In de steden broeit iets

On 12 november 2016, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Unwinding’ (2013) van George Packer:

Afbeeldingsresultaat voor the unwinding packer

George Packer, journalist bij The New Yorker, schreef drie jaar geleden een boek over dertig jaar Amerikaans verval. Ik las het in één adem uit. Drie Amerikaanse burgers volgde hij op de voet vanaf 1978 tot 2012: de ondernemer Dean Price in Rockingham County, North Carolina; de zwarte ongehuwde moeder Tammy Thomas in Youngstown, Ohio; en de Democratische politicus Jeff Connaughton in Washington DC. Tussendoor maakt hij uitstapjes naar zonnig Tampa, Florida, verlicht Silicon Valley, California, en verdorven Wall Street, New York. Zo ontvouwt zich in meer dan vierhonderd bladzijden een drama van wereldformaat: de keiharde de-industrialisatie, de opmars van het grootbedrijf, de leegloop van het platteland, de financialisering van de economie, de ondergang van de middenklasse, de verarming van de suburbs, de groeiende economische ongelijkheid, het verval van politieke normen, alles uitmondend in de financiële crisis van 2008. Ze noemen het globalisering. Treurigmakend boek. Ik begrijp de woede en frustratie, die zit op het platteland en in de buitenwijken. De mensen daar hielpen Trump en Poetin aan de macht. Het is een regelrechte contrarevolutie.

Het boek deed sterk denken aan ‘Expulsions’ (2014) van de Amerikaanse sociologe Saskia Sassen. Ook dat recente boek schetst een omvattend beeld van verarming, verlies en verdrijving, samenvallend met processen van verrijking onder slechts twintig procent van de westerse bevolking. In Azië komt weliswaar een middenklasse op, maar volgens Sassen zal deze qua omvang uiteindelijk toch relatief beperkt blijven. Ook daar ziet ze vormen van onderdrukking en verlies. Ze wijst op de verwoestende werking die groeiende complexiteit heeft op de planeet aarde en wijst op de militarisering van de staat als dominante reactie. Volgens haar heeft niemand hier meer greep op. Achter ons ligt een periode van maatschappelijk opbouw en groeiende samenhang, voor ons ligt een periode van afbraak, uitstoting en oorlog. Weet u waar me haar boek aan deed denken? Aan ‘Het einde van de rode mens’ (2013) van Svetlana Alexijevitsj. Net als de Sovjet-Unie in 1989 stort het Westen nu in. Zoiets. Toch zien Sassen en ook Packer nog lichtpuntjes. De emancipatie van minderheden in de grote steden zet door, mensen daar komen in verweer, Occupy was een begin, in de steden broeit iets.

Tagged with:
 

Historische camouflage

On 21 september 2016, in boeken, filosofie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De opstand der horden’ (1937) van José Ortega y Gasset:

Afbeeldingsresultaat voor ortega y gasset de opstand der horden

Van de hand van de Spaanse filosoof Ortega y Gasset verscheen in 1937 een boek dat indertijd werd bestempeld als visionair, maar dat achteraf beschouwd een historische denkfout bevatte. De Spanjaard schetste een beeld van een wereld, gedomineerd door de moderne massa-mens. Die had de bourgeoisie van zijn voetstuk gestoten. Die massamens ontwaarde hij vooral in grote steden. Daar was de volte, en in de volte openbaarde zich de lompe, redeloze mensenmassa, een menigte waarin de individualiteit en pluriformiteit ten onder moest gaan. “Wanneer wij in de grote steden die ontzaglijke opeenhopingen van menselijke wezens beschouwen, die gaan en komen in haar straten of tezamen lopen bij feesten en politieke betogingen, dan zet zich in mij deze gedachte als een obsessie vast: Kan heden ten dage een man van twintig zich een levensplan vormen met persoonlijke trekken en dat derhalve verwerkelijkt moet worden door middel van zijn eigen, onafhankelijke ondernemingsgeest en door zijn eigen, persoonlijke inspanningen?” Het antwoord was natuurlijk ja, maar Ortega y Gasset meende juist van niet. Zoveel mensen op een kluitje kon, net als in een propvolle gevangenis, alleen maar tot gedwongen uniformiteit leiden. Raakte heel Europa verstedelijkt? Nee toch! “Hiermede zou Europa in een termietenhoop veranderen.”

Wie het boek anno 2016 opnieuw leest, raakt onder de indruk van de angst van de schrijver voor de metropool. Samenballing werd dus als het probleem gezien. Ortega: “(…) De enkelingen die deze menigten vormden bestonden vroeger wel, maar niet als massa. Verstrooid over de wereld, in kleine groepen of afzonderlijk, leidden zij, ogenschijnlijk, een uiteenlopend, gescheiden en afzonderlijk bestaan. (…) Nu echter verschijnen zij plotseling als een opeenhoping, en onze ogen zien overal menigten.” De Spaanse denker wees Moskou en New York aan als plaatsen waar je de ondergang van de beschaving kon voorvoelen, “net als in een reusachtige armzalige bestaan van het laat-Romeinse Rijk.” Beide steden noemde hij ‘verschijnselen van historische camouflage’. Daarmee bedoelde hij dat Moskou modern en revolutionair leek, maar eigenlijk achterlijk was; en New York was een naïeve stad van technologie die een eeuwenoude beschaving node miste. “Zijn beklemmingen, onenigheden en conflicten zullen nu komen.” Hij miste heerschappij en gehoorzaamheid in deze steden. Vrouwen en arbeiders waren te vrijgevochten. Twee jaar later echter zou het onheil niet uit de stad komen, maar van het Europese platteland. Zij die achter Hitler en Stalin aanliepen woonden overwegend in de provincie, in een omgeving die cineast Michael Haneke zo treffend heeft verbeeld in ‘Das Weisse Band’ (2009).

Tagged with:
 

Een betere wereld

On 7 september 2016, in boeken, theorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Uitblinkers’ (2008) van Malcolm Gladwell:

Afbeeldingsresultaat voor outliers gladwell

Waarom hebben sommige mensen meer succes dan andere? De Canadese wetenschapsjournalist Malcolm Gladwell schreef er acht jaar geleden een interessant boek over. Deze zomer heb ik het eindelijk gelezen. Talent alleen, aldus Gladwell, is niet genoeg. Je moet ook veel oefenen. Zelfs het allergrootste talent heeft tenminste 10.000 uur geoefend voordat hij succesvol werd. En dan nog is succes niet verzekerd. In ‘Uitblinkers’ maakt hij onderscheid tussen kansen en erfenis. Kansen op succes vergroot je door je in een omgeving te bewegen die daarvoor gunstig is, want alleen lukt het je niet. Erfenis is iets wat je van huis uit mee krijgt of tekort komt, het gaat om diepe wortels, vaak niet eens opgemerkt, die je voetstoots aanneemt, maar die bepalend blijken voor het behalen van succes in je leven. Het is iets cultureels. Gladwell: “Om een betere wereld te maken moeten we de lappendeken van geluk, toeval en willekeurig voordeel die nu bepalend zijn voor succes vervangen door een maatschappij die kansen biedt aan iedereen.” Mooie gedachte. Geen Ayn Rand in dit boek. Verre daarvan. Uitblinkers volgens Gladwell “zijn het product van van geschiedenis en gemeenschap, van kans en erfenis.” En zo is het.

De ruimtelijke component blijft bij Gladwell wel grotendeels impliciet. Zo merkt hij op dat alle grote internetondernemers van de wereld rond 1955 zijn geboren, wat inderdaad opvallend is, maar het feit dat ze allemaal in San Francisco groot werden laat hij grotendeels buiten beschouwing. En zijn voorbeeld van het immense succes van textielondernemers als Louis Borgenicht en andere joodse immigranten begin twintigste eeuw brengt hij amper in verband met New York. Wel merkt hij op dat de kledinghandel destijds de grootste en economisch meest bruisende industrie in deze metropool was. “Wie in de jaren negentig van de negentiende eeuw naar New York City kwam en een achtergrond had in kleding en naaiwerk of Schnittwaren Handlung, had fenomenaal geluk. Het was hetzelfde als in 1986 opduiken in Silicon Valley met tienduizend uur aan computerprogrammeren achter de kiezen.” Het juiste tijdstip vindt Gladwell kennelijk belangrijker dan de juiste plek. Dat is de zwakte van zijn boek. Het is juist omgekeerd. Grote steden bieden de beste kansen, op elk moment, voor iedereen. En om in een metropool als New York de top te bereiken moet je inderdaad keihard werken – zeker 10.000 uur. Maar geluk, toeval en willekeurig voordeel liggen er achter elke straathoek verborgen. Een betere wereld begint bij grote steden.

Tagged with:
 

Choosing your city

On 21 augustus 2016, in muziek, by Zef Hemel

Heard in the Amsterdam Stadsschouwburg on 20 August 2016:

There he was, Philip Glass (1937), the great American composer and pianist, speaking about his autobiography, ‘’Words without Music’, and also playing a piece of his work (‘Choosing Life’ from ‘’The Hours’) on the piano, in the Stadsschouwburg in Amsterdam. Harpist Lavinia Meijer and pianist Feico Deutekom played three more pieces. Melchior Huurdeman did the interviewing. Both speakers were introduced by Tracy Metz, director of the John Adams Institute and initiator of this unique event. Glass talked about New York. How he moved from Baltimore, where his father owned a recordshop, to the Big Apple, in order to study music. That was 1969. New York, he stressed, was still an affordable place at that time. Thousands of young artists moved to the big city every year. In order to earn a living young Glass needed a job for three days a week, not more. A hundred dollars a month was sufficient to survive. He became taxidriver, construction worker, you name it; he even helped Richard Serra build his large sculpture for the Stedelijk Museum in Amsterdam. The rest of the time he studied music at Juilliard.

While studying he started composing and playing for small audiences. A great time to experiment. No responsibilities. Lots of talented people, lots of opportunities. Though his minimal music was a new sound not well understood by many, he became a successful composer in short time. Only ten years later, in 1976, his opera ‘Einstein on the Beach’ was performed in the Metropolitan Opera House. Glass seemed still to be overwhelmed, after all those years, by his unexpected stardom. Just read ‘Outliers’ (2008) of Malcolm Gladwell and you’ll understand: 10.000 hours of hard work and training plus a lot of luck is needed to become an outlier. Glass worked hard and New York is a lucky place. Not that the city is a garantee for success, but sure it helps. Plus: If I can make it in New York, I can make it anywhere. But then in the interview Glass raised the point that what New York lacked, at least at that time, was expert technical knowledge for composers. So he moved to Paris, where Nadia Boulanger (1887-1979) was teaching at the conservatory. In Paris he also met the Indian sitarist Ravi Shankar. That means these two cities were very important in his life: Paris and New York. And if you listen to his music, you’ll hear New York, and a bit of Paris.

Tagged with:
 

Back-to-the-city movement

On 19 mei 2016, in wonen, by Zef Hemel

Read in ‘The New York Nobody Knows’ (2013) of William Helmreich:

On 12 May 2016 Richard Florida wrote an article in Citylab on a new report of the NYU’s Furman Center for Real Estate and Urban Policy on gentrification in the Big Apple. The researchers divided 55 New York City neighborhoods into three categories: gentrifying, non-gentrifying, and higher-income. Gentrification is happening in 15 neighborhoods (27 percent), 7 are non-gentrifying, and 33 neighborhoods are higher-income already since 1990. The gentrifying neighborhoods were all in Upper Manhattan and in Brooklyn (Williamsburg/Greenpoint). Rent increase in Brooklyn is “a whopping 78 percent”, in West-Harlem and the Lower Eastside more than 50 percent, in Morningside Heights 30 percent. Florida: “Gentrification in New York City is the outcome of a series of economic and demographic trends that have transformed the city more broadly – notably, the surge in more educated, affluent, younger, and single people headed back to the city.” Average households income are rising. Young, educated people all seem to concentrate. The population of New York City as a total is rising again too, also in the non-gentrifying and higher-income neighborhoods. So, do gentrifiers displace the poor? No. In reality poor ànd rich, they all have to deal with steeply rising rent burdens.

The article, sent to me by Lars Boering, managing director of World Press Photo, reminded me of the chapter on gentrification in a great book written by William Helmreich. In ‘The New York Nobody Knows’ (2013), this professor of Sociology at the Graduate Center of CUNY, explored the city by walking 6000 miles through its streets, thus reaching out for every corner and alley. His conclusion is: “When all is said and done, gentrification is a complex issue. It has swept through many parts of the city and has been helped along by many interests. It is changing the face of New York and will shape its future for decades. By observing it on the ground, it becomes possible to see these complexities from different angles, many of the positive, some not necessarily so.” In the Netherlands people think gentrification is dubious. Dutch opinionmakers better be envious, walk 6000 miles in New York City, or read ‘’The New York Nobody Knows’. There’s reason to be far more positive.

Steinway als innovator

On 4 februari 2016, in innovatie, by Zef Hemel

Geleerd van Frenk Bekkers tijdens masterclass New York 2015:

Een van de opwindendste fasen in de masterclass New York City 2015 was de ontdekking van de oorsprong van het stedelijke tech-ecosysteem van Long Island City, grofweg het gebied in Queens op een mijl afstand van Roosevelt Island, waar de campus van Cornell-Tech op dit moment in aanbouw is. Hier vestigde Steinway zijn pianofabrieken in 1869. Voor die tijd was westelijk Queens nog overwegend agrarisch, met het dorpje Astoria als centrale kern. Van een ambachtelijke pianobouwer die honderd vleugels per jaar bouwde groeide Steinway in korte tijd uit tot een megabedrijf dat 5.000 instrumenten per jaar produceerde. Steinway & Son was een uiterst innovatief bedrijf dat liefst 126 patenten registreerde, zoals het sustainpedaal, het middelste pedaal op een vleugel. Al die technische uitvindingen waren profijtelijk. Maar Steinway verdiende ook geld met een marktstrategie waarin de stad zelf een belangrijke rol speelde. Zo zorgde het familiebedrijf voor een complete muzikale infrastructuur die bestond uit pianolessen, zangverenigingen en de Steinway Music Hall op Manhattan. Ook zorgde het voor gebouwen en voorzieningen die het woon- en werkgebied aantrekkelijk maakten. Steinway bouwde avenues en huizen; een tram werd op kosten van de zaak aangelegd. De bloeiperiode eindigde met het overlijden van William Steinway in 1896 en de annexatie van Long Island City door New York City in 1898.

In zijn laatste levensjaren gaf de pianomagnaat de aanzet tot een tweede bloeiperiode door de commissie te leiden die het metroplan voor New York maakte. Long Island City werd hierdoor uiteindelijk door bruggen, een tunnel en metrolijnen verbonden met Manhattan. Daaronder ook metrolijn 7 door de door Steinway gefinancierde Steinwaytunnel. Dit keer ging het effect Steinway ver te boven. Commerciële en economische ontwikkelingen kregen een ware boost. Er werden fabrieken gebouwd, vooral in het gebied tussen het water en de drie grote overstapstations. Deze tweede bloeiperiode duurde tot 1950. Daarna sloten in heel New York de fabrieken hun deuren. Oude panden kregen een nieuwe bestemming. City University opende hier zijn universiteit voor toegepaste wetenschappen en in een voormalige bakkerij vestigden zich de Silvercup studios. LIC werd voor de Oostkust het centrum van film en media, in het verlengde van de muziek. Nog steeds werken hier vijfhonderd mensen aan de bouw van nieuwe vleugels. Alles gaat daar met de hand. Daarmee werd het innovatieve ecosysteem van Long Island City een van technologie, muziek & media, maakindustrie, verkeer en stadsontwikkeling. Alles dankzij Steinway.

Tagged with:
 

Postmetropolitan University

On 5 januari 2016, in innovatie, onderwijs, by Zef Hemel

Read in De Omslag of 2015:

Christoph Lindner is professor of Media and Culture at the University of Amsterdam. He wrote an article on ‘Six Discourses on the Postmetropolitan University’. Because I just finished a masterclass on New York City and its universities I read his article with more than just fraternal interest.  You should read it too. It’s on the website of  the UvA community of critical professors, de Omslag: https://omslag.nu/universiteit-gebouwen/six-discourses-on-the-postmetropolitan-university/. What is a postmetropolitan university? According to Lindner it is a university that fits in the postmetropolitan era, which is an era of intensified globalization and urbanization processes: a so-called neoliberal epoch. His six discourses are: the Disembodied Campus, the Global Campus, the Speculative Campus, the Creative Campus, the Fortress Campus, and the Corporate Campus. None of these is favorable. Just like cities, he thinks that all universities will become corporate enterprises. They are entrepreneurial already. “The overarching trend that connects all of the campus formations outlined above is the neoliberal corporatization of the university and, as part of this process, its de-democratization, precarization, and (for public institutions) privatization. Universities of the immediate future, like the cities they inhabit, are likely to be more corporate, not less corporate.” He thinks a discussion on the value system is needed.

That’s exactly what we discussed in the masterclass. In New York we studied the universities of  Columbia, Cornell-Tech and CUNY, their plans for the future, their campusses, and their business models. We related all the information to the city,  to its plans for the future and its policy towards higher education. We visited New York and spoke to many stakeholders, civil servants and professors at the universities. The eighteen participants – all professionals working for cities or universities in the Netherlands – made proposals for each of these three universities. The team on Columbia University developed a concept for a university that is profitable in terms of city building and gentrification, without a negative impact on the neighborhood (West-Harlem). The second team on Cornell-Tech developed a concept for a university that fosters innovation, as a component of a true urban innovation ecosystem (Queens). The third, studying CUNY, developed a concept for a decentralized university that taps on local talent, trying to emancipate young people in the back streets of its city-region. Sure, we heard some neoliberal newspeak, but at the same time we found many opportunities to maximize the profits and enhance positive outcomes of new campus building. Instead of criticizing, we tried to develop new models that will help cities to thrive. For cities, universities and colleges are key!

Tagged with:
 

Immigrant city

On 30 november 2015, in politiek, by Zef Hemel

Seen at the IDFA, Amsterdam, on 29 November 2015:

‘In Jackson Heighs’,  the new documentary of Frederic Wiseman, opens with muslims praying in mosques, garages, sheds. Welcome to Queens, New York. On the last day of the International Documentary Festival Amsterdam (IDFA) 2015 I went to see the three-hour movie in a cinema at the Muntplein. Great movie! In Jackson Heights, a multicultural neighborhood in Queens, more than 170 nationalities and languages live closely together: Colombians, Mexicans, Jews, Catholics, Muslims, Hindus, you name it. This district in the outskirts of New York City is far more divers than the whole of Amsterdam. The film is about diversity, identity, immigration, city life, politics, gentrification, empowerment, democracy. Democracy not at the federal level, or at the state level; not even at the city level – we see the mayor, Bill de Blasio, speaking only once, at the opening of the Gay Parade. This great American urban democracy is a democracy at the ward level: a struggling open democracy of immigrant people building their own communities from the bottom up. I think the sociologist Robert Putnam is wrong. After seeing this documentary we should be far more optimistic about social cohesion, inclusiveness and the future of democracy, in big cities. Even though all these people – mostly former illegal immigrants – live in their own communities, they are learning to live together somehow.

After reading the article of Richard Brody in The New Yorker of 3 November 2015 I wanted to see Wiseman’s view on globalization. In ‘Finding the American Ideal in Queens’, Brody warns it is a non-spontaneous documentary, a documentary by design. “What Wiseman found in Jackson Heights is people talking, mainly in organized, formalized settings that have their pretext and their agenda defined. He finds civic life taking place in public and quasi-public places—houses of worship, stores, storefront offices of non-profit community organizations, and local governmental offices, including the storefront office of the neighborhood’s City Council representative, Daniel Dromm.” Sure. So is it still alive? Brody: “Wiseman’s subject is political life in the most classical sense—the polis, the life of the city—and his emphasis on urban dwellers’ struggle for a part in the political process, his vision of what surpasses the boundaries of the self-defined community and reaches far beyond local neighborhood, is the idea of equality under the law, fair treatment by the law—in short, the political ideal of the United States.” Nothing wrong with that. So we can be hopeful. And it is a bottom-up process within a more or less fair constitution, in a great metropolis.

Tagged with:
 

The future

On 13 november 2015, in literatuur, by Zef Hemel

Read in ‘Future City’ (1973) of Roger Elwood (editor):

Today I will give a lecture at the conference for teachers in geography of the Royal Dutch Geographical Society (KNAG) in Ede, the Netherlands. Subject: the future. Some 800 teachers will be there. Where to begin? How to end my story? For inspiration, I reread ‘Future City’, offered to me by the Dutch grand old man Fred Zandvoort, and see what writers were thinking about the future of cities in the year 1973. Will cities last? How will they look? Some fifteen novelists wrote wonderful science fiction-stories on cities. Roger Elwood, the editor, noted in his introduction that it was not a happy book. Sure. Frederik Pohl, an American sciencefiction writer, for example is the author of the afterword. Pohl: “The cities I know best, New York and London, are absolute failures in some very essential ways. New York is dirty, noisy, preposterously expensive and essentially unsafe. (…) London is physically safer, but it is also dirty, also noisy and rapidly becoming just as preposterously expensive.” Then he concludes: “And yet they survive.” Pohl was convinced that city life was a failed experiment, that we will never give up on. Sounds familiar, still?

Pohl thought planners were having a problem. “Cities do not like to be planned very much.” He had made a lot of excursions to new towns – all modernist projects – and had come to the conclusion that you cannot plan a new city. “All of them are dreams, and making them come true destroys them.” Then he wrote that cities are accumulations of a diversity of social capital. It is a matter of size, of scale effect, he stressed. Only big cities are real cities; it needs a huddling for a lot of people, you should be able to get a meal at four in the morning, otherwise it is not a city. I think he was right. “They are so needed that they cannot be allowed to fail.” Well, that depends. At least that was the pessimism of the seventies. We are far more positive now. Cities are the best places in the world. Well, at least the big ones. The future will be an urban one. Even in the Netherlands we will build one big city, at last.

Tagged with:
 

The end of things-as-known

On 10 november 2015, in literatuur, by Zef Hemel

Read in ‘Mr. Sammler’s Planet’ (1970) of Saul Bellow:

Saul Bellow’s ‘Mr. Sammler’s Planet’, published in 1970, is a must read. Mr. Sammler, a survivor of the Holocaust and an intellectual, is the hero of the novel. He lives in New York. His age: seventy-something. Every day he takes the bus from his apartment on the West Side to the Fourty-second street library. This is Bellow’s description of Sammler’s daily urban trip on the bus: “Such was Sammler’s eastward view, a soft asphalt belly rising, in which lay steaming sewer navels. Spalled sidewalks with clusters of ash cans. Brownstones. The yellow brick of elevator buildings like his own. Little copses of television antennas. Whiplike, graceful thrilling metral dendrites drawing images from the air, bringing brotherhood, communion to immured apartment people. Westward the Hudson came between Sammler and the great Spry industries of New Jersey. These flashed their electric message through intervening night. SPRY. But then he was half blind.” New York gives Sammler no hope. Not only the pickpocket at work on the bus depresses him. Also racism, tourism, erotic persuasions, the crazy violence of fanatics. “Like many people who had seen the world collapse once, Mr. Sammler entertained the possibility it might collapse twice.”

In the novel Mr. Sammler tries to get a grip on New York. In his introduction to the Penguin Classic, Stanley Crouch writes: “We get the feeling of a human being in repose, in grief, in rage, in self-protective contemplation, in unsparing self-examination, in attentive motion through Manhattan, on foot, in public transportation, in chauffeured limousine.” According to Mr. Crouch, Bellow chose New York for his novel as the capital of capitalism, the power of the city over the country was evident. But then, in chapter 6, there is a telephone crisis. In New York! Sammler is at the house of his benefactor Elya Gruner in New Rochelle, who is dying in a hospital on Manhattan. Trains are not running. The servant will bring him in the silver Rolls Royce. There he goes. “It would soon be full spring. The Cross County, the Saw Mill River, the Henry Hudson thick with reviving grass and dandelions, the oven of the sun baking green life again.” They’re getting nearer to Manhattan. So in the end he is positive, isn’t he? “Looking from the window, passing all in state, in an automobile costing upwards of twenty thousand dollars, Mr. Sammler still saw that together with the end of things-as-known the feeling for new beginnings was nevertheless very strong.” He drives from north to south, up Broadway. “And away from this death-burdened, rotting, spoiled, sullied, exasperating, sinful earth but already looking toward the moon and Mars with plans for founding cities.”  There he finds Elya in the hospital at last, dead.

Tagged with: