voorspelbare toekomst

On 4 juni 2013, in economie, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 29 december 2012:

Afgelopen week in het kader van ‘Amsterdam 750 jaar’ (in 2025 is het zover!) met ruim honderd young potentials uit het Amsterdamse bedrijfsleven gezocht naar toekomsttrends. Locatie: Amsterdam Art Centre in Westpoort-Sloterdijk. De gesprekken herinnerden me aan een artikel in NRC Handelsblad van William Halal van de George Washington Universiteit over de komende technologische revolutie. De toekomst voorspellen is een tot mislukken gedoemd waagstuk, maar Halal weet te overtuigen met een ‘macroprognose’ van de economie als geheel in de komende tien tot twintig jaar, afgeleid van het zogenaamde Techcastproject. Het Techcastproject bundelt de kennis van meer dan honderd hightechwetenschappers, CEO’s, ingenieurs en futuristen in de hele wereld, teneinde doorbraken te voorspellen op alle denkbare gebieden. Wat blijkt? Rond 2015 zal vermoedelijk een nieuwe golf van economische groei een aanvang nemen. “Het cluster van groene technologieën, informatiesystemen, e-commerce en geavanceerde auto-ontwerpen wijst op een vermoedelijke opleving van de economische groei rond die tijd.” Het jaartal van 2015 zou samenvallen met het patroon van 35-jarige cycli op de Amerikaanse aandelenmarkt, met hoogtepunten in de roaring twenties, de Eisenhowerhausse van de jaren zestig en de Reaganhausse van de jaren negentig. Nog twee jaar geduld dus.

We moeten ons dus voorbereiden op een nieuwe technologische revolutie. Die zal vermoedelijk bestaan uit intelligente auto’s, alternatieve energie, persoonlijke geneesmiddelen, oneindige rekenkracht, robots en kunstmatige intelligentie. Uit een bijgevoegde grafiek leid ik bovendien af dat over de volgende innovaties in 2025, als Amsterdam 750 jaar bestaat, vrijwel geen onenigheid meer bestaat: kunstmatige organen, organische landbouw, ontzilting, micromachines, geautomatiseerde snelwegen. Halal: “Er mag onzekerheid bestaan over de specifieke doorbraken, maar er bestaat heel weinig onzekerheid over de grote technologische verandering die we achter de horizon van onze planning zullen zien.” Steden zullen deze innovaties leveren en de innovaties zullen onze steden ingrijpend veranderen. Met die aan zekerheid grenzende wetenschap wordt ruimtelijke planning een stuk gemakkelijker.

Tagged with:
 

Waterhoofd

On 8 mei 2013, in regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord op de Roeterseiland campus op 7 mei 2013:

Het laatste gastcollege in de minor ‘Cities in Transition. The Case of Moscow’ werd dinsdagmorgen verzorgd door Reinier de Graaf. De Graaf is stedenbouwkundige en directeur van Office for Metropolitan Architecture (OMA) te Rotterdam. Vanuit het Centre for Urban Studies van de Universiteit van Amsterdam was hij gevraagd zijn ervaringen als aanvoerder van het Nederlandse team dat vorig jaar deelnam aan de Moscow Competition – de prijsvraag voor de uitbreiding van Groot-Moskou – te delen met ruim zestig studenten. Zij kregen een weergaloze lezing voorgeschoteld waarin zes maanden intensief denk- en onderzoekswerk van een van ‘s werelds beste stedenbouwkundige bureaus werd samengevat in amper anderhalf uur. Ruim tweehonderd sheets met de mooiste kaarten en diagrammen zagen we in een ongewoon snelle opeenvolging voorbij galopperen, voorzien van een ratelend, dikwijls scherp en genadeloos commentaar van De Graaf. Wat was de strekking?

Moskou, aldus De Graaf, groeit razendsnel, maar die groei gaat ten koste van de rest van Rusland, dat leegloopt en ontvolkt. Buiten Moskou gerekend bestaat het uitgestrekte Rusland op de kaart van de groeiende metropolen feitelijk niet meer. Moskou is de redding. Alle winst van de Russische olie- en gasbedrijven vloeit hier samen. Wat ik niet wist is dat ex-burgemeester Popov begin jaren negentig, tijdens het wilde kapitalisme, de inwoners talrijke voorrechten gaf die het burgerschap van de hoofdstad buitengewoon lucratief maken. Elke Rus zou wel in die voorrechten willen delen. Het contrast met de rechten van de inwoners van de Oblast (provincie) bijvoorbeeld is extreem, door De Graaf geillustreerd aan de hand van identiteitskaarten: die van de inwoners van Moskou lijkt op een creditkaart. Geen wonder dat zoveel Moskovieten bereid zijn dicht opeengepakt te wonen. De Graaf oordeelde dat de groei van Groot-Moskou nodig is om Rusland een speler te laten zijn in de globalisering. Er is gewoon geen andere keus. Of de groei ook houdbaar en duurzaam is kon hij niet zeggen. Een aantal extreme interventies toonde hij die de vele problemen waarmee het ‘waterhoofd’ Moskou kampt moeten oplossen. Daaronder gevond zich ook de benutting van de geheime metrolijn 2 van Leonid Brezjnev die twee vliegvelden met Moskou verbindt. Het geheel noemde hij overigens ‘hybride’ en geen ervan had realiteitswaarde. Zelfs de hele Moscow Competition bracht volgens hem geen enkele oplossing dichterbij. Misschien dat de studenten nog iets kunnen verzinnen.

Tagged with:
 

The Frozen City

On 19 april 2013, in politiek, regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord op het Roeterseiland in Amsterdam op 18 april 2013:

Geweldig gastcollege gisteren aan de Universiteit van Amsterdam van Bart Goldhoorn. Goldhoorn, woonachtig in Amsterdam, werkt al zeventien jaar in Moskou als architect en organisator van stedelijke evenementen. Gisteren vertelde hij de bachelor-studenten over de planning van Groot Moskou. Voor het begrijpen van de huidige impasse – een absolute Catch 22 situatie – verwees hij naar de geschiedenis van Rusland. Rusland, zei hij, is een land van revoluties; verandering gaat er nooit geleidelijk.  De laatste revolutie was een contrarevolutie die volgde op de perestroika. Ineens had de markt zijn intrede gedaan en gingen mensen de straat op om hun spulletjes te verkopen. Tot dan was Moskou nog een volledige ‘supply oriented city’ geweest, waarin grootschalige volkshuisvesting was gecombineerd met grote fabrieken en waarbij alles collectief was en niemand enige verantwoordelijkheid wilde dragen. Deze contrarevolutie heeft ‘de nachtmerrie van het communisme’ met de ‘nachtmerrie van het kapitalisme’ gecombineerd. De gebouwde omgeving van Moskou is namelijk nog overwegend communistisch, terwijl de samenleving door blind kapitalisme gedreven lijkt. ‘Russians are fed up with collectivity’. Overal plaatsen ze hekken en slagbomen en hun auto gebruiken ze als middel om zich de openbare ruimte toe te eigenen.

Overal zag Goldhoorn inertie: in normen, in eigendom, in bescherming. De ergste inertie ontwaarde hij in de Russische bureaucratie. Deze ambtenarenkaste, die  dikwijls overheidswerk combineert met eigen ondernemingen, vormt de werkelijke heersende klasse. Ze stapelt perestroika-regelgeving op sovjetregels; of regelgeving wettig is maakt haar niet uit. In Rusland, voegde Goldhoorn eraan toe, is geen sprake van trias politica, dus kunnen bureaucraten gewoon hun gang gaan. Goldhoorn zag niets in de oplossingen die door de ontwerpteams tijdens de Moscow Competition waren aangedragen. Tot enige verbetering in de situatie zullen ze niet leiden. In Moskou is sprake van een ronduit zwakke overheid en de russen gaan conflicten uit de weg. Stagnatie is de uitkomst, een ernstig gebrek aan innovatie. Erger, ‘urban planning in Moscow is a dangerous profession,” waarbij hij verwees naar de stedenbouwkundige van Perm die vorige week door de politie was gearresteerd. Vandaar de titel van zijn college: ‘The Frozen City’. Lichtpuntjes zag Goldhoorn wel: de nieuwe chief architect van Moskou is jong en lijkt vatbaar voor verandering. Vraag uit de zaal: kan verandering hier alleen met een volgende revolutie komen? Bart glimlachte, hij dacht van wel.

Tagged with:
 

Mensen willen metropolen

On 18 april 2013, in politiek, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The cities of Russia’ van Dmitri Piterski in GeoJournal (1997):

Vandaag alweer het derde hoorcollege over Moskou aan de Universiteit van Amsterdam, in de minor ‘Cities in Transition’. Tot de verplichte literatuur behoort een artikel over de steden van Rusland. Auteur is Dmitri Piterski van het Institut für Länderkunde in Leipzig. Van recente datum is het artikel niet. Wel schetst het een goed beeld van de stedenpolitiek in de voormalige Sovjet-Unie. Meest opvallende feit vond ik dat Rusland een land is van grote steden. Tussen 1970 en 1990 steeg het aantal steden van meer dan 500.000 inwoners van 17 naar 34. Die grootstedelijke groei ging veel sneller dan de planners hadden gedacht. Vele Sovjet-plannen voor steden bleken keer op keer achterhaald, want stelselmatig had men met een sterkere groei van middelgrote steden gerekend en een tragere groei van grote steden. Die laatste waren meest nieuwe steden, door de Sovjet-planners op papier bedacht. Sterker, de ruimtelijke politiek in de jaren zestig en zeventig was er een van opzettelijke decentralisatie: grote steden tolereerden de Sovjets niet. Dat Moskou zo snel tot veruit de grootste stad van de Sovjet-Unie zou uitgroeien was ook onbedoeld.

Op dit moment krimpen veel Russische steden en het aantal krimpende steden neemt nog steeds toe. Vooral de westelijk gelegen industriële centra en provinciesteden verliezen hun bevolking. Moskou daarentegen groeit. Die sterke groei is niet het gevolg van een hoog geboortecijfer, want net als in de rest van Rusland is hier sprake van een natuurlijke bevolkingskrimp. De Moskouse groei is er een van zuivere immigratie. Russische migranten uit alle windstreken – Europees Rusland, Siberië en het Verre Oosten – trekken massaal naar de allergrootste steden in het centrum. Is dit slecht nieuws? Nee, eerder lijkt sprake van een natuurlijke correctie. Wat jarenlang planmatig ruimtelijk is gespreid – met new towns en antistedelijk beleid – blijkt bij nader inzien toch niet levensvatbaar, sterft af en ruimt zichzelf op. Mensen willen metropolen. Alle nieuwe steden zijn mislukt. Achteraf jammer van zoveel geforceerde planning, waarin overigens niet alleen Sovjetplanners excelleerden. In Europa en Amerika was de situatie niet wezenlijk anders.

Tagged with:
 

Aanbodgestuurde stad

On 4 april 2013, in planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Red Plenty’ (2010) van Francis Spufford:

Vandaag begint het onderdeel van de minor ‘Cities in Transition’ over Moskou, verzorgd vanuit het Centre for Urban Studies van de Universiteit van Amsterdam. Bijna honderd bachelor-studenten verdiepen zich zes weken lang in de grondige veranderingen die zich op dit moment voltrekken in Groot-Moskou. Als achtergrondmateriaal lezen ze o.a. Francis Spuffords ‘Red Plenty’. Waarom? Omdat Spufford het geloof in een planmatig voorbereide toekomst als geen ander onderuit weet te halen. Zijn in een romanvorm gegoten historisch onderbouwde relaas van de Sovjet-samenleving in de jaren vijftig, begin jaren zestig brengt genadeloos in beeld hoe Russische economen en politici destijds oprecht geloofden dat met behulp van bureaucratie en computers iedere Sovjet-burger als vanzelf voorzien zou worden van alles wat hij nodig had. Steeds efficiënter, steeds overvloediger, maar wel een totale aanbodgestuurde economie. Tegelijk toont hij aan hoe corruptie, cynisme en misdaad bezit namen van het systeem. En het ergste moest toen nog komen.

Adembenemend vind ik de beschrijving van de treinreis naar Moskou, najaar 1963. In de trein zit de directie van een fabriek uit Solovets, Siberië. Het drietal is bijna op de bestemming aangekomen. Ze kijken uit het raam. “Out on the Moscow plain, factory walls rose higgledy-piggledy, first a few and then more and more, unstoppably, as if a sorcerer’s apprentice had been let loose to build industry and had just kept going, a coking plant here and a fractionating tower there, reduction gears here and solvents there, tractors and rifles, lathes and electro-plate, steel and brass and zinc and cement, da da da da-da-da dadadada, the countermanding spell never uttered, until the same sights repeated all the way along the railroad; the same dark clustered silhouettes of chimneys, the same girdered rooflines, the same gridded windows, the same branching tracks of rusty wagons, the same blocks of worker’s flats, with the snow rushing through and between, thick and soft, smoothing to blankness the churned mud and ice from which so many sacks, pallets, drums, bundles were piled. The snow rushed through, the train whirled by.” Wat zei ik? Ook als je in acht neemt dat spoorwegen vooral de achterkanten van steden laten zien, dan nog is dit een mistroostig beeld. Het is alsof Spufford wil zeggen: zo’n stadslandschap krijg je bij een aanbod gestuurde economie.

Tagged with:
 

We-Think in action

On 7 maart 2013, in innovatie, participatie, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘We-Think’ (2008) van Charles Leadbeater:

Vanavond een lezing geven over het jaar 2020. Ergens in De Baarsjes. Geen scenario’s, maar trends. M’n boekenkast er nog maar eens op nageslagen. Zo ook Charles Leadbeater’s ‘We-Think’ er weer eens bijgepakt. Motto: ‘You are what you share’. Leadbeater werkte jarenlang voor de Finanial Times en schrijft boeken over innovatie. ‘We-Think’ is een reportage over de “unparalleled wave of collaborative creativity as people from California to China devise ways to work together that are more democratic, productive and creative.” Kortom, het boek gaat over internet en wat het internet voor mensen betekent. ‘We-Think’ is niet alleen door Leadbeater geschreven, maar ook nog door 257 andere mensen, aldus de flap. Zo is het maar net. Bloggers begrijpen dat. “Blogs and other tools allow people to contribute. Social networks allow them to connect. Still other tools are needed, however, for sustained creative collaboration to take off. The most famous is the wiki.” Er ontstaat samenwerking op een ongekende schaal. Goed nieuws dus voor planners!

Verrassend is dat Leadbeater zijn optimistische toekomstverhaal afsluit met uitgerekend Nederland. Net als bij Jane Jacobs en Barbara Tuchman is bij hem ons kleine landje een voorbeeld van een beschaving die door samenwerking duurzame oplossingen vindt. Waarom? omdat de strijd tegen het water ons altijd heeft aangezet tot gezamenlijke actie. “The Netherlands exists only through cumulative, communal innovation which has built a country out of reclaimed swamp and sea.” Nederlanders, aldus Leadbeater, bejubelen geen supersterren, hun vindingen zijn altijd praktisch, bescheiden en evolutionair. “The Netherlands is We-Think in action at national level: a constant, adaptive, interconnected and incremental approach to innovation.” Volgens Leadbeater heeft de wereld dit soort sociale innovatie hard nodig om de grote vraagstukken van de toekomst te kunnen oplossen. ‘We-Think’ brengt voorspoed, democratie en sociale vooruitgang. Dat is bemoedigend en prettig om te horen. Zeker in deze barre tijden.

Tagged with:
 

De toekomst is perfect

On 7 februari 2013, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Future Perfect’ (2012) van Steven Johnson:

Optimistisch nieuw boek van internetexpert Steven Johnson. In ‘Future Perfect’ waagt hij zich zowaar aan de politiek. Democratie zoals wij die kennen is nog altijd sterk gecentraliseerd. “The leaders themselves are selected from below, but they govern from above.” Hij ontwaart een nieuwe beweging die op een andere manier politiek wil bedrijven. Die beweging duidt hij aan als die van de ‘Peer Progressives’. Ze bedrijft politiek door de principes van het internet toe te passen in de praktijk van de politiek van alledag. Dat is niet twitteren om de politieke boodschap uit te dragen, maar decentralisatie van de besluitvorming, peer-to-peer netwerken benutten, platforms oprichten, luisteren in plaats van verkondigen. “Tellingly, the solution ultimately outperformed any rival approaches developed by the marketplace.” De praktijken van de Peer Progressives zijn ook beduidend beter dan wat een krachtige bureaucratie of een scherp raadsdebat kan bewerkstelligen. Niet dat ze via internet mensen willen laten stemmen, zeker niet; het gaat erom het denkwerk van alle mensen te benutten: “webs of human collaboration and exchange.” De aanhangers van de nieuwe beweging geloven in sociale vooruitgang en ze menen dat de grondslag van die vooruitgang gelegen is in het bouwen van netwerken van ‘peers’ in hun eigen gemeenschappen.

Een fraai voorbeeld van deze werkwijze toont Johnson aan de hand van het werk van de Sterlings in Vietnam. Zij losten de problemen van ondervoeding in de steden niet op door als externe experts oplossingen aan te dragen, maar ze luisterden in de gemeenschappen; ze schuwden geen statistieken, maar ze maakten tevens gebruik van de resultaten van vele gesprekken, ze zagen patronen, hadden boodschappen die in de gemeenschappen door de mensen zelf werden verspreid; bij alles wat ze deden werd gegeten en gedronken. “Gatherings were indistinguishable from a fun, delectable repast with peers.” Technologie was afwezig, maar de principes van moderne technologie werden benut: “instead of dictating laws from above, they worked within the existing peer networks of those communities in discovering, spreading, and rewarding the solutions that the villagers themselves had developed.” Goede planning werkt net zo. Gewoon hulp bieden in het delen van ideeën en inzichten in netwerken van gelijken. Alles informeel, liefst met lekker eten en drinken erbij.

Tagged with:
 

‘Ill Fares The Planning’

On 11 januari 2013, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Ill Fares The Land’ (2010) van Tony Judt:

Op de valreep van 2012 eindelijk ‘Ill Fares The Land’ van de Britse historicus Tony Judt gelezen. Indrukwekkend betoog over de teloorgang van de sociaal-democratie en de gevaren die schuilen in de manier waarop wij tegenwoordig leven. Gelukkig beseft Judt ook wel dat hij het verleden niet moet verheerlijken. Uitgerekend in dat verband noemt hij de naoorlogse planning en stedenbouw, die hij klaarblijkelijk verafschuwt. “The social democratic consensus and the welfare institutions of the postwar decades coincided with one of the worst town planning and public housing of modern times.” Bij zijn terugblik stelt hij de diagnose van een grote onverschilligheid voor het lot van gewone mensen. Erger, de autoriteiten meenden het allemaal beter te weten. “The idea that those in authority know best – that they are engaged in social engineering on behalf of people who do not understand what is good for them – was not born in 1945, but it flourished in the decades that followed.” Eind jaren zestig komen de mensen hier tegen in opstand, maar de haat en wrok zouden daarna alleen maar groeien. De afhankelijkheid van mensen van de autoriteiten bleef namelijk en de regelgeving die alles ‘in goede banen’ moest leiden werd steeds meer gezien als onderdeel van die paternalistische betweterigheid en onverschilligheid. Overheidsplanning moest het uiteindelijk ontgelden.

Het is een korte passage in het lange betoog dat weinig hoopvol stemt en ook geen perspectief biedt voor planners. Wat zag Judt, die eind 2010 overleed, als uitweg? “Incremental improvements upon unsatisfactory circumstances are the best that we can hope for, and probably all we should seek.” Dat is ronduit weinig ambitieus. En verder sprak hij de hoop uit dat de samenleving in zijn egoïstische woede niet alles afbreekt wat na de oorlog door eerdere generaties is opgebouwd. Echter, de naoorlogse wijken en nieuwe steden mogen wat hem betreft gerust tegen de vlakte. Ruim ze maar op of nee, ze storten vanzelf wel in.

Tagged with:
 

Gelezen in NRC Handelsblad van 12 december 2012:

Aan de vooravond van de Japanse verkiezingen verscheen in NRC Handelsblad een artikel over de op twee na grootste economie ter wereld, die van Japan. Weinig horen we er meer over, Japan, overschaduwd als ze wordt door China. Deze radiostilte lijkt ook te maken te hebben met de aanhoudende toestand van deflatie, waardoor de Japanse economie nauwelijks meer groeit. Ook de bevolking vergrijst en krimpt. “Het is het snelst vergrijzende land ter wereld.” Van de huidige 128 miljoen Japanners blijft er in 2060 dertig procent minder over, nu al is meer dan 40 procent van de bevolking ouder dan 65 jaar. Journalist Kjeld Duits: “Inderdaad lijkt Japan nauwelijks te profiteren van de lang voorspelde eeuw van Azië. Het is geografisch en diplomatiek geïsoleerd.” Toch is Tokio nog altijd een van de duurste steden ter wereld. Crux van het artikel is dat de Japanse economie niettemin snel herstructureert en dat in het distributiesysteem flink wordt gesneden. Fabrieken leveren tegenwoordig rechtstreeks aan de winkels, waardoor consumenten veel goedkoper uit zijn. Ik bedoel maar, dat staat ons ook te wachten. En ook veranderen het Japanse onderwijs- en rechtssysteem ingrijpend. Alleen de politiek en het bestuur veranderen niet. “Alles loopt centraal via Tokio.”

Ik moest eraan denken omdat afgelopen week een Japanse delegatie een bezoek aan de Dienst Ruimtelijke Ordening van Amsterdam bracht. Ze kwam, zei ze, voor nieuwe vormen van stedelijke planning. Deze ‘bottom-up planning’ achtte men ook in Japan noodzakelijk omdat men wel doorhad dat centralistische overheidsplanning, zeker die vanuit het regeringscentrum, niet meer werkt. Wereldwijd is een zoektocht gestart naar nieuwe vormen van stedelijke planning die veel opener en lokaler is, duurzamer en veerkrachtig dan de ons vertrouwde. Maar volgens iemand als Martin Jacques zal er niets veranderen. In ‘When China Rules the World’ (2009) schrijft deze Britse historicus: “Indeed, unlike Western democracies, it is extremely doubtful whether in practice Japan gives primacy to the idea of popular sovereignty. On the contrary, as in China, another Confucian society, state sovereignty rather than popular sovereignty is predominant.” In de brochures die ik meekreeg las ik dat de enorme bestaande voorraad woningen en kantoren in Japan dringend moet worden geherstructureerd, duurzaam gemaakt en dat rekening moest worden gehouden met frequente natuurrampen en milieuproblemen; Kobe en Fukushima werden in dat verband expliciet genoemd. Ondanks de vele bloesembomen die de afbeeldingen domineerden zag ik ook iets als een land dat de realiteit onder ogen ziet.

Tagged with:
 

Reality check

On 12 november 2012, in participatie, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 14 juli 2012:

De belangstelling voor experimenten met open planning bleek in Taipei opvallend groot. Ik had dat niet verwacht. Het leek in verband te staan met het geringe vertrouwen in de Taiwanese politiek. Voortdurende regeringswisselingen hebben op het eiland voor de Chinese kust het vertrouwen van de bevolking in haar leiders ondergraven; een stabiele politieke koers ontbreekt. De massale protesten tegen de arrogantie van de regerende Kwo Min Tang-partij, die het had gewaagd haar nieuwe hoofdkantoor op te trekken recht tegenover het presidentieel paleis, lagen bovendien nog vers in het geheugen. Datzelfde ongenoegen proefde ik helemaal aan de andere kant van de wereld, in IJsland. Na de val van de IJslandse banken was daar op het koude eiland het vertrouwen in de politiek eveneens tot het nulpunt gedaald. Gudjon Mar Gudjonsson, planoloog te Reykjavik, vertelde me erover toen hij laatst in Amsterdam zijn opwachting maakte tijdens het congres van Fabrique de la Cité over participatieve planning. Lokale experimenten met open planning bleken ook in Reykjavik buitengewoon succesvol. De politiek stond ze niet meer in de weg.

In de Volkskrant was afgelopen zomer een reportage gepubliceerd over de situatie in IJsland, vier jaar na de bankencrisis die het land ongenadig trof. Precies in lijn met het verhaal van Gudjonsson verhaalde Mariken Smit daarin over hoe de IJslandse bevolking de politiek aan de kant had geschoven. “De IJslanders lijken na de crisis het heft het liefst in eigen hand te nemen. Ze beseffen dat ze zich deels in slaap hebben laten sussen door mooie verhalen van politici en bankiers.” Premier Geir Haarde werd voor het gerecht gebracht en schuldig bevonden. Er kwam een nieuwe grondwet. Smit beschrijft hoe burgers sindsdien in platforms bij elkaar komen en zelf regelingen verzinnen voor de huizenmarkt, de gezondheidszorg en economische structuur. Investeerder Sigurjónsson: “Als de overheid het niet doet, doen we het zelf. We nodigen parlementariërs en bankiers ook uit om te komen luisteren. Het voelt goed om een actief burger te zijn.” Journalist Jónsdottir: “IJsland is herboren. De crisis was een reality check. We zijn weer terug bij de basis.” Open planning dus. IJsland laat zien dat het werkt. Jammer alleen dat er eerst koppen moeten rollen.

Tagged with: