Ruimte genoeg

On 5 december 2016, in economie, infrastructuur, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 28 november 2016:

Afbeeldingsresultaat voor trump infrastructure investment

Was het een grap? Vorige week maandag kopte Het Parool: “Minister Schultz: ‘Heel veel ruimte voor meer asfalt’.” De Minister van Infrastructuur, Melanie Schultz van Haegen (VVD) werd door de Amsterdamse krant aan de tand gevoeld over de files. Ze groeien weer, en hoe. Vooral rond de hoofdstad is de situatie hopeloos. En wat zegt de minister? “De wegen zijn op onze landkaarten breed ingetekend. Maar maak eens een helikoptervlucht en je zult zien dat er nog heel veel ruimte is voor meer asfalt.” Maar, vraagt de journalist, bent u niet bezig met een onmogelijke missie? De minister: “Ga eens naar een grote stad in een ander land: Iran, China of Indonesië. Nergens verloopt het verkeer zo soepel als hier. We kunnen files oplossen, juist omdat we geen enorme metropolen hebben en relatief veel, goed onderhouden wegen.” Laat het tot u doordringen: in plaats van een metropool te bouwen kiest deze minister van Infrastructuur en Ruimtelijke Ordening voor meer asfalt tussen de steden. Volgens haar is er ruimte genoeg. Ruimte genoeg voor wegen, niet voor grotere steden. Natuurlijk is het verkiezingsretoriek, dat begrijp ik ook wel. Het zou grappig zijn geweest als het niet ernstig was. Om de files de baas te worden en beter openbaar vervoer te krijgen moeten we juist een metropool bouwen. Maar dat is kennelijk niet de agenda van Den Haag zo vlak voor de verkiezingen en na ‘Het jaar van de ruimte’.

De provocatie van de minister kan ook anders gelezen worden. De recente verkiezingen in de Verenigde Staten analyserend beseffen politici overal ter wereld dat hun kiezers meer infrastructuur willen. Donald Trump werd ermee gekozen. Trump kopieerde Xi Jinping. Diens ‘Chinese droom’ omvat, naast honderd nieuwe vliegvelden en nog meer hogesnelheidstreinen, de bouw van een Nieuwe Zijderoute naar Europa en Afrika. Poetin wil hetzelfde in Rusland. Erdogan in Turkije belooft grote binnenlandse infrastructurele werken om de stukgelopen economie weer aan de praat te krijgen. Theresa May wil overhaast een knoop doorhakken en een derde landingsbaan op Heathrow aanleggen. Het Chinese model van het staatskapitalisme met zijn nadruk op mega-infrastructuur is bezig aan een snelle opmars in de wereld. Met het succes van Trump in het achterhoofd lijkt de vertrekkende Nederlandse minister van Infrastructuur nu ook mee te willen blazen in het koor van sterke wereldleiders. Nog meer asfalt belooft ze om de financiële crisis het hoofd te bieden. Welkom in de grote depressie van de jaren dertig. Sterke staten beloofden ons toen veel banen door nieuwe infrastructuur aan te leggen en het hele land te ontsluiten. Om dat allemaal te betalen molken ze de steden uit. We kwamen terecht in een wereldoorlog. Teveel infrastructuur werkt niet. Je moet juist grote steden bouwen. Staten begrijpen steden niet.

Tagged with:
 

Macht in Amsterdam

On 23 november 2016, in Geen categorie, boeken, by Zef Hemel

Gehoord op 18 november in het Van Eesterenmuseum te Amsterdam:

Jongens, maak het maar mooi-Max van den Berg

Ter gelegenheid van de presentatie van ‘Jongens, maak het maar mooi’, het boek van voormalige topambtenaar Max van den Berg (1938-2016) over de naoorlogse stadsontwikkeling van Amsterdam, verzamelde zich afgelopen vrijdagmiddag in het Van Eesterenmuseum in Amsterdam Nieuw-West een bont gezelschap van gepensioneerde ambtenaren van Stadsontwikkeling en jonge trainees rond drie gesprekstafels. Het grauwe herfstige weer had niemand er niet van weerhouden naar de Burgemeester De Vlugtlaan te komen. De bijeenkomst vond plaats in het kader van het project Learning History van de gemeente Amsterdam, dat tot doel heeft als organisatie te leren van het verleden. Aan elke tafel werd een kort verhaal verteld over de naoorlogse geschiedenis van Amsterdam en de gemeentelijke organisatie: één over macht, een ander over leiderschap en een derde over geld. Daarna kon iedereen reageren. Daarbij ging het er niet zozeer om de vraag of het verhaal klopte, maar of mensen het met eigen ervaringen konden verrijken en wat we er van konden leren. Zelf zat ik aan de tafel die ging over macht. Fer van den Boomen, extern organisatieadviseur, vertelde het verhaal dat was samengesteld uit een dertigtal gesprekken met voormalige politici, topambtenaren en stadshistorici rond het vraagstuk van de macht in de Amsterdamse stadsontwikkeling. Het boek van Max zong ondertussen op de achtergrond door m’n hoofd.

Wat me opviel was dat iedereen tijdens het voorlezen geboeid zat te luisteren. Daarna vertelden oudgedienden anekdotes die onderdelen van het verhaal illustreerden. Er werd veel gelachen. Sommige zaken kwamen de anderen bekend voor, andere kwesties leidden juist tot hilariteit en verbazing. Vanuit heel verschillende perspectieven werd nieuw licht op zaken geworpen, in elk historisch feit kwam diepte. Zo nuanceerden enkelen het verhaal dat wethouder Jan Schaefer de dienstdirecteuren tijdens een vergadering op het stadhuis de deur zou hebben gewezen omdat ze met te velen waren geweest – illustratie van hoe deze wethouder de macht van de directeuren wilde breken – door op te merken dat bijna alle directeuren zich bij dit soort vergaderingen lieten vervangen door ondergeschikten en een ander vertelde dat hij door de secretarie die ochtend was gemaand toch vooral te komen opdraven en zelfs oppas thuis had geregeld, waarna de wethouder hem had weggebonjourd. Dus zo werkt macht in Amsterdam. We leerden hoe politieke conflicten vaak in de informele sfeer worden opgelost, dat persoonlijke netwerken belangrijk zijn, dat het stadhuis vaak een storende factor is, dat de ambtelijke diensten elkaars macht bestrijden of met elkaar delen, dat David Goliath heel goed weet te verslaan, dat de afstand tussen de ambtelijke werkvloer en het bestuur doorgaans groot is, dat alles verpolitiekt is, dat ambachtelijke kennis medewerkers soms bescherming bood. Mijn conclusie: macht in Amsterdam is extreem versnipperd, niemand heeft het voor het zeggen, de stad kent zijn eigen dynamiek en het is de kunst met die dynamiek mee te bewegen. En ook: reorganisaties werken niet. Maar het belangrijkste: burgers weten het beter. Waarom? Omdat zij de dynamiek in de stad beter aanvoelen. Zet ze rond de tafel en laat ze hun verhaal vertellen. De oplossingen komen vanzelf.

Tagged with:
 

Toronto populism

On 16 november 2016, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘What Toronto needs now’ (2013) van Richard Florida:

 Afbeeldingsresultaat voor toronto etobicoke

Weet u aan wie Donald Trump me doet denken? Aan Rob Ford, de voormalige burgemeester van Toronto, Canada. In 2010 werd Ford (1969) met een ruime meerderheid verkozen als burgemeester van de grootste stad van Canada. Zijn openbare functie behield hij tot 2014. Daarvoor was hij jarenlang lid geweest van de gemeenteraad van Toronto. Net als Trump was Ford een ondernemer met zeer uitgesproken standpunten. Hij vertegenwoordigde Etobicoke North, een buurtschap in het uiterste westen van Toronto, voor 40 procent bestaande uit laagbouw, voor 35 procent uit hoogbouw, met een arme multi-etnische bevolking. Etobicoke heeft een slechte reputatie vanwege aanslagen en geweld, gepleegd door jongerenbendes. Ford was een populist die de overheid wilde reduceren, hij beloofde zware infrastructuur aan te leggen maar liet de fietspaden in de stad afbreken en keerde zich tegen homoseksualiteit, hij beledigde zijn collega’s, zelf werd hij beschuldigd van racisme. Ford werd ook beschuldigd van huiselijke geweldpleging, drankmisbruik en gebruik van verdovende middelen. In 2014 werd kanker bij hem geconstateerd. In maart 2016 stierf hij. Gedurende zijn ambtstermijn raakte de politiek van Toronto totaal verlamd.

Hoe kon Ford ooit aan de macht komen in het rijke Toronto? Zijn verkiezing dankte hij aan stemmen in de buitenwijken van de Canadese metropool. Greater Toronto Area fungeert feitelijk als één kiesdistrict, dit keer kwam een populist uit de boze buitenwijken in het centrum aan de macht. Met die buitenwijken gaat het al jaren niet goed, de bevolking krimpt er en de jongeren trekken massaal naar het centrum. In 2013 schreef Richard Florida, directeur van het Martin Prosperity Institute: “At a time when we need a denser urban core, more affordable housing, better transit and less reliance on cars—a way of living that clusters people together naturally, allows them to interact more freely and produces the sort of innovation that spurs economic progress—we have a mayor who stokes the urban-suburban divide for political gain, and a deputy mayor, Doug Holyday, who believes that downtown Toronto is no place to raise a family.” Globalisering genereerde een beperkt aantal ‘powerhouse mega-regio’s’ en Toronto moest daar één van zijn, maar met deze zwakke burgemeester kwam daar volgens Florida niets van terecht. Florida was geen voorstander van een neoliberale topdown aanpak van stadsontwikkeling, aangevoerd door het bedrijfsleven, hij zocht juist een brede coalitie die vanuit een lange termijnvisie de hele stedelijke regio kon activeren. Gaan de VS met Trump de komende vier jaar hetzelfde als Toronto beleven?

Tagged with:
 

Winnen of verliezen

On 5 september 2016, in economie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 16 juli 2016:

Afbeeldingsresultaat voor new headquarters lego

Het is opletten geblazen. Wie niet de trends volgt is verloren. In The Economist afgelopen zomer meldde Schumpeter dat ‘de monding van de culturele rivier is verlegd van New York en Los Angeles naar San Francisco’. Dat stelde althans Chris Dixon, CIO van een venture capital-onderneming in Silicon Valley. Van het observeren van wat slimme jonge mensen in het weekend doen heeft hij zijn beroep gemaakt. De bankier werd trendwatcher. Op deze manier denkt hij uit te kunnen maken wat over tien jaar de dominante beweging zal zijn. Veel van zijn observaties hebben betrekking op voedsel en gadgets. Maar dus ook de beweging van de ene stad naar de andere stad. In hetzelfde nummer van het Londense zakenblad wordt door een andere redacteur opgemerkt dat alle grote en succesvolle firma’s in de wereld – Lego, Airbus, Google, Apple, Siemens, Adidas, Amazon – dure nieuwe hoofdkantoren bouwen. Al die kantoren hebben één ding gemeen: met hun architectuur en inrichting willen ze creatieve, jonge techies behagen. Vooral in Europa, waar de beroepsbevolking snel veroudert, is het zaak om jong talent aan zich te binden, dus gebouwen en interieurs moeten frisheid, openheid en innovatie uitstralen.

Veel van die nieuwe hoofdkantoren in Europa bevinden zich overigens op het platteland: Lego bouwt in Jutland, Airbus ontwikkelt buiten Toulouse, Adidas spendeert 500 miljoen euro in de bossen rond Herzogenaurach. Terecht stelt The Economist de vraag of die ruimtelijke strategie houdbaar is. Amazon heeft zich in het hart van Seattle genesteld, Google en Apple bevinden zich in San Francisco Bay Area. “For European firms in out-of-the-way company towns such as Billund or Herzogenaurach, it might be hard to compete, however appealing the minigolf course.” Die waarschuwende woorden las ik ook in een politieke analyse aan de vooravond van de Franse presidentsverkiezingen rond de figuur van Emmanuel Macron, minister van Economische Zaken. Opvallend in het Franse landschap is de scherpe scheiding tussen succesvolle kosmopolitische steden als Parijs, Lyon, Grenoble en Bordeaux, met hun aangename voetgangersgebieden, tech hubs en voedselhallen, en kwijnende industriesteden met hun gokhallen, parkeerterreinen en leegstaande winkelstraten. Politici die, net als CEO’s van topondernemingen, willen blijven groeien, zullen zich op de eerste categorie moeten richten, niet op de tweede. Ze zullen de grote, trendy stad in hun armen moeten sluiten. Doen ze dat niet, dan zullen ze uiteindelijk verliezen.

Tagged with:
 

De reus is ontwaakt

On 26 april 2016, in politiek, wetenschap, by Zef Hemel

Gehoord op 25 april 2016 in de OBA te Amsterdam:

De Amsterdamlezing van Rens Vliegenthart, hoogleraar Communicatiewetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam, stond gisteravond in het teken van Europa. Hoe berichten de media over Europa en worden wij burgers door die berichtgeving beïnvloed? Vliegenthart begon met op te merken dat liefst 80 procent van alle Europese wetgeving nog altijd geen enkele media-aandacht krijgt en dat lange tijd Europa überhaupt geen onderwerp was waaraan kranten, tijdschriften of televisie aandacht besteedden. Europa leek op een reus die sliep. Een regelrecht dieptepunt waren de verkiezingen van 1999, toen in Nederland slechts één nieuwsitem rond Europa werd geteld, en nog in 2004 voerde kamerlid Ton Elias campagne met de leuze ‘Europa best belangrijk’. Daarna ontstonden binnen de EU echter politieke conflicten en volgens Vliegenthart trekken conflicten altijd media-aandacht. Sindsdien wordt er levendig over Europa bericht en voeren wij burgers over het onderwerp felle discussie. Europa is daarmee voor ons veel belangrijker geworden. Het Oekraïne-referendum, hoe verwarrend ook, vormt daarvan het voorlopige hoogtepunt en de stemming over de Brexit in juni zal, verwacht hij, nog meer belangstelling genereren. De peilingen lieten dit zien, en ook hoe deze door optredens van politici worden beïnvloed.

Vliegenthart vertelde boeiend over de driehoek politiek-media-burgers en hoe deze voortdurend op elkaar reageert. Het onderzoek op de UvA meet en telt al deze interactie; daarvan gaf hij interessante voorbeelden. Maar mensen in de zaal vonden zo’n driehoek een te eenvoudige voorstelling van zaken. Actiegroepen, NGO’s, lobbyisten, bloggers, sociale media als Twitter en Facebook roeren zich immers ook. Het landschap is veel complexer. Vliegenthart was het hiermee eens en bevestigde dat modern media-onderzoek eigenlijk bestudering van big data vereist. Toch wilde hij benadrukken dat sociale media vooral door politici worden gebruikt en dat journalisten hier rechtstreeks van aftappen. En lobbyisten werken liever in een schemerduister, dus hun werk brengen wetenschappers moeilijk aan het licht. Als voorbeeld noemde hij het gebruik van Twitter door Geert Wilders. Wilders communiceert niet via de media, maar werkt met tweets: Twitter gebruikt hij als een enorme roeptoeter. En Europa? Vliegenthart bleef positief. Europa staat nu volop in de belangstelling. De reus is definitief ontwaakt. Voor een ineenstorting van de Unie was althans hij niet bang.

Tagged with:
 

Insanely cool

On 17 september 2015, in politiek, by Zef Hemel

Read in de Volkskrant of 30 May 2015:

On 20 May 2015 Louise Fresco published her weekly column in the Dutch newspaper NRC Handelsblad. That day it was on the future of Europe. Fresco is an expert in food production and president of the board of Wageningen University. Her column was a letter to the next generation, those who just finished their highschool and started studying. In a nutshell this is what she wrote: you will enter a Europe that is losing ground. Jobs will be difficult to find because Asian robotics and outsourced work will take over. You will be part of the internet of things, you will have nothing to hide. You will not write any longer, so grammar is of no use to you anymore. National governments will be the weakest level of administration, so you will no longer vote. Your parents will be worried, but that holds for every generation. The only thing that matters in your life is a goal. What is your dream?

Ten days later I read a portrait of Mark Rutte, the Dutch Prime-Minister, in de Volkskrant. Journalist Ariejan Korteweg characterized him as bionic, as an ‘invariable optimistic man-machine’. Everything about him is unknown, he wrote, nothing essential we know about his life or thoughts, except that he drives an old Saab and eats cheese in Zermatt. In every crisis he seems to behave cheerful. It reminded me of Mrs. Fresco’s column. Does the Prime-Minister have a vision on the future of this great country? Again, we simply don’t know. Or do we? Korteweg: some time ago Mr. Rutte compared the Netherlands with a piece of marble. The form, he said, is already there, you only have to free it by cutting the stone. “I think about Michelangelo, the man who drew the perfect proportioned David.” How will this David, hidden in marble, look? Mr. Rutte: “Just an insanely cool country.” He certainly is not in a position to be Michelangelo. Then who is? We, the people of course. And Fresco’s next generation. But mostly global forces, the space of flows.

Tagged with:
 

Democratie

On 11 mei 2015, in boeken, politiek, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘A pattern language’ (1977) van Christopher Alexander:

A Pattern Language.jpg

Ik geef toe, ik schiet weer vanuit mijn boekenkast. Overigens, tot mijn schuld moet ik bekennen dat ik het boek pas onlangs in New York kocht, terwijl het al dateert van 1977: Christopher Alexander’s ‘A pattern language’. Direct na aanschaf las ik het. Dat dan weer wel. Want wat een geweldig boek is dit! Tien jaar had hij eraan gewerkt. In werkelijkheid ging het om drie boeken, geschreven door een team van onderzoekers onder aanvoering van Alexander, hoogleraar architectuur aan University of California, Berkeley. Zelfhulpboeken waren het voor architecten, stedenbouwkundigen en planners. Of beter: “At the core of these books is the idea that people should design for themselves their own houses, street and communities.” Het hele democratische idee is op dit moment weer actueel. “This idea may be radical (it implies a radical transformation of the architectural profession) but it comes simply from the observation that most of the wonderful places of the world were not made by architects but by the people.”  Die observatie waren we na 1977 helemaal vergeten. Of wilden we het liefste toedekken, bang als we waren om werk te verliezen.

Gemeenschappen tellen niet meer dan 7.000 personen, aldus Alexander. Het is een oud idee. Ook in het antieke Athene was dit de maat van politieke gemeenschappen. De overheid, aldus de architect, moet steeds decentraliseren tot op dit niveau en mensen zelf hun gemeenschappen van maximaal 10.000 laten samenstellen. Grenzen zouden daarbij zoveel mogelijk moeten samenvallen met natuurlijke en historische barrières. “Give each community the power to initiate, decide, and execute the affairs that concern it closely: land use, housing, maintenance, streets, parks, police, schooling, welfare, neigborhood services.” Zelfbestuur is belangrijk, ook in een grote stad. Mensen moeten elkaar persoonlijk kennen. Elke subcultuur heeft recht op een eigen  gemeenschap. Een zekere mate van autonomie is goed. Fora moeten ook duidelijke plekken hebben. Allemaal grote waarheden. Deed me denken aan de intreerede van Job Cohen aan de Universiteit van Leiden. In ‘De vierde D’ (9 januari 2015) wijdt hij uit over nieuwe vormen van lokale democratie. De onlangs door Den Haag doorgevoerde decentralisatie vormt de aanleiding. Die gaat nog lang niet ver genoeg. Ook de gemeenten moeten decentraliseren. Dit is wel de richting.

Een soort Zwitserland

On 5 december 2014, in bestuur, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Antifragile’ (2013) van Nassim Nicolas Taleb:

IMG_0525.JPG

De natie-staat maakt fragiel, terwijl de stad-staat juist antifragiel maakt. Dat stelt de Libanees-Amerikaanse wiskundige Taleb in zijn nieuwste boek, ‘Antifragile’. Hij geeft daarom de voorkeur aan de laatste. De staat, schrijft hij, lijkt veilig en stabiel, maar is het niet. Zij reageert traag op dynamiek, staat ver af van concrete gebeurtenissen, denkt abstract en is te groot. De stadstaat, kleiner, concreter, alledaagser en platter, is wendbaarder en creëert voortdurend nieuwe opties. Zo’n lokaal georiënteerd politiek systeem is daardoor beter bestand tegen Zwarte Zwanen. Zwitserland is voor Taleb het bewijs. De naam van de president van deze Alpenstaat is onbekend, er is geen regering, de macht berust bij de vele kantons en de steden, maar Zwitserland is wel een rijk land en een veilige haven voor velen. Voltaire en zelfs Lenin woonden er lange tijd.

Geen regering? Zwitserland kent geen grote centrale regering, de kantons zijn bijna soevereine mini-staatjes, verenigd in een confederatie, de onderlinge verschillen zijn groot. Taleb: “Note for now that this is the last major country that is not a nation-state, but rather a collection of small municipalities left to their own devices.” Heel prettig voelt dit overigens niet, en het Zwitserse klimaat, aldus Taleb, is verre van intellectueel, maar het decentrale regime beschermt het land wel tegen de romantiek van utopieën en andere grote ideeën. Alles is dicht bij de grond, dicht bij de burgers, de lokale ophef gaat over kleine alledaagse dingen, de dictatuur komt er van onderop. Spannend en vernieuwend is het allemaal niet, eerder saai. De koekoeksklok is de grootste Zwitserse vinding, aldus Taleb (en zelfs deze, voegt hij eraan toe, is niet in Zwitserland uitgevonden). Echter, de politieke constellatie van het Alpiene stedenverband waarborgt, nogmaals, wèl de grootste stabiliteit. Zwitserland doorstaat roerige tijden met gemak, wordt er zelfs elke keer beter van. Het voorbeeld deed me denken aan de Hollandse Republiek uit de Gouden Eeuw. Waar is die gebleven?

Tagged with:
 

Beter bestuur

On 22 oktober 2014, in bestuur, participatie, by Zef Hemel

Gehoord in Brussel op dinsdag 7 oktober 2014:

European Parliament Open Days

Circa dertig bestuurders uit de Amsterdamse metropoolregio togen naar Brussel voor deelname aan de Open Days van de Europese Unie. Zij kwamen niet alleen. Tijdens de Open Days reizen namelijk jaarlijks vertegenwoordigers uit vrijwel alle regio’s en steden van de lidstaten af naar de hoofdstad van de EU voor deelname aan een afwisselend interactief programma. De straten van Brussel waren de afgelopen week dan ook gevuld met veelal keurig geklede heren en dames met badges, op zoek naar restaurant, hotel of congrescentrum. Jaarlijks luistert de Commissie vijf dagen lang naar de honderden steden en hun bestuurlijke vertegenwoordigers over ervaringen en experimenten met nieuw lokaal beleid. Het is het resultaat van een nieuwe koers die de Weense Eurocommissaris Johannes Hahn tien jaar geleden heeft ingezet. En hij niet alleen. Ook commissaris Neelie Kroes en anderen luisteren tegenwoordig naar wat er in de verschillende stedelijke regio’s speelt. Het moet ook wel. Met regeringsleiders komen ze er niet meer uit. En van bovenaf Europees beleid opleggen werkt niet meer. De burgers komen hiertegen in opstand en stemmen met hun voeten. Er verandert ook te veel in de wereld. Innovatie binnen Europa vraagt om bottomup-processen. Er waait, kortom, een frisse wind door de EU.

Tijdens de ontmoetingen met ambtenaren van zowel DG regio, DG Innovatie als het kabinet van commissaris Croes viel op hoe ingrijpend veranderd de houding en de werkwijze zijn. De Brusselse ambtenaren laten zich niet meer voorstaan op hun bureaucratische efficientie, hun toon is veel zachter geworden, begrijpender, empatischer, de betrekkingen zijn horizontaler. Hard beleid maken in Brussel, de verantwoordelijkheid voor de implementatie bij de regeringen leggen en het toezicht op naleving weer vanuit de hoofdstad van de EU regelen, ze geloven er zelf niet meer in. Armoede, duurzaamheid, veiligheid, ze vergen aanpassingen van de systemen. Om complexe continentale systemen te veranderen moet juist van onderop worden gewerkt, en niet meer vanuit het lobbycircuit in dat ene machtscentrum. Zoals een van de ambtenaren het zei, Brussel wordt een ‘bibliotheek’ van de Europese Gemeenschap, waar alle kennis, visies, best practices en ervaringen worden gedeeld. Ze wordt open, publiek, transparant, horizontaal. Ik moet het Den Haag nog zien doen.

Tagged with:
 

Anti-stedelijk

On 15 oktober 2014, in bestuur, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 29 juli 2014:

MOSB114-614_2013_174411_high.jpg

Ben Judah, journalist bij het Amerikaanse Newsweek, deed drie jaar lang onderzoek naar Vladimir Poetin (1952). Van zijn hand verscheen ‘Fragile Empire. How Russia Fell In and Out of Love with Vladimir Putin’ (2014). Een portret van de politicus stond deze zomer in Het Parool. In het fascinerende artikel beschrijft Judah een normale werkdag in het leven van de Russische president. Wat me vooral opviel: Poetin houdt niet van Moskou. Hij woont ook niet in de hoofdstad. “Hij houdt niet van de stad: het verkeer, de vervuiling, de mensenmassa.” Wat blijkt? De president heeft het paleis van Novo-Ogarjovo gekozen als residentie. “Daar voelt hij zich thuis, in het westen van de stad, ver weg van de rode muren, de megagebouwen en de megashoppingcenters.” Novo-Ogarjovo ligt 24 kilometer westelijk van Moskou; als het moet kan Poetin in 25 minuten in het Kremlin zijn, maar dan moet de politie het hectische verkeer in de metropool wel stilleggen. Judah: “Maar hij vindt het irritant zich te verplaatsen, hij gaat niet graag naar het Kremlin. Liever werkt hij op zijn landgoed.” Veelzeggend.

De heer Poetin komt uit Sint Petersburg. Moskou is bijna vier keer groter. Vergeleken met de hoofdstad is Petersburg dus een slaperig provinciestadje. De president houdt van jachtpartijen, geniet van de schoonheid van Rusland, hij heeft geen vader of moeder, zijn vrouw is van hem gescheiden, zijn twee dochters wonen in het buitenland. Poetin, aldus Judah, leidt op zijn landgoed een monotoon en eenzaam bestaan. Hij weet ook dat hij Rusland alleen maar op feodale wijze kan regeren; doet hij dat niet, dan zal Moskou volgens hem net zo branden als Kiev. En ook: hij moet niets hebben van technologie. Poetin, maak ik op uit het portret, houdt niet van complexiteit, hij is anti-stedelijk. Dat is de kern van het probleem.

Tagged with: