Grootstedelijke migratie toen en nu

On 8 maart 2017, in demografie, by Zef Hemel

Gehoord in CREA, Amsterdam, op 7 maart 2017:

 Figure-1-Major-international-migration-flows-around-the-1680s-Sourcesvan-Lottum

Bron: Van Lottum, Across the North Sea, 2007

Opvallend is het diverse beeld van de herkomstgebieden van migranten die in 2012 in Amsterdam verbleven. Turkije en Marokko zijn allang niet meer dominant. Op dit moment is 34,7 procent van de Amsterdamse bevolking van niet-westerse origine, nog eens 14,9 procent is westers-allochtoon. Leo Lucassen, directeur van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, vergeleek in zijn Amsterdamlezing afgelopen dinsdag de migratie van tegenwoordig met de migratie naar Amsterdam in de Gouden Eeuw. Veel verschil is er niet. Toen kwamen veel migranten uit Europa, tegenwoordig komen ze óók uit de rest van de wereld. Migratie, zeker in Amsterdam, vergeleek hij met ademhalen. Wil een stad groeien en zich ontwikkelen, dan moeten mensen gemakkelijk in- en uit- kunnen stromen. Dat heeft Amsterdam volgens Lucassen altijd goed gedaan. Maar sinds de opkomst van de natie-staat in de negentiende eeuw is het veel moeilijker geworden. Vooral na de Eerste Wereldoorlog zijn paspoorten en reisdocumenten verplicht gesteld. Staten eisen van hun inzittenden assimilatie: je bent Nederlander of je bent het niet. Vroeger was dat anders. Elke stad had zijn eigen regeling, die vaak afhing van de economische behoeften van dat moment. Welk land heeft in de ogen van Lucassen het beste migratiebeleid? Hij moest goed nadenken. Nee, Canada niet. Volgens hem is dat de Europese Unie met zijn vrije interne verkeer.

Lucassen toonde de herkomstgebieden van migranten in Londen en Amsterdam in de periode 1600-1800 (foto). Londen rekruteerde zijn migranten overwegend uit het achterland. Maar Amsterdam trok vreemdelingen aan uit een veel grotere wereld. Wat tegenwoordig ook anders is, zei hij, is de stedelijke sterfte. Die was in de zeventiende eeuw heel groot, waardoor een stad, wilde ze qua bevolking op peil blijven, niet buiten migratie kon. Ook de dekolonisatie waar wij nu nog altijd mee kampen, kende de zeventiende eeuwer niet. De opkomst van de verzorgingsstaat in de twintigste eeuw heeft het allemaal bovendien niet makkelijker gemaakt en ook het regime van de Mensenrechten sinds het Verdrag van Genève, 1951, heeft asielprocedures in het leven geroepen. Een belangrijk verschil is ten slotte de voortschrijdende democratie. In de zeventiende eeuw, vertelde Lucassen, was Amsterdam nog lang niet zo democratisch als nu. Omgang met migranten was destijds een openbare ordeprobleem, maar tegenwoordig is het een hot issue tijdens de verkiezingen. Fijntjes wees hij erop dat de verschillen tussen rijk en arm en tussen de verschillende herkomstgebieden in Amsterdam in de zeventiende eeuw vele malen groter waren dan nu. Maar de beschaving is flink voortgeschreden en met verschillen, hoe klein ze tegenwoordig ook zijn, kunnen we daardoor steeds moeilijker omgaan.

Tagged with:
 

Medusa

On 30 april 2015, in internationaal, migratie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Ends of the Earth’ (1996) van Robert Kaplan:

De spannendste kaart van het Middellandse Zeegebied stond afgedrukt in NRC Handelsblad van 21 april 2015. Nauwkeurig waren daarop de routes weergegeven die de Afrikaanse migranten afleggen richting Europa. Het bleek te gaan om een netwerk van steden, met als eindhaltes: Londen, Amsterdam, Frankfurt, Brussel en Parijs. Zeg maar, een fuik. Steden die op de route liggen en belangrijke knooppunten vormen: Malaga, Almeria, Marseille, Rome, Athene, Istanbul, Sofia. De kaart verscheen daags na een bootramp voor de kust van Libië. Uit het bijschrift begreep ik dat dagelijks 293 mensen de oversteek naar Europa wagen; afgelopen jaar waren dat er in totaal zo’n 220.000. Hun aantal zal dit jaar groeien naar een getal ergens tussen de 500.000 en 1 miljoen bootvluchtelingen. Hoe komt dat? “Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er wereldwijd meer dan 50 miljoen mensen op de vlucht.” Het stond er, als een feit. Conflicten en oorlogen, verklaarde de krant, liggen aan de basis van de groeiende mensenstromen.

Was het niet de Amerikaanse journalist Robert Kaplan die al twintig jaar geleden een luguber scenario schetste van wat ons te wachten staat (en ons nu dus overkomt)? In ‘Reis naar de einden der aarde’ (1996) beschreef hij zijn ‘onsentimentele reis’ dwars door West-Afrika, het Nijldal, de Kaukasus, Iran, Centraal-Azië, India en Indochina. Wat hij zag? Enorme slums, bidonvilles, favellas, sloppenwijken, zeg maar: reusachtige geïmproviseerde steden van afval, blik en lompen. In zijn rugzak zat een brief van een vriend, een diplomaat, die schreef: “De grootste bedreiging voor ons waardensysteem komt uit Afrika. Hoe kunnen we blijven geloven in universele beginselen terwijl Afrika wegzinkt tot een niveau dat beter door Dante dan door ontwikkelingseconomen beschreven wordt? Onze houding ten aanzien van ras en etniciteit komt in eigen land in de verdrukking als het hele Afrikaanse continent één grote ‘Schipbreuk van de Medusa wordt’. Zo is het. In die krottenwijken broeit het, al jaren. Daar begint alle onrust. “Op grond van zijn Afrikaanse ervaringen concludeert Kaplan dat schaarste, overbevolking en epidemieën de sociale orde van onze planeet dreigen te vernietigen. Leiden sociale desintegratie en ineenstorting van het staatsgezag nu al niet tot massamoorden en vluchtelingenstromen, ook in onze richting?” Dat was twintig jaar geleden. Goede, activerende stadsontwikkeling heeft men sindsdien nagelaten. Gevolg: bootvluchtelingen. Brengt Habitat III (Quito 2016) wèl uitkomst? Als ik Europa was, zou ik daarin investeren.

Tagged with:
 

Miami Virtue

On 20 januari 2015, in internationaal, literatuur, migratie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Back to Blood’ (2012) van Tom Wolfe:

 

Tijdens de feestdagen eindelijk gelezen: ‘Back to Blood’ van Tom Wolfe. Heerlijk boek. De roman gaat over Miami, Florida, een metropool van 5 miljoen inwoners in het verre zuiden van de VS, of zoals de burgemeester van Miami, Dio, het zegt: “Miami is the only city, as far as I can tell – in the world – whose population is more than fifty percent recent immigrants (….) and that’s a hell of a thing, when you think about it’.” Hoofdpersoon Nestor Camacho is een Cubaan, net als zoveel andere inwoners van Miami – allemaal gevlucht voor het regime van Castro. Maar er is ook een grote Haïtiaanse gemeenschap, een Afro-Amerikaanse gemeenschap en zo meer. “We got to make Miami – not a melting-pot, because that’s not gonna happen, not in our lifetimes. We can’t melt’em down…. but we can weld’em down.” Daarmee bedoelde de burgemeester dat iedere bloedgroep, elk ras, elke nationaliteit in de stad zijn eigen wijk krijgt en het gevoel moet hebben op gelijke voet met de anderen te staan. In de roman blijkt dat dit tribale evenwicht lang niet bestaat. De Anglo’s zijn stinkend rijk, terwijl de immigranten straatarm zijn. En wie ècht rijk is, dat zijn de Rusissche oligarchen. Welkom in Miami anno 2012.

Wolfe, inmiddels 81 jaar oud, schreef een soortgelijk plot vijftig jaar geleden, toen gesitueerd in New York. Op zijn zevenenzeventigste was hij vier jaar geleden vanuit Manhattan voor het eerst naar Florida gereisd, waar hij de raciale politiek van Florida van nabij had gadegeslagen. Hij was geschokt teruggekeerd. Hoewel de roman weinig nieuws bevat, is het geval Camacho – een Cubaanse politieagent die een zwarte drugscrimineel aftuigt en beschimpt en vervolgens via een registratie van het gevecht op YouTube wordt aangeklaagd in een waar volksgericht – buitengewoon actueel. In Ferguson – een voorstad van St Louis – zijn weer rellen uitgebroken en zelfs in het New York van Tom Wolfe zijn de agenten boos op hun burgemeester, die hen afviel in een soortgelijk geval. De affaire Camacho staat voor een integratieproblematiek die door de nog steeds groeiende migratie naar de VS vanuit het zuiden en het westen (Azië) op de grenzen van het mogelijke stuit. Ik was amper in ‘Back to Blood’ begonnen of president van Obama zocht toenadering tot het Cubaanse regime. Wat een geluk. Na vijftig jaar worden de betrekkingen eindelijk versoepeld. Mijn gedachten dwaalden onmiddellijk naar Miami. Hoe zou het daar nu zijn?

Tagged with:
 

Wild tuig

On 30 november 2011, in onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Review of Books van 23 november 2011:

Opnieuw geeft Oscar Garschagen in NRC Handelsblad inzage in het leven van de gemiddelde arbeidsmigrant in de grote steden aan de Chinese oostkust. De migranten van het platteland die daar in groten getale werken, schrijft hij, mogen hun kinderen er niet op school doen. Daardoor leven veel kinderen nog op het platteland bij hun grootouders en moeten daar naar school. Hun vader en moeder zien ze slechts een à twee keer per jaar. “Communistisch China is een standenmaatschappij, een gespleten samenleving, waarin het geboorteregistratiesysteem (hukou) dat in de jaren vijftig door Mao Zedong werd ingevoerd een van de voornaamste breuklijnen veroorzaakt.” Over dit hukou-systeem schreef afgelopen zomer ook The Economist al uitgebreid, door mij opgetekend in mijn blog  over The Rat Tribe, (http://bit.ly/vKAmMN). Garschagen noteert acht miljoen rechteloze arbeidsmigranten in Peking, zeven miljoen in Shenzen en nog eens negen miljoen in Guangzhou. Daar komt bij dat het onderwijs in deze metropolen moderner, meer op het individu gericht is, dan op het platteland. De vier oudste en grootste economische zones hebben indertijd hun eigen schoolsystemen mogen ontwikkelen, die zij overigens zelf financieren. Terwijl het doorsnee onderwijs in China klassikaal is, gericht op feitenkennis en standaardexamens, is er in het onderwijs in deze metropolen meer ruimte voor Engelse taal, muziek, gymnastiek en kalligrafie. Iedere zaterdag protesteren de ouders voor het openbreken van het systeem. Tevergeefs. De autoriteiten vrezen een enorme toeloop naar de scholen, die zullen bezwijken onder de aantallen nieuwkomers. Inwoners van Peking, Guangzhou, Shenzen en Sjanghai noemen de migrantenkinderen ook wel ‘wild tuig’. De mensen die Garschagen spreekt denken dat het nog wel twintig jaar zal duren voordat het hukou-systeem wordt afgeschaft.

In The New York Review of Books van deze maand las ik een bespreking van het nieuwste boek van Ezra Vogel over Deng Xiaoping, waarin de auteur – de dissidente wetenschapper Fang Lizhi – het onderwijsstelsel dat Deng Xiaoping introduceerde uitgebreid hekelt. Weliswaar heropende Deng de universiteiten na de Culturele Revolutie onder Mao, dat wil niet zeggen dat hij pro-onderwijs was. Fang Lizhi noemt het hukou-systeem als bewijs voor zijn stelling. Veel kinderen zijn daardoor uitgesloten van onderwijs. Hij beschuldigt Vogel ervan hieraan geen aandacht te besteden. “Deng Xiaoping, the alleged ‘education reformer’, enforced this household registry system, and its consequences for education, to his dying day.” Overigens gaat het systeem niet terug op Mao, maar op de Japanse bezetter die de migratie naar de steden hoe dan ook wilde voorkomen, bang als ze was voor opstanden. De paradox is dat die opstanden nu dreigen juist vanwege het hukou-systeem. Het Chinese voorbeeld laat overigens mooi zien dat steden liefst hun eigen onderwijssysteem ontwikkelen en dat dat ook profijtelijk is. Natuurlijk is er veel te zeggen voor landelijke uniformiteit, maar het inspelen op de regionale economie daagt steden uit hun eigen koers te varen als het gaat om het opleiden van hun beroepsbevolking.

Tagged with:
 

The rat tribe

On 19 oktober 2011, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 25 juni 2011:

Veel opwinding in de kranten de afgelopen week over de groeivoorspelling van de Nederlandse bevolking door CBS en PBL. Een bevolkingstoename van de Randstad met nog eens 700.000 inwoners over vijftien jaar werd door de Volkskrant zelfs betiteld als een ‘razendsnelle’ groei. De krimp elders die ermee verband hield werd als een zo mogelijk nog groter probleem aangemerkt. Twee problemen dus. Ach arme. Laten we het liever hebben over China. China, met een bevolking van bijna 1,4 miljard zielen, staat aan de vooravond van een geleidelijke vergrijzing van de hele bevolking. De economische motor van het immense land werd tot nu toe aangedreven door een trek van bewoners van het platteland naar de grote steden. Die trek stagneert. En daarmee zal de economische groei afzwakken. The Economist zag afgelopen zomer het gevaar: “If China is not to stagnate, it will have to make a bigger effort to persuade rural dwellers to keep coming to the cities as its population ages ever more rapidly.” (In Nederland redeneren wij precies andersom: bij ons mogen de grote steden vooral niet te groot worden. Stel je voor dat we economisch zouden groeien!)

Bestaande systemen beletten de Chinezen om van het platteland naar de steden te verhuizen. Een zo’n systeem is hukou. Dit door de communisten ingevoerde systeem geldt zowel voor stedelingen als voor dorpelingen, al hebben de laatsten er de meeste last van. Officieel wordt er in China nog altijd collectieve landbouw bedreven. De boeren treden op als autonome landbouwproducenten, maar hun grond pachten ze van het collectief. Het collectief heeft alleen nog macht om de grond te herverdelen. Als een dorpscomité besluit dat een familie niet meer actief is, kan het de grond confisqueren. Families die naar de stad verhuizen verliezen zo hun grond en kunnen ook niet hun grond verkopen om hun verhuizing te bekostigen. Officieel is het systeem afgeschaft, maar de provinciale partijleiders handelen er niet naar, gehecht als ze zijn aan collectivisme. “Thoroughgoing land reform, of the sort that would enable farmers to cash in on the value of their farmland and establish permanent and prosperous lives in cities (and at the same time encourage larger-scale farming), thus remain struck.” Ook dipiao staat migratie in de weg. Bij dipiao, ingevoerd in 2005, worden dorpelingen gedwongen in flats te gaan wonen, om zo grond vrij te spelen voor de bouw van ‘een nieuw socialistisch platteland’. Twee miljoen boeren verloren de afgelopen vijf jaar hierdoor hun land. The Economist: “The new strategy often means the farmers are crammed into apartments with no backyards to raise chickens or store tools, and they face a longer journey to their fields.” Het Britse blad besluit met een voorbeeld uit Peking, waar de autoriteiten de migrantenpopulatie – eenderde van de totale stedelijke bevolking – verhindert om woningen en auto’s te kopen. Op deze manier hoopt men de prijsstijgingen te dempen. Uit veiligheidsoverwegingen sluit men bovendien de kelderappartementen, waar uitgerekend de migranten – “known as the rat tribe” – dikwijls leven. “China says it wants urbanization, and it certainly needs it. But even as some obstables are removed, new ones spring up.” Zou The Economist ook de belemmeringen in Nederland voor de trek naar de grote steden eens kunnen aangeven?

Tagged with:
 

Preken voor eigen parochie

On 5 oktober 2011, in politiek, ruimtelijke ordening, sociaal, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De engel van Amsterdam’ (1993) van Geert Mak:

Op het idee gebracht door een ‘preek’ van Coen Teulings, de directeur van het Centraal Planbureau, lees ik nogmaals het gedenkwaardige essay van Geert Mak over de Amsterdamse Scheldestraat. Teulings sprak zijn preek bij het 225-jarig bestaan van de Kleine Komedie in Amsterdam. De tekst stond afgelopen zaterdag afgedrukt in NRC Handelsblad. Volgens Teulings was het niet Geert Wilders, maar waren het intellectuelen als Mak en Scheffer die de angst hebben gevoed voor de ander. “Voor Geert Mak was de Scheldestraat de flessenhals van Amsterdam, of misschien beter, de waterscheiding tussen arm en rijk. Op Zuid het chique Buitenveldert en Amstelveen. En op Noord, over de brug van het Amstelkanaal, lag de Pijp. Daar begon Sodom en Gomorra. De Scheldestraat als het laatste bastion van welvaart en voorspoed. En bij de brug de frontlinie met een nieuw Amsterdams Harlem. Krakers, zwartwerkers, simulanten, illegalen, jeugdgangs, en criminelen.” Er trokken volgens Mak ‘donkere wolken’ samen boven de Pijp. Maar zo slecht als hij voorspelde is het rond de Scheldestraat niet geworden. Teulings: “Gaat u mee terug naar de Scheldestraat. Het aantal terrasjes en saladebars is sinds 1991 alleen maar toegenomen. Maar dat geldt ook aan de gene zijde van het Amstelkanaal. Tussen de donkere wolk uit 1991 zijn er wat opklaringen gekomen.” Conclusie: Wij intellectuelen zijn de bron van overbodige angsten.

Ik verplaats mij naar 1991. Gaat u mee? Amsterdam telde toen 50.000 woningzoekenden, 70.000 werklozen, een bevolking waarvan meer dan eenderde van een uitkering leefde en waarvan ruim een kwart van niet-Nederlandse afkomst was. Mak zag drie grote problemen op steden als Amsterdam afkomen: het milieuvraagstuk, “de nieuwe geboortegolf onder de nieuwkomers die de grote steden op ongekende wijze van karakter zal doen veranderen”, en asielzoekers op de vlucht voor de ellende in Afrika en Oost-Europa. Naar zijn mening zou het milieuvraagstuk in de 21ste eeuw pas echt omvangrijk worden, ook voorzag hij dat de nieuwe migranten zouden samentrekken in de goedkope naoorlogse woonwijken en dat ze allemaal werk en inkomen nodig zouden hebben. “Een onoverkomelijk probleem hoeft dat niet te zijn, als er de komende jaren maar zeer veel energie in zaken als woningbouw, buurtonderhoud, scholing en onderwijs wordt gestoken.” Wat het derde probleem betreft dacht hij aan strak politietoezicht als iets onontkoombaars. Mak begreep in 1991 niet waarom de toenmalige regering alleen maar bezig was met bezuinigen (sic!), terwijl er zulke grote vraagstukken om een oplossing vroegen. “Toch hangt er een omslag in de lucht, een politieke omslag, en misschien ook wel een maatschappelijke.” Mak rook Paars I en II. Vanaf 1994 werden er inderdaad omvangrijke publieke middelen geïnvesteerd in de grote steden door de nieuwe  regeringsploeg van Wim Kok. En ziedaar, het wonder geschiedde. Anno 2011 is de zon in Amsterdam inderdaad door de wolken heengebroken. Dank zij gerichte investeringen, dank zij krachtig overheidsbeleid.

Tagged with:
 

Stad van aankomst

On 28 september 2011, in stadsvernieuwing, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De trek naar de stad’ (2010) van Doug Saunders:

Morgen neemt Paul Scheffer afscheid van de Universiteit van Amsterdam. Hij vertrekt naar Tilburg. In de PS bijlage van Het Parool van afgelopen zaterdag 24 september stond een interview met de vertrekkende hoogleraar. De afgelopen acht jaar bezette Scheffer de zogenaamde Wibautleerstoel aan de Universiteit van Amsterdam. Die leerstoel richt zich op grootstedelijke vraagstukken. Scheffer: “Over diversiteit hoeven we ons met 150 nationaliteiten geen zorgen te maken. Wat hebben we nodig aan gemeenschappelijkheid om het samen uit te houden? Dat is de vraag die mij de afgelopen acht jaar het meest heeft beziggehouden.” Zijn antwoord: een naturalisatieceremonie in de burgerzaal van het Paleis op de Dam, meer kennis van de eigen geschiedenis. In zijn onderzoek stuitte hij op het gegeven dat de Amsterdamse (en ook Rotterdamse) criminaliteit tussen 1994 en 2007 met veertien procent is gedaald. Een goed teken. Ook stelt hij vast dat in Amsterdam zich een middenklasse vormt van mensen met een migrantenachtergrond. Het gaat dus veel beter. “Mijn stelling is dat de begrippen autochtoon en allochtoon van binnenuit zijn opgevreten. In grote delen van Nederland roept dat weerstand op, maar ik denk dat Amsterdam klaar is om die begrippen vaarwel te zeggen.” En over Amsterdam in 2025 merkt hij op: “Ik ben hoopvol dat het tegen die tijd een volwaardige migrantenstad is met minder segregatie en een versterkte middenklass van nakomelingen van niet-westerse immigranten.”

Het interview herinnerde me aan het fantastische boek ‘Arrival City’ van de Canadese journalist Doug Saunders. Onder de Nederlandse titel ‘De trek naar de stad’ verscheen het vorig jaar in een vertaling bij De Bezige Bij. Saunders schetst erin hoe in dertig steden in zestien landen migranten zich een bestaan proberen te creëren in een voor hen onbekende omgeving. Doorgaans betreft het de stedelijke periferie. Saunders reisde en schreef het boek in drie jaar tijd. Voorwerk werd verricht door een grote groep vrijwilligers in de verschillende steden. Zijn columns in The Globe and Mail gebruikte hij om zijn gedachten te ordenen. Amsterdam is een van de steden. Vol bewondering schrijft hij over de stedelijke herstructurering van Slotervaart. “Eerder had Slotervaart er goed uitgezien vanuit een helikopter en vanuit het standpunt van een planoloog in het centrum. In een radicale ommezwaai besloot Amsterdam Slotervaart er aantrekkelijk uit te laten zien voor een nieuwkomer uit een dorp. De bewoners werden veel dichter naar elkaar toegebracht, niet alleen omdat ze dat wilden – en vanuit overwegingen van veiligheid en gemak en vanuit zakelijke motieven wilden ze dat dolgraag – maar ook vanuit de overtuiging dat een grotere bevolkingsdichtheid de sociale cohesie en de welvaart ten goede komt.” Deze fysieke benadering spreekt Saunders aan. “Door vorm en gedaante van de buurt te bepalen – en te zorgen dat de buurt minder geordend, gepland en voorbestemd wordt – zal dit niet alleen een sterkere fysieke en economische band met de rest van de stad scheppen, maar ook een aantal andere fundamentele problemen van de mislukking van de stad van aankomst oplossen.” Titel en inhoud van Saunders boek – ‘Arrival City’ – en het boek dat Scheffer schreef – ‘Het land van aankomst’ – vertonen treffende gelijkenissen.

Tagged with:
 

Met alle geweld

On 8 juni 2011, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Triumph of the City (2011) van Ed Glaeser:

Een economie, aldus de Amerikaanse econoom Ed Glaeser, kan alleen groeien wanneer steden werkelijk open zijn en talent uit de hele wereld kunnen aantrekken. Dat is al sinds het oude Athene de regel. “An open city can’t exist in a closed nation.” Glaeser noemt het voorbeeld van Buenos Aires, de stad die opbloeide toen Argentinië nog een open samenleving was, maar die in het slop raakte nadat het Zuidamerikaanse land de grenzen had gesloten. Van Buenos Aires resteren nog slechts de fraaie oude gebouwen die aan deze bloeiperiode herinneren. Ook de groei van de Amerikaanse economie kan worden afgelezen aan de migratiepolitiek van het federale land. Toen in de jaren ‘30 van de twintigste eeuw Amerika haar grenzen sloot voor immigranten, stopte de groei van haar grootste steden abrupt en haperde de nationale economie. Voor Europa geldt feitelijk hetzelfde. Daar mondde een xenofobe nationale politiek uit in de Tweede Wereldoorlog.  “The world devolved from an urban ideal of commerce and intellectual exchange to a battlefield where dictators glorified a feudal, agricultural past.”

De kern van mijn lezing in het Van Eesterenmuseum, enkele weken geleden, over de ontmanteling van Amsterdam was precies deze: waarom schrok men in Europa begin twintigste eeuw zo terug voor de nieuwe ronde van verstedelijking en waarom vormden zich in de toenmalige grootste Europese steden – Parijs, Berlijn, Londen, Wenen – onder kunstenaars en intellectuelen zoveel utopieën over nieuwe industriële steden die beheerst zouden groeien in een idyllisch platteland? Denk aan Tony Garnier, Le Corbusier, Ebenezer Howard en Bruno Taut. En waarom was de daarop volgende Wereldoorlog – de Tweede – , anders dan de Eerste, een rechtstreekse aanval op de Europese grote stad met al zijn moderniteit en metropolitane hectiek? Bommen werden geworpen op Rotterdam, Londen, Berlijn, Keulen, Frankfurt, Dresden, Nagasaki, Hiroshima; niet alleen dictators, maar ook de geallieerden probeerden, lijkt het wel, met alle geweld een einde te maken aan de onbeheersbare metropool. Zo gezien waren de naoorlogse New Towns-politiek en de actieve emigratiepolitiek (Australië, Nieuw Zeeland, Canada) niet anders dan een vredige poging om de grote stad alsnog te ontmantelen. In Nederland werd het Groene Hart idyllische kwaliteiten toegedicht en Amsterdam mocht niet meer groeien. Wat deze politiek met de Europese (en Nederlandse) economie deed, laat zich raden.

Tagged with:
 

Exodus

On 1 december 2010, in cultuur, demografie, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 1 december 2010:

In 2007 was ik een van de sprekers op een congres over creatieve steden in Lissabon, Portugal. De Portugese kunstenaar Leonel Moura en technologisch ondernemer Antonio Camara van Ydreams waren destijds de organisatoren. Ik herinner het me nog goed, al was het maar omdat ik in hetzelfde hotel logeerde als het nationale voetbalteam van Portugal en de ongehuwde Ronaldo een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefende op jonge meisjes. Sprekers kwamen uit Barcelona, Austin, Texas en Amsterdam. Afgelopen week zocht Leonel weer contact met me. Of ik tijd had. Hij was in Amsterdam. Vandaag dronk ik koffie met hem. Ik vroeg hem of het congres van destijds impact had gehad. Nou en of, en ook weer niet! Hij vertelde me dat er vertegenwoordigers waren geweest uit liefst tweehonderd van de in totaal driehonderd Portugese steden. Het begrip ‘creatieve stad’ is daarna immens populair geworden in zijn land. Sindsdien, verzuchtte hij, noemen alle driehonderd Portugese steden zich ‘creatief’.

Hij keek me doordringend aan en priemde met zijn vinger. “Weet je,” zei hij, “dat je je nog niet creatief mag noemen wanneer je een nieuw duur cultureel centrum bouwt in je stad. En ook niet wanneer je festivals in de zomer organiseert en een paar grafische bedrijfjes in je stad hebt zitten.” Géén van de driehonderd steden in Portugal is creatief, verzekerde hij mij. Ook Lissabon niet. “Lissabon trekt veel toeristen, jazeker. Het is een oude, bouwvallige stad en een uitstekende bestemming voor cruiseschepen. Maar creatief is ze zeker niet.” Ik vroeg hem hoe de crisis toesloeg in zijn land. “Heftig,” antwoordde hij. Vandaag lees ik in de Volkskrant dat er sprake is van een ware exodus uit Portugal. “Een nieuwe emigratiegolf, in combinatie met krimpende geboortecijfers, is verantwoordelijk voor een dalende bevolking. Meer dan 700 duizend Portugezen vertrokken tussen 1998 en 2008. Dat is 6,5 procent van de bevolking.” We keken uit het raam. Op de Waterloopleinmarkt scharrelden wat Amsterdammers tussen de uitgestalde spullen. Sneeuw hing in de lucht. Moura begon weer te praten. Over zijn robot art in New York en zijn robotarium in Sao Paulo. Zou Amsterdam daar ook belangstelling voor hebben?

Tagged with:
 

Waarschuwing

On 18 november 2010, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in De trek naar de stad (2010) van Doug Saunders:

De strekking van het betoog van de Canadese journalist Doug Saunders is precies de strekking van deze weblog: de tijd waar we in leven kan worden omschreven als de laatste fase in de verstedelijking van deze planeet. Over vijftig jaar woont vrijwel de hele mensheid in steden. “Het zal de laatste menselijke verplaatsing met zo’n omvang en reikwijdte worden.” Daarmee zal ook een einde komen aan de geschiedenis, waarvan het hoofdthema is: aanhoudende bevolkingsgroei. Want wonen eenmaal alle mensen in steden, dan daalt het vruchtbaarheidscijfer en stabiliseert de bevolking, nee hij krimpt. En net als in eerdere opwellingen van verstedelijking door massale migratie zal de komende decennia alles veranderen: bestuur, technologie, economie, familieleven, cultuur, welzijn. En vergeet niet, de trek naar de steden ging in het verleden gepaard met oorlogen en revoluties. Zo zal dat ook nu gebeuren. Sterker, het gebeurt al. “Een groot deel van de geschiedenis heeft betrekking op ontwortelde, van hun burgerrechten beroofde mensen, die hardnekkige en soms gewelddadige pogingen deden om zich een plaats in de stedelijke orde te verwerven.” Niet de technologie, maar de migratie van een uitdijende bevolking naar steden ligt aan de basis van de geschiedenis van de mensheid. Techniek is domweg iets wat steden uitvinden als ze groeien. Wie dit niet begrijpt, begrijpt niet hoe wij als mensheid evolueren.

Prachtig is het daarom hoe Saunders de migratie beschrijft en telkens ‘de stad van aankomst’ typeert. Zo’n twintig plaatsen in de wereld heeft hij bezocht, waaronder Amsterdam. “Dit is geen atlas van de aankomstbestemmingen, noch een universele gids voor de grote migratie.” Zijn boodschap is slechts deze: “dat de grootschalige migratie van mensen zich manifesteert in de schepping van een stedelijke plaats van de speciale soort. Deze overgangsruimten – steden van aankomst – zijn de plaatsen waar de volgende grote economische en culturele hausse zich zal voordoen, of waar de volgende grote geweldsexplosie zal plaatsvinden.” U bent dus gewaarschuwd.

Tagged with: