Volksvlijt

On 12 februari 2015, in participatie, planningtheorie, wetenschap, by Zef Hemel

Verteld in CREA, Amsterdam, op 9 februari 2015:

Met ‘Volksvlijt 2016’ eindigde Zef Hemel afgelopen maandag zijn Amsterdamlezing voor een uitverkocht CREA op de Roeterseiland Campus. ‘Volksvlijt’, zo vertelde de hoogleraar Grootstedelijke vraagstukken, is het prototype van een zelfontwikkeld platform voor een ‘open stad’ waarbij duizenden burgers samen, van onderop, de Amsterdamse economie van de toekomst kunnen bedenken en ook realiseren. Naast ‘Volksvlijt’ wijdde Hemel uit over twee andere platforms die collectieve intelligentie in de stad genereren: ‘Thinking City’ (‘open universiteit’) en ’De Nieuwe Wibaut’ (‘open overheid’). Alle drie de platforms worden op dit moment door hem getest, verbeterd en onderzocht.  Straks kunnen ze gemakkelijk worden opgeschaald en toegepast in andere steden. Daarmee legde Hemel niet alleen verantwoording af over zijn werkzaamheden op de Wibautleerstoel aan de Universiteit van Amsterdam tot nu toe, ook plaatste hij zijn werk uitdrukkelijk in de context van de ratrace tussen steden om door middel van technologie, talent, creatieve industrie, wetenschappelijke valorisatie, campusontwikkeling en kapitaalinjecties een zogenaamde smart city- of zelfs global city-status te verwerven. In de nieuwe kenniseconomie willen steden vooral slim gevonden worden.

Hemel maakte duidelijk dat hierachter een veel te groot maakbaarheidsdenken steekt. Terwijl, zo vertelde hij moderator Pieter Hooimeijer, planologen juist bescheidener worden, manifesteren economen zich tegenwoordig als ware ‘economische ingenieurs’. Hij zei dat hij dat beangstigend vond. De intelligentie schuilt volgens hem ook niet zozeer in nog méér kapitaal, hoofdkantoren, vastgoed, universiteiten, musea en technologie, maar in van onderop georganiseerde dialogen in de stad waaraan alle burgers kunnen deelnemen. De essentie daarvan is, dat de platforms open zijn, kunnen groeien en de grootst mogelijke diversiteit van mensen weten te binden. Daartoe moeten ze inspirerend en mobiliserend zijn, interactief werken, geen selectie plegen, alles wat gezegd wordt aggregeren, bij herhaling steeds grotere meeropbrengsten genereren, zich ontwikkelen als de natuur zelf: dus zelf-organiserend, van onderop. En ja, moderne informatietechnologie kan dit ondersteunen. Hij zei dat het nú goed kan. De beste metafoor voor ‘smart cities’, voegde hij eraan toe, zijn niet steden afgebeeld als printplaten of machines, maar als kolossale, complexe termietennesten in de Afrikaanse savannes. Het publiek stelde veel korte vragen. Alles werd interactief. De avond leek wel een platform. 

Tagged with:
 

Gliding into disorder

On 21 augustus 2014, in planningtheorie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Black Swan’ (2008) van Nassim Nicholas Taleb:

Beter nog dat Thomas Piketty’s ‘Capital in the 21st century’ vind ik ‘The Black Swan’ van Nassim Nicholas Taleb. Eerder al schreef ik over de wereld van Extremistan die wij volgens deze Libanees-Amerikaanse wiskundige binnentreden. Het is een gevaarlijke en oneerlijke wereld, met extremen die wij niet meer kunnen beheersen. Schaalbare verschijnselen kennen steeds hogere pieken en een hele lange staart. Voordelen zijn hier cumulatief. Anders gezegd, de duivel schijt op de grote hoop. En het midden valt steeds meer weg. Dat geldt voor taal, boeken, informatie, geld, bedrijven, vliegvelden, steden. "The bigger get bigger and the small stay small, or get relatively smaller." Oorzaak? De steeds omvattender netwerken, de groeiende wederzijdse afhankelijkheid, de toenemende complexiteit.

Het goede nieuws is dat in de staart van alles kan gebeuren. Eerst was iets nog klein, even later kan het heel groot zijn. En omgekeerd. "Nobody is truly established. The little guy is very subversive." Het slechte nieuws: "We are gliding into disorder, but not necessarily bad disorder." Dat is gek, want de wereld lijkt juist meer onder controle dan ooit. Maar als een Zwarte Zwaan – ‘the perfectly unexpected event’ - eenmaal toeslaat, zal deze een grotere impact hebben dan ooit tevoren. Alles hangt af van de lengte van de staart. In de financiële sector ontbreekt deze staart bijvoorbeeld; de ramp van 2008 is daar bijna niet te overzien. ‘Too big to fail’ betekende hier: de oude reuzen die faalden moeten moeizaam overeind worden gehouden ten koste van heel veel overheidsgeld. En er is niets geleerd. Erger: economen, aldus Taleb, begrijpen er nog altijd niets van. Hun held is Carl Friedrich Gauss. Nu ja, met uitzondering van Thomas Piketty dan. En steden? De grote steden worden groter, de kleine kleiner. Maar die hebben tenminste een hele lange staart.

Tagged with:
 

Collectief brein

On 23 april 2014, in geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 20 april 2014:

Ook de archeologen komen er nu achter. In het lezenswaardige ‘De macht van het getal’ beschrijft wetenschapsjournalist Lucas Brouwer in NRC Handelsblad hoe archeologen en antropologen in twee scholen redetwisten over de vraag waarom Neanderthaler het hebben afgelegd tegen de mens. Het oude antwoord: de hersenen van de mens bleken superieur. Een nieuw antwoord, onlangs verwoord in ‘Current Anthropology’ (december 2013): het komt door bevolkingsgroei en cultuur. "Homo sapiens bouwde geen creatieve cultuur op omdat hij slimmer was maar omdat hij talrijker was." Zo begonnen vroege mensen zo’n 40.000 jaar geleden met het maken van kunst en complex gereedschap, maar dat konden ze alleen doen omdat ze met zovelen waren. Anders gezegd: "Hoe meer mensen met elkaar verbonden zijn, hoe complexer onze technologie en cultuur kunnen worden." En ja, daar heb je hem: "Een gemeenschap van mensen is als een collectief brein."

Het idee dat technologie en cultuur bloeien als de bevolking maar groot genoeg is, geldt nog steeds. In mijn intreerede, getiteld ‘De stad als brein’ (september 2012) heb ik beschreven hoe dat werkt: grote metropolen, beweerde ik, zijn slimmer en innovatiever dan kleine. Bouw dus grote steden als je mee wilt doen in de snel veranderende wereld van technologie en hoogstaande cultuur. En denk dus niet dat als je een campus bouwt de innovatie vanzelf volgt, ambieer ook geen ‘Harvard aan de Amstel’, maar zet al je geld in op het bouwen van een diverse metropool. Als beloning krijg je meer duurzaamheid, meer sociale interactie, meer cohesie, meer innovatie, meer vrijheid, meer economische groei. Jammer dat de antropologen zijn blijven steken in demografie, al is het wel begrijpelijk. Ze richten zich op jager-verzamelaars, niet op vroege stedelingen. Ze zouden oude steden en hun groeiende bevolkingen moeten doorgronden. Iets anders is de innovatieagenda van Nederland anno 2014. Daarvoor geldt: concentreer de 17 miljoen inwoners zoveel mogelijk in een of twee metropolen en laat dit zo organisch mogelijk gebeuren. Groei en krimp, ze leiden vanzelf naar een meer duurzame en innovatieve ruimtelijke orde. Maar je kan het een duwtje in de goede richting geven.

Tagged with:
 

Stadslucht maakt vrij

On 21 maart 2014, in wetenschap, by Zef Hemel

Gehoord in CREA te Amsterdam op 17 maart 2014:

Helemaal op het eind van de Amsterdam Lezing vroeg iemand uit de zaal wat Ernst Hirsch Ballin op dit moment als het grootste onrecht in de wereld beschouwde. Zonder aarzeling antwoordde de hoogleraar Rechten van de mens en oud-minister van justitie: wapenhandel en human trafficking. Het was een klein hoogtepunt in een boeiende lezing afgelopen maandag over Amsterdam als rechtvaardige stad. Hirsch Ballin – zonder stropdas – memoreerde de twee Nobelprijswinnaars voor de vrede die Amsterdam in de twintigste eeuw heeft voortgebracht: Tobias Asser in 1911 en Gerrit Jan van Heuven Goedhart in 1955. De eerste vanwege zijn inspanningen voor de oprichting van het Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag, de tweede vanwege zijn Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen in New York. Asser doceerde rechten aan de Amsterdamse universiteit, Van Heuven Goedhart was tijdens de oorlog redacteur van verzetskrant Het Parool. Maar ook in de zeventiende eeuw was Amsterdam vooraanstaand als het ging om rechtspraak en rechtsontwikkeling. Daar hief de hoogleraar zowaar Geert Maks ‘Kleine geschiedenis van Amsterdam’ omhoog, om de zaal een illustratie van Rembrandts tekeningen van het galgenveld in Noord te tonen en een passage over de terechtstelling voor te lezen.

Hirsch Ballin, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en Tilburg, legde in zijn lezing een opvallend verband tussen de ontwikkeling van het recht en de groei van steden. Steden groeien als gevolg van migratiebewegingen, ze trekken heel verschillende mensen aan. Onder de migranten bevinden zich ook ‘criminelen, verwarde mensen en heiligen’. Door de samenkomst van al die uiteenlopende menstypes, met verschillende talen en culturen, wordt voor de vredige omgang tussen burgers recht ontwikkeld: recht van stedelingen op het goede leven. ‘Stadtluft macht frei nach Tag und Jahr’, aldus Hirsch Ballin, verwijzend naar een Middeleeuwse rechtsgrondslag voor lijfeigenen; wie langer dan een jaar en een dag in een stad verbleef verkreeg van het stadsbestuur zijn vrijheid. Recht spreken in steden, aldus Hirsch Ballin, heeft steeds betrekking op complexe, meervoudige relaties, ze vereist een 360 graden oriëntatie van de jurist. Recht legt macht aan banden en urbanisatie stimuleert de ontwikkeling van het recht. In Nederland zijn de steden veilig, stelde de hoogleraar vast. En op de Zuidas zijn de advocaten goed in arbitrage. Maar, gaf hij toe, de juridische onderbouwing voor regionale verstedelijkingsvraagstukken wordt in dit kleine land maar moeizaam geleverd.

Tagged with:
 

Kapitalistische metropolen

On 21 februari 2014, in boeken, politiek, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Communist Manifesto’ (1848) van Karl Marx en Friedrich Engels:

Verwierp Karl Marx de grote stad? In zijn theorie was de stad in ieder geval de fysieke neerslag van het kapitalisme. In Het Communistisch Manifest (1848) luidt het: “The bourgeosie has subjected the country to the rule of the towns. It has created enormous cities, has greatly increased the urban population as compared with the rural, and has thus rescued a considerable part of the population from the idiocy of rural life.” Uit die overigens adequate analyse spreekt weliswaar nog geen verwerping van de grootstad, wel een toerekening van de verstedelijking aan de klasse van de bourgeosie. Marx: “It (de bourgeosie) has agglomerated population, centralized means of production, and has concentrated property in a few hands.” In zijn heilstaat – de dictatuur van het proletariaat – bestaan dan ook geen grote steden meer. Althans, het tienpuntenplan uit het Communistisch Manifest bevat onder andere dit devies: “Combination of agriculture with manufacturing industries; gradual abolition of the distinction between town and country, by a more equable distribution of the population over the country.”

Die opvatting waren vele utopisten destijds toegedaan. In hun ogen waren steden als Londen, Berlijn en Parijs gewoon veel te groot; de mensen moesten daarom worden gespreid, terug naar het platteland. De Britse stenograaf Ebenezer Howard zou er vijftig jaar later een praktische invulling aan geven met zijn eenvoudige tuinsteden-diagram. Dat diagram werd later in praktijk gebracht, ook in de Nederlandse ruimtelijke ordening in de twintigste eeuw. De grote steden in het Westen des Lands werden ontmanteld; mensen moesten naar groeikernen en industrialisatiesteden overlopen in een poging de ‘onvermijdelijke suburbanisatie’ in goede banen te leiden. Het gevolg is dat Nederland anno 2014 verrassend dicht in de buurt komt van de communistische heilstaat van Marx en Engels. Jammer dat Marx vergat hoeveel hij te danken had aan die verwerpelijke kapitalistische metropolen. Zonder de bibliotheek van het British Museum bijvoorbeeld had hij nooit zijn Communistisch Manifest kunnen schrijven.

Tagged with:
 

Startup ecosystems

On 24 januari 2014, in technologie, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 18 januari 2014:

Interessante Special Report in het Londense The Economist deze week. Over ‘Tech Startups’. Er staat een wereldkaartje bij afgedrukt met de fraaie titel ‘Bowei’s travels’. Afgebeeld zijn de belangrijkste technologische ecosystemen van de wereld. Dat zijn zogenaamde startup kolonies, waar veel jonge mensen samenkomen om met elkaar nieuwe technologische bedrijfjes te starten omdat onderwijs, ondernemerschap, financiering, cultuur en beleid hun pogingen hier goed ondersteunen.  Silicon Valley, bij San Francisco, is misschien wel de oudste. Het kaartje blijkt gemaakt door Bowei Gai, een Chinees-Amerikaanse ondernemer. Tussen januari 2013 en september reisde hij alle zesendertig ecosystemen die de wereld op dit moment telt bij langs. Hij begon in New Delhi en eindigde in Singapore. Binnenkort verschijnt van zijn hand een ‘World Startup Report’. Ook Amsterdam deed hij aan.

Bowei over zijn ecosystemen: “They often form in places where young people want to live: Berlin, Boulder, London.” Als dat zo is, dan toont het wereldbeeld volgens Bowei niet alleen de technologische ecosystemen van jonge startups, maar tevens de steden waar de kosmopolitische hoogopgeleide jeugd het liefste leeft: New York en San Francisco in de eerste plaats; in Europa zijn dat Londen, Berlijn en Parijs; maar ook Tel Aviv, Mumbai, New Delhi, Bangalore, Rio de Janeiro, Sao Paulo, Buenos Aires, Shanghai, Bangkok, Jakarta, Seoul, Tokio, Taipei, Hongkong, Helsinki en, jawel, ook Amsterdam. Vaak worden de startup bemenst door jonge internationals. Vooral in Singapore is dit opvallend; daar werken jonge mensen uit de hele wereld samen, slechts een enkeling is Singaporees. De eigen bevolking prefereert daar nog altijd een overheidsbaan. Kortom, de ecosystemen zijn kwetsbaar en overheden dienen te beseffen dat ze gemakkelijk iets kapot kunnen maken. Uiteindelijk willen alle jonge mensen het liefst in de Verenigde Staten hun bedrijfje starten. Daar is de grootste markt en het meeste geld, maar ook een paar grote steden waar jongeren maar wat graag in kolonies willen leven. En geef toe, wie wil er niet in San Francisco, Boston of New York zijn geluk beproeven?

Tagged with:
 

Steden presteren beter

On 10 januari 2014, in bestuur, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Times van 8 januari 2014:

Seth Kaplan van John Hopkins University schreef afgelopen week in The New York Times over Nigeria, of eigenlijk over Lagos, Nigeria. Of liever nog: het artikel gaat over het falen van staten en over steden die opmerkelijk beter presteren. Miljoenenstad Lagos wordt in ieder geval beter bestuurd dan het land Nigeria waar het deel van uitmaakt. Hoe dat komt? Omdat, aldus Kaplan, staten te ver afstaan van de bevolking en van de lokale problemen. Erger, op nationaal niveau vecht men elkaar de tent uit om het vele belastinggeld en is de kans op corruptie groot, terwijl op stedelijk niveau alledaagse problemen direct worden opgelost. Ook blijken stedelingen zich makkelijker te kunnen organiseren dan de inwoners van een fragiele staat. Bovendien weten stadsbestuurders beter dat er geld in het laadje komt wanneer zij de problemen in hun stad daadkrachtig oplossen. Terwijl politieke elites in de Nigeriaanse hoofdstad elkaar op leven en dood bestrijden om de inkomsten uit de olievelden, werkt het bestuur van het 21 miljoen inwoners tellende Lagos aan openbaar vervoervoorzieningen, vuilnisophaaldiensten, drinkwater, economisch vestigingsklimaat en groenvoorziening.

in 1999 kwam de omslag. Nigeria schakelde over op een democratie en in Lagos werden de eerste vrije verliezingen gehouden. In Nigeria ging het daarna mis, maar in Lagos werden resultaten geboekt. Niet dat Kaplan gelooft dat Lagos het zwakke en snel groeiende Nigeria kan redden. Wel meent hij dat zwakke staten als Nigeria, Jemen, Congo, Pakistan, India enzovoort er goed aan zouden doen om meer verantwoordelijkheden op stedelijk niveau te beleggen en belastingregimes verregaand te decentraliseren. Ook steden in India (Hyderabad) en Colombia (Medellin) noemt hij als voorbeelden van steden die het gewoon beter doen dan de staten waartoe zij behoren. "The city is now the main driver of growth and stability across Africa, the Middle East and South Asia. And the example of Lagos shows that countries can begin to work better when their cities are well governed and thriving." Ik zou er nog aan willen toevoegen dat steden het intelligentiepotentieel van hun inwoners doorgaans beter benutten door ook werkelijk naar hen te luisteren en daardoor meer contact hebben met de realiteit. Je vraagt je af of deze principes niet voor alle landen en steden in de wereld gelden. Waarom alleen in zwakke natie-staten? Omdat het daar meer evident is dat stadsbesturen beter presteren?

Tagged with:
 

De gevleugelde stad

On 8 november 2013, in innovatie, openbare ruimte, technologie, by Zef Hemel

Gehoord op 7 november 2013 in Delft:

Het dertigjarig bestaan van het Forum voor Stedelijke Vernieuwing werd gisteravond op ingetogen wijze gevierd in de faculteit Bouwkunde te Delft. Almere, Zaanstad, Rotterdam, Amsterdam, Eindhoven, Den Haag en Maastricht waren door het algemeen bestuur uitgenodigd om daarbij aanwezig te zijn. De avond stond in het teken van de toekomst. Zeven sprekers deelden ieder in een kwartier tijd hun persoonlijke denkbeelden over de toekomst van de Nederlandse stad: Errik Buursink, Rianne Makkink, Bruno Doedens, Hendrik Blokhuis, Kai van Hasselt, Saskia Hoogendoorn en ondergetekende. Guido Wallagh trad op als spreekstalmeester. Hoewel zeer verschillend, viel er toch één rode draad door alle bijdragen te rijgen: alle sprekers spraken over het belang – juist nù – van het sociale. Het ging over mensen en wat zij waardevol vinden. Dus geen vertogen over bouwen en wonen, maar over mensen, hun intelligentie, hun vermogen om te verbinden, het ging over voedsel en samen eten, over gebeurtenissen, de stad met elkaar vieren, en ook: met andere ogen naar onze steden kijken. Nota bene in de faculteit Bouwkunde van Delft, waar ooit de culturele revolutie uitbrak en de sociale volkshuisvesting werd geboren, werd het sociaal-culturele opnieuw geijkt.

Uitzonderlijk mooi was de bijdrage van Kai van Hasselt, directeur van Shinsekai. Door studie te maken van banketbakkers in steden over de hele wereld kon hij uitspraken doen over de vastgoedwaarde van buurten en wijken. Errik Buursink, planoloog bij de gemeente Amsterdam, vertelde over de nieuwe betekenis van de publieke ruimte in onze steden. Saskia Hoogendoorn, vennoot van Tijdmakers, liet zien hoe een stad met iets wat daar als overlast wordt gezien – iepenzaad in de lente – ook een groot feest kan bouwen. Rianne Makkink toonde kunstvoorwerpen, gemaakt van grondstoffen in de directe omgeving; stad en land, meende ze, hebben elkaar weer nodig. Hendrik Blokhuis van Cisco Systems illustreerde zijn betoog met hele concrete voorbeelden van technologie – “ik geef u een zak sensoren” – die alles wat mensen waardevol vinden in onze steden zal activeren. En Bruno Doedens, van de stichting SLEM, liet zien dat gebeurtenissen in de toekomst meer impact zullen hebben dan grote bouwprojecten. Tijdelijkheid, stelde hij, is eigenlijk heel duurzaam. Daarbij haalde hij, heel mooi, ‘De vloeibare stad’ (2007) van Wim Hartman aan, waarin deze afscheid nam van het modernisme en elke vorm van vastigheid van de hand wees. Volgens Hartman werd de stad steeds minder bepaald door plannen en projecten, maar door een “oneindige stroom van kleine individuele stappen en beslissingen die richting en energie van de dynamiek bepalen. (…) Het is als een soort ecologie van de mens, met het individu als organisme omgeven door een milieu van menselijke makelij”. Dat schreef Hartman een jaar vóór de crisis.

Tagged with:
 

Eerst stad, toen landbouw

On 17 september 2013, in geschiedenis, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 7 juli 2013:

De hypothese van Jane Jacobs dat de zogenaamde ‘landbouwrevolutie’ het gevolg moet zijn geweest van hele vroege verstedelijking doordat alleen de samenballing van veel mensen tot al deze uitvindingen kan hebben geleid, en niet andersom, dus dat de eerste steden pas later, dankzij de landbouwrevolutie, zich konden vormen, lijkt opnieuw bevestigd te worden door recent archeologisch onderzoek in het oostelijk deel van de Vruchtbare Maansikkel – het landbouwgebied dat loopt van Israël via Irak naar het zuiden van Iran. In Chogha Golan, West-Iran, zijn onlangs grote hoeveelheden plantenresten ontdekt die erop wijzen dat hier al vanaf ruim 11.000 jaar geleden wilde gerst werd verbouwd. Hendrik Spiering in de wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad: “Dit is een belangrijke nieuwe aanwijzing dat de landbouw rond 11.000 à 10.000 jaar geleden op verschillende plaatsen in het Midden-Oosten vrijwel tegelijk is ontstaan.” Spiering wijst erop dat de landbouwrevolutie in werkelijkheid een heel geleidelijk proces is geweest van allemaal kleine innovaties: van gereedschappen, bemesting en zaadveredeling. “De veranderingen gingen langzaam genoeg om de kennis over een groot gebied uit te wisselen.”

Wat werd er gevonden in Chogha Golan? Niet alleen plantenresten. “Chogha Golan werd eind jaren negentig ontdekt, waarbij eerst de relatief grote stenen muren en gepleisterde vloeren opvielen. Ook werd een groot aantal vijzels en maalstenen gevonden: een duidelijke aanwijzing van het eten van zaden.” De vondst staat niet op zichzelf. In Zuid-Turkije, tegen de Syrische grens, werd in de jaren negentig Göbekli Tepe opgegraven: een heiligdom van zo’n 11.000 jaar geleden, bestaande uit grote stenen die door een groot aantal mensen de berg op moeten zijn gesleept. “Mogelijk was het een multiregionaal heiligdom waar mensen uit heinde en verre naar toe kwamen voor feesten. Ideaal voor de uitwisseling van zaden.” Grote stenen. Een groot aantal mensen. Multiregionaal. Ideaal voor uitwisseling. Dat is toch iets anders dan hunnebedden. Was dit geen hele vroege stad?

Tagged with:
 

Dichtheid en omvang

On 11 juli 2013, in economie, infrastructuur, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 9 juni 2013:

Bijna over het hoofd gezien: een krantenartikel met de kop ‘Dichte bevolking goed voor stadseconomie’. Het stond in de wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad een paar weken geleden. Het artikel refereerde aan een publicatie in ‘Nature Communications’ van 4 juni 2013 waarin Amerikaanse en Australische wetenschappers aantoonden dat naarmate er meer mensen op een vierkante kilometer wonen, ze meer informatie uitwisselen en hun productiviteit disproportioneel stijgt. Dit zou ook verklaren waarom mensen naar steden trekken en waarom grote steden veel productiever zijn dan kleine steden, laat staan dorpen. Hoogleraar Wei Pan van het MIT in Boston en zijn medewerkers, aldus het krantenbericht, beweren dat de grootte van de stad niet alles verklaart, maar dat het veeleer gaat om de dichtheid. “De relatie met economische productiviteit blijkt dan veel sterker.” Net als ziekten verspreiden ideeën zich gemakkelijker als mensen dicht opeengepakt wonen en werken.

Het nieuwe onderzoek bevestigt min of meer wat Geoffrey West en andere wetenschappers van het Santa Fe Institute in 2006 al vaststelden: dat grote steden naar verhouding veel innovatiever en productiever zijn dan kleine steden. Nu zijn de wetenschappers preciezer in hun onderzoeksresultaten: minder dan de pure omvang blijkt de dichtheid van de bevolking in de stad in kwestie bepalend voor haar innovatiekracht en productiviteit. Overigens, zelfs die dichtheid is niet àlles bepalend. Transportsystemen spelen nog een rol. Is er sprake van congestie in de metropool, dan valt de stad uiteen in deelsystemen en daalt de gemiddelde productiviteit. Grootstedelijke infrastructuur is daarmee mede beslissend voor innovatiekracht en productiviteit. Innovatie en productiviteit worden sterk bevorderd door hoge dichtheden, grote bevolkingsmassa’s en snelle metrosystemen.

Tagged with: