Techboom

On 17 september 2014, in economie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 11 mei 2014:

Twitter headquarters, on Market Street in San Francisco (Olivia Hubert-Allen/KQED).

Amsterdam is op dit moment het beste te vergelijken met San Francisco. Beide steden zijn ongeveer even groot; hun achterland is even stedelijk. De Bay Area telt circa tien miljoen inwoners, de Randstad en directe omgeving iets vergelijkbaars. Beide steden zijn ook centra van de tegencultuur, van hippies, homo’s, krakers, linkse intelligentsia, anarchisten. Er hoeft maar iets te gebeuren of er breekt een opstand uit op straat. Het welvaartspeil is alleen lager rond Amsterdam, want de regio mist een technische universiteit en een Silicon Valley. Nog een verschil: de baai ten oosten van Amsterdam is ingepolderd, terwijl de baai van San Francisco nog altijd schittert in de zon. Maar Amsterdam is even geliefd als de Californische stad en de nabijheid van de zee is in beide steden goed voelbaar. Gevolg: de huizenprijzen in beide steden stijgen snel.

Enige maanden geleden schreef Eva de Valk in NRC Handelsblad over de problemen als gevolg van het succes van San Francisco. Onder de kop ‘Klassenstrijd aan de westkust’ meldde ze dat de huizenprijzen ongezond snel stijgen, over de afgelopen drie jaar met liefst 36 procent, de huren zelfs met 51 procent. De goed verdienende techwerkers uit Silicon Valley worden gezien als oorzaak; zij werpen zich op de grootstedelijke woningmarkt. Maar het is anders: in San Francisco zelf groeit het aantal banen twee keer zo snel als in de Valley. De rollen zijn omgedraaid. Niet de randen, maar het centrum is dynamisch. Voor al die grootstedelijke banen worden ter plekke veel te weinig woningen gebouwd. De Valk: “Over zes jaar zijn alle niet-rijken de stad uit gedrukt.” Nieuwbouw in de Bay area vindt nog altijd plaats op grote afstand van de stad, zeker die voor de lage inkomensgroepen. Vergelijk het met de bouw van woningen voor Amsterdammers achter Castricum, Alkmaar en Nijkerk. Geen gekke vergelijking. San Francisco en Amsterdam lijken meer op elkaar dan je denkt.

Tagged with:
 

Mars der Beschaving

On 15 juli 2014, in internationaal, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant V zomer #1 van 12 juli 2014:

  Zomaar wat zomeraantekeningen. Sociaal-geografen Fenne Pinkster en Wouter van Gent schreven afgelopen zaterdag in Het Parool een ingezonden brief over onvrede in Amsterdam. Ook in nette buurten zou ‘een breed gedragen onvrede’ heersen. De onderzoekers van de UvA schetsen processen van ’schaalvergroting’ en ‘neoliberalisering’. De afstand tussen buurtbewoners en publieke instanties is volgens hen afgenomen, de bibliotheek is samengevoegd en bevindt zich elders in het stadsdeel, de wijkagent zit verder weg, buurtbeheerders van corporaties hebben nog maar één keer in de week spreekuur in plaats van een kantoortje op locatie. Proteststemmen van de buurtbewoners moeten anders worden gelezen, aldus Pinkster en Van Gent: het zijn stemmen vóór meer bescherming en behoud van voorzieningen. Ze noemen het ‘een Mars der Beschaving’.

Het andere artikel las ik diezelfde zaterdag in De Volkskrant. Arie Haan is trainer in China. Zijn voetbalclub bevindt zich in Tianjin aan de oostkust, een stad van 7 tot 8 miljoen inwoners, eigenlijk de aanvoerhaven van Peking. Zelf woont Haan in Peking, ruim 100 kilometer verderop, dat is een metropool van twintig miljoen inwoners, hij woont er op de zestiende verdieping van een flat in het centrum. Dagelijks gaat hij met de kogeltrein op en neer, daar doet hij een half uur over. "Net als nagenoeg elke andere stad in dit land zie je overal vernieuwing. Alle oude wijken, de hutongs, gaan plat." Over Peking zegt hij: "Toen ik hier voor het eerst kwam wonen, zat ik in een compound met alleen maar buitenlanders, volledig afgeschermd van de rest van de stad. Je moest een pasje hebben om binnen te komen. Nu zit ik in een buurt die wat meer gemengd is." Toch voelt Peking als een dorp: je komt elkaar tegen in San Li Tun, de uitgaanswijk. Veel vrienden zijn vertrokken, naar Singapore, Australië, Zuid-Afrika. Dit is de stand van zaken. Zo zit de wereld op dit moment in elkaar. Ik wens u allemaal een goede vakantie.

Tagged with:
 

Dynamische agglomeraties

On 8 juli 2014, in economie, ruimtelijke ordening, wonen, by Zef Hemel

Gehoord in De Balie, Amsterdam, op 2 juli 2014:


In De Balie aan het Kleine-Gartmanplantsoen in Amsterdam vond afgelopen week – in besloten kring – een gedenkwaardig beraad plaats van het Forum voor Stedelijke Vernieuwing. Ruim twintig betrokkenen spraken onder leiding van Yoeri Albrecht over de toekomst van Nederland. Onderwerp: toenemende ruimtelijk-economische verschillen tussen stedelijke regio’s. Taco van Hoek, directeur van het Economisch Instituut voor de Bouw, was een van de inleiders. Hij toonde drie LT-scenario’s voor ons land, een van sterke groei (Dynamische agglomeraties), gemiddelde groei (Evenwichtige groei) en geringe groei (Ruimtelijke segregatie). Er komen nog een miljoen huishoudens bij, zei hij, dus gebouwd zal er moeten worden. In alle drie scenario’s is ook nog sprake van welvaartsgroei, maar door de stijgende zorguitgaven en de vergrijzende bevolking zal veel van die groei weer worden tenietgedaan. Alleen in Dynamische agglomeraties zal Nederland nog in welvaart sterk blijven groeien.

Arbeidsaanbod, aldus Van Hoek, wordt key. In plaats van bedrijven aan te trekken, zullen steden en regio’s hun inspanningen in toenemende mate moeten gaan richten op mensen, om hen te paaien vooral te blijven. In twee van de drie scenario’s zal het arbeidsaanbod namelijk sterk krimpen. Vooral in bepaalde regio’s zal krimp optreden, daar staat de beroepsbevolking nu al onder druk. In scenario Ruimtelijke segregatie zal zelfs de helft van de Nederlandse regio’s gaan krimpen (sic!). Hij voorspelde daarom de komende jaren ‘een slag om het arbeidsaanbod’. De woningmarkt zal hiervoor zeker worden gebruikt. Drukgebieden als Amsterdam en Utrecht zullen volgens hem veel meer moeten bouwen, maar de rest van het land zal het ook willen, bang als het is om arbeidskrachten te verliezen. Er komt dus hevige concurrentie. De noordelijke Randstad, zei hij, zal daarom veel minder restrictief ruimtelijk beleid moeten gaan voeren, om lagere grondprijzen te forceren. Anders verliest het mensen aan krimpregio’s. Want een tegenbeweging sluit hij niet uit: van mensen die Amsterdam en Utrecht gewoon te duur vinden en elders neerstrijken. Het roer moet daar dus om, bij Amsterdam. En snel ook. Gebeurt dit niet, dan raakt straks alles ruimtelijk gespreid en krijgt Nederland geen scenario Dynamische agglomeraties. Dan krijgen we, als totaal, ook veel minder economische groei.

Tagged with:
 

Omgekeerde participatie

On 27 juni 2014, in Geen categorie, by Zef Hemel

Gehoord in Amsterdam Nieuw-West op 27 juni 2014:

De vijftig studenten planologie (einde tweede jaars bachelor) van de Universiteit van Amsterdam waren het erover eens: Amsterdam Nieuw-West is veel leuker en diverser dan ze hadden gedacht. Eigenlijk vonden de studenten dat de economische crisis veel goeds had gedaan in het enorme stedelijke gebied rond de Sloterplas – “die enorme plak woningbouw” –, een gebied dat aanvankelijk zwaar was gedomineerd door woningbouwverenigingen, maar nu burgerinitiatieven toeliet, vooral van zittende bewoners. In negen groepen hadden de studenten gedurende een maand in een atelier even zovele sociaal-ruimtelijke vraagstukken bestudeerd, variërend van zelfbouw, gebrekkige waterkwaliteit, leegstaande kantoren, kwijnende winkelgebieden, ouderenhuisvesting, lastig te herbestemmen monumentale kerkgebouwen, niet gesloopte woningbouwprojecten en aanbodgerichte smart-grid programma’s. Hun analyse: de problemen zijn er wel, maar het heeft geen zin ze als zodanig te behandelen. Er zijn voldoende kansen. Hun groepswerk loog er ook niet om. Beter is om positief te zijn en de beweging van onderop te faciliteren. De gemeente vonden ze ‘een gereserveerde facilitator’. Waarom de bewoners niet gewoon helpen en stimuleren?

De door de uit vakmensen van het stadsdeel bestaande jury waardeerde de groep studenten die aan de Wildemanbuurt hadden gewerkt het meest. Hun werk aan deze woonbuurt in Osdorp, achter de Sloterplas, die volgens de plannen van de gemeente en de woningcorporaties eigenlijk had moeten worden gesloopt maar die als gevolg van de crisis was gespaard gebleven, beschreven ze in een spannende, persoonlijke zoektocht. Via Garage Notweg, vertelden ze, waren ze in contact gekomen met bewonersgroepen die graag het heft in eigen handen hadden willen nemen en de openbare ruimte liefst hadden willen helpen inrichten en beheren, maar die letterlijk door hekwerken daarvan waren afgehouden. Hoe corporaties en gemeente over de bewoners dachten, illustreerden ze aan de hand van een foto van een metalen toegangshek dat als een erfafscheiding diende en dat door een van corporatie was aangebracht in de kennelijke verwachting dat de bewoners haar zouden voltooien met een heg of schutting. De studenten vonden het te gek voor woorden en pleitten van de weeromstuit voor ‘omgekeerde participatie’: bewoners nemen het voortouw en de gemeente mag ze misschien helpen. Hun boude voorstel om inspraakavonden te vervangen door ‘uitspraakavonden’ trof doel. Alle aanwezigen waren door hun betoog geroerd, de vertegenwoordigers van het stadsdeel niet uitgezonderd.

Tagged with:
 

Welvaartsverliezen

On 23 juni 2014, in ruimtelijke ordening, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in OECD Economic Survey: Netherlands (2010):

 

Een beetje laat misschien. Toch nuttig om te lezen: de analyse van de Nederlandse economie volgens de OECD in 2010. Ik las het hoofdstuk over de woningmarkt. Die is naar de maatstaven van de OECD te gereguleerd, allesbehalve flexibel. Dat komt doordat de overheid zich er teveel in mengt. Met 35 procent van alle woningen heeft Nederland veruit de grootste voorraad sociale huurwoningen; tegelijk zijn de wachtlijsten voor deze woningen in Nederland, Amsterdam voorop, het langst. Het totaal van woningen afgemeten aan de totale bevolking is in ons land vrij normaal, maar de toedeling van die voorraad aan inkomenscategorieën en de werkelijke vraag blijkt juist beroerd. Om kort te gaan, de Nederlandse woningmarkt is sterk aanbodgestuurd, door de overheid bepaald. Daarbij komt dat de al even overheidsgestuurde ruimtelijke ordening dit allemaal nog erger maakt: die is restrictief en reageert niet op de vraag. Ze maakt de woningbouw bovendien duurder: naar schatting wordt een derde van de woningprijs in Nederland door ruimtelijke ordening bepaald.

Ruimtelijk betekent dit dat mensen op de verkeerde plekken wonen, ver van hun werk, in de woning die zich eigenlijk liever niet willen. Sommige steden, zoals Amsterdam en Utrecht, kunnen bovendien niet voldoende groeien omdat de overheid met ruimtelijke maatregelen dit verhindert. De OECD schat dat Nederland hierdoor aanzienlijke welvaartsverliezen lijdt. Hoeveel precies kan ze niet zeggen: "It is difficult to estimate welfare losses because of the fact that physical planning regulations also prevent the reaping of agglomeration benefits from further growth of cities and indirectly depress labour supply." In de Randstad, constateert ze, zijn de agglomeratievoordelen het grootst en is de banengroei het sterkst, maar de vereiste woningen ontbreken daar. Daardoor worden weer agglomeratievoordelen gemist. Enzovoort. Extra woningen bouwen in de Randstad is dus dringend is nodig, terwijl elders in het land minder zou moeten worden gebouwd, maar dit moet wel vergezeld gaan van grotere lokale belastinginkomsten, want voorzieningen mogen in de Randstad niet achterblijven. De woningprijzen zouden flink kunnen dalen. We zijn inmiddels vier jaar verder. Iemand een idee hoe het ermee staat?

Tagged with:
 

Leegstand

On 18 juni 2014, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 26 februari 2014:

De mevrouw riep het, luidkeels. Dat het een schande was dat er zoveel vastgoed in dit land leegstaat. Haar toon en opmerking bevielen de presentator niet. We hadden het die avond immers over ‘de ideale stad’. Leegstand paste niet in het ideaalplaatje. In De Balie aan het Kleine-Gartmanplantsoen werden maandagavond vier wetenschappers aan de tand gevoeld over de stad, verstedelijking, stad en land, geluk, stedenbouw, en dat voor een uitverkochte zaal. De avond was georganiseerd door De Balie, De Volkskrant, KNAW en NEMO. Over de ideale stad praten durfde eigenlijk geen van hen; sinds de jaren zeventig hebben experts het liever over ‘de goede stad’ of ‘de rechtvaardige stad’. Dat is al ambitieus genoeg. En hoe zo’n goede stad eruit ziet, daarover verschilden ze ook van mening. De Nederlandse steden komen dicht in de buurt, vond iemand. Een ander meende dat dorpsachtig bewoonde steden mensen het gelukkigst maken. Weer een ander meende dat schoonheid ook iets uitmaakt. "De meeste mensen vinden Amsterdam iets mooier dan Almere," stelde Martijn Burger, die aan de Erasmus Universiteit onderzoek doet naar menselijk welbevinden. Daarom wordt Amsterdam als woonstad volgens hem aantrekkelijker gevonden. Maar mensen zijn iets gelukkiger op het platteland, voegde hij eraan toe.

Jammer dat die leegstand buiten de orde viel. Die neemt namelijk alleen maar toe. De kantorenleegstand blijkt structureel en kan niet meer alleen geweten worden aan conjuncturele schommelingen. Het werken zelf verandert, het aantal benodigde vierkante meters neemt al jaren af. Hetzelfde geldt voor winkels. Ons winkelgedrag is aan snelle verandering onderhevig, steeds meer mensen doen hun inkopen via internet. Maar we willen het niet weten. En planologie zetten we het liefste overboord. Zelfs woningen staan op grote schaal leeg. Begin dit jaar waren dat er al 350.000. Dat is liefst vijf procent van de totale woningvoorraad van dit land. Een gezonde leegstand bedraagt niet meer dan twee procent. Het zijn woningen die sloop wacht, zoals in Amsterdam, of verkoop. De meeste bevinden zich in de periferie. Daarnaast worden veel woningen illegaal bewoond. Ook in Italië, Duitsland en Frankrijk staan erg veel woningen leeg: elk van die landen telt er al zeker twee miljoen. In Groot Brittannië zijn het er 700.000. Investeerders speculeerden hier, gemeenten krompen maar wilden het niet weten, plattelandsgebieden lopen leeg. Het onderwerp is taboe, het is iets waarover we het liefst niet spreken. Liever hebben we het over ideale steden, over dorpsachtig bewoonde steden. En over een idyllisch platteland.

Tagged with:
 

Shared City

On 12 mei 2014, in toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Times van 30 april 2014:

Brian Chesky is CEO van Airbnb. Eind maart dit jaar lanceerde hij de campagne ‘Shared City’. Elke stad in de wereld, zo lees ik, kan ‘Shared City’ worden. Portland, Oregon, is de eerste. De geraffineerde uitnodiging gaat als volgt: “Imagine if you could build a city that is shared. Where people become micro-entrepreneurs, and local mom and pops flourish again. Imagine a city that fosters community, where space isn’t wasted, but shared with others. A city that produces more, but without more waste.While this may seem radical, it’s not a new idea. Cities are the original sharing platforms. They formed at ancient crossroads of trade, and grew through collaboration and sharing resources. But over time, they began to feel mass produced. We lived closer together, but drifted apart. But sharing cities is back, and we want to help build this future.” Geniale tekst, ook wat volgt. Airbnb spreekt zich uit voor duurzaamheid, erfgoed, kleine middenstand, gemeenschapszin, kunst, burenhulp. Geld dat Airbnb verdient, begrijp ik, zal mede ten goede komen aan de stad waar dat geld verdiend wordt. De organisatie belooft de toeristenbelasting te betalen, brandveiligheid van de woningen te vergroten, misbruik van Airbnb-woningen tegen te gaan, stedelijke campagnes te ondersteunen. Het bedrijf hoopt hiermee vooral ‘red tape’ tegen te gaan. “We are committed to enriching cities and designing the kind of world we want to live in. Together, let’s build that shared world city by city.” Nogmaals, een geniale tekst. Maar wat betekent het eigenlijk?

Niet elke stad in de wereld is gecharmeerd van de commerciële activiteiten van Airbnb. Op dit moment gebruiken meer dan 11 miljoen mensen de site om een kamer in een andere stad te boeken. Voor als ze naar een popconcert willen, of een openluchtconcert bezoeken. 82 procent van de aanbieders deelt alleen de woning waarin ze zelf woont, de rest betreft illegale hotels die via de site van de organisatie kamers aanbieden. Echter, in New York schatte men onlangs dat zeker 30 procent van de 200.000 aangeboden kamers in die stad door een beperkt aantal personen op de site van Airbnb was geplaatst, wat zou wijzen op ‘illegale hotels’. Sommige steden treden hard op tegen deze praktijken en proberen Airbnb het werken te verhinderen. Vooral San Francisco en New York verzetten zich, in Europa is dat Berlijn. Airbnb schat in een tegenoffensief dat ze NYC jaarlijks 21 miljoen dollar zou kunnen betalen wanneer haar het werken in de stad zou worden toegestaan. ‘Shared City’ lijkt een concept dat steden ontvankelijker voor Airbnb moet maken. Men hoopt dat SF en NYC als eerste zullen toehappen. Maar de vraag is of dat gebeurt. Populaire steden zijn juist die steden waar de woningen dikwijls erg schaars zijn en de huren snel stijgen. Via Airbnb kunnen gemakkelijk woningen aan de voorraad worden onttrokken. Afgelopen maand schrapte het bedrijf liefst 2000 aanbieders in New York van haar lijst, die kennelijk in overtreding waren. Zeventien van hen werden met naam en toenaam genoemd. Het bedrijf komt dus in actie. Het kan niet anders. De campagne is bedacht door een slimme planoloog, dat wel.

Tagged with:
 

Woningcrisis

On 10 mei 2014, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 10 mei 2014:

Geograaf Arend Jonkman doet onderzoek naar rechtvaardigheid op de Amsterdamse woningmarkt. Aan de UvA hoopt hij er op te promoveren. Zijn dominante invalshoek is de woonruimteverdeling in het sociale segment. Een eerste artikel van zijn hand zal hij komende zomer presenteren op een wetenschappelijk congres in Japan. Niet de sociale voorraad binnen de ring, maar die in Amsterdam Zuidoost blijkt in de hoofdstad de grootste maatschappelijke spanning op te leveren: de huren zijn daar relatief hoog, terwijl de huurders er over het algemeen over een laag inkomen beschikken. Tegelijk hoorde ik van architect Camiel Klaasse dat alle kluswoningen van flat Kleiburg in Amsterdam Zuidoost in een mum van tijd zijn verkocht. Aan yuppen, nieuwe stedelingen. Wat zeggen beide gegevens over de Amsterdamse woningmarkt? Dat er een enorme spanning op die lokale markt staat. Zelfs de hoogbouw in de Bijlmer ontkomt kennelijk niet aan de invasie van zogenaamde ‘nieuwe stedelingen’.

In dat licht bezien is de gespannen situatie op de woningmarkt van San Francisco voor Amsterdam een veeg teken. De afgelopen drie jaar, lees ik in NRC Handelsblad, steeg daar de prijs van een huis met 36 procent; in dezelfde periode stegen de huren met 51 procent. Alle goed verdienende yuppen-programmeurs van Silicon Valley willen tegenwoordig in het traditioneel door hippies, kunstenaars en schrijvers bevolkte San Francisco wonen. Terwijl het gemeentebestuur blij is met hun komst, zijn de bewoners, vaak met een laag inkomen, juist razend. San Francisco – precies even groot als Amsterdam – kent strenge huurbescherming, maar armlastige huurders kunnen door verhuurders op allerlei manieren uit hun woning worden gezet. De schuld van de woningcrisis wordt nu op de schouders van de techies geschoven, maar de werkelijke oorzaak is gelegen in het feit dat er domweg te weinig woningen worden gebouwd; een gegeven dat maar gedeeltelijk aan de crisis, en vooral aan de ordening van de woningmarkt moet worden geweten (OESO 2010). Econoom Ed Glaeser schreef het al: in Californië lukt het de grote steden niet om voldoende woningen in hoge dichtheden te bouwen. De markt zit er op slot, omdat de staat nog altijd meent dat mensen het liefste in saaie suburbs willen wonen. Dit is dus wat Amsterdam ook te wachten staat.

Tagged with:
 

Magneet met gebreken

On 22 februari 2014, in economie, wetenschap, wonen, by Zef Hemel

Gehoord in CREA te Amsterdam op 10 februari 2014:

Optimistisch is ze over de economische perspectieven van Amsterdam. De bevolking is hier gemiddeld hoger opgeleid dan elders (in Amsterdam 52 procent van de beroepsbevolking, in Nederland 38 procent), het ondernemerschap is de afgelopen tien jaar zeker verdubbeld, zowel de grijze als de groene druk is aan de lage kant, dus de Amsterdamse beroepsbevolking is relatief omvangrijk. De woonaantrekkelijkheid is groot, er zijn uitstekende universiteiten, de financiële dienstverlening is sterk aanwezig. De economie van Amsterdam is door de crisis dan ook minder geraakt. Er zijn alleen drie problemen. De lokale woningmarkt zit op slot, de regionale arbeidsmarkt toont gebreken en het openbaar bestuur is niet gemoderniseerd. De drie problemen hangen nauw met elkaar samen. Aan het woord is Barbara Baarsma, hoogleraar Marktwerking en Mededingingseconomie aan de Universiteit van Amsterdam en directeur van onderzoeksbureau SEO. Ze sprak voor een uitverkochte zaal de derde Amsterdam Lezing van dit jaar, gewijd aan het thema ‘Amsterdam Kennisstad’.

Met veel cijfers onderbouwde Baarsma haar analyse. Amsterdam, zei ze, is een enorme banenmotor. De stad zelf telt bijna 600.000 banen; dagelijks pendelen 310.000 mensen voor hun werk naar Amsterdam, driekwart van de Amsterdammers werkt in de eigen stad. Dat is ongekend (en buitengewoon duurzaam). Baarsma sprak van een krachtige ‘magneetwerking’ van Amsterdam. De druk op de Amsterdamse woningmarkt is groot en duidt erop dat nog veel meer mensen dicht bij hun werk zouden willen wonen. Maar dat lukt dus niet. De woningmarkt zit op slot. Dat komt doordat een deel van de woningen bezet wordt door lager opgeleiden, veelal zonder werk (18 procent). Die zouden moeten worden ‘geactiveerd’. In Amsterdam zelf zijn vooral banen voor hoogopgeleiden, daarbuiten (Schiphol, tuinbouwsector) juist voor laagopgeleiden. In plaats van nieuwe regelgeving die bijvoorbeeld ‘scheefwonen’ – het wonen in een te goedkope huurwoning – aan banden legt (dit zou volgens Baarsma het probleem alleen maar verergeren), zou de lokale woningmarkt beter kunnen worden gedereguleerd. Dit zou op termijn ook kwalitatief betere woningen opleveren, want hoe gereguleerder de woningmarkt, hoe meer ‘lekkende daken’ en hoe kleiner de woningen; dat zou onderzoek van de OESO hebben aangetoond. En het openbaar bestuur? Dat is in Amsterdam nog steeds te stroperig. Drieëntwintig taken voor de toekomstige bestuurscommissies duidt op een ingewikkeld gelaagd bestuurlijk systeem. Voor dynamiek is dat niet bevorderlijk. En de verkiezingsprogramma’s van de partijen, voegde ze eraan toe, zijn wollig, met veel open deuren. Nee, de lokale politiek wilde ze niet in. Als econoom gaf ze slechts adviezen. Daarmee gaf ze haar eigen invulling aan ‘Amsterdam Kennisstad’.

Tagged with:
 

Amsterdam Lezing #3

On 15 februari 2014, in wetenschap, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 10 november 2013:

Banken, pensioenen, woningmarkt. Dat is haar drie-eenheid, schreef Rinskje Koelewijn onlangs in NRC Handelsblad over Barbara Baarsma. Als Nederland uit de crisis wil komen zal ze op elk van deze drie terreinen hervormingen moeten doorvoeren. “Barbara Baarsma herhaalt het als een grijsgedraaide plaat al jaren.” Baarsma houdt maandagavond 17 februari 2014 de derde Amsterdam Lezing in de nieuwe editie van ‘Amsterdam Kennisstad’. Ze is bijzonder hoogleraar Marktwerking- en mededingingseconomie aan de Universiteit van Amsterdam, directeur van economisch onderzoeksbureau SEO  en kroonlid van de SER. Hoe kijkt Baarsma aan tegen Amsterdam als kennisstad? De woningmarkt bijvoorbeeld. Daarover, vertelde ze even eerder aan Het Parool (24 juni 2013) maakte ze zich zorgen. “Het probleem is dat het middensegment op de woningmarkt in Amsterdam nauwelijks bestaat. Dat is in heel Nederland zo, maar in Amsterdam is het extreem.” Slechts 28 procent van de Amsterdamse woningen is koopwoning, in Nederland is dat 54 procent. Veel mensen met middeninkomens zijn hierdoor de stad uit gedreven.

Ontstaat hierdoor niet het beeld dat in Amsterdam steeds meer sprake is van een tweedeling? Baarsma beaamt dit. “Inkomensverschillen lijken groter als er geen middensegment in de stad woont.” Ze wil daarom het aantal sociale huurwoningen in de stad afbouwen en grotere woningen bijbouwen, minder strikte huurregulering en de locatie van de woning laten meetellen bij het bepalen van de hoogte van de huur. Bovendien, vindt ze, moet de hypotheekrenteaftrek sneller worden afgeschaft dan nu gebeurt. Sociale huurwoningen afbouwen ligt gevoelig. Daarover zei ze: “Een groot aantal sociale huurwoningen klinkt sociaal, maar het is asociaal.” Door het ontbreken van het middensegment blijven mensen langer vastzitten in hun sociale huurwoning. Die woning is zwaar gesubsidieerd en voor veel huurders eigenlijk te goedkoop. In het verleden heeft Amsterdam naar verhouding veel van die sociale huurwoningen laten bouwen door woningcorporaties, met grote belastingvoordelen. Toen was Amsterdam nog overwegend een arbeidersstad. De huren zijn echter niet marktconform. Europa ziet dit als staatssteun. En Amsterdam wordt een kennisstad. Maar gaat Amsterdam dan niet lijken op Parijs, met een rijke binnenstad en arme buitenwijken? Aanmelden voor de Amsterdam Lezing kan op www.uva.nl.

Tagged with: