Amsterdamlezing #2

On 16 januari 2015, in planningtheorie, technologie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen op http://www.uva.nl/nieuws-agenda/nieuws/amsterdamlezingen/amsterdamlezingen.html

Pieter Hooimeijer en Zef Hemel zullen de tweede Amsterdamlezing van 2015 voor hun rekening nemen. Op 9 februari spreken zij over de intelligentie en innovatiekracht van steden in het algemeen en Amsterdam in het bijzonder. Hooimeijer, die sociale geografie en demografie aan de Universiteit Utrecht doceert, zal de avond modereren; Hemel zal vanuit de planologische invalshoek de inleiding verzorgen. Met de lezing willen wij het beeld van Amsterdam als kennisstad aanvullen met kennis uit de geografie en de planologie. Hooimeijer zal dat mede doen als lid van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) die in april 2014 een belangwekkend rapport aan de Nederlandse regering publiceerde over de toekomst van de stad. Was is die toekomst van steden eigenlijk en hoe belangrijk is wetenschappelijke kennis daarin precies? Vermoedelijk zal Hooimeijer de plaats en betekenis van universiteiten in die toekomst, en zelfs de rol van steden daarin, relativeren. Ikzelf denk dat deze rol juist bepalend is.

Waarom bepalend? De oorsprong van het denken over geavanceerde stedelijke kennisproductie moet gezocht worden langs de boorden van de Grote Oceaan: Japan, Taiwan, Singapore, bovenal Silicon Valley. Ver van Nederland dus. Geografische studies naar het succes van de Bay Area vonden hun oorsprong in Los Angeles, waar wetenschappers het raadselachtige succes van Silicon Valley probeerden te verklaren. ‘Technopoles’, later ‘Cybercities’, ‘Informational Cities’, nog weer later ‘Smart Cities’ werden dit soort hoogtechnologische steden genoemd. Stanford University leek de sleutel. Begin 2000 werden aan die ene T van Technologie nog twee T’s toegevoegd, te weten Talent en Tolerantie. ‘Creatieve steden’ boordevol jong, hoogopgeleid talent werden nu uitgeroepen tot de winnaars in de eenentwintigste eeuw. Belangrijker dan het begrip waren de bestanddelen: Science Parks, ‘Valleys’, clusters, campussen, ‘startup ecosystems’, de begrippen duidden op nabijheid, de grote betekenis van de regionale schaal en van mondiale stedelijke netwerken. En het belang van praktische lokale kennis – metis. Met als gevolg een relativering van de natie-staat. Een overzicht van dit vertoog krijgt u op 9 februari 2015. Locatie: CREA, Roeterseiland.

Stadstaat NL

On 6 januari 2015, in bestuur, by Zef Hemel

Gelezen in FD van 20 december 2014:

Agora_van_Athene.jpg

FD interviewde Jeroen van der Veer, oud-topman van Shell. Het gesprek ging over Nederland, over onze toekomst, over robotisering, over het gevaar van de klimaatverandering, over de economische crisis, over globalisering. Zijn we er klaar voor? Wat moeten we doen? Van der Veer: "We zouden eigenlijk een wat strengere overheid moeten hebben die het land meer als een stadstaat regeert. We zitten nog te veel vast aan het oude CDA-denken: dat we heel veel platteland hebben in Nederland. Onzin natuurlijk. 60% van de bevolking woont al in steden. We hebben net zoveel inwoners als groter New York." Vervolgens klaagt Van der Veer over het grote aantal volksvertegenwoordigers in raden, staten en kamers. Vijfduizend in Nederland tegenover vijfhonderd in New York. Dat kan dus minder. Elke gemeente zijn eigen beleid? Nonsens. Singapore is zijn voorbeeld. Ziedaar het nieuwe denken over Nederland, opgevat als een stadstaat. Centraliseren en sterker regeren vanuit Den Haag dus.

En dat terwijl precies het omgekeerde moet gebeuren. Minder vanuit Den Haag, meer vanuit de steden, van onderop dus. Antifragiel noemt Taleb dat. Dat houdt in: sneller reageren op groeiende onzekerheid, meer experimenteren, veel fouten maken maar kleinere, grotere betrokkenheid, minder streng, juist zachter, menselijker, lokaler, dichter bij de realiteit, meer als Zwitserland. Waarom pleit Van der Veer juist voor het omgekeerde? Geen idee. Nogmaals, kennelijk is Singapore zijn grote voorbeeld. Bij hem minder democratie dus, meer autocratie, geen civil society, maar het grote bedrijfsleven. Waakt u voor Den Haag, kijk uit voor de stadstaat, let op Koninklijke Shell. Al heeft Van der Veer natuurlijk wel een punt. We moeten meer vanuit steden denken, niet vanuit Den Haag. Geen centralisatie dus, maar structurele decentralisatie. En Nederland is niet één stad. Daarvoor is alles te gefragmenteerd. Dat betekent allerminst dat de provincie straks regeert. We moeten naar de maat van de global city-region. Wat houdt dat in?

Tagged with:
 

Grotere steden, meer platteland

On 30 december 2014, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in CBS Webmagazine van 8 december 2014:

Bevolkingsgroei 2012-2025 naar regio


Hoe ziet onze toekomst eruit? Nederland telde op 1 januari 2014 16.829.289 inwoners. De bevolkingsgroei bedroeg in 2013 daarmee 0,3 procent. In de helft van de gemeenten kromp de bevolking, maar vooral in de grote steden nam deze juist toe. Het verschil tussen stad en land wordt dus snel groter. Raad eens in welke gemeente de bevolking het afgelopen jaar relatief het snelste groeide? Niet Amsterdam of Utrecht, maar Diemen, onderdeel van de Amsterdamse agglomeratie. In 2060 verwacht het CBS voor ons land 18,1 miljoen inwoners. Dat betekent dat de Nederlandse bevolking ook de komende dertig jaar zal blijven groeien. Belangrijkste oorzaak: een positief migratiesaldo. Hoe ziet Nederland er in 2060 uit? Als zowel krimp als groei doorzetten, dan zullen er weer echt grote steden ontstaan. Maar ook vormt zich een heus platteland. Alle pogingen uit het verleden om de bevolking vast te houden op het land of te spreiden zullen dan teniet worden gedaan. Sterker, al die naoorlogse bebouwing zal weer moeten worden afgebroken en opgeruimd.

Grote steden dus. Primos houdt rekening met meer dan 1 miljoen Amsterdammers in 2040, meest hoger opgeleiden; Groot-Amsterdam nadert dan de 3,5 miljoen. Hoe groot wordt die andere grote stad, Rotterdam? Ik heb de bevolkingsprognose uit oktober 2012 geraadpleegd. Rotterdam telt op dit moment ruim 616.000 inwoners. Na een daling tussen 2004 en 2008 heeft de Maasstad toch weer de weg omhoog gevonden. De sterkste groei doet zich voor in de binnenstad, waar op dit moment woontorens worden gebouwd. Maar de cijfers worden vooral gunstig beïnvloed door de fusie met Rozenburg in 2010. De demografen verwachten dat Rotterdam de komende jaren verder zal groeien, zij het “minder snel dan in het recente verleden”. Allicht. Wel wordt het saldo van de binnenlandse migratie negatief. Dat betekent dat de groei in Rotterdam vooral door de opname van buitenlanders zal plaatsvinden. In 2030 worden 660.000 Rotterdammers verwacht. Tenzij de gemeente opnieuw besluit tot een fusie met een randgemeente. Amsterdam wordt dus een metropool van hoog opgeleiden, Rotterdam van laag opgeleiden. De contrasten worden in velerlei opzichten groter. Ben benieuwd of de politiek dat aankan. Wanneer zijn er ook alweer verkiezingen voor Provinciale Staten? Gelukkig nieuwjaar!

Tagged with:
 

Verontrustend

On 20 december 2014, in economie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Antifragile’ (2014) van Nassim Nicolas Taleb:

fracbq.gif (109934 bytes)

Ruimtelijke planning wordt door de Amerikaans-Libanese wiskundige Taleb in zijn nieuwste boek, ‘Antifragile’, heel even genoemd. We moeten als lezer dan wel stevig doorlezen, want pas op bladzijde 324 is het zover. Planologen worden daar over één kam geschoren met architecten. Beide beroepsgroepen begrijpen volgens Taleb niets van hun onderwerp: steden, landschappen, gebouwen. Architecten maken hun gevels glad, planners plannen topdown. Zaken die op een natuurlijke wijze groeien, zoals steden, landschappen en gebouwen, hebben juist een fractale kwaliteit. Op elk schaalniveau hebben ze dezelfde configuratie, net zoals een boom bestaat uit een stam, dikke takken, dunne takken, twijgjes. “Like everything alive, all organisms, like lungs, or trees, grow in some form of self-guided but tame randomness.” Steden, landschappen en gebouwen zijn niet anders. Maar moderne architectuur voelt met zijn gladde gevels doods aan en planologen plannen van bovenaf, met vaak noodlottige gevolgen: “topdown is usually irreversible, so mistakes tend to stick, whereas bottom-up is gradual and incremental, with creation and destruction along the way, though presumably with a positive slope.” Planologen zouden beter moeten weten.

Dat de wereld fractaal is, lijkt onomstreden. Het ruimtelijke patroon dat op dit moment op wereldschaal valt waar te nemen, doet zich inderdaad op alle schaalniveaus voor: sinds eind jaren tachtig is dat een van sterke ruimtelijke concentratie. Op wereldschaal concentreert de groei zich in Azië; terwijl Europa zich in de krimpende periferie bevindt. Binnen Europa concentreert de groei zich in de centrale zone München-Zürich-Wenen; terwijl Nederland zich, net als Ierland, Portugal, Spanje, Italië en Griekenland, in de krimpende periferie bevindt. Binnen Nederland concentreert de groei zich in de as Amsterdam-Utrecht; de rest van ons land bevindt zich in de krimpende periferie. Binnen de Amsterdamse regio concentreert de groei zich in Amsterdam; randgemeenten als Almere, Velsen en Beverwijk bevinden zich in de krimpende periferie. Alleen echte metropolen kunnen de periferie weerstaan. Europa telt er maar een (Londen), Nederland geen enkele.

Tagged with:
 

Verschil of diversiteit?

On 18 december 2014, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gehoord in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam op 15 december 2014:

Distribution des villes selon Christaller

Het werd een volle bak, de pre-startbijeenkomst voor het Jaar van de Ruimte 2015 in Pakhuis de Zwijger, afgelopen maandagavond in Amsterdam. Bijna vierhonderd mensen – meest vakgenoten – luisterden naar zes sprekers die elk in 15 minuten probeerden een toekomstagenda voor Nederland te maken: Reinier de Graaf (intro), Maarten Hajer (productie), Marleen Stikker (netwerken), Marjan Minnesma (kringlopen), Zef Hemel (steden) en Henk Ovink (water). Natasja van den Berg praatte alles aan elkaar. Wat er zoal voorbijkwam? Van alles.Veel verwarring dus, maar ook opwinding. Het jaar 2015 moet immers nog beginnen. Directeur Nationale Ruimtelijke Ordening van het Ministerie van Infrastructuur Hans Tijl sloot de avond af. Zijn departement zal het komend jaar vooral luisteren, zei hij, het land intrekken en als gelijkwaardige partij deelnemen. Geen visievorming meer vanuit Den Haag.

Reinier de Graaf (OMA) sprak in zijn inleiding niet over Nederland, maar over de wereld. Als uitgangspunt nam hij Thomas Piketty’s ‘Capital in the 21st Century’. De bijna honderd jaar die achter ons liggen, zei hij, blijken achteraf beschouwd uitzonderlijke jaren in de menselijke geschiedenis. Nooit waren we zo gelijk. Jaren ook van grootse utopiën. Deze goede jaren liepen af in 1989. Eerst dachten we dat overal democratie zou uitbreken, maar dat bleek niet het geval. Er begon juist een periode van grote politieke turbulentie en groeiende ongelijkheid. Autocratische regimes zijn aan de winnende hand. Echter, de Nederlandse regering van 2030, schatte De Graaf, zal niet anders zijn dan die van 1980. Mooi. Mijn eigen verhaal sloot er naadloos bij aan. Ebenezer Howard’s tuinstedenschema en Walter Christaller’s centraleplaatsentheorie hebben de ruimtelijke inrichting van ons land bijna honderd jaar gedomineerd: ze genereerden – aangestuurd van bovenaf – een ruimtelijk patroon van gelijkheid, regelmaat, hiërarchie, veel infrastructuur en bewust kleingehouden steden. Het resultaat blijkt achteraf niet duurzaam. Howard en Christaller zijn ook passé omdat we de komende jaren te maken krijgen met sterke metropoolvorming versus krimp: groeiende ruimtelijke ongelijkheid dus. Beide feiten vragen om een heel ander soort planning: niet meer centraal gestuurd, maar interactief, lokaal, regionaal, holistisch, improviserend, bovenal menselijk. We zullen verschillen moeten leren waarderen als diversiteit. En complexiteit niet langer afwijzen.

Derde paradigmaverschuiving

On 8 december 2014, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Verschuivende paradigma’s’ (2014) van Technopolis:

IMG_0942.JPG

Interessante kost. Technopolis heeft de doorwerking van het ruimtelijk-economische beleid van het Ministerie van Economische Zaken van de afgelopen tien jaar onderzocht. Ik wist niet dat zulk beleid nog bestond. Dat regionaal-economische beleid, lees ik nu, kende twee paradigmaverschuivingen: eerst, met ‘Pieken in de Delta’, van het inhalen van economische achterstanden naar het sterke sterker maken, vervolgens van centraal naar decentraal. Door het departement wordt daarbij een zogenaamde clusterbenadering toegepast. Een cluster is een regionaal complex van partijen dat binnen een bepaald economisch segment opereert. Samenwerking tussen deze partijen wordt door het nieuwe ruimtelijk-economische beleid bevorderd. En, werkt het? Het is maar hoe je het bekijkt. Technopolis denkt van wel.

Het denken in clusters is verraderlijk. Dat blijkt wel als je het rapport goed leest. De makers onderscheiden drie ‘oude’ clusters: het Westlandse tuinbouwcomplex, het Rotterdamse havencomplex en het Brabantse electronicacomplex. Andere clusters zijn jonger, vruchten van het nieuwe beleid: een gezondheidscluster in Oost-Nederland, een watercluster in Noord-Nederland en een creatief cluster in de Noordvleugel. En dan is er één complex dat zich buiten het rijksbeleid heeft gevormd: het IT-sciencecluster in Amsterdam. De conclusie luidt dat in de nieuwe clusters sterke verbeteringen zijn opgetreden, maar in de oude veel minder. Waarom verraderlijk? Omdat het abstracte clusterdenken de ogen sluit voor wat er in de werkelijkheid gebeurt. En: het wil elke regio een eigen economische specialisatie geven. Het denkt niet stedelijk. Sterker, het heeft geen idee wat grote steden doen. Hoe kan Amsterdam in korte tijd nieuwe clusters uit de hoed toveren, zonder ondersteuning van het Rijk? Ik bedoel maar. Clusterdenken en agglomeratievoordelen, het gaat slecht samen. Tijd voor een derde paradigmaverschuiving: van regionale specialisatie naar grootstedelijke diversiteit.

Tagged with:
 

Golfje

On 24 september 2014, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De Nederlandse bevolking in beeld’ (2014) van CBS/PBL:

Link to infographic: 'De randstad als een magneet'

Grappig boekje van het Planbureau voor de Leefomgeving. Ook dit planbureau ontkomt niet aan popularisering van haar statistieken. Verder is het boekje met 24 ‘infographics’ qua benadering tamelijk traditioneel. Het geeft de prognoses van de toekomstige bevolking van ons land, alsof het allemaal keurig uit te rekenen is. Het materiaal is verdeeld in drie boodschappen: 1. groei en krimp, 2. de bevolking wordt oud, 3. de stad wordt populair. De auteurs proberen “een realistisch toekomstbeeld te schetsen van de demografische ontwikkelingen op de korte en lange termijn.” Niet verrassend allemaal, zou je zeggen. Opvallend is wel de boodschap: “De Randstadbevolking groeit tegenwoordig heel snel.” Wat blijkt? In vijf jaar tijd kwamen er in het Westen des Lands ongeveer 250.000 inwoners bij. Bijna allemaal natuurlijke groei. Vooral mensen uit Zuid-Nederland trekken naar de Randstad, maar op het plaatje lijkt het alsof ze allemaal naar Zuid-Holland gaan. Een verklaring lees ik niet, ook niet waarom de provincies als uitgangspunt zijn genomen en niet de vier stedelijke regio’s. Kortom, dezelfde oude verwarring over wat nu eigenlijk de Randstad is blijft hier bestaan.

Geestig is de infographic en de bijbehorende tekst over Amsterdam. Die enorme groei van de zogenaamde Randstad valt in Amsterdam ineens reuze mee. Zeker, er vindt in Amsterdam een ‘geboortegolfje’ plaats, en binnenlandse migranten – jonge mensen “die niet veel ruimte nodig hadden (?) en aangetrokken werden door de fraaie, historische woonomgeving met veel culturele voorzieningen” – plus een buitenlands migratiesaldo voegen zich bij dit golfje: het levert een groei op van 34 personen per dag. Per dag? “Naar verwachting blijft de hoofdstad populair,” klinkt het zuinigjes. Echter, in 2040 komt aan die populariteit een einde, weet het Haagse planbureau. Dan zal Amsterdam nog maar met 9 personen per dag groeien. “Voor 2040 wordt een bevolking van 925.000 verwacht.” Het gaat hier dus niet om de hele metropool, alleen de gemeente. En niet om de Amsterdamse economie, maar om een populariteit gebaseerd op erfgoed en cultuur, alles ondanks de geringe ruimte. Dus ook niet met IJburg tweede fase en HavenStad gerekend. Het is maar dat u het weet.

Tagged with:
 

Borrowed size

On 5 september 2014, in economie, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in OECD Territorial Review The Netherlands (2014):

 

 

;

 

 

 

 

 

 

Nederland profiteert economisch onvoldoende van agglomeratievoordelen, althans volgens de OECD. Onze steden zijn te klein. De Organisation for Economic Cooperation and Development beveelt bij de Nederlandse regering daarom grotere steden aan. Daarnaast echter biedt ze een ontsnappingsroute. Geen grotere steden, maar betere verbindingen. Zoiets heeft ze niet van zichzelf. Iemand moet de organisatie dit hebben gevraagd. Dat ze in haar Territorial Review van Nederland het alternatief voor een echte nationale grootstedelijke politiek om maximaal te profiteren van agglomeratievoordelen door de opdrachtgever ingefluisterd moet hebben gekregen maak ik mede op uit het feit dat dat alternatief alleen in de samenvatting wordt opgevoerd: ‘borrowed size’. Door snelle verbindingen tussen de bestaande stedelijke gebieden, stelt de OECD daar zonder nadere toelichting, kan ook winst worden geboekt. Gelooft u het? Ik heb de motivering opgezocht. Die bleek schamel. Leest u met mij mee.

Alleen in de ‘key recommendations’ van het uitvoerige rapport, op bladzijde 23, staat de volgende aanbeveling. In de rest van het dikke rapport geen spoor. In plaats van een nationaal grootstedelijk beleid dat nu in Nederland ontbreekt en dat erop neer zou moeten komen dat van agglomeratievoordelen op het juiste schaalniveau – de stad en de stedelijke regio – wordt geprofiteerd, kan de regering er ook voor kiezen om de verbindingen tussen functionele stedelijke regio’s te verbeteren. Het is, stelt de OECD met nadruk, geen vervanging van agglomeratievoordelen, maar steden en stedelijke regio’s kunnen profiteren van grotere nabijheid ten opzichte van elkaar en op deze wijze agglomeratie van elkaar ‘lenen’. Een soort Peerby voor steden. En dan komt het: "Recent studies show that a doubling of the population living in urban areas within a 300 km radius, increases productivity of the city in the centre by 1 tot 1,5 percent." Een gebied met een straal van 300 kilometer beslaat gemakkelijk heel Nederland; een verdubbeling van de bevolking in een dergelijk omvangrijk gebied kan leiden tot een productiviteitsgroei van 1 tot 1,5 procent. Buiten het feit dat ik het niet begrijp vraag ik u: Is dit veel, een verdubbeling van de bevolking? Volgens mij wel. En hoe realistisch is dit? Onrealistisch, denk ik.

Tagged with:
 

Nieuwe ronde corridorbeleid?

On 2 september 2014, in economie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘OECD Territorial Review Netherlands’ (2014):

 

Per cent of metropolitan area population
in the urban core, 2012

Met belangstelling gelezen: de nieuwe Territorial Review van Nederland, opgesteld door de OECD, eind april 2014 verschenen. Helder rapport, duidelijke opdracht. Wat de Nederlandse economie relatief zwak maakt, is het ontbreken van voldoende agglomeratievoordelen, aldus de OECD. Nederland mist een echt grote stad. De provincies met de zwakste stedelijke structuur doen het economisch ook slechter. Wat de regering te doen staat is het ontwikkelen van een ‘national urban policy framework’, gericht op het vergroten van de agglomeratievoordelen, ze moet minder nadruk leggen op stedelijke problemen. Nodig is nu een echt grootstedelijk beleid "with a holistic and strategic focus aimed at enhancing the growth potential of FUAs" (Functional Urban Areas). En ze moet zekerstellen dat toekomstige bevolkingsgroei ‘transforms into agglomeration benefits." Hoe zal ik het zeggen? De regering moet gunstige voorwaarden scheppen voor de ontwikkeling van grote steden in dit land.

Zal ze dat ook doen? Dat valt ernstig te betwijfelen. Provincies zullen elk beleid dat in deze richting tendeert fel bestrijden, en de belastinghervorming die met de noodzakelijke decentralisatie gepaard dient te gaan zullen de Haagse departementen niet lusten. Het staat ook haaks op het beginsel van ‘verdelende rechtvaardigheid’ waarop deze republiek in 1814 is gegrondvest. Trouwens, een decennialang beleid van ruimtelijke deconcentratie zet je niet zomaar overboord. Gelukkig wordt er door de OECD ook een ontsnappingsroute geboden. "Economies of agglomeration in the Netherlands can also be enhanced by improving connectivity between functional urban areas." Het staat er alsof het door de partijen vooraf is uit-onderhandeld. Je mag ook smokkelen door (nog) meer snelwegen en spoorlijnen te verbreden. Tussen Brabant en de Randstad, tussen Gelderland en Flevoland, tussen Flevoland en Noord-Holland. Dat was men in Den Haag toch al van plan. Hoeft men geen grote steden te bouwen. Doen we net alsof heel Nederland een uitgestrekte stad is. Een uitdaging ook voor een Ministerie van Infrastructuur; EZ en Verkeer hebben elkaar daar altijd goed op kunnen vinden. Dus op naar een nieuwe ronde corridorbeleid, vrees ik. De A2, de A4, de A6, de A27, de A… Maar alvorens daartoe te besluiten nog even kijken naar bladzijde 175. Daar wordt voor circa dertig landen het aandeel van de metropolitane bevolking dat in de kernsteden woont met elkaar vergeleken. Nederland bungelt onderaan, op het niveau Polen, Hongarije en Slowakije. Veel beter presteren Frankrijk, Groot-Brittannië, Canada en de VS (sic!). Helemaal bovenaan staan de Aziatische tijgers. Die profiteren maximaal van …. agglomeratievoordelen!

Dynamische agglomeraties

On 8 juli 2014, in economie, ruimtelijke ordening, wonen, by Zef Hemel

Gehoord in De Balie, Amsterdam, op 2 juli 2014:


In De Balie aan het Kleine-Gartmanplantsoen in Amsterdam vond afgelopen week – in besloten kring – een gedenkwaardig beraad plaats van het Forum voor Stedelijke Vernieuwing. Ruim twintig betrokkenen spraken onder leiding van Yoeri Albrecht over de toekomst van Nederland. Onderwerp: toenemende ruimtelijk-economische verschillen tussen stedelijke regio’s. Taco van Hoek, directeur van het Economisch Instituut voor de Bouw, was een van de inleiders. Hij toonde drie LT-scenario’s voor ons land, een van sterke groei (Dynamische agglomeraties), gemiddelde groei (Evenwichtige groei) en geringe groei (Ruimtelijke segregatie). Er komen nog een miljoen huishoudens bij, zei hij, dus gebouwd zal er moeten worden. In alle drie scenario’s is ook nog sprake van welvaartsgroei, maar door de stijgende zorguitgaven en de vergrijzende bevolking zal veel van die groei weer worden tenietgedaan. Alleen in Dynamische agglomeraties zal Nederland nog in welvaart sterk blijven groeien.

Arbeidsaanbod, aldus Van Hoek, wordt key. In plaats van bedrijven aan te trekken, zullen steden en regio’s hun inspanningen in toenemende mate moeten gaan richten op mensen, om hen te paaien vooral te blijven. In twee van de drie scenario’s zal het arbeidsaanbod namelijk sterk krimpen. Vooral in bepaalde regio’s zal krimp optreden, daar staat de beroepsbevolking nu al onder druk. In scenario Ruimtelijke segregatie zal zelfs de helft van de Nederlandse regio’s gaan krimpen (sic!). Hij voorspelde daarom de komende jaren ‘een slag om het arbeidsaanbod’. De woningmarkt zal hiervoor zeker worden gebruikt. Drukgebieden als Amsterdam en Utrecht zullen volgens hem veel meer moeten bouwen, maar de rest van het land zal het ook willen, bang als het is om arbeidskrachten te verliezen. Er komt dus hevige concurrentie. De noordelijke Randstad, zei hij, zal daarom veel minder restrictief ruimtelijk beleid moeten gaan voeren, om lagere grondprijzen te forceren. Anders verliest het mensen aan krimpregio’s. Want een tegenbeweging sluit hij niet uit: van mensen die Amsterdam en Utrecht gewoon te duur vinden en elders neerstrijken. Het roer moet daar dus om, bij Amsterdam. En snel ook. Gebeurt dit niet, dan raakt straks alles ruimtelijk gespreid en krijgt Nederland geen scenario Dynamische agglomeraties. Dan krijgen we, als totaal, ook veel minder economische groei.

Tagged with: