Ons voorland

On 27 november 2014, in regionale planning, stedelijkheid, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Curbed LA’ van 25 september 2014:

In 2025 zal Los Angeles de dichtstbevolkte stad van de Verenigde Staten van Amerika zijn. Nu al is ze, na New York, de dichtst bebouwde metropool op het nieuwe continent. Wie had dat ooit gedacht? De woestijnstad in het zuiden van Californië (15 miljoen inwoners) stond altijd bekend als een uitgestrekte autostad zonder duidelijk centrum, gebouwd in extreem lage dichtheid, vergelijkbaar met de Randstad. In Nederland dacht iedereen dat dat ook ons voorland zou zijn. In de afgelopen vijftien jaar is dat beeld, althans in Amerika, totaal bijgedraaid. De bijna vijftien miljoen inwoners tellende metropool verdicht snel en ontwikkelt een heus centrum. Bloomberg voorspelde onlangs dat de stad tot 2025 met nog liefst 38,4 procent in bevolking zal groeien. Al die groei slaat neer in bestaand stedelijk gebied. Daarbinnen vormen zich nieuwe centra, vaak direct rond het historische centrum. In 1995 was de gemiddelde dichtheid nog 4.662 inwoners per vierkante mijl; straks is dit 6.450. Kunt u mij nog volgen?

Begin dit jaar schreef William Fain in Urban Design Review reeds over dit opmerkelijke verdichtingsproces. In ‘Urbane Renewal: The Recent Evolution of Los Angeles’ schetste hij de ruimtelijke gevolgen van a. de aanleg van grootstedelijke openbaar vervoersystemen in LA sinds 2008 (sic!) , b. de transformatie van oude industrieterreinen in dichtbebouwde gemengde centrumgebieden, c. de veranderde woonvoorkeuren van nieuwe migrantenpopulaties die wonen in dichte pakking allesbehalve schuwen, d. de grootstedelijke woonvoorkeuren van de jonge nieuwe creatieve klasse. Al die gemeenschappen blijken bereid om in appartementen te wonen. Ten slotte de ondernemers: LA is een typische metropool van kleine ondernemers; zeventig procent van haar werkgelegenheid bestaat uit midden- en kleinbedrijf. Groei en transformatie vinden daardoor plaats van onderop, door heel veel kleine aanpassingen in het verdichtende metropolitane weefsel. Ik vraag u, moet ons toekomstbeeld van de Randstad niet ook eens grondig worden bijgesteld?

Tagged with:
 

Randstedelijke vooroordelen

On 10 november 2014, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Vertrouwd voordelig’ (2014) van Peter Middendorp:

Een muur van vooroordelen typeert de kloof tussen de Randstad en het Noorden, dat stelde afgelopen zaterdag Ana van Es, vertrekkend correspondent voor het Noorden in de Volkskrant. "De kloof tussen het Noorden en de Randstad, dat is in feite de kloof tussen platteland en stad." Volgens haar is dat ook het onderscheid tussen relatieve armoede en welvaart. In het Noorden gaat veel niet goed. Groningen-stad draait prima cijfers, maar voor de rest van de provincie geldt dit stellig niet. "Decennia is door het Rijk actief geprobeerd het Noorden op te stuwen in de vaart der volkeren." Het hielp allemaal niet. Recente rapporten ademen een andere sfeer. De toekomst van Nederland ligt in de stad. "Het Noorden, ‘met al dat platteland’, blijft achter als een verlaten buitengewest." Geld pakt het wezenlijke probleem niet aan, erkent ook Van Es. Toch is dat het enige waarop de bestuurders van het Noorden nog hopen. Dat was de strekking van het sombere afscheidsartikel in de krant.

Ik moest bij het lezen denken aan ‘Vertrouwd voordelig’, de rake roman van Peter Middendorp. Die speelt in Emmen, Zuidoost-Drenthe, in een middenstandsmilieu, om precies te zijn in de Noorderstraat in het centrum van de Drentse industriekern die na de Tweede Wereldoorlog opgestoten moest worden in de vaart der volkeren. Emmen, de stad die gelijk staat aan de door de staat gesponsorde AKU, later Enka, nog weer later Akzo Nobel, vormt het toneel van een heus drama van een puber die zijn afkomst en omgeving probeert te bevechten. De roman maakt duidelijk – duidelijker dan welk ander serieus achtergrondartikel ook – dat het met Emmen helemaal niet goed gaat. Het mag niet gezegd, want het is een taboe, maar iedereen met enig talent wil Emmen de rug toekeren. Er zijn zelfmoorden, dat ook. Maar vooral staat bus 50 – de huidige Qliner – naar Groningen in de roman model voor het massale vertrek van scholieren naar studentenstad Groningen. Elk uur rijdt ze vanaf de markt naar de grote stad om jonge mensen te vervoeren. Je diploma halen, daarna mag je weg. Randstedelijke vooroordelen?

Tagged with:
 

Golfje

On 24 september 2014, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De Nederlandse bevolking in beeld’ (2014) van CBS/PBL:

Link to infographic: 'De randstad als een magneet'

Grappig boekje van het Planbureau voor de Leefomgeving. Ook dit planbureau ontkomt niet aan popularisering van haar statistieken. Verder is het boekje met 24 ‘infographics’ qua benadering tamelijk traditioneel. Het geeft de prognoses van de toekomstige bevolking van ons land, alsof het allemaal keurig uit te rekenen is. Het materiaal is verdeeld in drie boodschappen: 1. groei en krimp, 2. de bevolking wordt oud, 3. de stad wordt populair. De auteurs proberen “een realistisch toekomstbeeld te schetsen van de demografische ontwikkelingen op de korte en lange termijn.” Niet verrassend allemaal, zou je zeggen. Opvallend is wel de boodschap: “De Randstadbevolking groeit tegenwoordig heel snel.” Wat blijkt? In vijf jaar tijd kwamen er in het Westen des Lands ongeveer 250.000 inwoners bij. Bijna allemaal natuurlijke groei. Vooral mensen uit Zuid-Nederland trekken naar de Randstad, maar op het plaatje lijkt het alsof ze allemaal naar Zuid-Holland gaan. Een verklaring lees ik niet, ook niet waarom de provincies als uitgangspunt zijn genomen en niet de vier stedelijke regio’s. Kortom, dezelfde oude verwarring over wat nu eigenlijk de Randstad is blijft hier bestaan.

Geestig is de infographic en de bijbehorende tekst over Amsterdam. Die enorme groei van de zogenaamde Randstad valt in Amsterdam ineens reuze mee. Zeker, er vindt in Amsterdam een ‘geboortegolfje’ plaats, en binnenlandse migranten – jonge mensen “die niet veel ruimte nodig hadden (?) en aangetrokken werden door de fraaie, historische woonomgeving met veel culturele voorzieningen” – plus een buitenlands migratiesaldo voegen zich bij dit golfje: het levert een groei op van 34 personen per dag. Per dag? “Naar verwachting blijft de hoofdstad populair,” klinkt het zuinigjes. Echter, in 2040 komt aan die populariteit een einde, weet het Haagse planbureau. Dan zal Amsterdam nog maar met 9 personen per dag groeien. “Voor 2040 wordt een bevolking van 925.000 verwacht.” Het gaat hier dus niet om de hele metropool, alleen de gemeente. En niet om de Amsterdamse economie, maar om een populariteit gebaseerd op erfgoed en cultuur, alles ondanks de geringe ruimte. Dus ook niet met IJburg tweede fase en HavenStad gerekend. Het is maar dat u het weet.

Tagged with:
 

Techboom

On 17 september 2014, in economie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 11 mei 2014:

Twitter headquarters, on Market Street in San Francisco (Olivia Hubert-Allen/KQED).

Amsterdam is op dit moment het beste te vergelijken met San Francisco. Beide steden zijn ongeveer even groot; hun achterland is even stedelijk. De Bay Area telt circa tien miljoen inwoners, de Randstad en directe omgeving iets vergelijkbaars. Beide steden zijn ook centra van de tegencultuur, van hippies, homo’s, krakers, linkse intelligentsia, anarchisten. Er hoeft maar iets te gebeuren of er breekt een opstand uit op straat. Het welvaartspeil is alleen lager rond Amsterdam, want de regio mist een technische universiteit en een Silicon Valley. Nog een verschil: de baai ten oosten van Amsterdam is ingepolderd, terwijl de baai van San Francisco nog altijd schittert in de zon. Maar Amsterdam is even geliefd als de Californische stad en de nabijheid van de zee is in beide steden goed voelbaar. Gevolg: de huizenprijzen in beide steden stijgen snel.

Enige maanden geleden schreef Eva de Valk in NRC Handelsblad over de problemen als gevolg van het succes van San Francisco. Onder de kop ‘Klassenstrijd aan de westkust’ meldde ze dat de huizenprijzen ongezond snel stijgen, over de afgelopen drie jaar met liefst 36 procent, de huren zelfs met 51 procent. De goed verdienende techwerkers uit Silicon Valley worden gezien als oorzaak; zij werpen zich op de grootstedelijke woningmarkt. Maar het is anders: in San Francisco zelf groeit het aantal banen twee keer zo snel als in de Valley. De rollen zijn omgedraaid. Niet de randen, maar het centrum is dynamisch. Voor al die grootstedelijke banen worden ter plekke veel te weinig woningen gebouwd. De Valk: “Over zes jaar zijn alle niet-rijken de stad uit gedrukt.” Nieuwbouw in de Bay area vindt nog altijd plaats op grote afstand van de stad, zeker die voor de lage inkomensgroepen. Vergelijk het met de bouw van woningen voor Amsterdammers achter Castricum, Alkmaar en Nijkerk. Geen gekke vergelijking. San Francisco en Amsterdam lijken meer op elkaar dan je denkt.

Tagged with:
 

Sir Peter Hall 1932-2014

On 6 augustus 2014, in innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Generating Culture. Roots and Fruits’ (2002):

Op 30 juli 2014 overleed op 82-jarige leeftijd Sir Peter Hall, Brits geograaf. In Nederland werd Hall vooral bekend door zijn boek ‘Zeven wereldsteden’ (1966). Tot die zeven ‘wereldsteden’ rekende de toen 34-jarige vakgenoot ook de toen pas door planologen uitgevonden ‘Randstad Holland’. Hall gebrandmerkte deze destijds als "een van de vreemdste stedelijke agglomeraties van de wereld", want een hoefijzervormige stad van honderdzeventig kilometer lengte, waar vond je die nu? Hij vond het planologische schema tamelijk geniaal: groei van de Randstad vond plaats door lintuitbreiding met groene wiggen. "Het is vrijwel zeker," schreef hij in 1966, "dat voor de meeste snel-groeiende wereldsteden de Nederlandse oplossing de juiste is." De Randstad als planologisch exportartikel, dat hoorden wij Nederlanders een buitenlander graag zeggen. Hall werd in ons land dan ook veel gelezen en was hier altijd waanzinnig populair.

Als geograaf bleef Hall zijn hele werkende leven geïnteresseerd in steden en in planning. In februari 2001 sprak hij opnieuw in Nederland, toen op een congres in Amsterdam over ‘creatieve steden’. In het Koninklijk Instituut voor de Tropen hield hij een lezing over zijn magnum opus, ‘Cities in Civilization’ (1998). Dat boek handelde over de vraag waarom sommige steden in sommige tijdperken zo creatief en innovatief zijn. In zijn lezing stelde hij bovendien de vraag of planologisch beleid zulke grootstedelijke innovatie kan helpen bevorderen. Weer meende hij dat het polynucleaire patroon van de Randstad in ons land een gunstige uitgangspositie bood. Maar wat nu vooral nodig was, waren volgens hem ‘economies of scale and scope’: de grote steden moesten groter, de universiteiten gespecialiseerder, de onderzoekscentra geconcentreerder, de steden meer gericht op geavanceerd openbaar vervoer, op kunst, op erfgoed en op een ‘civilized public realm’. Het waren boodschappen bedoeld voor de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. Maar die nota heeft het politiek niet gered. De regering trad terug vanwege schuldbesef inzake Srebrenica. En Peter Hall reden we na afloop van het congres in onze auto terug naar het hotel. Hij was vrolijk en had stevig gedronken. Een autoraampje was ingeslagen, maar dat deerde hem niet. Grappend reden we over de grachten. Hij was inderdaad ‘the urbanest of urbanists’. Hij is niet meer.

Tagged with:
 

Verstoorde markt

On 11 maart 2014, in vastgoed, by Zef Hemel

Gelezen in PropertyNL van 21 januari 2014:

In de trein van Groningen naar Amsterdam de eerste PropertyNL van het nieuwe jaar gelezen. Leerzaam. Wat stond er zoal in? Buitenlandse beleggers raken weer geïnteresseerd in de Nederlandse vastgoedmarkt. Dat is goed nieuws. Vooral Amsterdam blijkt in trek, daarna volgt de rest van de Randstad. “De huren zijn goed, de vraag is goed, de bevolking van de Randstad groeit.” Overigens, ook binnen de Randstad zien de ontwikkelaars en beleggers groeiende verschillen: in en rond Amsterdam zijn er geen problemen, in de Zuidvleugel wel. De verrassende megadeal op de Zuidas – de uiterst succesvolle verkoop van Symphony aan een Duitse belegger – wordt in dat licht bezien: hoopgevend en typerend voor de nieuwe trend. Buiten de noordelijke helft van de Randstad is het echter een stuk minder. Men verwacht daar een enorme sloopopgave; vooral flats uit de jaren ‘60 en ‘70 zullen daar tegen de vlakte gaan. Alles draait om kwaliteit. De kantorenleegstand, althans buiten Amsterdam, groeit doordat buiten Amsterdam nog steeds teveel wordt bijgebouwd: 4 procent toename is ronduit slecht. In de retail portefeuilles treden grote verschuivingen op.

De opmars van het webwinkelen begint pijn te doen. Mensen winkelen minder vaak (een daling van liefst 15 procent), maar als ze gaan winkelen, dan willen ze alles. Winkels in historische binnensteden – althans van de grote steden – blijven overeind, de rest kampt met toenemende leegstand. Vooral de middelgrote winkelcentra zullen het zwaar krijgen. Ook hier staat Amsterdam in gunstige zin bovenaan. En dan zijn er de hotels en de studentenwoningen. Ook daar is sprake van groei, althans in Amsterdam waar zelfs een ‘stortvloed’ aan nieuwe hotelkamers wordt gemeld. Ik vat samen: “Amsterdam is verantwoordelijk voor 31% van het landelijk beleggingsvolume (1718 miljard euro!). Daarvan werd 35% (600 miljoen euro) aan de Zuidas gerealiseerd.” (…) “Marktpartijen verwachten dat internationale beleggers hun pijlen op Amsterdam zullen blijven richten. Amsterdam concurreert hierbij wel met Europese steden waar de gebruikersmarkt evenwichtiger is en de balans tussen opname en aanbod niet zo verstoord is als in Nederland.” Anders gezegd, in de rest van Nederland wordt veel te veel bijgebouwd. In Amsterdam juist te weinig.

Tagged with:
 

Depressief

On 27 maart 2013, in sociaal, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 21 maart 2013:

In Nederland slikken ruim 900.000 mensen een antidepressivum. Dat is erg veel. In achterstandswijken wordt door mensen zelfs gemiddeld méér geslikt dan elders: 117 (Nederland = 100), lees: 17 procent boven het gemiddelde. Het stond te lezen in NRC Handelsblad van afgelopen week. Het gaat om onderzoek van het CBS waarbij de gegevens van de basisadministraties van achttien steden werden gekoppeld aan die van apothekers. Het verschil, aldus journaliste Frederiek Weeda, verbaast de onderzoekers allerminst. “In achterstandsbuurten wonen meer depressieve mensen.” Hoezo? “Bekend is dat bewoners van achterstandswijken gemiddeld lager opgeleid, ongezonder en armer zijn dan mensen in andere wijken.”  Logisch. Tot zover niets opvallends. Het onderzoek bevestigt eerder wat we al vermoeden: in de grote steden van de Randstad zijn veel mensen arm, laag opgeleid en ongezond. Daar moet je niet wezen.

Opmerkelijk worden de uitkomsten pas als wordt vastgesteld dat er in de steden buiten de Randstad gemiddeld juist méér wordt geslikt dan in bijvoorbeeld Rotterdam of Amsterdam. Sterker, in Amsterdam en Rotterdam wordt zelfs minder geslikt dan het landelijke gemiddelde. Huh? In de Amsterdamse Bijlmermeer ligt het gebruik liefst 31 procent onder het landelijke gemiddelde. Rara, hoe kan dat? Het moet daar in die grote steden toch het allerergste zijn? Krijgen patiënten daar niet te weinig hulp? Weten ze van het bestaan van antidepressiva wel onvoldoende af? Rust er daar onder die allochtonen in de Bijlmer niet nog een taboe op? Kortom, het moet daar in het Westen toch veel erger zijn gesteld met de geestelijke gezondheid dan in Leeuwarden of Maastricht?  Nee, concluderen de onderzoekers, het is juist omgekeerd. In de grote steden van de Randstad is de hulpverlening professioneler dan in de provincie, huisartsen en psychiaters hebben daar betere methoden om depressieve mensen te helpen. In de grote stad ben je als patiënt dus beter af. Verhelderend.

Tagged with:
 

Het scheve wonen

On 25 september 2012, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 4 juli 2012:

Afgelopen zomer bracht het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) voor het eerst een kaart naar buiten waarop het aantal scheefwoners per Nederlandse gemeente stond afgebeeld. Hoe blauwer, hoe meer scheefwonen. Voor de goede orde, scheefwoners zijn mensen die corporatiewoningen bewonen, maar die daarvoor eigenlijk een te hoog salaris hebben. Het is een typisch Nederlands fenomeen. Van de 2,2 miljoen sociale woningen in Nederland worden er 609.000 scheef bewoond. Landelijk gemeten wordt 28 procent van de sociale huurwoningen scheef bewoond. Wat blijkt? Het Westen van het Land kampt het meeste met scheefwoners, met blauwe uitstralingsgebieden langs de kust, richting de Veluwe en het noorden van Noord-Brabant, de rest van het land is met het fenomeen veel minder vertrouwd. Nog een opvallend feit: anders dan je zou verwachten weten de grote steden het aandeel scheefwonen aardig in te tomen. Het blauwst zijn de gemeenten in het zogenaamde Groene Hart. De onderzoekers hadden geen duidelijke verklaring en minister Spies waarschuwde in haar brief aan de Tweede Kamer van 5 juli dat uit het onderzoek geen conclusies mochten worden getrokken.

Het kaartbeeld deed me sterk denken aan het rapport van de Werkcommissie Westen des Lands uit 1958. Daarin werd voor het eerst de Randstad als een probleem getypeerd. Omdat de staatscommissie meende dat bevolking, welvaart en inkomen moesten worden gespreid, werd er door de regering een beleid ontwikkeld om de grote steden in het westen te ‘ontlasten’. Hele contigenten sociale huurwoningen werden vervolgens jarenlang door het Rijk naar de omgeving van de steden gedirigeerd, tot op grote afstand. Dit zogenaamde ‘uitstralingsbeleid’ heeft in die zin gewerkt, dat de meeste goedkope woningen zich tegenwoordig in een royale straal rond de grote steden bevinden; nabij de steden zelf gold een beschermingsbeleid, met het Groene Hart als pièce de résistance. De erfenis hiervan zag ik fraai in het kaartbeeld terug. Ook na vijftig jaar spreidingsbeleid is de druk op de grootstedelijke woningmarkt nog erg hoog. Met scheefwonen tot gevolg.

Tagged with:
 

Gelezen in de Volkskrant van 1 september 2011:

In het Zuidhollandse provinciehuis in Den Haag werd gisteren een vergelijking gemaakt tussen Londen en de Randstad. Jaap Modder was een van de sprekers. Ik kon er niet bij zijn. De uitkomsten van de vergelijkende studie, uitgevoerd door de London School of Economics en het Planbureau voor de Leefomgeving, vallen samen met berichten in de Volkskrant over de impasse in het denken over de bestuurlijke organisatie van de Randstad. Zestig rapporten hierover liggen in datzelfde Den Haag al jaren in de la. Het eerste verscheen in 1947. Toen concludeerde de commissie Koelma ‘een bestuurlijk gat’ tussen de grote steden en hun buurgemeenten. Het laatste dateert van 2007 – het rapport van de commissie Kok. Die commissie stelde vast dat de Randstad ‘van niemand is’. Er moest een Randstadautoriteit komen. Aanleiding voor de recente krantenberichten zijn de komende gesprekken tussen premier Rutte en de bestuurders van de Randstad die  in het Catshuis zullen worden gevoerd. Rutte heeft immers in het regeerakkoord een opschaling van de provincies in de Randstad beloofd. Om de zogenaamde ‘bestuurlijke drukte’ te verkleinen. De Volkskrant: “Op Europees niveau, oordelen alle commissies, zijn provincies te klein. Binnen Europa ontstaan nu ‘assen’ (sterke economische regio’s) rond Londen, Parijs en in het Ruhrgebied. De Randstad zou daarmee kunnen concurreren, maar dan moet er volgens de rapporten wel een bestuur op het niveau van de Randstad komen. Een fusie van besturen dus.” Is dat de oplossing?

Hoe valt de vergelijking met Londen uit? Concurreert de Randstad werkelijk met Londen? Eén ding is zeker: voor Londen (7,4 miljoen inwoners) is de Randstad (6,1 miljoen inwoners) ècht geen partij. Een vergelijking tussen een metropool en een verzameling stadjes en steden is op dit moment gewoon niet opportuun. Als Nederland in 1960 had besloten om van het Westen des Lands een echte metropool te maken, was de vergelijking nu wellicht zinvol geweest. Maar het toenmalige kabinet en alle kabinetten daarna hebben het niet aangedurfd. Ze maakten destijds wel degelijk de vergelijking tussen Londen en het Westen des Lands, maar oordeelden negatief over Londen en verkozen voor Amsterdam, Den Haag en Rotterdam decentralisatie en kleinschaligheid. Heel bewust werden rond de grote steden kleine randgemeenten geplamuurd, ook om het ‘rode monster’ te temmen. Grootstedelijkheid stond gelijk aan verpaupering en maatschappelijke ellende. Dat liever niet. Sindsdien is de wereld ingrijpend veranderd. Ondanks decennia van bestuurlijke schaalvergroting is er echter nog geen randgemeente rond de vier grote steden gefuseerd, dit gebeurde en gebeurt alleen ver weg van de grote stad. Trouwens, op provinciale schaalvergroting zit niemand te wachten. Wel op metropolitane besturen. Kijk, dan is een vergelijking met Londen en bijvoorbeeld de elf Duitse metropoolregio’s wèl opportuun. Eind jaren negentig hebben de Britse en de Duitse regeringen metropoolbesturen in het leven geroepen. Groot-Londen kreeg toen een burgemeester. Al deze grootstedelijke gebieden groeien nu onstuimig en boeken economische successen. In Nederland echter verzandde de discussie over stadsprovincies in een bestuurlijk moeras.

Tagged with:
 

Ouderwets probleem

On 30 juli 2011, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Rijnboutt Trends in retail’ (2011):

Welke Amerikaanse steden spenderen de meeste benzine? Waar ben je aan autovervoer het meeste geld kwijt? Tot de categorie ‘The Guzzlers’ behoren San José (Califormia), Birmingham, Jacksonville, Phoenix,Dallas-Fort Worth, Houston en Louisville. De steden die relatief de minste benzine verbruiken zijn New York, Boston en Washington, maar ook Chicago, Denver en Seattle. Gemiddeld tankt een Amerikaan zes keer per maand benzine voor een gemiddeld bedrag van 31 dollar. In totaal spendeert hij 177 dollar per maand aan brandstof voor zijn auto. Het meeste wordt er met de auto gereden in Silicon Valley, het minste in ‘subway loving’ New York. Het staat deze week allemaal te lezen op www.mint.com.

Hoe zou Nederland scoren? Ik vrees hoog in de categorie ‘The Guzzlers’. En we willen het maar niet toegeven. Erger, onder het kopje ‘Metropoolgedachte’ las ik bijvoorbeeld in ‘Rijnboutt Trends in retail’ een verslag van een rondetafelgesprek tussen zes stedenbouwkundigen over het winkelen van morgen waarin doodleuk werd aangespoord om de automobiliteit in de Randstad verder op te voeren: “Wat te denken van de Deltametropool, waarin de steden in de Randstad functioneren als onderdeel van één samenhangend geheel? Als steden hun eigen specialisatie zouden kiezen, hoeven ze niet meer àlles in huis te hebben, wat een oplossing kan zijn voor het gebrek aan ruimte. En als we de files voor het gemak beschouwen als ouderwets probleem dat niet lang meer zal duren, wordt de relatieve afstand tussen die steden alleen maar kleiner.” Willem Hermans, stedenbouwkundige bij Rijnboutt ziet het helemaal voor zich: “Amsterdam zou mode en design kunnen claimen, Utrecht cultuur en kennis, Den Haag de internationale warenhuizen en Rotterdam de food market.” Stedenbouwkundigen begrijpen er nog altijd niets van. Ze verwarren de Randstad met een echte stad, ze zien althans het verschil niet. En ze denken dat mensen met de trein winkelen.

Tagged with: