Braindrain

On 4 maart 2014, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 30 januari 2014:


Nu al een paar keer in de krant gelezen. De economie van Groot Brittannië trekt aan. De voorspelling is dat ze die van Duitsland zelfs zal voorbijstreven, nota bene ook op lange termijn. In 1013 groeide de Britse economie met 1,9 procent. Vrijwel alle sectoren groeiden. De werkloosheid daalde naar 7,1 procent van de beroepsbevolking. Dat is goed nieuws voor de Britten. Nederlanders kunnen er jaloers op zijn. Echter, alle groei in het Verenigd Koninkrijk concentreert zich in en rond Londen. Dertig procent van het bruto binnenlands product van het Verenigd Koninkrijk treft men in en rond Londen aan. Vanzelfsprekend, zou je zeggen. Metropolen genereren welvaart. Maar mensen zijn niet gewend zo te denken. NRC Handelsblad meldde dat de denktank Centre for Cities waarschuwde dat de kloof tussen de metropool aan de Theems en de rest van het land te groot wordt. "Van de commerciële banen die werden gecreëerd, was vier-vijfde in Londen. Voor elke overheidsbaan die er in Londen bijkwam, gingen er in de rest van het land twee verloren."

De Britse denktank schreef dat er een enorme ‘braindrain‘ gaande is vanuit steden als Sheffield, Bristol en Glasgow richting Londen. Het is de dienstensector die daar sterk groeit. Londen is een enorme ‘consumer city’ – een reusachtige lokale economie. Maar met de woningbouw, ook in Londen, wil het maar niet vlotten. Londen wordt dus steeds duurder en dreigt over te koken. Overal in de wereld zien we hetzelfde patroon: een aantal succesvolle metropolen groeit sterk, het platteland en de anders steden krimpen. ‘Success breeds success’. Beleid dat deze ruimtelijke concentratie tegengaat werkt niet. Zou ook onverstandig zijn. Hoe groter de inliggende metropolen, hoe succesvoller de nationale economie. Maar het heeft iets ongemakkelijks. Dat geldt ook voor het relatief kleine Amsterdam. Ook die stad is succesvol. De kloof met de rest van Nederland wordt steeds groter. De duivel schijt op de grote hoop.

Tagged with:
 

In Brussels and beyond

On 24 december 2013, in boeken, filosofie, geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Love and Capital’ (2011) van Mary Gabriel:

Wat ik met de kerstdagen zoal lees? ‘Love and Capital. Karl and Jenny Marx and the Birth of a Revolution’, geschreven door Mary Gabriel. Ik kan me geen beter boek voor de donkere feestdagen toewensen. Het speelt in de negentiende eeuw, het leest als een heuse Charles Dickens, het gaat over het leven van Karl Marx, maar dan bezien vanuit het gezichtspunt van zijn vrouw, Jenny von Westphalen. Het is een geschiedenis van een grote liefde die de dood van liefst vier kinderen doorstaat, maar het gaat ook over de intellectuele krachttoer die uiteindelijk leidt tot het schrijven van ‘Das Kapital’ en natuurlijk over een tijdperk van bloedige revoluties die er uiteindelijk toe leidt dat gewone mensen zeggenschap krijgen over hun omgeving. Bovenal is het een boek over de geschiedenis van de negentiende eeuwse metropolen van Europa. Ze prijken alle pontificaal in de inhoudsopgave: Parijs, Londen, Berlijn, Manchester, Brussel en Keulen. Wie van steden houdt kan er niet genoeg van krijgen.

Mooi is hoe Gabriel, die redacteur is bij Reuters in Washington en Londen, de verschillende steden typeert. Het beeld dat zij van het negentiende eeuwse Parijs schetst is misschien wel het meest huiveringwekkend, vooral hoe de enorme stad erbij ligt na de contrarevolutie van zomer 1848 (“Paris bathed in blood”), laat staan na de gruwelijke Parijse Commune van 1871. Je waant je in de voetsporen van Friedrich Engels, die de hoofdstad direct na de totale lamlegging bezoekt. Marx zit dan in Keulen, waar hij de opstand op de voet volgt en deze voor de ‘Neue Rheinische Zeitung’ verslaat. En dan is er het verslag van het bezoek van de jonge Marx en Engels aan Manchester, in 1845. Ze verbleven er anderhalve maand. In dit ‘laboratorium van de industriële wereld’ aanschouwden ze het pure kapitalisme: “Even from a distance, the sprawling marketplace looked and smelled like hell on earth: row upon row of stalls were lit by the smoky red flame of grease lamps, and all that was on offer was the rotting produce and spoiled offal that had been rejected by more prosperous shoppers earlier in the day. Mired in a carpet of mud and swill, it was yet another hideous reminder of the depths to which those who lived in these districts had sunk.” Op elke honderdtwintig mensen was er hooguit één wc in de stad, er waren geen kleuren in het straatbeeld te bekennen, handschoenen, hoeden, petten en sokken ontbraken, mensen droegen eenvoudig papier op hun hoofd tegen de regen. Zelfs schoenen waren een uitzondering; de meeste mannen, vrouwen en kinderen liepen het hele jaar op blote voeten rond. Mensen waren door de machines gedegradeerd tot lompenproletariaat. “The pair returned to Belgium fired up with ideas for radicalizing the workingman in Brussels and beyond.”

Tagged with:
 

Help to build

On 4 december 2013, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 17 augustus 2013:

Echt recent is het nieuws niet. Het bericht verscheen midden in de zomer, en het euvel is al lang bekend. Het ging over de overspannen woningmarkt van Londen. De Britse regering wordt ervan beschuldigd de woningprijzen in Londen op te drijven door nationaal riskante stimuleringsregelingen voor potentiële huizenkopers aan te bieden: de zogenaamde ‘Help to buy’-regelingen. Daardoor en door de lage rente zou de lokale woningmarkt oververhit zijn geraakt. Prijsstijgingen van twintig procent zijn niet ongebruikelijk. De situatie is nog gekker dan voor de crisis. Echter, er is ook nog eens sprake van een bizarre schaarste op de lokale woningmarkt. Zo zijn er de afgelopen tien jaar nog geen 12.000 woningen bijgebouwd in heel Londen. Volgens demografen waren er zeker 30.000 nieuwbouwwoningen extra nodig geweest. Net als Parijs, Stockholm, Wenen en Amsterdam wordt er in de Britse hoofdstad apert te weinig gebouwd – veel minder dan de krachtige vraag zou doen vermoeden.

Opvallend is ook het enorme verschil met de andere Britse steden. In het noorden van Groot-Brittannië zijn de prijzen bijvoorbeeld helemaal niet gestegen. De kloof tussen de hoofdstad en de rest van het land groeit snel. Het Parool: “In Liverpool worden verkrotte woningen voor slechts één pond verkocht. In Blackpool, aan de kust, zijn huizen met twee slaapkamers te koop voor 50.000 pond, tien procent van wat zo’n huis in Londen opbrengt.” Sterker, hoe hoger de vraagprijs van een woning in Londen, hoe sneller deze verkocht wordt. Er woeden zelfs biedingenoorlogen in de voorsteden. Wat verklaart deze extreme druk op de Londense woningmarkt? Het is gebrek aan bouwgrond en een sterke concentratie van hoge inkomens. Een ruimtelijke politiek van extra woningbouw ontbreekt. De Britse regering laat het gewoon gebeuren, nee ze verergert de situatie door haar ‘Help to Buy’-regelingen. Afgelopen week schreef The Guardian over de rampzalige gevolgen voor de starters op de Londense woningmarkt: “It feels like such a backwards step, not just in terms of cramped living conditions, but in the way men and women interact, and in the way their children will grow up. What else were the 60s for but ensuring the 50s never happened again?”

Tagged with:
 

Te kleine grote steden

On 31 oktober 2013, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen in ‘ESPON atlas’, Luxemburg (2013):

In de onlangs verschenen ‘Territorial Dimensions of the Europe 2020 Strategy’ (2013) van ESPON wordt de groeistrategie van de EU tot 2020 territoriaal vertaald naar regio’s en steden. De atlas toont de eerste resultaten sinds 2010. Ze verschijnt midden in de crisis die Europa uitzonderlijk hard treft. Drie prioriteiten staan tot 2020 in Europa centraal: smart growth, sustainable growth, inclusive growth. Doelen zijn bijvoorbeeld: 75% van de beroepsbevolking heeft werk, 3% van het bruto binnenlands product wordt besteed aan R&D, 20% reductie van CO2 uitstoot, schooluitval lager dan 10%, 20 miljoen mensen minder onder de armoedegrens. Worden ze gehaald? Die vraag wordt niet direct beantwoord. De atlas wil vooral een regionale benchmark zijn, waarschijnlijk bedoeld om regio’s en steden binnen Europa op te jutten. Wie wil niet de ‘slimste regio’ van Europa zijn? En welke stad wil niet de duurzaamste zijn? De atlas brengt de eerste resultaten in beeld.

Niet verbazingwekkend is het algemene beeld: er is sprake van een duidelijke scheiding tussen Centraal-Noord Europa en de rest. Terwijl de eerste de doelen nadert, raakt de tweede er steeds verder van verwijderd. Ronduit schrikbarend is het grote aantal drop-outs op scholen in de grote steden van Spanje; percentages tot 40 procent treft men daar aan. In Finland en Ierland daarentegen is schooluitval vrijwel nihil. Op het gebied van ‘smart growth’ presteren de Nederlandse regio’s helemaal niet goed. Uitgaven aan R&D zijn het hoogst in Zwitserland, Zuid-Duitsland, rond Praag en Wenen. Ook Stockholm, Malmö, Finland, Toulouse en Zuidoost Engeland (rond Londen) spenderen veel middelen aan onderzoek. Nederland niet. Alleen Brabant kan zich meten met de groten. Echter, ten opzichte van 2003 zijn in alle Nederlandse regio’s – ook Brabant – de uitgaven aan R&D sterk teruggelopen. Alleen op het terrein van arbeidsaanbod op het gebied van wetenschap en technologie doen Randstad, Utrecht en Gelderland nog volop mee met de top. De atlas constateert hier een duidelijke concentratie in de grote steden. Londen echter telt veruit de grootste concentratie hoogopgeleide jongeren van heel Europa, met een percentage van 66 procent in het centrum. Daarna volgt Parijs. Conclusie? Voor ‘smart growth’ moet je niet in Nederland zijn. Onze grote steden zijn gewoon te klein.

Tagged with:
 

Keynsiaans en Berlagiaans

On 4 september 2013, in duurzaamheid, economie, sport, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 28 juli 2013:

Komkommernieuws was het. Maar wel belangwekkend komkommernieuws. De Olympische Spelen in Londen hebben, zo bleek deze zomer, de Britse hoofdstad meer opgeleverd dan gekost: 9,9 miljard pond tegen 9 miljard pond. En wat misschien nog wel belangrijker is: alle acht stadions hebben nieuwe huurders en worden bespeeld, het mediacomplex heeft een nieuw leven als data-opslaggebouw, de 2800 flats in het Olympische dorp ontvangen deze maand hun nieuwe bewoners, het winkelcentrum van Westfield blijkt een hit, het Olympische park – omgedoopt in Queen Elisabeth Olympic Park – werd deze zomer feestelijk heropend en het station voor de Eurostar-treinen functioneert goed en is elke dag druk en vol. Heel Oost-Londen is dankzij de Olympische Spelen in een paar jaar tijd herschapen in een bruisend stadsdeel, terwijl het nog niet zo lang geleden de armste buurten bevatte van heel Londen, met 2,5 vierkante kilometer industrieel vervuild land. Sebastian Coe, voorzitter van het organiserend comité van de Spelen en tegenwoordig legacy advisor, kon dan ook meer dan tevreden deze zomer de resultaten presenteren tegenover een naar vakantie hunkerende pers.

Al met al duurde de planvorming in Londen niet meer tien jaar. Het resultaat is verbluffend. Niet alleen is de oostkant van Londen qua uitstraling en voorzieningen door de Olympische infrastructuur sterk verbeterd, ook het Britse bedrijfsleven heeft van de Spelen immens geprofiteerd. Zelfs degenen in Londen die bang waren voor een yuppiesville hebben geen gelijk gekregen. Trouwens, het hele Verenigd Koninkrijk is door de Spelen bekend komen te staan als een knap organisator en een professioneel sport- en medialand. Dat de organisatie van het grootste sportevenement ter wereld altijd uitloopt op een financieel fiasco is met de Londense ervaring ook meteen gelogenstraft. Dat brengt me op het volgende. Je zou de kwakkelende economie van Nederland een enorme impuls kunnen geven door de Olympische Spelen naar de hoofdstad te halen. Eindelijk bouwen we dan een echte metropool. In 15 jaar kun je niet alleen een erfenis voorbereiden waarvan volgende generaties als geen ander zullen profiteren, maar kun je ook de zittende bevolking een grote dienst bewijzen door midden in de crisis de economie Keynsiaans en Berlagiaans te stimuleren.

Tagged with:
 

De Sprong Omhoog

On 1 juli 2013, in innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 9 maart 2013:

Ongelezen bleef de rede van Deirdre McCloskey op de grote stapel liggen. Deze econoom en historica aan de universiteit van Illinois sprak dit voorjaar een interessante lezing uit op het Centrum voor Ethiek van de Radboud Universiteit Nijmegen over innovatie. Eindelijk las ik hem. Haar verklaring voor de enorme economische groei na 1800 gaat terug op wat er rond 1600 in Amsterdam gebeurde en na 1700 in Londen en Boston: permanente innovatie door een opkomende stedelijke middenklasse. “Dat de wereld tussen 1600 en 1848 als een bezetene aan het innoveren sloeg, kwam door de langzaam veranderende denkbeelden over de stedelijke middenklasse en over haar materiële en institutionele innovaties.”  Na Amsterdam, aldus McCloskey, volgde de rest van Europa “en ook zijn uitlopers, en ten slotte in onze tijd China en India.” De opkomst van de onderneming – door McCloskey aangeduid als ‘de zakelijke versie van moed en hoop’ –, gecombineerd met vertrouwen – door haar aangeduid als ‘de zakelijke versie van rechtvaardigheid en matigheid’ – , maakte ondenkbare innovaties mogelijk.

In haar verklaring voor de versnelling van innovaties legt McCloskey sterk de nadruk op waarden en normen. Weliswaar wijst ze op het belang van steden, maar het wil er bij haar niet in dat innovatief vermogen in de eerste plaats met stedelijke groei te maken heeft. Echter, valt de enorme spurt in innovaties niet verdacht opvallend samen met een versnelling van de urbanisatie wereldwijd? McCloskey: “Lang voor West-Europa hadden de Chinezen al enorme steden, maar zakendoen oogstte in hun beschaving geen bewondering. Daar draait het om: waardigheid voor het zakendoen, of zakenmensen die gewicht of macht bezitten.” Stedenbouw, aldus de Amerikaanse econoom, biedt daarom onvoldoende verklaring. Maar is dat wel zo? De Chinese beschaving met zijn grote steden was juist buitengewoon innovatief. Pas toen de Chinese steden niet meer groeiden, verloor de Chinese beschaving aan innovatief vermogen. McCloskey schrijft het zelf: “Natuurlijk hebben de burgerlijke notabelen in de geschiedenis van de steden helaas ook herhaaldelijk het plaatselijke bestuur gekaapt, met het oogmerk om zonder innovatie winst te maken. Dit gebeurde in Nederland in de achttiende eeuw.” Inderdaad, vanaf eind zeventiende eeuw groeiden de Nederlandse steden, Amsterdam incluis, niet meer. Londen nam het stokje over. Dankzij Hollands kapitaal. Wie geen grote steden wil zal ook niet innoveren.

Tagged with:
 

De voorsprong begon in Manchester

On 20 december 2012, in geschiedenis, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘When China Rules the World’ (2009) van Martin Jacques:

Het interessante aan het nieuwe perspectief van Martin Jacques op de actuele mondiale verhoudingen is zijn besef dat de wereld niet door naties wordt bepaald, maar door steden. Als hij in ‘When China Rules the World’ bijvoorbeeld wil duidelijk maken dat de voorsprong van het Westen op de rest van de wereld pas in de loop van de negentiende eeuw begon en niet eerder, zoomt hij in op de situatie rond 1800 en vergelijkt niet China met Europa, maar de Britse steden met de Chinese in de Jangtse delta. Qua welvaart, cultuur en technologie ontliepen die twee grootstedelijke gebieden elkaar niet veel. Grote delen van China waren rond 1800 nog feodaal, zeker, maar de werkelijke maatstaf voor ontwikkeling waren Shanghai, Hangzhou en Nanjing. “In 1800, rather than being Eurocentric, the global economy was, in fact, polycentric, economic power being shared between Asia, Europe and the Americas, with China and India the world’s largest economies.” Daarna gaan Londen en Manchester ineens ver vooruitlopen op de Chinese en Japanse metropolen. Een ongekende samenballing van innovatie en economische kracht ontwikkelt zich hier in de bevolkingscentra langs de Theems en de Irwell. Een eeuw later is van een voorsprong niet veel meer over. Kijk maar naar de Aziatische metropolen.

De voorsprong die de Britse steden vanaf 1800 namen op de rest van de wereld, werd al snel gekopieerd door andere grote steden in de nabijgelegen delen van Europa: Duitsland, Frankrijk, België. Europa als geheel kwam daardoor op voorsprong te staan. Maar in de loop van de twintigste eeuw kopiëren alle steden in de wereld deze Europese technologie, eerst de Amerikaanse, even later ook de Aziatische. Natiestaten konden deze kopieerdrift alleen maar afremmen. Rest de vraag waarom het de Britse metropolen waren en niet de Chinese die rond 1800 zo onnavolgbaar innovatief waren. Volgens Jacques waren conjuncturele karakteristieken hierin bepalend, geen structurele. Vervolgens gaat hij de fout in door het verschil in afstand tot de steenkool als verklarende factor breed uit te meten: in China was die afstand veel groter dan in Groot-Brittannië. Hij had beter Peter Hall’s ‘Cities in Civilization’ (1998) kunnen raadplegen. Het juiste antwoord luidt namelijk dat in Manchester rond 1770 “an intelligent network for both trading an innovation” ontstond, “the first true innovative milieu”.

Tagged with:
 

Peanuts

On 22 november 2012, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in The ARUP Journal issue 2, 2012:

Londen en Parijs bieden tegen elkaar op als het om nieuwe metro-infrastructuur gaat. De Amsterdamse Noord-Zuidlijn stelt, daarbij vergeleken, helemaal niets voor. Terwijl de nieuwe Franse regering naarstig op zoek is naar 42 miljard euro voor twee nieuwe metrolijnen door Groot-Parijs, bouwt Londen gestaag door aan het 18 miljard kostende Crossrail, “London’s most significant new railway within living memory.” Crossrail verbindt Maidenhead in het uiterste westen met Stenfield en Abbeywood in het uiterste oosten. Onderweg doet de lijn via een zijtak vliegveld Heathrow aan. Het grootste vliegveld van Europa krijgt daardoor een rechtstreekse metroverbinding met West End, the City en Canary Wharf. Liefst 21 kilometer van de nieuwe spoorverbinding gaat ondergronds, dwars door het Londense centrum, en takt aan op London Underground en Docklands Light Railway. Sommige delen liggen niet minder dan 75 meter onder de grond. In 2018 moet de lijn gereed zijn.

De eerste ideeën voor Crossrail dateren al van 1943. Pas in 1989 werden de plannen weer uit de kast gehaald. In 1991 lag het besluit voor aan het Britse parlement. In de recessie die volgde sneuvelde het plan, totdat het in 2001 weer werd opgepakt in de joint venture voor Crossrail London Rail Links. Als de nieuwe lijn in 2018 wordt geopend, zullen 24 treinen per uur, elk 200 meter lang, ieder 1500 passagiers onder de Britse hoofdstad vervoeren. Op dit moment bevinden de tunnelboren zich onder de stad, tussen Royal Oak en Farringdon station, later dit jaar vanaf de Docklands. Ze zullen Soho en Tottenham Court Road passeren, de technische details zal ik u besparen. Kortom, amper een jaar nadat Amsterdam feestelijk zijn  Noord-Zuidlijn zal inwijden, rijden er complete treinen onder Londen door en, anders dan de Noord-Zuidlijn, verbindt deze nieuwe metro de bestaande luchthaven rechtstreeks met het centrum en het zakencentrum van de metropool. Dus waar hebben we het over. Die Noord-Zuidlijn is Peanuts.

Tagged with:
 

City of a Million Dustbins

On 21 november 2012, in literatuur, by Zef Hemel

Gelezen in ‘1984’ (1949) van George Orwell:

De toekomstroman van George Orwell, met de titel ‘1984’, speelt zich af in Londen. De hoofdstad van het wereldrijk van na de revolutie is arm, maar machtig en voortdurend in oorlogen verwikkeld. Boven de huizen vliegen helikopters. De metropool zit vol ratten. “The reality was decaying, dingy cities where underfed people shuffled to and fro in leaky shoes, in patched-up nineteenth-century houses that smelt always of cabbage and bad lavatories.” Hoofpersoon Winston Smith – een ambtenaar – kijkt om zich heen. “Het seemed to see a vision of London, vast and ruinous, city of a million dustbins, and mixed up with it was a picture of a Mrs. Parsons, a woman with lined face and wispy hair, fiddling helplessly with a blocked waste-pipe.” Zelf woont Winston in een appartement op de zevende verdieping, dat hij alleen kan bereiken via het trappenhuis, want een lift is er niet.Het uitzicht over de stad is ronduit vreemd en doet denken aan Moskou onder Josef Stalin aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.

Orwell: “A kilometer away the Ministry of Truth, his place of work, towered vast and white above the grimy landscape. This, he thought with a sort of vague distaste – this was London, chief city of Airstrip One, itself the third most populous of the provinces of Oceania.” Boven de eindeloze zee van verwaarloosde negentiende eeuwse bebouwing, slechts onderbroken door inslagen van bommen, rijzen vier enorme gebouwen op. Het zijn de vier ministeries van de heersende dictator en zijn Partij: die van de Waarheid, de Vrede, de Liefde en de Overvloed. Zijn eigen ministerie bevat drieduizend kamers, gebouwd bovenop grote onderaardse gewelven. “It was an enormous pyramidal structure of glittering white concrete, soaring up, terrace after terrace, 300 meters into the air.” Het gebouw heeft geen ramen. Orwell schetst Londen als een verarmde stad waar alle schoonheid is uitgebannen. Alle schoonheid? Nee, de architectuur van het schrikbewind is die van het Modernisme. De negentiende eeuw en alles wat eraan voorafging blijkt in de ban gedaan, verarmd en vergeven van de ratten. Stalin heeft zijn Paleis van de Sovjets nooit kunnen realiseren. De Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang is wat dat betreft een betere vergelijking. Het Ministerie van Waarheid is daar onlangs in werkelijkheid gebouwd. Als hotel voor buitenlandse gasten.

Tagged with:
 

London delivered

On 27 augustus 2012, in sport, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 9 augustus 2012:

Ook zo genoten van de Olympische Spelen? De Britten wel. Alle restjes scepsis verdwenen tijdens de spelen uit Londen, heel Groot Brittannië vierde twee weken lang feest. Engeland eindigde op de derde plaats in de medaillespiegel, na de USA en China. Mooi om te zien hoe de Britse hoofdstad het hele land op sleeptouw nam en heeft laten delen in de feestvreugde door de Olympische Spelen te organiseren. Zelf bivakkeerde ik in Frankrijk, op het platteland. Eenmaal weer thuis las ik een ingezonden brief in NRC Handelsblad van iemand uit Veendam, die vaststelde dat alle Nederlandse medaillewinnaars tot dan van het platteland afkomstig waren: Marianne Vos uit Meeuwen, Ranomi Kromowidjojo uit Sauwerd, Epke Zonderland uit Lemmer en Dorian van Rijsselberghe uit Den Burg. Hij trok er voor zichzelf een opmerkelijke conclusie uit: “de kans dat je op het platteland in een sportieve sfeer en dus in een gezonde leefomgeving opgroeit, is veel groter dan als je wieg in de stad staat.” Zijn conclusie was voorbarig.

Volgens mij zag deze meneer uit Veendam de roeiers en hockeyers over het hoofd. Overigens, waar je wieg staat is niet zo belangrijk. Waar je traint en waar je als sporter groot gemaakt wordt lijkt mij veel relevanter als het om topsport gaat. Volgens mij hebben alle medaillewinnaars in grote steden getraind; immers, daar zijn de beste trainingsfaciliteiten, daar ook is de beste sportkennis en sportbegeleiding, daar is het grote publiek, daar zijn de sponsors. Sterker, alle grote sporters reizen over de wereld om hun krachten te meten in de beste stadions en zwembaden die zich alle in metropolen bevinden. Sport is een typisch grootstedelijk fenomeen. De gezondste leefomgeving is metropolitaan, niet dorps of landelijk. Het idee dat het platteland gezonder is dan de stad is oud en wordt in ons land gevoed door een hardnekkig minderwaardigheidsgevoel van plattelanders dat waarschijnlijk nooit helemaal zal verdwijnen. Is het elders beter? In Frankrijk werden de Franse medaillewinnaars toegezongen in hoofdstad Parijs, in Nederland gebeurde dat in Sauwerd, Lemmer en Den Bosch.

Tagged with: