Dark Sky City

On 24 augustus 2015, in kunst, by Zef Hemel

Seen in De Pont in Tilburg, the Netherlands, on 6 August 2015:

 

The exhibition on the American artist James Turrell in De Pont, Tilburg, was exciting. Thursday two weeks ago we visited the museum, but I have to admit I didn’t know his work when I entered the place. There were some four installations. Most extreme and impressive was the video on Roden Crater, Arizona. You can find it on Youtube. It was amazing. Turrell, who works with light, found the crater in 1974 on a trip with his plane flying over the desert, and then he bought it. More than forty years now he’s building an obersvatory and tunnels in the crater, which is situated near the city of Flagstaff. Flagstaff is called the ‘Dark Sky City’, because local government tries to keep the sky over the city absolutely dark at night. It is an excellent condition for Turrell’s obervatory. The first room he built is the Sun and Moon Space. He added a tunnel to it, which works as the biggest telescope on earth: 854 feet long. Turrell wishes to bring astronomical events and objects down into your personal life, because you live in space. “We drink light,” he says. In the end he hopes the volcano will contain twenty spaces, each reveiling different perceptions of light.

What I like in his work is his notion that knowledge in itself  is not enough. “It is one thing to know these things, and another is to see them happen.” All his installations are built in a way that visitors experience light personally, with their body. He’s after this primary relation to light. “You come to this room and discover these things yourself, you go through these things, it’s your discovery.” I became conscious of the fact that, in a way, the same holds with all the projects I developed as a planner over the last thirty years: Nederland Nu Als Ontwerp (1986), Creatieve Steden (2002), Vrijstaat Amsterdam (2009), De Nieuwe Wibaut (2011), Volksvlijt (2016): these were all installations in which thousands of people could experience and discover the future in a most personal way. Why? It is their future. I think this is the most powerful planning approach. You need a space where these things can happen. Roden Crater is that kind of space. I hope the Amsterdam Public Library will gonna be a sort of Roden Crater in the first half of 2016, when Volksvlijt (The People’s Industry Palace) is staged right there.

Tagged with:
 

The creative gap

On 3 juni 2015, in economie, by Zef Hemel

Read in The Atlantic of 28 May 2015:

richardflorida01white

 

In 2003, at the opening of Westergasfabriek, Richard Florida visited Amsterdam for the first time. That was only one year after his ‘The Rise of the Creative Class’ (2002) first was published. I remember. All Dutch cities wanted to become creative after that great performance. More than six years long each of them tried to surpass the others in its ambition to become a creative hub. Now, twelve years later, Richard Florida writes an article in The Atlantic in which he presents new data on the creativity of American cities. In ‘One Reason It’s So Hard to become a Creative Superstar City’ he reveiles that only 19 out of 364 U.S. metros have fully formed sustainable creative economies. That is no more than 5 percent. His sobering conclusion is based on new research of Shade Shutters, Rachata Muneepeerakul and Jose Lobo of Arizona State University. They took a detailed look at the growth and development of the creative economy between 2005 and 2013, so before and after the recession. Florida: “This small group not only outperformed the rest across several key economic measures, but the creative gap between them and the rest grew over the eight years studied.”

The researchers found that the small group of creative metros follow a general trajectory towards a creative economy that requires them to increasingly specialize in every economic domain. “In other words, the places with the most creative economies also have the highest overall diversity of occupations and specialities – by a wide margin.” That means, you cannot build a creative economy, at least it will be “quite daunting”. A diversity of occupations and specialities – also in the non-creative sectors – is needed. Its talent pool must be deep with all the skills, creative and otherwise, required for economic growth. Boston stands out, then follow Washington and San Francisco. Florida concludes that it is extremely difficult for the other cities to break into the small club of creative leaders. So what about the Netherlands? All those cities wishing themselves to be ‘creative’. All those creative ‘hotspots’, museums, factories, breeding places. Also without research one could expect that from the more than fifty Dutch cities – all rather small – only one or two might be called creative. The rest is not and will not easily be. The gap will become even bigger.

Tagged with:
 

It’s hard just to live

On 1 mei 2015, in sociaal, by Zef Hemel

Gelezen in The Washington Post van 28 april 2015:

It was only a matter of time before Baltimore exploded,“ schreef afgelopen week Michael Fletcher in The Washington Post. Fletcher is niet alleen economisch correspondent, maar ook inwoner van Baltimore. De rellen na de dood van Freddie Gray verbazen hem achteraf niet. Met ras of discriminatie heeft het allemaal weinig te maken, stelt hij. Bestuur, politiek en politie in Baltimore zijn overwegend zwart. Het gaat om iets anders. In West-Baltimore, waar Freddie woonde, wordt de meeste heroïne verhandeld van heel de VS, aldus Washington. Nee, zegt Fletcher, in deze buurt verdwijnen de meeste jongens achter de tralies. Moordcijfers zijn er twee keer hoger dan in de rest van Baltimore: dit jaar alleen al 68. Dat is veel, maar in de jaren ‘80 en ‘90 was dit nog veel meer. Vijfenveertig procent van de schoolkinderen uit deze buurt mist meer dan 20 dagen schooltijd. De schrikbarende cijfers blijven overigens beperkt tot de meest westelijke en oostelijke wijken van de stad. De rest van Baltimore doet het sociaal-economisch veel beter.

Toch heeft de hele stad er last van. Want bij het minste of geringste worden jongeren door de politie opgepakt. Een hele serie processen loopt tegen haar. De dood van Freddy Gray past in dat patroon. Freddy was een aardige jongen, maar thuis had hij veel problemen. Verbetert er dan niets in Baltimore? Fletcher: “In the more than three decades I have called this city home, Baltimore has been a combustible mix of poverty, crime, and hopelessness, uncomfortably juxtaposed against rich history, friendly people, venerable institutions and pockets of old-money affluence.” De gemeente investeerde de afgelopen jaren naar verhouding stevig in Sandtown, de buurt waar Freddy woonde. Er werden nieuwe woningen gebouwd en de sociale voorzieningen werden uitgebreid. Echt helpen doet het niet. Men leeft hier langs elkaar. Waarom? Omdat de oorzaak van het verval niet is aangepakt. De ongeremde suburbanisatie en de bouw van shopping malls ver buiten de rondweg om de stad hebben in Baltimore zelf tot extreme segregatie geleid. Nog altijd is het gemeentebestuur niet tot regionale planning bereid. Wat zong Randy Newman over Baltimore? “Hard times in the city/In a hard town by the sea/Ain’t nowhere to run to/There ain’t nothin’here for free.”

Tagged with:
 

Unequal geography

On 31 oktober 2014, in economie, by Zef Hemel

Gelezen op CityLab (The Atlantic) van 20 oktober 2014:

Are big successful cities the new normal?” Dat vraagt de Canadees-Amerikaanse economisch geograaf Richard Florida zich af naar aanleiding van nieuw onderzoek van Josh Lehner naar werkgelegenheidsgroei tussen 2007 en 2013 in Amerikaanse steden. Een artikel van zijn hand stond onlangs te lezen op CityLab. De bestudeerde periode betreft die van de economische crisis, die volgens Florida een ‘great reset’  is waarin alles anders wordt. Wat er zoal anders is geworden? Volgens Lehner, werkzaam bij het Oregon Office for Economic Analysis, zijn het de sterker wordende agglomeratievoordelen. Alle Amerikaanse steden, schrijft hij, werden hard geraakt in de eerste jaren van de crisis, maar daarna veerden ze op. Echter, vooral de grote steden met meer dan 1 miljoen inwoners creëerden toen meer banen, beduidend meer dan de kleinere steden.

Bezien over een langere periode blijkt dat tot 1995 de kleinere steden nog relatief meer banen schiepen dan de grote, maar daarna verandert dit. Tot 2008 doen de grote het niet slechter dan de kleine, waarna de grote metropolitane gebieden consequent beter gaan presteren. Die tussenperiode van gelijke groei was volgens Lehner het gevolg van de door de Amerikaanse overheid aangejaagde hypotheekmarkt met goedkope leningen, waarvan vooral de kleinere steden profiteerden en die ook mensen uit de steden heeft weggezogen. Maar in de crisis houdt deze bevoordeling op. Dan wordt zichtbaar dat de grote metropolen het gewoon beter doen. Lehner wijt dit aan hele sterke agglomeratievoordelen. Florida: “Larger metros, it seems, are the main beneficiaries from the ongoing clustering of talent, industry and investment that are part and parcel of our increasingly spiky and unequal geography.” Het is nog even wennen. VINEX bevoordeelde de kleinere steden in ons land, maar de grote steden presteren economisch gewoon beter. Jammer alleen dat onze grote steden relatief klein zijn. Waren ze groter, dan had onze economie het beter gedaan.

Tagged with:
 

Einde suburbanisatie

On 14 februari 2014, in regionale planning, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen op Streetblog.org op 13 februari 2014:

USDA figures show that sprawl has been on the wane for a long time.

Opmerkelijk bericht van Angie Schmitt op Streetblog. In ‘The Sprawl Machine Started Winding Down 20 Years Ago’ stelt ze vast dat de suburbanisatie in de Verenigde Staten niet pas tijdens de financiële crisis, na 2008, omsloeg van groei naar krimp. Het begon al veel eerder. Uit nieuwe data van jaarlijkse grondproductie in de VS op basis van satellietopnamen (USDA 2010 Natural Resources Inventory) blijkt dat al midden jaren negentig sprake was van een omslag. Na 1997 neemt de grondproductie in Amerika over de hele linie af. De trend viel samen met het stilvallen van de ontwikkeling van shopping malls en ging vooraf aan ‘peak car’: het inzetten van de daling van het autogebruik sinds 2001. Het duidt op een dramatische teruggang van de suburbanisatie en een terugkeer naar de stad. Echter, pas vijftien jaar later beginnen overheden en ontwikkelende partijen schoorvoetend toe te geven dat er iets aan de hand is, terwijl het meeste overheidsbeleid – zeker dat van de staat – ook nu nog onverminderd inzet op groeiend autogebruik en uitleg in voorsteden, randgemeenten en provinciesteden, alsof er niets aan de hand is.

Ook in Nederland weigert men nog altijd toe te geven dat de suburbanisatie op zijn einde loopt. Planologen willen het maar niet geloven, gemeenten blijven bouwen, de VINEX-afspraken lijken onverminderd geldig. Pas tijdens de crisis kwam de bouwmachine in de provincie krakend tot stilstand, omdat het niet anders kon. Naar nu blijkt is niet de crisis de werkelijke oorzaak van de teruggang; er blijkt al twee decennia sprake te zijn van een omkering van het dominante ruimtelijke patroon in de maatschappelijke ontwikkeling. We zitten allang in een andere fase – niet meer die van spreiding, maar van concentratie. Schmitt schrijft dat de tweede generatie ‘exurbs’ in de VS nooit een succes zijn geworden. Alles wat na 1985 in de randen van de stedelijke invloedssferen in lage dichtheden is gebouwd werkt niet en kan beter worden afgebroken. Vaak is de vereiste infrastructuur ook niet meer op die plekken gerealiseerd. De ruimtelijke patronen in de eenentwintigste eeuwse samenleving zijn heel anders dan iedereen had gedacht. Niet meer de auto, niet meer de twee-onder-een-kapper, niet meer de suburb, de toekomst is aan de grootstedelijke agglomeraties, aan gebieden met hoge dichtheden. Zelfs in de Verenigde Staten blijkt dit te gelden.

Chiraq

On 29 januari 2014, in muziek, sociaal, by Zef Hemel

Gelezen in XXL Magazine van 22 januari 2014:

Vertelde ik trots dat ik eindelijk de recensie van ‘Planning Chicago’ (2013) van Bradford Hunt en DeVries af had, vroeg de Canadese planner Mitchell Reardon, bij me op bezoek, of ik ook over ‘Chiraq’ had geschreven. Pardon? Chiraq? Het blijkt te gaan om meest recente bijnaam van de ‘Windy City’. Chiraq, bedacht door rappers, staat over het hoge aantal moorden dat gepleegd wordt in Chicago – bijna even veel als in heel Irak: 4.265 moorden in Chicago tussen 2003 en 2011, 4.442 doden in Irak in dezelfde periode. De stad in het Middenwesten van de Verenigde Staten, voegde Mitchell eraan toe, heeft de allures van Bagdad, met zones waar het veilig is en grote delen waar het uiterst gevaarlijk en luguber kan zijn. Nee, daarvan hadden de twee wetenschappers van Roosevelt University in hun boek niet gerept. In XXL Magazine lees ik dat er sinds 7 januari twee documentaires rouleren over het fenomeen ‘Chiraq’. ‘Chiraq’ gaat over de achttienjarige Lil Jojo, een rapper die op straat werd vermoord nadat hij een video had geüpload. Een tweede documentaire, ‘’The Field’, gaat over ‘voilence, hip-hop and hope in Chicago’ . Beide moet ik zien.

Nu begrijp ik pas waarom Chicago bevolking verliest en waarom ook de Afrikaans-Amerikaanse bevolking de stad massaal de rug toekeert (achttien procent maar liefst vertrok). Terwijl het gerevitaliseerde centrum van het gesegregeerde Chicago (blanke) inwoners wint en de gebieden eromheen een proces van gentrification doormaken, lopen sommige (zwarte) buitenwijken domweg leeg. De stad telt 12.000 daklozen, en ook dat aantal groeit. Door de financiële crisis staat 40 procent van de zwarte huiseigenaren ‘onder water’. Wat concluderen Bradford Hunt en DeVries? “The gloomy data from the past decade imply that Chicago’s renaissance is incomplete and that the city’s population and job bases will continue to shift dramatically, as they have for the past 30 years. Was the global city built on sand? No, but the likelyhood remains high that a strong central area will eventually be surrounded by declining neighborhoods on the city’s fringes, creating a new set of planning problems.” De gemeente mist een ‘planning department’, dat nota bene in 2011 is wegbezuinigd.

Tagged with:
 

Dure bezuiniging

On 20 januari 2014, in boeken, politiek, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Planning Chicago’ (2013) van D. Bradford Hunt en Jon DeVries:

Werd door de redactie van S&RO gevraagd een recensie te schrijven van ‘Planning Chicago’. Las ter voorbereiding een interview met de auteurs, Bradford Hunt en Jon DeVries, verbonden aan Roosevelt University in Chicago, gepubliceerd op Planetizen 10 april 2013. Hun boek, 340 bladzijden dik, gaat over de naoorlogse planningsgeschiedenis van Chicago, de twee na grootste stad van de Verenigde Staten. De industriële ‘Windy City’ gedraagt zich als het Rotterdam van de USA. Ze voelt zich al jaren eeuwige tweede, zeker op dit moment. New York, in de jaren tachtig verlost van haar haven, heeft de omslag naar de postindustriële tijd succesvol weten te maken, maar van Chicago kun je dat niet zeggen. Wel gaat het de laatste jaren beter met de stad en er komen weer meer toeristen. Het prachtige Millennium Park in het centrum staat symbool voor deze wederopstanding. Maar voor Bradford Hunt en DeVries is dat allemaal twijfelachtig. Hun analyse steekt dieper: het ontbreekt de stad aan een langetermijnvisie en ze heeft geen eigen planningsapparaat meer dat ruimtelijk kan sturen. De Dienst Ruimtelijke Ordening werd in januari 2011 afgeschaft.

Wat hiervan de consequentie is, illustreren de auteurs in het interview fijntjes aan de hand van het zo bejubelde Millennium Park. Het park, zeggen ze, is in werkelijkheid de voltooiing van het honderd jaar oude plan van Daniel Burnham, dus het gaat terug op de tijd dat de stad nog planmatig opereerde. In werkelijkheid verliep de totstandkoming van het park chaotisch. Het was een opeenstapeling van blunders. Hunt: “It started being built as a parking garage, and portions had to be rebuilt when they decided that it would be topped with art. It was a chaotic implementation of the last piece of the Burnham Plan.” De schrijvers hopen dat wordt onderkend dat dit soort kostbare problemen voortkomen uit een gebrek aan publieke ruimtelijke ordening. “Frankly, a lot of cities have seen planning as one of those places where they can cut budgets.” (De situatie deed me denken aan de kwestie van het Rotterdamse Museumpark). De nieuwe burgemeester van Chicago Emmanuel is een sluwe vos, maar zijn groene dakenoffensief is louter symbolisch en zijn politiek is die van de korte termijn, aldus de twee. Daarom waarschuwen ze. De stad die op zijn Dienst Ruimtelijke Ordening bezuinigt zal op den duur geconfronteerd worden met hele grote problemen. Hunt: “It will lead to some expensive decisions in the long term".</

Tagged with:
 

Cafeineparadijs

On 13 januari 2014, in economie, innovatie, voedsel, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 8 november 2013:

Opvallend hoe in NRC Handelsblad de laatste tijd buitenlandse correspondenten vaak boeiende columns over steden schrijven. Ook de krant lijkt nu te erkennen dat steden belangrijk worden. Zoals laatst Diederik van Hoogstraten over Seattle. De column ging over het grote aantal Starbucks-vestigingen in de stad aan de ruige Amerikaanse Noordwestkust. Meer dan vierhonderd had hij geteld op een bevolking van ’slechts’ 640.000. Maar dat is nog niet alles. Op elke straathoek zit bovendien een onafhankelijk koffiehuis. Bij Capitol Hill telt hij op elke straathoek zelfs vele. How come? Waardoor is buitenshuis koffiedrinken zo mateloos populair in deze middelgrote Amerikaanse stad? Heeft het te maken dat Starbucks in 1971 met haar eerste vestiging aan Pike Place begon en dat het hoofdkantoor nog altijd in Seattle is gevestigd? Maar waarom is Starbucks haar opmars ooit in Seattle begonnen?

Deels, aldus Van Hoogstraten, moet het te maken hebben met de slechts kwaliteit van de Amerikaanse koffie. Goede koffie was in dit land een geweldig gat in de markt, zeker in combinatie met gratis internet. Maar die verklaring is te algemeen. Het kan ook te maken hebben met de aanwezigheid in het centrum van Seattle van ‘getatoeëerde neo-hippies met laptops’, veelal afkomstig uit het eveneens in het centrum gevestigde hoofdkantoor van Amazon. Echter, in 1971 was er nog geen sprake van neo-hippies en ook niet van een Amazon. Van Hoogstraten kan het fenomeen maar met één verschijnsel in verband brengen: de vele regen. Het miezert of giet er 150 dagen per jaar en bewolking vult de hemel 294 dagen per jaar. ´Is het cafeïneparadijs ontstaan als reactie op de grijsheid? Overdadig koffie drinken als middel tegen de begrijpelijke impuls om de deken nog maar eens over je hoofd te trekken? Zeker, daar begon het vast en zeker mee. Maar verder was er de stad als innovatiemilieu. Van Hoogstraten gaat daaraan voorbij. Je zou het ook bijna over het hoofd zien. Maar de combinatie van koffie en internet is zeker een stedelijke vinding, die vervolgens de vraag oproept of Amazon uit de Starbuckscultuur is voortgekomen, of dat de combinatie te danken is aan de aanwezigheid van Amazon in het centrum van Seattle.

Tagged with:
 

Stervende forensen

On 6 december 2013, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in The Atlantic Cities van 4 december 2013:

Opzienbarend artikel van Emily Badger in The Atlantic over de afname van het autoverkeer in Amerikaanse steden. In ‘The US Cities Leading the Decline in Driving’ put Badger uit een recent verschenen rapport van het US PIRG Education Fund en de Frontier Group. Cijfers over het autogebruik in de periode 2007-2011 werden door medewerkers van deze instanties vergeleken met die uit het jaar 2000. Wat blijkt? In 99 van de 100 grootste metropolitane regio’s van de Verenigde Staten nam het forensenverkeer de afgelopen tien jaar af. De grootste afname deed zich voor in de regio’s New York-Newark, Washington DC, Austin, Texas. Daar bedroeg deze meer dan 4 procent. De enige uitzondering is New Orleans waar als gevolg van orkaan Kathrina het autoverkeer licht groeide. Dat betekent dat nota bene in het land waar in de twintigste eeuw de suburbs en de autoindustrie groot zijn geworden het autoverkeer al tien jaar daalt. Dat zei ik toch, opzienbarend.

U dacht misschien dat de files, ook in Nederland, alleen afnemen door straffe maatregelen van de regering, zoals wegenbouw en benutting van spitsstroken tussen en rond de steden. Of u meende dat het vooral de crisis is die voor een tijdelijke afname van het forensisme zorgt. Dat lijkt dus niet te kloppen, althans, dit zijn niet de werkelijke oorzaken van de vermindering van de filedruk. Er is al jaren sprake van een trend: mensen forensen minder. Of beter: het verschijnsel forens sterft langzaam uit. Jonge mensen zijn dichter bij hun werk gaan wonen en oudere, autoverslaafde mensen stoppen met werken. In ruimtelijke termen, de grote steden groeien weer, terwijl de groeikernen krimpen. Alweer een voorbeeld van overschatting van de effecten van beleid. Wordt het niet tijd dat het verkeers- en vervoerbeleid aan de nieuwe situatie wordt aangepast en dat de enorme rijksbudgetten voor wegenbouw naar de grote steden gaan? Voor woningbouw, die daar nu eenmaal veel duurder is. En voor grootstedelijke voorzieningen.

Tagged with:
 

Sinister

On 1 november 2013, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 9 augustus 2013:

Afgelopen zomer schreef Sjoerd de Jong in NRC Handelsblad een boeiende recensie over ‘Killer On The Road’ van Ginger Strand. Het nieuwste boek van Strand gaat over de aanleg van het snelwegennet in de Verenigde Staten. Vanaf 1953 werden daar voor meer dan 43.000 mijl aan nieuwe autosnelwegen geasfalteerd, om steden en staten met elkaar te verbinden. Iedereen juichte en nog steeds noemen mensen dit vooruitgang. “De naoorlogse bloei van de Amerikaanse economie stimuleerde vrachtvervoer en de trek van de stedelijke middenklasse naar slaapsteden die alleen met de auto bereikbaar waren.” Niet dus. De automobiliteit blijkt ook of misschien wel juist een hele duistere kant te bezitten: de interstates werden het nieuwe werkterrein van moordenaars en psychopaten, van liftende eenlingen en truckers zonder moraal die weinig goeds voorhadden met de medemens. Vooral hoertjes – lot lizards – op de ‘truck stops’ moesten het ontgelden. Strand brengt het allemaal in beeld.

De autosnelwegen genereerden niet alleen suburbs, ze vernietigden ook bestaande steden. Zo voert de sinistere blik van Strand de lezer naar Atlanta, waar in de jaren zeventig en tachtig tal van autosnelwegen dwars door arme en zwarte woonwijken werden aangelegd. “These were white men’s roads, as the Nationale Urban League put it, through black men’s bedrooms.” Vooral zwarte jonge jongens werden het slachtoffer van seriemoordenaars. Wayne Williams blijkt de grootste, hij werd opgepakt, maar de interstates, wil Strand maar zeggen, lagen in werkelijkheid aan de basis. De Jong: “De moorden op zwarte kinderen die Atlanta begin jaren tachtig in de greep hielden, vonden plaats in wijken en buurten die waren verwoest door de aanleg van snelwegen.” Of, om Strand zelf aan te halen: “Atlanta’s urban renewal and expressway construction had, at the very least, built the stage on which the tragedy in Atlanta could unfold.” Ook Amsterdam kreeg ermee te maken toen de stad midden jaren zestig koos voor het IJtunneltracé. Een snelweg midden door de arme buurten in Oost en Noord ontwrichtte daar hele gemeenschappen. Criminaliteit bereikte er begin jaren tachtig een hoogtepunt. Nog altijd werkt de ring A10 als een cesuur die vooral arme wijken en buurten verdeelt en splijt. En het opvallende is, alleen het rijke Amsterdam-Zuid kan straks rekenen op een kostbare autotunnel.

Tagged with: