Amsterdam wint ISOCARP Award

On 4 november 2011, in participatie, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Ontvangen op 26 oktober 2011 in Wuhan, China:

De avond begon rumoerig. Kwam het door het eten dat in de balzaal van het Marco Polo Hotel voortdurend werd opgediend? Of was het de Chinese vertaling die alles vertraagde? Hoe dan ook, woensdagavond 26 oktober ontving de Amsterdamse wethouder Maarten van Poelgeest uit handen van de president van de International Society of City And Regional Planners (ISOCARP), de Mexicaan Ismael Fernandez Mejia, de Award for Excellence voor de Structuurvisie Amsterdam 2040. De internationale jury waardeerde niet alleen het innovatieve proces van totstandkoming, maar ook de inhoud van het Amsterdamse plan, dat leefbaarheid paart aan demografische groei en ruimtelijke verdichting. De twee andere Awards gingen naar een groot bedouïnendorp in de Negev-woestijn in Israel en naar het openbare ruimteplan van Abu Dhabi. De uitreiking vond plaats in Wuhan, China, in het plaatselijke Marco Polo Hotel aan de oever van de Yangze. Eerder – eind 2010 – won Amsterdam ook al de Eurocities Award for Excellence, toen voor het participatieproces rond dezelfde structuurvisie.

De Amsterdamse wethouder sprak in zijn dankwoord uitvoerig over de open werkwijze bij de totstandkoming van het plan. De hele bevolking, zei hij, was actief betrokken geweest, vooral tijdens de Vrijstaat in de Tolhuistuin in oktober 2009. Zo’n open planning, voegde hij eraan toe, eist niet alleen van de planners een andere houding, maar ook van de betrokken bestuurders. Net als planners op grond van prognoses, kunnen politici niet meer alleen op grond van politieke stellingnames bepalen wat ze willen realiseren en dit vervolgens aan de bevolking opleggen. De bevolking formuleert de opgave voortaan zelf. Vrijheid voor de burgers om hun eigen lot in handen te nemen vond Van Poelgeest als verantwoordelijk bestuurder, zei hij, zeer belangrijk. “Stadslucht maakt vrij!” Alleen zo bouw je leefbare, duurzame en door mensen gewaardeerde steden. Het was muisstil in de zaal toen de wethouder zijn politiek bewogen boodschap sprak, het hartelijke applaus even later klonk al even politiek bewogen.

Tagged with:
 

Cadeautje van de president

On 29 juni 2011, in politiek, regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 28 juni 2011:

Nieuwe zomerreeks in NRC Handelblad: wereldsteden. Eindelijk eens geen toeristische suggesties voor stedentrips, maar informatie over de grootstedelijke realiteit. De eerste aflevering ging over Parijs. De titel klonk veelbelovend: ‘Le Grand Paris: de levende stad als Utopia’. Het resultaat viel tegen. Jammer dat de journalist, Dirk Vandenberghe, zich richtte op het prestigeproject van Sarkozy (twee nieuwe metrolijnen, kosten 35 miljard euro, en de ontwerpen van tien ‘wereldvermaarde architectenbureaus’) en niet op de lokale planningscontext waarin deze politieke eenmansactie zich met veel bombarie richtte. Vandenberghe begint goed door de transformatie van Place de la Republique als uitgangspunt voor zijn reportage te nemen. Hij vergeet erbij te vermelden dat die actie plaatsvindt op instigatie van de burgemeester Delanoë, die al heel wat langer zijn ambt bekleedt dan Mr. Sarkozy het zijne. Stadsontwikkeling is politiek, zeker in Parijs. Het aanleggen van stadsstranden, het introduceren van stadsfietsen, het verbeteren van de openbare ruimte voor voetgangers, het overbruggen van de kloof tussen het centrum binnen de ring, tevens gemeentegrens, en daarbuiten, kortom het leefbaarder maken van Parijs is de agenda van het links-groene college dat de stadsstaat Parijs nu al tien jaar (sinds 2001) bestuurt. ’Le Grand Paris’ van Sarkozy is een recente rechtse presidentiële interventie in het tienjarige bottom-up proces van groeiende regionale samenwerking, genaamd ‘Paris Métropole” – een proces dat overigens treffende gelijkenis vertoont met de groeiende samenwerking binnen de ‘Metropoolregio Amsterdam’.

Hugo Bevort, directeur van het kabinet  van Pierre Mansat, wethouder sinds 2001 van regionale samenwerking rond Parijs, wilde het ons wel vertellen. Tot 2000 bestond er feitelijk geen samenwerking tussen Parijs en haar buurgemeenten. Binnen de grenzen van Parijs, die samenvallen met de inmiddels gesloopte negentiende eeuwse vestingwerken waar tegenwoordig de Boulevard Périphérique loopt, wonen ruim twee miljoen mensen. Daarbuiten leven nog eens acht miljoen Fransen die zich ook Parijzenaar voelen. Het bestuurlijke stelsel van Frankrijk is enorm versnipperd, zo ook in en rond Parijs. Ile-de-France bestaat uit bijna 1300 gemeenten en acht departementen. Iedereen leefde langs elkaar heen. “For a long time, the metropolis has been a de facto situation without any political translation.” Daar kwam verandering in toen Delanoë en Mansat aan de macht kwamen. Heel geleidelijk, van onderop, bouwden zij de regionale samenwerking uit. “This approach does not consist in bringing up a ready-made solution for discussion, which would be downright presumptious, but rather in mapping out a political path to build Paris Métropole.” Parijs startte een dialoog met haar buurgemeenten op basis van gelijkwaardigheid, gezamenlijk namen ze concrete, alledaagse vraagstukken als uitgangspunt voor publiek debat, ze bouwden aan een participatieve democratie, ze organiseerden in 2006 een grote metropolitane conferentie, het was de geboorte van ‘Paris Métropole’. “The metropolitan conference thus became a place – often termed as informal – but the absence of power doesn’t exclude a good organization, an agenda, a programme and people who act.” Sindsdien heeft elke gemeente een stem in deze conferentie, die jaarlijks plaatsvindt. Daar wordt democratisch over de toekomst van Groot Parijs besloten. Het jaar na de conferentie trad er een nieuwe, rechtse president aan, die zich niets gelegen liet liggen aan dit regionale bottom-up proces. Die selecteerde gewoon tien buitenlandse architecten, waaronder het Nederlandse MVRDV, die grootschalige plannen voor Parijs ontwierpen; het waren ’Grands Projets’ die natuurlijk zonder gevolg bleven. Daarna besliste hij dat Parijs twee nieuwe metrolijnen nodig had en doneerde daarvoor nog eens 35 miljard euro. ’Paris Métropole’ ontmoet hier ‘Le Grand Paris’. De president wordt bedankt.

Cruise- en muziekstad

On 26 april 2011, in infrastructuur, muziek, by Zef Hemel

Gehoord in Felix Meritis op 21 april 2011:

Voor even herleefde de Vrijstaat Amsterdam. In de Shaffyzaal van Felix Meritis ontving ik vorige week donderdag als eerste gast Rene Kouwenberg, directeur van de Passenger Terminal Amsterdam (PTA). Hij vertelde over de groeiende cruisemarkt die Amsterdam financieel geen windeieren legt. Per jaar doen meer dan 120 cruiseschepen Amsterdam aan (ter vergelijking: in Rotterdam 20 à 25 schepen). Somige schepen tellen meer dan 2000 passagiers. Die hebben alle slechts 12 uur om te spenderen. Vooral de Bijenkorf profiteert van hen. Afgelopen week nog, vertelde hij, arriveerde het duizendste schip sinds de opening, eind 2000, op de kade van de PTA. Dat was veel eerder dan verwacht. De bijna drie uur durende tocht van de Noordzee naar Amsterdam vond hij geen tijdverlies, maar juist een asset. De passagiers leerden hierdoor Nederland goed kennen: de sluizen, de polders, de laaggelegen stad. Kouwenberg wilde zelfs een beeldenroute langs het Noordzeekanaal om de vaarweg te verlevendigen. Hij zat ook dringend verlegen om een tweede terminal. Dit jaar moest hij al zes schepen nee verkopen vanwege beperkte kadelengte (600 meter), waardoor deze veroordeeld waren tot ontscheping in de containerterminal in Westpoort. Ook komend jaar zullen, zo is nu al duidelijk, zeker vier à vijf schepen niet bij de PTA kunnen afmeren. Ook een grotere zeesluis achtte hij dringend geboden want de grootste schepen kunnen Amsterdam nu niet aandoen. Concurrenten van Amsterdam zijn Kopenhagen en Southampton. O ja, twintig procent van de passagiers verlaat het schip op eigen gelegenheid, tachtig procent gaat georganiseerd. Soms gebruikt men daarvoor de rondvaartboot vanaf de Zouthaven, maar vaker gebeurt alles met de touringcar. Is de cruisemarkt wel duurzaam?, vroeg iemand in de zaal. Kouwenberg repliceerde dat de nieuwste schepen voor dat predicaat in aanmerking komen, maar hij beaamde dat er in dat opzicht nog veel te winnen valt.

De tweede gast was Tino Haenen, directeur van het Muziekgebouw aan het IJ. Hijzelf kwam uit Brussel en was aangetrokken om het Amsterdamse muziekgebouw op de internationale kaart te zetten. Vandaar de donderdagavondconcerten. Aan het gebouw, voegde hij eraan toe, zelf ligt het niet; dat is volgens hem uitmuntend en heeft een prachtige acoustiek, al was de entree via de brug ronduit ongelukkig. Ook de Nederlandse muziekcultuur vond hij opmerkelijk; het feit dat op dit moment overal in het land passiemuziek ten gehore wordt gebracht zei hem genoeg. Nederlanders zingen in koren, in operagezelschappen en op de Nederlandse radio worden soms hele concerten uitgezonden. Met het nabijgelegen conservatorium echter heeft hij niet veel contact. De afstand is weliswaar gering, maar de route is onaangenaam en ‘s avonds ronduit gevaarlijk – zijn vrouw zou hij nooit die afstand laten afleggen. Trouwens, conservatoriumstudenten hebben geen tijd om naar muziekuitvoeringen te komen en van de buurman – de cruiseterminal – had hij eerder last dan profijt. Toch moest hij bekennen dat die afgemeerde schepen naast zijn werkkamer wel imposant zijn; als ze wegvaren lijkt het alsof zijn kantoor van de kade wegdrijft. Zijn publiek is vrij jong en komt overwegend uit de Randstad. Steve Reich was laatst te gast, maar tijd voor een avondje stappen in Amsterdam was er niet geweest. Ook Haenen, nu bijna drie jaar in Amsterdam werkzaam, komt eigenlijk zijn gebouw niet uit. Wat hij van Amsterdam vindt? Tegelijk internationaal en provinciaals. De Hollanders zijn brutaal en direct, zegt hij, maar echt nader tot ze kom je niet. En kosmopolitisch kun je ze niet noemen. Brussel is veel meer dan Amsterdam een wereldstad. Vond hij. Ik geloofde hem op zijn woord. Een bijzondere man.

Tagged with:
 

Republiek Amsterdam

On 12 januari 2011, in politiek, by Zef Hemel

Gezien op straat op 7 januari 2011:

Sinds 15 oktober 2010, de dag waarop het kabinet Rutte aantrad, worden er in Amsterdam stickers geplakt op straatnaamborden. In plaats van de vermelding van het bewuste stadsdeel staat er nu ‘Republiek Amsterdam’ te lezen. Op facebook en op Twitter (@republiek020) staan berichten die refereren aan de republiek. Het is alsof de Britse kunstenaar Banksy in onze hoofdstad aan het werk is gegaan. Echter, het heeft er meer de schijn van dat het een politiek getinte actie is – eentje van verontwaardigde cosmopolitische medeburgers. AT5 volgt ze op de voet, maar heeft bij mijn weten nog geen tip van de sluier opgelicht. De werkelijke daders maken zich niet bekend.

Deze actie verdient natuurlijk onze sympathie. Liever nog had ik gezien dat de anonieme daders de Vrijstaat Amsterdam hadden uitgeroepen. En dat ze de hele metropoolregio erbij hadden betrokken. Want ook in Hoofddorp, Almere, Purmerend en Haarlem hebben de mensen recht op toetreding tot de Vrijstaat. Sterker, het uitroepen van de ‘Metropool Amsterdam’’ door de verzamelde bestuurders uit de Amsterdamse regio op 14 december 2007 – een moedige daad die zelfs het NOS-journaal heeft gehaald – kan alleen maar als een overeenkomstige actie worden opgevat: de behoefte om zich te onderscheiden van, en om zich af te zonderen van het Koninkrijk. Alles ironie natuurlijk. Maar met tweeënhalf miljoen inwoners zou de Republiek Amsterdam ook eerst echt levensvatbaar zijn. Iets voor de Provinciale Statenverkiezingen?

Tagged with:
 

Verboden te dromen

On 9 december 2010, in ethiek, participatie, stedenbouw, by Zef Hemel

Gehoord in De Rode Hoed in Amsterdam op 7 december 2010:

De bijeenkomst in De Rode Hoed afgelopen dinsdagavond ging over ‘Gedroomde stedebouw’. Wouter Veldhuis van MUST presenteerde zijn ontwerp voor de Amstelscheg en Danielle Huls en Mascha Onderwater van B+B toonden hun ontwerp voor de Sloterplas. Het waren ‘gedroomde’ ontwerpen, allemaal even mooi bedacht, bestemd voor de Vrijstaat Amsterdam, waar duizenden mensen vorig jaar gesprekken hadden gevoerd over de toekomst van Amsterdam. Hoogleraar Maurits de Hoog reflecteerde op het geheel. Hij rekende de Vrijstaat tot het ambacht van het verkennen. Dat ambacht hoorde bij de stedebouw. Daarnaast was er de realisatie, het daadwerkelijk bouwen aan de stad. Fraaie voorbeelden liet hij zien uit de Amsterdamse stedenbouwpraktijk van de afgelopen tien jaar. Allemaal werk van de Dienst Ruimtelijke Ordening en anderen. Het was een mooie, serene avond met een dromerig publiek.

De avond werd alleen even ruw verstoord door de boosheid van Veldhuis. Eigenlijk wilde de ontwerper van MUST het helemaal niet over de Amstelscheg hebben. De grootschalige sloop in Nieuw-West vond hij veel relevanter. Die  noemde hij een nachtmerrie. 3000 woningen waren de afgelopen jaren in Amsterdam gesloopt! En ondanks de crisis hield het slopen maar niet op. Hij toonde een grasveld waar een jaar geleden nog de Pius X-kerk had gestaan, alleen maar gesloopt omdat het stadsdeelbestuur van Slotervaart de op handen zijnde monumentenstatus wilde voorkomen. Nu was er helemaal niets meer en voorlopig werd er ook niet gebouwd. Het maïsveld op de Zuidas vond hij net zo’n aanfluiting. En kijk eens naar al die afzichtelijke leegstaande kantoorgebouwen! Hij toonde kaarten van lege terreinen in de stad, allemaal sloopvelden. Te weinig kunstenaars had de stad, smaalde hij, om al die lege velden te vullen. “Ze hebben onze stad kapotgemaakt!” Zijn woede was begrijpelijk. Het was precies deze neoliberale praktijk van stadsontwikkeling – waarbij iedereen door geld en macht verblind werd – waarop de Vrijstaat een antwoord probeerde te formuleren. De Vrijstaat was een schuilplaats geweest, een onschuldige plek waar iedereen zich zes weken lang vrij had mogen voelen. Mascha Onderwater vroeg daarop aan de curator van de Vrijstaat hoe het nu verder ging.

Tagged with:
 

Vrijstaat in De Rode Hoed

On 5 december 2010, in participatie, by Zef Hemel

Dinsdag 7 december 19.45 uur in De Rode Hoed:

De Franse president Sarkozy bij de opening van de expositie over 'Grand Paris'.   Foto Reuters

Komende dinsdagavond staat de Vrijstaat Amsterdam geprogrammeerd in De Rode Hoed in Amsterdam. Titel: Gedroomde Stedenbouw. Het betreft het tweede deel in een serie gesprekken over ‘polderen bij de verstedelijking’. Het eerste deel vond plaats op 4 november. Toen ging het over thematisering van buurten om leefstijlcategorieën te binden en sprak onder anderen architect Wilfried van Winden. Komende avond gaat over participatieprocessen. Hoe kunnen burgers actief bijdragen aan de ontwikkeling van hun stad? Wouter Veldhuis van MUST en bureau B+B spreken over hun inzendingen voor de Vrijstaat, hoogleraar stedenbouw Maurits de Hoog reageert, ikzelf houd een korte inleiding.

Zal ik Sloterdijk citeren? Bij de opening van de Vrijstaat Amsterdam sprak de Duitse filosoof over de vijf bouwheren van de stad: de nachtmens (homo nocturnus), de politieke mens (homo politicus), de ondernemende mens (homo mercator), de regenererende mens (homo restaurandus) en de spelende mens (homo ludens). Als de stedenbouwkundige hun behoeften volgt, zal hij de natuurlijke, organische stad volgens Aristoteles bouwen. Was dit niet denken dat ten grondslag lag aan de Vrijstaat? Of zal ik vertellen over het project Grand Paris van Nicolas Sarkozy? Tien sterachitecten kregen van de Franse president de opdracht in zeven maanden tijd een ontwerp te maken van een duurzamer Groot-Parijs. Het project in Parijs viel in de tijd samen met de Vrijstaat Amsterdam, maar leek lichtafstanden verwijderd. Sterker, met de Vrijstaat hebben we ons bewust afgezet tegen de pretenties en de sterallures van grote ontwerpers en vroegen in plaats daarvan de stedenbouwkundigen om ontwerpen te maken waarbinnen mensen zoveel mogelijk ruimte kregen hun eigen ding te doen. Wat dat met gedroomde stedenbouw te maken heeft weet ik niet. Daar in Parijs, dat was dromen, ver verwijderd van de realiteit.

Tagged with:
 

Eurocities Award voor Amsterdam!

On 4 november 2010, in internationaal, participatie, by Zef Hemel

Gehoord van Corry Dekker e.a. op 3 november 2010:

Vrijstaat Amsterdam heeft de Eurocities Award (participation) 2010 gewonnen! Dat werd gisteravond bekend gemaakt in Zaragoza, Spanje. We wisten dat we genomineerd waren, maar we schatten onze kansen gering. In de categorie ‘cooperation’ was Eindhoven met Brainport een goede kanshebber en die Brabantse stad heeft inderdaad z’n prijs gewonnen. Eindhoven dus gefeliciteerd! In de categorie ‘innovation’ won Barcelona. Maar vervolgens moest de winnaar in de laatste categorie – ‘participation’ – worden gekozen. Als eenmaal een Nederlandse stad een prijs krijgt, verwacht je niet dat de jury nog een tweede Nederlandse stad onderscheidt, dus we dachten dat we verloren hadden. Tenminste, in Nederland zou een jury nooit tot zoiets besluiten. Stel je voor, je reikt drie prijzen uit aan steden en je geeft twee van de drie prijzen aan steden in Twente. Dat doet een Nederlandse jury toch niet? In Europa heeft men daar minder moeite mee. Als een stad iets goed doet, honoreert Europa dat gewoon met een onderscheiding.

Vrijstaat Amsterdam was de Amsterdamse bijdrage aan de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam 2009. Thema: Open City. Bijna 8000 Amsterdammers brachten een bezoek aan de Tolhuistuin in Amsterdam-Noord, waar tien maquettes van evenzovele vrijstaten stonden opgesteld. Bijna dertig avonden werd er geprogrammeerd, alles wat gezegd werd droeg bij aan het maken van de nieuwe structuurvisie voor Amsterdam en omgeving. U kunt de verslagen van de avonden nog op deze blog nalezen. U begint gewoon op 26 september 2009 en eindigt op 5 november 2009. Overigens, de ideeën en inzichten gonzen nog na in de stad en de nieuwe structuurvisie ligt op dit moment bij de drukker om te worden vereeuwigd. Alle ontwerpers van de negen stedenbouwkundige bureaus en alle medewerkers van de Dienst Ruimtelijke Ordening die hebben bijgedragen aan het succes van de Vrijstaat Amsterdam, ik dank jullie heel hartelijk en bij deze: ook jullie gefeliciteerd!

Tagged with:
 

Homo lulu

On 19 september 2010, in filosofie, by Zef Hemel

Gelezen in Vrijstaat Amsterdam/Free State of Amsterdam (2010):

Daar is ie dan. De lezing, nu op schrift, van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk bij de opening van de Vrijstaat Amsterdam. Verschenen in een boekje, uitgegeven door de Dienst Ruimtelijke Ordening van de gemeente Amsterdam. Titel: ‘Samenlevingsdesign in de open stad’’. Na de voordracht in de Tolhuistuin in Amsterdam-Noord, vorig jaar september, heeft Sloterdijk de door ons toegezonden geluidsband zorgvuldig bewerkt en gereed gemaakt voor publicatie. Vervolgens heeft Hans Driessen de Duitse tekst in het Nederlands vertaald. En heeft de Duitse vertaler van zijn teksten een Engelse versie afgescheiden. Alles is nu bij elkaar gebracht in een handzaam boekje dat schitterend is vormgegeven door Martijn Mulder van Beautiful Minds. Een prachtig relatiegeschenk. Ik citeer het slotbetoog, waar Sloterdijk de belangrijkste bouwheer van de stad van de eenentwintigste eeuw opvoert: de homo ludens luxurius  – homo lulu – in de persoon van de toerist, te gast in de stad.

“Als verslonsde flaneurs hebben de toeristen van tegenwoordig alle attractieve steden in bezit genomen; ze werken op die manier mee aan de stedenbouwkundige imperatieven, onder invloed waarvan de urbane complexen van morgen zich ontwikkelen. Omdat het toerisme overige takken van industrie inmiddels heeft ingehaald, ligt het voor de hand dat het niet in de laatste plaats de aan de noodzaak ontsnapte mens zal zijn, de nomadische, op het overbodige verliefde homo ludens, die zich met zijn behoefte aan prikkeling, fascinatie en vrijblijvendheid zal opwerpen als een van de belangrijkste bouwheren van de stad van morgen. Dit geldt niet alleen voor gecertificeerde speelparadijzen als Monaco, Macao of Las Vegas, alle metropolen van de toekomst zullen mede worden gebouwd door mensen die aanwezig zijn alsof ze alweer ergens anders zijn. Ludieke stad, luxueuze stad: de homo lulu zal weten weten waar hij zich op zijn gemak voelt.”

Tagged with:
 

Een zoöpolitieke opgave

On 28 juni 2010, in filosofie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Regels voor het mensenpark’ (1999) van Peter Sloterdijk:

De kabinetsinformatie gaat de volgende fase in. Ondertussen lees ik Sloterdijk. Het oeuvre van de Duitse filosoof, moet ik bekennen, lees ik in omgekeerde volgorde. Dit keer was het ‘’Regels voor het mensenpark’, zijn geruchtmakende essay dat in 1999 in Die Zeit verscheen. Ik las het de afgelopen dagen vier keer en nog ben ik niet uitgelezen. Ze blijkt nog brandend actueel. Dat het een aardschok veroorzaakte in Duitsland wil ik wel geloven, maar schokkend vond ik het als Nederlander anno 2010 zeker niet. Eerder veelbetekenend. Het gaat over de mens als temmende en telende macht. “Waar huizen staan, daar moet beslist worden wat er met de mensen die er wonen moet gebeuren; in de daad en door de daad wordt beslist welk soort huizenbouwers de suprematie krijgt.” Dat zijn verhelderende woorden bij de huidige kabinetsinformatie. Sinds Plato, aldus Sloterdijk, “bestaan er geschriften die over de mensengemeenschap spreken als over een zoölogisch park dat tegelijk een themapark is; het houden van mensen in parken of steden lijkt van nu af een zoöpolitieke opgave. Wat zich als nadenken over politiek voordoet, is in werkelijkheid een grondslagenonderzoek naar regels voor het beheer van mensenparken.” Mensen houden zichzelf, in zelfbedachte parken. Zoiets. “Mensen zijn zelfverzorgende, zelfhoedende wezens die – waar ze ook leven – een parkruimte om zich heen creëren.” In de Politikos van Plato gaat het niet alleen “om het temmend sturen van de uit zichzelf al tamme kuddes, maar om een systematisch nieuw telen van dichter bij het oerbeeld staande menselijke exemplaren.” Kijk, nu wordt het gevaarlijk. De behoedzame herderskunst van Plato blijkt het door middel van telen sturen van de reproductie. Het gaat erom dat de staatsman “de voor de gemeenschap gunstigste eigenschappen van vrijwillig bestuurbare mensen op de meest effectieve wijze weet te vervlechten, zodat onder zijn hand het mensenpark een optimale zelfregulering bereikt.” Dapperheid en bezonnenheid moeten gelijkmatig in het weefsel van de gemeenschap worden opgenomen. Onderwijs, gezondheidszorg, volkshuisvesting, stedenbouw, het is allemaal hoeden en telen.

Sloterdijk besluit met de opmerking dat dit soort wijze oude teksten niet meer worden gelezen. Ze worden nog slechts gearchiveerd. Wij zijn volgens hem al ver voorbij het humanisme. “Voor de weinigen die nog in de archieven rondkijken, dringt zich het idee op dat ons leven het warrige antwoord is op vragen waarvan we vergeten zijn waar ze gesteld werden.” Hem stoort het dat er zo weinig wordt nagedacht over het wezen van de mens. Het mooiste vond ik nog het citaat dat in het begin van de Nederlandstalige editie uit Le Monde wordt opgevoerd. Tijdens het naoorlogse existentialisme domineerde het wantrouwen; toen werd de mens gezien als een wezen, veroordeeld tot vrijheid. “Onze tijd echter wordt beheerst door de parolen coöperatie en communicatie. Daardoor zitten wij gevangen in een andere paradox: wij zijn veroordeeld tot het vertrouwen.” Onze vrijheid is onbegrensd. Daarom zijn er zoveel regels.

Tagged with:
 

Droommaquette

On 14 januari 2010, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Lofzang op de luiheid’ (2009) van Bureau B+B:

Met de jaarwisseling kreeg ik over de post toegestuurd een exemplaar van ‘Lofzang op de luiheid’. De mooi verzorgde publicatie verhaalt van het ontwerp van landschapsarchitectenbureau B+B voor de Vrijstaat Amsterdam, voor de Sloterplas en omgeving. "Wij zouden de Sloterplas willen zien als een Luilekkerland, dat we kunnen bezingen in een mooi gedicht. Waar de mensen de verveling kunnen vieren, waar luiheid en liefde de belangrijkste waarden zijn. Waar lekker gegeten kan worden en waar sprookjes en dromen de ultieme uitingen van vrijheid zijn." Het ontwerp betrof een verlichtingsplan voor de bomen en het water in en rond de Sloterplas. In de tentoonstelling van de Vrijstaat was dit plan in een maquette 1:1000 mooit te zien. "In de maquette is het verlichtingsplan weergegeven door groeiende magische bomen die tijdens de tentoonstelling letterlijk de hemel in groeien. Een groeiproces waarvan we het eindresultaat niet op voorhand kunnen weten." Op het eind lees ik in extenso over het fabriceren van de inktzwarte maquette. Dat is lang nadat ik een bezoek bracht aan het bureau aan de Herengracht en in een van de achterkamers verzeild raakte in een soort laboratorium waar proeven werden gedaan met chemicaliën. Ook de zes weken expositie tijdens welke de maquette was uitgegroeid tot een kleurrijk, wild bloemkoollandschap liggen alweer weken achter me. Met weemoed denk ik aan de maquette terug.

Ik lees: "We kopen 15.000 bomen in Duitsland, 100 platen zwart foamkarton, 1500 gelaserde kartonnen bomen. Gebruiken 100 pipetten, duizenden tissues en make-up watjes, tientallen plastic bekertjes, zijn elke dag bij Van der Linde, bellen Labstuff, ROvorm, Rijnja en Swift Koeriers. We gebruiken 5 kilogram zout, 5 liter gedestilleerd water, 1 liter ammoniak, 50 infuuszakken en 10 verschillende soorten lijmen. En we laten siliconen overkomen uit Engeland voor een droommaquette in Amsterdam." De droommaquette, hij is niet meer.

Tagged with: