Einde suburbanisatie

On 14 februari 2014, in regionale planning, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen op Streetblog.org op 13 februari 2014:

USDA figures show that sprawl has been on the wane for a long time.

Opmerkelijk bericht van Angie Schmitt op Streetblog. In ‘The Sprawl Machine Started Winding Down 20 Years Ago’ stelt ze vast dat de suburbanisatie in de Verenigde Staten niet pas tijdens de financiële crisis, na 2008, omsloeg van groei naar krimp. Het begon al veel eerder. Uit nieuwe data van jaarlijkse grondproductie in de VS op basis van satellietopnamen (USDA 2010 Natural Resources Inventory) blijkt dat al midden jaren negentig sprake was van een omslag. Na 1997 neemt de grondproductie in Amerika over de hele linie af. De trend viel samen met het stilvallen van de ontwikkeling van shopping malls en ging vooraf aan ‘peak car’: het inzetten van de daling van het autogebruik sinds 2001. Het duidt op een dramatische teruggang van de suburbanisatie en een terugkeer naar de stad. Echter, pas vijftien jaar later beginnen overheden en ontwikkelende partijen schoorvoetend toe te geven dat er iets aan de hand is, terwijl het meeste overheidsbeleid – zeker dat van de staat – ook nu nog onverminderd inzet op groeiend autogebruik en uitleg in voorsteden, randgemeenten en provinciesteden, alsof er niets aan de hand is.

Ook in Nederland weigert men nog altijd toe te geven dat de suburbanisatie op zijn einde loopt. Planologen willen het maar niet geloven, gemeenten blijven bouwen, de VINEX-afspraken lijken onverminderd geldig. Pas tijdens de crisis kwam de bouwmachine in de provincie krakend tot stilstand, omdat het niet anders kon. Naar nu blijkt is niet de crisis de werkelijke oorzaak van de teruggang; er blijkt al twee decennia sprake te zijn van een omkering van het dominante ruimtelijke patroon in de maatschappelijke ontwikkeling. We zitten allang in een andere fase – niet meer die van spreiding, maar van concentratie. Schmitt schrijft dat de tweede generatie ‘exurbs’ in de VS nooit een succes zijn geworden. Alles wat na 1985 in de randen van de stedelijke invloedssferen in lage dichtheden is gebouwd werkt niet en kan beter worden afgebroken. Vaak is de vereiste infrastructuur ook niet meer op die plekken gerealiseerd. De ruimtelijke patronen in de eenentwintigste eeuwse samenleving zijn heel anders dan iedereen had gedacht. Niet meer de auto, niet meer de twee-onder-een-kapper, niet meer de suburb, de toekomst is aan de grootstedelijke agglomeraties, aan gebieden met hoge dichtheden. Zelfs in de Verenigde Staten blijkt dit te gelden.

Chiraq

On 29 januari 2014, in muziek, sociaal, by Zef Hemel

Gelezen in XXL Magazine van 22 januari 2014:

Vertelde ik trots dat ik eindelijk de recensie van ‘Planning Chicago’ (2013) van Bradford Hunt en DeVries af had, vroeg de Canadese planner Mitchell Reardon, bij me op bezoek, of ik ook over ‘Chiraq’ had geschreven. Pardon? Chiraq? Het blijkt te gaan om meest recente bijnaam van de ‘Windy City’. Chiraq, bedacht door rappers, staat over het hoge aantal moorden dat gepleegd wordt in Chicago – bijna even veel als in heel Irak: 4.265 moorden in Chicago tussen 2003 en 2011, 4.442 doden in Irak in dezelfde periode. De stad in het Middenwesten van de Verenigde Staten, voegde Mitchell eraan toe, heeft de allures van Bagdad, met zones waar het veilig is en grote delen waar het uiterst gevaarlijk en luguber kan zijn. Nee, daarvan hadden de twee wetenschappers van Roosevelt University in hun boek niet gerept. In XXL Magazine lees ik dat er sinds 7 januari twee documentaires rouleren over het fenomeen ‘Chiraq’. ‘Chiraq’ gaat over de achttienjarige Lil Jojo, een rapper die op straat werd vermoord nadat hij een video had geüpload. Een tweede documentaire, ‘’The Field’, gaat over ‘voilence, hip-hop and hope in Chicago’ . Beide moet ik zien.

Nu begrijp ik pas waarom Chicago bevolking verliest en waarom ook de Afrikaans-Amerikaanse bevolking de stad massaal de rug toekeert (achttien procent maar liefst vertrok). Terwijl het gerevitaliseerde centrum van het gesegregeerde Chicago (blanke) inwoners wint en de gebieden eromheen een proces van gentrification doormaken, lopen sommige (zwarte) buitenwijken domweg leeg. De stad telt 12.000 daklozen, en ook dat aantal groeit. Door de financiële crisis staat 40 procent van de zwarte huiseigenaren ‘onder water’. Wat concluderen Bradford Hunt en DeVries? “The gloomy data from the past decade imply that Chicago’s renaissance is incomplete and that the city’s population and job bases will continue to shift dramatically, as they have for the past 30 years. Was the global city built on sand? No, but the likelyhood remains high that a strong central area will eventually be surrounded by declining neighborhoods on the city’s fringes, creating a new set of planning problems.” De gemeente mist een ‘planning department’, dat nota bene in 2011 is wegbezuinigd.

Tagged with:
 

Dure bezuiniging

On 20 januari 2014, in boeken, politiek, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Planning Chicago’ (2013) van D. Bradford Hunt en Jon DeVries:

Werd door de redactie van S&RO gevraagd een recensie te schrijven van ‘Planning Chicago’. Las ter voorbereiding een interview met de auteurs, Bradford Hunt en Jon DeVries, verbonden aan Roosevelt University in Chicago, gepubliceerd op Planetizen 10 april 2013. Hun boek, 340 bladzijden dik, gaat over de naoorlogse planningsgeschiedenis van Chicago, de twee na grootste stad van de Verenigde Staten. De industriële ‘Windy City’ gedraagt zich als het Rotterdam van de USA. Ze voelt zich al jaren eeuwige tweede, zeker op dit moment. New York, in de jaren tachtig verlost van haar haven, heeft de omslag naar de postindustriële tijd succesvol weten te maken, maar van Chicago kun je dat niet zeggen. Wel gaat het de laatste jaren beter met de stad en er komen weer meer toeristen. Het prachtige Millennium Park in het centrum staat symbool voor deze wederopstanding. Maar voor Bradford Hunt en DeVries is dat allemaal twijfelachtig. Hun analyse steekt dieper: het ontbreekt de stad aan een langetermijnvisie en ze heeft geen eigen planningsapparaat meer dat ruimtelijk kan sturen. De Dienst Ruimtelijke Ordening werd in januari 2011 afgeschaft.

Wat hiervan de consequentie is, illustreren de auteurs in het interview fijntjes aan de hand van het zo bejubelde Millennium Park. Het park, zeggen ze, is in werkelijkheid de voltooiing van het honderd jaar oude plan van Daniel Burnham, dus het gaat terug op de tijd dat de stad nog planmatig opereerde. In werkelijkheid verliep de totstandkoming van het park chaotisch. Het was een opeenstapeling van blunders. Hunt: “It started being built as a parking garage, and portions had to be rebuilt when they decided that it would be topped with art. It was a chaotic implementation of the last piece of the Burnham Plan.” De schrijvers hopen dat wordt onderkend dat dit soort kostbare problemen voortkomen uit een gebrek aan publieke ruimtelijke ordening. “Frankly, a lot of cities have seen planning as one of those places where they can cut budgets.” (De situatie deed me denken aan de kwestie van het Rotterdamse Museumpark). De nieuwe burgemeester van Chicago Emmanuel is een sluwe vos, maar zijn groene dakenoffensief is louter symbolisch en zijn politiek is die van de korte termijn, aldus de twee. Daarom waarschuwen ze. De stad die op zijn Dienst Ruimtelijke Ordening bezuinigt zal op den duur geconfronteerd worden met hele grote problemen. Hunt: “It will lead to some expensive decisions in the long term".</

Tagged with:
 

Cafeineparadijs

On 13 januari 2014, in economie, innovatie, voedsel, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 8 november 2013:

Opvallend hoe in NRC Handelsblad de laatste tijd buitenlandse correspondenten vaak boeiende columns over steden schrijven. Ook de krant lijkt nu te erkennen dat steden belangrijk worden. Zoals laatst Diederik van Hoogstraten over Seattle. De column ging over het grote aantal Starbucks-vestigingen in de stad aan de ruige Amerikaanse Noordwestkust. Meer dan vierhonderd had hij geteld op een bevolking van ’slechts’ 640.000. Maar dat is nog niet alles. Op elke straathoek zit bovendien een onafhankelijk koffiehuis. Bij Capitol Hill telt hij op elke straathoek zelfs vele. How come? Waardoor is buitenshuis koffiedrinken zo mateloos populair in deze middelgrote Amerikaanse stad? Heeft het te maken dat Starbucks in 1971 met haar eerste vestiging aan Pike Place begon en dat het hoofdkantoor nog altijd in Seattle is gevestigd? Maar waarom is Starbucks haar opmars ooit in Seattle begonnen?

Deels, aldus Van Hoogstraten, moet het te maken hebben met de slechts kwaliteit van de Amerikaanse koffie. Goede koffie was in dit land een geweldig gat in de markt, zeker in combinatie met gratis internet. Maar die verklaring is te algemeen. Het kan ook te maken hebben met de aanwezigheid in het centrum van Seattle van ‘getatoeëerde neo-hippies met laptops’, veelal afkomstig uit het eveneens in het centrum gevestigde hoofdkantoor van Amazon. Echter, in 1971 was er nog geen sprake van neo-hippies en ook niet van een Amazon. Van Hoogstraten kan het fenomeen maar met één verschijnsel in verband brengen: de vele regen. Het miezert of giet er 150 dagen per jaar en bewolking vult de hemel 294 dagen per jaar. ´Is het cafeïneparadijs ontstaan als reactie op de grijsheid? Overdadig koffie drinken als middel tegen de begrijpelijke impuls om de deken nog maar eens over je hoofd te trekken? Zeker, daar begon het vast en zeker mee. Maar verder was er de stad als innovatiemilieu. Van Hoogstraten gaat daaraan voorbij. Je zou het ook bijna over het hoofd zien. Maar de combinatie van koffie en internet is zeker een stedelijke vinding, die vervolgens de vraag oproept of Amazon uit de Starbuckscultuur is voortgekomen, of dat de combinatie te danken is aan de aanwezigheid van Amazon in het centrum van Seattle.

Tagged with:
 

Stervende forensen

On 6 december 2013, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in The Atlantic Cities van 4 december 2013:

Opzienbarend artikel van Emily Badger in The Atlantic over de afname van het autoverkeer in Amerikaanse steden. In ‘The US Cities Leading the Decline in Driving’ put Badger uit een recent verschenen rapport van het US PIRG Education Fund en de Frontier Group. Cijfers over het autogebruik in de periode 2007-2011 werden door medewerkers van deze instanties vergeleken met die uit het jaar 2000. Wat blijkt? In 99 van de 100 grootste metropolitane regio’s van de Verenigde Staten nam het forensenverkeer de afgelopen tien jaar af. De grootste afname deed zich voor in de regio’s New York-Newark, Washington DC, Austin, Texas. Daar bedroeg deze meer dan 4 procent. De enige uitzondering is New Orleans waar als gevolg van orkaan Kathrina het autoverkeer licht groeide. Dat betekent dat nota bene in het land waar in de twintigste eeuw de suburbs en de autoindustrie groot zijn geworden het autoverkeer al tien jaar daalt. Dat zei ik toch, opzienbarend.

U dacht misschien dat de files, ook in Nederland, alleen afnemen door straffe maatregelen van de regering, zoals wegenbouw en benutting van spitsstroken tussen en rond de steden. Of u meende dat het vooral de crisis is die voor een tijdelijke afname van het forensisme zorgt. Dat lijkt dus niet te kloppen, althans, dit zijn niet de werkelijke oorzaken van de vermindering van de filedruk. Er is al jaren sprake van een trend: mensen forensen minder. Of beter: het verschijnsel forens sterft langzaam uit. Jonge mensen zijn dichter bij hun werk gaan wonen en oudere, autoverslaafde mensen stoppen met werken. In ruimtelijke termen, de grote steden groeien weer, terwijl de groeikernen krimpen. Alweer een voorbeeld van overschatting van de effecten van beleid. Wordt het niet tijd dat het verkeers- en vervoerbeleid aan de nieuwe situatie wordt aangepast en dat de enorme rijksbudgetten voor wegenbouw naar de grote steden gaan? Voor woningbouw, die daar nu eenmaal veel duurder is. En voor grootstedelijke voorzieningen.

Tagged with:
 

Sinister

On 1 november 2013, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 9 augustus 2013:

Afgelopen zomer schreef Sjoerd de Jong in NRC Handelsblad een boeiende recensie over ‘Killer On The Road’ van Ginger Strand. Het nieuwste boek van Strand gaat over de aanleg van het snelwegennet in de Verenigde Staten. Vanaf 1953 werden daar voor meer dan 43.000 mijl aan nieuwe autosnelwegen geasfalteerd, om steden en staten met elkaar te verbinden. Iedereen juichte en nog steeds noemen mensen dit vooruitgang. “De naoorlogse bloei van de Amerikaanse economie stimuleerde vrachtvervoer en de trek van de stedelijke middenklasse naar slaapsteden die alleen met de auto bereikbaar waren.” Niet dus. De automobiliteit blijkt ook of misschien wel juist een hele duistere kant te bezitten: de interstates werden het nieuwe werkterrein van moordenaars en psychopaten, van liftende eenlingen en truckers zonder moraal die weinig goeds voorhadden met de medemens. Vooral hoertjes – lot lizards – op de ‘truck stops’ moesten het ontgelden. Strand brengt het allemaal in beeld.

De autosnelwegen genereerden niet alleen suburbs, ze vernietigden ook bestaande steden. Zo voert de sinistere blik van Strand de lezer naar Atlanta, waar in de jaren zeventig en tachtig tal van autosnelwegen dwars door arme en zwarte woonwijken werden aangelegd. “These were white men’s roads, as the Nationale Urban League put it, through black men’s bedrooms.” Vooral zwarte jonge jongens werden het slachtoffer van seriemoordenaars. Wayne Williams blijkt de grootste, hij werd opgepakt, maar de interstates, wil Strand maar zeggen, lagen in werkelijkheid aan de basis. De Jong: “De moorden op zwarte kinderen die Atlanta begin jaren tachtig in de greep hielden, vonden plaats in wijken en buurten die waren verwoest door de aanleg van snelwegen.” Of, om Strand zelf aan te halen: “Atlanta’s urban renewal and expressway construction had, at the very least, built the stage on which the tragedy in Atlanta could unfold.” Ook Amsterdam kreeg ermee te maken toen de stad midden jaren zestig koos voor het IJtunneltracé. Een snelweg midden door de arme buurten in Oost en Noord ontwrichtte daar hele gemeenschappen. Criminaliteit bereikte er begin jaren tachtig een hoogtepunt. Nog altijd werkt de ring A10 als een cesuur die vooral arme wijken en buurten verdeelt en splijt. En het opvallende is, alleen het rijke Amsterdam-Zuid kan straks rekenen op een kostbare autotunnel.

Tagged with:
 

Fixing a sewer

On 11 oktober 2013, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in The Atlantic Cities’ van 13 juni 2012:

Vorig jaar verscheen van de hand van de Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber een opmerkelijk boek over hoe deze wereld beter kan worden bestuurd. Antwoord: niet door staten, wel door steden. Preciezer, niet door regeringen, maar door burgemeesters. In ‘If Mayors Ruled the World’ betoogt Barber dat regeringen tegenwoordig disfunctioneren, hetgeen getuige wat er op dit moment in Washington gebeurt hoogst actueel blijkt te zijn. Steden daarentegen worden volgens Barber overwegend partijloos en pragmatisch bestuurd. Burgemeester La Guardia van New York zei het ooit zo: “There is no Democratic or Republican way of fixing a sewer.” Stedelijke politiek gaat niet over macro-economie of oorlogen voeren. Ze gaat over alledaagse dingen, over hoe mensen samen kunnen leven. Democratie begon ooit in steden. Goede governance tref je er veelvuldig aan. Effectief leiderschap wordt bij uitstek in steden aangetroffen. Steden leren ook sneller van elkaar en zijn ook beter in staat om samen te werken dan landen. Met een parlement van burgemeesters – een ‘audiament’- denkt Barber de wereld veel beter te kunnen besturen.

Vreemd? In een interview met Richard Florida in The Atlantic Cities verwoordde Barber het vorig jaar aldus: “There are literally hundreds of networks already linked up in which a great deal of transnational cooperation already is taking place. When I speak of an ‘audiament’ I mean to remind us that parliaments too often focus on talking at people, whereas democracy requires that we listen to one another and seek common ground. The key to the arts of democracy is how we listen to one another, not how we talk. For what we are seeking is common action that is voluntary, and this calls for mutual understanding – that is, listening.” Anders gezegd, de mondiale netwerken van steden fungeren nu al als horizontale, democratische governance-structuren. Daar is meer dialoog dan in de nationale parlementen. En deze netwerken groeien als kool. Met de ‘Shutdown’ in de Verenigde Staten lijkt men zijn voorstel daar nu ineens buitengewoon serieus te nemen. Deze week sprak Barber in New York voor het Citylab van burgemeester Bloomberg, in aanwezigheid van 300 vertegenwoordigers van Amerikaanse steden. Time Magazine riep Bloomberg bij die gelegenheid al uit tot de nieuwe wereldleider.

Tagged with:
 

Ford’s onbehagen

On 26 september 2013, in economie, regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 6 september 2013:

Deze week college gegeven over planning in de twintigste eeuw aan eerstejaars studenten op de UvA. Mijn college opende niet met de Woningwet van 1901, maar met de massaproductie van de T-Ford in Amerika vanaf 1908. De Amerikaanse auto-industrie, groot geworden in Detroit, zou de steden en de landschappen van Europa en Amerika namelijk ingrijpend veranderen en het negentiende eeuwse tuindorp – als medicijn bedoeld tegen de industriële stad – in de vorm van de ‘suburb’ definitief laten triomferen. Regionale gespreide verstedelijking zoals Frank Lloyd Wright die met zijn studies van ‘Broad Acre City’ in de jaren dertig tekende werd het dominante patroon dankzij de T-Ford van Henry Ford (1863-1947). De in New York woonachtige Jane Jacobs zou begin jaren zestig ten strijde trekken tegen de snelwegen van Robert Moses, die nu ook de Amerikaanse binnensteden doorboorden en functioneel uitholden, nee leegzogen. Het was deze strijd, die begon met Henry Ford’s schepping.

Vincent Curcio schreef een mooie biografie van Henry Ford. Bernard Hulsman recenseerde deze onlangs in NRC Handelsblad. De assemblagelijn voor de T-Ford, zo lees ik, kwam in 1913 gereed, waarna Ford het arbeidsloon tot vijf dollar per dag verdubbelde. Ook verkortte hij de werkdag tot acht uur. Hierdoor konden de arbeiders een auto kopen en hadden ze voldoende tijd om er in rond te rijden. Wat ik niet wist, is dat Henry Ford helemaal niet van de grote stad hield, en al helemaal niet van Detroit – nota bene de stad die hij zelf geschapen had. In Alabama wilde hij een lint van idyllische dorpen bouwen en in Brazilië begon hij aan Fordlandia, een utopisch stadje voor arbeiders op een rubberplantage. Hulsman: “De utopische dorpen kwamen voort uit zijn onbehagen in de moderne wereld. (…) Hij had een hekel aan industriesteden als Detroit en het materialisme van de consumptiemaatschappij. (…) Hij verlangde terug naar het simpele plattelandsleven van zijn jeugd, met de bijbehorende oude normen en waarden.” Ford was niet de enige. Bijna alle Amerikanen zijn gevlucht, zodra ze konden, met hun auto naar de suburb, liefst ver van de grote stad. Amerikanen, op een paar New Yorkers na, zijn toch vooral antistedelijk.

Tagged with:
 

Vooruitziende blik

On 23 augustus 2013, in boeken, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Atlas Shrugged’ (1957) van Ayn Rand:

Eerder al schreef ik over Ayn Rand’s ‘Atlas Shrugged’, naar aanleiding van Hans Achterhuis’ ‘De utopie van de vrije markt’. Deze zomer las ik dan eindelijk de dikke pil die in mijn geboortejaar verscheen en die nog altijd tot de meest gelezen boeken behoort in Amerika. En ik moet toegeven, het is een indringend verhaal over een aantal meedogenloze ondernemers. Deze dystopie schetst precies de ondergang van Amerika die wij op dit moment beleven. Autofabrieken zijn op de fles gegaan, de Amerikaanse Oostkust is verworden tot een ‘Rustbelt’, New York wankelt, de financiele crisis heeft de meeste mensen verarmd, mensen met talent zijn gevlucht naar de ‘Sunbelt’. Het sombere beeld dat Ayn Rand bijna zestig jaar geleden schetste van een toekomstige Amerikaanse economie is juist nu werkelijkheid aan het worden. Geen wonder dat de roman aan de andere kant van de oceaan een ware revival beleeft. Alleen de oorzaak van de huidige crisis is een volstrekt andere dan die Rand indertijd schetste: niet de weke sociaal-democratie van Barack Obama, maar juist het keiharde, niets ontziende neoliberalisme van zijn voorgangers drijft de Verenigde Staten op dit moment naar de ondergang. Ik vrees echter dat Amerikanen dit heel anders zien. ‘Atlas Shrugged’ is de bijbel van de ultraconservatieven. Trouwens, van zo’n roman kan geen econoom het winnen.

Voor Rand zijn grote steden tastbare uitingen van economische vitaliteit en kracht, het zijn producten van individueel moedig ondernemerschap, niet van cultuur en samenleving. Wanneer bijvoorbeeld twee grootindustriëlen – Dagny Taggart en Hank Rearden – elkaar op Thanksgiving Day in New York ontmoeten, zegt Rearden: “You know, Dagny, Thanksgiving was a holiday established by productive people to celebrate the success of their work.” Waarna we lezen: “The movement of his arm, as he raised the glass, went from the portrait – to her – to the buildings of the city beyond the window.” Diezelfde Rearden – uitvinder van een nieuw soort metaal – wordt even eerder in de roman door een andere grootindustrieel, Ellis Wyatt, aangemoedigd New York te verlaten wanneer de ondernemers door Washington aan banden worden gelegd: “Hank, why don’t you move to Colorado? To hell with New York and the Eastern Seaboard! This is the capital of the Renaissance. The Second Renaissance – not of oil paintings and cathedrals – but of oil derricks, power plants, and motors made of Rearden Metal. They had the Stone Age and the Iron Age and now they’re going to call it the Rearden Metal Age – because there’s no limit to what your Metal has made possible.” Vele ondernemers vluchten de bergen in maar Rearden blijft op zijn post. Het is alsof Mark Zuckerberg wordt aangemoedigd New York te verlaten en zijn geluk te beproeven in San Francisco, aan de andere kant van de Rocky Mountains. Silicon Valley opgevat als een soort Atlantis. 1957, wat een vooruitziende blik!

Tagged with:
 

Until the very end

On 3 juli 2013, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gelezen in ’Rolling Stone’ van 20 juni 2013:

Gisteren overlegd over de overstromingskansen van de Amsterdamse haven bij een dijkdoorbraak bij de Lek. Alarmerend? Jeff Goodell schreef pas een echt alarmerend artikel in Rolling Stone. Over de benarde toekomst van Miami, USA. Zijn voorspelling van de verwoestende kracht van hurricane Milo in 2030 loog er niet om. Achthonderd mensen zouden sterven, door geruchten over calamiteiten bij de atoomcentrale bij Turkey Point, 24 mijl ten zuiden van Miami, zou paniek zijn uitgebroken, de schade aan de hele infrastructuur van de metropool aan de kust beliep enige miljarden. De storm was het begin van het einde, want alle watervoorraden in Florida waren verzilt en de toekomst leek alleen maar guurder: de zeespiegel zou nog veel verder rijzen. Miami ligt niet alleen onder de zeespiegel, maar heeft ook nog eens een poreuze ondergrond die zich uitstrekt onder heel Zuid Florida en die nog het beste te vergelijken is met Zwitserse kaas. Conventionele kustverdediging is hier kansloos en zoet water is steeds moeilijker te verkrijgen. Los daarvan, het conservatieve Florida ontkent eenvoudig dat er sprake zou zijn van enige klimaatverandering. Er gebeurt dus helemaal niets. “It is beyond denial; it is flat-out delusional.” 

Er ligt een plan voor een stormvloedkering van CDM Smith, een ingenieursbureau uit Massachusetts. De verantwoordelijke ingenieur weet het zeker: “I trust we will find a solution. I have been to Amsterdam. I have seen what the Dutch have done. If they can figure it out, so can we.” En inderdaad, ook hier, net als in New Orleans en in New York, ruiken de Nederlandse ingenieursbureaus kansen. De firma’s hopen ook in Florida grote orders in de wacht te slepen wanneer de politiek er eenmaal ontwaakt en inziet dat er iets moet gebeuren. Zolang Nederland geen watersnood kent lijkt haar expertise onaantastbaar. Maar een vertegenwoordiger van Arcadis erkent dat Miami niet met Nederland te vergelijken is. “Miami is different. It is also a low-lying city but far more complicated because of issues about water quality, the porousness of the limestone the city sits on, as well as water coming in from the west, through the Everglades.” In Miami hopen ze ondertussen de komende twintig jaar met veertig pompen het water buiten de stad te houden. Daarna zal de metropool van vijf miljoen echter zeker verdrinken. En wat zeggen de inwoners van Miami? “You’ll want to be here until the very end.”

Tagged with: