The next best thing

On 22 november 2013, in sport, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 10 september 2013:

Begin september maakte het IOC in Buenos Aires bekend dat Tokio de Olympische Spelen in 2020 mag organiseren. Tokio, met 37 miljoen inwoners de grootste metropool ter wereld, won gemakkelijk van kandidaat-steden Istanbul en Madrid. Wat behelzen eigenlijk de Japanse plannen? Geen grootschalige infrastructuur, zoals bij de Spelen van 1964, toen Japan het unieke en futuristische hogesnelheidstreinennet aanlegde. De voorgenomen investeringen bedragen slechts de helft van die voor ‘Londen 2012’ (namelijk 8 miljard US dollar). Ruim 40 procent van de 37 accommodaties staat er al; veel van de Olympische infrastructuur van 1964 zal opnieuw worden gebruikt. Ruim 85 procent van de olympische evenementen zal binnen een straal van 8 kilometer van het Olympische dorp plaatsvinden. Alles kan dus te voet of met de fiets worden bereikt. Het nieuwe stadion komt op de plek van het oude en zal al tijdens de Wereld Rugby Cup van 2019 in gebruik worden genomen. Alleen het Olympische dorp zal nieuw worden gebouwd in de baai van Tokio. “De sporters hebben hier een prachtig uitzicht op een landschap van water en futuristische hoogbouw,” schreef Kjeld Duits in NRC Handelsblad. En inderdaad, het geheel oogt fraai, als een IJburg eerste en tweede fase.

Toch verwacht de stad een forse impuls in de lokale economie, met tenminste 150.000 extra banen, zelfs na verplaatsing van de oude vismarkt. Er komt weliswaar geen nieuwe metro, maar de beide luchthavens – Haneda en Narita – zullen wel met elkaar worden verbonden. Wat een verschil met de bids van Beijing, Londen en Rio de Janeiro! Daarom schreef The New Yorker: “By rewarding Tokyo’s seemingly restrained plan to host a more modest Olympics, the IOC may be signalling its desire to move away from the kinds of nationalistic, gaudy and transformative Olympic Games represented by Beijing and Sochi, which, combined, have made for a trillion dollars in spending.” Het tijdschrift toonde zich voorstander van vaste locaties voor zomer- en winterspelen. Geen verspillende stedenstrijd meer. De kans daarop achtte het echter niet groot, hoewel het tijdschrift de nieuwe IOC-voorzitter Bach aanhaalt, die steden opgeroepen zou hebben na te denken over meer duurzame bids in de toekomst. “But if we can’t have the twin Olympias, then perhaps Tokyo is the next best thing: a city prepared for the challenges of hosting an international spectacle, and modest enough to shape the Olympics to fit a city rather than reshape a city to fit the Olympics.”

Tagged with:
 

Keynsiaans en Berlagiaans

On 4 september 2013, in duurzaamheid, economie, sport, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 28 juli 2013:

Komkommernieuws was het. Maar wel belangwekkend komkommernieuws. De Olympische Spelen in Londen hebben, zo bleek deze zomer, de Britse hoofdstad meer opgeleverd dan gekost: 9,9 miljard pond tegen 9 miljard pond. En wat misschien nog wel belangrijker is: alle acht stadions hebben nieuwe huurders en worden bespeeld, het mediacomplex heeft een nieuw leven als data-opslaggebouw, de 2800 flats in het Olympische dorp ontvangen deze maand hun nieuwe bewoners, het winkelcentrum van Westfield blijkt een hit, het Olympische park – omgedoopt in Queen Elisabeth Olympic Park – werd deze zomer feestelijk heropend en het station voor de Eurostar-treinen functioneert goed en is elke dag druk en vol. Heel Oost-Londen is dankzij de Olympische Spelen in een paar jaar tijd herschapen in een bruisend stadsdeel, terwijl het nog niet zo lang geleden de armste buurten bevatte van heel Londen, met 2,5 vierkante kilometer industrieel vervuild land. Sebastian Coe, voorzitter van het organiserend comité van de Spelen en tegenwoordig legacy advisor, kon dan ook meer dan tevreden deze zomer de resultaten presenteren tegenover een naar vakantie hunkerende pers.

Al met al duurde de planvorming in Londen niet meer tien jaar. Het resultaat is verbluffend. Niet alleen is de oostkant van Londen qua uitstraling en voorzieningen door de Olympische infrastructuur sterk verbeterd, ook het Britse bedrijfsleven heeft van de Spelen immens geprofiteerd. Zelfs degenen in Londen die bang waren voor een yuppiesville hebben geen gelijk gekregen. Trouwens, het hele Verenigd Koninkrijk is door de Spelen bekend komen te staan als een knap organisator en een professioneel sport- en medialand. Dat de organisatie van het grootste sportevenement ter wereld altijd uitloopt op een financieel fiasco is met de Londense ervaring ook meteen gelogenstraft. Dat brengt me op het volgende. Je zou de kwakkelende economie van Nederland een enorme impuls kunnen geven door de Olympische Spelen naar de hoofdstad te halen. Eindelijk bouwen we dan een echte metropool. In 15 jaar kun je niet alleen een erfenis voorbereiden waarvan volgende generaties als geen ander zullen profiteren, maar kun je ook de zittende bevolking een grote dienst bewijzen door midden in de crisis de economie Keynsiaans en Berlagiaans te stimuleren.

Tagged with:
 

Olympische stedenbouw

On 10 oktober 2012, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gezien in Stockholm op 28 september 2012:

Op roeiafstand van het historische centrum van Stockholm ligt Hammarby Sjöstad. Je kunt er eenvoudig komen door een pontje te nemen vanaf Ostermalm. De overtocht duurt niet langer dan hooguit tien minuten. Hammarby is een stevige woonwijk die vanaf 2001 werd ontwikkeld op een voormalig industrieterrein ten zuidoosten van Sördermalm. Alle grond bleek er vervuild, de meeste fabrieken moesten worden gesloopt voordat de eerste woningen konden worden gebouwd. Rond 2017 zal de wijk zijn voltooid. De dichtheid is er hoog, overigens zonder dat het benauwd wordt. Het water maakt dat alles groen en open oogt. Er rijdt een tram en de parkeernorm is er extreem laag: 0,8 auto’s per woning. De bouw doet sterk denken aan het KNSM-eiland in Amsterdam, dat iets eerder in de tijd werd ontwikkeld. Er wonen op dit moment 11.000 mensen, terwijl er nog eens 10.000 mensen werken.

Hammarby Sjöstad dankt zijn ontstaan aan de mislukte bid van Stockholm voor de Olympische Spelen van 2004. Dat bid werd uiteindelijk gewonnen door Athene. Nadat de Zweden eind jaren ‘90 hun tranen hadden gedroogd, besloten ze het als Olympisch dorp bedoelde plan alsnog uit te voeren. Er werden geen concessies gedaan aan de ambities, de planning werd gehaald, het is de eerste grote binnenstedelijke woonwijk in hoge dichtheid van Stockholm en in Zweden, gebouwd als alternatief voor de new towns die achteraf niet duurzaam bleken en de segregatie binnen Groot Stockholm alleen maar aanwakkerden. Hammarby Sjöstad staat tegenwoordig bekend als een buitengewoon geslaagde wijk. Meer van dergelijke voormalige industrieterreinen rond de oude stad staan op de nominatie om herontwikkeld te worden, zoals Norra Djurgardsstaden. Dat men de Olympische Spelen niet heeft gewonnen, wordt achteraf dus allerminst betreurd. Een bid uitbrengen op de Olympische Spelen is altijd profijtelijk. Het maakt grote steden duurzamer. 

Tagged with:
 

London delivered

On 27 augustus 2012, in sport, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 9 augustus 2012:

Ook zo genoten van de Olympische Spelen? De Britten wel. Alle restjes scepsis verdwenen tijdens de spelen uit Londen, heel Groot Brittannië vierde twee weken lang feest. Engeland eindigde op de derde plaats in de medaillespiegel, na de USA en China. Mooi om te zien hoe de Britse hoofdstad het hele land op sleeptouw nam en heeft laten delen in de feestvreugde door de Olympische Spelen te organiseren. Zelf bivakkeerde ik in Frankrijk, op het platteland. Eenmaal weer thuis las ik een ingezonden brief in NRC Handelsblad van iemand uit Veendam, die vaststelde dat alle Nederlandse medaillewinnaars tot dan van het platteland afkomstig waren: Marianne Vos uit Meeuwen, Ranomi Kromowidjojo uit Sauwerd, Epke Zonderland uit Lemmer en Dorian van Rijsselberghe uit Den Burg. Hij trok er voor zichzelf een opmerkelijke conclusie uit: “de kans dat je op het platteland in een sportieve sfeer en dus in een gezonde leefomgeving opgroeit, is veel groter dan als je wieg in de stad staat.” Zijn conclusie was voorbarig.

Volgens mij zag deze meneer uit Veendam de roeiers en hockeyers over het hoofd. Overigens, waar je wieg staat is niet zo belangrijk. Waar je traint en waar je als sporter groot gemaakt wordt lijkt mij veel relevanter als het om topsport gaat. Volgens mij hebben alle medaillewinnaars in grote steden getraind; immers, daar zijn de beste trainingsfaciliteiten, daar ook is de beste sportkennis en sportbegeleiding, daar is het grote publiek, daar zijn de sponsors. Sterker, alle grote sporters reizen over de wereld om hun krachten te meten in de beste stadions en zwembaden die zich alle in metropolen bevinden. Sport is een typisch grootstedelijk fenomeen. De gezondste leefomgeving is metropolitaan, niet dorps of landelijk. Het idee dat het platteland gezonder is dan de stad is oud en wordt in ons land gevoed door een hardnekkig minderwaardigheidsgevoel van plattelanders dat waarschijnlijk nooit helemaal zal verdwijnen. Is het elders beter? In Frankrijk werden de Franse medaillewinnaars toegezongen in hoofdstad Parijs, in Nederland gebeurde dat in Sauwerd, Lemmer en Den Bosch.

Tagged with:
 

Wel een stad, nog geen magie

On 19 juni 2012, in politiek, sport, by Zef Hemel

Gehoord op 18 juni 2012 in Rotterdam:

Terwijl Nederland nog zijn wonden likt vanwege de uitschakeling in de eerste ronde van het EK voetbal, verzamelt een klein gezelschap liefhebbers zich in het Nederlands Architectuur Instituut om over het onderwerp ‘Olympic Cities’ te spreken. Het Amsterdamse Architectenbureau XML presenteerde daar maandagavond een helder onderzoek naar Olympische kandidatuur van steden elders in de wereld en plaatste daarmee een eventuele Nederlandse kandidatuur voor 2028 in een internationaal perspectief. Het betrof de kandidaturen van Madrid, Istanbul, Doha en Tokio (2020) en Durban en Cape Town in Zuid-Afrika (2024). Nederland bleek de enige te zijn die decentrale spelen voorstelde, alle andere hadden compacte spelen op het oog. Zelfs de straal van 50 kilometer waarbinnen alle onderdelen van de spelen volgens het IOC georganiseerd moeten worden, werd in de Nederlandse modellen genegeerd. Het Nederlandse mantra ‘Je kan het nooit alleen’ had kennelijk tot die energievretende, onhandige en niet te beveiligen spelen geleid. XML noemde het een typisch staaltje Nederlandse ruimtelijke ordening. En zeg nou zelf, de complete spelen passen makkelijk op een oppervlak ter grootte van het Amsterdamse Bos. Buiten Amsterdam hoef je in principe niets te organiseren.

Opvallend was ook de kennelijk heimelijke afspraak dat we alleen maar over de kandidatuur van Nederland mochten spreken. Het land Nederland werd dus vergeleken met steden elders in de wereld. “Het IOC eist een stad, niet een land,” merkte XML nog in de zijlijn op, maar niemand had veel zin om daarop te reageren. De vermoeidheid sloeg al helemaal toe toen XML op het eind weer drie nieuwe modellen voor Nederlandse Spelen introduceerde. Dat mocht dus niet, dat was tegen de afspraak. De treurnis rond de verdeling van de Olympische infrastructuur hadden we net achter de rug en was ons slecht bekomen. Het laatste sprankje hoop verdween toen panellid Sjors de Vries zelfs Europa geen schijn van kans meer toedichtte. Het werd me in Rotterdam volkomen duidelijk. Nederland tobt vooral met zichzelf en is absoluut niet klaar voor de Spelen. Er is geen momentum. De kandidatuur valt alleen te winnen wanneer er een grote stad is die magisch aanvoelt, die een belangrijke boodschap voor de wereld in petto heeft en die gezegend is met charismatische politici die wereldwijd aanspreken: Mandela, Blair, Lula. In Nederland is van dat al geen sprake.

Tagged with:
 

Mensen blij maken

On 17 november 2011, in sport, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 3 september 2011:

Drie interviews met drie vooraanstaande Britten over de komende Olympische Spelen in Londen: een met Sebastian Coe, voorzitter van ‘London 2012’, in NRC Handelsblad, een interview met Michael Payne, oud-directeur marketing van het IOC, in De Volkskrant van 15 september, en een interview met Iain Sinclair, tegendraads chroniqueur van Londen, in NRC Handelsblad van 29 augustus 2011. Twee zijn positief, een negatief. Moet Amsterdam of Rotterdam zich ook kandidaat stellen? Coe is ronduit positief. “Het wordt historisch omdat is aangetoond dat een stad, en in zekere zin ook een land, erdoor verandert. Kijk naar Sydney en Barcelona, dat zijn nadien bruisende, toeristische steden geworden.” Coe durft zelfs te beweren dat de Olympische Spelen in Moskou (1980) de ontmanteling van de Sovjet Unie hebben ingeluid. Altijd doen dus. Payne schat de kansen van de Nederlandse steden zelfs aanzienlijk:“Het IOC is als een groot bedrijf. Dat boort nieuwe markten aan. Maar ze weten ook dat ze hun thuismarkt moeten blijven bedienen.” Eisen dat de Spelen in 2028 naar Nederland komen, acht hij echter niet verstandig. “Zo werkt het niet, met alle externe krachten die rond de toekenning van de Spelen actief zijn.” Alleen Sinclair is negatief: “Ik kan me niet voorstellen dat Nederland zich ooit aan iets ter grootte van de Olympische Spelen zou wagen,” zegt hij. Over Londen: “hun idee is om geld in de buurt, de gemeenschap te blijven steken. Moet je toch kijken. Het is nu al een ramp. Dit is de reclame! De Nederlanders mogen verheugd vaststellen dat dit een volstrekt apocalyptische ramp is en denken: ‘Nou, maar goed dat we dit allemaal hebben voorkomen!” Volgens Sinclair is een interessante, complexe geschiedenis van rauwe landschappen, bloeiende bedrijfjes en veelsoortige gemeenschappen in Londen door de OS volledig weggevaagd.

Op het eind van het interview geeft Sebastian Coe de Amsterdammers nog een goede raad. Denk goed na over hoe je de Spelen – 52 wereldkampioenschappen met 12.500 deelnemers en 800.000 bezoekers in twee weken – wilt organiseren en vooral waarom je ze wilt organiseren. Zijn advies deed me denken aan een recente ingezonden brief van Eric Bartels, bedrijfsstrateeg, waarin deze Philips vergeleek met Apple. De toegevoegde waarde van Apple is vele malen groter dan die van Philips. “Bij Philips staan al jarenlang hoe-mensen aan het roer. Procedure-mensen, apparatsjiks, managers, corporate climbers.” Bij Apple echter worden producten alleen maar ontwikkeld vanuit een eigen waarom, “vanuit een bepaald idee hoe mensen blij gemaakt kunnen worden.” Onredelijkheid is nodig. Aan middelmaat heb je niets. De vraag ligt dus voor: hoe kan Amsterdam de wereld blij maken met de Olympische Spelen? Dat lijkt me een goede brainstorm waard.

Tagged with:
 

Olympic legacy

On 13 september 2011, in sport, by Zef Hemel

Gelezen in The Guardian London2012blog van 16 augustus 2011:

Afgelopen week haalde de wethouder sportzaken van Amsterdam, Eric van der Burg, het nieuws met zijn mededeling dat hij nu toch eindelijk een beslissing van het kabinet verwacht inzake de stad die zich kandidaat mag stellen voor de Olympische Spelen van 2028. Amsterdam wil het graag. Op zichzelf is dat al opmerkelijk. Het jaar 2028 was immers gekozen omdat honderd jaar eerder, in 1928, de Spelen óók in Amsterdam plaatsvonden. Desondanks lijkt het kabinet een besluit opnieuw voor zich uit te schuiven, dit keer tot vlak vóór de Spelen van Londen, dus tot juni 2012. Nog negen maanden extra geduld, kortom. Het kabinet Rutte kan niet zo snel tot zijn beslissing komen. Een slechte start, zou je zeggen.

In de verlengde pauze richten wij onze aandacht dan maar op Londen. Daar staat de teller inmiddels op 12 miljard pond. Hoe staat het met de voorbereiding van de Spelen die over negen maanden zullen losbarsten? Het Britse dagblad The Guardian heeft er een speciale weblog aan gewijd. Vorige maand werd daar teruggeblikt op de zomerse rellen. U weet wel, de jonge mannen die winkels plunderden in de arme buurten van de stad. Ook de buurten rond het Olympic Park kregen het flink te verduren. De vraag werd toen gesteld in hoeverre de bouw van het Park werkelijk helpt in het bestrijden van de plaatselijke werkloosheid. De stadsbestuur had inzake dit onderwerp nogal hoge verwachtingen gewekt. Nu blijkt dat van de 10.000 bouwvakkers circa een kwart afkomstig is uit de vijf arme buurten die grenzen het Olympisch gebied. Daar weer een kwart van was werkloos geweest voordat aan de bouw van de stadions en het Olympisch dorp was begonnen. Uiteindelijk gaat het dus om 1500 mensen die dankzij de Olympische Spelen aan werk zijn geholpen. Valt het tegen? 12 miljard voor 1500 man? Wel als door de autoriteiten vooraf meer was beloofd. “One of the problems with the Games as a regeneration project is that its very nature makes the sensibly measured management expectations unlikely, perhaps impossible. The spending of vast sums of public money guarantees vast quantities of hostile questioning, which in turn produces vast amounts of upbeat assertion about the wisdom of the investment and the wealth of future benefits it will bring.” Hoe meer eerst was beloofd, hoe genadelozer het publiek achteraf met zijn bestuurders afrekent. “It’s a no-win situation, perhaps inherent in grand urban improvement schemes of all kinds.” Precies, zo is het. Als ik bestuurder was zou ik vooraf voorzichtig zijn, maar voor het organiseren zeker niet terugdeinzen. Voor een metropool als Londen zijn de Olympische Spelen altijd de moeite waard.

Tagged with:
 

Olympische schuld

On 23 juni 2011, in sport, by Zef Hemel

Gehoord in Rotterdam op 22 juni 2011:

Gisteren gesproken op het Nationaal Congres over Olympische Sportaccommodaties in Rotterdam. Aanwezig was de fine fleur van de Nederlandse gemeenten op het gebied van sportvoorzieningen, hun raadgevers en architecten. Titel van mijn lezing: ‘Olympische Polis: sport als stedenvormende kracht.’ Het ging over de rol die sport speelt in de moderne grootstad en hoe Amsterdam daarmee omgaat. Maar eerst vertelde ik over ons bezoek aan Londen. Die Londense ervaringen de afgelopen maanden interesseerden het publiek wel. Je wordt er ook enthousiast van. Mijn opmerking dat de aanvankelijk begrote kosten van de Spelen in Londen 2012, groot tweeënhalf miljard euro, waren overschreden met bijna zeven miljard, leidde echter tot grote opschudding. Dacht men dan werkelijk dat het organiseren van de Spelen zo weinig zou kosten? In Londen begrepen ze het wel. In de zaal circuleerde een bedrag van ruim vier miljard euro dat men kennelijk als redelijk beschouwde. Getuigt dat van goed koopmanschap?

Wat kostten die andere Olympische Zomerspelen? Een rijtje. Athene (2004) was net even een miljard duurder dan Londen: 10 miljard euro. Dat was dan wel het dubbele van wat er was begroot. Het tekort op de Griekse begroting steeg hierdoor tot boven de 4 procent, hetgeen de Europese Commissie ertoe bracht een reprimande aan de Griekse regering te geven (toen al!). Er resteert nog altijd een schuld van 7,2 miljard die de Grieken hun geldschieters moeten terugbetalen. De stand van zaken van de Helleense staatsbegroting is iedereen genoegzaam bekend. Atlanta bleef met een schuld zitten van 609 miljoen dollar en Sydney moet nog altijd bloeden voor 700 miljoen. (Die bedragen zijn vergelijkbaar met de extra kosten voor Amsterdam voor de Noord-Zuidlijn). Alleen Los Angeles (1984) kwam met winst uit de Olympische Spelen tevoorschijn. Maar dat hield verband met de uitzendrechten, die de stad grotendeels zelf opstreek. Die truc is sindsdien niet meer mogelijk, want het IOC eist die inkomstenbron tegenwoordig voor zich op. Overigens kostten de Olympische Spelen in Sydney in totaal 4 miljard euro. Dat rekensommetje klopt aardig met wat men in de zaal in Rotterdam aanvaardbaar achtte. Weerhoudt dat ons ervan om een stad in Nederland in 2019 te kandideren? Het is wachten op een uitspraak van de Nederlandse regering. Die heeft echter even geen tijd. Ze is bijeen om te bepalen of ze de Olympische schuld van Athene zal kwijtschelden.

Tagged with:
 

Duur, mooi en onmogelijk

On 11 april 2011, in sport, by Zef Hemel

Gehoord in Londen op 7 april 2011:

 

De kostenoverschrijdingen bij de Olympische Spelen in Londen 2012 zijn aanzienlijk. Wat heet, van de oorspronkelijk geraamde kosten van tweeënhalf miljard pond staat de teller nu op ruim negen miljard pond. Verreweg het grootste deel wordt opgebracht door de stad Londen zelf. Er is echter niemand in Londen die mort. Iedereen begrijpt dat je de kosten van een dergelijk uniek evenement niet nauwkeurig vooraf kunt ramen en dat er tijdens de bid bewust krap is begroot. Anders was je de Spelen zeker misgelopen. Londen wil het bovendien helemaal goed doen. Het evenement terugbrengen naar een soort basisniveau is gewoon niet aan de orde. Integendeel, naast het Olympische Park met zijn stadions, Olympisch dorp en vele sportvoorzieningen heeft de stad allerlei side programmes ontwikkeld voor de omliggende buurten, de scholen, lokale werkgelegenheid, marketing, handelsmissies, social engineering, noem maar op. In Londen beseffen ze terdege dat de Spelen een eenmalige kans zijn om de Britse metropool aan de wereld te tonen en dat die kans ten volle moet worden benut. Het is nu of nooit. Doel: investeringen uit de hele wereld naar de stad trekken.

Tijdens ons werkbezoek afgelopen week  raakten we onder de indruk van de enorme inzet van alle Londenaren om de Olympische Spelen tot een succes te maken. De organisatie van een dergelijk mega-evenement binnen de hectische metropool is, zeker in Londen, buitengewoon ingewikkeld, maar de focus is voor iedereen helder: de Spelen in 2012 moeten op tijd gereed zijn. Dat men voor het arme Oost-Londen heeft gekozen als locatie van de Spelen voelt ook goed. Er is daar nog veel ruimte, er kan nog behoorlijk worden verdicht en de infrastructuur is er uitmuntend, zeker als alle nieuwe metrolijnen en station Stratford International op tijd gereed zijn. Die infrastructuur is uiterst belangrijk omdat men er rekening mee houdt dat erg veel mensen uit de omgeving naar de Spelen zullen komen. Hoeveel precies is niet te voorspellen, maar Londen ligt buitengewoon gunstig in een zwaar verstedelijkte regio van zeker 120 miljoen inwoners. Er is echter één ding wat de Londenaren niet begrijpen. Dat is waarom volgend jaar de leden van het IOC hun intrek zullen nemen in het dure Mayfair. Straks zullen de sportbonzen in hun bolides dwars door Londen moeten reizen, van het rijke westen naar het arme oosten, over speciaal voor hen vrijgehouden autobanen. In het drukke Londense verkeer is dat bijna een onmogelijke, nee onethische opgave.

Tagged with:
 

Dirk Frieling (1937-2011)

On 9 april 2011, in ruimtelijke ordening, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in Nieuw Nederland 2050 (1987):

 

Dirk Frieling is niet meer. Donderdagavond kregen we een SMS-je van de altijd goed geïnformeerde Jaap Modder, die ons het droeve nieuws meldde. We zaten in een taxi in Londen, op weg naar ons eetadres. In Londen bezochten we de in aanbouw zijnde Olympische Spelen, gereed voorjaar 2012. We waren op dat moment juist in een roes. Nu vielen we ineens stil. Die avond zouden we dineren met een spin-in-het-web, een hele bijzonder dame. We zouden het hebben over metropoolvorming en wat de OS daarin zullen betekenen. Londen telt op dit moment ruim acht miljoen inwoners. Het is een uiterst competitieve, hectische metropool – een estuarium-metropool zogezegd, een unieke  negentiende  eeuwse wereldstad die aanvankelijk moeizaam tot nieuw leven is gewekt, maar die nu door grote ijver van velen heel snel groeit. De Olympische Spelen gebruikt de stad om – geloof het of niet – weer in zichzelf te geloven en ook praktisch om stevig ruimtelijk te verdichten. Aan de verlopen oostkant van de metropool moeten in korte tijd veel, heel veel mensen gaan wonen en werken. De Olympische Spelen ziet men als een krachtig vehikel om daartoe de investeringen aan te trekken.

Frielings grootste daad was Het Metropolitane Debat. Hij startte het debat omstreeks 1995. Heel voorzichtig begon hij toen het gesprek over metropoolvorming in de Hollandse delta. Hij kende zijn pappenheimers. In 1987 omschreef hij de Nederlanders als voorzichtige burgers, nuchtere mensen, “zonder aanvechting tot groots en meeslepend leven.” Praktische mensen ook, uiterst spaarzaam. Maar wel in goeden doen, want juist door hun spaarzaamheid waren ze op het eind van de twintigste eeuw welvarend geworden, goed doorvoed en dik tevreden. En aangezien de Nederlandse bevolking nauwelijks meer groeit en de economische groei ook op termijn bescheiden zal zijn, namen zulke spaarzame burgers geen initiatieven meer. Aldus Frieling in 1987. Zeker, Frieling zelf – in Nederlands-Indië geboren – wàs een Nederlander, maar wat je ook van hem zeggen kon, voorzichtig, praktisch, nuchter,  spaarzaam en initiatiefloos was hij niet. Hij zat juist boordevol initiatief. Net als zijn leermeester Cornelis van Eesteren zag hij de situatie in dit nuchtere land onder ogen en aanvaardde hij voluit de Nederlandse praktijk. Geen vlucht naar het buitenland voor hem, geen innerlijk verzet. Frieling begon het gesprek over metropoolvorming in de drassige delta, maar wist dat Nederlanders er niets van moeten hebben. Geen Olympische Spelen in dit kleine landje. Geen Londen hier, geen Moskou, geen Parijs, allemaal veel te groots en meeslepend. Hoe zal ik het zeggen? Nederland was voor de grote Dirk Frieling eigenlijk veel te klein.