Model voor de stad van de 21e eeuw

On 26 augustus 2013, in internationaal, literatuur, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 12 april 2013:

Alweer een optimistisch boek. Mooi interview ook met de Pakistaanse schrijver Moshin Hamid in NRC Handelsblad. Hamid schreef ‘How to get filthy rich in rising Asia’, een zelfhulpboek in romanvorm over een arme jongen uit een dorp in Pakistan die naar de grote stad verhuist, daar onderwijs krijgt en rijk probeert te worden. De toon is licht satirisch. De grote stad in kwestie is Lahore. Hamid: “Neem mijn stad: Lahore. Ik ben 41. Toen ik werd geboren had de stad 1 miljoen inwoners, nu ruim 10 miljoen en als mijn kinderen oprgroeien vast 15 miljoen. Overal zie je nu hoge gebouwen uit de grond schieten. Dicht bij ons is plotseling een groot winkelcentrum verrezen. Op de plek van huizen waar ik met vriendjes speelde, staan nu gebouwen van twintig verdiepingen. In nog niet eens één mensenleven! Het is ongelooflijk. Ik denk dat Lahore in veel opzichten beter model kan staan voor de stad van de 21ste eeuw dan Londen of New York.”

Voor Floris van Straaten, die Hamid interviewt, is deze passage aanleiding om alle negatieve kanten van de snelle verstedelijking nog eens te beklemtonen – corruptie, bruut geweld, armoede –, maar Hamid wil daar niets van weten. Over de nieuwe stedelingen zegt hij: “Het verandert hun leven ingrijpend, vooral ten goede. Zelfs als je mensen in een sloppenwijk vraagt of ze terug willen naar hun dorpen, zullen ze nee zeggen. Vergeleken met de feodale verhoudingen op het platteland, voelen ze zich vrij. Daar hadden ze geen mobiele telefoons, minder geld en minder te eten.” Misdaad en corruptie beschouwt Hamid als tijdelijke verschijnselen. “Ook in de VS was alles in de jaren twintig totaal corrupt in steden als New York en Chicago. Ierse bendeleiders en maffiabazen lieten rustig mensen vermoorden. New York was zelfs in de jaren zeventig nog uitermate gewelddadig. Toch zijn zulke trends omkeerbaar. In de loop van de twintigste eeuw heeft de Amerikaanse regering de toestand geleidelijk aan onder controle gekregen. Dat is ook wat landen als Pakistan nodig hebben. De bevolking wil dat ook.” Van Straaten noemt het een tamelijk optimistische kijk op de wereld, maar overal ter wereld geldt: de grote stad is beter voor je, er is meer werk, de salarissen zijn hoger, je bent beter met de wereld verbonden.

Tagged with:
 

Metropool als middelpunt

On 10 juli 2013, in internationaal, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in Rijksbrede Trendverkenning (juni 2013):

Onlangs verscheen een trendstudie met de zeventien belangrijkste trends in de wereld tot 2025 op een rij. Beleidsmedewerkers op rijksniveau moeten er de komende jaren mee aan de slag, tenminste als het aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken ligt. Het gaat om thema’s waar interdepartementale activiteiten zich volgens haar op zouden moeten richten en waar bestaand beleid aan getoetst zou moeten worden. De eerste trend is een demografische: meer huishoudens, andere samenstelling. De tweede: de metropool als middelpunt. Onze steden groeien en worden steeds meer onderdeel internationale netwerken. Veel jongeren verhuizen naar grote steden. Het platteland krimpt. “De ontwikkeling van de positie van steden ten opzichte van de nationale staat kan verschillende kanten op. Een belangrijke vraag is of (mega)steden een machtiger positie gaan verwerven dan de nationale staat. Een andere belangrijke vraag is welke rol steden en stedelijke regio’s gaan spelen op het internationale toneel. Worden zij een zelfstandige factor van belang, die zelfstandig probeert de internationale agenda’s te beïnvloeden? En wat betekent het toegenomen belang van de stad voor de internationale verhoudingen?”

Ik lees het na een dag waarin studenten afkomstig van eenentwintig universiteiten uit steden van over de hele wereld op de Universiteit van Amsterdam samenkomen voor een vierdaagse International Undergraduate Research Conference over ‘Urban Challenges’, waarin tegelijkertijd een tiental studenten planologie van de School of Urban Planning uit Moskou Amsterdam bezoeken om te leren over duurzame stadsontwikkeling en waarbij twaalf masterstudenten van de ETH uit Zürich vier dagen lang in Amsterdam verblijven om te leren van binnenstedelijke ontwikkeling. Op dezelfde dag wordt er bij de Afdeling Planologie van de UvA een Urban China Seminar gehouden over de toekomst van de Chinese steden met professor Fulong Wu van University College London, en organiseert het Centre for Urban Studies aan de UvA volgende week een Summer School over Housing, People and City Spaces. Allemaal in het centrum van Amsterdam. Is dit een trend?

Tagged with:
 

Offers brengen

On 26 februari 2013, in politiek, regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Zeven wereldsteden’ (1966) van Peter Hall:

Het grote regionale ontwikkelingsplan van Parijs uit 1960 – PADOG – stond de bouw van nieuwe steden niet toe. Waarom? Omdat de planners meenden dat zulke nieuwe steden nog meer mensen naar de Franse hoofdstad zouden lokken. Alle groei moest worden ondergebracht binnen de agglomeratie òf op grote afstand van Parijs, in steden als Rouaan, Amiens, Troyes en Orléans. Parijs achtte men destijds al te groot. Critici echter meenden dat de omvang van de agglomeratie het probleem niet was. Het werkelijke probleem van Parijs waren in hun ogen de achterblijvende voorzieningen: goed openbaar vervoer, scholen, winkelcentra, sportvelden enzovoort. Vijf jaar later haalden de planners bakzeil: Parijs zou alsnog vijf nieuwe steden krijgen; de agglomeratie zou daarmee polycentrisch worden. Ook besloot men tot de aanleg van een RER-systeem van snelle treinen naar de voorsteden. Het kwam echter allemaal te laat. Peter Hall merkte in 1966 op dat Parijs de achterstand op een metropool als Londen nooit meer in zou kunnen lopen.

Nog steeds kampt Parijs met een chronische achterstand in het leveren van goede voorzieningen in de ‘trieste’ voorsteden. De huidige sociale problemen in de banlieus komen hieruit voort. Oud-president Sarkozy wilde hierin een inhaalslag maken door twee nieuwe regionale metrolijnen – kosten 30 miljard euro – aan te leggen, maar die liggen bij de nieuwe regering nu onder vuur. De achterliggende reden is de chronische onwil bij de politiek om Parijs te laten groeien. De situatie van nu verschilt in dat opzicht niet wezenlijk van die van 1965: “De uitvoering van het plan zou een zware druk leggen op de Franse economie; er zouden misschien zelfs offers gebracht moeten worden door ‘de provincie’,” aldus Peter Hall in 1966. De Britse geograaf concludeerde: “Het zal een geheel andere instelling eisen van de plaatselijke bestuursorganen binnen de wereldstedelijke agglomeratie, misschien zelfs een andere structuur van die organen.” Als Paris Métropole anno 2013 geen formele status krijgt en de metroplannen van Parijs op de lange baan worden geschoven, zingt Frankrijk nog steeds hetzelfde liedje en lijken de Fransen nog altijd niet tot metropoolvorming bereid.

China without tweets

On 3 februari 2013, in internationaal, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in Wired van 2 februari 2013:

Een van de leukste websites van de laatste tijd is www.tweetping.net. Het betreft een real-time visualisatie van al het tweet-verkeer van over de hele wereld. Zodra je de pagina opent begint het te stromen. Webontwerper Franck Ernewein heeft de site ontwikkeld. Nathan Hurst schreef er een kort artikel over in Wired. De wereldkaart is afgebeeld als een nachtkaart, de tweets lichten op, onderin de pagina zie je de score per continent. Hoe meer tweets, hoe feller de plek oplicht. Grote steden springen er direct uit. Met tweetping krijg je opnieuw een goed beeld van het dominante verstedelijkingspatroon in de wereld, net zoals enkele jaren terug de eerste nachtelijke satellietbeelden van de aarde waarop de verlichting te zien is ons verrasten. Tweetping is dynamischer en daardoor leuker; telkens wanneer je hem opstart bouwt het beeld zich weer op. Ik kan er uren naar kijken.

Het grote verschil met alle nachtelijke satellietbeelden is dat bij tweetping China aardedonker blijft. Dat land kleurt nog donkerder dan donker Afrika. Geen spoor van twitterverkeer in het hart van Azië, terwijl de hele Pacific Rim juist fel oplicht: Japan, Korea, Java, Sumatra, Bangkok. Het zwarte gat wordt verklaard door het feit dat de Chinese overheid het twitteren onmogelijk heeft gemaakt. Hierdoor realiseer je je dat tweetping niet zozeer de mondiale verstedelijking afbeeldt, maar de wereldwijde communicatie, met de belangrijkste steden als knooppunten. China communiceert niet met de rest van de wereld. Europa doet nog wel stevig mee, al overtreffen de aantallen Aziatische tweets, ook zonder China, nu al bij verre de Europese. En kijk eens naar Istanbul, Moskou en Dubai!

Tagged with:
 

Een tweede Moskou

On 22 november 2011, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 3 september 2011:

Afgelopen week weer een uitnodiging ontvangen om Moskou te komen adviseren. In 2006 was ik er voor het laatst. Zouden ze iets met mijn adviezen van destijds hebben gedaan? De Moskouse regio telde toen 10,4 miljoen inwoners. Inmiddels zijn het er al meer dan elf miljoen. Eigenlijk bestaat Groot-Moskou uit 79 steden, elk meer dan 100.000 inwoners, en 6200 dorpen. Het geheel is ringvormig uitgebouwd – een restant van de modelmatige centrale planning. Naarmate men het centrum dichter nadert, groeit de dichtheid. De contrasten tussen de stad en de regio waren destijds al enorm, terwijl de bossen en landerijen in hoog tempo verdwenen. Uiteindelijk moest er een grote ringweg worden aangelegd, die de perifere steden zou ontsluiten, maar die vormde een nog grotere bedreiging van de aangevreten recreatieve stadslandschappen: Russen verblijven in de zomer graag op hun datsja’s. Door de stedelijke druk stegen de grond skyhigh, waardoor de stedelingen grote moeite kregen een huisje of tuintje op het land te bemachtigen en steeds verder naar buiten moesten trekken. Ondertussen groeide de arbeidsmigratie naar de Russische hoofdstad onverminderd. De ring van intensief bebouwde gebieden rond de stad groeit daardoor snel naar buiten, van 12 tot 15 kilometer tot het centrum in 1980 naar 18 tot 20 kilometer in 2005. “The powerful old radial directions are being supplemented by fragments of ring highroads connecting settlement districts located along that ring at the same distance from Moscow.” Dit proces, verzucht Alla Melamed van het Instituut van het Masterplan voor Moskou, is nu eenmaal kenmerkend voor metropolen als Moskou, Londen en Parijs. “It serves as a testimony to the intensive development of the area around really big cities but also tends to pose considerable and sometimes formidable problems for Moscow Region as a whole, with its almost old idea of ‘green wedges’ in inter-radial sectors.”

In De Volkskrant van 3 september 2011 las ik in een artikel van Arnout Brouwers dat president Medvedev een groot gebied ten zuidwesten van de stad heeft uitgekozen voor de bouw van een compleet nieuwe stad, met alle infrastructuur die daarbij hoort. Het bestaande autowegennet en metronetwerk kan de stromen niet meer aan, beide zijn totaal overbelast. De nieuwe stad zal volgens burgemeester Sobjanin  60 miljoen vierkante meter voor nieuwe woningen reserveren en nog eens 45 miljoen vierkante meter voor nieuwe bedrijven en kantoren. Twee miljoen mensen komen er te wonen en te werken. Ook een deel van de regeringsgebouwen zal ernaartoe worden verplaatst. In ‘Moskou slokt de provincie op’ lees ik: “De komende twee jaar zijn nodig om de uitbreiding van Moskou wettelijk vast te leggen en daarna nodigt Sobjanin ‘de knapste koppen van de wereld’ uit om uitgewerkte plannen te maken voor de stadsuitbreiding.” Nu pas doorgrond ik de uitnodiging. Wat een verschil met Amsterdam. Moskou, ik hou me aanbevolen.

Tagged with:
 

Forest City

On 10 november 2011, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gelezen in ‘When a Billion Chinese Jump’ (2010) van Jonathan Watts:

‘When a Billion Chinese Jump’ van de Britse journalist Watts is een beangstigend boek. Het schetst de actuele situatie in China vanuit het perspectief van duurzaamheid en houdbaarheid. Watts weet het zeker: China gaat de komende twintig jaar bepalen of wij allen op deze planeet aarde zullen overleven of niet. De ondertitel van zijn boek luidt dan ook: ‘How China Will Save Mankind – Or Destroy it.’ Ik kon weinig anders ontdekken dan vernietiging. Het ziet er, kortom, niet best voor ons uit. In hoofdstuk 7 schetst hij de verstedelijking als hij de stad Chongqing in het hart van China aandoet, ‘the Coketown of the early twenty-first century’. De gelijknamige provincie telt alleen al 32 miljoen inwoners – dat is meer dan Irak, Peru of Maleisië. De hoofdstad telt 10 miljoen inwoners. Watts geeft nog enige cijfers: de afgelopen 10 jaar verhuisden 400 miljoen Chinese boeren naar de steden; Engeland telt vijf steden groter dan 1 miljoen inwoners – China telt er op dit moment al 120; in het eerste kwart van deze eeuw wordt de helft van alle nieuwe gebouwen in de wereld neergezet in China – 50.000 daarvan zijn nieuwe wolkenkrabbers; uiteindelijk hoopt men in China 120 miljoen hectare bouwland beschikbaar te houden voor voedselteelt. Gebeurt dit niet, dan zal het immense land zichzelf niet meer van voedsel kunnen voorzien.

Chongqing zal binnenkort groter zijn dan New York. De hoogste toren die er in aanbouw is – the Chongqing Super Tower -, zal ook veel hoger zijn dan het Empire State building. Haar burgemeester, Bo Xilai, wil de stad groener maken, net zoals hij eerder het oostelijk gelegen Dalian groener heeft gemaakt. Sterker, hij wil van Chongqing een ‘forest city’ maken. “Such was the rush to plant urban trees that other regions complained Chongqing had left no saplings for them.” Het typeert het waanzinnige tempo waarin er in China ontwikkeld wordt. Ook de vele hoogbouw boezemt Watts angst in. Hij vraagt zich af of dit nu wel duurzaam is. “As people move off the land and into the sky, they produce less and consume more.” Watts denkt zelfs dat er een moment komt dat de Chinesen de steden weer zullen verlaten. Sterker, hij stelt vast dat in veel Chinese steden nu al ernstige tekorten aan arbeidskrachten ontstaan, terwijl men eerder nog in de rij stond voor een baantje. Wie wil er nog in de supersteden leven? “The lure of the city had its limits.” Zeker, Bo Xilai doet er alles aan om zijn snel groeiende stad leefbaar te houden, maar hij kon wel eens te laat zijn, hoe hard hij ook bomen plant. We zullen zien. De komende jaren worden beslissend. Voor ons allemaal.

Tagged with:
 

Cadeautje van de president

On 29 juni 2011, in politiek, regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 28 juni 2011:

Nieuwe zomerreeks in NRC Handelblad: wereldsteden. Eindelijk eens geen toeristische suggesties voor stedentrips, maar informatie over de grootstedelijke realiteit. De eerste aflevering ging over Parijs. De titel klonk veelbelovend: ‘Le Grand Paris: de levende stad als Utopia’. Het resultaat viel tegen. Jammer dat de journalist, Dirk Vandenberghe, zich richtte op het prestigeproject van Sarkozy (twee nieuwe metrolijnen, kosten 35 miljard euro, en de ontwerpen van tien ‘wereldvermaarde architectenbureaus’) en niet op de lokale planningscontext waarin deze politieke eenmansactie zich met veel bombarie richtte. Vandenberghe begint goed door de transformatie van Place de la Republique als uitgangspunt voor zijn reportage te nemen. Hij vergeet erbij te vermelden dat die actie plaatsvindt op instigatie van de burgemeester Delanoë, die al heel wat langer zijn ambt bekleedt dan Mr. Sarkozy het zijne. Stadsontwikkeling is politiek, zeker in Parijs. Het aanleggen van stadsstranden, het introduceren van stadsfietsen, het verbeteren van de openbare ruimte voor voetgangers, het overbruggen van de kloof tussen het centrum binnen de ring, tevens gemeentegrens, en daarbuiten, kortom het leefbaarder maken van Parijs is de agenda van het links-groene college dat de stadsstaat Parijs nu al tien jaar (sinds 2001) bestuurt. ’Le Grand Paris’ van Sarkozy is een recente rechtse presidentiële interventie in het tienjarige bottom-up proces van groeiende regionale samenwerking, genaamd ‘Paris Métropole” – een proces dat overigens treffende gelijkenis vertoont met de groeiende samenwerking binnen de ‘Metropoolregio Amsterdam’.

Hugo Bevort, directeur van het kabinet  van Pierre Mansat, wethouder sinds 2001 van regionale samenwerking rond Parijs, wilde het ons wel vertellen. Tot 2000 bestond er feitelijk geen samenwerking tussen Parijs en haar buurgemeenten. Binnen de grenzen van Parijs, die samenvallen met de inmiddels gesloopte negentiende eeuwse vestingwerken waar tegenwoordig de Boulevard Périphérique loopt, wonen ruim twee miljoen mensen. Daarbuiten leven nog eens acht miljoen Fransen die zich ook Parijzenaar voelen. Het bestuurlijke stelsel van Frankrijk is enorm versnipperd, zo ook in en rond Parijs. Ile-de-France bestaat uit bijna 1300 gemeenten en acht departementen. Iedereen leefde langs elkaar heen. “For a long time, the metropolis has been a de facto situation without any political translation.” Daar kwam verandering in toen Delanoë en Mansat aan de macht kwamen. Heel geleidelijk, van onderop, bouwden zij de regionale samenwerking uit. “This approach does not consist in bringing up a ready-made solution for discussion, which would be downright presumptious, but rather in mapping out a political path to build Paris Métropole.” Parijs startte een dialoog met haar buurgemeenten op basis van gelijkwaardigheid, gezamenlijk namen ze concrete, alledaagse vraagstukken als uitgangspunt voor publiek debat, ze bouwden aan een participatieve democratie, ze organiseerden in 2006 een grote metropolitane conferentie, het was de geboorte van ‘Paris Métropole’. “The metropolitan conference thus became a place – often termed as informal – but the absence of power doesn’t exclude a good organization, an agenda, a programme and people who act.” Sindsdien heeft elke gemeente een stem in deze conferentie, die jaarlijks plaatsvindt. Daar wordt democratisch over de toekomst van Groot Parijs besloten. Het jaar na de conferentie trad er een nieuwe, rechtse president aan, die zich niets gelegen liet liggen aan dit regionale bottom-up proces. Die selecteerde gewoon tien buitenlandse architecten, waaronder het Nederlandse MVRDV, die grootschalige plannen voor Parijs ontwierpen; het waren ’Grands Projets’ die natuurlijk zonder gevolg bleven. Daarna besliste hij dat Parijs twee nieuwe metrolijnen nodig had en doneerde daarvoor nog eens 35 miljard euro. ’Paris Métropole’ ontmoet hier ‘Le Grand Paris’. De president wordt bedankt.

Onvergeeflijk

On 17 januari 2011, in economie, energie, by Zef Hemel

Gelezen in Financial Times van 11 januari 2011:

Ian Morris is hoogleraar Geschiedenis en Archeologie aan Stanford University, San Francisco. Hij schreef een fenomenaal boek over de wereldeconomie. Het heet: ‘’Why the West rules – for now”. Martin Wolf schreef er een recensie over in de Financial Times van 11 januari 2011. Volgens Morris groeit de wereldeconomie vanuit twee kerngebieden: het Westen en het Oosten. Het Oosten haalt het Westen op dit moment snel in. Tot zover niets nieuws. Voor Morris houdt groei verband met vier factoren: energie, urbanisatie, militaire capaciteit en informatietechnologie. Hij is ervan overtuigd dat de eerste de belangrijkste is. Het was ook geen industriële revolutie, maar een energierevolutie die het Westen eind achttiende eeuw op voorsprong zette: toen leerde het Europese kerngebied fossiele brandstoffen gebruiken. Die bleken bovendien in overvloed voorradig. Dat was cruciaal. Na 1800 is het wereldwijde energieverbruik gigantisch gestegen. Op dit moment haalt het Oosten ons qua energiegebruik echter snel in. In 2035 zullen wij 50 procent meer energie gebruiken dan nu. Energie en ideeën, aldus Morris, ze zijn de basis van onze beschaving.

Daar valt natuurlijk geen speld tussen te krijgen. De vraag is alleen of energie werkelijk de bepalende factor is. Cruciaal is ze zeker. Zoals hier al vele malen verkondigd ligt in werkelijkheid urbanisatie aan de basis van economische groei en van de toename van ideeën en ideeënuitwisseling in de wereld. En inderdaad, de steden konden pas echt omvangrijk worden toen fossiele brandstoffen in overvloed voorradig bleken en eenvoudig in energie konden worden omgezet. De groei van de Hollandse steden in de zeventiende eeuw was te danken aan turf en windmolens, die van Londen in de negentiende eeuw aan steenkool, die van de steden in de USA en het Verre Oosten in de twintigste eeuw aan goedkope aardolie. Het feit dat wij in Nederland de aardgasvondst in 1959 niet hebben aangewend om een echte metropool te bouwen is, achteraf gezien, natuurlijk onvergeeflijk. Ideeën en ideeënuitwisseling waren hier te lande veel krachtiger geweest als we dat wel hadden gedaan. Binnenkort is het aardgas op. Wat heeft deze energiebron ons aan ‘economische structuurversterking’ opgeleverd? Asfalt, beton, mainports en een Betuwelijn. We hebben onszelf veroordeeld tot muilezels van de wereld, of althans van Duitsland. Onvergeeflijk, eeuwig zonde.

Tagged with:
 

Het script van de dingen

On 14 december 2010, in economie, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in De erfenis van de utopie (1998) van Hans Achterhuis:

Een van de felste confrontaties tijdens het gesprek over Ruimte & Economie van het Forum voor Stedelijke Vernieuwing in het Haagse Stroom, precies een week geleden, betrof die rond de verhouding tussen het verstedelijkingspatroon en de aard van de economie. Het is gebruikelijk om het verstedelijkingspatroon als resultante van een economische ontwikkeling te beschouwen. Een agrarische economie produceert dan een gelijkmatig hiërarchisch patroon van verzorgingskernen, een industriële economie produceert een dikwijls grilliger patroon van industriesteden, gekoppeld aan delfstoffenwinning en aan overslagpunten, een diensteneconomie produceert metropolen. Maar kun je het ook omkeren? Kan het verstedelijkingspatroon ook een bepaald soort economie genereren? Alles hangt natuurlijk af van de vraag of het verstedelijkingspatroon opzettelijk, dus los van de economie, kan worden vormgegeven. In de planmatig georiënteerde twintigste eeuw gebeurde dat mijns inziens wel, althans in Nederland. Antistedelijke sentimenten gepaard gaande met een centrale herverdeling van omvangrijke stromen publieke middelen volgens het principe van de ‘verdelende rechtvaardigheid’ bevestigden en herbevestigden het van origine agrarische verstedelijkingspatroon van Nederland. Een snelwegennet dat alles met alles verbond deed de rest. Resultaat: een veelvoud van twaalf net niet uit de kluiten gewassen provinciesteden. De bijbehorende economie is daarvan de resultante, niet de oorzaak. Het idee werd tijdens die gedenkwaardige avond uiteraard fel bestreden. Het zou getuigen van onwaarschijnlijk ‘maakbaarheidsdenken.’

Hans Achterhuis spreekt van ‘het script van de dingen’. Wij mensen worden geleefd door de dingen. Wij gedragen ons naar de fysieke omstandigheden waarin wij leven, maar dat willen wij natuurlijk niet weten. Wij denken dat wij de dingen de baas zijn, maar de dingen zijn juist ons de baas. Zo kan een regering ons theoretisch aansporen om bepaald economisch gedrag te vertonen door onze omgeving op een bepaalde manier in te richten. Hans Achterhuis citeert de Franse socioloog Bruno Latour die in ‘De morele last van de sleutelhanger’ (1997) het voorbeeld noemt van de loden bal aan de hotelkamersleutel. Opdat de gast niet vergeet de sleutel weer in te leveren bij de receptie. Een schriftelijk verzoek bleek namelijk niet voldoende. Toen verzon de hoteleigenaar de loden bal. Zo zijn er, aldus Achterhuis, hele ketens die de mensen met de dingen verbinden. En zo heeft zestig jaar verzorgingsstaatbeleid een fysieke inrichting van Nederland voortgebracht die ervoor heeft gezorgd dat wij ons als hotelgasten gedragen. Elke ochtend leveren wij de sleutel in bij de receptie. Dat heeft de hoteleigenaar zo bedacht.

Tagged with:
 

Werkezel van de wereld

On 26 oktober 2010, in theorie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in De Rationele Optimist (2010) van Matt Ridley:

Aardig boek van Matt Ridley. Hij is wel schatplichtig aan Robert Wright, die met zijn ‘’Non Zero’ hetzelfde eigenlijk veel beter deed, namelijk aantonen dat er wel degelijk sprake is van vooruitgang. Maar Ridleys weergave van de wereldgeschiedenis schiet in één opzicht tekort. Hij schrijft alle vooruitgang toe aan het fenomeen ‘handel’. Door handel te drijven worden goederen en diensten uitgewisseld, waardoor arbeidsdeling ontstaat. Hoe meer handel, hoe meer arbeidsdeling, hoe meer specialisatie. “Ik meen te mogen beweren dat de cumulatieve aanwas van kennis door specialisten, waardoor wij steeds meer verschillende dingen kunnen consumeren door allemaal steeds minder te produceren, het belangrijkste verhaal voor de mensheid is. (…) Dit is het hoofdthema van de geschiedenis: de verbreiding van uitwisseling, specialisering en de daardoor ontstane uitvinding, de schepping van tijd.” Waar zit de denkfout van Ridley? Essentieel voor de vooruitgang van de mensheid, de kennis, uitwisseling en arbeidsdeling is niet handel, maar verstedelijking. Bij Ridley is de stad slechts in één hoofdstuk samengebracht, waar ze als een effect van handel wordt weggezet. Daar schrijft hij: “Handel trekt mensen naar de steden en doet de sloppenwijken groeien. (…) In 2008 leefde voor het eerst meer dan de helft van de wereldbevolking in steden. Dat is geen slechte zaak. Het is een maatstaf voor economische vooruitgang dat meer dan de helft van de bevolking de zelfvoorziening achter zich kan laten en de mogelijkheden kan opzoeken van een leven dat in plaats daarvan gebaseerd is op uitwisseling. Tweederde van de economische groei voltrekt zich in steden.”

Ridley beschouwt steden als maatstaven, niet als oorzaken van vooruitgang. Dit is een fundamentele fout. Hij is zo gefocust op handel dat hij de steden eerder ziet als triomf van het kunststuk ‘handel drijven’, dan als de bron ervan. De meeste handel vindt immers plaats binnen steden, verstedelijking leidt tot arbeidsdeling, kennis hoopt zich op in steden, kennisuitwisseling vindt binnen steden plaats. Wat steden doen is importen vervangen, jazeker dat ìs handel drijven. Maar dan wel met als doel zoveel mogelijk zèlf te maken, voor de lokale markt. Handel trekt mensen niet naar steden, maar steden trekken handel aan. Verstedelijking is de motor van economische voorspoed. Vandaar ook dat meer dan de helft van de mensheid inmiddels in steden woont en dat die steden tweederde van de economische groei voor hun rekening nemen. Wie verstedelijking ontloopt, loopt economische vooruitgang mis. En wie teveel op handel inzet, degradeert zich tot werkezel van de wereld.

Tagged with: