Literatuur van de straat

On 8 april 2014, in boeken, literatuur, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Winter Journal’ (2012) van Paul Auster:

De poging tot autobiografie van Paul Auster – de 64 jarige schrijver uit New York die terugblikt op zijn leven – liet me niet onberoerd. Iedereen zou zijn leven net als Auster in ‘Winter Journal’ deed kunnen beschrijven, aan de hand van zijn eigen lichaam, de adressen nalopen waar hij heeft gewoond, de dood navoelen van de ouders, de weersomstandigheden inventariseren, het voedsel, de vrouwen, de liefdes, de scholen, de hotels, de kwetsuren nogmaals kunnen ervaren, enzovoort. Mooi is de beschrijving van zijn verhuizing van Manhattan naar de overkant van de East River, naar Brooklyn in 1980. Hij belandt er in Carroll Gardens, een in zichzelf gekeerde Italiaanse gemeenschap in een buurt die destijds te boek stond als de veiligste in het verder gevaarlijke New York. Bekeken voelde hij zich er, begluurd door de vrouwen op stoepen, anders dan Afro-Amerikanen weliswaar niet ruw buitengesloten, maar ook niet welkom.

En altijd maar dat lopen. Auster beschrijft zichzelf voortdurend wandelend door de stad. Wanneer hij de sensaties beschrijft die hij ervoer met zijn lichaam in beweging door ruimtes, eindigt hij met wandelen over trottoirs, "for that is how you see yourself whenever you stop to think about who you are: a man who walks, a man who has spent his life walking through the streets of cities." Schrijven staat voor hem gelijk aan lopen. Helemaal op het eind komt hij op dat gegeven terug. "In order to do what you do, you need to walk. Walking is what brings the words to you, what allows you to hear the rhythms of the words as you write them in your head." Ook al schrijft hij zijn boeken achter zijn bureau, net als Dante heeft hij voor zijn boeken vele paren sandalen versleten. "You sit at your desk in order to write down the words, but in your head you are still walking, always walking, and what you hear is the rhythm of your heart, the beating of your heart." De stad als inspiratiebron voor grote schrijvers, de literatuur ligt op straat.

Tagged with:
 

Street life

On 30 januari 2014, in openbare ruimte, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Times van 17 januari 2014:

 

Keith Hampton, verbonden aan Rutgers University, had een briljant idee. Hij besloot de publieke ruimtes die de socioloog William Whyte in 1975 met zijn filmische ‘Street Life Project’ op slag wereldberoemd hadden gemaakt opnieuw te filmen. Dat meldde laatst The New York Times. Hampton ging terug naar plekken als Briant Park, direct achter de New York Public Library, maar ook naar pleinen en straten in Los Angeles, Philadelphia en Boston. Whyte had hier destijds met een super-8 camera vanaf een hoog standpunt de mensen op straat gefilmd. Zijn camera werkte met een digitale klok: elke 10 seconde volgde een filmshot. Zo was Whyte in staat geweest het gedrag van mensen in de publieke ruimte in New York en andere Amerikaanse steden gedurende de dag vast te leggen en wetenschappelijk te observeren. Van zijn ‘The Social Life of Small Urban Spaces’ (1980) heb ik nog altijd een exemplaar. Hampton deed het opnieuw. Hij wilde weten of in de kleine veertig jaar die sindsdien verstreken het gedrag van mensen in diezelfde openbare ruimte ook is veranderd. Dat blijkt inderdaad het geval.

Hampton meende dat stedelingen in 2013 eenzamer zouden zijn dan in 1975, meer in zichzelf gekeerd, druk in de weer met hun mobieltjes, ear phones en laptops. Dat bleek niet het geval. Gemiddeld slechts 3 procent van de wandelaars stond te bellen, te gamen of te mailen op straat; de meesten leken dit te doen in afwachting van de komst van iemand met wie ze een afspraak hadden. Het sociale verkeer op straat bleek juist veel intenser, wat Hampton deels verklaart uit de mobiele technologie die meer ontmoetingen in de publieke ruimte lijkt uit te lokken. “Technology is not driving us apart.” Technologie verbindt juist mensen. Opvallend was ook de toegenomen drukte op straat in het algemeen, op alle plekken die Hampton opnieuw had onderzocht. En het meest verrassende was wel dat vooral het aandeel vrouwen in de publieke ruimte sterk was toegenomen. Vrouwen bleven in 1975 nog overwegend thuis, bij de kinderen, je zag ze bijna niet op straat (alleen in winkelstraten.) Tegenwoordig domineren ze overal de stedelijke publieke ruimte. Ze eten, drinken, wandelen, ontmoeten elkaar. De stedelijke publieke ruimte, concludeert Hampton, is door de emancipatie van vrouwen publieker en socialer geworden.

Tagged with:
 

Politiek laboratorium

On 2 januari 2014, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 9 november 2013:

Kijk, kijk. De inauguratie van de nieuwe burgemeester van New York, Bill de Blasio, werd op 1 januari 2014 zowaar uitgezonden op de nationale televisie. Voor het eerst ooit brachten Amerikaanse nationale zenders een degelijk evenement live in beeld. Tot nu toe was dit voorbehouden aan Amerikaanse presidenten. Het tekent de zwakte van Washington als politiek centrum en de groeiende betekenis van metropolen als politieke entiteiten wereldwijd, zeker als ze Wall Street binnen hun grenzen hebben. Zo werd door de media ook het aantreden van De Blasio gezien: als een gewaagd politiek experiment, en de stad New York als niet minder dan een ‘politiek laboratorium’. De verlamming die is toegeslagen in de belangrijkste natie-staat ter wereld wordt in Amerika ruimschoots gecompenseerd door grote dynamiek en daadkracht in haar grote steden. Na het tijdperk-Bloomberg, waarin de grootste stad van Amerika stad werd gerund als een bedrijf – ‘make government work like business’ -, is het nu aan de linkse politiek om de New Yorkse samenleving duurzamer, welvarender en rechtvaardiger te maken.

Wat zijn de onderwerpen waar de buurtwerker en voormalig ombudsman De Blasio op scoort? Ongelijkheid, extreme rijkdom versus snel groeiende armoede (ook wel: de wegvallende middenklasse) en willekeur in het optreden van de politie. Daar wil de nieuwe burgemeester iets aan doen. In zijn rede ‘A Tale of Two Cities’ zette hij de schrijnende tegenstelling tussen het rijke New York van Bloomberg – de plutocraten – tegenover het arme New York van de migranten en werklozen. Terwijl de Big Apple redelijk economisch succesvol is, zijn het vooral de vastgoedprijzen en de woonkosten die skyhigh stijgen. Hierdoor vallen steeds meer mensen buiten de boot en worden verdreven. De cijfers: in 2001 telde New York 8,1 miljoen inwoners, in 2013 is dat 8,3 miljoen. Het deel van de bevolking dat onder de armoedegrens leeft is eveneens gegroeid, maar percentueel constant gebleven: 21,2 procent. De werkloosheid is in de twaalf jaar Bloomberg opgelopen van 7,6 procent naar 8,6 procent. De omvang van de stedelijke economie is in die tien jaar licht afgenomen, van 513,7 miljard dollar naar 509,4. De Blasio wil via lokale belastingheffing de lokale ongelijkheid bestrijden. Wordt hem dat gegund? De redactie van The Economist moet het nog zien. Maar die van The Washington Post neemt De Blasio serieus. ‘“There’s a progressive movement in this country that’s having a real effect,” he says, adding that “the inequalities we’re facing are becoming just fundamentally unacceptable.” De Blasio is right about that’. De krant verwacht geen loochening, wel een duidelijke koerscorrectie. Iedereen zal de komende tijd op New York letten. Al was het maar omdat een sneeuwstorm de stad bedreigt.

Tagged with:
 

Fixing a sewer

On 11 oktober 2013, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in The Atlantic Cities’ van 13 juni 2012:

Vorig jaar verscheen van de hand van de Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber een opmerkelijk boek over hoe deze wereld beter kan worden bestuurd. Antwoord: niet door staten, wel door steden. Preciezer, niet door regeringen, maar door burgemeesters. In ‘If Mayors Ruled the World’ betoogt Barber dat regeringen tegenwoordig disfunctioneren, hetgeen getuige wat er op dit moment in Washington gebeurt hoogst actueel blijkt te zijn. Steden daarentegen worden volgens Barber overwegend partijloos en pragmatisch bestuurd. Burgemeester La Guardia van New York zei het ooit zo: “There is no Democratic or Republican way of fixing a sewer.” Stedelijke politiek gaat niet over macro-economie of oorlogen voeren. Ze gaat over alledaagse dingen, over hoe mensen samen kunnen leven. Democratie begon ooit in steden. Goede governance tref je er veelvuldig aan. Effectief leiderschap wordt bij uitstek in steden aangetroffen. Steden leren ook sneller van elkaar en zijn ook beter in staat om samen te werken dan landen. Met een parlement van burgemeesters – een ‘audiament’- denkt Barber de wereld veel beter te kunnen besturen.

Vreemd? In een interview met Richard Florida in The Atlantic Cities verwoordde Barber het vorig jaar aldus: “There are literally hundreds of networks already linked up in which a great deal of transnational cooperation already is taking place. When I speak of an ‘audiament’ I mean to remind us that parliaments too often focus on talking at people, whereas democracy requires that we listen to one another and seek common ground. The key to the arts of democracy is how we listen to one another, not how we talk. For what we are seeking is common action that is voluntary, and this calls for mutual understanding – that is, listening.” Anders gezegd, de mondiale netwerken van steden fungeren nu al als horizontale, democratische governance-structuren. Daar is meer dialoog dan in de nationale parlementen. En deze netwerken groeien als kool. Met de ‘Shutdown’ in de Verenigde Staten lijkt men zijn voorstel daar nu ineens buitengewoon serieus te nemen. Deze week sprak Barber in New York voor het Citylab van burgemeester Bloomberg, in aanwezigheid van 300 vertegenwoordigers van Amerikaanse steden. Time Magazine riep Bloomberg bij die gelegenheid al uit tot de nieuwe wereldleider.

Tagged with:
 

Marshall Berman 1940-2013

On 12 september 2013, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘All That is Solid Melts Into Air’(1982) van Marshall Berman:

Deze week overleed Marshall Berman (1940-2013). Deze reusachtige New Yorkse intellectueel, woonachtig in de Bronx, schreef een van de mooiste boeken over het Modernisme die ik ken: ‘All That is Solid Melts Into Air’. Marx, Dostojewski en Goethe had ik nog niet gelezen, maar Berman liet me er kennis mee maken. Door zijn ogen leerde ik sociale omgevingen lezen en waarderen – “small towns, big construction sites, dams and power plants, Joseph Paxton’s Chrystal Palace, Haussmann’s Parisian boulevards, Petersburg prospects, Robert Moses’ highways through New York; and finally, reading fictional and actual people’s lives (…)” Destijds was wat hij schreef allemaal nieuw voor mij. Berman maakte duidelijk dat in het modernisme alles verandert en transformeert en dat dat ons huiver en schrik aanjaagt. En dan die geweldige paradox. Echt modern zijn is anti-modern zijn: “from Marx’s and Dostoevsky’s  time to our own, it has been impossible to grasp and embrace the modern world’s potentialities without loathing and fighting against some of its most palpable realities.” Marshall Berman is niet meer.

Nooit zal ik het voorwoord vergeten, dat hij in januari 1981 schreef. Kort nadat hij zijn boek voltooid had stierf zijn zoon, vijf jaar oud. ‘All That Is Solid Melts Into Air’ droeg hij op aan Marc Joseph. Diens leven en dood brachten de thema’s van zijn vader zo dicht bij huis: “the idea that those who are most happily at home in the modern world, as he was, may be most vulnerable to the demons that haunt it; the idea that the daily routine of playgrounds and bicycles, of shopping and eating and cleaning up, of ordinary hugs and kisses, may be not only infinitely joyous and beautiful but also infinitely precarious and fragile; that it may take desperate and heroic struggles to sustain this life, and sometimes we lose.” Waarna hij Karamazov citeert, die zou hebben gezegd dat de dood van kinderen hem, meer dan iets anders, zijn kaartje naar het universum wilde doen inleveren. Berman bleef nog drieendertig jaar in New York werkzaam.

Tagged with:
 

Vooruitziende blik

On 23 augustus 2013, in boeken, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Atlas Shrugged’ (1957) van Ayn Rand:

Eerder al schreef ik over Ayn Rand’s ‘Atlas Shrugged’, naar aanleiding van Hans Achterhuis’ ‘De utopie van de vrije markt’. Deze zomer las ik dan eindelijk de dikke pil die in mijn geboortejaar verscheen en die nog altijd tot de meest gelezen boeken behoort in Amerika. En ik moet toegeven, het is een indringend verhaal over een aantal meedogenloze ondernemers. Deze dystopie schetst precies de ondergang van Amerika die wij op dit moment beleven. Autofabrieken zijn op de fles gegaan, de Amerikaanse Oostkust is verworden tot een ‘Rustbelt’, New York wankelt, de financiele crisis heeft de meeste mensen verarmd, mensen met talent zijn gevlucht naar de ‘Sunbelt’. Het sombere beeld dat Ayn Rand bijna zestig jaar geleden schetste van een toekomstige Amerikaanse economie is juist nu werkelijkheid aan het worden. Geen wonder dat de roman aan de andere kant van de oceaan een ware revival beleeft. Alleen de oorzaak van de huidige crisis is een volstrekt andere dan die Rand indertijd schetste: niet de weke sociaal-democratie van Barack Obama, maar juist het keiharde, niets ontziende neoliberalisme van zijn voorgangers drijft de Verenigde Staten op dit moment naar de ondergang. Ik vrees echter dat Amerikanen dit heel anders zien. ‘Atlas Shrugged’ is de bijbel van de ultraconservatieven. Trouwens, van zo’n roman kan geen econoom het winnen.

Voor Rand zijn grote steden tastbare uitingen van economische vitaliteit en kracht, het zijn producten van individueel moedig ondernemerschap, niet van cultuur en samenleving. Wanneer bijvoorbeeld twee grootindustriëlen – Dagny Taggart en Hank Rearden – elkaar op Thanksgiving Day in New York ontmoeten, zegt Rearden: “You know, Dagny, Thanksgiving was a holiday established by productive people to celebrate the success of their work.” Waarna we lezen: “The movement of his arm, as he raised the glass, went from the portrait – to her – to the buildings of the city beyond the window.” Diezelfde Rearden – uitvinder van een nieuw soort metaal – wordt even eerder in de roman door een andere grootindustrieel, Ellis Wyatt, aangemoedigd New York te verlaten wanneer de ondernemers door Washington aan banden worden gelegd: “Hank, why don’t you move to Colorado? To hell with New York and the Eastern Seaboard! This is the capital of the Renaissance. The Second Renaissance – not of oil paintings and cathedrals – but of oil derricks, power plants, and motors made of Rearden Metal. They had the Stone Age and the Iron Age and now they’re going to call it the Rearden Metal Age – because there’s no limit to what your Metal has made possible.” Vele ondernemers vluchten de bergen in maar Rearden blijft op zijn post. Het is alsof Mark Zuckerberg wordt aangemoedigd New York te verlaten en zijn geluk te beproeven in San Francisco, aan de andere kant van de Rocky Mountains. Silicon Valley opgevat als een soort Atlantis. 1957, wat een vooruitziende blik!

Tagged with:
 

You can do it

On 20 mei 2013, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 20 mei 2013:

Uitgebreid portret van Michael Bloomberg, burgemeester van New York, in de Volkskrant van Pinksteren. Bloomberg nadert het einde van zijn derde termijn. De scheidende burgemeester wordt door jounalist Arie Elshout neergezet als “dompteur”, “onverschrokken stadsvernieuwer”, “revolutionair” en “de beste burgemeester in de geschiedenis.” Wat heeft deze man “met het hoofd van een Romeinse senator” zoal gedaan? Hij zou de metropool van 8,3 miljoen inwoners veilig hebben gemaakt, dat in de eerste plaats. Volgens zijn filosofie vloeit al het andere daaruit voort: “Pas als een stad veilig is willen mensen er wonen, studeren, winkelen of uitgaan. Daarna maak je haar attractief door te investeren in cultuur en parken.” Zelfs aan de levensstijl van de inwoners van New York ging hij op een gegeven moment sleutelen. Als een sociale ingenieur probeerde hij obesitas en gezondheidsproblemen te bestrijden door de voedingspatronen in zijn stad te beïnvloeden. Deze aanpak diende destijds ook als voorbeeld voor de Amsterdamse voedselstrategie. Zijn geheim? Een neiging tot verlichte despotie, het geloof dat niets onmogelijk is en zijn onwaarschijnlijke fortuin. Deze bijna bovenmenselijke eigenschappen en omstandigheden maakten hem tot een echte leider. Elshout weet het zeker: “Zo’n metropool, met zoveel beweging, zoveel ongelijkheid en zo weinig ruimte, is alleen in de hand te houden door een krachtige burgemeester die niet bang is om de baas te zijn.” Werkelijk?

Het portret van Bloomberg deed me denken aan Tolstoi’s portret van de burgemeester van Moskou in ‘Oorlog en vrede’. Aan burgemeester Rastoptsjin werd door historici het kordate bevel toegeschreven om Moskou in brand te steken nadat Napoleon begin september 1812 de Russische hoofdstad had veroverd. Volgens Tolstoi was dat helemaal niet waar. De metropool vloog vanzelf in brand nadat de bewoners massaal op de vlucht waren geslagen en de ongeregelde Franse troepen de houten huizen hadden bezet. Over de burgemeester schreef hij: “Hij dacht niet alleen (zoals elke bestuurder denkt) dat hij het uiterlijke handelen van de inwoners van Moskou regelde, maar hij meende ook dat hij hun stemming richting kon geven door middel van oproepen en affiches (…).” In de opvatting van Tolstoi werkt de geschiedenis heel anders: “we moeten tsaren, ministers en generaals buiten beschouwing laten, en ons bezighouden met de gelijksoortige, oneindig kleine elementen die de massa sturen. Niemand kan zeggen in hoeverre het de mens gegeven is langs die weg de wetten van de geschiedenis te ontraadselen; maar het is duidelijk dat alleen in deze richting de mogelijkheid daartoe ligt, en dat het menselijk verstand in deze richting nog geen miljoenste deel heeft aangewend van de inspanningen, die de historici hebben gewijd aan het beschrijven van de daden van allerlei tsaren, legeraanvoerders en ministers en aan het uiteenzetten van hun visie op die daden.”  Anderhalve eeuw later is er klaarblijkelijk wat dat betreft nog niets veranderd.

Tagged with:
 

Veldhoven–New York

On 25 april 2013, in economie, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 20 januari 2013:

Onder de kop ‘Liever Veldhoven dan Silicon Valley’ verscheen onlangs in NRC Handelsblad een opzienbarend interview met Eric Meurice, de Franse topman van hightechbedrijf ASML. “Hij vertrouwt op innovatie, maar je weet nooit wanneer het werkt.” Je zou van Meurice een verhaal over het succes van de Eindhovense regio verwachten. Daar is ASML immers gevestigd. Niets is echter minder waar. In plaats daarvan krijgt de lezer een verhaal over het dorpje Veldhoven voorgeschoteld. “Ons verdienmodel is gebaseerd op heel veel investeren in een klein dorpje – Veldhoven. Zo ontwikkelen we kennis die superieur is aan concurrenten als Nikon en Canon. Hier stoppen we mensen in een ‘aquarium’, afgesloten voor de buitenwereld.” Meurice denkt dat zijn bedrijf het niet gered zou hebben in Silicon Valley. “In Silicon Valley zouden we na twee jaar twintig procent van onze werknemers kwijt zijn.” Anders gezegd, de Eindhovense regio is zeker geen Silicon Valley. Er zijn daar in ieder geval geen concurrenten te vinden. “Als we zoveel geld hadden besteed in Silicon Valley zouden we het niet gered hebben.”

Wat een verschil met het verhaal van burgemeester Bloomberg van New York. Zijn ambitie om van New York een ‘Silicon Alley’ te maken heeft een volstrekt andere achtergrond. De metropool New York wil internethoofdstad van de wereld worden. Er kan daar geen concurrentie genoeg zijn. En het werkt. New York telt na Silicon Valley de meeste startups. Rond Union Square, hartje Manhattan, vestigden zich de afgelopen jaren honderden nieuwe techbedrijfjes. De metropool zet vooral in op onderwijs. Op Roosevelt Island heeft ze ruimte gemaakt voor een nieuwe technische universiteit – een samenwerkingsverband van Cornell University en de technische universiteit van Haifa. Bloomberg: “De beloning is dat we nieuwe banen creëren. Bedrijven vestigen zich op de plekken waar talent zit.” Google investeert nu stevig in New York. Aan Ninth Avenue heeft het grootste internetbedrijf ter wereld onlangs een groot bouwblok gekocht. Ook Spotify is er neergestreken. Het bedrijf uit Silicon Valley zoekt aansluiting bij de advertentiemarkt, bij de marketingbedrijven en bij het nieuwe talent. Ook kan het zo makkelijk de kleintjes in de buurt opeten door ze simpelweg op te kopen. Twee verhalen over innovatie. Het dorp versus de metropool. Het aquarium versus de mierenhoop. De monopolist versus de concurrentie. Wat een verschil!

Tagged with:
 

Future City anno 1973

On 25 maart 2013, in boeken, geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Future City’ (1973) van Roger Elwood:

Twee dozen met boeken kreeg ik over de post van stedenbouwkundige Fred Zandvoort (1923). Fred is onlangs negentig jaar geworden. Boeken stuurde hij over steden uit de periode 1960 tot 1975. Een ervan is getiteld ‘Future City’ (1973). Erin opgenomen zijn korte verhalen van Amerikaanse schrijvers over steden in de toekomst. De toekomst van het jaar 2000 of zelfs 2050, wel te verstaan. De verhalen herlezen anno 2013 is ronduit curieus. Redacteur is science fictionschrijver Roger Elwood. Het voorwoord is van de hand van Clifford Simak. Dat stuk alleen al is veelzeggend over de situatie in het jaar 1973 en bepalend voor de oriëntatie van de redacteur en veel schrijvers van destijds. Simak: "The city today lives on as an anachronism propped up by tradition."

Handel was internationaal geworden, ze vond niet meer plaats tussen steden, aldus Simak in 1973. Zakendoen vroeg ook niet langer om nabijheid. Reizen en transport waren gemakkelijk en goedkoop geworden en konden over grote afstanden plaatsvinden. Bescherming hoefden steden niet meer te bieden. Steden waren ook niet meer nodig voor het bestuur. Steden, kortom, waren overbodig geworden. "Heroic efforts have been made to keep them alive and habitable, but these efforts have been of a patchwork nature as expedience demanded." Overal was sprake van verval. "The city today is strangling and suffocating and there does not seem that much can be done with it." Helemaal opnieuw beginnen en compleet nieuwe steden bouwen dan? Zou kunnen. Maar dan zouden die nieuwe steden zelfvoorzienend moeten zijn, zonder achterbuurten, zonder vervuiling en zonder werkloosheid. Simak: "But why save the city at all? Why spend money on it?" En dan: "The day may come, sooner than we think, when business and industry, as well as people, will have fled the city." Het eerste verhaal speelt in New York: "a searing vision of a decaying New York segregated from the rest of the country, replete with bedicabs (taxi’s voorzien van prostituees en bedden), real murder films, dingy hotels – visitors must be subjected to a lung-cleansing machine before they leave." Wegwezen dus. In Amsterdam was de situatie toentertijd niet heel anders. Twee jaar later startte de bouw van Almere. Daarna begon de stedelijke renaissance.

Tagged with:
 

Cool Brooklyn

On 19 maart 2013, in sport, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 31 december 2012:

Voor kantoren en woningen geldt in makelaarskringen de winnende leuze ‘locatie, locatie, locatie’. Hetzelfde blijkt te gelden voor sport. Sportief succes wordt in hoge mate bepaald door waar een sportclub gevestigd is. Dat luistert nauw. Het bewijs levert basketbalclub de Brooklyn Nets. Zij verhuisden afgelopen jaar van het saaie New Jersey naar het hippe Brooklyn, New York. Zo’n verhuizing is in de Verenigde Staten niet ongewoon. Sindsdien zijn de Nets favoriet en mateloos populair. Rapper Jay-Z, zelf afkomstig uit Brooklyn, stak geld in de club en heeft er zijn naam – en die van zijn vrouw Beyoncé – aan verbonden. Elke wedstrijd opent sindsdien met een stevige rap. Dat trekt vooral jongeren; Brooklyn is sowieso cool. Bij elke thuiswedstrijd is het echtpaar bovendien aanwezig. Jay-Z ontwierp ook de clubshirts, in een retro-stijl zwart-wit, met ouderwetse letters. Muziek, mode, sport en locatie maken de Nets tot een felbegeerde club. Omgekeerd vaart Brooklyn zelf er wel bij.

Een artikel over Brooklyn en de Nets verscheen op oudejaarsavond 2012 in de Volkskrant. Aanvankelijk las ik eroverheen. Nu spel ik het. Het nieuwe stadion is gelegen midden in de wijk, op de hoek van Flatbush Avenue en Atlantic Avenue. Met 18 duizend zitplaatsen is het tevens geschikt voor popconcerten. Half verzonken in de grond, in een ovale vorm, oogt het ook nog eens aantrekkelijk. Het aanvankelijke protest van de rijke yuppen in de buurt tegen de komst van het stadion is op slag verstomd. Vanaf 2015 zullen ook de ijshockeyers van de Islanders hier gaan spelen. Brooklyn, met 2,5 miljoen inwoners, heeft met de Nets een absolute troef in huis gehaald. New York telt 8 miljoen inwoners en heeft nu twee professionele honkbalclubs, twee American footballteams, twee ijshockeyploegen en ook nog eens de New York Knicks. Allemaal zijn ze jaloers op het eclatante succes van de Brooklyn Nets. Alleen, begrijp ik, nu moeten de Nets nog wedstrijden winnen.

Tagged with: