Gelezen in ‘When China Rules the World’ (2009) van Martin Jacques:

Het interessante aan het nieuwe perspectief van Martin Jacques op de actuele mondiale verhoudingen is zijn besef dat de wereld niet door naties wordt bepaald, maar door steden. Als hij in ‘When China Rules the World’ bijvoorbeeld wil duidelijk maken dat de voorsprong van het Westen op de rest van de wereld pas in de loop van de negentiende eeuw begon en niet eerder, zoomt hij in op de situatie rond 1800 en vergelijkt niet China met Europa, maar de Britse steden met de Chinese in de Jangtse delta. Qua welvaart, cultuur en technologie ontliepen die twee grootstedelijke gebieden elkaar niet veel. Grote delen van China waren rond 1800 nog feodaal, zeker, maar de werkelijke maatstaf voor ontwikkeling waren Shanghai, Hangzhou en Nanjing. “In 1800, rather than being Eurocentric, the global economy was, in fact, polycentric, economic power being shared between Asia, Europe and the Americas, with China and India the world’s largest economies.” Daarna gaan Londen en Manchester ineens ver vooruitlopen op de Chinese en Japanse metropolen. Een ongekende samenballing van innovatie en economische kracht ontwikkelt zich hier in de bevolkingscentra langs de Theems en de Irwell. Een eeuw later is van een voorsprong niet veel meer over. Kijk maar naar de Aziatische metropolen.
De voorsprong die de Britse steden vanaf 1800 namen op de rest van de wereld, werd al snel gekopieerd door andere grote steden in de nabijgelegen delen van Europa: Duitsland, Frankrijk, België. Europa als geheel kwam daardoor op voorsprong te staan. Maar in de loop van de twintigste eeuw kopiëren alle steden in de wereld deze Europese technologie, eerst de Amerikaanse, even later ook de Aziatische. Natiestaten konden deze kopieerdrift alleen maar afremmen. Rest de vraag waarom het de Britse metropolen waren en niet de Chinese die rond 1800 zo onnavolgbaar innovatief waren. Volgens Jacques waren conjuncturele karakteristieken hierin bepalend, geen structurele. Vervolgens gaat hij de fout in door het verschil in afstand tot de steenkool als verklarende factor breed uit te meten: in China was die afstand veel groter dan in Groot-Brittannië. Hij had beter Peter Hall’s ‘Cities in Civilization’ (1998) kunnen raadplegen. Het juiste antwoord luidt namelijk dat in Manchester rond 1770 “an intelligent network for both trading an innovation” ontstond, “the first true innovative milieu”.
Gelezen in The ARUP Journal issue 2, 2012:

Londen en Parijs bieden tegen elkaar op als het om nieuwe metro-infrastructuur gaat. De Amsterdamse Noord-Zuidlijn stelt, daarbij vergeleken, helemaal niets voor. Terwijl de nieuwe Franse regering naarstig op zoek is naar 42 miljard euro voor twee nieuwe metrolijnen door Groot-Parijs, bouwt Londen gestaag door aan het 18 miljard kostende Crossrail, “London’s most significant new railway within living memory.” Crossrail verbindt Maidenhead in het uiterste westen met Stenfield en Abbeywood in het uiterste oosten. Onderweg doet de lijn via een zijtak vliegveld Heathrow aan. Het grootste vliegveld van Europa krijgt daardoor een rechtstreekse metroverbinding met West End, the City en Canary Wharf. Liefst 21 kilometer van de nieuwe spoorverbinding gaat ondergronds, dwars door het Londense centrum, en takt aan op London Underground en Docklands Light Railway. Sommige delen liggen niet minder dan 75 meter onder de grond. In 2018 moet de lijn gereed zijn.
De eerste ideeën voor Crossrail dateren al van 1943. Pas in 1989 werden de plannen weer uit de kast gehaald. In 1991 lag het besluit voor aan het Britse parlement. In de recessie die volgde sneuvelde het plan, totdat het in 2001 weer werd opgepakt in de joint venture voor Crossrail London Rail Links. Als de nieuwe lijn in 2018 wordt geopend, zullen 24 treinen per uur, elk 200 meter lang, ieder 1500 passagiers onder de Britse hoofdstad vervoeren. Op dit moment bevinden de tunnelboren zich onder de stad, tussen Royal Oak en Farringdon station, later dit jaar vanaf de Docklands. Ze zullen Soho en Tottenham Court Road passeren, de technische details zal ik u besparen. Kortom, amper een jaar nadat Amsterdam feestelijk zijn Noord-Zuidlijn zal inwijden, rijden er complete treinen onder Londen door en, anders dan de Noord-Zuidlijn, verbindt deze nieuwe metro de bestaande luchthaven rechtstreeks met het centrum en het zakencentrum van de metropool. Dus waar hebben we het over. Die Noord-Zuidlijn is Peanuts.
Gelezen in ‘1984’ (1949) van George Orwell:
De toekomstroman van George Orwell, met de titel ‘1984’, speelt zich af in Londen. De hoofdstad van het wereldrijk van na de revolutie is arm, maar machtig en voortdurend in oorlogen verwikkeld. Boven de huizen vliegen helikopters. De metropool zit vol ratten. “The reality was decaying, dingy cities where underfed people shuffled to and fro in leaky shoes, in patched-up nineteenth-century houses that smelt always of cabbage and bad lavatories.” Hoofpersoon Winston Smith – een ambtenaar – kijkt om zich heen. “Het seemed to see a vision of London, vast and ruinous, city of a million dustbins, and mixed up with it was a picture of a Mrs. Parsons, a woman with lined face and wispy hair, fiddling helplessly with a blocked waste-pipe.” Zelf woont Winston in een appartement op de zevende verdieping, dat hij alleen kan bereiken via het trappenhuis, want een lift is er niet.Het uitzicht over de stad is ronduit vreemd en doet denken aan Moskou onder Josef Stalin aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.
Orwell: “A kilometer away the Ministry of Truth, his place of work, towered vast and white above the grimy landscape. This, he thought with a sort of vague distaste – this was London, chief city of Airstrip One, itself the third most populous of the provinces of Oceania.” Boven de eindeloze zee van verwaarloosde negentiende eeuwse bebouwing, slechts onderbroken door inslagen van bommen, rijzen vier enorme gebouwen op. Het zijn de vier ministeries van de heersende dictator en zijn Partij: die van de Waarheid, de Vrede, de Liefde en de Overvloed. Zijn eigen ministerie bevat drieduizend kamers, gebouwd bovenop grote onderaardse gewelven. “It was an enormous pyramidal structure of glittering white concrete, soaring up, terrace after terrace, 300 meters into the air.” Het gebouw heeft geen ramen. Orwell schetst Londen als een verarmde stad waar alle schoonheid is uitgebannen. Alle schoonheid? Nee, de architectuur van het schrikbewind is die van het Modernisme. De negentiende eeuw en alles wat eraan voorafging blijkt in de ban gedaan, verarmd en vergeven van de ratten. Stalin heeft zijn Paleis van de Sovjets nooit kunnen realiseren. De Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang is wat dat betreft een betere vergelijking. Het Ministerie van Waarheid is daar onlangs in werkelijkheid gebouwd. Als hotel voor buitenlandse gasten.
Gelezen in NRC Handelsblad van 9 augustus 2012:

Ook zo genoten van de Olympische Spelen? De Britten wel. Alle restjes scepsis verdwenen tijdens de spelen uit Londen, heel Groot Brittannië vierde twee weken lang feest. Engeland eindigde op de derde plaats in de medaillespiegel, na de USA en China. Mooi om te zien hoe de Britse hoofdstad het hele land op sleeptouw nam en heeft laten delen in de feestvreugde door de Olympische Spelen te organiseren. Zelf bivakkeerde ik in Frankrijk, op het platteland. Eenmaal weer thuis las ik een ingezonden brief in NRC Handelsblad van iemand uit Veendam, die vaststelde dat alle Nederlandse medaillewinnaars tot dan van het platteland afkomstig waren: Marianne Vos uit Meeuwen, Ranomi Kromowidjojo uit Sauwerd, Epke Zonderland uit Lemmer en Dorian van Rijsselberghe uit Den Burg. Hij trok er voor zichzelf een opmerkelijke conclusie uit: “de kans dat je op het platteland in een sportieve sfeer en dus in een gezonde leefomgeving opgroeit, is veel groter dan als je wieg in de stad staat.” Zijn conclusie was voorbarig.
Volgens mij zag deze meneer uit Veendam de roeiers en hockeyers over het hoofd. Overigens, waar je wieg staat is niet zo belangrijk. Waar je traint en waar je als sporter groot gemaakt wordt lijkt mij veel relevanter als het om topsport gaat. Volgens mij hebben alle medaillewinnaars in grote steden getraind; immers, daar zijn de beste trainingsfaciliteiten, daar ook is de beste sportkennis en sportbegeleiding, daar is het grote publiek, daar zijn de sponsors. Sterker, alle grote sporters reizen over de wereld om hun krachten te meten in de beste stadions en zwembaden die zich alle in metropolen bevinden. Sport is een typisch grootstedelijk fenomeen. De gezondste leefomgeving is metropolitaan, niet dorps of landelijk. Het idee dat het platteland gezonder is dan de stad is oud en wordt in ons land gevoed door een hardnekkig minderwaardigheidsgevoel van plattelanders dat waarschijnlijk nooit helemaal zal verdwijnen. Is het elders beter? In Frankrijk werden de Franse medaillewinnaars toegezongen in hoofdstad Parijs, in Nederland gebeurde dat in Sauwerd, Lemmer en Den Bosch.
Gelezen in de Volkskrant van 30 april 2012:

Vandaag zijn er verkiezingen in Londen. Er wordt een nieuwe burgemeester gekozen. De zittende burgemeester Boris Johnson (conservatief) neemt het op tegen zijn oude rivaal en voorganger Ken Livingstone (labour). Er stond afgelopen week een hilarisch portret van Johnson in de Volkskrant te lezen, geschreven door Patrick van IJzerdoorn. Die noemt de geestige Johnson “de interessantste politicus van Engeland.” Vier jaar geleden, tijdens de vorige verkiezingen toen Johnson het opnam tegen de ervaren Ken Livingstone, schreef The Guardian al: “Be afraid, be very afraid.” Johnson staat voor vrijheid en individualisme. De metropool besturen doet hij daarom nauwelijks of niet. Maar hij belooft ook niets. “Het grootste project is Johnson zelf.” Van IJzerdoorn duidt zijn werk als burgemeester aan als “een soort demissionair beleid.” Eigenlijk het enige dat hij in Londen introduceerde was de blauwe leenfiets, genaamd de ‘Boris Bike’. Fietspaden legt Johnson niet aan, want dat kost maar geld. Hij is namelijk ook nog eens erg zuinig. Van IJzerdoorn wijst er fijntjes op dat de Boris Bike nog steeds met logistieke problemen worstelt, maar Johnson heeft er geen last van.
Niets lezen we in het portret van de burgemeester over Londen zelf en hoe de metropool er aan de vooravond van de Olympische Spelen voorstaat. Het enige dat in het relaas dienaangaande te berde wordt gebracht zijn de zomerse rellen afgelopen zomer, toen Johnson juist met vakantie was in Canada en naar eerst leek niet terug te willen komen. Van IJzerdoorn: “Eenmaal terug in de halfverwoeste stad werd hij geconfronteerd met woedende Londenaren.” Livingstone, aldus Van IJzerdoorn, zou in zo’n situatie meer empathie hebben getoond, maar Johnson pakte direct een bezem en ging, “als een cavalerist voor een veldslag,” de Londense straten schoonvegen. Het was de start van een mooie mediacampagne. Op straat oreerde hij: “We need less rational enquiry and more moral outrage!” Hij kwam er goed mee weg. Een pias? Onderschat hem niet. Vanavond weten we meer.
Gezien op 20 februari 2012 in Amsterdam:

Terwijl mijn vrouw bioscoopkaartjes kocht voor ‘The Iron Lady’, trad Job Cohen terug als partijleider van de PvdA. De film die we even later gingen zien, gaat over een politiek leider. We zagen een 86-jarige Margareth Thatcher terugblikken op haar roerige carrière. Hoe anders was ze dan de fatsoenlijke Cohen. Hier vocht een ‘ijzeren dame’ zich meedogenloos naar de top. Opvallend was haar gebrekkige communicatie; die was er typisch een van ‘one to many’. Geen vraag stelde ze in de film, geen twijfel viel er in haar te bespeuren, ze had ook geen vrienden, het was alleen maar zenden; er ontbrak elk spoor van een dialoog. Thatcher haatte coalities, ze bleek louter ideologie. Met gevoelens, zei ze, had ze niets te maken, men moest vooral een dáád stellen. Dat deed ze dan ook. Terwijl buiten een burgeroorlog woedde en ze in Brighton door een bom van de IRA bijna een hotel werd uitgeblazen, zette ze haar oorlog tegen de eigen bevolking stug door. Uiteindelijk had ze een Falklands oorlog nodig om de sympathie van de bevolking terug te winnen. Het resultaat waren honderden doden. De democratie was op dat moment vrijwel buiten werking gesteld. Het parlement kon haar ten slotte alleen nog afzetten. Eenzaam en verbitterd verliet ze het politieke toneel. Hoewel er sympathie voor haar doorklinkt in het scenario, kan je dit gedrag en deze politiek van een vrouw alleen maar afkeuren. Nee, dan Job Cohen.
Sir Peter Hall schreef weinig vleiend over de periode-Thatcher. Het was er een van ijskoud populisme. In ‘Cities and Civilization’ (1998) typeert hij Thatchers politiek als een radicale afbraak van de verzorgingsstaat, “one result of was collapse of the urban order on the streets of Britain, of a kind never seen in the twentieth century.” Thatcher, schreef hij, noemde haar land ziek – moreel, sociaal en economisch. Nergens, aldus Hall, was dit duidelijker zichtbaar dan in Londen. “Thatcher did not teeter: her ruthless project for London was actually to assist the processes to their logical completion: through a creative combination of public spending and private enterprise, London would cease to be a centre of goods making and goods handling, and instead would devote itself wholeheartedly and enthusiastically to the new informational economy.” De uitkomst van haar stedelijke politiek was er een van toenemende verschillen, grote tegenstellingen, intense verdeeldheid, nee verscheurdheid. “The capital, like the country, was divided: inner city versus outer suburbs, west versus east.” De film gaat eraan voorbij, maar het land heeft er nog steeds last van. Welke scenarioschrijver staat op om een film te maken over Job Cohen in Amsterdam? Een film over moord en doodslag, jazeker. Met in de hoofdrol Job Cohen die ‘de boel bij elkaar houdt.” Een film met dialogen, vragen en twijfels; een film over democratie.
Gelezen in NRC Handelsblad van 3 september 2011:

Drie interviews met drie vooraanstaande Britten over de komende Olympische Spelen in Londen: een met Sebastian Coe, voorzitter van ‘London 2012’, in NRC Handelsblad, een interview met Michael Payne, oud-directeur marketing van het IOC, in De Volkskrant van 15 september, en een interview met Iain Sinclair, tegendraads chroniqueur van Londen, in NRC Handelsblad van 29 augustus 2011. Twee zijn positief, een negatief. Moet Amsterdam of Rotterdam zich ook kandidaat stellen? Coe is ronduit positief. “Het wordt historisch omdat is aangetoond dat een stad, en in zekere zin ook een land, erdoor verandert. Kijk naar Sydney en Barcelona, dat zijn nadien bruisende, toeristische steden geworden.” Coe durft zelfs te beweren dat de Olympische Spelen in Moskou (1980) de ontmanteling van de Sovjet Unie hebben ingeluid. Altijd doen dus. Payne schat de kansen van de Nederlandse steden zelfs aanzienlijk:“Het IOC is als een groot bedrijf. Dat boort nieuwe markten aan. Maar ze weten ook dat ze hun thuismarkt moeten blijven bedienen.” Eisen dat de Spelen in 2028 naar Nederland komen, acht hij echter niet verstandig. “Zo werkt het niet, met alle externe krachten die rond de toekenning van de Spelen actief zijn.” Alleen Sinclair is negatief: “Ik kan me niet voorstellen dat Nederland zich ooit aan iets ter grootte van de Olympische Spelen zou wagen,” zegt hij. Over Londen: “hun idee is om geld in de buurt, de gemeenschap te blijven steken. Moet je toch kijken. Het is nu al een ramp. Dit is de reclame! De Nederlanders mogen verheugd vaststellen dat dit een volstrekt apocalyptische ramp is en denken: ‘Nou, maar goed dat we dit allemaal hebben voorkomen!” Volgens Sinclair is een interessante, complexe geschiedenis van rauwe landschappen, bloeiende bedrijfjes en veelsoortige gemeenschappen in Londen door de OS volledig weggevaagd.
Op het eind van het interview geeft Sebastian Coe de Amsterdammers nog een goede raad. Denk goed na over hoe je de Spelen – 52 wereldkampioenschappen met 12.500 deelnemers en 800.000 bezoekers in twee weken – wilt organiseren en vooral waarom je ze wilt organiseren. Zijn advies deed me denken aan een recente ingezonden brief van Eric Bartels, bedrijfsstrateeg, waarin deze Philips vergeleek met Apple. De toegevoegde waarde van Apple is vele malen groter dan die van Philips. “Bij Philips staan al jarenlang hoe-mensen aan het roer. Procedure-mensen, apparatsjiks, managers, corporate climbers.” Bij Apple echter worden producten alleen maar ontwikkeld vanuit een eigen waarom, “vanuit een bepaald idee hoe mensen blij gemaakt kunnen worden.” Onredelijkheid is nodig. Aan middelmaat heb je niets. De vraag ligt dus voor: hoe kan Amsterdam de wereld blij maken met de Olympische Spelen? Dat lijkt me een goede brainstorm waard.
Gelezen in ‘Arrival City’ (2010) van Doug Saunders:

Terug naar de Londense rellen na de dood van Mark Duggan, afgelopen zomer. Ze bleken te passen in een patroon. In 1981 vonden er ook al zulke rellen plaats in Brixton, in 1985 in Tottenham, in 1995 opnieuw in Brixton, in 2001 in Oldham en in 2011, alweer, in Tottenham. Londen telt ruim 7,7 miljoen inwoners, ongeveer de helft van de Nederlandse bevolking. Daarvan is op dit moment bijna 70 procent blank, 13 procent Indiaas/Pakistaans, 10 procent zwart en 4 procent Chinees. De dynamiek is er groot. Elk jaar trekken uit de hele wereld grote aantallen migranten naar Londen, op zoek naar werk, onderdak en inkomen. Tottenham, waar dit jaar de rellen begonnen, is een van de armste, meest multiculturele wijken van de Britse hoofdstad: vijftig procent is er zwart (Caribisch), 25 procent blank en 25 procent Aziatisch. Eigenlijk is Tottenham een soort Babylon, waar liefst 190 verschillende talen worden gesproken en waar 10 procent van de bevolking werkloos is. “Ondanks de sombere economische statistieken gaat het in Tottenham een stuk beter dan in 1985, toen hier de Broadwater Farm-rellen plaatsvonden,” schreef Patrick van IJzendoorn na het uitbreken van de rellen in de Volkskrant. Londen is wel wat gewend. En het gaat steeds beter. Zo bezien moet men de ernst van de onlusten ook relativeren.
Het bijzondere van Londen is dat arm en rijk er door elkaar wonen. “Lambeth Place, de hoofdstedelijke residentie van de aartsbisschop, ligt nabij de sociale wooncomplexen van Lambeth; Islington, het hart van New Labour, kent gevaarlijke straten; in Notting Hill, de wijk van de rassenrellen in de jaren ‘50, staan goedkope huurflats; de bankiers van Canary Wharf kijken uit over Poplar met haar Bijlmer-achtige Robin Hood Gardens; en de luxe-appartementen langs de Theems ten oosten van Tower Bridge staan met hun rug tegen de toepasselijk geheten Dickens Estate in Bermondsey.” Of neem Somers Town, een wijk die ligt ingeklemd tussen St Pancras en Euston: 51 procent is daar sociale woningbouw. “Het is een niemandsland waar je nooit zomaar terechtkomt. Met grote woonblokken die sinds het begin van de vorige eeuw zijn gebouwd, in eerste instantie in opdracht van een priester die de krotten die er stonden wilde vervangen door iets stevigs,” zo schreef NRC Handelsblad. Somers Town staat bekend om zijn informele economie. Toch gaat het ook hier beter; er vindt stadsvernieuwing plaats en de wijkbewoners zijn zelf bezig met een projecten. Iets verderop ligt Primrose Hill, de ‘grachtengordel’ van Londen, waar onder andere acteur Jude Law en oppositieleider Miliband wonen en waar de gemiddelde huizenprijs 710.317 pond is. En iets noordelijker ligt Camden Town, “bekend om zijn muziekscene, de café’s en de hippiemarkt.” Amy Winehouse woonde er. Van IJzendoorn spreekt van “een demografische lat-relatie.” Daardoor leek het echter even alsof heel Londen deze zomer in brand stond. Maar met Londen zelf is weinig aan de hand. Metropolen zijn steden van aankomst; ze zijn, aldus Doug Saunders in ‘Arrival City’, “het cruciale hulpmiddel voor de vorming van een nieuwe middenklasse, de uitbanning van de gruwelen van de armoede op het platteland en de opheffing van ongelijkheid.” Om de zoveel jaar komt de spanning tot een ontlading.
Gelezen in The Guardian London2012blog van 16 augustus 2011:

Afgelopen week haalde de wethouder sportzaken van Amsterdam, Eric van der Burg, het nieuws met zijn mededeling dat hij nu toch eindelijk een beslissing van het kabinet verwacht inzake de stad die zich kandidaat mag stellen voor de Olympische Spelen van 2028. Amsterdam wil het graag. Op zichzelf is dat al opmerkelijk. Het jaar 2028 was immers gekozen omdat honderd jaar eerder, in 1928, de Spelen óók in Amsterdam plaatsvonden. Desondanks lijkt het kabinet een besluit opnieuw voor zich uit te schuiven, dit keer tot vlak vóór de Spelen van Londen, dus tot juni 2012. Nog negen maanden extra geduld, kortom. Het kabinet Rutte kan niet zo snel tot zijn beslissing komen. Een slechte start, zou je zeggen.
In de verlengde pauze richten wij onze aandacht dan maar op Londen. Daar staat de teller inmiddels op 12 miljard pond. Hoe staat het met de voorbereiding van de Spelen die over negen maanden zullen losbarsten? Het Britse dagblad The Guardian heeft er een speciale weblog aan gewijd. Vorige maand werd daar teruggeblikt op de zomerse rellen. U weet wel, de jonge mannen die winkels plunderden in de arme buurten van de stad. Ook de buurten rond het Olympic Park kregen het flink te verduren. De vraag werd toen gesteld in hoeverre de bouw van het Park werkelijk helpt in het bestrijden van de plaatselijke werkloosheid. De stadsbestuur had inzake dit onderwerp nogal hoge verwachtingen gewekt. Nu blijkt dat van de 10.000 bouwvakkers circa een kwart afkomstig is uit de vijf arme buurten die grenzen het Olympisch gebied. Daar weer een kwart van was werkloos geweest voordat aan de bouw van de stadions en het Olympisch dorp was begonnen. Uiteindelijk gaat het dus om 1500 mensen die dankzij de Olympische Spelen aan werk zijn geholpen. Valt het tegen? 12 miljard voor 1500 man? Wel als door de autoriteiten vooraf meer was beloofd. “One of the problems with the Games as a regeneration project is that its very nature makes the sensibly measured management expectations unlikely, perhaps impossible. The spending of vast sums of public money guarantees vast quantities of hostile questioning, which in turn produces vast amounts of upbeat assertion about the wisdom of the investment and the wealth of future benefits it will bring.” Hoe meer eerst was beloofd, hoe genadelozer het publiek achteraf met zijn bestuurders afrekent. “It’s a no-win situation, perhaps inherent in grand urban improvement schemes of all kinds.” Precies, zo is het. Als ik bestuurder was zou ik vooraf voorzichtig zijn, maar voor het organiseren zeker niet terugdeinzen. Voor een metropool als Londen zijn de Olympische Spelen altijd de moeite waard.
Gelezen in de Volkskrant van 1 september 2011:

In het Zuidhollandse provinciehuis in Den Haag werd gisteren een vergelijking gemaakt tussen Londen en de Randstad. Jaap Modder was een van de sprekers. Ik kon er niet bij zijn. De uitkomsten van de vergelijkende studie, uitgevoerd door de London School of Economics en het Planbureau voor de Leefomgeving, vallen samen met berichten in de Volkskrant over de impasse in het denken over de bestuurlijke organisatie van de Randstad. Zestig rapporten hierover liggen in datzelfde Den Haag al jaren in de la. Het eerste verscheen in 1947. Toen concludeerde de commissie Koelma ‘een bestuurlijk gat’ tussen de grote steden en hun buurgemeenten. Het laatste dateert van 2007 – het rapport van de commissie Kok. Die commissie stelde vast dat de Randstad ‘van niemand is’. Er moest een Randstadautoriteit komen. Aanleiding voor de recente krantenberichten zijn de komende gesprekken tussen premier Rutte en de bestuurders van de Randstad die in het Catshuis zullen worden gevoerd. Rutte heeft immers in het regeerakkoord een opschaling van de provincies in de Randstad beloofd. Om de zogenaamde ‘bestuurlijke drukte’ te verkleinen. De Volkskrant: “Op Europees niveau, oordelen alle commissies, zijn provincies te klein. Binnen Europa ontstaan nu ‘assen’ (sterke economische regio’s) rond Londen, Parijs en in het Ruhrgebied. De Randstad zou daarmee kunnen concurreren, maar dan moet er volgens de rapporten wel een bestuur op het niveau van de Randstad komen. Een fusie van besturen dus.” Is dat de oplossing?
Hoe valt de vergelijking met Londen uit? Concurreert de Randstad werkelijk met Londen? Eén ding is zeker: voor Londen (7,4 miljoen inwoners) is de Randstad (6,1 miljoen inwoners) ècht geen partij. Een vergelijking tussen een metropool en een verzameling stadjes en steden is op dit moment gewoon niet opportuun. Als Nederland in 1960 had besloten om van het Westen des Lands een echte metropool te maken, was de vergelijking nu wellicht zinvol geweest. Maar het toenmalige kabinet en alle kabinetten daarna hebben het niet aangedurfd. Ze maakten destijds wel degelijk de vergelijking tussen Londen en het Westen des Lands, maar oordeelden negatief over Londen en verkozen voor Amsterdam, Den Haag en Rotterdam decentralisatie en kleinschaligheid. Heel bewust werden rond de grote steden kleine randgemeenten geplamuurd, ook om het ‘rode monster’ te temmen. Grootstedelijkheid stond gelijk aan verpaupering en maatschappelijke ellende. Dat liever niet. Sindsdien is de wereld ingrijpend veranderd. Ondanks decennia van bestuurlijke schaalvergroting is er echter nog geen randgemeente rond de vier grote steden gefuseerd, dit gebeurde en gebeurt alleen ver weg van de grote stad. Trouwens, op provinciale schaalvergroting zit niemand te wachten. Wel op metropolitane besturen. Kijk, dan is een vergelijking met Londen en bijvoorbeeld de elf Duitse metropoolregio’s wèl opportuun. Eind jaren negentig hebben de Britse en de Duitse regeringen metropoolbesturen in het leven geroepen. Groot-Londen kreeg toen een burgemeester. Al deze grootstedelijke gebieden groeien nu onstuimig en boeken economische successen. In Nederland echter verzandde de discussie over stadsprovincies in een bestuurlijk moeras.
reacties