. De huren zijn echter niet marktconform. Europa ziet dit als staatssteun. En Amsterdam wordt een kennisstad. Maar gaat Amsterdam dan niet lijken op Parijs, met een rijke binnenstad en arme buitenwijken? Aanmelden voor de Amsterdam Lezing kan op www.uva.nl.

Tagged with:
 

Harde waarheid

On 13 februari 2014, in economie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in Rooilijn 2014 nr.1:

 

 

Op 29 december 2013 schreef NRC Handelsblad over een omslag op de Nederlandse woningmarkt. Die omslag doet zich alleen voor in een beperkt deel van het land. Niet in Groningen, Drenthe, Zeeland en Limburg. Daar dalen de woningprijzen onverminderd. Zelfs niet in Zuid-Holland, want daar staan de meeste woningen te koop. “De jongeren en de gezinnen trekken naar de plekken met de banen, de universiteiten, het goede imago.” In en rond Amsterdam trekt alles samen. Daar is sprake van krapte op de woningmarkt. Daar zal de bevolking de komende tien jaar met zeker tien procent toenemen. En verder houden de universiteitssteden – Nijmegen, Eindhoven, Groningen – redelijk stand, maar daar zijn voldoende woningen in de aanbieding. Voor de goede verstaander: het rompertje van de Delftse professor Friso de Zeeuw krimpt gestaag. Welke reactie valt in de gebieden buiten de invloedssfeer van Amsterdam te verwachten? Ik schat: aantrekkelijk bouwen in het hogere segment, om succesvolle kenniswerkers aan te trekken. Ook goed voor de lokale economie. Een kwestie van ‘werken volgt wonen’.

Deze maand verscheen een nieuw nummer van Rooilijn. Daarin schrijven Frank van Oort en Ton van Rietbergen van de faculteit Geowetenschappen van de Universiteit Utrecht over het fenomeen van de stedelijke kenniseconomie. Theorieën passeren de revue. Agglomeratie-effecten zijn aanwezig. Steden doen het goed. In de kern komt het hierop neer: “In de huidige kenniseconomie lijkt het bij steden vooral om de kwaliteit van arbeid en om de rol als consumptiecentra te draaien.” Hun observatie is dat wonen geen succesvolle kenniseconomie op gang kan brengen. Sterker, zo’n succesvolle economie kun je niet zomaar maken. Van Oort en Van Rietbergen: “Dit artikel begon met de constatering dat de stad meer dan ooit de plek is waar ieders kansen op welvaart en welzijn toenemen. Steeds vaker wordt de moderne en creatieve consumptiestad hiervoor als verklaring opgevoerd. Een aantrekkelijke stad herbergt echter vooral ook veel aantrekkelijke banen in sectoren waarin kenniswerkers gedijen. Het ontbreken van een perspectief op meer van die banen door een ongunstige economische structuur, maakt dat veel steden niet of veel minder snel meegaan in de stedelijke upgrading.” Met andere woorden, investeringen in het woon- en voorzieningenklimaat helpen niet als de hoogwaardige banen er eerst niet zijn. Verspilling van energie en middelen. Dat staat ons te wachten.

Tagged with:
 

My Ideal City

On 12 december 2013, in participatie, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Skills in a Complex World’ (2013) van faculteit Architectuur van TUe:

Verrassende oogst in het recente masterprogramma Architectuur van de Technische Universiteit Eindhoven: ‘Skills in a Complex World’. De studenten die aan het masterprogramma deelnamen constateren dat de groei van steden onvermijdelijk doorzet. Van de 86 steden met meer dan een miljoen inwoners in 1950 ging de wereld naar 550 miljoenensteden in 2004. De komende jaren zullen er nog vele bijkomen. Informele stedenbouw wordt het dominante patroon. “People and also architects focus on STARchitecture instead of the real problem of unstoppable informal growth.” De studenten probeerden, anders dan hun voorgangers, van de informele stedenbouw maximaal te leren. “We were inspired by the fact that problems in these areas get solved in collaborative and innovative new ways, and decided that our skills as an architect can be derived from this way of handling with the biggest urban problem in the world.” Vandaar hun analyse van bottom-up strategieën in Zuid-Amerikaanse steden: in Chili, Brazilië, Colombia en Venezuela.

Aansprekend vond ik het voorbeeld van ‘downtown Bogotà’. Traditionele topdown-strategieën werken hier niet meer. Dat blijkt uit het feit dat burgemeesters in de Colombiaanse hoofdstad hun termijn niet afmaken en al na gemiddeld drie jaar het veld ruimen. Ook de corruptie tiert er welig. Rodrigo Nino begon daarom een website ‘My Ideal City’. Hierop konden mensen hun ideeën ten aanzien van de stad van de toekomst met elkaar delen. Ook een radioprogramma besteedde zendtijd aan het ideeënfestival. Uit de veelheid van inzichten ontwikkelde Nino projecten als de revitalisering van het stadscentrum, waar bijna geen mensen meer wonen en dus ook geen grootstedelijke voorzieningen meer zijn. Gesuggereerd werd om hier studentenwoningen te introduceren als eerste stap. Bogotà kent 33 universiteiten met in totaal een miljoen studenten, vrijwel alle bevinden zich in de binnenstad. Het bouwprogramma werd samen met de bevolking ontwikkeld. Op dit moment worden twee woontorens gebouwd, met elk 66 verdiepingen en 114.348 m2. Er komen een winkelcentrum, een congresruimte, een hotel, parkeergarages en heel veel wonen. Alles met crowdsourcing gefinancierd. Conclusie van de studenten: “To bring the information about city planning to the community the information flows have to change. Don’t keep the information on the office desks but create a platform where the community can be interactively involved.”

Tagged with:
 

Help to build

On 4 december 2013, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 17 augustus 2013:

Echt recent is het nieuws niet. Het bericht verscheen midden in de zomer, en het euvel is al lang bekend. Het ging over de overspannen woningmarkt van Londen. De Britse regering wordt ervan beschuldigd de woningprijzen in Londen op te drijven door nationaal riskante stimuleringsregelingen voor potentiële huizenkopers aan te bieden: de zogenaamde ‘Help to buy’-regelingen. Daardoor en door de lage rente zou de lokale woningmarkt oververhit zijn geraakt. Prijsstijgingen van twintig procent zijn niet ongebruikelijk. De situatie is nog gekker dan voor de crisis. Echter, er is ook nog eens sprake van een bizarre schaarste op de lokale woningmarkt. Zo zijn er de afgelopen tien jaar nog geen 12.000 woningen bijgebouwd in heel Londen. Volgens demografen waren er zeker 30.000 nieuwbouwwoningen extra nodig geweest. Net als Parijs, Stockholm, Wenen en Amsterdam wordt er in de Britse hoofdstad apert te weinig gebouwd – veel minder dan de krachtige vraag zou doen vermoeden.

Opvallend is ook het enorme verschil met de andere Britse steden. In het noorden van Groot-Brittannië zijn de prijzen bijvoorbeeld helemaal niet gestegen. De kloof tussen de hoofdstad en de rest van het land groeit snel. Het Parool: “In Liverpool worden verkrotte woningen voor slechts één pond verkocht. In Blackpool, aan de kust, zijn huizen met twee slaapkamers te koop voor 50.000 pond, tien procent van wat zo’n huis in Londen opbrengt.” Sterker, hoe hoger de vraagprijs van een woning in Londen, hoe sneller deze verkocht wordt. Er woeden zelfs biedingenoorlogen in de voorsteden. Wat verklaart deze extreme druk op de Londense woningmarkt? Het is gebrek aan bouwgrond en een sterke concentratie van hoge inkomens. Een ruimtelijke politiek van extra woningbouw ontbreekt. De Britse regering laat het gewoon gebeuren, nee ze verergert de situatie door haar ‘Help to Buy’-regelingen. Afgelopen week schreef The Guardian over de rampzalige gevolgen voor de starters op de Londense woningmarkt: “It feels like such a backwards step, not just in terms of cramped living conditions, but in the way men and women interact, and in the way their children will grow up. What else were the 60s for but ensuring the 50s never happened again?”

Tagged with:
 

Nieuwe markten

On 19 november 2013, in demografie, economie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ROM Magazine van oktober 2013:

Friso de Zeeuw is directeur Nieuwe markten bij Bouwfonds Ontwikkeling. In ROM Magazine schreef hij een artikel over de staat waarin de woningmarkt van Nederland op dit moment verkeert. Centraal in het artikel staat een kaartje van Nederland dat per gemeente de kracht van de woningmarkt aangeeft. Indicatoren: de hoogte van de transactieprijs, het aantal woningen dat van eigenaar wisselt ten opzichte van de totale voorraad en de verkoopsnelheid. De Zeeuw: “De sterkte van de woningmarkt vormt een weerspiegeling van demografische en de ruimtelijk-economische staat waarin gemeenten of, juiste gezegd, regio’s zich bevinden.” Hoe groener de gemeente, hoe succesvoller, hoe roder hoe slechter de woningmarkt. In 2010 stileerde De Zeeuw het groene gebied ‘toevalligerwijze’ tot een rompertje: het centrum van Nederland rond Utrecht, met korte uitlopers naar Gelderland, Noord-Holland, West-Brabant en Oost-Brabant was gezond, de rest kromp. Ik herinner me nog een uitzending van Buitenhof waarin hij zijn rompertje tekende. Dwars door dit ‘rompertje’ liep het tracé van de A4, van Amsterdam naar Eindhoven.

Dit jaar herhaalde hij de oefening. Wat blijkt? De Zeeuw: “Het is jammer, maar er ontstaat geen rompertje meer.” Het rompertje blijkt heet gewassen, want het is sterk gekrompen. Rotterdam valt er nu helemaal buiten, evenals Almere, heel Flevoland, Gelderland. Zelfs Eindhoven en Den Bosch bevinden zich in de randen van het gekrompen kledingstuk, dat hier zelfs nog niet de navel van de baby zou verhullen. Heel Brabant kleurt flets. Eigenlijk beschikt alleen de as Amsterdam-Utrecht nog over een gezonde woningmarkt met voldoende dynamiek. Wat concludeert De Zeeuw? Als de woningmarkt weer aantrekt, zal het wel loslopen met Arnhem en Nijmegen en Groningen. Ik vermoed dat Bouwfonds in deze contreien grote belangen heeft. Zelf denk ik dat het daar niet goed komt. De krimp zet door, de leegstand neemt toe. Wie zegt dat het rompertje niet nog verder zal krimpen? Alleen het kerngebied blijft goed draaien. Mits het de komende jaren wordt versterkt.

Tagged with:
 

Absorptievermogen van de spons

On 8 oktober 2013, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 4 oktober 2013:

Jaarlijkse bevolkingsgroei per periode in de vier grote steden

Over twaalf jaar telt Amsterdam 875.000 inwoners. Dat meldde afgelopen week het Centraal Bureau voor de Statistiek. Vorig jaar werd de grens van 800.000 al gepasseerd. De hoofdstad maakt een ware groeispurt door en iedereen lijkt hierover verbaasd. Bouwen doet de stad immers nauwelijks meer, de woningbouwcorporaties bewegen niet, de aanleg van IJburg tweede fase is door het gemeentebestuur vanwege de crisis uitgesteld. Ondertussen trekt de Amsterdamse woningmarkt sterk aan. Het aantal transacties neemt toe, makelaars hebben het weer druk. Deze week meldden de kranten dat veel Amsterdamse kopers het gevoel krijgen weer snel met hun bod te moeten komen, want anders missen ze de boot. Terwijl grote delen van Nederland demografisch krimpen, dreigt Amsterdam te duur te worden voor veel groepen nieuwe bewoners. De regionale verschillen binnen Nederland worden groter. De gemiddelde woningbezetting in Amsterdam stijgt.

Wie er op de Amsterdamse woningmarkt zoal afkomen? Studenten, Amsterdammers met een niet-westerse achtergrond, Oost-Europeanen, rijke westerse allochtonen, jonge gezinnen, pas afgestudeerden, hoogopgeleiden uit de rest van Nederland. Tegelijk valt op dat niemand Amsterdam wil verlaten. Dat is wel eens anders geweest. Het Parool: “En waar de gezinnen in het recente verleden al snel uitweken naar een huis met een tuin of een woonerf in de provincie, blijven ze tegenwoordig in de stad, omdat die toch te aantrekkelijk is, omdat de kinderen inmiddels een sterke binding hebben met de lagere school of omdat er rondom Amsterdam gewoon te weinig realistische alternatieven zijn.” Anders gezegd, mensen willen in Amsterdam wonen, niet erbuiten. Echter, net als Parijs en Londen kan het succesvolle Amsterdam bij lange na niet voldoen aan de marktvraag, waardoor de woningprijzen scherp stijgen en het wonen in Amsterdam voor velen onbetaalbaar wordt. Voor de economische motor is dat buitengewoon schadelijk. Bouwen in de regio helpt onvoldoende. Utrecht en Almere fungeren nu als ‘overloop’ voor Amsterdam. Demograaf Jan Latten van het CBS spreekt van ‘nieuwe urbanisatie’. De grote steden groeien volgens hem uit tot metropoolregio’s. Wat gebeurt er met een spons die door en door verzadigd raakt?

Tagged with:
 

Diepgang en creativiteit

On 9 september 2013, in economie, wetenschap, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Vitale stad’ nr. 2, 2013:


Binnenkort opent een nieuw topinstituut van chipsfabrikant ASML uit Veldhoven zijn deuren in het Amsterdamse Science Park. Honderd wetenschappers gaan er fundamenteel onderzoek doen naar nanolithografie – technologie die de snelheid van chips verder moet opvoeren. In een special van het tijdschrift ‘Vitale Stad’ over ’smart people, smart cities’ verbaast hoogleraar city- en regiomarketing Gert-Jan Hospers zich over de gekozen locatie. "Brainport Eindhoven is koploper op het gebied van de Triple Helix-gedachte, waar ondernemers, overheden en onderzoeksinstituten de handen ineenslaan op het gebied van innovatie – iets waar het nieuwe instituut van ASML toch behoefte aan heeft. Amsterdam heeft die uitstraling veel minder." Ook vindt hij Amsterdam als woonplaats helemaal niet geschikt voor bèta’s. "Voor bèta’s is Noord-Brabant een aantrekkelijker woonplek dan Amsterdam." Nijmegen en Aken, die ook in de race waren, noemt hij verder niet.

Kennelijk ziet de Nijmeegse hoogleraar de verschillen tussen alfa’s en bèta’s heel duidelijk, en ook dat er verschillen zijn in woonvoorkeuren tussen beide. Dat is goed nieuws. Echter, door Amsterdam uitsluitend met alfa’s te identificeren en heel Noord-Brabant met bèta’s, maakt hij een cliché van beide gebieden. Amsterdam is door zijn grootstedelijkheid divers en Eindhoven wil ook cultuur ontwikkelen. Trouwens, alfa’s kunnen heel goed in Brabant wonen en bèta’s in Amsterdam. Dat Amsterdam het topinstituut wist aan te trekken, moet met iets anders te maken hebben gehad. In ieder geval bewijst het feit dat de gemeente Amsterdam, het Veldhovense bedrijf en een drietal Amsterdamse onderzoeksinstituten – UvA, VU en Amolf – aan het instituut meebetalen, dat de Triple Helix-gedachte ook in Amsterdam succesvol in praktijk wordt gebracht. Zelf meldde ASML bij de bekendmaking op 27 mei 2013 dat Amsterdam had gewonnen vanwege "een doordachte onderzoeksagenda met diepgang en creativiteit." In Brabant blijft de productie. Diepgang en creativiteit. Dus toch iets met Amsterdamse alfa’s?

Tagged with:
 

Buiten de MKAD

On 18 juli 2013, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in The Moscow News van 9-15 juli 2013:

Met tien studenten van de Universiteit van Amsterdam naar Moskou geweest. Het ging om een uitwisseling met studenten van de Moscow Graduate School of Urban Studies and Planning. Op de terugvlucht een reportage gelezen over ‘New Moscow, one year on’. Mikhail Moshkin bericht daarin dat eind 2014 het plan gereed zal zijn voor Nieuw Moskou, de zuidwestelijke uitbreiding van het grondgebied van de hoofdstad van de Russische Federatie. Precies een jaar geleden werd de annexatie een feit. De uitbreiding – feitelijk een verdubbeling van het oppervlak van de gemeente naar het zuidwesten, over de MKAD heen – zou goed moeten zijn voor twee miljoen nieuwe inwoners in 2035. Ook het regeringscentrum zou aanvankelijk naar de nieuwe stad worden verplaatst, maar daarvan is men begin juni teruggekomen. Alleen de prefecturen van het nieuwe Troitsky en Novomoskovsky zullen er gevestigd worden. Wel komt er een nieuw internationaal zakencentrum, in Rublyovo-Arkhangelsky. Eind volgend jaar weten we welke onderdelen uit de Moscow Competition van 2012 door de autoriteiten zijn overgenomen. Het bouwbudget voor de nieuwe stad is ondertussen verhoogd: naar 10 miljard roebel die de hoofdstad er de komende tijd in denkt te investeren.

Moskou is extreem duur en onaantrekkelijk om in te wonen. Toch groeit het inwonertal gestaag. Mensen wonen er om veel geld te verdienen, maar van dat geld gaat een groot deel op aan wonen. In Moskou beschikt een inwoner gemiddeld over niet meer dan 19 vierkante meter woonruimte – dat is veel minder nog dan in de rest van Rusland. In het bestaande Moskou wordt op dit moment voor een vierkante meter woonruimte gemiddeld 126.000 roebel neergeteld. In de zuidwestelijke uitbreiding ligt de gemiddelde prijs iets lager: 83.000 roebel per vierkante meter. Echt dalen willen deze prijzen niet. De prijzen voor elektriciteit, gas en licht stijgen ondertussen fors: gas met 15 procent, verwarming met 9 procent, water met 6,2 procent, elektriciteit tussen de 10 en 12 procent. En dat met die koude winters en slecht geïsoleerde woningen. Als woonstad wordt Moskou daardoor nog veel duurder. Alleen benzine blijft er spotgoedkoop: tussen de 31 en 32 roebel (minder dan een euro) voor een liter. Geen wonder dat de Moskovieten massaal de auto nemen, er zelfs een groot deel van de dag in verblijven, en dat de straten van Moskou langzamerhand helemaal verstopt raken met stilstaand blik. Gaat de voorziene stadsuitbreiding in het verre zuidwesten daarin een oplossing brengen? Ik vrees van niet.

Tagged with:
 

Liever een kluswoning

On 5 juli 2013, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in doctoraalscriptie van Lennart van Assema (2013):

Kluswoningen zijn een nieuw verschijnsel in de Nederlandse woningbouw. Lennart van Assema, student planologie aan de Universiteit van Amsterdam, schreef er een masterscriptie over. Zijn onderzoek concentreerde zich op de flat Kleiburg in Amsterdam Zuidoost. Nadat woningbouwvereniging Rochdale deze originele Bijlmerflat op 7 januari 2011 voor 1 euro te koop had gezet, meldden zich meer dan zestig geïnteresseerden. De winnaar werd De Flat met het klushuizenconcept, die zijn idee mocht uitwerken. Alle woningen uit de eerste tranche zijn inmiddels verkocht. Meest opvallende uitkomst van het onderzoek van Van Assema vond ik dat liefst 45 procent van de in koop geïnteresseerden ouder is dan dertig jaar en ook een koopwoning achterlaat. Kluswoningen in de Bijlmermeer zijn dus zeker niet alleen aantrekkelijk voor starters op de woningmarkt. Alle kopers geven aan de kluswoning vooral interessant te vinden vanwege de vele vierkante meters die men krijgt tegen een zeer lage prijs.

Waar komt het kluswoningconcept eigenlijk vandaan? Lennart van Assema stelt dat het allemaal begon in Rotterdam, waar in 2005 een blok krotwoningen voor 1 euro van de hand werd gedaan. Op Youtube is inderdaad een mooi filmpje te zien van de aanpak van het zogenaamde Wallisblok in Spangen. Echter, een jaar daarvoor startte Net5 met de televisieserie ‘Het blok’, waarin vier stellen in 77 dagen tijd een woningblok moesten verbouwen in de Amsterdamse Tsaar Peterstraat. Elke week werd er daar in Amsterdam Oost, om de hoek van het hoofdkantoor van SBS, een kamer opgeleverd. De winst bij verkoop mochten de klussende stellen als tegenprestatie houden. Het Australische format werd in ons land een doorslaand kijksucces. Het had iets weg van Big Brother, maar was stedelijker, positiever, beter. Het ging over ‘klusleed’ en ‘werken onder hoge druk’ en ruzies. Dit succesvolle televisieformat kwam aan de basis te liggen van het kluswoningconcept. Het maakt op dit moment furore in de Nederlandse volkshuisvesting. Dankzij de crisis. Maar ook dankzij een commercieel televisiestation. Een Australische innovatie dus, in ons land geïntroduceerd in Amsterdam en later in Rotterdam praktisch toepasbaar gemaakt.

Tagged with: