Een luchtig geheel

On 3 december 2014, in participatie, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gehoord in theater Bellevue op vrijdag 28 november 2014:

IMG_0904.JPG

De derde editie van de leergang De Nieuwe Wibaut werd afgelopen vrijdagmiddag afgesloten met presentaties van de resultaten in theater Bellevue in Amsterdam. Aanwezig: alle tachtig deelnemers, twintig mentoren, tien vraageigenaren, organisatoren en vele belangstellenden, waaronder een delegatie uit Praag. Vijftig meter verderop vond TEDx Amsterdam plaats in de Stadsschouwburg. Het leek geen toeval. De presentaties gingen over schoolpleinen in Amsterdam Zuidoost, een buurt die zorg in eigen beheer neemt, besmettelijke buurtkracht in Gaasperdam, oplossingen voor het overbelaste fietsdepot in Amsterdam Westpoort, NDSM open en van iedereen, red de Zaanse winkelstraat, een skatehal voor Noord, gebiedsmanagement voor de Tuinen van West en: ondersteuning van kwetsbare burgers. Deelnemers kwamen dit keer niet alleen uit de gemeente Amsterdam, maar ook uit Amstelveen, Den Bosch, Rotterdam, Zaanstad en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu te Den Haag. Ze brachten een alternatieve TEDx, zowaar.

In telkens zeven minuten presenteerden de ambtenarenteams zowel de resultaten van hun werk als de door hen ontwikkelde werkwijze. Verbazing over de traditionele gemeentelijke aanpak was daarin opvallend; conflicten en misverstanden komen eruit voort. Opvallend was ook de gelijkluidendheid ten aanzien van geleerde lessen: vragen stellen, de vraag achter de vraag leren kennen, oordeel uitstellen, verschillende perspectieven ophalen, mensen verbinden, talent waarderen. Een enkel team had gemerkt dat collega’s met hetzelfde onderwerp bezig waren geweest. Hun werkwijze had echter veel sneller tot resultaten geleid en ook minder voorbereiding geëist. Vooral geluk was hen toe-gevallen. Ontroerend was de presentatie van het team dat het vraagstuk van de gemeentelijke Ombudsman had aangevat: hoe om te gaan met kwetsbare burgers. Confronterend, empathisch. En leuk was de wijze waarop het team van de Tuinen van West haar bevindingen in een receptenboekje had opgediend. “Neem eerst het vraagstuk voor je en voeg daaraan zes eigenwijze Wibautstudenten toe. Kluts het in een beheerdersgebouw tot een luchtig geheel. Kort laten rijzen, let op de temperatuur het raakt snel oververhit. Halveer het geheel en serveer een deel na vier weken in het Bellevuetheater.” Was het maar zo eenvoudig.

Tagged with:
 

Cool planning

On 19 november 2014, in onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen in The Guardian van 10 november 2014:

Afgelopen week werd ik, als keynote speaker op de World Cities Culture Summit  2014, door de dagvoorzitter aan het publiek voorgesteld als ‘a cool planner’. Opgelucht haalde ik adem. Het herinnerde me aan een recent artikel in The Guardian van de hand van Tom Campbell. In ‘For the sake of our cities, it’s time to make town planning cool again’ stelde deze dat het met onze steden misschien goed gaat, maar met het planningstelsel en de professie van de planners absoluut niet. “Just as they are needed more than ever, the status of planners and city administrators has never been lower.” Burgemeesters treden op de voorgrond, maar hun planologen worden ondertussen afgedankt. In Groot-Brittannië stelde premier Cameron zelfs dat hij een eind wil maken aan de bureaucratie, die een hinderpaal zou zijn op de weg naar herstel en succes. En niet alleen de rechtse politici willen van de planners af, dat geldt voor de samenleving in de volle breedte. In de populaire Britse televisieserie ‘The Wrong Mans’ speelt Noel een nerdish planoloog die  werkt voor de gemeente Bracknell. Hij is een belachelijke figuur. Ga dus geen planologie of stedenbouw studeren, want denk om je status; die kan alleen maar vallen. Kies dan liever voor ‘Urban Studies’.

Het is hun eigen schuld, stelde Campbell. Een van de oorzaken is de opleiding van planologen. Die is over-gespecialiseerd geraakt. Dat houdt in dat planners alleen nog maar kunnen communiceren met hun soortgenoten. Hun taal is abstract geworden, raar vakjargon. Leken worden heel soms toegelaten tot het planningsdebat, maar dan alleen op de voorwaarden van de planologen. De ontwerpers onder hen zijn vrij gaan ontwerpen, alsof er geen samenleving meer is, terwijl de sociale planners zich hebben vastgebeten in procedures, wetgeving en institutionele kaders. Jonge mensen willen daardoor geen planning meer studeren. En het vak zelf? Terwijl de professionele planners op hun kantoren zitten te vergaderen en de politiek keer op keer op hen bezuinigt, maken de burgers zich op voor een mars naar de stadhuizen. Waarom, vraagt Campbell zich af, gaan de planners niet de straat op en maken ze zich sterk voor een grotere rol voor de burgers in de planning? Antwoord volgens Campbell: ze kunnen het niet, ze missen daarvoor de vaardigheden. Meer radicaliteit is daarom dringend gewenst. Er is behoefte aan ‘cool planning’. Dat begint op de universiteiten.

Tagged with:
 

Push a Negative Hard

On 12 november 2014, in planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Rules for Radicals’ (1972) van Saul Alinsky:

Hoe werken mensen beter samen? Daarover ging mijn lezing in Utrecht, twee weken geleden. Mijn antwoord: werken in kleinere eenheden, meer zelfsturing, minder controle, minder management. Dit kan alleen als de kans op conflicten gereduceerd wordt. Hoe bannen wij conflicten uit ons werk? Een van de voorbeelden die ik noemde was het werk van Saul Alinsky (1909-1972), opbouwwerker uit Chicago en leermeester van Barack Obama. Ogenschijnlijk koos ik daarmee een heel slecht voorbeeld. Hij, Alinsky, zocht conflicten juist op, nee hij maakte ze. Hij bedacht een vijand, creëerde daarmee een gemeenschappelijk doel en bracht zo de mensen samen. Dit noemde hij ‘empowerment’. In 1972 schreef hij er een boek over. In ‘Rules for Radicals’ behandelt hij twaalf regels over symbolische constructies en niet-gewelddadige conflicten die uitmonden in een gestructureerde organisatie van mensen met een duidelijk doel. Werkte het?

Iets van deze bewuste conflicthantering zie je nog steeds in onze samenleving terug. Geen wonder. Veel babyboomers hebben er ooit mee gewerkt en gebruiken het nog steeds, bewust of onbewust. Immers, zij kwamen in opstand tegen hun ouders, het gezag, de autoriteiten. Alinsky gaf hen nuttige tips. Bijvoorbeeld de ander belachelijk maken, waardoor hij geen verweer heeft; de vijand bevechten met zijn eigen regels; de druk erop houden; uitgaan van een dreiging omdat die voor mensen werkelijker is dan de feiten; de vijand bevechten buiten zijn eigen expertise. En wat te denken van deze? "If you push a negative hard enough, it will push through and become a positive." Mensen zullen uiteindelijk kiezen voor de underdog, dus speel de underdog en wees subversief! Misschien, suggereerde ik daar in Utrecht, heeft deze werkwijze, door velen in praktijk gebracht, uiteindelijk wel zoveel sturing en management in onze samenleving noodzakelijk gemaakt. Je moet de mensen niet vertrouwen. Maar als dat zo is, dan kunnen we dit ook weer afbreken. De huidige machthebbers – zelf babyboomers – zullen dit misschien niet snel doen. Dat is dan aan de volgende generatie.

Tagged with:
 

Spelenderwijs

On 16 september 2014, in participatie, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Negotiation and Design for the Self-Organizing City’ (2014) van Ekim Tan:

Afgelopen vrijdag promoveerde architecte Ekim Tan aan de TU Delft op een onderzoek naar gaming als methode voor stedelijk ontwerp. Promotoren waren Henco Bekkering en Arnold Reijndorp, hoogleraren aan de TUD respectievelijk de Universiteit van Amsterdam. Tan beschrijft in haar proefschrift nauwgezet een aantal door haar uitgevoerde experimenten met ontwerpoefeningen waarbij de deelnemers, waaronder de ontwerper zelf, in een spelsituatie tot ontwerpbesluiten moeten zien te komen. De oefeningen vonden plaats in Instanbul, Almere, Rotterdam en Amsterdam. Telkens moesten collectieven over de invulling van een bepaald gebied beslissen waarbij Tan de spelregels bepaalde. Elke situatie vraagt namelijk om een ander type spel. Later mochten ook de deelnemers de spelregels veranderen. Het waren alle oefeningen op het droge. De realiteit werd nog het dichtst benaderd in het meest recente spel, dat ging over de invulling van de monumentale Van Gendthallen in Amsterdam.

Over de uitkomsten is Tan erg enthousiast. Het is haar overtuiging dat de methode werkt, ook in complexe situaties, en dat deze kan worden opgeschaald naar regionaal, nationaal en zelfs internationaal niveau. Zelf  heb ik twijfels. Ik denk dat het beter is om goed contact met de realiteit te houden en daartoe steeds een zo laag mogelijk schaalniveau te kiezen. De casus Oude Westen in Rotterdam vond ik het meest inspirerend: zeven architectuurstudenten van de Rotterdamse academie hadden bewoners en stakeholders in de buurt nagespeeld; door het spel hadden ze goed met elkaar samengewerkt en vanuit het perspectief van betrokkenen de buurt herontworpen. Zo’n collectieve werkwijze is bij ontwerpers hoogst ongebruikelijk, maar volgens mij veel beter dan de bij architecten gebruikelijke ontwerpcompetities en challenges waarbij uiteindelijk een winnaar wordt gekozen en verliezers, met al hun inzet, het nakijken hebben. Tan is realist en idealist tegelijk: de samenleving is volgens haar te complex geworden voor die ene ontwerper; die kan het gewoon niet meer alleen; hij of zij zal moeten samenwerken, hoe moeilijk dat soms ook is.

Tagged with:
 

Fascinerend

On 1 juli 2014, in technologie, by Zef Hemel

Gezien in de Westergasfabriek te Amsterdam op 12 juni 2014:

De keynote op de negende Kennisdag ruimtelijke sector van de gemeente Amsterdam was niemand minder dan Carlo Ratti, directeur van de SENSEable City Lab, MIT Department of Urban Studies and Planning. Zelden zo’n swingende presentatie gezien. Als een VJ stond de magere, in een T-shirt gehulde Ratti achter het katheder, waarin zijn computer zat verstopt, die hij uiterst behendig bediende en waarmee hij het ene na het andere filmpje de zaal inslingerde, telkens ondersteund door een stevige beat. We zagen allerlei toepassingen van technologie in het stedelijke, hoe apps ons kunnen volgen, zelfsturende auto’s, ik ontwaarde zelfs een drone. Het zag er allemaal puik uit, en het leek vooral ook heel kostbaar. Elk filmpje werd afgesloten met reclame van grote bedrijven die de ontwikkelde technologie – prototypes – hadden helpen financieren. We werden niet alleen vermaakt, nee we werden verleid. Technologie is ook fascinerend.

Bij veel technologische toepassingen, viel me op, fungeren de stedelingen min of meer als bevers die, met zendertjes uitgerust, de planners precies laten weten waar ze zitten en wat ze zoal uitspoken. Op basis van die informatie kunnen planners de ruimte inrichten, of manipuleren. Veel toepassingen vond ik slim, sommige waren comfortabel. Enkele echter voelden juist heel oncomfortabel omdat ze me deden denken aan moderne oorlogvoering. Als sociale wetenschapper vroeg ik me af of mensen – consumenten – dit allemaal werkelijk willen, of dat deze technologie hen door de industrie wordt opgedrongen. Als planoloog twijfelde ik of je hiermee aan een goede samenleving bouwt. En dat is toch wat publieke ruimtelijke planning wil: bijdragen aan een ‘civil society’. Techniek maakt mensen vrij, schreef Kevin Kelly in ‘What Technology Wants’. Zou dat het zijn? Misschien kan iemand me geruststellen.

Tagged with:
 

Backwater

On 4 juni 2014, in economie, innovatie, internationaal, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in Financial Times Magazine van 30 mei 2014:

Van de hand van Simon Kuper verscheen onlangs een opmerkelijk artikel in FT, althans het was een artikel dat vooral in Nederland opzien baarde en dat daar ook tot nadenken zou moeten stemmen. In ‘The rise of global capital’ nam de bekende Britse schrijver nota bene Amsterdam als voorbeeld van een stad die nationaal weliswaar in opkomst is, maar die tegelijkertijd op het internationale toneel stevig aan gezag en betekenis inboet. Zeker, Amsterdam is een ‘upscale bohemian village’ en is in de moderne kenniseconomie tegenwoordig een van de honderd ‘global cities’ die de geograaf Saskia Sassen in haar ranglijsten onderscheidt. Maar tegelijkertijd zakt de stad op de internationale lijstjes omdat andere steden dan Amsterdam in de wereld nu eenmaal veel sneller in omvang en betekenis groeien: de opkomst van de zogenaamde ‘global capitals’. "Amsterdam is slipping into the global second division." Jonge, hoogopgeleide Nederlanders verhuizen en masse naar Amsterdam, maar de echt getalenteerden onder hen verlaten het land en zoeken een goed heenkomen in New York, Singapore, Los Angeles of Londen. Datzelfde geldt voor kunst, geld, politiek, invloed, macht.

Deze mondiale geografische herschikking van elites pakt voor Nederland en ook Amsterdam gewoon niet goed uit. Maar ook andere steden in de wereld krijgen te maken met een dergelijke exodus. Net als Amsterdam worden steden als Madrid en Parijs, aldus Kuper, onherroepelijk "a backwater inhabited by an increasingly impotent national elite, a delightful place for paceless mornings of coffee and newspapers." En dat is precies wat de Brit Simon Kuper in Amsterdam graag doet: aan zijn kopje koffie nippen op een terrasje in de Jordaan. Anders niet. Is dat erg? Misschien niet. Dan worden we maar tweederangs. Is er helemaal niets aan te doen? Jawel, maar dan moet in Nederland iets grondig veranderen: geen zogenaamde Randstad- of ‘borrowed size’-politieken, maar echte metropolitanisering van de nationale hoofdstad en omgeving. Wordt het haar gegund? Ik denk het niet.

Een vertaling van het artikel van Kuper staat inmiddels afgedrukt in Het Parool, 4 juni 2014, Het laatste woord.

Tagged with:
 

Andere manier van werken

On 17 mei 2014, in innovatie, planningtheorie, politiek, by Zef Hemel

Geschreven in het Kleine Grote Nieuwe Wibaut prentenboek van mei 2014:

Michiel Goudswaard schreef in het Financieele Dagblad onlangs over een brandende kwestie: die van de ambtenaren die onvoldoende ruimte krijgen om kernproblemen aan te pakken. Volgens deze redacteur van FD dreigen de ambtenaren de aansluiting met de ‘netwerksamenleving’ te missen. “Ze zitten gevangen in hiërarchische en bureaucratische structuren, terwijl de veranderende samenleving juist om flexibiliteit en een ondernemende houding vraagt.” Onder de kop ‘Ambtenaren moeten meer ruimte krijgen voor aanpak van kernproblemen’  gaf hij onlangs aanwijzingen welke evrandering nodig is. “De oplossing,” aldus Goudswaard, “is niet de zoveelste blauwdruk voor de reorganisatie van het ambtelijk apparaat.” Veeleer zou de richting moeten worden gezocht in een andere manier van werken. Daarvoor zouden ambtenaren ruimte van hun superieuren moeten krijgen, de bestuurders incluis. “Ambtenaren moeten zich ontwikkelen tot dienstbare probleemoplossers, die de blik meer naar buiten richten en minder naar boven kijken of hun bazen het wel goed vinden.”

In zijn artikel stelt Goudswaard vast dat door het internet mensen kritischer zijn over instituties en dat het bestuur sterk aan gezag inboet. Er is een ander soort overheid nodig. Ambtenaren moeten veeleer partijen bij elkaar brengen, nauw samenwerken met maatschappelijke groeperingen, draagvlak verwerven, terwijl de politiek moet durven loslaten en verschillen in behandeling moet durven toestaan. Het vermogen om dingen voor elkaar te krijgen zal hierdoor juist worden vergroot. Het is precies de kern van De Nieuwe Wibaut, waarvan de tweede editie afgelopen vrijdag werd afgerond in het Compagnietheater aan de Kloveniersburgwal. De praktijkleergang voor ambtenaren van de gemeente Amsterdam gaat over verbinden, niet organiseren, eerder een zoektocht dan een blauwdruk. Geen plannen van aanpak, gebiedsplannen, implementatie, maar flexibiliteit, ondernemerschap, creativiteit en verbinden. Voor wie nog aan het nut van de Amsterdamse praktijkleergang twijfelde, wees gerust: je bent voorloper, de rest zal (wel moeten) volgen.

Tagged with:
 

Planning Chicago

On 30 april 2014, in boeken, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Planning Chicago’ (2013) van D.Bradford Hunt en Jon DeVries:

In 2011 doekte Chicago – met 2,7 miljoen inwoners de grootste stad van het Amerikaanse Middenwesten – zijn Department of Planning doodleuk op. Er moest worden bezuinigd, de stad was bijna bankroet. Kort daarvoor had Chicago nog geprobeerd de Olympische Spelen naar zich toe te halen. Alles had burgemeester Daley uit de kast getrokken om zijn bid te laten winnen. Het stadsbestuur meende werkelijk dat Chicago de status van een ‘World City’ verdiende en wilde dat de Olympische Spelen dit zouden onderstrepen. In 2009 werd echter duidelijk dat Chicago geen schijn van kans maakte. Ondertussen trok de financiële crisis diepe sporen: na een decennium van hernieuwde groei verloor ‘The Windy City’ toch weer inwoners. De tegenstellingen tussen zwart en blank – toch al groot in Chicago – werden alleen maar groter. Ook het aantal banen nam af, veel sterker dan in de andere tien grootste Amerikaanse steden. Ruimtelijke ordening werd gezien als overbodige luxe.

De nieuwe burgemeester, Rahm Emanuel, probeert sindsdien vooral met handelsmissies en ‘Chicago Inbusiness’-achtige instellingen nieuwe bedrijven naar Chicago te halen, wat soms ook lukt, maar de structurele gebreken van de grootstedelijke economie verhelpen deze acties niet. Het mag symbool staan voor de recente aanpak van het stadsbestuur: men doet maar wat, er is geen verband tussen de vele kortetermijnacties. Dat is althans het standpunt van Bradford Hunt en Jon DeVries, verbonden aan Roosevelt University in Chicago, in het recent verschenen ‘Planning Chicago’. Hun toegankelijke boek kan gelezen worden als een aanklacht. Voor de twee wetenschappers staat de ondergang van de gemeentelijke planologische dienst symbool voor een kortzichtige stadspolitiek die meer kapot maakt dan verbetert. Overal in Amerika en daarbuiten liggen de stadsplanners onder vuur en worden planningsapparaten ontmanteld. Bardford Hunt en De Vries wilden laten zien hoe schadelijk dit is en wat planners in het verleden voor een stad als Chicago hebben betekend. In dat laatste zijn ze uitstekend geslaagd. Hun boek verscheen aan de vooravond van het jaarcongres van de APA, de American Planners Association. De vraag is of ook niet-planners hun mening delen en of ze het boek van de twee überhaupt hebben gelezen.

Tagged with:
 

Icoonprojecten

On 27 april 2014, in economie, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Planning Chicago’ (2013) van John Bradford Hunt en Jon Devries:

In januari 2011 werd de Dienst Ruimtelijke Ordening van Chicago, de op twee na grootste stad van de Verenigde Staten, opgeheven. Al eerder bleek de planning in de industriële grootstad aan het Michigan Meer aan erosie onderhevig. De tien jaar voorafgaand aan de crisis werden gekenmerkt door een stadsontwikkeling die bovenal financieel gedreven was. Achteraf kan je zeggen dat het bestuur toen al de ruimtelijke planners aan de kant had geschoven. De politiek negeerde ze, de bevolking kende ze niet meer, de gemeentelijke diensten werkten niet meer met ze samen. Planners met hun plannen werden maar als hinderlijk ervaren. De stad werkte nu louter vanuit projecten en grondexploitaties, de zogenaamde TIF’s (Tax Increment Financing). Binnen de grenzen van een TIF werden voorziene waardestijgingen als gevolg van ruimtelijke investeringen in een fonds gestort, vooraf konden uit dat fonds de investeringen worden gefinancierd. Het grondbedrijf was omgevormd tot een soort bank, deze bleek in het pokerspel een cruciale speler en trok alle politieke en ambtelijke macht naar zich toe. Alles draaide om waarde-creatie.

De nieuwe werkwijze kwam erop neer dat de stad op grote schaal geld leende en er feitelijk mee speculeerde, dat wil zeggen: in haar uitgaven liep ze stelselmatig op toekomstige waardestijgingen vooruit. Tussen de vele TIF’s was geen verband in de zin dat er een coherent plan aan ten grondslag lag. En het ergste was, het moest wel beter gaan met de stad om de groeiende uitgaven te kunnen dragen. Steeds meer publiek geld ging naar symboolprojecten die het gevoel zouden geven dat het goed ging met de stad. Het kostbare, door filantropen medegefinancierde Millennium Park (2004) in het centrum is daarvan een treffend voorbeeld. In die politiek paste ook de kandidatuur van Chicago voor de Olympische Spelen in 2009. Toen de financiële crisis uitbrak stortte dit politieke en financiële kaartenhuis ineen. In werkelijkheid bleek het veel minder goed te gaan met de stad. Ze verloor veel inwoners en banen en de lokale economie bleek allesbehalve gezond, maar dat werd in al die jaren gemaskeerd. Ook het IOC koos uiteindelijk niet voor de ‘Windy City’. Ironisch genoeg vierde Chicago in datzelfde jaar het feit dat honderd jaar eerder het grote plan van Daniël Burnham gereed was gekomen. Twee jaar later besloot de nieuwe burgemeester om alle planners naar huis te sturen. In plaats daarvan koos hij voor handelsmissies en stimuleringsregelingen voor ‘groene daken’, volgens de auteurs ‘symboolprojecten’. Met Chicago gaat het ondertussen niet goed.

Tagged with:
 

Thinking City

On 24 februari 2014, in onderwijs, regionale planning, wetenschap, by Zef Hemel

Read more: www.summerschoolthinkingcity.org

 

 

Inspired by Don’s active involvement as a tutor in the successful Zurich Summer School ‘From Suburb To City’, we – Don Murphy and Zef Hemel – have the ambition to initiate an equally interesting event about city planning and city making, in and about Amsterdam. By organizing an event with an international audience, we wish to promote the Dutch position in the field of architecture, planning and innovative city making in a global scene. The Netherlands has always had a strong tradition in these fields, which is widely acknowledged internationally. Besides, we wish to initiate a dialogue about the current state of planning and future planning tasks in the city of Amsterdam. With an extensive public program that will be organized in relation to the Summer School studios, we wish to not only invite the Summer School participants, but also a wide local audience to engage in the thinking about the future of the city.

In the Summer School ‘Thinking City. The Dynamics of Making Amsterdam’ we wish to explore new ways of planning and making the city. The complexity of society necessitates the input of a wide variety of knowledge in planning and building the city – knowledge from different disciplines, about abstract ideas as well as every day life. Different from the regular educational programs of the UvA, TU Delft and other universities specialized in social sciences, urban planning and building sciences, the two-week Summer School will create a setting in which interdisciplinary teams, of both students and professionals, will work on reality-based case studies, in close collaboration with local stakeholders. This unique cooperation will be the core of this event. Workshop settings in which diverse actors – amateurs, students and professionals – will look at specific case studies – housing, energy, politics, mobility, education, culture, food, media, health, biodiversity, well-being and technology – will allow for the testing of new working methods. The kick-off event will take place in Pakhuis de Zwijger thursday evening 13 March 2014. Subscription will start 1 March 2014.

Tagged with: