Fascinerend

On 1 juli 2014, in technologie, by Zef Hemel

Gezien in de Westergasfabriek te Amsterdam op 12 juni 2014:

De keynote op de negende Kennisdag ruimtelijke sector van de gemeente Amsterdam was niemand minder dan Carlo Ratti, directeur van de SENSEable City Lab, MIT Department of Urban Studies and Planning. Zelden zo’n swingende presentatie gezien. Als een VJ stond de magere, in een T-shirt gehulde Ratti achter het katheder, waarin zijn computer zat verstopt, die hij uiterst behendig bediende en waarmee hij het ene na het andere filmpje de zaal inslingerde, telkens ondersteund door een stevige beat. We zagen allerlei toepassingen van technologie in het stedelijke, hoe apps ons kunnen volgen, zelfsturende auto’s, ik ontwaarde zelfs een drone. Het zag er allemaal puik uit, en het leek vooral ook heel kostbaar. Elk filmpje werd afgesloten met reclame van grote bedrijven die de ontwikkelde technologie – prototypes – hadden helpen financieren. We werden niet alleen vermaakt, nee we werden verleid. Technologie is ook fascinerend.

Bij veel technologische toepassingen, viel me op, fungeren de stedelingen min of meer als bevers die, met zendertjes uitgerust, de planners precies laten weten waar ze zitten en wat ze zoal uitspoken. Op basis van die informatie kunnen planners de ruimte inrichten, of manipuleren. Veel toepassingen vond ik slim, sommige waren comfortabel. Enkele echter voelden juist heel oncomfortabel omdat ze me deden denken aan moderne oorlogvoering. Als sociale wetenschapper vroeg ik me af of mensen – consumenten – dit allemaal werkelijk willen, of dat deze technologie hen door de industrie wordt opgedrongen. Als planoloog twijfelde ik of je hiermee aan een goede samenleving bouwt. En dat is toch wat publieke ruimtelijke planning wil: bijdragen aan een ‘civil society’. Techniek maakt mensen vrij, schreef Kevin Kelly in ‘What Technology Wants’. Zou dat het zijn? Misschien kan iemand me geruststellen.

Tagged with:
 

Technologische tuinen

On 7 maart 2014, in participatie, planningtheorie, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 18 januari 2014:

 


"Providing the right platform is something all it takes." Met die zin begon een opmerkelijk artikel in een Special Report van The Economist, gewijd aan Tech Startups. Het artikel beschreef de toekomstige economie, die vooral zal bestaan uit fysieke en virtuele platforms. Het platform is het ‘operating system’ waarvan veel mensen gebruik kunnen maken met een bepaald doel. Sinds we vertrouwd zijn geraakt met IT-software zijn we steeds meer in termen van platforms gaan denken. Inmiddels weten we dat alle complexe systemen vanuit platforms werken, zowel biologische als economische systemen. "The core building blocks are kept stable so that the other parts can evolve more rapidly by combining and recombining them and adding new ones." Onze wereld wordt steeds complexer. IT dringt in alle geledingen door. We gaan naar een ‘platformisering’ van de samenleving.

Hoe ziet zo’n wereld eruit? "The bottom, where economies of scale rule, is made up of just a few powerful platforms; the top, where creativity and agility are at a premium, is becoming ever more fragmented. There is not much in between." Zo gaat onze samenleving er ook steeds meer uitzien: als een omgekeerde piramide. Horizontalisering is onvermijdelijk, een combinatie van hele grote platforms aan de ene kant en een grote variatie van miniproductiewijzen aan de andere kant, dat is ons voorland. Alle onderdelen van de economie gaan lijken op zulke ‘technologische tuinen’ waar duizenden bloemen bloeien en waar slechts enkele zeer groot zullen worden. Ook steden gaan op deze manier functioneren: ze organiseren zich rond platforms waar snel in grote gemeenschappen wordt geleerd. Sommigen noemen dit een ‘bottom-up’-beweging. In de Amsterdamse leergang De Nieuwe Wibaut spreken we van prototypes van nieuwe open werkwijzen, want ook de ruimtelijke planning moet eraan geloven. The Economist: "Currently governments resemble a vending machine offering a limited set of choices. They would work much better as a platform for a thriving bazaar of government services, offering basic building blocks that others can use."

Tagged with:
 

Street life

On 30 januari 2014, in openbare ruimte, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Times van 17 januari 2014:

 

Keith Hampton, verbonden aan Rutgers University, had een briljant idee. Hij besloot de publieke ruimtes die de socioloog William Whyte in 1975 met zijn filmische ‘Street Life Project’ op slag wereldberoemd hadden gemaakt opnieuw te filmen. Dat meldde laatst The New York Times. Hampton ging terug naar plekken als Briant Park, direct achter de New York Public Library, maar ook naar pleinen en straten in Los Angeles, Philadelphia en Boston. Whyte had hier destijds met een super-8 camera vanaf een hoog standpunt de mensen op straat gefilmd. Zijn camera werkte met een digitale klok: elke 10 seconde volgde een filmshot. Zo was Whyte in staat geweest het gedrag van mensen in de publieke ruimte in New York en andere Amerikaanse steden gedurende de dag vast te leggen en wetenschappelijk te observeren. Van zijn ‘The Social Life of Small Urban Spaces’ (1980) heb ik nog altijd een exemplaar. Hampton deed het opnieuw. Hij wilde weten of in de kleine veertig jaar die sindsdien verstreken het gedrag van mensen in diezelfde openbare ruimte ook is veranderd. Dat blijkt inderdaad het geval.

Hampton meende dat stedelingen in 2013 eenzamer zouden zijn dan in 1975, meer in zichzelf gekeerd, druk in de weer met hun mobieltjes, ear phones en laptops. Dat bleek niet het geval. Gemiddeld slechts 3 procent van de wandelaars stond te bellen, te gamen of te mailen op straat; de meesten leken dit te doen in afwachting van de komst van iemand met wie ze een afspraak hadden. Het sociale verkeer op straat bleek juist veel intenser, wat Hampton deels verklaart uit de mobiele technologie die meer ontmoetingen in de publieke ruimte lijkt uit te lokken. “Technology is not driving us apart.” Technologie verbindt juist mensen. Opvallend was ook de toegenomen drukte op straat in het algemeen, op alle plekken die Hampton opnieuw had onderzocht. En het meest verrassende was wel dat vooral het aandeel vrouwen in de publieke ruimte sterk was toegenomen. Vrouwen bleven in 1975 nog overwegend thuis, bij de kinderen, je zag ze bijna niet op straat (alleen in winkelstraten.) Tegenwoordig domineren ze overal de stedelijke publieke ruimte. Ze eten, drinken, wandelen, ontmoeten elkaar. De stedelijke publieke ruimte, concludeert Hampton, is door de emancipatie van vrouwen publieker en socialer geworden.

Tagged with:
 

Startup ecosystems

On 24 januari 2014, in technologie, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 18 januari 2014:

Interessante Special Report in het Londense The Economist deze week. Over ‘Tech Startups’. Er staat een wereldkaartje bij afgedrukt met de fraaie titel ‘Bowei’s travels’. Afgebeeld zijn de belangrijkste technologische ecosystemen van de wereld. Dat zijn zogenaamde startup kolonies, waar veel jonge mensen samenkomen om met elkaar nieuwe technologische bedrijfjes te starten omdat onderwijs, ondernemerschap, financiering, cultuur en beleid hun pogingen hier goed ondersteunen.  Silicon Valley, bij San Francisco, is misschien wel de oudste. Het kaartje blijkt gemaakt door Bowei Gai, een Chinees-Amerikaanse ondernemer. Tussen januari 2013 en september reisde hij alle zesendertig ecosystemen die de wereld op dit moment telt bij langs. Hij begon in New Delhi en eindigde in Singapore. Binnenkort verschijnt van zijn hand een ‘World Startup Report’. Ook Amsterdam deed hij aan.

Bowei over zijn ecosystemen: “They often form in places where young people want to live: Berlin, Boulder, London.” Als dat zo is, dan toont het wereldbeeld volgens Bowei niet alleen de technologische ecosystemen van jonge startups, maar tevens de steden waar de kosmopolitische hoogopgeleide jeugd het liefste leeft: New York en San Francisco in de eerste plaats; in Europa zijn dat Londen, Berlijn en Parijs; maar ook Tel Aviv, Mumbai, New Delhi, Bangalore, Rio de Janeiro, Sao Paulo, Buenos Aires, Shanghai, Bangkok, Jakarta, Seoul, Tokio, Taipei, Hongkong, Helsinki en, jawel, ook Amsterdam. Vaak worden de startup bemenst door jonge internationals. Vooral in Singapore is dit opvallend; daar werken jonge mensen uit de hele wereld samen, slechts een enkeling is Singaporees. De eigen bevolking prefereert daar nog altijd een overheidsbaan. Kortom, de ecosystemen zijn kwetsbaar en overheden dienen te beseffen dat ze gemakkelijk iets kapot kunnen maken. Uiteindelijk willen alle jonge mensen het liefst in de Verenigde Staten hun bedrijfje starten. Daar is de grootste markt en het meeste geld, maar ook een paar grote steden waar jongeren maar wat graag in kolonies willen leven. En geef toe, wie wil er niet in San Francisco, Boston of New York zijn geluk beproeven?

Tagged with:
 

Man en machine

On 22 november 2013, in technologie, by Zef Hemel

Gehoord in Carré op 21 november 2013

Peter Diamandis, oprichter van de Singularity University in Silicon Valley, sprak afgelopen week in Carré in Amsterdam ten overstaan van honderden CEO’s van Nederlandse bedrijven. Voordat hij aan het woord kwam, spraken nog vijf andere mannen: Rens de Jong, Pieter Hilhorst, Wassili Bertoen, Yuri van Geest en David Roberts. Ook de zaal was met overwegend goed geklede mannen gevuld. Het onderwerp: ‘disruptive technology’ oftewel ‘man en machine’. Boodschap: we worden door de machines verslagen. Was de gemiddelde levensduur van een bedrijf begin twintigste eeuw nog 67 jaar, tegenwoordig is dat nog maar 15 jaar, en het zal nog korter worden. Boosdoener: de nieuwste technologie. Veertig procent van de bedrijven zal de komende tien jaar niet overleven. De zaal huiverde. Gelukkig hadden ze er op de Singularity University iets op gevonden. Daar kunnen jonge mannen met de nieuwste machines spelen – robots, drones, camera’s, glasses -, om zo weer gevoel te krijgen voor wat hen in de nabije toekomst te wachten staat.

De vraag uit de zaal kon natuurlijk niet uitblijven: als moderne technologie elke organisatie overhoop blaast, bestaat er over tien jaar dan nog wel een overheid? Diamandis aarzelde met het geven van een antwoord. Zijn repliek, zei hij, was in dit geval slechts een mening. Dit was wat hij ervan vond: overheden lopen hopeloos achter als het gaat om opname van en aanpassing aan nieuwe technologie. De overheid zal het dus nog moeilijker gaan krijgen dan nu, maar of hij helemaal verdwijnt wist Diamandis niet. Ook het begrip vrijheid werd die middag in Carré geproblematiseerd. Als technologie ons bevrijdt, wat zouden we dan nog moeten doen? Zo’n vraag stellen kunnen alleen mannen. Niet alleen de overheid krijgt het moeilijk, maar vooral de mannen, al was het maar met de vraag wat mannen aan moeten met hun vrije tijd. Het was alsof mannen nog steeds niet doorhebben dat ze niet zozeer door technologie overbodig worden gemaakt, als wel door …. vrouwen. Ik weet het zeker, als Carré die middag overwegend met vrouwen was gevuld, was over het onderwerp heel anders gesproken. Vrouwen zijn nu eenmaal beter geëquipeerd voor de moderne diensteneconomie die door de moderne biologische technologie mogelijk wordt gemaakt.

Tagged with:
 

Smart City

On 14 oktober 2013, in innovatie, stedelijkheid, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De stad als interface’ (2013) van Martijn de Waal:

Ergens halverwege zijn boek beschrijft filosoof De Waal het uitzicht vanuit een ‘executive apartment’ op de 62e verdieping van het First World Towers-complex in New Songdo, de gloednieuwe stad die daar uit het niets wordt opgetrokken, op een opgespoten zandbank in de Gele Zee vlak voor de kust van Zuid-Korea. Er is helemaal niets te zien. Een stormfront uit Japan drijft een dikke laag wolken voorbij die het zicht op de nieuwe stad benemen. Projectontwikkelaar Gale International probeert daarom met een flitsende powerpoint-presentatie dit visuele gemis te compenseren. Songdo wil de eerste ‘smart city’ zijn en is daarmee icoon geworden van een nieuwe wedloop tussen steden. De Waal is gast, net als al die andere delegaties van steden uit de rest van de wereld. De laatste technologieën zullen hier straks nauw verweven zijn met het alledaagse leven, merkt De Waal in ‘De stad als interface’ op. “Is dit de stad van de toekomst? En zo ja, willen we in zo’n stad leven?” Ook al doet hij voorkomen neutraal te zijn, hij ziet zijn republikeinse ideaal hier ondermijnd worden. Hij vreest dat burgers niet meer zelf actief zullen kunnen handelen en dat commerciële partijen van Songdo een gesloten stad zullen maken waar burgers in de eerste plaats consumenten zijn die tegen betaling diensten moeten afnemen.

Toen bijna tien jaar geleden een Zuid-Koreaanse delegatie Amsterdam bezocht met het doel om voor het ontwerp van Songdo lessen te leren, viel me de gretigheid en grondigheid op waarmee de Koreanen in het vervullen van die opdracht te werk gingen. Ze hadden nauwgezet studie gemaakt van de Amsterdamse stadsontwikkeling – vooral van IJburg – en bestookten ons met hele lijsten trefzekere vragen. Nu, tien jaar later, is Songdo opgespoten en al bijna helemaal voltooid. Daarmee hebben de Koreanen voor zichzelf een fantastisch grootstedelijk experiment gecreëerd dat zich nog het beste te vergelijken laat met onze Zuiderzeewerken en Deltawerken. Wat je er ook van vindt als filosoof of burger, ze hebben het gedaan. In ons land echter worden grote steden nog steeds met grote argwaan beschouwd en vinden er nauwelijks experimenten plaats met gedurfde vormen van stadsontwikkeling. Ook De Waal voedt weer die allergie tegen de grote stad. Door zich af te zetten tegen New Songdo en ook de stedelijkheid van het negentiende eeuwse Parijs en Wenen van de hand te wijzen, daartegenover een ‘netwerkstedelijkheid’ als richtsnoer voor Nederland te nemen, voegt hij zich bij de meerderheid die de suburbane bric-à-brac van de Hollandse polder al mooi genoeg vinden.

Tagged with:
 

voorspelbare toekomst

On 4 juni 2013, in economie, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 29 december 2012:

Afgelopen week in het kader van ‘Amsterdam 750 jaar’ (in 2025 is het zover!) met ruim honderd young potentials uit het Amsterdamse bedrijfsleven gezocht naar toekomsttrends. Locatie: Amsterdam Art Centre in Westpoort-Sloterdijk. De gesprekken herinnerden me aan een artikel in NRC Handelsblad van William Halal van de George Washington Universiteit over de komende technologische revolutie. De toekomst voorspellen is een tot mislukken gedoemd waagstuk, maar Halal weet te overtuigen met een ‘macroprognose’ van de economie als geheel in de komende tien tot twintig jaar, afgeleid van het zogenaamde Techcastproject. Het Techcastproject bundelt de kennis van meer dan honderd hightechwetenschappers, CEO’s, ingenieurs en futuristen in de hele wereld, teneinde doorbraken te voorspellen op alle denkbare gebieden. Wat blijkt? Rond 2015 zal vermoedelijk een nieuwe golf van economische groei een aanvang nemen. “Het cluster van groene technologieën, informatiesystemen, e-commerce en geavanceerde auto-ontwerpen wijst op een vermoedelijke opleving van de economische groei rond die tijd.” Het jaartal van 2015 zou samenvallen met het patroon van 35-jarige cycli op de Amerikaanse aandelenmarkt, met hoogtepunten in de roaring twenties, de Eisenhowerhausse van de jaren zestig en de Reaganhausse van de jaren negentig. Nog twee jaar geduld dus.

We moeten ons dus voorbereiden op een nieuwe technologische revolutie. Die zal vermoedelijk bestaan uit intelligente auto’s, alternatieve energie, persoonlijke geneesmiddelen, oneindige rekenkracht, robots en kunstmatige intelligentie. Uit een bijgevoegde grafiek leid ik bovendien af dat over de volgende innovaties in 2025, als Amsterdam 750 jaar bestaat, vrijwel geen onenigheid meer bestaat: kunstmatige organen, organische landbouw, ontzilting, micromachines, geautomatiseerde snelwegen. Halal: “Er mag onzekerheid bestaan over de specifieke doorbraken, maar er bestaat heel weinig onzekerheid over de grote technologische verandering die we achter de horizon van onze planning zullen zien.” Steden zullen deze innovaties leveren en de innovaties zullen onze steden ingrijpend veranderen. Met die aan zekerheid grenzende wetenschap wordt ruimtelijke planning een stuk gemakkelijker.

Tagged with:
 

China without tweets

On 3 februari 2013, in internationaal, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in Wired van 2 februari 2013:

Een van de leukste websites van de laatste tijd is www.tweetping.net. Het betreft een real-time visualisatie van al het tweet-verkeer van over de hele wereld. Zodra je de pagina opent begint het te stromen. Webontwerper Franck Ernewein heeft de site ontwikkeld. Nathan Hurst schreef er een kort artikel over in Wired. De wereldkaart is afgebeeld als een nachtkaart, de tweets lichten op, onderin de pagina zie je de score per continent. Hoe meer tweets, hoe feller de plek oplicht. Grote steden springen er direct uit. Met tweetping krijg je opnieuw een goed beeld van het dominante verstedelijkingspatroon in de wereld, net zoals enkele jaren terug de eerste nachtelijke satellietbeelden van de aarde waarop de verlichting te zien is ons verrasten. Tweetping is dynamischer en daardoor leuker; telkens wanneer je hem opstart bouwt het beeld zich weer op. Ik kan er uren naar kijken.

Het grote verschil met alle nachtelijke satellietbeelden is dat bij tweetping China aardedonker blijft. Dat land kleurt nog donkerder dan donker Afrika. Geen spoor van twitterverkeer in het hart van Azië, terwijl de hele Pacific Rim juist fel oplicht: Japan, Korea, Java, Sumatra, Bangkok. Het zwarte gat wordt verklaard door het feit dat de Chinese overheid het twitteren onmogelijk heeft gemaakt. Hierdoor realiseer je je dat tweetping niet zozeer de mondiale verstedelijking afbeeldt, maar de wereldwijde communicatie, met de belangrijkste steden als knooppunten. China communiceert niet met de rest van de wereld. Europa doet nog wel stevig mee, al overtreffen de aantallen Aziatische tweets, ook zonder China, nu al bij verre de Europese. En kijk eens naar Istanbul, Moskou en Dubai!

Tagged with:
 

Getting Better

On 15 november 2012, in technologie, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 27 oktober 2012:

Dat was een aardige Special Report van The Economist over technologie en geografie. De conclusie van het katern is dat de virtuele en de fysieke wereld steeds meer verknoopt raken (“they are complements, not substitutes for each other”) en dat de technologie niet alleen mondiaal maar vooral ook lokaal georiënteerd is. “What seems certain is that life online will become more local without becoming less global.” Dat betekent dat de eenvormigheid door globalisering weliswaar blijft toenemen, maar dat tegelijk op lokaal niveau steeds meer heel specifieke plaatsgebonden diensten worden geleverd. Bovendien groeit een nieuw soort lokaliteit doordat sociale media in elke plek gebonden cultuur weer anders gebruikt worden. Met computers op zak kunnen mensen steeds meer achter de voordeur kijken (wat biedt deze winkel?) en om de hoek gluren (komt er een taxi aan?), maar ook in het verleden van gebouwen en straten kijken (wat gebeurde hier in 1945?).

De nieuwe communicatietechnologie kan steden beter maken, aldus The Economist. Door de technologie worden immers massa’s lokale data verzameld uit massa’s lokale bronnen waardoor stromen mensen, maar ook ongeregeldheden en ongelukken, beter te voorspellen en te reguleren zijn. Dat vereist overigens wel dat stedelijke instanties goed gaan samenwerken en de lokale politiek adequaat reageert. “In newly built places institutions have to be designed along with the infrastructure.” Het blad noemt Rio de Janeiro en het Mexicaanse Guadalajara als voorbeelden van ‘creatieve digitale steden’ waar nieuwe organisaties toezicht houden op lokale online diensten en die zorgen voor gelijke toegang tot alle informatie voor iedere burger. Los daarvan kunnen burgers ook zelf goedkope online diensten aanbieden wanneer overheden hun data om niet beschikbaar stellen. Helsinki, Amsterdam en Lissabon worden hier als goede voorbeelden genoemd. “Many ideas are brewing in the world’s cities, from grand projects to single apps. Some will be dead ends; others will rely on the enthousiasm of citizens, which will not always be in plentiful supply. But in lots of imperceptible ways, from better traffic management to bins that tweet when they are ready to be emptied, city life is getting better.”

Tagged with:
 

Magnetisch Amsterdam

On 11 oktober 2012, in economie, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 4 oktober 2012:

Afgelopen donderdag meldde Het Parool een ware opmars van de digitale media-industrie in en rond Amsterdam. Onder de kop ‘Stad magneet voor digitale media’ deed journalist Marc Laan uitvoerig verslag van een opmerkelijke trend. Bijna de helft van de Nederlandse bedrijven in de sector van de digitale media is op dit moment in de hoofdstad gevestigd, de meeste in de westelijke binnenstad, de grote jongens langs de stadsranden. Nog eens een op de vijf heeft de randgemeenten als vestigingsplaats gekozen, vooral Hoofddorp en Hilversum. Daarmee zitten twee van de drie bedrijven in deze sector in en rond Amsterdam. In totaal gaat het om zo’n driehonderd bedrijven: websitebouwers, ontwerpers van apps, de gaming industrie, tv-bedrijven, reclamebureaus, consultants en makers van e-books en online-tijdschriften. Ondanks de crisis doen deze bedrijven het nog redelijk goed. De regio Amsterdam begint daarmee op Silicon Valley te lijken.

De opmerkelijke gegevens blijken afkomstig van de Amsterdam Innovatie Motor (AIM). Deze heeft ook het succes van de Amsterdamse regio geprobeerd te verklaren. Belangrijkste reden volgens haar: het grote belang van face-to-face contacten. Verder ook: de nabijheid van klanten en opdrachtgevers. Ook telt de aanwezigheid van uitgeverijen, evenals van Vodafone, Ziggo en UPC. Ten slotte schrijft zij het succes toe aan de supersnelle glasvezelinfrastructuur van AMS-IX waarmee de bedrijven gegevens uitwisselen. Laan: “De digitale industrie brengt opmerkelijk veel werkgelegenheid mee voor de regio. Gemiddeld werken er 45 personeelsleden per bedrijf, negen keer meer dan bij een doosneebedrijf in de regio, dat vijf werknemers telt.” Inderdaad, Amsterdam begint verdacht veel op San Francisco te lijken.

Tagged with: