Fijnstof

On 18 maart 2014, in duurzaamheid, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 14 maart 2014:

Niet alleen in de Nederlandse steden worden verkiezingen gehouden. Het stemmen gebeurt binnenkort ook in Parijs. Twee recente berichten over de Franse hoofdstad: ‘Gratis openbaar vervoer Parijs na extreme luchtvervuiling’ en ‘De nieuwe burgemeester wordt zeker een vrouw’. Om met het laatste te beginnen: in de strijd om het burgemeesterschap van Parijs strijden vooral twee vrouwen. Het zijn Nathalie Kosciusko-Morizot  alias NKM (40) en Anne Hidalgo (54). De ene is oud-milieuminister, de ander socialistische wethouder van Parijs. Anders dan in Nederland draait de verkiezingsstrijd in Parijs om echte grote kwesties: woningnood, veiligheid en verkeerscongestie. Hidalgo lijkt te gaan winnen. Ondertussen kampt Parijs met de ergste luchtvervuiling ooit. Door het zonnige weer, de warme dagen en de koude nachten met weinig wind is de hoeveelheid fijnstofdeeltjes in de lucht boven Parijs tot levensgevaarlijke proporties toegenomen. Boosdoener zijn vooral de auto’s met hun dieselmotoren. Al enige jaren voert Parijs een streng beleid om auto’s uit de stad te weren. Naar nu blijkt tevergeefs.

Zittend burgemeester Delanoë en zijn wethouder Hidalgo hebben afgelopen week het deelfietsensysteem ‘Vélib’ gratis gemaakt. Ook het elektrische programma ‘Autolib’ is tijdelijk kosteloos voor de bewoners. Op de Périphérique – de rondweg om Parijs – is de maximum snelheid verlaagd naar 60 kilometer per uur. Voorts kunnen de inwoners van Groot-Parijs drie dagen lang gratis gebruik maken van alle openbaar vervoer. Want minder dan de helft van de Parijzenaars heeft een auto: het zijn de forensen van buiten die de stad belagen met hun met dieselmotoren gewapende voertuigen. Het zijn drastische maatregelen, maar ze geven aan wat de autoriteiten eigenlijk zouden moeten doen om de lucht boven miljoenenstad Parijs schoon te krijgen: het autoverkeer nog veel drastischer terugdringen, het fietsen actiever bevorderen en het openbaar vervoer meer stimuleren door het (bijna) kosteloos te maken. Hun maatregelen tot nog toe schoten te kort. Het vraagstuk van de schone lucht zal zeker de inzet worden van de lokale verkiezingsstrijd. Wie er gaat winnen weten we niet. Dat een vrouw het schone werk zal moeten doen is wel duidelijk. Alles draait om duurzaamheid. En het gebeurt dus in metropolen.

Tagged with:
 

Mondriaan

On 13 maart 2014, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 31 januari 2014:

Op een gegeven moment ging Piet Mondriaan, geboren in Amersfoort, abstract schilderen. Wanneer precies? En waar? Het kubisme van Mondriaan is onderwerp van een tentoonstelling in het Gemeentemuseum te Den Haag. Uit de recensies van de tentoonstelling maak ik op dat Mondriaan voor het eerst kubistische schilderijen zag in Amsterdam, eind 1911, op de bovenverdieping van het Stedelijk Museum, toen daar de Amsterdamse Moderne Kunstkring een tentoonstelling aan Franse moderne meesters wijdde. "Eerst was er een tentoonstelling in de Amsterdamse Moderne Kunstkring. Daar zag hij het werk van de peetvader van het kubisme, Cézanne, en de kroonprinsen, Picasso en Braque. Vervolgens was er een reis naar Parijs. Daar bezocht hij de Salon des Indépendants. Tenslotte, in 1912, verliet Mondriaan Amsterdam en verloofde en vestigde zich voor onbepaalde tijd in datzelfde Parijs." Eerst Amsterdam dus, toen Parijs.

In ‘Mondriaan. Tekeningen’ (1981) lees ik dat de schilderwijze van Mondriaan al eind 1910 een belangrijke wijziging onderging; de gehele organisatie van het vlak wordt dan belangrijk. Eind 1911 was er inderdaad de tentoonstelling in Amsterdam, die ook werk van zijn hand bevatte en die hij mede hielp organiseren. De oprichters van de Moderne Kunstkring wilden een Amsterdamse internationale salon maken naar het voorbeeld van de Parijse Salon d’Automne. Kort daarvoor exposeerde Mondriaan een doek van zijn hand in Parijs op de Salon des Indépendants, en begin 1912, direct na de tentoonstelling in Amsterdam, verhuisde hij naar de Franse hoofdstad. Voor onbepaalde tijd? Nee hoor. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verliet hij ijlings weer Parijs en woonde en werkte hij in Domburg, in Laren, waar hij Bart van der Leck leerde kennen, en vooral in Amsterdam. In 1915 ontmoette hij daar de luidruchtige Theo van Doesburg, die in de Johannes Verhulststraat woonde. Zijn echte abstracte werken schilderde hij vanaf 1917, om ze in 1919 in Amsterdam te exposeren. Pas in juni 1919 keerde hij weer terug naar Parijs. Over die cruciale Amsterdamse jaren van Mondriaan was onlangs in het Amsterdam Museum een fraaie tentoonstelling te zien. Toch heet de tentoonstelling in het Haagse Gemeentemuseum ‘Mondriaan en het kubisme: Parijs 1912-1914′.

Tagged with:
 

Stedelijke democratie

On 3 februari 2014, in bestuur, geschiedenis, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Love and Capital’ (2011) van Mary Gabriel:

In haar biografie van Karl Marx vormt de Parijse Commune van 1871 een soort hoogtepunt. Op 1 maart waren de Pruisen de stad binnengetrokken na een maandenlange belegering, als definitieve overwinnaars. De Franse keizer Napoleon III – uitlokker van de oorlog – was daarop gevlucht. Parijs ging vervolgens ondergronds, om zich, na een maandenlange hongertijd, op de strijd voor te bereiden. Op 26 maart kiezen de inwoners hun eigen regering. Ruim tweehonderdduizend inwoners verzamelen zich de volgende dag voor het stadhuis om hun nieuwe, democratisch gekozen bestuur toe te juichen. Daar klinkt het: ‘Vive la Commune!’. De Franse regering verschool zich ondertussen in Bordeaux. Die proclameerde begin maart herstelbetalingen aan de Pruisische schuldeiser, waarvoor ze de uitgeputte Parijse bevolking keihard aansloeg. In die gemoedstoestand koos deze dus haar eigen regering.

Op 1 april opent de Franse regering het vuur op de burgers van Parijs. Parijs slaat terug. Gabriel omschrijft de Commune die vanaf 3 april volgt als één groot carnaval. Begin mei is het weer schitterend; terwijl op de achtergrond kanongebulder klinkt, eten en drinken de Parijzenaars op de Place de la Bastille een week lang hun buiken vol. Op 16 mei organiseert de schilder Gustave Courbet, lid van de door Parijs zelfgekozen regering, op het zonovergoten Place Vendome een groot feest; daar wordt het standbeeld van Napoleon met zuil en al van zijn sokkel getrokken. Op 21 mei volgt een groot concert in de Tuileries waaraan duizenden gewone mensen deelnemen. Die avond echter trekken de Franse regeringstroepen de metropool binnen en openen het vuur. Vijf dagen lang woedt er een burgeroorlog. Het Parijs van Haussmann staat in lichterlaaie. Het experiment van het Parijse zelfbestuur wordt in de kiem gesmoord. Marx, die het Commune experiment aanvankelijk maar foolish vond, raakte allengs enthousiaster. Ofschoon het nog ver afstond van zijn ‘dictatuur van het proletariaat’, zag hij in Parijs een stad die zichzelf voor het eerst werkelijk democratisch, van onderop, bestuurde. Terwijl ik de Commune altijd had vereenzelvigd met een bloedige strijd, blijkt ze zelf in werkelijkheid een vroege oefening in lokale democratie die echter nog geen twee maanden duurde.

Tagged with:
 

A perpetual fair

On 3 januari 2014, in geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Love and Capital’ (2011) van Mary Gabriel:

‘Lui’ was de bijnaam van Louis Napoleon, de latere Napoleon III. In 1849 kwam hij over uit Londen om de Franse troon te bestijgen. Parijs was in een ware revolutiestemming en die hete zomer werd de hectische metropool opnieuw bezocht door een hevige cholera-aanval. Karl Marx en zijn vrouw, die Parijs ‘de stad der steden’ noemde, kregen in een kennelijke poging om orde op zaken te stellen het bevel om de Franse hoofdstad binnen vierentwintig uur te verlaten. De Duitse revolutionair Marx vertrok daarop naar Londen. Even later stelde het reactionaire Franse staatshoofd Georges-Eugène Haussmann aan als prefect met de opdracht de onrustige hoofdstad opnieuw ruimtelijk in te richten. Zijn grondige stedelijke herstructurering, tevens ongekende stadverfraaiing, leidde, bedoeld of onbedoeld, tot enorme prijsstijgingen, waardoor veel Parijse paupers in tien jaar tijd de stad uit verdreven werden. Dit zette kwaad bloed, waardoor vanaf 1860 eerst regelmatig studentenrevoltes uitbraken, die uiteindelijk leidden tot de bloedige Parijse Commune van 1871, met als gevolg de vlucht van Napoleon en, even eerder al, zijn stedenbouwkundige Haussmann.

In ‘Love and Capital’ beschrijft Mary Gabriel fraai hoe Marx zijn door ziekte en ouderdom verzwakte vrouw mee op reis neemt naar het vernieuwde Parijs nadat zij hem had toevertrouwd het resultaat van Haussmann’s inspanningen te willen zien. In 1881, na tweeëndertig jaar, arriveren ze dan eindelijk weer in hun geliefde, maar nu totaal getransformeerde Parijs. Gabriel: “They rode in an open carriage along boulevards that had not existed in 1849, past what Marx called a perpetual fair in all its colorful glory.” Waaraan Gabriel toevoegt: “Next to gray, gray London, Paris was a carnival.”  Ze drinken koffie op een terrasje en genieten van de onmiskenbaar Franse straatleven. “For a moment, Marx and Jenny may have even imagined themselves young again, he the fiery black-haired philosopher turned revolutionary, she the belle of Trier, both eager to challenge the world.” In werkelijkheid waren ze twee oude mensen (Karl 65 jaar, Jenny 69 jaar), onherkenbaar te midden van de vele duizenden jongeren op straat: hij, de schrijver van ‘Das Kapital’, zij, de moeder van zeven kinderen waarvan vier tijdens het schrijven waren gestorven.

Tagged with:
 

In Brussels and beyond

On 24 december 2013, in boeken, filosofie, geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Love and Capital’ (2011) van Mary Gabriel:

Wat ik met de kerstdagen zoal lees? ‘Love and Capital. Karl and Jenny Marx and the Birth of a Revolution’, geschreven door Mary Gabriel. Ik kan me geen beter boek voor de donkere feestdagen toewensen. Het speelt in de negentiende eeuw, het leest als een heuse Charles Dickens, het gaat over het leven van Karl Marx, maar dan bezien vanuit het gezichtspunt van zijn vrouw, Jenny von Westphalen. Het is een geschiedenis van een grote liefde die de dood van liefst vier kinderen doorstaat, maar het gaat ook over de intellectuele krachttoer die uiteindelijk leidt tot het schrijven van ‘Das Kapital’ en natuurlijk over een tijdperk van bloedige revoluties die er uiteindelijk toe leidt dat gewone mensen zeggenschap krijgen over hun omgeving. Bovenal is het een boek over de geschiedenis van de negentiende eeuwse metropolen van Europa. Ze prijken alle pontificaal in de inhoudsopgave: Parijs, Londen, Berlijn, Manchester, Brussel en Keulen. Wie van steden houdt kan er niet genoeg van krijgen.

Mooi is hoe Gabriel, die redacteur is bij Reuters in Washington en Londen, de verschillende steden typeert. Het beeld dat zij van het negentiende eeuwse Parijs schetst is misschien wel het meest huiveringwekkend, vooral hoe de enorme stad erbij ligt na de contrarevolutie van zomer 1848 (“Paris bathed in blood”), laat staan na de gruwelijke Parijse Commune van 1871. Je waant je in de voetsporen van Friedrich Engels, die de hoofdstad direct na de totale lamlegging bezoekt. Marx zit dan in Keulen, waar hij de opstand op de voet volgt en deze voor de ‘Neue Rheinische Zeitung’ verslaat. En dan is er het verslag van het bezoek van de jonge Marx en Engels aan Manchester, in 1845. Ze verbleven er anderhalve maand. In dit ‘laboratorium van de industriële wereld’ aanschouwden ze het pure kapitalisme: “Even from a distance, the sprawling marketplace looked and smelled like hell on earth: row upon row of stalls were lit by the smoky red flame of grease lamps, and all that was on offer was the rotting produce and spoiled offal that had been rejected by more prosperous shoppers earlier in the day. Mired in a carpet of mud and swill, it was yet another hideous reminder of the depths to which those who lived in these districts had sunk.” Op elke honderdtwintig mensen was er hooguit één wc in de stad, er waren geen kleuren in het straatbeeld te bekennen, handschoenen, hoeden, petten en sokken ontbraken, mensen droegen eenvoudig papier op hun hoofd tegen de regen. Zelfs schoenen waren een uitzondering; de meeste mannen, vrouwen en kinderen liepen het hele jaar op blote voeten rond. Mensen waren door de machines gedegradeerd tot lompenproletariaat. “The pair returned to Belgium fired up with ideas for radicalizing the workingman in Brussels and beyond.”

Tagged with:
 

Souvenirs, kauwgom, condooms

On 2 september 2013, in openbare ruimte, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 19 april 2013:

Wie kent ze niet? De gedistingeerde groene krantenkiosken van Parijs. De eerste moderne kiosk opende zijn luiken op 15 augustus 1857, ergens tussen République en Opéra. Daarna volgden er vele, alle volgens een uniform ontwerp. Ze waren bedoeld om moderne kranten in te verkopen. Ze hoorden bij de enorme stedelijke herstructureringsoperatie van baron Haussmann, die niet alleen de aanleg van boulevards omvatte, maar ook de aankleding van deze boulevards met straatverlichting, boombeplanting, parken, bankjes en kiosken. De prefect van Parijs, tevens directeur stadsontwikkeling, wilde met de kiosken een einde maken aan de wildgroei van rommelige krantenstalletjes op straat. Parijs kent tegenwoordig 340 kiosken, verdeeld over twintig arrondissementen. Honderd jaar geleden waren dat er nog 400. De helft van alle kranten wordt in Parijs in kiosken verkocht. Dit nieuws las ik onlangs in NRC Handelsblad.

Door de terugloop in de krantenoplages worden nu de Parijse kiosken in hun voortbestaan bedreigd. De afgelopen drie jaar daalde de krantenverkoop met niet minder dan 40 procent. De Parijzenaars houden van hun kiosken. Ze vinden de stalletjes even karakteristiek voor hun stad als de Eiffeltoren. De gemeente besloot daarop de salarissen van de kioskhouders te subsidiëren, maar desondanks daalde hun inkomen tot onder het minimumloon. In 2005 besteedde de gemeente het beheer van de kiosken uit aan het bedrijf MediaKiosk, waarin krantenuitgevers als Le Monde en Le Figaro minderheidsaandelen hebben. Er werden afspraken gemaakt aan de uitbreiding en vernieuwing van de kiosken. Het mocht allemaal niet baten. De laatste kans voor de kiosken lijkt nu de verkoop van branchevreemde producten, zoals souvenirs, zakdoekjes, kauwgom en condooms. Is het werkelijk? Het lijkt de Albert Cuyp markt wel. Kunnen gemeente en MediaKiosk niet iets spannenders verzinnen?

Tagged with:
 

Impasse

On 25 juni 2013, in regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Renouveler durablement un territoire fragmenté’ (2009):

De uitkomsten van de masterclass stedenbouw Parijs, georganiseerd door de Dienst Ruimtelijke Ordening van de gemeente Amsterdam, zouden eens vergeleken moeten worden met het werk van de vijf Franse teams die in 2009 aan hetzelfde deelgebied van de Parijse metropool hebben gewerkt: atelier Castro, groupe Descartes, Jean Nouvel, Atelier Portzamparc en Studio 09 (Bernardo Secchi). In ‘Renouveler durablement un territoire fragmenté’ zijn de resultaten van die eerdere ontwerpactiviteit opgenomen. De zuidoostkant van Parijs wordt erin opgevat als de toegangspoort en strategische reserve van Groot-Parijs. Het openbaar vervoersysteem gecombineerd met een aanpak van risico’s en overlast door de grote bedrijven en infrastructuren – vliegveld Orly, voedselcentrum Rungis – worden bepalend genoemd voor het succes van het gebied. In het gebied wonen circa 300.000 mensen. De ontwerpen voor het gebied van de vijf teams ogen alle even schitterend. In het voorwoord bij de publicatie waarschuwde directeur-generaal Jacques Touchefeu van EPA echter: “Il s’agit de sujets incroyablement complexes.” 

Op 8 december 2009 bespraken de bestuurders de ontwerpen van de vijf Franse teams tijdens een symposium in Vitry-sur-Seine. De eerste ronde ging over het stroomdal van de Seine, de tweede over het plateau met Orly en Rungis. Na de ontwerpers te hebben aangehoord pleitten de burgemeesters van de inliggende gemeenten voor de bekende weg: de dorpen en steden langs de Seine hadden de afgelopen jaren veel bevolking verloren; er moeten daarom meer woningen worden gebouwd, ook al dreigt de Seine te overstromen. Verder wilden ze de logistieke bedrijven in de regio behouden, ook al veroorzaken die veel overlast. De voorzitter van de provincie Val de Marne, Christian Favier, vond dat de plannen niet buiten de bevolking om mochten worden uitgevoerd. ‘Nous avons besoin d’un véritable débat public, qui associe plus largement les populations à toutes ces questions.” En de vervangend voorzitter van Ile de France, mevrouw Mireille Ferri, debiteerde: “Il n’y a aucune préconisation qui tienne sans mobilisation et implication de tous.” Alleen Michel Camux, prefect van Val de Marne, maande de aanwezigen tot onmiddellijke actie. Beluisterde ik hier een impasse?

Tagged with:
 

Voorbeeldige planning

On 24 juni 2013, in regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord op 22 juni 2013 in Amsterdam:

ORSA staat voor: Orly Rungis Seine Amont. Bedoeld wordt de zuidoostkant van de Parijse metropool, een uitgestrekt industrieel gebied langs de oevers van de Seine, waar zich in het westen vliegveld Orly op een naast het rivierdal gelegen plateau bevindt en in het oosten de ‘ville nouvelle’ Créteil. ORSA vormde ook het studiegebied tijdens de laatste Masterclass Stedenbouw, georganiseerd door de Dienst Ruimtelijke Ordening van de gemeente Amsterdam. Master was ditmaal Maurits de Hoog, stedenbouwkundige bij diezelfde DRO. Afgelopen zaterdag vonden bij architectuurcentrum ARCAM de eindpresentaties plaats van de deelnemers, afkomstig uit de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, de provincie Noord-Holland en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Hun presentaties besloegen drie deelgebieden: de vallei, het grid en het plateau. Aan de orde kwamen het overstromingsgevaar rond de Seine, de dominantie van de auto-infrastructuur, de geluidsoverlast van de luchthaven, het isolement van de dorpen en steden, het gebrek aan groen en ontspanning. Willem Salet, hoogleraar planologie aan de Universiteit van Amsterdam, Paul Lecroart, stedenbouwkundige bij de L’IAU van Ile de France, en ondergetekende gaven commentaar. Alles bij elkaar een boeiende middag.

Het gedane werk bleek niet vergeefs. In 2007 hadden de Franse staat, de provincie Val de Marne, de regio Ile de France en de twaalf inliggende gemeenten besloten tot een gezamenlijke aanpak van de ruimtelijk-economische problemen in de arme industriële zone aan de zuidoostkant van Parijs, dat zij ORSA doopten. Twee jaar later kwam het regionale masterplan gereed. Vijf Franse teams tekenden in 2009 ontwerpen voor datzelfde ORSA in het kader van ‘Grand Paris’. Vervolgens werd een gezamenlijke organisatie opgericht die de voorstellen projectgewijs moest gaan uitvoeren: EPA ORSA. Tijdens de masterclass werd aangedrongen op een andere werkwijze van EPA. De Nederlanders vonden de Franse aanpak te projectmatig, te uitvoeringsgericht, teveel top-down voor zo’n groot gebied met zoveel complexe vraagstukken. Ook al werkten de verschillende bestuurslagen samen in regionaal verband, men betwijfelde of dit ooit ging werken. Niet dat er geen structurele ingrepen in het gebied moeten worden gepleegd, het probleem schuilt veeleer in het feit dat de organisatie nu op sommige plekken van bovenaf tot in detail intervenieert, terwijl elders niets lijkt te gebeuren. Het vallei-team stelde daarom voor EPA alleen in te zetten voor het opruimen van emplacementen en het verleggen en verhogen van de vele spoorlijnen in het gebied, waarna de rest bottom-up, dus samen met de bevolking, kan worden georganiseerd. Zo’n open werkwijze leek haar geschikter en kon ook tot interessantere uitkomsten leiden. Een goede vraag: wanneer is het werkelijk noodzakelijk om van bovenaf te interveniëren?

Tagged with:
 

Not forget the audience

On 28 mei 2013, in participatie, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Flagship Developments’ (2011) van de Vereniging Deltametropool:

Kreeg een verslag in handen van een bijeenkomst in november 2011 op de Universiteit van Amsterdam over ‘flagship developments’. Paul Lecroart, werkzaam als stedenbouwkundige bij de Institut d’Amenagement du territoire et d’Urbanisme van Ile-de-France, deelde tijdens die bijeenkomst zijn ervaringen met grote binnenstedelijke projecten in Parijs, zoals Plaine Saint-Denis, La Défense, Grand Paris Express en Paris Métropole. Ook betrok hij een aantal grote projecten in Hamburg (Sprong over de Elbe), Londen (Olympisch Park) en Seoul (Cheonggyecheon) in zijn beschouwingen. Hij trok er lessen uit. Lessen die Lecroart deelde waren bijvoorbeeld het inzicht dat openbare ruimte veel belangrijker is dan we vaak denken, dat verbindingen tussen nieuwe ontwikkelingen en bestaande centra belangrijk is, dat het dikwijls moeilijk is politieke en bestuurlijke aandacht voor grote projecten lang vast te houden, dat het soms beter is grote projecten in kleine stukken op te knippen, dat grote projecten elkaar niet moeten beconcurreren, dat instrumenten en instituties goed moeten worden gecoördineerd. Aansluitend was er een expertmeeting over de Amsterdamse Zuidas.

Opvallend in het verslag vond ik hoe er over de betrokkenheid van de bevolking bij deze ‘flagship developments’ werd gesproken. Na zijn lessen te hebben gedeeld zei Lecroart: “Besides this, it is also important to not forget the audience: many projects are not people-oriented or simply disregard the public realm where the inhabitants live, and this can lead to many social, cultural and political problems.” Daarvoor moest tijd worden uitgetrokken, zei hij, want de bevolking betrekken bij de plannen kost nu eenmaal tijd. De werkelijke omkering – namelijk dat de bevolking de sleutel is voor de ontwikkeling van goede projecten, dat experts deze ‘collectieve intelligentie’ voortdurend moeten aanboren en dat dit juist enorme tijdwinst zal opleveren – had hij nog niet gemaakt. De inwoners en gebruikers van de stad waren in zijn ogen nog altijd toeschouwers (audience), hoogstens een klantenpanel dat door experts en bestuurders moet worden gehoord. Zonder het te beseffen plaatste de expert zich op een voetstuk. Of was hij bang dat flagship developments bij al te grote betrokkenheid gevaar zullen lopen? Dan maar liever doormodderen in eigen kring.

Tagged with:
 

Un reve formidable

On 14 mei 2013, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in Le Monde van 20 april 2013:

Vier jaar geleden lanceerde de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy met veel bombarie het project ‘Grand Paris’. Vijftien architecten van wereldfaam ontwikkelden op zijn verzoek in een paar maanden tijd ruimtelijke ideeën voor Groot-Parijs. Onder hen bevond zich Winy Maas van het Rotterdamse bureau MVRDV. Op vrijdag 19 april jongstleden kwamen de architecten opnieuw bijeen in Palais de Tokyo, waar destijds ook de tentoonstelling van plannen en projecten was gehouden. Initiatiefnemer was het AIGP, het Atelier International du Grand Paris. De opzet: opnieuw het uitspreken van de ambitie om 70.000 woningen per jaar te bouwen in de Franse metropool. De meeste architecten hadden destijds voor de stedelijke periferie als de plek gekozen voor die woningbouw. Alleen Winy Maas, Roland Castro, Richard Rogers en Elisabeth de Portzamparc hadden voor verdichting van het historische centrum geopteerd. In Le Monde verscheen van de bijeenkomst een verslag.

Alle architecten bleken achteraf zwaar teleurgesteld in de uitkomsten tot nu toe. Vier jaar na de competitie, stelden ze vast, was er nog altijd weinig gebeurd. Christian de Portzamparc meende dat alleen politieke besluiten waren genomen over de bouw van een nieuwe metrolijn. Er moest, stelde hij, nu ook iets bovengronds gebeuren. Jean Nouvel bespeurde een politieke coup, waarbij de president zijn hoofd had gebogen voor de oud-staatssecretaris voor Groot-Parijs, Christian Blanc. Stedenbouwkundige Michel Cantal-Dupart sprak zelfs van een farce. “Les architectes sont les cocus (bedrogen echtgenoten, ZH) du Grand Paris.” En Roland Castro verwoordde zijn teleurstelling aldus: “Il y avait un reve formidable. Il a disparu.” De journalist van Le Monde, Beatrice Jérome, tekende alle teleurgestelde reacties op. De heren en dames architecten hadden het zo goed voorgehad met Parijs. “Si elles restent volontiers agitateurs de concepts et pourvoyeurs d’études dans le cadre de l’AIGP, les quinze équipes attendent toutefois avec impatience que le gouvernement se penche enfin sur leurs idées.” Alsof ruimtelijke planning bestaat uit het al of niet accepteren van een paar ideeën van een stelletje geniale architecten. Wie is hier nu teleurgesteld? Tot zover dit bericht uit het land van Le Corbusier.

Tagged with: