Ruimte genoeg

On 5 december 2016, in economie, infrastructuur, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 28 november 2016:

Afbeeldingsresultaat voor trump infrastructure investment

Was het een grap? Vorige week maandag kopte Het Parool: “Minister Schultz: ‘Heel veel ruimte voor meer asfalt’.” De Minister van Infrastructuur, Melanie Schultz van Haegen (VVD) werd door de Amsterdamse krant aan de tand gevoeld over de files. Ze groeien weer, en hoe. Vooral rond de hoofdstad is de situatie hopeloos. En wat zegt de minister? “De wegen zijn op onze landkaarten breed ingetekend. Maar maak eens een helikoptervlucht en je zult zien dat er nog heel veel ruimte is voor meer asfalt.” Maar, vraagt de journalist, bent u niet bezig met een onmogelijke missie? De minister: “Ga eens naar een grote stad in een ander land: Iran, China of Indonesië. Nergens verloopt het verkeer zo soepel als hier. We kunnen files oplossen, juist omdat we geen enorme metropolen hebben en relatief veel, goed onderhouden wegen.” Laat het tot u doordringen: in plaats van een metropool te bouwen kiest deze minister van Infrastructuur en Ruimtelijke Ordening voor meer asfalt tussen de steden. Volgens haar is er ruimte genoeg. Ruimte genoeg voor wegen, niet voor grotere steden. Natuurlijk is het verkiezingsretoriek, dat begrijp ik ook wel. Het zou grappig zijn geweest als het niet ernstig was. Om de files de baas te worden en beter openbaar vervoer te krijgen moeten we juist een metropool bouwen. Maar dat is kennelijk niet de agenda van Den Haag zo vlak voor de verkiezingen en na ‘Het jaar van de ruimte’.

De provocatie van de minister kan ook anders gelezen worden. De recente verkiezingen in de Verenigde Staten analyserend beseffen politici overal ter wereld dat hun kiezers meer infrastructuur willen. Donald Trump werd ermee gekozen. Trump kopieerde Xi Jinping. Diens ‘Chinese droom’ omvat, naast honderd nieuwe vliegvelden en nog meer hogesnelheidstreinen, de bouw van een Nieuwe Zijderoute naar Europa en Afrika. Poetin wil hetzelfde in Rusland. Erdogan in Turkije belooft grote binnenlandse infrastructurele werken om de stukgelopen economie weer aan de praat te krijgen. Theresa May wil overhaast een knoop doorhakken en een derde landingsbaan op Heathrow aanleggen. Het Chinese model van het staatskapitalisme met zijn nadruk op mega-infrastructuur is bezig aan een snelle opmars in de wereld. Met het succes van Trump in het achterhoofd lijkt de vertrekkende Nederlandse minister van Infrastructuur nu ook mee te willen blazen in het koor van sterke wereldleiders. Nog meer asfalt belooft ze om de financiële crisis het hoofd te bieden. Welkom in de grote depressie van de jaren dertig. Sterke staten beloofden ons toen veel banen door nieuwe infrastructuur aan te leggen en het hele land te ontsluiten. Om dat allemaal te betalen molken ze de steden uit. We kwamen terecht in een wereldoorlog. Teveel infrastructuur werkt niet. Je moet juist grote steden bouwen. Staten begrijpen steden niet.

Tagged with:
 

March of Folly

On 19 november 2016, in infrastructuur, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gehoord in Den Bosch op 10 november 2016:

Afbeeldingsresultaat voor verstedelijking nederland

De uitnodiging kwam van VVAO Tilburg-Den Bosch, de Vereniging van vrouwen met hogere opleiding in Brabant. Ik zou spreken over ‘De toekomst van de stad’, mijn nieuwste boek. De reis ging van Amsterdam naar Den Bosch. De trein naar het zuiden zat die avond afgeladen vol. Maar de snelweg bood geen alternatief, want ook daar zat alle verkeer muurvast. Het weer was guur, nou ja het regende. Niet veel aan de hand dus, zou je zeggen. Maar met 900 kilometer file (dat is een file over een lengte van Amsterdam naar Zürich) bevond ik mij in de drukste avondspits van het jaar. Vanaf het Bossche station kreeg ik een lift met de auto naar kasteel Maurick in Vught. Ook aan de achterkant van het station stonden al lange files. Welkom in de Nederlandse polder. Geen betere aanleiding om die avond mijn betoog af te steken over de noodzaak van een metropool. Ik toonde de verstedelijkingskaart van Nederland waarop het leek alsof een fragmentatiebom in de twintigste eeuw een denkbeeldige metropool uiteen had doen spatten. Overal lagen brokjes stad verspreid over het land. Direct stuitte ik op verzet. Dat we een ernstige fout maken door wonen en werken ruimtelijk te spreiden, provincie bij provincie, alles in een extreem lage dichtheid, en daar maar aan vast te houden, wilde er bij de hoogopgeleide dames niet in. Dat inzicht groeide pas later die avond.

De dagen erna las ik de kranten. Opnieuw pleitten lezers voor nog meer asfalt, nog snellere treinen, zelfs weer voor de invoering van rekeningrijden. In De Volkskrant stelde een lezer voor om het spreidingsbeleid van de rijksoverheid te hervatten. Volgens deze meneer waren de grote steden de oorzaak van alle ellende: ‘Grote steden, grote files’ stond er boven zijn ingezonden brief. Nee meneer, het is andersom. Juist door het ontbréken van grote steden kampen wij met het ernstigste verkeersinfarct op aarde. En het wordt de komende jaren nog veel erger. Want de regering wil onze treinen door het land laten rijden alsof ze metro zijn en spendeert daartoe miljarden aan nieuwe wissels en perronverleningen; ze koerst bovenal op verdere wegverbredingen die het fileleed op termijn alleen nog maar zullen verergeren. Net als u begrijpt Den Haag niet dat Nederland behoefte heeft aan één grote stad. In plaats daarvan stimuleert ze verdere ruimtelijke spreiding, ook richting Brabant, en zet ze volop in op mega-infrastructuur. Het geheel duidt ze aan als Deltametropool. Wat een misvatting. Barbara Tuchman noemde zo’n collectieve actie richting afgrond een ‘March of Folly’. De wereld heeft er volgens haar verscheidene gekend. Zo’n mars kan alleen worden gestopt door oorlog of, in dit geval, door bevolkingskrimp.

Gemiste kans

On 10 november 2016, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De emancipatie van de periferie’ (2016) van Floris Alkemade:

 

Charmant maar flets essay van de rijksbouwmeester, Floris Alkemade. Of eigenlijk is het een gesproken tekst bij plaatjes. Op 1 november lanceerde Alkemade zijn ‘Emancipatie van de periferie’ in Scheveningen tijdens het zogenoemde rijksbouwmeesterscongres. In het verhaal, aldus het bijgeleverde persbericht, “ageert hij tegen de focus van planners op de stadscentra en pleit hij voor het benutten van de dynamiek en ruimte die de periferie biedt.” Hoezo focus van de planners op de stadscentra gericht? Was het maar waar. De focus van VINEX  en post-VINEX is juist op netwerken gericht, op dit moment ontbreekt zelfs elke focus. Het is een oude retorische truc: je afzetten tegen een denkbeeldige vijand. Geen woord over duurzaamheid, want daar is deze nationale bouwmeester niet van. Wel iets over leegstand. Maar denk niet dat dit tot inkeer leidt. Leegstaande woningen zullen verloederen en moeten dus worden gesloopt, maar Alkemade bestemt ze voor werken. Dream on! Opnieuw een pleidooi voor suburbanisatie en ruimtelijke spreiding afkomstig uit Haagse kokers. We komen er maar niet van af. Nee het is nog veel erger. Volgens de Brabander Alkemade heeft de Randstad afgedaan en moeten we het stedelijke veld nog veel groter trekken. Hij spreekt van een uitvergrote Randstad richting zuiden en oosten, precies zoals de bedenkers begin jaren ‘60 hadden voorspeld.

Wanneer hij over de structuur van de nationale verstedelijking schrijft, noteert Alkemade het volgende:  “Binnen deze structuur valt de zelfstandige kracht van Amsterdam op dat als enige echte Nederlandse metropool een uitzonderlijk sterke identiteit en aantrekkingskracht heeft.” Dit rangschikt hij onder “het fenomeen van de ongeremd aantrekkelijke hoofdsteden (…).” Een kaartje van Parijs zet hier de toon. Ja, Parijs! Banlieus! Het leidt volgens hem tot een ‘altijd weer pijnlijke segregatie van kansrijken en kansarmen’. Niet goed dus. Waarop hij de zoveelste lofzang op de polynucleaire structuur van de Nederlandse verstedelijking zingt. Alkemade: “Juist de open structuur biedt condities en een dynamiek die een palet aan gespreide ontwikkelingen mogelijk maakt.” Niet dus, juist een compacte, verdichte structuur biedt gunstige condities voor innovatie, ontwikkeling en bloei. Maar nee hoor, we gaan weer ruimtelijk spreiden. “Op het moment dat het verstedelijkte midden van Nederland in al zijn samenhang onderzocht en ontwikkeld wordt, ontstaat een metropool met ongekende kwaliteiten.” Nee joh, dan ontstaat er een zeer dunbevolkte metropool van bizarre afmetingen en gedomineerd door infrastructuur en verstoken van grootstedelijkheid. Zullen we dit maar beschouwen als een gemiste kans?

Wat ons te doen staat

On 3 oktober 2015, in duurzaamheid, politiek, by Zef Hemel

Gehoord in de Eerste Kamer der Staten Generaal op 1 oktober 2015:

Vooruit dan. Nog eenmaal in het Nederlands. Omdat dit de toekomst van het Koninkrijk betreft. Over die toekomst organiseerden het Ministerie van Binnenlandse Zaken en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) afgelopen week een uiterst boeiende dag in de Eerste Kamer aan het Binnenhof. Zes wetenschappers en journalisten gaven elk een kort college, waarna studenten reageerden. Ochtend en middag werden afgesloten door een paneldiscussie. Paul Scheffer was de dagvoorzitter. Minister Plasterk hield de openingsrede door te zeggen dat hij vrij snel na zijn openingsrede helaas verstek moest laten gaan en dat dit hem zeer speet, waarna hij zijn agenda van die dag oplepelde. Geen leuk vooruitzicht, gaf Scheffer toe. De bewindsman kon maar beter blijven, want een hele dag nadenken en praten over de toekomst van het Koninkrijk was echt zinvoller. Waarna de minister in de pauze ijlings verdween.

Waarover ging het die dag? Alles kwam voorbij. Dominant in alle bijdragen bleek de globalisering: het islamisme, het gevaar van de totalitaire staat, het democratische tekort, de problemen in de zorg, de verwarring, het internet, de technologie, de crises, de urbanisatie, de klimaatverandering, de bevolkingskrimp. Vrijwel alle sprekers waren somber gestemd. Het slotdebat ging over de vraag wat te doen als het kleine Koninkrijk (die dunbevolkte, allerminst duurzame stadstaat van 17 miljoen inwoners) in de mondiale dynamiek dreigt te verdwijnen. Aan tafel zaten Pim van der Feltz (directeur Google Nederland), Hella Hueck (RTL), Erik Stam (UU) en ondergetekende. De scherpste vragen kwamen van Andreas Kinneging (ULeiden) en Henk te Velde (ULeiden). Alle vier panelleden waren min of meer eensluidend in hun repliek. In het Koninkrijk der Nederlanden moet veel lichter worden gestuurd, met minder regels en grotere vrijheden op lokaal niveau, alle instituties moeten soepeler meebewegen, uiterste wendbaarheid is vereist (Stam gebruikte de metafoor van de tango). En we moeten elkaar beter vasthouden, goed naar elkaar luisteren en elkaar opzoeken door inspirerende toekomstverhalen te vertellen, want verhalen kunnen ademen, zijn open, kunnen ons motiveren, brengen ons tot samenwerking. En bouw nou eindelijk eens een echt grote stad, voegde ik eraan toe. Niet dat de zaal was gerustgesteld. Allerminst. De heer Plasterk heeft het allemaal gemist.

Tagged with:
 

Insanely cool

On 17 september 2015, in politiek, by Zef Hemel

Read in de Volkskrant of 30 May 2015:

On 20 May 2015 Louise Fresco published her weekly column in the Dutch newspaper NRC Handelsblad. That day it was on the future of Europe. Fresco is an expert in food production and president of the board of Wageningen University. Her column was a letter to the next generation, those who just finished their highschool and started studying. In a nutshell this is what she wrote: you will enter a Europe that is losing ground. Jobs will be difficult to find because Asian robotics and outsourced work will take over. You will be part of the internet of things, you will have nothing to hide. You will not write any longer, so grammar is of no use to you anymore. National governments will be the weakest level of administration, so you will no longer vote. Your parents will be worried, but that holds for every generation. The only thing that matters in your life is a goal. What is your dream?

Ten days later I read a portrait of Mark Rutte, the Dutch Prime-Minister, in de Volkskrant. Journalist Ariejan Korteweg characterized him as bionic, as an ‘invariable optimistic man-machine’. Everything about him is unknown, he wrote, nothing essential we know about his life or thoughts, except that he drives an old Saab and eats cheese in Zermatt. In every crisis he seems to behave cheerful. It reminded me of Mrs. Fresco’s column. Does the Prime-Minister have a vision on the future of this great country? Again, we simply don’t know. Or do we? Korteweg: some time ago Mr. Rutte compared the Netherlands with a piece of marble. The form, he said, is already there, you only have to free it by cutting the stone. “I think about Michelangelo, the man who drew the perfect proportioned David.” How will this David, hidden in marble, look? Mr. Rutte: “Just an insanely cool country.” He certainly is not in a position to be Michelangelo. Then who is? We, the people of course. And Fresco’s next generation. But mostly global forces, the space of flows.

Tagged with:
 

Keeping Amsterdam small

On 16 juli 2015, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Read in Het Parool of 2 July 2015:

On Friday we would meet. Thursday he published his strong opinion in the local newspaper Het Parool: ‘Maak van Mokum geen megastad’ (‘Do not turn Amsterdam into a megacity’). Friso de Zeeuw, professor at Delft Technical University, always prompts his readers to use more common sense. His approach is mostly temperate, stolid. He loves to warn for eggheads, and yes, he’s very conservative. So my proposal to double Amsterdam made him furious.  “It is a very bad idea’. In his article he calls a city of only two million inhabitants a ‘megacity’. Worse even, he thinks Amsterdam just should not grow (sic!), “our relatively small scale urban structure has huge advantages.” Then he praises the Dutch landscape of water, cows and villages, which he thinks is favorable in terms of climate change. To proof that urban density is not a precondition to mass transit, he mentions the buslanes north of Amsterdam (Mr. De Zeeuw lives in the village of Monnikendam). The system functions all very well, he states. He also warns for social inequality: ‘Our small-scale  urban structure prevents social segregation, so from a social point of view this is a great thing’. Lastly he thinks a new governance structure will be needed if Amsterdam doubles. That will only cause trouble, he knows, so keep Amsterdam small.

It is not easy to reflect on things if somebody tries to ridicule your argumentation, exaggerates your thoughts, simply does not want to change anything at all. I only wish Mr. De Zeeuw would study the Dutch ecological footprint, which is one of the worst in the world, and would consider a more sustainable way of living. And maybe – no less important – he would enter the discussion on the agglomeration economies, where it all started. He simply missed it. Those agglomeration economies are considerably higher in dense urban structures than in networks of small-sized cities and villages, at least that is what I’m trying to proof. But what irritates me most, is Prof. De Zeeuw accusing me of a lack of scientific argumentation. Mentioning the Territorial Review 2014 of OESO in his view is not enough. Did he read it? Mr. de Zeeuw, who is also director New Markets at developer BPD (Bouwfonds), gives no scientific argumentation himself. He only scatters strong opinions. I need a break now. Let’s fly to London.

Not an airport

On 9 juli 2015, in kunst, by Zef Hemel

Heard on IJburg, Amsterdam, on 8 July 2015:

Mrs. Ruf comes from Singen, Germany, which means she’s born close to the Swiss border. She studied in Vienna, not in Berlin. Until recently she was the director of the Kunsthalle in Zürich, now she’s the new director of the Stedelijk Museum in Amsterdam. And she bikes. Beatrix Ruf (1960) told us she bikes every day, without a helmet, from her new home in Amsterdam South to the Museumplein. She has looked for a house on IJburg, the latest extension of the city, but decided to buy one as close to the museum as possible. So now she can bike. She thinks the centre of Amsterdam is very crowded, more than the centres of Vienna, Zürich or Berlin. Lots of tourists, sure, but it also has to do with public space and the way all those people behave. The most dangerous, though, is not the anarchistic behaviour of the Amsterdam citizens, making their own rules, but the tracks of the tram. Not easy to avoid them with your bike.

It was a great introduction of Beatrix Ruf, speaking to the international audience of participants of summer school Thinking City. With a twinkling in her eyes she talked about modern art, the museum, the Museumplein, the way people use the square, the field (?), the plans she has with putting sculptures on it, the building itself, the first thing she did: making the entrance public by removing the portals. ‘It’s not an airport’. She seemed to have no particular interest in architecture, but planning and urban design fascinate her. She could not name an iconic building in Amsterdam, a particular building she likes very much. Looking from the top of the Hilton Hotel on the urban plan of Berlage, the view exites her though. She compared Zürich with Amsterdam. Both cities are rather small, but they are at the centre of an extended urban field, which make you feel you are living in an urban environment somehow. Also the openness to the world, the international, cosmopolitan atmosphere is what strikes her in both cities. What is unique in the Stedelijk case, she told us, is the way the citizens of Amsterdam feel like they’re owning the museum. It is THEIR museum. Everything that happens in the Stedelijk is controversial, worth a battle. She likes that very, very much. Great observation.

Tagged with:
 

Next mobility

On 2 juli 2015, in infrastructuur, by Zef Hemel

Read in ‘Nieuwe mobiliteit’ (New Mobility) (2015) of Arie Bleijenberg:

 vliegtuig

Reveiling long term trends. Important news. They sent me a copy of ‘Nieuwe Mobiliteit na het autotijdperk’ (New Mobility After the Car Based Era), written by Arie Bleijenberg, TNO’s Business Director Infrastructure in Delft. They thought I would like it. Sure I do. It’s exactly what I think. The book is a kind of leaflet, easy to read. Here are the dominant trends: car use will stop growing, planes will take over, cities will grow bigger, so more biking, walking and mass transit. To boost the economy, down town areas should be connected with metro, far better public transport than there is serving them now. Of course public transport is more sustainable, but Bleijenberg thinks the economic benefits will be much bigger. So shorter distances, more density, all fitting a knowledge based economy. In order to be prepared, infrastructure budgets should be radically decentralized. From now on city-regions should decide on the spending of the public money, not the Dutch state any more.

Bleijenberg suggests the region close to the Amsterdam airport (Schiphol) should become the biggest urban hub. “More urbanisation of the Amsterdam region is needed in order to profit from the international hub function of Schiphol airport.” At least he thinks that would be the most sustainable, the most comfortable, the most promising solution. Travelling by air will become the new normal. Being connected to the airport, and at the same time walking in the middle of the crowds, is what we need. Intracity networks therefore should be reinforced. Because all this will become reality within thirty years, governments should change their policies now. In infrastructure planning it takes time – thirty years is nothing. That’s why budget spending on infrastructure should be radically decentralized. We need networks, but far different from the ones the Ministry of Infrastructure is still building now. So it’s urgent. 350 billion euros have been invested in infrastructure in the Netherlands; every year 6 billion euros is needed for maintenance. Bleijenberg’s booklet gives you food for thought. Not only planners. Hope the Dutch politicians will read it too. Especially those in The Hague.

Tagged with:
 

The soft side

On 25 juni 2015, in innovatie, by Zef Hemel

Read in ‘The Regional Knowledge Economy’ (2009) of Otto Raspe:

 Hightech-onderzoek bij Philips.

The discussion on agglomeration economies, innovation clusters and regional economic growth is a difficult one. Why? Well, because it all has become very political. So what does science tell us? In ‘The knowledge economy and urban economic growth’ (2009), Otto Raspe – a regional economist working for the National Planning Bureau for the Built Environment in The Hague – tried to relate R&D, innovation and knowlegde workers to regional economic growth in the Netherlands. His paper was published in European Planning Studies. “This paper does not open the entire black box of agglomeration economies – but contributes to the discussion by determining different kinds of localized knowledge densities within economic growth clusters.” Governments and institutions, Raspe points, always focuss on R&D as sources of growth, because this input factor can be stimulated by subsidies. But there are more spatial knowledge indicators: knowledge workers (ICT-sensitivity, educational level, creative economy, communicative skills) and innovation (technological and non-technological). R&D in the Netherlands differs from the rest: south and east are in front of R&D-employment specialization.

But in terms of innovation and knowlegde workers, the highly  urbanized Northern part of the Randstad area – Amsterdam and Utrecht – is leading. ‘The rural regions and the regions in the national periphery of the Netherlands are lagging behind in intensity of this employment.” Most spatially concentrated are the knowlegde workers. Also in terms of innovation, “municipalities in the Randstad region, larger cities and central areas of urban agglomerations still come to the fore as the foci of innovative activities.” Then he concludes: “High R&D-levels are not a sufficient growth condition for economic growth in urban clusters – the knowlegde workers and innovation dimensions are significantly better linked to localized economic growth in the Netherlands.” The ‘soft’ side seems to be far more important than the ‘hard’ technological side. But governments always stress R&D. They love technology. Better focus on industrial and distribution activities (which they already do) and on localized clusters of producer services in big cities (which they do not). Although not opening the black box of agglomeration economies fully, Raspe did a great job. Now let’s wait for new government policies.

Tagged with:
 

No growth

On 24 juni 2015, in economie, politiek, by Zef Hemel

Read in FD of 1 March 2015:

Why does nobody wants to know about shrinking cities in The Netherlands? Because Dutch municipalities still own 75% percent of all the land available for building homes, office space and business parks. They paid far too much for it: 13 billion euros. They all should reduce their land prices with at least fifty percent, Het Financieele Dagblad calculated. This they will not do, the newspaper wrote on 1 March 2015, because then they will go bankrupt. With buying all that land in the nineties and beginning of 2000 they hoped to make big profits. No way. Worse even, they lack the money now and there will be no growth at all. Their debt is big, so their losses will be big too. Only 20 percent they amortized. The provinces of Flevoland (Almere), Overijssel and Zeeland cannot sell their land without making heavy losses. Instead of amortizing, they boast they will grow bigger. Even cities like Rotterdam and Delft are in big trouble. Two thirds of the land they will keep, hoping to sell it in de future. 

So this makes the discussion on the spatial future of the Netherlands at this moment rather awkward. The Ministries of Finance and of Interior Affairs know it. I’m afraid the Dutch government will have to clean up the mess and hold the twelve provinces responsible for this fiasco. But they wait. Why? Because they are responsible too. No policies in VINEX for shrinking cities. There was a political ban on red and green contours in the Fifth Report on Spatial Planning. Worse even, they skipped the Fifth Report. It’s VINEX and its successors that made local government dream, and made them hope for more and speculate on growth. Friso de Zeeuw, director at Bouwfonds, first introduced the concept of the ‘rompertje’ on Dutch television in December 2008. This infant bodysuit projected on the map of the Netherlands illustrated the area around Greater Amsterdam and Utrecht that continues to grow; all the rest would shrink. Even this ‘rompertje’ is shrinking. Its nucleus is Amsterdam plus its rich, hilly landscapes on both sides: Utrechtse Heuvelrug in the east and the coastal dunes in the west, the urban region where alle the knowledge workers live. So blame the person who tells them they will gonna shrink. And hate the biggest city that will gonna win.

Tagged with: