Anti-stedelijk

On 15 oktober 2014, in bestuur, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 29 juli 2014:

MOSB114-614_2013_174411_high.jpg

Ben Judah, journalist bij het Amerikaanse Newsweek, deed drie jaar lang onderzoek naar Vladimir Poetin (1952). Van zijn hand verscheen ‘Fragile Empire. How Russia Fell In and Out of Love with Vladimir Putin’ (2014). Een portret van de politicus stond deze zomer in Het Parool. In het fascinerende artikel beschrijft Judah een normale werkdag in het leven van de Russische president. Wat me vooral opviel: Poetin houdt niet van Moskou. Hij woont ook niet in de hoofdstad. “Hij houdt niet van de stad: het verkeer, de vervuiling, de mensenmassa.” Wat blijkt? De president heeft het paleis van Novo-Ogarjovo gekozen als residentie. “Daar voelt hij zich thuis, in het westen van de stad, ver weg van de rode muren, de megagebouwen en de megashoppingcenters.” Novo-Ogarjovo ligt 24 kilometer westelijk van Moskou; als het moet kan Poetin in 25 minuten in het Kremlin zijn, maar dan moet de politie het hectische verkeer in de metropool wel stilleggen. Judah: “Maar hij vindt het irritant zich te verplaatsen, hij gaat niet graag naar het Kremlin. Liever werkt hij op zijn landgoed.” Veelzeggend.

De heer Poetin komt uit Sint Petersburg. Moskou is bijna vier keer groter. Vergeleken met de hoofdstad is Petersburg dus een slaperig provinciestadje. De president houdt van jachtpartijen, geniet van de schoonheid van Rusland, hij heeft geen vader of moeder, zijn vrouw is van hem gescheiden, zijn twee dochters wonen in het buitenland. Poetin, aldus Judah, leidt op zijn landgoed een monotoon en eenzaam bestaan. Hij weet ook dat hij Rusland alleen maar op feodale wijze kan regeren; doet hij dat niet, dan zal Moskou volgens hem net zo branden als Kiev. En ook: hij moet niets hebben van technologie. Poetin, maak ik op uit het portret, houdt niet van complexiteit, hij is anti-stedelijk. Dat is de kern van het probleem.

Tagged with:
 

Te beginnen in de grote stad

On 11 september 2014, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 24 juni 2014:

Wel opletten graag! Los Angeles, tot voor kort onder geografen nog beschouwd als een typisch Amerikaanse autostad zonder centrum, zonder dichtheid, met een mozaïek van eindeloos veel buurten – suburbs – zover het oog reikt, verandert razendsnel in een prettige fiets- en voetgangersstad. Diederik van Hoogstraten, correspondent van NRC Handelsblad, schreef er afgelopen zomer over. In buurten als Venice Beach en Santa Monica wordt, schreef de journalist, nu volop gefietst, er zijn bike lanes en overal zijn fietsen te koop en te huur. Fietsslachtoffers worden er herdacht met witte fietsen langs de weg – de zogenaamde ‘ghost bikes’, die weer terugverwijzen naar het ‘wittefietsenplan’ van de Amsterdamse provo’s. Bovendien is de Zuid-Californische filmstad een voetgangersparadijs aan het worden. En er worden metrolijnen gebouwd met rond de haltes bewandelbare buurten. Hoogste tijd om ons beeld van Los Angeles grondig bij te stellen.

Ook van Moskou dachten we tot voor kort dat het een autostad was, met grote congestieproblemen. Toen ik in de Russische hoofdstad in 2006 een pleidooi hield voor de fiets, werd mij door de gemeentelijke ingenieurs inderdaad te verstaan gegeven dat dit een idioot idee was. Maar vorig jaar werd er in Moskou een deelfietssysteem in het centrum geïntroduceerd en nu las ik in een column van Derk Sauer in Het Parool dat hij het tijd vond voor de aanschaf van een nieuwe fiets. Wat bleek? De in Moskou woonachtige uitgever had deelgenomen aan ‘Veloboeljvar’, een recreatieritje door het centrum waarbij het autoverkeer door de Moskouse politie was stilgelegd. "Fietsen is ineens helemaal hot," schreef hij. Afgelopen zomer was er ook de ‘Veloprobeg’, een andere toertocht. Daarna ‘Bikefest’, een festival rond fietsen, film en literatuur. Sauer: "Een groepje hipsters onder leiding van Vladimir is de stuwende kracht achter deze fietsrevival. Vladimir, een bescheiden twintiger, is net terug van een fietstocht van Mexico naar Buenos Aires. Hij wist Sergej Kapkov – een hoge ambtenaar bij de gemeente Moskou, die ook Gorki Park een facelift gaf – achter zich te krijgen." De eerste fietspaden zijn in Moskou al aangelegd. Dus, opletten geblazen! De auto is aan zijn grote terugtocht begonnen, het begin ligt in de grote steden.

Tagged with:
 

Echte krimp

On 27 augustus 2014, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Last Man in Russia’ (2013) van Oliver Bullough:

The Last Man In Russia by Oliver Bullough

Alcoholisme is de norm in Rusland, aldus de Britse historicus Bullough. Nergens ter wereld wordt zoveel alcohol ingenomen als in het Russische rijk van Vladimir Poetin. De gemiddelde levensverwachting van de Russische man ligt amper boven de zestig jaar. De afgelopen twee decennia is hij met nog eens vier jaar gedaald. De Russische bevolking krimpt sterk. Telde het grootste land ter wereld in 1991 nog 148 miljoen inwoners, in 2010 was haar aantal gedaald tot 142 miljoen. "The Russian nation is shriveling away from within." Drank is de hoofdoorzaak. Waarom drinken de Russen zoveel? Daarover gaat ‘The Last Man in Russia’. Het boek schetst een huiveringwekkend beeld van het naoorlogse Rusland. Mensen zijn er op grote schaal gaan drinken omdat de Russische staat de mensen al honderd jaar niet vertrouwt en er alles aan doet om de mensen ongelukkig te maken.

Een paar recente cijfers. Rond Moskou, in het oude machtscentrum van het Russische rijk dat ooit Napoleon en Hilter weerstond, is het beeld er een van armoede en ontbering. "Thousands of villages are empty. Thousands more are home to a handful of pensioners, and will be empty too within a couple of decades. Some towns have halved in population in twenty years." Voor Rusland als geheel is het beeld nog dramatischer. Van de 153.000 dorpen die het immense land telt, zijn nu 20.000 dorpen verlaten. Nog eens 35.000 dorpen tellen minder dan tien inwoners. De inwonertallen van de steden zijn nog veel sneller gedaald. Sinds 2000 verloren de Russische steden 3,7 miljoen inwoners, dat is meer dan 3 procent. Feitelijk is het moderne, ontwikkelde land dus bezig met een proces van ontstedelijken. Dat is uniek. Ook de bevolking van Frankrijk en Duitsland krimpt, maar die krimp is anders. In Rusland is de oorzaak gelegen in een vroege dood. Door drankmisbruik. Grote uitzondering is Moskou. Alleen Moskou groeit. Daar heeft zich tachtig procent van het Russische kapitaal geconcentreerd. De stad telt nu meer dan 10 miljoen inwoners, de talloze illegale immigranten niet meegerekend. Ze is daarmee veruit de grootste metropool van Oost-Europa. Zal ze verder groeien? Terwijl de rest van het land leegloopt? Hoe loopt dit af? Kan dit goed aflopen? Lezen dit boek!

Tagged with:
 

A city that created the country

On 15 mei 2014, in internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Moscow on the rise’ (2013) van Robert Argenbright:

Vandaag het laatste college in de reeks over Moskou, de Russische metropool in transitie, aan de Universiteit van Amsterdam. Een van de artikelen die de studenten ‘Urban Studies’ aan de UvA voor het tentamen moeten lezen is van de hand van Robert Argenbright, van de University of Utah, Salt Lake City. Argenbright onderzoekt de politiek-economische ruimte van de Russische Federatie. Hij laat zien dat Moskou binnen die geografische ruimte de positie heeft ingenomen van ‘primaatstad’. Een primaatstad is een stad die ten minste twee maal zo groot is als de eerstvolgende stad in de rangorde van steden binnen dezelfde geografische ruimte. Nee, het gaat verder, een primaatstad domineert ook het politieke, economische en sociale leven binnen die ruimte. Althans, dat stelde ooit Mark Jefferson, in 1939, toen hij het begrip introduceerde. Moskou is overigens een bijzonder geval omdat die dominantie en primaat-status geldt uitgerekend in het grootste land ter wereld, zonder koloniaal verleden en zonder economie die vooral op export is gericht. Dat had Jefferson destijds nooit gedacht. Hoe kan Moskou dan toch een primaatstatus hebben verworven? Dat is de vraag die Argenbright zich in zijn artikel stelt. Let ook op zijn woorden: “Moscow is not just a city in a country, but the city that created the country.”

De autocratie van Moskou gaat ver terug in de tijd. In het begin van de achttiende eeuw wist tsaar Peter de Grote er al geen raad mee. Hij verzon Sint Petersburg en doopte die tot nieuwe hoofdstad, maar Moskou bleef desondanks het transportknooppunt en de vergaarbak van Russisch kapitaal en het dominante Russische cultureel centrum. “After World War II ended, Moscow continued to grow as the political-administrative capital of the Soviet empire, the leader in education and the arts, and the largest single industrial center in the Eastern bloc,” ook al probeerden latere machthebbers Moskou in de tang te krijgen door de groei af te leiden naar het verre oosten. Wat in het artikel volgt is een beschrijving van de naoorlogse pogingen om Moskou in status te reduceren. Niets lukte de Sovjets, ondanks de problemen van overconcentratie. Argenbright noemt de recente ingreep van de regering om het oppervlak van de gemeente Moskou te verdubbelen  radicaal. Deze ingreep interpreteert hij als een poging om van Moskou een megaregio te maken. Ondertussen denkt hij dat andere voorsteden zullen ontstaan en dat de ingreep zelf vooral Europese trekken vertoont, maar dat de werkelijkheid zich Aziatisch zal voltrekken. “The  regime’s ‘multipolar’ rhetoric may echo Europe, but actual governance in Russia more closely resembles China.”  Moskou, concludeert Argenbright, zal blijven groeien, wat er ook gebeurt.

Tagged with:
 

Gebalanceerde groei

On 5 mei 2014, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Cities of Russia’ (1997) van Dmitri Pitersky:

Iedereen heeft het over Detroit. Maar wat te denken van al die krimpende Russische steden? Officieel voerde de Sovjet Unie een ruimtelijke politiek van afremmen van grootstedelijke groei onder gelijktijdige stimulering van groei van kleine en middelgrote steden. De autoriteiten zongen een lofzang op de middelgrote stad. In die politiek is ze maar ten dele geslaagd of eigenlijk helemaal niet. Zoals Sidan Southall schreef in ‘The City in Time and Space’ (1998): “Control of urban growth was a key priority, but Moscow proved uncontrollable.” Terwijl het officiële doel was de groei van met name Moskou tegen te gaan, nam de bevolking van de hoofdstad van de USSR tussen 1959 en 1989 met liefst drie miljoen zielen toe. Moskou telde bijna 9 miljoen inwoners op het moment dat  de Sovjet Unie in elkaar stortte. Inmiddels is haar omvang met nog eens drie miljoen inwoners gegroeid. Moskou groeit nu ten koste van de rest van het land. De omslag vond plaats ergens in de jaren ‘90. Veel Russische migranten uit de voormalige Sovjet republieken vluchtten na 1989 naar de hoofdstad van de pas gevormde Federatie. Tussen 1989 en 1994 ging het om 5,5 miljoen migranten in totaal. Maar ook daarna bleven de mensen naar die ene metropool komen. Volgens sommige schattingen telt Groot-Moskou op dit moment daarom niet 12, maar 15 miljoen inwoners.

In Geojournal schreef Dmitri Pitersky indertijd een lezenswaardig artikel over de stedenpolitiek van de Sovjet Unie en wat ervan terecht is gekomen. De meeste kunstmatig opgekweekte steden van de Sovjets hebben het niet gered, zo laat hij zien. Hun economie was centraal gestuurd; 45 procent van hun economieën bleek militair-industrieel, dus door eenzijdige overheidsinvesteringen geschraagd (foto: Baikonur in Kazachstan). Achteraf blijkt dat de stedelijke bevolking van de Sovjet Unie al die tijd ook niet groeide, ondanks alle ruimtelijke stimuleringsbeleid, en zelfs met 1,5 miljoen afnam na de val van de muur. Zonder de immigratie was die afname nog veel groter geweest. Overal in de wereld ziet men ditzelfde patroon: twintigste eeuwse ruimtelijke politiek om gebalanceerde stedelijke groei te ontwikkelen heeft domweg niet gewerkt. Conclusie: een land kan proberen kunstmatig (nieuwe) steden te laten groeien, maar het zal daarin uiteindelijk jammerlijk falen. De beste ruimtelijke politiek is een organische, een niet (door een centrale overheid) gestuurde. En als een grote stad eenmaal organisch groeit, dan moet men haar niet willen afremmen of haar in haar groei beletten. Metropoolvorming is een teken van succes.

Tagged with:
 

Terwijl zij naar Moskou ging

On 14 april 2014, in boeken, literatuur, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Verhalen 1913-1924′ (2013) van I.E. Babel:

Het laatste verhaal uit de bundel, door F. Slofstra schitterend vertaalde Babelvertellingen is die van ‘De jodin’. We hebben het over ‘Verhalen 1925-1938′ die Izaac Babel schreef kort voordat hij door de handlangers van Jozef Stalin op 45-jarige leeftijd in Moskou zou worden vermoord. In ‘De jodin’ verhaalt hij over de oude vrouw Ester Erlich die aan het graf van haar pas overleden man radeloos weent en terugblikt op haar vijfendertig jaren huwelijkse leven. Haar dagen slijt ze in het armoedige stadje Kremenets in de Oekraïne, waar het overal in de huizen stinkt. Ze verwijt haar zoon Boris dat hij niet thuis was toen zijn vader overleed. Maar Boris heeft geen spijt. Hij besluit zijn moeder mee te voeren naar Moskou – iets wat zijn in het leven teleurgestelde vader nooit had gedurfd. "Laten we gaan," zei Boris tegen zijn moeder. "Waarheen?" "Naar Moskou, mama…!" "Zijn er niet genoeg joden in Moskou zonder ons?" Even later zitten moeder en zoon, onder achterlating van haar ‘dorpse pantoffels’, in de eersteklas wagon van de Sebastopol-expres.

Boris is revolutionair en lid van het Rode leger, hij blijkt in Moskou vrienden en carrière te hebben gemaakt en brengt zijn oude moeder onder in een mooi appartement in de chique wijk Ostozhenka. "Ze zei dat ze dodelijk bedroefd was alleen te vertrekken, zonder haar man, die zo van Moskou had gedroomd, die er zo van had gedroomd dit godvergeten oord te verlaten en de rest van zijn leven, waarin je alleen nog rust en genoegen verlangt, bij zijn zoon door te brengen, in die nieuwe wereld….En nu lag hij de hele nacht in zijn graf, terwijl zij naar Moskou ging, waar de mensen naar verluidt gelukkig, vrolijk en levenslustig waren, vol plannen zaten en allerlei bijzondere dingen deden." Babel beschrijft met weinig woorden de extreme luxe van Moskou: de metropool van Stalin vol met voor de oude Ester ‘onvoorstelbaar vreemde mensen’. Het wendde snel, van beide kanten. Na haar komst werden coöperatieworst en wodka ingeruild voor thee, klaargemaakt op de samowar, met knoflook, gebakken uien en gefilte fisj, door Ester stilletjes bereid. Babel: "De oude Ester vond haar plek in de hoofdstad van de USSR." Telkens als ik het nieuws lees over Moskou, Poetin en de Oekraïne, moet ik aan dit ontroerende verhaal denken.

Tagged with:
 

Wereldstad

On 11 april 2014, in internationaal, politiek, regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord in Amsterdam op 10 april 2014:

 

Wat een geweldig gastcollege van Reinier de Graaf, directeur Europa bij OMA, aan de Universiteit van Amsterdam! Onderwerp: ‘The planning of Greater Moscow’. Vak: Urban Studies, Cities in Transition. Op onweerstaanbare wijze fileerde planoloog-ontwerper De Graaf de situatie in Moskou aan de hand van de inzending van het consortium, waarvan OMA het hart vormde, aan de Moscow Competition van 2012. Met zijn 12 miljoen inwoners staat Moskou op de ranglijst van wereldsteden op dit moment op plaats 12, maar zal de komende jaren stijgen naar plaats 5. Moskou is een echte megaregio. De bevolking van de Russische hoofdstad groeit de komende jaren namelijk met liefst 24 procent. Terwijl de Russische Federatie op de mondiale kaart van stedelijke concentraties met zijn enorme leegte schittert door afwezigheid, vormt Moskou daarop de grote uitzondering. Moskou, aldus De Graaf, is binnen Rusland een echt ‘waterhoofd’. En zal dat nog meer worden. Is dat erg?

Op overtuigende wijze liet De Graaf zien dat, om de enorme ruimtelijke problemen het hoofd te bieden, de administratieve organisatie van Moskou grondige aanpassing behoeft, bijvoorbeeld door de grenzen van de gemeente, anders dan nu gebeurt, te laten samenvallen met die van de Oblast ("We took the liberty to change the government of Moscow"). In één klap zou de regio Moskou daarmee de omvang krijgen van een land als Zwitserland of Nederland: met zijn 20 miljoen inwoners de grootste megaregio ter wereld. Een dergelijke aanpassing leek hem gerechtvaardigd en ook noodzakelijk, want net als Zwitserland binnen Europa een bevoorrechte positie inneemt waarvan Europa danig profiteert, komt ook Groot-Moskou binnen de Russische Federatie een uitzonderingspositie toe die Rusland alleen maar winst oplevert. Al sinds de Sovjet Unie genieten de inwoners van de hoofdstad voorrechten, bang als de autoriteiten zijn dat er opstanden zullen uitbreken. De Graaf: "In order to control Moscow, the government tries to keep its citizens happy". Vandaar dat bijna alle Moskovieten, althans officieel, binnen de gemeentegrenzen wonen en zich daarbuiten liever niet wagen. Hun identiteitskaart, zo liet De Graaf zien, lijkt sprekend op een creditcard, terwijl die van de inwoners van de Oblast nog het meeste lijkt op een entreebewijs van een doodgewone camping. Moskou, aldus De Graaf, sluit tegenwoordig meer aan bij de wereldgemeenschap dan bij Rusland. En ook al lijkt de politieke actualiteit dit laatste te loochenstraffen, Moskou vormt zich tot een heuse ‘World City’. Wat een feest voor de studenten om naar te luisteren!

Tagged with:
 

Vector van de toekomst

On 12 maart 2014, in internationaal, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 8 februari 2014:


Nu nog heeft de Russische president Poetin de handen vol aan de Oekraïne, maar eigenlijk wil hij naar het oosten. Dat maakte ik althans op uit een artikel van de hand van Hubert Smeets in NRC Handelsblad. Terwijl de jonge bewoners uit oostelijk gelegen steden als Omsk, Novosibirsk, Tomsk, Kazan en Oefa onverminderd naar Moskou trekken, wil de president juist investeren in de economie en de steden van Siberië en Centraal-Azië. Liever in de richting van China dan van Europa zoekt hij vriendschappen en handelsbetrekkingen. Smeets: "President Poetin heeft zijn kaarten gezet op China en andere economische grootmachten aan de Stille Oceaan. In die richting wijst de ‘vector van de toekomst’, zei hij veertien maanden geleden voor het eerst in zijn jaarlijkse troonrede.” Hoofdkantoren van grote Russische ondernemingen die nu nog overwegend gevestigd zijn in Moskou, dicht bij de centrale macht, zullen worden overgebracht naar het oosten.  Tot 2030 zal in die contreien voor een bedrag van 70 miljard euro worden geïnvesteerd. Gaat Poetin bedrijven als Gazprom, Spoorwegen en Spaarbanken inderdaad dwingen om te verhuizen?

Over drie weken begin ik op de Universiteit van Amsterdam een nieuwe serie colleges over Moskou. In ‘Cities in Transition’ onderzoeken studenten Urban Studies zes weken lang de groei, transformatie en planning van de Russische hoofdstad in groot verband. Robert Argenbright van de University of Utah schreef in ‘Moscow on the rise: from primate city to megaregion’ (2013) hoe Moskou zich ontworstelde aan het naoorlogse idee van het kerngebied van het autarkische Sovjetimperium – de zogenaamde Wolga-Baikal zone – en hoe de westelijk daarvan gelegen stad na 1991 alle groei aan zich trok. Juist naar het westen trekt op dit moment alle groei en werkgelegenheid binnen de immense Russische federatie, of liever: naar Moskou. Zelfs Sint Petersburg verliest bevolking aan de Russische hoofdstad. "Moscow has eclipsed Saint Petersburg as Russia’s ‘Window on the West’ – and on the rest of the world as well," schrijft Argenbright. Bijna veertig procent van de hoogopgeleide Russen woont en werkt op dit moment al in de hoofdstad. Kennelijk wil de president deze overconcentratie tegengaan door in het verre oosten nieuwe brandpunten te creëren. Maar zal het hem lukken?

Tagged with:
 

Perfect World

On 25 december 2013, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De grote utopie. Russische Avantgarde 1915-1932’ (1992):

Onderweg naar het Stedelijk Museum hadden we het over het streven naar perfectie. Of een planoloog daar naar moet streven. Mijn gespreksgenoot vond van wel. Mijn stelling was: liever niet. Perfectie past niet bij een stad, die moet niet kloppend gemaakt worden. Een planner kan zelfs beter opzettelijk fouten maken dan een perfect stedelijk systeem nastreven. Enzovoort. Toen zagen we de werken van Kazimir Malevich. Vooral zijn Suprematistische schilderijen spraken tot onze verbeelding. Was zijn Zwart Vierkant (1915) werkelijk perfect? Mijn gast vond van wel, ik twijfelde. Eenmaal weer thuis las ik de catalogus van het Stedelijk Museum uit 1992, ‘De grote utopie’. In een van de eerste artikelen vergelijkt Vasily Rakitin de werken van Tatlin met die van Malevich. Over de laatste schrijft hij dat deze uitsluitend dacht in absolute termen – Malevich, schreef hij, was de profeet.

Rakitin vond dat Malevich met zijn verlangen in ‘zijn’ Suprematisme alle ‘ismen’ te verenigen de moderne kunst parodieerde. “This was due to his desire not just to do everything better but to get it absolutely right.” Dat is inderdaad de definitie van een perfectionist. “He (Malevich) was a natural systematist and wanted to turn everything into his own – in his opinion infallible perfect – world.” De perfectie van Malevich kon alleen bestaan in zijn eigen wereld, niet in die van anderen. Om alles helemaal goed te krijgen, vond hij, moest men telkens weer van voren af aan beginnen om te zien of het wel klopte. Kan het duidelijker? De schilder, aldus Rakitin, was een romanticus, een polemist, een zuivere individualist, zeker geen teamworker. “One had to be at the forefront and only follow him, Malevich, on the road towards a new harmony.” Godzijdank was hij geen stedenbouwer, want stel je voor. Maar wat een fantastische kunstenaar! Gaat dat zien!

Tagged with:
 

Underworld

On 23 december 2013, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Foresight in Hindsight’ (2013) van Strelka:

De ondergrondse infrastructuur van Moskou is uitgebreid. Niemand weet precies hoe dicht en wijdvertakt deze werkelijk is, en tot hoe ver ze zich uitstrekt. Nathan de Groot schreef er een studie over. Hij sprak met Russische ‘diggers’ die het ondergrondse gangenstelsel van de hoofdstad in kaart proberen te brengen. Zeker, iedereen kent de roemruchte metro van de Russische metropool: vanaf 1931 werden op last van Stalin tien ondergrondse metrolijnen aangelegd, met een totale lengte van 80 kilometer. Vierenzeventig stations bevinden zich dieper dan dertig meter onder het straatoppervlak; nog eens 93 stations liggen net daarboven; tijdens de Tweede Wereldoorlog deden de metrostations dienst als schuilkelder. Echter, gezocht wordt nog altijd naar de geheime Metro2 tussen het Kremlin en militaire posities, gebouwd door de Sovjets voor hun partijkader, die door de inlichtingendiensten van de Verenigde Staten wordt vermoed. Daarnaast telt de stad 7000 ondergrondse bunkers. En alsof dit nog niet genoeg is: in de loop der eeuwen werden liefst 167 rivieren onder de stad doorgeleid.

Moskou is een stad gebouwd in een moerassig bekken, waar talrijke rivieren en stromen samenkomen. De ondergrond is er uiterst instabiel. Met al die onbekende ondergrondse infrastructuur is bouwen in deze stad met onvoldoende kennis van wat zich onder het maaiveld bevindt ronduit gevaarlijk. Verzakkingen zijn aan de orde van de dag. Wat nog het meeste wordt gevreesd is een denkbeeldige stad van 500 hectare, met ondergrondse bioscopen en theaters, in 1990 door een voormalige KGB-officier aan een Russisch tijdschrift gelekt en twee jaar later door Time Magazine wereldkundig gemaakt – een geheime bunker formaat paleis die 15.000 mensen dertig jaar lang in leven zou kunnen houden bij een nucleaire ramp: Ramenki 43. Bestaat hij werkelijk? De ‘diggers’ die De Groot sprak hadden hem nog niet ontdekt. De Groot: “This links back to the debate whether there is afterlife or not. After all, the traditional meaning of an underworld as a parallel and partly unknown world applies, which can be both fascinating and scary.”

Tagged with: