Golfje

On 24 september 2014, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De Nederlandse bevolking in beeld’ (2014) van CBS/PBL:

Link to infographic: 'De randstad als een magneet'

Grappig boekje van het Planbureau voor de Leefomgeving. Ook dit planbureau ontkomt niet aan popularisering van haar statistieken. Verder is het boekje met 24 ‘infographics’ qua benadering tamelijk traditioneel. Het geeft de prognoses van de toekomstige bevolking van ons land, alsof het allemaal keurig uit te rekenen is. Het materiaal is verdeeld in drie boodschappen: 1. groei en krimp, 2. de bevolking wordt oud, 3. de stad wordt populair. De auteurs proberen “een realistisch toekomstbeeld te schetsen van de demografische ontwikkelingen op de korte en lange termijn.” Niet verrassend allemaal, zou je zeggen. Opvallend is wel de boodschap: “De Randstadbevolking groeit tegenwoordig heel snel.” Wat blijkt? In vijf jaar tijd kwamen er in het Westen des Lands ongeveer 250.000 inwoners bij. Bijna allemaal natuurlijke groei. Vooral mensen uit Zuid-Nederland trekken naar de Randstad, maar op het plaatje lijkt het alsof ze allemaal naar Zuid-Holland gaan. Een verklaring lees ik niet, ook niet waarom de provincies als uitgangspunt zijn genomen en niet de vier stedelijke regio’s. Kortom, dezelfde oude verwarring over wat nu eigenlijk de Randstad is blijft hier bestaan.

Geestig is de infographic en de bijbehorende tekst over Amsterdam. Die enorme groei van de zogenaamde Randstad valt in Amsterdam ineens reuze mee. Zeker, er vindt in Amsterdam een ‘geboortegolfje’ plaats, en binnenlandse migranten – jonge mensen “die niet veel ruimte nodig hadden (?) en aangetrokken werden door de fraaie, historische woonomgeving met veel culturele voorzieningen” – plus een buitenlands migratiesaldo voegen zich bij dit golfje: het levert een groei op van 34 personen per dag. Per dag? “Naar verwachting blijft de hoofdstad populair,” klinkt het zuinigjes. Echter, in 2040 komt aan die populariteit een einde, weet het Haagse planbureau. Dan zal Amsterdam nog maar met 9 personen per dag groeien. “Voor 2040 wordt een bevolking van 925.000 verwacht.” Het gaat hier dus niet om de hele metropool, alleen de gemeente. En niet om de Amsterdamse economie, maar om een populariteit gebaseerd op erfgoed en cultuur, alles ondanks de geringe ruimte. Dus ook niet met IJburg tweede fase en HavenStad gerekend. Het is maar dat u het weet.

Tagged with:
 

Borrowed size

On 5 september 2014, in economie, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in OECD Territorial Review The Netherlands (2014):

 

 

;

 

 

 

 

 

 

Nederland profiteert economisch onvoldoende van agglomeratievoordelen, althans volgens de OECD. Onze steden zijn te klein. De Organisation for Economic Cooperation and Development beveelt bij de Nederlandse regering daarom grotere steden aan. Daarnaast echter biedt ze een ontsnappingsroute. Geen grotere steden, maar betere verbindingen. Zoiets heeft ze niet van zichzelf. Iemand moet de organisatie dit hebben gevraagd. Dat ze in haar Territorial Review van Nederland het alternatief voor een echte nationale grootstedelijke politiek om maximaal te profiteren van agglomeratievoordelen door de opdrachtgever ingefluisterd moet hebben gekregen maak ik mede op uit het feit dat dat alternatief alleen in de samenvatting wordt opgevoerd: ‘borrowed size’. Door snelle verbindingen tussen de bestaande stedelijke gebieden, stelt de OECD daar zonder nadere toelichting, kan ook winst worden geboekt. Gelooft u het? Ik heb de motivering opgezocht. Die bleek schamel. Leest u met mij mee.

Alleen in de ‘key recommendations’ van het uitvoerige rapport, op bladzijde 23, staat de volgende aanbeveling. In de rest van het dikke rapport geen spoor. In plaats van een nationaal grootstedelijk beleid dat nu in Nederland ontbreekt en dat erop neer zou moeten komen dat van agglomeratievoordelen op het juiste schaalniveau – de stad en de stedelijke regio – wordt geprofiteerd, kan de regering er ook voor kiezen om de verbindingen tussen functionele stedelijke regio’s te verbeteren. Het is, stelt de OECD met nadruk, geen vervanging van agglomeratievoordelen, maar steden en stedelijke regio’s kunnen profiteren van grotere nabijheid ten opzichte van elkaar en op deze wijze agglomeratie van elkaar ‘lenen’. Een soort Peerby voor steden. En dan komt het: "Recent studies show that a doubling of the population living in urban areas within a 300 km radius, increases productivity of the city in the centre by 1 tot 1,5 percent." Een gebied met een straal van 300 kilometer beslaat gemakkelijk heel Nederland; een verdubbeling van de bevolking in een dergelijk omvangrijk gebied kan leiden tot een productiviteitsgroei van 1 tot 1,5 procent. Buiten het feit dat ik het niet begrijp vraag ik u: Is dit veel, een verdubbeling van de bevolking? Volgens mij wel. En hoe realistisch is dit? Onrealistisch, denk ik.

Tagged with:
 

Nieuwe ronde corridorbeleid?

On 2 september 2014, in economie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘OECD Territorial Review Netherlands’ (2014):

 

Per cent of metropolitan area population
in the urban core, 2012

Met belangstelling gelezen: de nieuwe Territorial Review van Nederland, opgesteld door de OECD, eind april 2014 verschenen. Helder rapport, duidelijke opdracht. Wat de Nederlandse economie relatief zwak maakt, is het ontbreken van voldoende agglomeratievoordelen, aldus de OECD. Nederland mist een echt grote stad. De provincies met de zwakste stedelijke structuur doen het economisch ook slechter. Wat de regering te doen staat is het ontwikkelen van een ‘national urban policy framework’, gericht op het vergroten van de agglomeratievoordelen, ze moet minder nadruk leggen op stedelijke problemen. Nodig is nu een echt grootstedelijk beleid "with a holistic and strategic focus aimed at enhancing the growth potential of FUAs" (Functional Urban Areas). En ze moet zekerstellen dat toekomstige bevolkingsgroei ‘transforms into agglomeration benefits." Hoe zal ik het zeggen? De regering moet gunstige voorwaarden scheppen voor de ontwikkeling van grote steden in dit land.

Zal ze dat ook doen? Dat valt ernstig te betwijfelen. Provincies zullen elk beleid dat in deze richting tendeert fel bestrijden, en de belastinghervorming die met de noodzakelijke decentralisatie gepaard dient te gaan zullen de Haagse departementen niet lusten. Het staat ook haaks op het beginsel van ‘verdelende rechtvaardigheid’ waarop deze republiek in 1814 is gegrondvest. Trouwens, een decennialang beleid van ruimtelijke deconcentratie zet je niet zomaar overboord. Gelukkig wordt er door de OECD ook een ontsnappingsroute geboden. "Economies of agglomeration in the Netherlands can also be enhanced by improving connectivity between functional urban areas." Het staat er alsof het door de partijen vooraf is uit-onderhandeld. Je mag ook smokkelen door (nog) meer snelwegen en spoorlijnen te verbreden. Tussen Brabant en de Randstad, tussen Gelderland en Flevoland, tussen Flevoland en Noord-Holland. Dat was men in Den Haag toch al van plan. Hoeft men geen grote steden te bouwen. Doen we net alsof heel Nederland een uitgestrekte stad is. Een uitdaging ook voor een Ministerie van Infrastructuur; EZ en Verkeer hebben elkaar daar altijd goed op kunnen vinden. Dus op naar een nieuwe ronde corridorbeleid, vrees ik. De A2, de A4, de A6, de A27, de A… Maar alvorens daartoe te besluiten nog even kijken naar bladzijde 175. Daar wordt voor circa dertig landen het aandeel van de metropolitane bevolking dat in de kernsteden woont met elkaar vergeleken. Nederland bungelt onderaan, op het niveau Polen, Hongarije en Slowakije. Veel beter presteren Frankrijk, Groot-Brittannië, Canada en de VS (sic!). Helemaal bovenaan staan de Aziatische tijgers. Die profiteren maximaal van …. agglomeratievoordelen!

Dynamische agglomeraties

On 8 juli 2014, in economie, ruimtelijke ordening, wonen, by Zef Hemel

Gehoord in De Balie, Amsterdam, op 2 juli 2014:


In De Balie aan het Kleine-Gartmanplantsoen in Amsterdam vond afgelopen week – in besloten kring – een gedenkwaardig beraad plaats van het Forum voor Stedelijke Vernieuwing. Ruim twintig betrokkenen spraken onder leiding van Yoeri Albrecht over de toekomst van Nederland. Onderwerp: toenemende ruimtelijk-economische verschillen tussen stedelijke regio’s. Taco van Hoek, directeur van het Economisch Instituut voor de Bouw, was een van de inleiders. Hij toonde drie LT-scenario’s voor ons land, een van sterke groei (Dynamische agglomeraties), gemiddelde groei (Evenwichtige groei) en geringe groei (Ruimtelijke segregatie). Er komen nog een miljoen huishoudens bij, zei hij, dus gebouwd zal er moeten worden. In alle drie scenario’s is ook nog sprake van welvaartsgroei, maar door de stijgende zorguitgaven en de vergrijzende bevolking zal veel van die groei weer worden tenietgedaan. Alleen in Dynamische agglomeraties zal Nederland nog in welvaart sterk blijven groeien.

Arbeidsaanbod, aldus Van Hoek, wordt key. In plaats van bedrijven aan te trekken, zullen steden en regio’s hun inspanningen in toenemende mate moeten gaan richten op mensen, om hen te paaien vooral te blijven. In twee van de drie scenario’s zal het arbeidsaanbod namelijk sterk krimpen. Vooral in bepaalde regio’s zal krimp optreden, daar staat de beroepsbevolking nu al onder druk. In scenario Ruimtelijke segregatie zal zelfs de helft van de Nederlandse regio’s gaan krimpen (sic!). Hij voorspelde daarom de komende jaren ‘een slag om het arbeidsaanbod’. De woningmarkt zal hiervoor zeker worden gebruikt. Drukgebieden als Amsterdam en Utrecht zullen volgens hem veel meer moeten bouwen, maar de rest van het land zal het ook willen, bang als het is om arbeidskrachten te verliezen. Er komt dus hevige concurrentie. De noordelijke Randstad, zei hij, zal daarom veel minder restrictief ruimtelijk beleid moeten gaan voeren, om lagere grondprijzen te forceren. Anders verliest het mensen aan krimpregio’s. Want een tegenbeweging sluit hij niet uit: van mensen die Amsterdam en Utrecht gewoon te duur vinden en elders neerstrijken. Het roer moet daar dus om, bij Amsterdam. En snel ook. Gebeurt dit niet, dan raakt straks alles ruimtelijk gespreid en krijgt Nederland geen scenario Dynamische agglomeraties. Dan krijgen we, als totaal, ook veel minder economische groei.

Tagged with:
 

Welvaartsverliezen

On 23 juni 2014, in ruimtelijke ordening, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in OECD Economic Survey: Netherlands (2010):

 

Een beetje laat misschien. Toch nuttig om te lezen: de analyse van de Nederlandse economie volgens de OECD in 2010. Ik las het hoofdstuk over de woningmarkt. Die is naar de maatstaven van de OECD te gereguleerd, allesbehalve flexibel. Dat komt doordat de overheid zich er teveel in mengt. Met 35 procent van alle woningen heeft Nederland veruit de grootste voorraad sociale huurwoningen; tegelijk zijn de wachtlijsten voor deze woningen in Nederland, Amsterdam voorop, het langst. Het totaal van woningen afgemeten aan de totale bevolking is in ons land vrij normaal, maar de toedeling van die voorraad aan inkomenscategorieën en de werkelijke vraag blijkt juist beroerd. Om kort te gaan, de Nederlandse woningmarkt is sterk aanbodgestuurd, door de overheid bepaald. Daarbij komt dat de al even overheidsgestuurde ruimtelijke ordening dit allemaal nog erger maakt: die is restrictief en reageert niet op de vraag. Ze maakt de woningbouw bovendien duurder: naar schatting wordt een derde van de woningprijs in Nederland door ruimtelijke ordening bepaald.

Ruimtelijk betekent dit dat mensen op de verkeerde plekken wonen, ver van hun werk, in de woning die zich eigenlijk liever niet willen. Sommige steden, zoals Amsterdam en Utrecht, kunnen bovendien niet voldoende groeien omdat de overheid met ruimtelijke maatregelen dit verhindert. De OECD schat dat Nederland hierdoor aanzienlijke welvaartsverliezen lijdt. Hoeveel precies kan ze niet zeggen: "It is difficult to estimate welfare losses because of the fact that physical planning regulations also prevent the reaping of agglomeration benefits from further growth of cities and indirectly depress labour supply." In de Randstad, constateert ze, zijn de agglomeratievoordelen het grootst en is de banengroei het sterkst, maar de vereiste woningen ontbreken daar. Daardoor worden weer agglomeratievoordelen gemist. Enzovoort. Extra woningen bouwen in de Randstad is dus dringend is nodig, terwijl elders in het land minder zou moeten worden gebouwd, maar dit moet wel vergezeld gaan van grotere lokale belastinginkomsten, want voorzieningen mogen in de Randstad niet achterblijven. De woningprijzen zouden flink kunnen dalen. We zijn inmiddels vier jaar verder. Iemand een idee hoe het ermee staat?

Tagged with:
 

Gelezen in ‘Naar een lerende economie’ (2014) van de WRR:

Meer dan 400 bladzijden telt het recente advies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over de Nederlandse economie van de toekomst. Die economie is, aldus de raad, een ‘lerende economie’ waarin alle soorten kennis circuleert binnen een onoverzichtelijke multipolaire wereld. Vanaf bladzijde 327 wordt het advies ook voor planologen spannend. Hoofdstuk 11 gaat over ‘responsieve instituties’, met de regio als eenheid van beleid. En ook: de factor ruimte is volgens de raad van cruciaal belang. Nabijheid is zelfs key, “wat zich vertaalt in relatief hoge huren en hogere grondprijzen in de grote steden.” Echter, clustering organiseren van bovenaf, aldus de Raad, is lastig. “Succesvol clusterbeleid vertrekt vanuit wat er is en probeert de samenhang te versterken.” En dan volgt weer de clustertheorie van Michael Porter, waarvan de Raad betwijfelt of die in de Nederlandse conditie wel hout snijdt. Nederlandse regio’s zijn light-versies van buitenlandse en de Randstad mist kritische massa. Waarop de WRR voorstelt: “Het is zaak toe te werken naar een goede, geavanceerde grootstedelijke economie, met een gevarieerd milieu dat jonge mensen kan aantrekken en behouden.” Dat is: bouw een metropool, kan het duidelijker?

Echter, in de uitwerking van deze op zichzelf juiste redenering maakt de WRR een merkwaardige koerswending. Ze meent namelijk dat agglomeraties in Nederland niet sterk zouden kunnen groeien. Dat stelt ze overigens zonder enige nadere toelichting. Waarop ze voor verbetering van de verbindingen tussen regio’s pleit: de zogenaamde ‘borrowed size’. Dat houdt in: verschillende maar aanvullende sectoren in verschillende regio’s moeten tot een ruimtelijke eenheid worden gesmeed. Als u één aanbeveling moet vergeten, dan is het wel die van de ‘borrowed size’. Het is een verwerpelijke, typisch Nederlandse reactie op een uiterst belangrijke vraagstuk, namelijk dat van de dringende noodzaak van grootstedelijkheid in dit land. Opnieuw wordt dit vraagstuk ontweken door een pleidooi voor verdelende rechtvaardigheid op landsdelig niveau, van pappen en nathouden en van iedereen te vriend houden en vooral niet kiezen. Nee erger, de WRR baart hier een ruimtelijk monster. En werken zal het ook niet. Die mieren op het omslag van het rapport, ze lopen naar één punt: de mierenhoop.

Tagged with:
 

Niemandsland

On 24 maart 2014, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 20 maart 2014:

 
De crisis werkt nu ook door in de politiek. ‘Grote verschuivingen in het politieke landschap’ kopte NRC Handelsblad daags na de gemeenteraadsverkiezingen. Welke verschuivingen? De krant doelde op de val van de PvdA, die ze als ‘historisch’ omschreef. Maar wat komt achter die val tevoorschijn? Twee kaarten van Nederland prijkten op de voorpagina (geografie wordt weer politiek relevant!). Daarop viel iets heel anders te lezen. Eerst dit. Wat vooral opviel waren de enorme afmetingen van de gemeenten in het noorden, oosten en zuiden van het land, tegenover de veelal nog kleine gemeenten in het westen, rond de grote steden. De gemeentelijke herindeling van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, op veilige afstand van de grote steden zich voltrekkend, tekent zich steeds scherper af. Het effect hiervan? Lokale partijen marcheren op. Dit gaat vooral ten koste van het CDA. En de PvdA? Die is zelfs uit de grote steden verdwenen. In en rond Amsterdam triomferen nu VVD en D66.

De politieke revolutie van Nederland waar wij getuige van zijn, begon in de suburbs. Daar ontstond al vroeg een ideale voedingsbodem voor VVD, SP, GPV en PVV. De door de Nederlandse staat geleide suburbanisatie – eerst de overloop, het spreidingsbeleid, later de VINEX-operatie – heeft van Nederland een overwegend seculier-conservatief land gemaakt van forenzende woonconsumenten in een dunbevolkt niemandsland. Dit verdunde niemandsland is bewust gecreëerd, met actief ruimtelijke ordeningsbeleid. In de zogenaamde Noordvleugel van de Randstad – binnenduinrand, Gooi en Utrechtse Heuvelrug tot aan Arnhem toe (zie kaart) – zien we dit weerspiegeld in een welvarend burgerlijk milieu van tuinsteden en tuindorpen waar hoogopgeleide mensen verlicht-liberaal stemmen: ideaal voor VVD en D66. Alleen staatsonderneming Almere wijkt hiervan af. De rest van Nederland – een amorf landschap van VINEX-wijken in lage dichtheden – stemt nu conservatief, populistisch tot ultra-conservatief. In al die streken hebben de mensen veel te verliezen. Als optimistische eilanden in dit pessimistische landschap liggen de universiteitssteden met hun relatief jonge bevolking van ‘nieuwe stedelingen’, met een energieke mix van D66 en GroenLinks. Open versus gesloten. Het grootste eiland is Amsterdam, met binnen de ring A10 een extreme concentratie vrijzinnigheid. Een ideale voedingsbodem voor politieke nieuwe Wibauten.

Tagged with:
 

Harde waarheid

On 13 februari 2014, in economie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in Rooilijn 2014 nr.1:

 

 

Op 29 december 2013 schreef NRC Handelsblad over een omslag op de Nederlandse woningmarkt. Die omslag doet zich alleen voor in een beperkt deel van het land. Niet in Groningen, Drenthe, Zeeland en Limburg. Daar dalen de woningprijzen onverminderd. Zelfs niet in Zuid-Holland, want daar staan de meeste woningen te koop. “De jongeren en de gezinnen trekken naar de plekken met de banen, de universiteiten, het goede imago.” In en rond Amsterdam trekt alles samen. Daar is sprake van krapte op de woningmarkt. Daar zal de bevolking de komende tien jaar met zeker tien procent toenemen. En verder houden de universiteitssteden – Nijmegen, Eindhoven, Groningen – redelijk stand, maar daar zijn voldoende woningen in de aanbieding. Voor de goede verstaander: het rompertje van de Delftse professor Friso de Zeeuw krimpt gestaag. Welke reactie valt in de gebieden buiten de invloedssfeer van Amsterdam te verwachten? Ik schat: aantrekkelijk bouwen in het hogere segment, om succesvolle kenniswerkers aan te trekken. Ook goed voor de lokale economie. Een kwestie van ‘werken volgt wonen’.

Deze maand verscheen een nieuw nummer van Rooilijn. Daarin schrijven Frank van Oort en Ton van Rietbergen van de faculteit Geowetenschappen van de Universiteit Utrecht over het fenomeen van de stedelijke kenniseconomie. Theorieën passeren de revue. Agglomeratie-effecten zijn aanwezig. Steden doen het goed. In de kern komt het hierop neer: “In de huidige kenniseconomie lijkt het bij steden vooral om de kwaliteit van arbeid en om de rol als consumptiecentra te draaien.” Hun observatie is dat wonen geen succesvolle kenniseconomie op gang kan brengen. Sterker, zo’n succesvolle economie kun je niet zomaar maken. Van Oort en Van Rietbergen: “Dit artikel begon met de constatering dat de stad meer dan ooit de plek is waar ieders kansen op welvaart en welzijn toenemen. Steeds vaker wordt de moderne en creatieve consumptiestad hiervoor als verklaring opgevoerd. Een aantrekkelijke stad herbergt echter vooral ook veel aantrekkelijke banen in sectoren waarin kenniswerkers gedijen. Het ontbreken van een perspectief op meer van die banen door een ongunstige economische structuur, maakt dat veel steden niet of veel minder snel meegaan in de stedelijke upgrading.” Met andere woorden, investeringen in het woon- en voorzieningenklimaat helpen niet als de hoogwaardige banen er eerst niet zijn. Verspilling van energie en middelen. Dat staat ons te wachten.

Tagged with:
 

Zonder protest

On 9 december 2013, in infrastructuur, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Pursuing Transit-Oriented Development’ (2013) van Wendy Tan:

Afgelopen donderdag promoveerde Wendy Tan aan de Universiteit van Amsterdam op haar onderzoek naar de implementatie van TOD – Transit Oriented Development. TOD staat voor het ruimtelijke combineren van mobiliteit en activiteiten in knooppunten. Tan, van origine architect afkomstig uit Singapore, had zich in haar zoektocht gefocust op de hindernissen bij de implementatie van TOD-strategieën en het overwinnen daarvan in een aantal steden die hierin succesvol waren geweest: Portland, Oregon; Vancouver, Kopenhagen en Perth, Australië. Hieruit had ze gehoopt te kunnen afleiden hoe bijvoorbeeld ook in Nederland TOD succesvol zou kunnen worden geïmplementeerd. Tot nu toe is het namelijk geen enkele Nederlandse stedelijke regio gelukt om, anders dan op papier, verkeer- en vervoerbeleid en ruimtelijk beleid werkelijk op elkaar af te stemmen. “The situation in the Netherlands seems more conducive for car and bike use than for walking or public transport. While the above average role that cycling plays is in line with TODS prinicples, the limited role of public transport and walking next to the still very significant role of car-based travel are at odds with those principles.”

Tan zocht naar institutionele barrières, institutionele veranderingen en leerprocessen binnen instituties in bovengenoemde steden die gunstig voor implementatie waren geweest. Ze ontwikkelde een model op basis waarvan instituties zich aanpassen. Door vervolgens de vier steden te bestuderen paste ze haar rijke empirische materiaal binnen haar model. Haar conclusie? “Findings indicated that the cumulative forces of reactions and effects determine the direction of change. It is therefore possible to break away from an existing development path and shift towards a more conducive institutional context for TODS. Likewise, it is also possible to regress.” Anders gezegd: “The process of TODS implementation is a process of decades.” Het kan echter ook anders, veel sneller. Opvallend in al haar vier casus is namelijk de omslag die was teweeg gebracht door burgerprotesten. Zelfs in Kopenhagen waren burgers de straat opgegaan om verandering te eisen. Pas hierdoor gedwongen pasten de instituties zich aan. Een grotere betrokkenheid van burgers in de planning van meet af aan zou veel schelen. Haar daarnaar gevraagd, antwoordde ze dat dit correct gezien was, maar dat TOD in haar geboortestad Singapore toch zonder enig burgerprotest was geïmplementeerd. Met andere woorden, Nederlandse planning kan ook zonder burgers. Doe het Singaporees.

Tagged with:
 

Nieuwe markten

On 19 november 2013, in demografie, economie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ROM Magazine van oktober 2013:

Friso de Zeeuw is directeur Nieuwe markten bij Bouwfonds Ontwikkeling. In ROM Magazine schreef hij een artikel over de staat waarin de woningmarkt van Nederland op dit moment verkeert. Centraal in het artikel staat een kaartje van Nederland dat per gemeente de kracht van de woningmarkt aangeeft. Indicatoren: de hoogte van de transactieprijs, het aantal woningen dat van eigenaar wisselt ten opzichte van de totale voorraad en de verkoopsnelheid. De Zeeuw: “De sterkte van de woningmarkt vormt een weerspiegeling van demografische en de ruimtelijk-economische staat waarin gemeenten of, juiste gezegd, regio’s zich bevinden.” Hoe groener de gemeente, hoe succesvoller, hoe roder hoe slechter de woningmarkt. In 2010 stileerde De Zeeuw het groene gebied ‘toevalligerwijze’ tot een rompertje: het centrum van Nederland rond Utrecht, met korte uitlopers naar Gelderland, Noord-Holland, West-Brabant en Oost-Brabant was gezond, de rest kromp. Ik herinner me nog een uitzending van Buitenhof waarin hij zijn rompertje tekende. Dwars door dit ‘rompertje’ liep het tracé van de A4, van Amsterdam naar Eindhoven.

Dit jaar herhaalde hij de oefening. Wat blijkt? De Zeeuw: “Het is jammer, maar er ontstaat geen rompertje meer.” Het rompertje blijkt heet gewassen, want het is sterk gekrompen. Rotterdam valt er nu helemaal buiten, evenals Almere, heel Flevoland, Gelderland. Zelfs Eindhoven en Den Bosch bevinden zich in de randen van het gekrompen kledingstuk, dat hier zelfs nog niet de navel van de baby zou verhullen. Heel Brabant kleurt flets. Eigenlijk beschikt alleen de as Amsterdam-Utrecht nog over een gezonde woningmarkt met voldoende dynamiek. Wat concludeert De Zeeuw? Als de woningmarkt weer aantrekt, zal het wel loslopen met Arnhem en Nijmegen en Groningen. Ik vermoed dat Bouwfonds in deze contreien grote belangen heeft. Zelf denk ik dat het daar niet goed komt. De krimp zet door, de leegstand neemt toe. Wie zegt dat het rompertje niet nog verder zal krimpen? Alleen het kerngebied blijft goed draaien. Mits het de komende jaren wordt versterkt.

Tagged with: