Street life

On 30 januari 2014, in openbare ruimte, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Times van 17 januari 2014:

 

Keith Hampton, verbonden aan Rutgers University, had een briljant idee. Hij besloot de publieke ruimtes die de socioloog William Whyte in 1975 met zijn filmische ‘Street Life Project’ op slag wereldberoemd hadden gemaakt opnieuw te filmen. Dat meldde laatst The New York Times. Hampton ging terug naar plekken als Briant Park, direct achter de New York Public Library, maar ook naar pleinen en straten in Los Angeles, Philadelphia en Boston. Whyte had hier destijds met een super-8 camera vanaf een hoog standpunt de mensen op straat gefilmd. Zijn camera werkte met een digitale klok: elke 10 seconde volgde een filmshot. Zo was Whyte in staat geweest het gedrag van mensen in de publieke ruimte in New York en andere Amerikaanse steden gedurende de dag vast te leggen en wetenschappelijk te observeren. Van zijn ‘The Social Life of Small Urban Spaces’ (1980) heb ik nog altijd een exemplaar. Hampton deed het opnieuw. Hij wilde weten of in de kleine veertig jaar die sindsdien verstreken het gedrag van mensen in diezelfde openbare ruimte ook is veranderd. Dat blijkt inderdaad het geval.

Hampton meende dat stedelingen in 2013 eenzamer zouden zijn dan in 1975, meer in zichzelf gekeerd, druk in de weer met hun mobieltjes, ear phones en laptops. Dat bleek niet het geval. Gemiddeld slechts 3 procent van de wandelaars stond te bellen, te gamen of te mailen op straat; de meesten leken dit te doen in afwachting van de komst van iemand met wie ze een afspraak hadden. Het sociale verkeer op straat bleek juist veel intenser, wat Hampton deels verklaart uit de mobiele technologie die meer ontmoetingen in de publieke ruimte lijkt uit te lokken. “Technology is not driving us apart.” Technologie verbindt juist mensen. Opvallend was ook de toegenomen drukte op straat in het algemeen, op alle plekken die Hampton opnieuw had onderzocht. En het meest verrassende was wel dat vooral het aandeel vrouwen in de publieke ruimte sterk was toegenomen. Vrouwen bleven in 1975 nog overwegend thuis, bij de kinderen, je zag ze bijna niet op straat (alleen in winkelstraten.) Tegenwoordig domineren ze overal de stedelijke publieke ruimte. Ze eten, drinken, wandelen, ontmoeten elkaar. De stedelijke publieke ruimte, concludeert Hampton, is door de emancipatie van vrouwen publieker en socialer geworden.

Tagged with:
 

Souvenirs, kauwgom, condooms

On 2 september 2013, in openbare ruimte, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 19 april 2013:

Wie kent ze niet? De gedistingeerde groene krantenkiosken van Parijs. De eerste moderne kiosk opende zijn luiken op 15 augustus 1857, ergens tussen République en Opéra. Daarna volgden er vele, alle volgens een uniform ontwerp. Ze waren bedoeld om moderne kranten in te verkopen. Ze hoorden bij de enorme stedelijke herstructureringsoperatie van baron Haussmann, die niet alleen de aanleg van boulevards omvatte, maar ook de aankleding van deze boulevards met straatverlichting, boombeplanting, parken, bankjes en kiosken. De prefect van Parijs, tevens directeur stadsontwikkeling, wilde met de kiosken een einde maken aan de wildgroei van rommelige krantenstalletjes op straat. Parijs kent tegenwoordig 340 kiosken, verdeeld over twintig arrondissementen. Honderd jaar geleden waren dat er nog 400. De helft van alle kranten wordt in Parijs in kiosken verkocht. Dit nieuws las ik onlangs in NRC Handelsblad.

Door de terugloop in de krantenoplages worden nu de Parijse kiosken in hun voortbestaan bedreigd. De afgelopen drie jaar daalde de krantenverkoop met niet minder dan 40 procent. De Parijzenaars houden van hun kiosken. Ze vinden de stalletjes even karakteristiek voor hun stad als de Eiffeltoren. De gemeente besloot daarop de salarissen van de kioskhouders te subsidiëren, maar desondanks daalde hun inkomen tot onder het minimumloon. In 2005 besteedde de gemeente het beheer van de kiosken uit aan het bedrijf MediaKiosk, waarin krantenuitgevers als Le Monde en Le Figaro minderheidsaandelen hebben. Er werden afspraken gemaakt aan de uitbreiding en vernieuwing van de kiosken. Het mocht allemaal niet baten. De laatste kans voor de kiosken lijkt nu de verkoop van branchevreemde producten, zoals souvenirs, zakdoekjes, kauwgom en condooms. Is het werkelijk? Het lijkt de Albert Cuyp markt wel. Kunnen gemeente en MediaKiosk niet iets spannenders verzinnen?

Tagged with:
 

African Queen, Rosy Dimple

On 25 mei 2012, in participatie, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 23 mei 2012:

Afgelopen dinsdagmiddag plantten vele enthousiaste vrijwilligers honderden zomerbloeiers in de spoorberm bij station Bullewijk in Amsterdam Zuidoost. Een mooie foto van Klaas Fopma stond afgelopen woensdagavond in Het Parool. De strook waar het om gaat bevindt zich aan de rand van Amstel III, het grote kantorengebied aan de spoorlijn naar Utrecht. Initiatiefnemer is Saskia Beers, ondernemer en eigenaar van Glamourmanifest. Met haar onderneming wil ze – van huis uit architecte – de transformatie van de leegstaande kantoren in het werkgebied een impuls geven. De leliebollen – met namen als African Queen, Rosy Dimple, Pearl Loraine – waren afkomstig van Lily Company uit Andijk en de stichting Seed Valley in Noord-Holland Noord. De grond werd vooraf licht geprepareerd door de gemeente; daarna konden de vrijwilligers hun gang gaan. Het vrolijke plantfestijn werd afgesloten met het drinken van champagne. Komende zomer zullen de bermen langs het spoor fraai in bloei staan met lelies uit Noord-Holland. Op deze manier is op een bijna guerilla-achtige wijze inhoud gegeven aan wat mensen straks kunnen verwachten van Floriade 2022, als de Nederlandse Tuinbouwraad dit najaar tenminste kiest voor Amsterdam als toekomstige locatie. Het betreft een unieke samenwerking tussen ondernemers uit de Nederlandse tuinbouwsector en prettig gestoorde stedelingen. Stad en land weer verenigd.

Wat Beers doet is natuurlijk gewoon ondernemen. Ze makelt tussen ontwikkelaars, gebruikers en pandeigenaren om transformatie in leeg vastgoed op gang te brengen. Daaraan hoopt ze een centje te verdienen. De wijze waarop ze dat doet grenst echter aan kunst, want niet alleen de spontane plantactie van afgelopen dinsdag, maar ook het voordragen van gedichten door poetry pusher Justin Samgar tijdens Nationale Gedichtendag met megafoon voor de ingang van metrostation Bullewijk en het verspreiden van liefst honderd goudgekleurde tuinkabouters over het kantorengebied (“Handje nodig hier?”) waren eerder ook al haar initiatief. Steeds laat ze haar artistieke acties vergezeld  gaan van het drinken van champagne, want zakendoen is ook een beetje feestvieren. Vandaar Glamourmanifest. Beers laat zien hoe de nieuwe planning in zijn werk gaat: verbinden en ondernemen, maar ook inspireren, mensen aan het denken zetten en activeren. Beers werkt daarin nauw samen met de gemeente. Haar werk is door en door sociaal. Ze gebruikt de openbare ruimte om veranderingen op gang te brengen. Haar doel met Zuidoost is het maken van een mooi gemengd woon-werkgebied. Ze kan goed improviseren. Allemaal kenmerken van de nieuwe open planning. Volgen dus die vrouw!

Doorrijden!

On 16 mei 2012, in infrastructuur, openbare ruimte, by Zef Hemel

Gelezen in Le Monde van 14 april 2012:

De wetenschappers uit Parijs met wie ik in Washington DC de woning deelde, zaten er vol van. Uiteraard had hun opwinding te maken met de Franse verkiezingskoorts aan de vooravond van de presidentsverkiezingen die later door Francois Hollande zouden worden gewonnen. Het betrof het plan van burgemeester Delanoë om de kades in de binnenstad van Parijs over een lengte van twee kilometer autovrij te maken. Delanoë, de bedenker van ‘Paris Plage’, had het idee op woensdag 14 april 2012 gelanceerd. Binnen twee jaar wil hij het verkeer over de linkeroever verwijderen en over de rechteroever sterk reduceren. Het gaat om een gebied van 15 hectare, waarvan 4,5 hectare helemaal zal toevallen aan de voetganger. Doel: de stedelijke luchtkwaliteit verbeteren en de openbare ruimte aantrekkelijker maken. Kosten: 40 miljoen euro. Ik begreep dat de presidentskandidaten zich erop hadden gestort, met felle voor- en tegenstanders. Op rechts was men uiteraard fel tegen, op links juist voor. L’APUR, het ontwerpbureau van de gemeente, had enkele impressies getekend van hoe de autoloze kades – de berges – eruit zouden kunnen zien. APUR had ook kunstmatige eilanden in de Seine getekend ter hoogte van de Eiffeltoren, met paviljoens erop en uitspanningen, deze waren onderling verbonden door bruggen. “Organisées autour de plusieurs pôles, dont la culture, le sport et la nature, ces nouvelles berges devraient aussi laisser une place aux espaces dédiés à la nuit," aldus de Parijse burgemeester.

Mijn Franse vrienden gruwden van het hele idee. Ze vreesden dat de binnenstad van Parijs nog meer uitgeleverd zal worden aan de toeristen. Vooral de eilanden met vermaak in de Seine stuitten hen tegen de borst. Daar gaat, voorspelden ze, Parijs later enorme spijt van krijgen. Afkeurend spraken ze van ‘Disneyficatie’ van heel Parijs en stelden hun linkse burgemeester ervoor verantwoordelijk. Op de website van Le Monde lees ik echter heel andere reacties. Iemand stelt daarop zelfs voor de autotunnel onder de Seine helemaal door te trekken naar de tunnel onder het Kanaal. Dan kan het Parijse autoverkeer in één ruk doorrijden naar Engeland. Zo ken ik de Fransen weer. In juni beslist de raad.

Tagged with:
 

Gelezen in The Atlantic van maart 1982:

Afgelopen week overleed James Q. Wilson. Samen met George Kelling was hij de bedenker van de ‘Broken Windows Theory’. Ter gelegenheid van zijn overlijden publiceerde The Atlantic opnieuw hun geruchtmakende artikel uit maart 1982. Volgens die theorie, die wordt ondersteund door zowel psychologen als politiemensen, zal een gebroken raam in een stadsbuurt binnen de korste tijd helemaal sneuvelen. Nette buurten of achterbuurten, zwarte bevolking of blanke bevolking, het maakt niet uit, één gebroken raam is het signaal dat mensen niet om hun buurt geven, dus is het breken van nog meer ruiten geoorloofd. En van het een komt het ander. “A piece of property is abandoned, weeds grow up, a window is smashed. Adults stop scolding rowdy children; the children, emboldened, become more rowdy. Families move out, unattached adults move in. Teenagers gather in front of the corner store. The merchant asks them to move; they refuse. Fights occur. Litter accumulates. People start drinking in front of the grocery; in time, an inebriate slumps to the sidewalk and is allowed to sleep it off. Pedestrians are approached by panhandlers.” Op deze manier, aldus Kelling en Wilsom, ontstaat criminaliteit, raken buurten in verval. De politie zou, aldus de onderzoekers, minder moeten optreden als ‘crimefighter’ en meer als beschermer van buurten. “Just as physicians now recognize the importance of fostering health rather than simply treating illness, so the police – and the rest of us – ought to recognize the importance of maintaining intact, communities without broken windows.”

Bij herlezing van het artikel ben ik weer onder de indruk van het heldere betoog, de eenvoudige bewijsvoering en de logische argumenten. Tegelijk vraag ik me af of we ervan hebben geleerd. Me dunkt, meer dan ooit wordt de criminaliteit zelf bestreden, en niet de omstandigheden die er de oorzaak van zijn. Stel, je maakt de openbare ruimte op de Amsterdamse wallen geheel volgens het grachtenprofiel en je beheert de straten, stegen en pleinen voorbeeldig; je dwingt eigenaren tot stipt onderhoud aan hun panden, waardoor er in de hele buurt geen ‘gebroken raam’ meer te vinden is. Wat zou er dan gebeuren? Eigenlijk is het de normaalste zaak van de wereld. Alleen, we doen het niet en we spreken elkaar er niet op aan. Ik moest er ook aan denken toen ik het Atlasgebouw in Amsterdam Zuidoost onlangs bezocht. Een paar jaar geleden nog stond het leeg; toen overwoog men om het complex uit begin jaren tachtig te slopen. Gelukkig is dat niet gebeurd. De nieuwe eigenaar besloot tot een goedkopere oplossing; hij ging de publieke ruimte intensief beheren en de gebouwen renoveren. Nu is het hele complex – Atlas Arena – weer gevuld. Het is een van de interessantste plekken van de Bijlmer. En bedenk ten slotte hoe sinds de abri’s in de stad goed onderhouden worden het straatbeeld is verbeterd en veiliger voelt.

Tagged with:
 

De stad als een tuin

On 5 januari 2012, in cultuur, natuur, stedenbouw, by Zef Hemel

Gezien in Boston, Massachusetts, tussen kerst en oud en nieuw in 2011:

Alle 6.000 trouwe volgers van ‘Vrijstaat Amsterdam’ wens ik een gelukkig nieuwjaar! Ik ben weer in het land. Maandagavond 9 januari 2012: De Tafel van 5 #8,  ter gelegenheid van 5 jaar Pakhuis De Zwijger. Er wordt daar gesproken over de toekomst van Amsterdam. Wat moet er de komende 5 jaar gebeuren met de stad? Ik ben uitgenodigd deel te nemen aan het gesprek. Hierbij alvast een hint. Hoop dat ik duidelijk ben. Geïnspireerd uiteraard door mijn bezoek aan Boston, Massachusetts.

Tagged with:
 

Joie de Vivre

On 28 november 2011, in openbare ruimte, plekken, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Review of Books 23 november 2011:

Fietste afgelopen vrijdagmorgen langs het Beursplein. Sinderklaas is in de stad, maar Occupy Amsterdam staat er nog steeds. Las in de trein Michael Greenberg over Zuccotti Park, New York. Op het moment dat hij zijn artikel in The New York Review schreef was Occupy Wall Street nog niet ontruimd. Opmerkelijk experiment in directe democratie, dat is het. Ik wist niet dat er een General Assembly had gefungeerd op het plein. Ze vergaderde elke dag. Iedereen kon er een voorstel indienen. Om het aangenomen te krijgen moest 90 procent van de aanwezigen zijn hand opsteken. Werd het aangenomen, dan werd het online gepubliceerd in ‘The Occupied Wall Street Journal’. Greenberg was onder de indruk van het ordelijke verloop. Hij beschrijft het tentenkamp als een “crowded, surprisingly well-mannered village they had created on the 33.000 square feet of concrete that comprises Zuccotti Park.” Hij beschrijft ook hoe de bezetting begon en hoe de plek werd gekozen. Midden juli deed iemand op Adbusters een oproep om naar Lower Manhattan te komen om gedurende enkele maanden Wall Street te bezetten. Aanvankelijk kwam een honderdtal mensen naar Tompkins Square Park. Daar richtten zij de NYC General Assembly op. In de loop van de zomer voegde zich daar het losse verband van gemaskerde hackers bij, dat bekend staat onder de naam ‘Anonymous’. Later verhuisden ze naar Zuccotti Park, twee blokken verwijderd van de beurs.

Greenberg bezocht de occupyers op 4 oktober. Het voelde, schrijft hij, aan als een ‘impromptu forum’. Greenberg: “The park itself, which was renovated in 2006, is rather festive with its locust trees, its areas of planted chrysanthemums, and, near the southeast corner, an anodyne red sculpture by Mark di Suvero intitled Joie de Vivre that rises seventy feet into the air.” het kunstwerk betreft een hoog, rank, rood staketsel dat boven de tenten uitstak. Greenberg toont zich verbaasd over de netheid en uitstekende organisatie van het kamp. Ergens stuit hij op ‘The People’s Library’, een hut van plastic vuilnisbakken volgestouwd met boeken, maar ook ziet hij een oplaadstation voor mobieltjes, een EHBO-post, een keuken en aan de zuidkant een slaapzone met matrassen, dekens, regenkleding en slaapzakken. Microfoons en camera’s stonden opgesteld, die afkomstig bleken van een groep die alle activiteiten lifestreamde voor het net ‘Global Revolution’. Een schoonmaakploeg maakte alles schoon. Greenberg weet het niet. “It seems a delicate, almost ethereal process, designed for small groups, though new General Assemblies are constantly being established – as of October 9, protests had spread to 150 cities.” Greenberg citeert Anne-Marie Slaughter, hoogleraar Internationale Betrekkingen aan Princeton University, die de mensen van Occupy Wall Street de ‘Mohamed Bouazizs van de USA’ had genoemd. Het dure gerenoveerde Zuccotti Park, mijmert hij, lijkend op een nieuwe vorm van Derde Wereld slum.

Tagged with:
 

Weteringcircuit

On 14 november 2011, in openbare ruimte, by Zef Hemel

Gehoord in Amsterdam op 9 november 2011:

De Barcelonese stedenbouwkundige Joan Busquets ontving afgelopen week uit handen van kroonprins Willem Alexander de Erasmusprijs. Het was een mooie, drukbezochte plechtigheid. Ook Oriol Bohigas was er. De feestelijkheden vonden plaats in het Paleis op de Dam. Opnieuw kwam ik onder de indruk van de gerestaureerde Burgerzaal van Jacob van Campen. Perfecte verhoudingen, alle wanden van wit marmer, een schitterend beschilderd houten plafond. De prins sprak over de betekenis van stedenbouw en van de openbare ruimte in de stad. Hij prees Busquets voor zijn ondogmatische en vooral open benadering van het vak van ontwerpen. Geen vooropgezette oplossingen, maar historische en geografische analyses, aangevuld met gesprekken en observaties, ze maakten de weg vrij voor betekenisvolle vormgeving van plekken in de stad voor mensen. Ik kwam weer onder de indruk van de bescheidenheid en oprechtheid van de gelauwerde ontwerper en moest denken aan de aflevering van ‘Andere Tijden’ van afgelopen maandag over de afbraak van de Haarlemmerhouttuinen. Wat zei Busquets ook alweer? In de twintigste eeuw hebben onze voorouders te haastig gebouwd, teveel waardevols afgebroken, te rücksichtlos gesloopt. Nu is het tijd om het weefsel te herstellen en om de grote traditie van de Europese stedenbouw te hervatten. In de uitzending kon inderdaad niemand de vernieuwde Haarlemmerhouttuinen waarderen. En de ontwerpers van destijds betuigden spijt.

Terug naar huis, in de herfstige schemering met een nakende, bijna volle maan, liep ik over de Dam, het Rokin, het Spui, de Herengracht, door de Vijzelstraat, naar het Weteringcircuit. Ik kreeg bijna tranen in mijn ogen. Wat een schoonheid, over wat een mooie, menselijke publieke ruimte beschikt deze oude stad. Maar ook: wat een treurig Weteringcircuit! Wat een goedkope, lelijke pleinwanden. Wat een stomme poffertjeskraam. Wat een godvergeten verkeersplein uit de oude doos! Maar ook: wat een mooie bomen! Zullen we er eens een echt plein van maken? En de naam veranderen? Wat dacht u van het Ramses Shaffyplein?

Tagged with:
 

Investeren in openbare ruimte

On 18 april 2011, in openbare ruimte, by Zef Hemel

Gehoord in Amsterdam op 15 april 2011:

De presentatie was bedoeld voor de wethouder Verkeer en Vervoer. Het betrof een typische doelredenering met als boodschap: investeren in de openbare ruimte loont. Leiden investeringen in de openbare ruimte echt tot hogere grondprijzen? Afgaand op het CPB-rapport ‘’Stad en Land’ (2010) is dat niet het geval. De hoogte van grondprijzen wordt in belangrijke mate bepaald door het aanbod van winkels, restaurants, cultuur en monumenten, in mindere mate door bereikbaarheid en loonverschillen. Althans, dat stellen de economen van het CPB, die zich weer baseren op het proefschrift van Gerard Marlet – een van de auteurs. Het was dus gemakkelijk gaten schieten in de redenering. Ed Glaeser noemt slechts op twee plaatsen in ‘’Triumph of the City’ (2011) de openbare ruimte van steden. De ene keer duidt hij deze aan als een ruimte waarin mensen socialiseren en die door de negentiende eeuwse restaurantcultuur een ware boost heeft gekregen. De andere keer stelt hij de openbare ruimte gelijk aan musea, bars en restaurants: plekken waar heel verschillende mensen samenkomen. In steden met een hoge dichtheid, zo vervolgt hij, is openbare ruimte belangrijk, in suburbane gebieden is ze dat niet. In het laatste geval worden mensen gedwongen in auto’s rond te rijden, waardoor ze niet socialiseren en veel gas uitstoten. “High costs of land restrict private space, and density makes car usage far less attractive. Urban living is sustainable sustainability.”

Er is dus wel degelijk een redenering te maken die investeren in de openbare ruimte legitimeert, maar het is dus omgekeerd: doordat de grondprijzen in steden als Amsterdam hoog zijn, is de openbare ruimte belangrijk voor mensen. Er is dan namelijk een tekort aan private ruimte, want die is te duur. Ik moest eraan denken toen ik twee weken geleden door Oost-Londen liep en een rondje maakte om het Olympic Park in aanbouw. In alle (arme) buurten rond het Olympische park had de gemeente stoepen gemaakt. De ingreep was niet duur; de stoepen waren in eenvoudig beton gegoten. Hierdoor was het overal prettig wandelen. Die stoepen nodigden als het ware uit om deze onbekende buurten te gaan verkennen. Alleen High Street krijgt tussen Bow en Stratford mooie straatlantaarns. Meer is op dit moment niet nodig. Pas als de grondwaarde stijgt, zal er meer in de openbare ruimte worden geïnvesteerd. Zo hoort het.

De stad als camping

On 29 september 2010, in openbare ruimte, by Zef Hemel

Gelezen in Vrijstaat Amsterdam/Free State of Amsterdam (2010):

Vanochtend nog in de heg aan het water. En gisteravond op weg naar mijn afspraak. En gisterochtend op de fiets naar het werk: overal plassende mannen. Op zaterdagochtend ren ik  langs de Amstel. Ter hoogte van het Amstelpark liggen bootjes aan de oever, illegaal. Officieel mag daar van het stadsdeel niet worden gewoond, maar er wonen wel degelijk mannen. Steeds zie ik ze de weg oversteken, om te plassen. In het Amstelpark. Overal plassende mannen. Laatst hurkte een jonge blote vrouw in strings met een zwarte cowboyhoed op haar hoofd op klaarlichte dag tegenover mijn huis achter de plataan, op het kinderspeelplaatsje. Met de string over de knieën deed daar haar behoefte in de kennelijke veronderstelling dat de boomstam haar dekking bood. Ze kwam van een sloep die toevallig langsvoer. Twee jongemannen begeleidden haar. De een was kapitein, want hij had een pet op. Ze haalden hun piemel uit de broek, voegden zich bij haar en gingen tegen mijn huis aan plassen. Verontwaardigd haalde ik de luxaflex omhoog en staarde ze verbijsterd recht in het gezicht. Niet dat ze schrokken. Ze namen nauwelijks de moeite om het plassen te onderbreken. Druipend verplaatsten ze hun lullen naar de gevel van de buren om daar het plassen voort te zetten. Overal zet de gemeente tegenwoordig verrijdbare urinoirs in de stad. Het is vergeefs. Het wordt alleen maar erger.

Om iets zinnigs over de samenleving te kunnen zeggen moet je menselijk gedrag in de openbare ruimte bestuderen. Plassende mannen in het volle daglicht. Wat wil dat zeggen? De mannen gedragen zich als honden, nee als apen. Amsterdam doet in dat opzicht tegenwoordig niet meer onder voor India. In het essay dat de Duitse filosoof Peter Sloterdijk in de ‘’Vrijstaat Amsterdam/Free State of Amsterdam’ schreef, refereert hij aan het verschijnsel als hij over de moderne homo ludens schrijft. Opwekkend is het niet. “In dit verband moet worden opgemerkt dat alle grotere steden te maken krijgen met een almaar nijpender wordend barbarenprobleem. Nu al verwarren steeds meer mensen de city met een camping (…). Dit omturnen van steden in campings wordt vooral door jongeren uitgevoerd, (…) Grofweg kan men ze herkennen aan het feit dat ze de ernst van het restauratieprobleem nog niet beseffen. Lichtzinnig als ze zijn gaan ze ervan uit dat ze, waar ze ook zijn, met de middelen die ze bij zich hebben in vorm kunnen blijven en de restaurateur links kunnen laten liggen – met als resultaat dat ze niet weinig bijdragen aan de devaluatie van de openbare ruimte.”

Tagged with: