Te laat, in verval

On 22 april 2013, in wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Generating Culture’ (2002) van Jonathan Israel:

Afgelopen 18 april 2013 vierde Felix Meritis zijn 225-jarig bestaan met de opening van een kunstwerk op het oude observatorium op het dak van het pand aan de Keizersgracht. Het kunstwerk – Amsterdam of above  Amsterdam of Below – van Joseph Semah verbindt, aldus de beknopte catalogus, de sterren, de grachten en de stad. Het betreft in neon verlichte citaten op diverse gebouwen in de hele stad die vanaf het oude observatorium voortaan ‘s nachts te zien zijn. Felix Meritis (‘Gelukkig door Verdiensten’) opende in 1788 haar deuren als sociëteit waar de burgers van Amsterdam de Verlichtingsidealen deelden en uitdroegen. Het gebouw is opgetrokken in neoclassicistische stijl – de stijl van de Verlichting -, de architect is Jacob Otten Husly. Het observatorium aan het Keizersgracht is het oudste van Nederland.

De opening herinnerde me aan de prachtige lezing van de Britse historicus Jonathan Israel tijdens het congres in het KIT in 2002, gewijd aan creatieve steden. In ‘The Conditions for Creativity, Prosperity and Stability in the Cities of the Dutch Golden Age’ beschreef hij niet alleen de opkomst en bloei van de Hollandse steden, maar ook hun verval. Het onvermogen om in de late zeventiende eeuw in het bloeiende Amsterdam wetenschappelijke academies op te richten zette volgens Israel de hoofdstad van de republiek op een achterstand. Londen en Parijs kregen ze namelijk wel. Het grote observatorium dat Lodewijk XIV in Parijs liet bouwen is nog altijd een van de meest eloquente herinneringen aan zijn regeerperiode. Uitgerekend Amsterdam, waar sinds 1640 nota bene de belangrijkste wetenschappelijke instrumenten waren ontwikkeld en vervaardigd, kreeg géén academie en géén observatorium. Christiaan Huygens vertrok daarom in de vroege jaren 1660 naar Parijs. Israel begrijpt wel waarom Nederland in verval raakte: “Had there been a proposal before the States of Holland for an academy of sciences, whichever town was proposed as its site would have been sure to arouse the jealousy, and very likely the non-cooperation of the rest.” Pas honderd jaar later kreeg Amsterdam zijn observatorium. Maar toen was het te laat.

Tagged with:
 

Gehoord op de Zuidas in Amsterdam op 21 maart 2013:

Afgelopen week de deelnemers van de nieuwe leergang ‘Triomf van de stad’ van Wim Derksen toegesproken op de Amsterdamse Zuidas, al jaren de duurste grond van Nederland. Onderwerp: stad en cultuur. Het begon onschuldig met een uitleg over festivals en evenementen en hoe je je eigen stad daarmee impulsen kunt geven door betere benutting van de openbare ruimte, de infrastructuur, de hotels, de culturele voorzieningen. Alles heel praktisch en organisch, licht en ook goed toe te passen in Utrecht, Vlaardingen, Almere en Zoetermeer. Een deelnemer merkte op dat zoiets kennelijk in Amsterdam gemakkelijker gaat dan elders in Nederland. Zeker, er is hier meer van alles, je hoeft niet zo te duwen en te trekken, de dingen gaan in Amsterdam bijna vanzelf. Het deed Derksen denken aan het ogenschijnlijke gemak waarmee de Amsterdamse marathon groeit en nu al die van Rotterdam in aantallen deelnemers overtreft. Dat klopt. Daarover ging mijn tweede, meer theoretische gedeelte van de cursus. Maar dat deel viel bij de cursisten in minder goede aarde.

Volgens Geoffrey West en anderen zijn grote steden efficiënter dan kleine steden. In ‘Growth, Innovation, Scaling and the Pace of Life in Cities’ (2006) stellen de wetenschappers vast dat steden niet anders functioneren dan andere levende organismen. Verdubbelt een stad in omvang, dan heeft hij maar 85% meer energie nodig, net als dieren. Je vindt in grote steden dan ook naar verhouding meer winkels, meer tankstations, meer banken, meer supermarkten, meer voorzieningen, meer cultuur, meer dan je op grond van hun omvang zou mogen verwachten. Grote steden zijn niet alleen duurzamer, ze bieden de mensen gemiddeld ook meer van alles. Dat komt doordat grote steden productiever zijn dan kleine. Mensen lopen er harder, denken er sneller, er is meer interactie. De taak van planning, aldus West, is om interactie te maximaliseren en daarbij de hinder te minimaliseren. Dat betekent grote compacte metropolen bouwen en de congestie binnen die reusachtige steden bevorderen op de plekken waar de grondwaarde het hoogste is. Zo’n metropool zal worden beloond met veel voorzieningen ter plekke. In relatief kleine steden zal de overheid echter zwaar aan moeten die voorzieningen moeten trekken, ze opzettelijk plannen en er veel publiek geld tegenaan moeten gooien.  Dat is niet duurzaam en zonde van de energie en het geld.

Booming Africa

On 10 januari 2013, in economie, internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The World in 2013’ van The Economist:

De grootste stad van Afrika is Lagos, Nigeria. Die stad telt begin 2013 al bijna 12 miljoen inwoners. Ze wordt op de voet gevolgd door Caïro, Egypte, met 11,4 miljoen inwoners. Nummer drie is Kinshasa, Congo, dat bijna 10 miljoen inwoners telt. De andere miljoenensteden zijn: Luanda, Abidjan, Nairobi, Johannesburg, Alexandrië, Khartoum en Kaapstad. Daarmee bezit het Afrikaanse continent nu al veel grotere steden dan Europa, want Lagos en Caïro overvleugelen Londen en Parijs gemakkelijk qua inwonertal. Maar ook onbekende steden als Huambo, Mbuji-Mayi, en Mbeya zijn op dit moment al even groot als een stad als Milaan. Over tien jaar telt Lagos 16 miljoen inwoners, bijna evenveel als heel Nederland, en Kinshasa 15 miljoen. Meer dan de helft van de bevolking is jonger dan 18 jaar. Het zijn onvoorstelbare cijfers, die niet onderdoen voor de inmiddels veelbesproken groei van de Chinese metropolen.

Ook tot de redactie van The Economist is doorgedrongen dat deze metropoolvorming goed is voor het behoud van de biodiversiteit van het Afrikaanse continent. Als het land leegloopt en de grote steden vol, zal de druk op de natuur afnemen. Maar het blijft natuurlijk de vraag hoe al die jonge mensen werk vinden. Economisch gesproken is immers nog lang geen sprake van een Afrikaanse opmars (zie figuur), al onttrekt veel groei zich aan het zicht door de enorme omvang van de Afrikaanse informele economie. Wat heet. Die informele stedelijke economie wordt in The Economist geschat op 70 procent. Maar er is meer aan de hand in Afrika en ook hier moeten we onze beelden bijstellen. Door de stijgende grondstoffenprijzen verdienen veel Afrikaanse landen ronduit goed. Wat dat betreft waren de reportages van Peter Vermaas in NRC Handelsblad over Luanda afgelopen jaar buitengewoon verhelderend. Luanda blijkt een boomtown, dank zij de olie en het gas. Hetzelfde geldt voor Kinshasa. De Chinezen bouwen er nieuwe steden, maar veel investeringen gaan ook hier buiten de boeken om. Misschien gaat het in Afrika wel veel beter en sneller dan wij denken, maar zou goede stadsontwikkeling in Afrika veel meer aandacht moeten krijgen. Spontanestad-retoriek zou er onmiddellijk verbleken. Chinese stedenbouw verovert de wereld.

Tagged with:
 

Most dynamic cities

On 6 november 2012, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Foreign Policy van oktober 2012:

Het nieuwste nummer van Foreign Policy bevat opnieuw een special report over metropolen. Dit keer staan de meest dynamische steden ter wereld centraal. Een ranglijst van 75 metropolen die tussen 2010 en 2025 het sterkste zullen groeien – zowel in inwoners als lokale economie – , wordt in het Amerikaanse tijdschrift aangevoerd door Shanghai; Beijing staat op twee, Tianjin op drie. Liefst 29 Chinese steden komen voor op de lijst, verder 13 Amerikaanse steden en slechts drie Europese steden. Welke die laatste zijn? Londen (plaats 21), Parijs (plaats 26) en Frankfurt-Keulen (plaats 51). Hekkensluiters zijn Seattle en Bangalore. De grootste steden in 2025 zijn Shanghai met 30,9 miljoen inwoners en Beijing met 29,6 miljoen inwoners, de kleinste stad is straks Abu Dhabi met 1,6 miljoen en Seattle met 4,1 miljoen inwoners in 2025. Amsterdam komt in de hele lijst niet voor.

De lijst is afgeleid van de McKinsey Global Institute’s exclusive Cityscope database van meer dan 2.650 steden in de wereld. Groei van de stedelijke economie telt in de ranking het zwaarst. Hoewel New York, Tokio, Londen en Chicago in 2025 nog steeds kolossale economieën zullen zijn, zullen ze het onderspit delven ten opzichte van de grootste Chinese steden. Op dit moment wonen 570 miljoen Chinezen in metropolen. In 2025 zal dat aantal zijn gegroeid tot bijna een miljard – “an increase larger than the entire current population of the Unites States.” De economische kracht van deze toekomstige urbane concentratie in het Oosten zal ongekend zijn. De conclusie voor Europa en Nederland in het bijzonder is daarom onvermijdelijk: alleen een extreme metropolitane concentratiepolitiek kan Europa economisch nog redden. Europa zal de komende jaren al zijn kaarten moeten zetten op de groei van een paar hele grote steden!

Tagged with:
 

Be yourself

On 12 april 2012, in demografie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 6 april 2012:

‘Going Solo’ heet het nieuwste boek van Eric Klinenberg, hoogleraar sociologie aan New York University. Het gaat over alleenstaanden in steden als Washington, Denver, Dallas, San Francisco en New York. Ik las een bespreking in NRC Handelsblad, geschreven door Guus Valk. Bijna de helft van de volwassen Amerikanen heeft geen gezin, in grote steden is het aandeel alleenstaanden nog groter. In Scandinavië is het aandeel nog groter dan in de VS. “Deze ontwikkeling voltrekt zich internationaal. Er is geen beschaving uit het verleden waar eerder zoveel mensen alleen woonden.” Eenderde van de alleenstaanden bestaat uit ouderen. Doordat we steeds ouder worden, wordt deze groep ook steeds groter. De andere tweederde is alleenstaand voor bepaalde tijd. “De snelst groeiende groep bestaat uit mensen tussen de 35 en 65, die ooit een tijd een lange relatie hebben gehad.” Volgens Klinenberg heeft de groei van die groep te maken met de emancipatie van vrouwen. Vrouwen kunnen tegenwoordig in hun eigen levensonderhoud voorzien. ‘Going Solo’ bevat driehonderd interviews met stedelingen die alleen leven, zonder partner. Ze blijken niet minder gelukkig of succesvol te zijn dan echtparen. Alleen wonen is ook niet langer een vloek, al wil lang niet iedereen zijn hele leven zonder verbintenis leven. De groep ‘Happy Singles’ is naar verhouding klein.

Klinenberg merkt op dat de groei van grote steden dit proces nog heeft versneld. “Een stad biedt een plek aan mensen die zich individueel willen uiten, en creëert nieuwe subculturen.” Als voorbeeld noemt hij groepen veertig-plussers die kiezen voor woongroepen, waar ze samenleven zonder te veel verplichtingen. Ook gelooft hij dat de opkomst van social media als facebook en skype het sociale leven van mensen overhoop gooit. “Interessant is dat die communicatiemiddelen mensen niet afstompen of vervreemden van hun omgeving, ze gaan juist sneller naar feesten of andere ontmoetingen.” Social media bevorderen dus het grootstedelijke leven. Klinenberg: “Er is een gigantische verschuiving van ons sociale leven gaande en niemand weet nog of dat goed of slecht is.” De strekking van zijn betoog deed me denken aan ‘The Rise of the Creative Class’ (2002) van Richard Florida. Daarin schetste deze Amerikaanse econoom een beeld van nieuwe opkomende samenlevingsvormen die onze culturele economie sterk aanjagen: “Our evolving communities and emerging society are marked by a greater diversity of friendships, more individualistic pursuits and weaker ties within the community. People want diversity, low entry barriers and the ability to be themselves.” Voorwaarden voor economische groei, dat zijn het.

Tagged with:
 

Met alle geweld

On 8 juni 2011, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Triumph of the City (2011) van Ed Glaeser:

Een economie, aldus de Amerikaanse econoom Ed Glaeser, kan alleen groeien wanneer steden werkelijk open zijn en talent uit de hele wereld kunnen aantrekken. Dat is al sinds het oude Athene de regel. “An open city can’t exist in a closed nation.” Glaeser noemt het voorbeeld van Buenos Aires, de stad die opbloeide toen Argentinië nog een open samenleving was, maar die in het slop raakte nadat het Zuidamerikaanse land de grenzen had gesloten. Van Buenos Aires resteren nog slechts de fraaie oude gebouwen die aan deze bloeiperiode herinneren. Ook de groei van de Amerikaanse economie kan worden afgelezen aan de migratiepolitiek van het federale land. Toen in de jaren ‘30 van de twintigste eeuw Amerika haar grenzen sloot voor immigranten, stopte de groei van haar grootste steden abrupt en haperde de nationale economie. Voor Europa geldt feitelijk hetzelfde. Daar mondde een xenofobe nationale politiek uit in de Tweede Wereldoorlog.  “The world devolved from an urban ideal of commerce and intellectual exchange to a battlefield where dictators glorified a feudal, agricultural past.”

De kern van mijn lezing in het Van Eesterenmuseum, enkele weken geleden, over de ontmanteling van Amsterdam was precies deze: waarom schrok men in Europa begin twintigste eeuw zo terug voor de nieuwe ronde van verstedelijking en waarom vormden zich in de toenmalige grootste Europese steden – Parijs, Berlijn, Londen, Wenen – onder kunstenaars en intellectuelen zoveel utopieën over nieuwe industriële steden die beheerst zouden groeien in een idyllisch platteland? Denk aan Tony Garnier, Le Corbusier, Ebenezer Howard en Bruno Taut. En waarom was de daarop volgende Wereldoorlog – de Tweede – , anders dan de Eerste, een rechtstreekse aanval op de Europese grote stad met al zijn moderniteit en metropolitane hectiek? Bommen werden geworpen op Rotterdam, Londen, Berlijn, Keulen, Frankfurt, Dresden, Nagasaki, Hiroshima; niet alleen dictators, maar ook de geallieerden probeerden, lijkt het wel, met alle geweld een einde te maken aan de onbeheersbare metropool. Zo gezien waren de naoorlogse New Towns-politiek en de actieve emigratiepolitiek (Australië, Nieuw Zeeland, Canada) niet anders dan een vredige poging om de grote stad alsnog te ontmantelen. In Nederland werd het Groene Hart idyllische kwaliteiten toegedicht en Amsterdam mocht niet meer groeien. Wat deze politiek met de Europese (en Nederlandse) economie deed, laat zich raden.

Tagged with:
 

Egyptes verloren gewaande steden

On 31 mei 2011, in geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 25 mei 2011:

Rond vierduizend jaar voor Christus – nu zo’n zesduizend jaar geleden – werden de eerste steden ooit gebouwd. Duizend jaar later kwam deze vroegste stadsontwikkeling tot een voorlopig hoogtepunt in de Nijldelta. Voor de goede orde, de steden ontwikkelden zich zowel langs de Eufraat en Tigris in Mesopetamië als langs de Nijl in Egypte. Van de eerste zijn voldoende restanten teruggevonden, van de laatste vrijwel niets. Alleen een aantal piramiden, waarvan de grootste en hoogste die van Cheops (250 x 250 meter en 150 meter hoog), en een paar opgegraven graftombes duiden daar op de aanwezigheid van steden in een ver verleden. De steden zelf zouden ooit door het Nijlwater zijn weggespoeld. Over de stad Memphis schrijft Leonardo Benevolo in Die Geschichte der Stadt (1982) bijvoorbeeld: “Wie die ganze Stadt ausgesehen hat, wissen wir nicht, und es ist nicht einfach sich vorzustellen, wie sich diese kolossalen Monumenten der Toten und die Wohnhäuser der Lebenden im Gesamtbild zueinander verhielten; sicherlich ganz anders als die Tempel und Wohnhäuser in den Städten Mesopotamiens.” Het enige dat we erover weten is dat de doden in afgezonderde, uit steen gehouwen ‘dodensteden’ lagen begraven, klaarblijkelijk bestemd voor de eeuwigheid, terwijl de levenden in steden van klei – opgetrokken uit modderstenen – moeten hebben geleefd, overgeleverd aan de nukken van zon, wind en water. Zo herinner ik me een spectaculair bericht uit 2001 over archeologen die Herakleion hadden teruggevonden op de bodem van de Middellandse Zee. De havenstad van de Farao’s was bijzonder omdat hij grotendeels uit steen bleek opgetrokken – aanwijzing dat het hier om ‘a place of worship’ zou zijn gegaan. Een aardbeving duizend jaar geleden maakte een einde aan de stad.

Nu las ik in Het Parool de aankondiging van een televisiedocumentaire op BBC 1, getiteld Egypt’s lost cities, waarin verslag wordt gedaan van recent onderzoek naar de oudste Egyptische steden door de Amerikaanse archeologe Sarah Parcak en haar team, in samenwerking met ruimtevaartorganisatie Nasa. Infraroodbeelden van satellieten op een hoogte van 700 kilometer boven het aardoppervlak zouden de sporen hebben blootgelegd van de steden in de Nijldelta die zo lang verloren waren gewaand. “De beelden tonen meer dan duizend tombes en drieduizend oude nederzettingen onder de grond.” Gek is dat: science fiction en verre oudheid komen hier gelukkig samen. Het is slechts het begin van een groot onderzoek vanuit de ruimte naar de oudste stedelijke beschaving ooit. Wat het team heeft ontdekt zijn nog slechts de sporen van gebouwen en straten vlak onder het zand. “Er zijn nog duizenden andere locaties die de Nijl met slib heeft bedekt.” Parcak beweert dat 99 procent van de Egyptische steden nog onder het zand ligt begraven. De 90 minuten tellende uitzending was gisteravond, 30 mei 2011 om 21.30 uur. Toevallig gezien?

Tagged with:
 

Steden als olifanten

On 8 januari 2011, in theorie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in Sunday Magazine van 19 december 2010:

Opmerkelijk artikel van Jonah Lehrer in de Sunday Magazine over de wetenschapper Geoffrey West. West is een 70 jaar oude Britse wetenschapper die o.a. aan Stanford University heeft gedoceerd en op Los Alamos National Laboratory heeft gewerkt, een theoreticus en een echte bèta. Na zijn pensionering besloot hij zich op steden te richten. Waarom zijn er steden, waardoor groeien steden, waardoor neemt verstedelijking op deze planeet exponentieel toe? West deed alsof er geen theorie bestond en begon data te verzamelen; enorme files downloadde hij van het Census Bureau. Na twee jaar vond hij een heel eenvoudige rekenformule die de omvang, groei en aard van steden in de wereld verklaart. Althans, de berekening verklaart het verschijnsel ‘stad’ voor 85 procent.

De wet bleek overeen te komen met een veel algemenere wet die biologische verschijnselen verklaart. Deze wet is afkomstig van Max Kleiber en stamt uit de vroege jaren ‘30: “he noticed that the sprawlingly diverse animal kingdom could be characterized by a simple mathematical relationship, in which the metabolic rate of a creature is equal to its mass taken to the three-fourths power.” Dit algemene principe heeft nogal wat implicaties, omdat het laat zien dat grotere organismen minder energie per gewichtseenheid nodig hebben dan kleinere.  De metropool, ontdekte West, wordt net als dieren en mensen door zijn interne infrastructuur bepaald. Een stad is als een olifant: “In city after city, the indicators of urban “metabolism,” like the number of gas stations or the total surface area of roads, showed that when a city doubles in size, it requires an increase in resources of only 85 percent.” Dat betekent dat steden de meest duurzame, door mensen gecreëerde structuren zijn. Hoe groter de stad, hoe duurzamer. “Small communities might look green, but they consume a disproportionate amount of everything.” Ook suburbs – steden als Phoenix – kunnen soms snel groeien, maar dat is geen duurzame groei; ze worden gekenmerkt door gemiddeld lagere inkomens en geringere innovatie. Echter, een mens gaat niet in een grote, dichtbebouwde en volgepakte stad wonen omdat zoiets duurzaam is. Volgens West is er maar één verklaring voor de trek naar de grote steden: menselijke interactie. Niet dat de metropool daarmee een prettig milieu voor ontmoeting is. Alles draait om toeval, toevallige ontmoetingen, soms zijn het vervelende, niet gewenste ontmoetingen, en dat vinden mensen lang niet altijd fijn. “West admits that all successful cities are a little uncomfortable. He describes the purpose of urban planning as finding a way to minimize our distress while maximizing our interactions.” Zo is het. Het is tijd voor duurzaamheid. Het is tijd voor grote steden. En de opgave voor de planners is: maximalisering van ontmoetingen, minimalisering van ergernissen. Oftewel, het organiseren van probleemloze congestie.

Tagged with:
 

Toen turf, nu gas

On 27 oktober 2010, in energie, geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in De rationele optimist (2010) van Matt Ridley:

Het boek gaat over de evolutie van de welvaart. Aardig schrijft Ridley over energiewinning en energiegebruik na 1700. Het einde van de slaventijd schrijft hij toe aan het beschikbaar komen van steenkool. Spierkracht van slaven was toen ineens niet meer nodig. Ook weet hij waardoor er een einde kwam aan de Nederlandse Gouden Eeuw: de turf raakte op. Tegelijkertijd wijst hij erop dat de opbloei van de Nederlandse steden in de zeventiende eeuw in de eerste plaats mogelijk werd gemaakt door turfwinning in de pas drooggelegde meren – en dat juist op het moment dat hout in Europa erg duur was, waardoor Nederlandse steden enorm profiteerden. In het algemeen beweert hij dat de omvang van steden in de geschiedenis steeds aan banden is gelegd door de schaarste en eindigheid van energiebronnen. Hout, houtskool, turf, waterkracht, wind, een stad werd zo groot als de beschikbare energiebronnen toelieten. Rome bijvoorbeeld werd nog grotendeels op spierkracht gebouwd, met behulp van slaven. “Er waren ook paarden, smeltovens en zeilschepen, maar in Rome was de mens de belangrijkste bron van watts.” In de Middeleeuwen kreeg je vervolgens de os. Slaven werden vervangen door lastdieren. “Omdat ossen moeten grazen, berustte deze beschaving meer op dorpen dan op steden.” Paarden konden twee keer zo snel ploegen, waardoor de steden na de introductie van het paard (vijftiende en zestiende eeuw) konden groeien.

Toen er eenmaal fossiele brandstoffen beschikbaar kwamen, konden de steden pas werkelijk groeien. Steenkool, aardgas en aardolie zijn er in overvloed. Vandaar dat steden eindeloos doorgroeien. “Dat leidt tot een schokkende ironie. Ik ga nu namelijk betogen dat economische groei pas duurzaam werd toen hij zich van niet-hernieuwbare, niet-organische energie begon te bedienen.” Ja ja, duurzame economische groei, maar bovenal steeds grotere steden. Wat de vraag oproept waarom de Nederlandse steden met al dat aardgas in de bodem niet veel groter zijn.

Tagged with:
 

Fool’s paradise

On 19 december 2008, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Cities and the Wealth of Nations’ (1984) van Jane Jacobs:

Nu de kredietcrisis steeds grotere vormen aanneemt sla ik mijn economische boeken maar weer eens op. Hoe zat het ook alweer? Hoe verliep die crisis in 1929? Wat had Keynes ook alweer bedacht? En wie was Milton Friedman? Zo greep ik ook naar dat mooie compacte boekje van Jane Jacobs uit 1984. Het is veel minder beroemd geworden dan haar ‘Death and Life of Great American Cities’ uit 1961, maar het is minstens zo revolutionair: ‘Cities and the Wealth of Nations’, heet het. Maar eerst dit.

Jacobs had niet alleen fundamentele kritiek op de stedenbouwkundigen, ze had ook een diepe minachting voor economen. In het eerste hoofdstuk van haar boek over economie, getiteld ‘Fool’s Paradise’, veegt ze de vloer aan met alle economische theorieën die in de voorgaande twee eeuwen waren verzonnen. Let wel, haar boek verscheen in 1984, midden in de economische recessie die Europa en Noord- en Zuid-Amerika al jaren in zijn greep had. Er was sprake van ’stagflatie’: hoge inflatie en tegelijk grote werkloosheid. Milton Friedman had de Nobelprijs gewonnen en zijn monetaristen van de Chicagoschool waren tien jaar eerder aan de slag gegaan in de wrede dictatuur van Chili om in de werkelijkheid hun economische model te beproeven. Het was de geboorte van het Neoliberalisme, waar we nog veel van zouden horen. Want als ‘Cities and the Wealth of Nations’ verschijnt, komt in de USA Ronald Reagan aan de macht en in Groot-Brittannië Margaret Thatcher.

En wat schrijft de dame vanuit haar appartementje in Toronto? "Several centuries of hard, ingenious thought about supply and demand chasing each other around, tails in their mouth, have told us almost nothing about the rise and decline of wealth." We moeten, schrijft ze, op zoek naar meer realistische en vruchtbaarder observaties en gedachten dan de abstracte macro-economische modellen van de economen ons vertellen. Een keuze maken uit de bestaande economische scholen acht ze zinloos. "We are on our own."

En dan begint ze. Bij het begin.

Tagged with: