Geen grap

On 1 april 2014, in bestuur, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 3 maart 2014:

Hoe werkt De Nieuwe Wibaut? De nieuwe praktijkleergang van de gemeente Amsterdam zoekt naar nieuwe, opener manieren van werken door de gemeente. De leergang speelt in de praktijk van alledag, gewoon op straat. Er worden door zelfsturende team van gemeenteambtenaren in vier weken tijd platforms ontwikkeld die collectieve intelligentie genereren. Er wordt vooral geluisterd en gecommuniceerd. Op locatie. Meer is het eigenlijk niet. De platforms worden gebouwd rond concrete maatschappelijke vraagstukken die ergens in een buurt spelen. Alles is gericht op samenwerking. Met maatschappelijke groeperingen. Om de kwestie op te lossen. En het werkt, dus zonder een grootschalige reorganisatie die alles binnen de gemeente overhoop haalt. Afgelopen semester deden tachtig ambtenaren mee, dit lopende semester werken opnieuw bijna tachtig ambtenaren aan hele concrete vraagstukken ergens in Amsterdam. Het maakt niet uit wat het is. Alles wordt opgelost. Samen.

Dit gebeurt niet alleen in Amsterdam. Een mooi voorbeeld van hoe het werkt vond ik afgelopen maand in NRC Handelsblad. In ‘Het grote verhaal’ van maandag 3 maart beschreef Sheila Kamerman de werkwijze van politieagent Wilco Berenschot in Rotterdam. Berenschot werkt in de wijk Het Nieuwe Westen. Dat is een gemengde volksbuurt tegen het centrum van Rotterdam aan. De werkwijze – een beproefd prototype -  is er een van open communiceren. Dat doet de politieman via Twitter en Skype. Een antwoord krijgt de twitteraar direct. Maar ook heeft Berenschot zijn ‘mobiele wijktafel’. Die bestaat uit een Frans terrastafeltje en twee houten klapstoeltjes. Twee keer per week zet hij die ergens neer in de buurt. “De wijktafel is voor een gesprek. Met iedereen die wil. Gewoon om te horen wat er speelt.” Wie schuiven er aan? Zwerver, kraker, advocaat. Er wordt niet geklaagd. Nee, iedereen heeft informatie. Berenschot: “Dat verwacht je misschien niet. Maar ze wijzen feilloos het zebrapad aan waarvoor nooit iemand stopt. Daar ga je dan een keer extra surveilleren. En dan zien die kinderen ook: Hé, het helpt dat ik iets zeg.” Kleine dingen? Nee hoor, ook grote. Daar kan geen stadsmarinier of taskforce tegenover. Voor de Amsterdamse gemeentesecretaris – zelf een politieman – een lichtend voorbeeld.

Tagged with:
 

Binnenstad in de etalage

On 19 maart 2014, in vastgoed, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 13 maart 2014:

Vorige week opende het nieuwe station van Rotterdam. Voor NRC Handelsblad was het aanleiding om met de Rotterdamse wethouder Karakus door de binnenstad te wandelen. Het gesprek ging over bouwen. De wethouder wil veel woningen bouwen. Sterker, er zijn de afgelopen jaren al veel woningen in de binnenstad gebouwd: hun aantal is sinds 2008 met liefst 9% gestegen. De Rotterdamse binnenstad, aldus de wethouder, is ideaal voor mensen uit de Randstad om in te wonen. Maar dan moeten ze wel komen. “Zonder bewoners is het uitgestorven na zes uur ‘s avonds.” Alles wordt er aan gedaan om het de woonconsumenten naar de zin te maken. De wethouder: “De binnenstad was als een verloederd huis. Dat kan je niet in één keer vernieuwen want dan moet iedereen eruit. We knappen het kamer voor kamer op, en zetten ook overal deuren tussen.” Rotterdam wil meer hoogopgeleiden trekken. De binnenstad is daarvoor ideaal. Ook het nieuwe Centraal Station is in dat licht bezien een opsteker.

In de Amsterdamse krant Het Parool was de toon agressiever. De kop boven het artikel in de krant van donderdag luidde: ‘De nieuwe Zuidas ligt in Rotterdam’. Rondom het nieuwe Centraal Station van Rotterdam staan ineens tienduizenden vierkante meters kantoorruimte te wachten op huurders, met huren die beduidend lager zijn dan op de Amsterdamse Zuidas. Boodschapper was ditmaal Michael Hesp van kantorenmakelaar JLL. En bedrijfsmakelaar DTZ Zadelhoff vond het nieuwe station ineens ‘alle verschil maken’. Tot nu toe, zei hij, staan veel kantoren in de Rotterdamse binnenstad leeg; verhuur verloopt er matig. Alle hoop van het makelaarskantoor is gevestigd op de werking van het nieuwe Centraal Station. Conclusie van dit alles: hier wordt de oplevering van een station door een stad gebruikt om leegstaand vastgoed – woningen en kantoren – in de etalage te zetten. Gebeurde dat ook niet eerder in het Franse Lille? Ook daar een slechtdraaiende lokale economie en een spectaculair station -Euralille – dat verbetering moest brengen. En is het daar gelukt? Marine Le Pen komt er aan de macht.

Tagged with:
 

Zijderoute

On 1 maart 2014, in infrastructuur, kunst, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 27 februari 2014:

Vandaag opent in de Amsterdamse Hermitage een tentoonstelling over de Zijderoute, het eeuwenoude handelsnetwerk tussen China en het Romeinse Rijk. Tweehonderdvijftig voorwerpen uit voornamelijk Oezbekistan sieren deze ‘Expeditie Zijderoute’, alle afkomstig uit Sint Petersburg. Sandra Smallenburg, op excursie, schrijft over haar bezoek aan Sogdische steden als Samarkand en Boechara in NRC Handelsblad: "Hele steden liggen nog begraven onder het zand, vaak uitstekend bewaard gebleven dankzij het kurkdroge landklimaat." Handelsposten groeiden uit tot steden. Kunst bloeide op. Godsdiensten verspreidden zich. Tot in de vijftiende eeuw was de route het grootste handelsnetwerk ter wereld. Ze liep van China tot de Middellandse Zee, over een afstand van liefst 7.000 kilometer. Toen het Mongoolse rijk in de veertiende eeuw ten einde liep, nam ook de handel af. De neergang werd bespoedigd door innovaties in de scheepvaart, die leiden tot de vondst van de route om Kaap de Goede Hoop, waardoor een goedkopere en snellere verbinding mogelijk werd. Steden verdwenen onder het zand.

Is het toeval dat op 8 februari in de Volkskrant een artikel verscheen over ‘De nieuwe zijderoute’? Daarin citeert journalist Jan van der Putten de Chinese leider Xi Jinping, die zou hebben gesproken over de opening van nieuwe snelle handelsroutes tussen China en het Midden-Oosten, zowel over zee als over land. Ook internet rekende hij daartoe. Voor de Chinezen, aldus Van der Putten, is vooral Israël buitengewoon interessant als strategische partner. Istanbul, van waaruit op dit moment een hogesnelheidslijn naar het oosten in aanleg is, wordt overigens het voorlopige eindstation. Maar een doorgetrokken spoorlijn naar Europa is denkbaar. Dat zou China minder afhankelijk maken van de Euraziatische spoorlijn die nu via Rusland loopt en ook de zeeroutes, waar de USA domineert, minder kwetsbaar maken. Dat het de Chinezen ernst is, mag worden afgeleid uit de opening van een nieuwe spoorlijn door Kazachstan in 2012. Een nieuwe Zijderoute voor grootschalige transporten van Chinese goederen richting Europa? Nog even en heel Rotterdam verdwijnt onder het zand. Tenzij de Betuwelijn straks op de nieuwe Zijderoute kan aansluiten. Rotterdammers moeten maar in de Amsterdamse Hermitage gaan kijken. Om te ervaren hoe het is als China straks de wereld domineert.

Tagged with:
 

Geen Amsterdamse reflex

On 16 januari 2014, in economie, stedelijkheid, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 6 oktober 2013:

Van de 37.000 abonnees van NRC Handelsblad die sinds enige maanden een ‘Amsterdam-bijlage’ ontvangen ben ik er een. Voor sommige lezers is die bijlage een teken dat NRC een Amsterdamse krant aan het worden is. De verhuizing, vorig jaar, van de redactie naar het Amsterdamse Rokin vonden zij al even verdacht. Beide vernieuwingen brengen zij nu met elkaar in verband. Men beschuldigt de redactie van een ‘Amsterdamse reflex’. Een student journalistiek, Merlijn Kerkhof, gooide olie op het vuur met zijn onderzoek waaruit bleek dat al voor de verhuizing van de redactie van Rotterdam naar Amsterdam beduidend meer artikelen over Amsterdam in de krant verschenen dan over Rotterdam, laat staan over de rest van het land. NRC Ombudsman Sjoerd de Jong reageerde prompt in NRC met de uitleg dat Amsterdam een advertentiemarkt heeft die de speciale uitgave rechtvaardigt en hoofdredacteur Vandermeersch zei dat hij met de gedachte speelde om ook zo’n bijlage over Rotterdam en eventueel andere steden te maken als daar een lokale advertentiemarkt zou zijn. Tegelijk stelde De Jong vast dat lokale en regionale kranten het moeilijk hebben juist vanwege de krimpende lokale advertentiemarkt. Onwaarschijnlijk dus.

Hoe omvang is die Amsterdamse advertentiemarkt? Die markt bestaat uit 37.000 Amsterdamse abonnees, en 66.000 als de kopers van losse nummers van de kwaliteitskrant worden meegerekend. Denk daarbij aan het publiek op de vijf grote stations en op de metrohaltes, de vele congresgangers van de RAI, de forensen op de Zuidas, BijlmerArena, AMC en Sloterdijk, dan hebben we het over het grootstedelijke interactiemilieu met zijn oververtegenwoordiging van hoogopgeleiden, verzameld in de expanderende hoofdstad gelegen tussen het Gooi, de Utrechtse heuvelrug en de binnenduinrand.  Samen vormt dit een interessante en groeiende doelgroep voor een kwaliteitskrant in een verder slinkende nationale markt. Inderdaad, grote steden heeft Nederland niet. Toch telt het Amsterdamcomplex nog altijd bijna 4,5 miljoen inwoners, waarvan zestig procent hoogopgeleid en een groeiend aantal jongeren. Voldoende dus voor een ‘Amsterdam’-katern.

Tagged with:
 

Curby, curby

On 15 oktober 2013, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 11 juli 2013:

Laatst geblogd over het mannenoverschot in Rotterdam. Blijkt het in Enschede nog veel erger te zijn. In de grootste leeftijdscategorie van de stad, 20-24 jaar, zijn er op elke 100 mannen slechts 83 vrouwen. “Onder 25-29 jarigen is het nog slechter gesteld, met tachtig vrouwen op honderd mannen,” meldde NRC Handelsblad afgelopen zomer. Enschede, de grootste stad van Overijssel, groeit nog licht in bevolking. Begin dit jaar telde de stad 158.629 inwoners. De stad doet er alles aan om mensen aan zich te binden. Werkzoekenden worden niet alleen aan een baan geholpen, ook partners krijgen werk of scholing aangeboden. En bij kinderen wordt een geschikte school of opvang gezocht. Zelfs bij het vinden van een woning wordt bemiddeld. Maar hoger opgeleiden verkiezen veelal toch een baan in de Randstad en besluiten om te verhuizen. Dat zijn vooral jonge vrouwen. Door de Technische Universiteit Twente is het mannenoverschot in en rond Enschede toch al erg groot.

Bij het artikel stond ook een kaartje van Nederland afgedrukt met daarop in blauw de regio’s met een mannenoverschot en in rood de regio’s met een vrouwenoverschotten. Die laatste categorie is uiterst beperkt. Het blijkt te gaan om een gering aantal steden, namelijk Zwolle, Tilburg, Maastricht, Nijmegen, Utrecht, Leiden en, met stip, Groot-Amsterdam. Nergens in het noorden, oosten, Brabant (met uitzondering van Tilburg) of Zeeland is ook maar een spoor van een vrouwenoverschot te bekennen. En, zeer opvallend, ook in Den Haag en Rotterdam niet. In al die steden en regio’s domineren de mannen. Terwijl vrouwen meer winkelen, meer buitenshuis eten, meer spenderen, meer cultuur genieten, een stad in veel opzichten aantrekkelijker maken en een geweldige huwelijksmarkt vormen. Evolutiebioloog Redmond O’Hanlon zei het op AT5 afgelopen vrijdag zo: “Amsterdam is the most female city I know. Paris is also female, but Paris is a cabaret dancer, dressed in black leather, frightening you while dancing on a table. Here, in Amsterdam, it’s sex and tenderness and love.  Curby, curby.”

Tagged with:
 

Bezielend onderwijs

On 9 oktober 2013, in cultuur, onderwijs, stedenbouw, by Zef Hemel

Gezien in het Van Eesterenmuseum in Amsterdam op 5 oktober 2013:

Zaterdag de opening bijgewoond van de kleine tentoonstelling over de jonge jaren van Cornelis van Eesteren in het Van Eesterenmuseum in Amsterdam Nieuw-West. Stedenbouwkundige Maurits de Hoog herinnerde bij die gelegenheid aan de opleiding van de jonge Van Eesteren, genoten aan de Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam. Tot zijn klasgenoten, zei hij, behoorden onder anderen Hans Gispen en Leendert van der Vlugt. Wat een talentvolle mensen bij elkaar! De Hoog sprak zelfs van ‘de beste vormgever van Nederland’ en ‘de beste architect’. Laten we Van Eesteren ook gerust ‘de beste stedenbouwkundige van Nederland’ noemen, wat hij ook was. Is dit toeval? Hoe kan het dat drie zulke bijzondere mensen in 1914 een en dezelfde klas met elkaar deelden? En waarom dit alles uitgerekend in Rotterdam?

De belangrijkste docent aan de Rotterdamse academie was destijds Willem Kromhout. In 1910 was deze architect met zijn bureau verhuisd van Amsterdam naar Rotterdam. De aanleiding voor zijn verhuizing was zijn benoeming als hoofddocent aan de Rotterdamse academie. Ida Jager suggereert in haar monografie over Kromhout (1992) dat hij voor Rotterdam koos omdat juist in 1910 burgemeester Zimmerman een plan voor de Maasstad had doorgezet dat tot grote bouwwerken kon leiden. Onder het motto ‘Rotterdam van vissersdorp tot wereldstad’ kwam een bouwstroom op gang die geen architect onverschillig kon laten: een Coolsingel met een nieuw stadhuis, een postkantoor en een beurs. Hoe dan ook, drie jaar later reorganiseerde Kromhout het Rotterdamse ontwerponderwijs, een jaar daarna al trof hij drie grote ontwerptalenten aan in zijn klas. Een van hen zou later over Kromhout schrijven: “Weinigen hebben als hij de gave werkelijke belangstelling te wekken voor het te behandelen onderwerp en tegelijk het boven het alledaagse te kunnen verheffen.” De jonge Van Eesteren kreeg zijn eerste baan in het pas geopende bureau van de ‘bezielende’ Kromhout. Ziedaar het explosieve mengsel: een ambitieuze stad, excellent onderwijs, een bezielende docent en gretig jong talent.

Tagged with:
 

Pink collar

On 30 september 2013, in demografie, economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 29 september 2013:

Sterk stuk van Marguerite van den Berg in de opiniebijlage van NRC Handelsblad over Rotterdam. Deze promovenda sociologie aan de Universiteit van Amsterdam reageerde op een uitspraak van de Rotterdamse wethouder Karakus dat de Maasstad ‘meer tieten’ nodig heeft. Daarmee bedoelde deze bestuurder dat Rotterdam zich tot een ‘city lounge’ van cocktails en en cappuccino’s moet ontwikkelen. Anders gezegd, ze moet meer een stad van consumptie worden dan van productie. ‘Meer tieten??’ Van den Berg wijst er fijntjes op dat succesvolle consumptiesteden dergelijke machotaal niet bezigen en dat succes niet zozeer een ‘city lounge’ vereist, als wel meer vrouwen en meer vrouwelijkheid. Vrouwen zijn in Rotterdam in de minderheid. In Amsterdam zijn de vrouwen juist in de meerderheid. Die vrouwelijke dominantie zegt iets over het succes van Amsterdam. Van den Berg: “Vrouwelijkheid en mannelijkheid zijn instrumenten van stadsplanning geworden. Rotterdam wil vrouwelijker worden zonder alle spierkracht te verliezen: een spierbundel met borsten.”

Industriesteden waren ooit mannelijk. Toen hadden ze succes. Nu niet meer. Dat succesvolle steden tegenwoordig vrouwelijk zijn en ook veel homofielen huisvesten zegt veel over onze moderne economie, die steeds meer een dienstenkarakter krijgt.  De moderne economie is niet blue collar, maar pink collar. Welke ruimtelijke kenmerken horen bij zo’n succesvolle dienstenstad? In ieder geval geen glazen torens in het stadscentrum. Geen havenretoriek. Geen voetbalstadions. Geen stadsmariniers. Geen spierballen. Geen haast. Wat dan wel? Luister naar vrouwen als Jane Jacobs en Van den Berg: “Waar gezinnen midden in de stad wonen in plaats van in tuinsteden en waar de modernistische stadsplanning plaats maakt voor gemengde stadsfuncties en ruimte voor tweeverdieners.” Kan een machostad zich omvormen? Het lijkt moeilijk. Pittsburgh is het wel gelukt. Die voormalige industriestad trekt veel jonge vrouwen en singles uit New York, maar heeft dan ook haar industriele imago van zich afgeschud. Misschien als Rotterdam de boodschap van vrouwen als Van den Berg eens ter harte neemt, ook al werken ze in Amsterdam.

Tagged with:
 

Liever een kluswoning

On 5 juli 2013, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in doctoraalscriptie van Lennart van Assema (2013):

Kluswoningen zijn een nieuw verschijnsel in de Nederlandse woningbouw. Lennart van Assema, student planologie aan de Universiteit van Amsterdam, schreef er een masterscriptie over. Zijn onderzoek concentreerde zich op de flat Kleiburg in Amsterdam Zuidoost. Nadat woningbouwvereniging Rochdale deze originele Bijlmerflat op 7 januari 2011 voor 1 euro te koop had gezet, meldden zich meer dan zestig geïnteresseerden. De winnaar werd De Flat met het klushuizenconcept, die zijn idee mocht uitwerken. Alle woningen uit de eerste tranche zijn inmiddels verkocht. Meest opvallende uitkomst van het onderzoek van Van Assema vond ik dat liefst 45 procent van de in koop geïnteresseerden ouder is dan dertig jaar en ook een koopwoning achterlaat. Kluswoningen in de Bijlmermeer zijn dus zeker niet alleen aantrekkelijk voor starters op de woningmarkt. Alle kopers geven aan de kluswoning vooral interessant te vinden vanwege de vele vierkante meters die men krijgt tegen een zeer lage prijs.

Waar komt het kluswoningconcept eigenlijk vandaan? Lennart van Assema stelt dat het allemaal begon in Rotterdam, waar in 2005 een blok krotwoningen voor 1 euro van de hand werd gedaan. Op Youtube is inderdaad een mooi filmpje te zien van de aanpak van het zogenaamde Wallisblok in Spangen. Echter, een jaar daarvoor startte Net5 met de televisieserie ‘Het blok’, waarin vier stellen in 77 dagen tijd een woningblok moesten verbouwen in de Amsterdamse Tsaar Peterstraat. Elke week werd er daar in Amsterdam Oost, om de hoek van het hoofdkantoor van SBS, een kamer opgeleverd. De winst bij verkoop mochten de klussende stellen als tegenprestatie houden. Het Australische format werd in ons land een doorslaand kijksucces. Het had iets weg van Big Brother, maar was stedelijker, positiever, beter. Het ging over ‘klusleed’ en ‘werken onder hoge druk’ en ruzies. Dit succesvolle televisieformat kwam aan de basis te liggen van het kluswoningconcept. Het maakt op dit moment furore in de Nederlandse volkshuisvesting. Dankzij de crisis. Maar ook dankzij een commercieel televisiestation. Een Australische innovatie dus, in ons land geïntroduceerd in Amsterdam en later in Rotterdam praktisch toepasbaar gemaakt.

Tagged with:
 

Smart City

On 11 juni 2013, in innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De durf van Rotterdam’ (2013) van Alexander Rinnooy Kan:

Begin deze week gesproken bij de Van der Leeuwkring in Rotterdam over ‘de stad als brein’. Locatie: de nieuwe bibliotheek van de medische faculteit van het Erasmus MC. Een toepasselijke plek. Het bleek trouwens om een bijzondere ruimte te gaan, ontworpen door Claus en Kaan, die zo weggelopen leek uit het oeuvre van Frank Lloyd Wright. Ter voorbereiding ontving ik van de organisatie de tekst van de vierde Guest Urban Critic lezing, gehouden door Alexander Rinnooy Kan, tegenwoordig universiteitshoogleraar economie en bedrijfskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Titel: ‘De durf van Rotterdam’. Rinnooy Kan was gevraag te reflecteren op de toekomst van de Maasstad vanuit zijn inzicht in ondernemerschap en economische dragers van de stad, “en zijn ervaringskennis van samenwerking op de grensvlakken tussen bestuur, ondernemerschap en burgers.” Hoe dicht kan iemand het onderwerp van ‘de stad als brein’ naderen?

De stad moet vernieuwen, aldus Rinnooy Kan. Aan het begin van zijn lezing stelde hij zich de vraag hoe een stad als Rotterdam zo’n vernieuwingsproces zou moeten inrichten. Sommige steden zijn daarin immers succesvoller dan andere. Harde infrastructuur is naar zijn stellige overtuiging niet voldoende. “Het gaat ook om de kennis in een stad en het vermogen om die kennis te delen, uit te dragen en te vermeerderen. Daarnaast gaat het om wat de ‘sociale infrastructuur’ wordt genoemd: het intellectuele en het sociale vermogen. Dat zijn de ingrediënten waar de succesformule in toenemende mate op gebaseerd lijkt te zijn.” Een ‘smart city’ bouwen is in de ogen van Rinnooy Kan ook allerminst een kwestie van technologie. Het gaat om ‘een veel breder verhaal’. Vijf lessen noemt hij vervolgens: een aanpak die breed en meerdimensionaal is, het vermogen om lange termijn doelen te formuleren en tegelijk stappen in de goede richting te zetten; operationele principes van ‘van onder op’, professioneel ondersteund; latent aanwezig kapitaal in de stad mobiliseren; een betrekkelijk radicale, compromisloze vernieuwingszin met principes waaraan je als stad jarenlang vasthoudt. Moeilijk? Zeker. Maar de stad is volgens spreker het perfecte aggregatieniveau voor samenwerkingen. De stad, aldus Rinnooy Kan, “heeft het goede niveau om te laten zien aan de volledige gemeenschap van betrokkenen wat het uiteindelijk op gaat leveren voor iedereen.” Ik zou zeggen, wees nog radicaler. Benut de stad volledig, gebruik hem als één groot brein.

Tagged with:
 

Veerkracht

On 19 november 2012, in economie, sociaal, by Zef Hemel

Gehoord in Rotterdam op 16 november 2012:

Bij het in ontvangst nemen van de Maaskantprijs afgelopen vrijdag in Rotterdam typeerde de stadssocioloog Arnold Reijndorp zichzelf als ‘een loopjongen’. Hij was, zei hij, steeds loopjongen geweest tussen architectuur en sociologie. Reijndorp: “Hoewel ik moet zeggen dat architecten en stedenbouwkundigen ontvankelijker blijken te zijn voor sociologische inzichten dan sociologen voor opvattingen van architecten en stedenbouwkundigen.” De jury die hem de prijs toekende vond zijn werk juist nu relevant, omdat de context van bouwen en wonen is veranderd van uitbreiden naar transformeren, waarbij de behoeften van mensen centraal zijn komen te staan. Met thema’s als het alledaagse gebruik van de stad, nieuwe netwerken in de stad en het functioneren van het publieke domein “reikt Reijndorp waardevolle instrumenten aan voor de ontwerppraktijk van architecten en vooral stedenbouwkundigen.”

Reijndorp hield daarop een schitterende rede. Echter, waarom hij daarbij zo afgaf op de persoon van Richard Florida was me niet duidelijk. Het had zelfs iets verbetens. Zelf zei hij het zo: “De vitaliteit van een stad is verbonden met diversiteit in sociaal, economisch, cultureel en ruimtelijk opzicht. Het is dan ook de vraag of het wedden op het ene paard van de creatieve kenniseconomie wel zo verstandig is.” Herwaardering van de stad is omgeslagen in overwaardering, voegde hij eraan toe. Liever sprak hij van de veerkracht van een stad. Die kan aan andere zaken worden afgemeten dan de drie T’s: Talent, Technologie, Tolerantie. Het klonk alsof Reijndorp de ‘creatieve steden’ hun succes niet gunde en Richard Florida om zijn roem benijdde. Ik kan me er alles bij voorstellen, maar die veerkracht en die aandacht voor ‘gewone mensen’ lijken me toch andere, niet minder interessante onderwerpen. Londen, Parijs en in zekere zin ook Amsterdam, zou je kunnen zeggen, hebben hun veerkracht al bewezen; hun economieën zijn hoogwaardig en creatief gebleken, precies zoals Richard Florida die eigenschappen tien jaar geleden typeerde, overigens met nog steeds een arme onderkant. Florida aanrekenen dat woningcorporaties en gemeentebesturen zijn visie verhaspelden mag natuurlijk niet. Wedden op dat ene paard? Ook Florida noemde destijds diversiteit en het tegengaan van segregatie als belangrijke voorwaarden.

Tagged with: