Surprising San Francisco

On 13 september 2014, in internationaal, regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord op Roeterseilandcampus in Amsterdam op 11 september 2014:

Richard Walker, hoogleraar geografie aan de University of California, Berkeley, sprak afgelopen donderdag bij het Center for Urban Studies van de Universiteit van Amsterdam. Titel van zijn lezing: ‘Surprising San Francisco’. Wat was er zo verrassend aan San Francisco? De stad in het noorden van Californië, zei Walker, is veel groter en belangrijker dan haar zuidelijke buurt, Los Angeles. Ze is de absolute ‘Tech Capital of the World’, bovendien een metropool van tien miljoen inwoners, want Walker telt niet alleen de stad (800.000 inwoners), maar ook de Bay Area (8 miljoen inwoners) plus de nieuwe ex-urbane ontwikkeling rond Stockton en Sacramento in het oosten – hij vergeleek het gebied met de Randstad. Daarbij liet hij veel statistieken zien, die allemaal niet deugden en volgens hem het gebied onderschatten. De economie van dit bijzondere grootstedelijke gebied is namelijk nog groter dan die van heel Nederland. Er wonen evenveel miljonairs als in New York. Zeven van de tien grootste web-portals staan in Silicon Valley. Het is een van de rijkste steden van de wereld, rijker nog dan Londen of Singapore.

Zijn lezing eindigde Walker grimmig met het opsommen van failures and contradictions. Het stedelijke gebied, zei hij, is buitengewoon gesegregeerd; er is nog altijd veel racisme; de zwarte bevolking woont ver buiten het kerngebied, zelfs buiten de vallei; grote groepen worden buitengesloten; wonen is extreem duur, zeker in San Francisco zelf; de overheid is machteloos en met 101 gemeenten en zes counties sterk verbrokkeld; de ‘techies’ zijn extreem liberaal en willen geen regulering. Uit Californië kwam Ronald Reagan en Steve Jobs zag men als ‘the second coming of Our Ford.’ De grootste vraag echter was volgens Walker hoe je het gebied open houdt voor nieuwkomers, hoe je het in beweging houdt. Kan dit doorgaan? Moet er niet worden ingegrepen? Walker pleitte hartstochtelijk voor een vorm van sociaal kapitalisme in de Valley, maar veel hoop had hij niet. Over waterschaarste sprak hij trouwens niet, evenmin over duurzaamheid of over de kans op aardbevingen, zoals die van afgelopen zomer – schaal 6 op de schaal van Richter.

Tagged with:
 

Gliding into disorder

On 21 augustus 2014, in planningtheorie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Black Swan’ (2008) van Nassim Nicholas Taleb:

Beter nog dat Thomas Piketty’s ‘Capital in the 21st century’ vind ik ‘The Black Swan’ van Nassim Nicholas Taleb. Eerder al schreef ik over de wereld van Extremistan die wij volgens deze Libanees-Amerikaanse wiskundige binnentreden. Het is een gevaarlijke en oneerlijke wereld, met extremen die wij niet meer kunnen beheersen. Schaalbare verschijnselen kennen steeds hogere pieken en een hele lange staart. Voordelen zijn hier cumulatief. Anders gezegd, de duivel schijt op de grote hoop. En het midden valt steeds meer weg. Dat geldt voor taal, boeken, informatie, geld, bedrijven, vliegvelden, steden. "The bigger get bigger and the small stay small, or get relatively smaller." Oorzaak? De steeds omvattender netwerken, de groeiende wederzijdse afhankelijkheid, de toenemende complexiteit.

Het goede nieuws is dat in de staart van alles kan gebeuren. Eerst was iets nog klein, even later kan het heel groot zijn. En omgekeerd. "Nobody is truly established. The little guy is very subversive." Het slechte nieuws: "We are gliding into disorder, but not necessarily bad disorder." Dat is gek, want de wereld lijkt juist meer onder controle dan ooit. Maar als een Zwarte Zwaan – ‘the perfectly unexpected event’ - eenmaal toeslaat, zal deze een grotere impact hebben dan ooit tevoren. Alles hangt af van de lengte van de staart. In de financiële sector ontbreekt deze staart bijvoorbeeld; de ramp van 2008 is daar bijna niet te overzien. ‘Too big to fail’ betekende hier: de oude reuzen die faalden moeten moeizaam overeind worden gehouden ten koste van heel veel overheidsgeld. En er is niets geleerd. Erger: economen, aldus Taleb, begrijpen er nog altijd niets van. Hun held is Carl Friedrich Gauss. Nu ja, met uitzondering van Thomas Piketty dan. En steden? De grote steden worden groter, de kleine kleiner. Maar die hebben tenminste een hele lange staart.

Tagged with:
 

Stervende forensen

On 6 december 2013, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in The Atlantic Cities van 4 december 2013:

Opzienbarend artikel van Emily Badger in The Atlantic over de afname van het autoverkeer in Amerikaanse steden. In ‘The US Cities Leading the Decline in Driving’ put Badger uit een recent verschenen rapport van het US PIRG Education Fund en de Frontier Group. Cijfers over het autogebruik in de periode 2007-2011 werden door medewerkers van deze instanties vergeleken met die uit het jaar 2000. Wat blijkt? In 99 van de 100 grootste metropolitane regio’s van de Verenigde Staten nam het forensenverkeer de afgelopen tien jaar af. De grootste afname deed zich voor in de regio’s New York-Newark, Washington DC, Austin, Texas. Daar bedroeg deze meer dan 4 procent. De enige uitzondering is New Orleans waar als gevolg van orkaan Kathrina het autoverkeer licht groeide. Dat betekent dat nota bene in het land waar in de twintigste eeuw de suburbs en de autoindustrie groot zijn geworden het autoverkeer al tien jaar daalt. Dat zei ik toch, opzienbarend.

U dacht misschien dat de files, ook in Nederland, alleen afnemen door straffe maatregelen van de regering, zoals wegenbouw en benutting van spitsstroken tussen en rond de steden. Of u meende dat het vooral de crisis is die voor een tijdelijke afname van het forensisme zorgt. Dat lijkt dus niet te kloppen, althans, dit zijn niet de werkelijke oorzaken van de vermindering van de filedruk. Er is al jaren sprake van een trend: mensen forensen minder. Of beter: het verschijnsel forens sterft langzaam uit. Jonge mensen zijn dichter bij hun werk gaan wonen en oudere, autoverslaafde mensen stoppen met werken. In ruimtelijke termen, de grote steden groeien weer, terwijl de groeikernen krimpen. Alweer een voorbeeld van overschatting van de effecten van beleid. Wordt het niet tijd dat het verkeers- en vervoerbeleid aan de nieuwe situatie wordt aangepast en dat de enorme rijksbudgetten voor wegenbouw naar de grote steden gaan? Voor woningbouw, die daar nu eenmaal veel duurder is. En voor grootstedelijke voorzieningen.

Tagged with:
 

Griekse idealen

On 12 augustus 2013, in geschiedenis, stedenbouw, by Zef Hemel

Gezien in Paestum, Italië, op 6 augustus 2013:

In Zuid-Italië onder andere Paestum bezocht. De drie Griekse tempels, ooit eindbestemming in de Europese Grand Tour waarin vooral Engelse jongeren uit de betere kringen met de antieke beschaving in aanraking moesten worden gebracht, blijken opgenomen in een belangrijke Grieks-Romeinse nederzetting die pas na de Tweede Wereldoorlog grotendeels werd opgegraven. In Leonardo Benevolo´s ´Die Geschichte der Stadt´ (1975) wordt Poseidonia nauwkeurig gekarteerd. De stad had in aanvang alle kenmerken van een vrije Griekse nederzetting. Benevolo noemt in dat verband vier bepalende factoren, te weten 1. geen stadsdelen of andere interne geledingen, maar lange rechte straten en woonhuizen die alle, groot en klein, op dezelfde architectonische principes waren gebaseerd, 2. een duidelijke ruimtelijke scheiding tussen wonen, heiligdom en bestuurscentrum, elk met een eenvoudige architectonische vormentaal, 3. de stad als ruimtelijke eenheid harmonieus in het landschap ingepast, 4. begrensde groei van de stad en, bij het bereiken van een bepaalde maximale omvang, de stichting van nieuwe steden.

Bij het nalezen van Benevolo valt me weer op hoe het twintigste eeuwse Modernisme van Le Corbusier, Van Eesteren en Hilbesheimer zich moet hebben gespiegeld aan deze kenmerken van de antieke Griekse stedenbouw. Amsterdam Nieuw-West naar het voorbeeld van het oude Athene. Benevolo: ´Die geometrische Anlage der Stadt erlaubte es, die Stadtentwicklung zu steuern und die bebaute Flaeche bis zu einem gewissen Grade problemlos auszudehnen. Die Moglichkeiten, die diese Form der Stadtplanung bot, wurden auch in der hellenistischen Epoche weidlich ausgeschopft.´ Alleen Alexandrië groeide uit tot een ware metropool, met rechte wegen van wel vier tot vijf kilometer lengte. Telde Athene ten tijde van Pericles niet meer dan 40.000 inwoners, Alexandrië aan de monding van de Nijl bereikte een omvang van liefst 300.000 stedelingen, de voorsteden niet meegerekend. Over het verstedelijkte gebied als geheel spreekt Benevolo in termen van een antieke ´Megalopolis´. Benevolo: ´Das Ergebnis war ein gleichermassen chaotisches wie geordnetes Stadtbild, insofern in vieler Hinsicht dem moderner Grossstaedte aehnlich.´Poseidonia in Zuid-Italië bleef beperkt tot 6.000 stedelingen. Allen zouden later door de malaria om het leven komen.

Tagged with:
 

De Sprong Omhoog

On 1 juli 2013, in innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 9 maart 2013:

Ongelezen bleef de rede van Deirdre McCloskey op de grote stapel liggen. Deze econoom en historica aan de universiteit van Illinois sprak dit voorjaar een interessante lezing uit op het Centrum voor Ethiek van de Radboud Universiteit Nijmegen over innovatie. Eindelijk las ik hem. Haar verklaring voor de enorme economische groei na 1800 gaat terug op wat er rond 1600 in Amsterdam gebeurde en na 1700 in Londen en Boston: permanente innovatie door een opkomende stedelijke middenklasse. “Dat de wereld tussen 1600 en 1848 als een bezetene aan het innoveren sloeg, kwam door de langzaam veranderende denkbeelden over de stedelijke middenklasse en over haar materiële en institutionele innovaties.”  Na Amsterdam, aldus McCloskey, volgde de rest van Europa “en ook zijn uitlopers, en ten slotte in onze tijd China en India.” De opkomst van de onderneming – door McCloskey aangeduid als ‘de zakelijke versie van moed en hoop’ –, gecombineerd met vertrouwen – door haar aangeduid als ‘de zakelijke versie van rechtvaardigheid en matigheid’ – , maakte ondenkbare innovaties mogelijk.

In haar verklaring voor de versnelling van innovaties legt McCloskey sterk de nadruk op waarden en normen. Weliswaar wijst ze op het belang van steden, maar het wil er bij haar niet in dat innovatief vermogen in de eerste plaats met stedelijke groei te maken heeft. Echter, valt de enorme spurt in innovaties niet verdacht opvallend samen met een versnelling van de urbanisatie wereldwijd? McCloskey: “Lang voor West-Europa hadden de Chinezen al enorme steden, maar zakendoen oogstte in hun beschaving geen bewondering. Daar draait het om: waardigheid voor het zakendoen, of zakenmensen die gewicht of macht bezitten.” Stedenbouw, aldus de Amerikaanse econoom, biedt daarom onvoldoende verklaring. Maar is dat wel zo? De Chinese beschaving met zijn grote steden was juist buitengewoon innovatief. Pas toen de Chinese steden niet meer groeiden, verloor de Chinese beschaving aan innovatief vermogen. McCloskey schrijft het zelf: “Natuurlijk hebben de burgerlijke notabelen in de geschiedenis van de steden helaas ook herhaaldelijk het plaatselijke bestuur gekaapt, met het oogmerk om zonder innovatie winst te maken. Dit gebeurde in Nederland in de achttiende eeuw.” Inderdaad, vanaf eind zeventiende eeuw groeiden de Nederlandse steden, Amsterdam incluis, niet meer. Londen nam het stokje over. Dankzij Hollands kapitaal. Wie geen grote steden wil zal ook niet innoveren.

Tagged with:
 

Te laat, in verval

On 22 april 2013, in wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Generating Culture’ (2002) van Jonathan Israel:

Afgelopen 18 april 2013 vierde Felix Meritis zijn 225-jarig bestaan met de opening van een kunstwerk op het oude observatorium op het dak van het pand aan de Keizersgracht. Het kunstwerk – Amsterdam of above  Amsterdam of Below – van Joseph Semah verbindt, aldus de beknopte catalogus, de sterren, de grachten en de stad. Het betreft in neon verlichte citaten op diverse gebouwen in de hele stad die vanaf het oude observatorium voortaan ‘s nachts te zien zijn. Felix Meritis (‘Gelukkig door Verdiensten’) opende in 1788 haar deuren als sociëteit waar de burgers van Amsterdam de Verlichtingsidealen deelden en uitdroegen. Het gebouw is opgetrokken in neoclassicistische stijl – de stijl van de Verlichting -, de architect is Jacob Otten Husly. Het observatorium aan het Keizersgracht is het oudste van Nederland.

De opening herinnerde me aan de prachtige lezing van de Britse historicus Jonathan Israel tijdens het congres in het KIT in 2002, gewijd aan creatieve steden. In ‘The Conditions for Creativity, Prosperity and Stability in the Cities of the Dutch Golden Age’ beschreef hij niet alleen de opkomst en bloei van de Hollandse steden, maar ook hun verval. Het onvermogen om in de late zeventiende eeuw in het bloeiende Amsterdam wetenschappelijke academies op te richten zette volgens Israel de hoofdstad van de republiek op een achterstand. Londen en Parijs kregen ze namelijk wel. Het grote observatorium dat Lodewijk XIV in Parijs liet bouwen is nog altijd een van de meest eloquente herinneringen aan zijn regeerperiode. Uitgerekend Amsterdam, waar sinds 1640 nota bene de belangrijkste wetenschappelijke instrumenten waren ontwikkeld en vervaardigd, kreeg géén academie en géén observatorium. Christiaan Huygens vertrok daarom in de vroege jaren 1660 naar Parijs. Israel begrijpt wel waarom Nederland in verval raakte: “Had there been a proposal before the States of Holland for an academy of sciences, whichever town was proposed as its site would have been sure to arouse the jealousy, and very likely the non-cooperation of the rest.” Pas honderd jaar later kreeg Amsterdam zijn observatorium. Maar toen was het te laat.

Tagged with:
 

Gehoord op de Zuidas in Amsterdam op 21 maart 2013:

Afgelopen week de deelnemers van de nieuwe leergang ‘Triomf van de stad’ van Wim Derksen toegesproken op de Amsterdamse Zuidas, al jaren de duurste grond van Nederland. Onderwerp: stad en cultuur. Het begon onschuldig met een uitleg over festivals en evenementen en hoe je je eigen stad daarmee impulsen kunt geven door betere benutting van de openbare ruimte, de infrastructuur, de hotels, de culturele voorzieningen. Alles heel praktisch en organisch, licht en ook goed toe te passen in Utrecht, Vlaardingen, Almere en Zoetermeer. Een deelnemer merkte op dat zoiets kennelijk in Amsterdam gemakkelijker gaat dan elders in Nederland. Zeker, er is hier meer van alles, je hoeft niet zo te duwen en te trekken, de dingen gaan in Amsterdam bijna vanzelf. Het deed Derksen denken aan het ogenschijnlijke gemak waarmee de Amsterdamse marathon groeit en nu al die van Rotterdam in aantallen deelnemers overtreft. Dat klopt. Daarover ging mijn tweede, meer theoretische gedeelte van de cursus. Maar dat deel viel bij de cursisten in minder goede aarde.

Volgens Geoffrey West en anderen zijn grote steden efficiënter dan kleine steden. In ‘Growth, Innovation, Scaling and the Pace of Life in Cities’ (2006) stellen de wetenschappers vast dat steden niet anders functioneren dan andere levende organismen. Verdubbelt een stad in omvang, dan heeft hij maar 85% meer energie nodig, net als dieren. Je vindt in grote steden dan ook naar verhouding meer winkels, meer tankstations, meer banken, meer supermarkten, meer voorzieningen, meer cultuur, meer dan je op grond van hun omvang zou mogen verwachten. Grote steden zijn niet alleen duurzamer, ze bieden de mensen gemiddeld ook meer van alles. Dat komt doordat grote steden productiever zijn dan kleine. Mensen lopen er harder, denken er sneller, er is meer interactie. De taak van planning, aldus West, is om interactie te maximaliseren en daarbij de hinder te minimaliseren. Dat betekent grote compacte metropolen bouwen en de congestie binnen die reusachtige steden bevorderen op de plekken waar de grondwaarde het hoogste is. Zo’n metropool zal worden beloond met veel voorzieningen ter plekke. In relatief kleine steden zal de overheid echter zwaar aan moeten die voorzieningen moeten trekken, ze opzettelijk plannen en er veel publiek geld tegenaan moeten gooien.  Dat is niet duurzaam en zonde van de energie en het geld.

Booming Africa

On 10 januari 2013, in economie, internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The World in 2013’ van The Economist:

De grootste stad van Afrika is Lagos, Nigeria. Die stad telt begin 2013 al bijna 12 miljoen inwoners. Ze wordt op de voet gevolgd door Caïro, Egypte, met 11,4 miljoen inwoners. Nummer drie is Kinshasa, Congo, dat bijna 10 miljoen inwoners telt. De andere miljoenensteden zijn: Luanda, Abidjan, Nairobi, Johannesburg, Alexandrië, Khartoum en Kaapstad. Daarmee bezit het Afrikaanse continent nu al veel grotere steden dan Europa, want Lagos en Caïro overvleugelen Londen en Parijs gemakkelijk qua inwonertal. Maar ook onbekende steden als Huambo, Mbuji-Mayi, en Mbeya zijn op dit moment al even groot als een stad als Milaan. Over tien jaar telt Lagos 16 miljoen inwoners, bijna evenveel als heel Nederland, en Kinshasa 15 miljoen. Meer dan de helft van de bevolking is jonger dan 18 jaar. Het zijn onvoorstelbare cijfers, die niet onderdoen voor de inmiddels veelbesproken groei van de Chinese metropolen.

Ook tot de redactie van The Economist is doorgedrongen dat deze metropoolvorming goed is voor het behoud van de biodiversiteit van het Afrikaanse continent. Als het land leegloopt en de grote steden vol, zal de druk op de natuur afnemen. Maar het blijft natuurlijk de vraag hoe al die jonge mensen werk vinden. Economisch gesproken is immers nog lang geen sprake van een Afrikaanse opmars (zie figuur), al onttrekt veel groei zich aan het zicht door de enorme omvang van de Afrikaanse informele economie. Wat heet. Die informele stedelijke economie wordt in The Economist geschat op 70 procent. Maar er is meer aan de hand in Afrika en ook hier moeten we onze beelden bijstellen. Door de stijgende grondstoffenprijzen verdienen veel Afrikaanse landen ronduit goed. Wat dat betreft waren de reportages van Peter Vermaas in NRC Handelsblad over Luanda afgelopen jaar buitengewoon verhelderend. Luanda blijkt een boomtown, dank zij de olie en het gas. Hetzelfde geldt voor Kinshasa. De Chinezen bouwen er nieuwe steden, maar veel investeringen gaan ook hier buiten de boeken om. Misschien gaat het in Afrika wel veel beter en sneller dan wij denken, maar zou goede stadsontwikkeling in Afrika veel meer aandacht moeten krijgen. Spontanestad-retoriek zou er onmiddellijk verbleken. Chinese stedenbouw verovert de wereld.

Tagged with:
 

Most dynamic cities

On 6 november 2012, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Foreign Policy van oktober 2012:

Het nieuwste nummer van Foreign Policy bevat opnieuw een special report over metropolen. Dit keer staan de meest dynamische steden ter wereld centraal. Een ranglijst van 75 metropolen die tussen 2010 en 2025 het sterkste zullen groeien – zowel in inwoners als lokale economie – , wordt in het Amerikaanse tijdschrift aangevoerd door Shanghai; Beijing staat op twee, Tianjin op drie. Liefst 29 Chinese steden komen voor op de lijst, verder 13 Amerikaanse steden en slechts drie Europese steden. Welke die laatste zijn? Londen (plaats 21), Parijs (plaats 26) en Frankfurt-Keulen (plaats 51). Hekkensluiters zijn Seattle en Bangalore. De grootste steden in 2025 zijn Shanghai met 30,9 miljoen inwoners en Beijing met 29,6 miljoen inwoners, de kleinste stad is straks Abu Dhabi met 1,6 miljoen en Seattle met 4,1 miljoen inwoners in 2025. Amsterdam komt in de hele lijst niet voor.

De lijst is afgeleid van de McKinsey Global Institute’s exclusive Cityscope database van meer dan 2.650 steden in de wereld. Groei van de stedelijke economie telt in de ranking het zwaarst. Hoewel New York, Tokio, Londen en Chicago in 2025 nog steeds kolossale economieën zullen zijn, zullen ze het onderspit delven ten opzichte van de grootste Chinese steden. Op dit moment wonen 570 miljoen Chinezen in metropolen. In 2025 zal dat aantal zijn gegroeid tot bijna een miljard – “an increase larger than the entire current population of the Unites States.” De economische kracht van deze toekomstige urbane concentratie in het Oosten zal ongekend zijn. De conclusie voor Europa en Nederland in het bijzonder is daarom onvermijdelijk: alleen een extreme metropolitane concentratiepolitiek kan Europa economisch nog redden. Europa zal de komende jaren al zijn kaarten moeten zetten op de groei van een paar hele grote steden!

Tagged with:
 

Be yourself

On 12 april 2012, in demografie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 6 april 2012:

‘Going Solo’ heet het nieuwste boek van Eric Klinenberg, hoogleraar sociologie aan New York University. Het gaat over alleenstaanden in steden als Washington, Denver, Dallas, San Francisco en New York. Ik las een bespreking in NRC Handelsblad, geschreven door Guus Valk. Bijna de helft van de volwassen Amerikanen heeft geen gezin, in grote steden is het aandeel alleenstaanden nog groter. In Scandinavië is het aandeel nog groter dan in de VS. “Deze ontwikkeling voltrekt zich internationaal. Er is geen beschaving uit het verleden waar eerder zoveel mensen alleen woonden.” Eenderde van de alleenstaanden bestaat uit ouderen. Doordat we steeds ouder worden, wordt deze groep ook steeds groter. De andere tweederde is alleenstaand voor bepaalde tijd. “De snelst groeiende groep bestaat uit mensen tussen de 35 en 65, die ooit een tijd een lange relatie hebben gehad.” Volgens Klinenberg heeft de groei van die groep te maken met de emancipatie van vrouwen. Vrouwen kunnen tegenwoordig in hun eigen levensonderhoud voorzien. ‘Going Solo’ bevat driehonderd interviews met stedelingen die alleen leven, zonder partner. Ze blijken niet minder gelukkig of succesvol te zijn dan echtparen. Alleen wonen is ook niet langer een vloek, al wil lang niet iedereen zijn hele leven zonder verbintenis leven. De groep ‘Happy Singles’ is naar verhouding klein.

Klinenberg merkt op dat de groei van grote steden dit proces nog heeft versneld. “Een stad biedt een plek aan mensen die zich individueel willen uiten, en creëert nieuwe subculturen.” Als voorbeeld noemt hij groepen veertig-plussers die kiezen voor woongroepen, waar ze samenleven zonder te veel verplichtingen. Ook gelooft hij dat de opkomst van social media als facebook en skype het sociale leven van mensen overhoop gooit. “Interessant is dat die communicatiemiddelen mensen niet afstompen of vervreemden van hun omgeving, ze gaan juist sneller naar feesten of andere ontmoetingen.” Social media bevorderen dus het grootstedelijke leven. Klinenberg: “Er is een gigantische verschuiving van ons sociale leven gaande en niemand weet nog of dat goed of slecht is.” De strekking van zijn betoog deed me denken aan ‘The Rise of the Creative Class’ (2002) van Richard Florida. Daarin schetste deze Amerikaanse econoom een beeld van nieuwe opkomende samenlevingsvormen die onze culturele economie sterk aanjagen: “Our evolving communities and emerging society are marked by a greater diversity of friendships, more individualistic pursuits and weaker ties within the community. People want diversity, low entry barriers and the ability to be themselves.” Voorwaarden voor economische groei, dat zijn het.

Tagged with: