Mondriaan

On 13 maart 2014, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 31 januari 2014:

Op een gegeven moment ging Piet Mondriaan, geboren in Amersfoort, abstract schilderen. Wanneer precies? En waar? Het kubisme van Mondriaan is onderwerp van een tentoonstelling in het Gemeentemuseum te Den Haag. Uit de recensies van de tentoonstelling maak ik op dat Mondriaan voor het eerst kubistische schilderijen zag in Amsterdam, eind 1911, op de bovenverdieping van het Stedelijk Museum, toen daar de Amsterdamse Moderne Kunstkring een tentoonstelling aan Franse moderne meesters wijdde. "Eerst was er een tentoonstelling in de Amsterdamse Moderne Kunstkring. Daar zag hij het werk van de peetvader van het kubisme, Cézanne, en de kroonprinsen, Picasso en Braque. Vervolgens was er een reis naar Parijs. Daar bezocht hij de Salon des Indépendants. Tenslotte, in 1912, verliet Mondriaan Amsterdam en verloofde en vestigde zich voor onbepaalde tijd in datzelfde Parijs." Eerst Amsterdam dus, toen Parijs.

In ‘Mondriaan. Tekeningen’ (1981) lees ik dat de schilderwijze van Mondriaan al eind 1910 een belangrijke wijziging onderging; de gehele organisatie van het vlak wordt dan belangrijk. Eind 1911 was er inderdaad de tentoonstelling in Amsterdam, die ook werk van zijn hand bevatte en die hij mede hielp organiseren. De oprichters van de Moderne Kunstkring wilden een Amsterdamse internationale salon maken naar het voorbeeld van de Parijse Salon d’Automne. Kort daarvoor exposeerde Mondriaan een doek van zijn hand in Parijs op de Salon des Indépendants, en begin 1912, direct na de tentoonstelling in Amsterdam, verhuisde hij naar de Franse hoofdstad. Voor onbepaalde tijd? Nee hoor. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verliet hij ijlings weer Parijs en woonde en werkte hij in Domburg, in Laren, waar hij Bart van der Leck leerde kennen, en vooral in Amsterdam. In 1915 ontmoette hij daar de luidruchtige Theo van Doesburg, die in de Johannes Verhulststraat woonde. Zijn echte abstracte werken schilderde hij vanaf 1917, om ze in 1919 in Amsterdam te exposeren. Pas in juni 1919 keerde hij weer terug naar Parijs. Over die cruciale Amsterdamse jaren van Mondriaan was onlangs in het Amsterdam Museum een fraaie tentoonstelling te zien. Toch heet de tentoonstelling in het Haagse Gemeentemuseum ‘Mondriaan en het kubisme: Parijs 1912-1914′.

Tagged with:
 

Zijderoute

On 1 maart 2014, in infrastructuur, kunst, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 27 februari 2014:

Vandaag opent in de Amsterdamse Hermitage een tentoonstelling over de Zijderoute, het eeuwenoude handelsnetwerk tussen China en het Romeinse Rijk. Tweehonderdvijftig voorwerpen uit voornamelijk Oezbekistan sieren deze ‘Expeditie Zijderoute’, alle afkomstig uit Sint Petersburg. Sandra Smallenburg, op excursie, schrijft over haar bezoek aan Sogdische steden als Samarkand en Boechara in NRC Handelsblad: "Hele steden liggen nog begraven onder het zand, vaak uitstekend bewaard gebleven dankzij het kurkdroge landklimaat." Handelsposten groeiden uit tot steden. Kunst bloeide op. Godsdiensten verspreidden zich. Tot in de vijftiende eeuw was de route het grootste handelsnetwerk ter wereld. Ze liep van China tot de Middellandse Zee, over een afstand van liefst 7.000 kilometer. Toen het Mongoolse rijk in de veertiende eeuw ten einde liep, nam ook de handel af. De neergang werd bespoedigd door innovaties in de scheepvaart, die leiden tot de vondst van de route om Kaap de Goede Hoop, waardoor een goedkopere en snellere verbinding mogelijk werd. Steden verdwenen onder het zand.

Is het toeval dat op 8 februari in de Volkskrant een artikel verscheen over ‘De nieuwe zijderoute’? Daarin citeert journalist Jan van der Putten de Chinese leider Xi Jinping, die zou hebben gesproken over de opening van nieuwe snelle handelsroutes tussen China en het Midden-Oosten, zowel over zee als over land. Ook internet rekende hij daartoe. Voor de Chinezen, aldus Van der Putten, is vooral Israël buitengewoon interessant als strategische partner. Istanbul, van waaruit op dit moment een hogesnelheidslijn naar het oosten in aanleg is, wordt overigens het voorlopige eindstation. Maar een doorgetrokken spoorlijn naar Europa is denkbaar. Dat zou China minder afhankelijk maken van de Euraziatische spoorlijn die nu via Rusland loopt en ook de zeeroutes, waar de USA domineert, minder kwetsbaar maken. Dat het de Chinezen ernst is, mag worden afgeleid uit de opening van een nieuwe spoorlijn door Kazachstan in 2012. Een nieuwe Zijderoute voor grootschalige transporten van Chinese goederen richting Europa? Nog even en heel Rotterdam verdwijnt onder het zand. Tenzij de Betuwelijn straks op de nieuwe Zijderoute kan aansluiten. Rotterdammers moeten maar in de Amsterdamse Hermitage gaan kijken. Om te ervaren hoe het is als China straks de wereld domineert.

Tagged with:
 

Magical world

On 19 februari 2014, in kunst, by Zef Hemel

Gezien in het Stedelijk Museum in Amsterdam op 15 februari 2014:

Marcel Wanders, door The New York Times ooit ‘de Lady Gaga van de designwereld’ genoemd, toont in het Stedelijk Museum zijn werk van de afgelopen vijfentwintig jaar. Iedereen kent Wanders van de ‘knotted chair’. In ‘Pinned Up’ bezochten we de witte en vooral zwarte zone met autonoom werk, waarbij we aan de hand van elk van de tien thema’s het werk van deze Amsterdamse kunstenaar leerden doorgronden. Het was er druk die middag; ook de kinderen vermaakten zich uitstekend. Het werk van Wanders is optimistisch, sociaal, het breekt radicaal met het Modernisme, het streeft naar duurzaamheid en weet kunst, architectuur en vormgeving goed met elkaar te combineren. Vooral het Mondrian South Beach hotel in Miami – werk uit 2008 – vond ik fascinerend. Zeker toen op het eind bleek dat het dure hotel er op dit moment ronduit slecht aan toe is. Bij een recent bezoek was de kunstenaar totaal geflipt en had een hele serie foto’s gemaakt van de rotzooi en de aangerichte schade. In de zwarte zone van de tentoonstelling in het Stedelijk heeft hij als een soort Luther zijn enorme woede op een groot paneel vastgenageld.

Wat een verschil met de grote liefde waarmee Wanders in 2009 over Amsterdam schreef. In ‘Amsterdam Creative Capital’ zingt hij een lofzang op de stad waar hij al jaren woont en werkt en die hem in zijn werk dagelijks inspireert. Ontroerend vond ik de wijze waarop hij daarin de drie architecten van De Amsterdamse School – De Klerk, Kramer en Van der Meij – eer bewijst. Wanders: “Literally everything, from every nook to windowpane, was decorated. This specific type of architecture also aimed to create a complete architectural experience: the building’s shape, the material used, the exterior, the interior, everything was taken into consideration and everything carried a strong social meaning.” Een totaal andere referentie is Duncan Stutterheim’s Sensation in Ajax Arena, maar voor Wanders komt het op hetzelfde neer. “Sensation is a party for everybody. For young and old. They all get to enjoy a magical world where everything is positive and cheerful.” Die typeringen van Amsterdamse fenomenen, ze zeggen ook veel over het werk van Wanders zelf.

Tagged with:
 

Happy

On 14 januari 2014, in film, kunst, muziek, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 4 december 2013:

Waar ik zo blij van word? Van 24hoursofhappy.com. We kunnen er met het gezin uren naar kijken. De muziekvideo op internet werkt zo ongelooflijk aanstekelijk op ons gemoed; de meisjes beginnen onmiddellijk te dansen zodra ze de eerste klanken horen, we beginnen te klappen en worden allemaal vrolijk. Bovenal is het een genot om er met z’n allen naar te kijken, op de iPad. Het gaat hier om ‘s werelds eerste 24-uursvideoclip. De tijd gaat in op het moment dat je hem opstart. Daarna is er geen houden meer aan. Je hoort het nummer ‘Happy’ van Pharell Williams, dat vier minuten duurt. Steeds verschijnt er een andere danser, hun manier van dansen varieert, de camera schiet naar boven, de volgende danser staat alweer gereed, de muziek begint opnieuw, de volgende vier minuten gaan in, alles is in één take opgenomen. In totaal dansen vierhonderd dansers op het aanstekelijke nummer. De video is het werk van twee Franse regisseurs, Clement Durou en Pierre Dupaquier, Samen vormen ze het collectief ‘We are from LA’. Waar ik vooral zo blij van word? Je ziet de straten van Los Angeles, dag en nacht, vierentwintig uur lang. De geweldige clip is een ode aan Los Angeles of, zoals Het Parool kopte, een ‘ode aan het leven in de grote stad’.

In de vierentwintig uur zie je alle trottoirs van het centrum van Los Angeles, de winkels, de bomen, de mensen, het verkeer, de tankstations, een bioscoop, een bowlinghal (met Pharell), een stadsbus, een nachtelijke supermarkt; in totaal wordt er twaalf mijl door de dansers afgelegd. Ik begreep zelfs dat het huis van de basketballer Magic Johnson wordt aangedaan. Het is buiten heerlijk warm, de afwisseling in het stadsbeeld is fantastisch. Ik zie niet alleen de dansers, maar vooral ook de stad. Afgelopen weekeinde keek ik opnieuw. Er hadden toen al meer dan zes miljoen mensen naar de video gekeken. Ach ja, wie houdt niet van LA? Wie wordt niet gelukkig in zo’n omgeving? Wie houdt niet van de grote stad? Mark Moorman in Het Parool: ”24hoursofhappy is een verbazingwekkende ervaring, een ode aan het leven, dag en nacht, in de grote stad.”

Tagged with:
 

Perfect World

On 25 december 2013, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De grote utopie. Russische Avantgarde 1915-1932’ (1992):

Onderweg naar het Stedelijk Museum hadden we het over het streven naar perfectie. Of een planoloog daar naar moet streven. Mijn gespreksgenoot vond van wel. Mijn stelling was: liever niet. Perfectie past niet bij een stad, die moet niet kloppend gemaakt worden. Een planner kan zelfs beter opzettelijk fouten maken dan een perfect stedelijk systeem nastreven. Enzovoort. Toen zagen we de werken van Kazimir Malevich. Vooral zijn Suprematistische schilderijen spraken tot onze verbeelding. Was zijn Zwart Vierkant (1915) werkelijk perfect? Mijn gast vond van wel, ik twijfelde. Eenmaal weer thuis las ik de catalogus van het Stedelijk Museum uit 1992, ‘De grote utopie’. In een van de eerste artikelen vergelijkt Vasily Rakitin de werken van Tatlin met die van Malevich. Over de laatste schrijft hij dat deze uitsluitend dacht in absolute termen – Malevich, schreef hij, was de profeet.

Rakitin vond dat Malevich met zijn verlangen in ‘zijn’ Suprematisme alle ‘ismen’ te verenigen de moderne kunst parodieerde. “This was due to his desire not just to do everything better but to get it absolutely right.” Dat is inderdaad de definitie van een perfectionist. “He (Malevich) was a natural systematist and wanted to turn everything into his own – in his opinion infallible perfect – world.” De perfectie van Malevich kon alleen bestaan in zijn eigen wereld, niet in die van anderen. Om alles helemaal goed te krijgen, vond hij, moest men telkens weer van voren af aan beginnen om te zien of het wel klopte. Kan het duidelijker? De schilder, aldus Rakitin, was een romanticus, een polemist, een zuivere individualist, zeker geen teamworker. “One had to be at the forefront and only follow him, Malevich, on the road towards a new harmony.” Godzijdank was hij geen stedenbouwer, want stel je voor. Maar wat een fantastische kunstenaar! Gaat dat zien!

Tagged with:
 

VINEX-museumleed

On 2 oktober 2013, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 9 juni 2013:

Las, enigszins verlaat, een artikel in NRC Handelsblad over de nieuwbouw en renovatie van Nederlandse musea. In totaal zou het gaan om een bedrag van 1,5 miljard euro (sic!), uitgegeven sinds 2000. Daarvan is 700 miljoen terechtgekomen in Amsterdam – bijna de helft dus –, waarvan weer de helft in één museum: het Rijksmuseum. Ruim 200 miljoen daarvan is opgebracht door private financiers, de rest komt van het Rijk, de provincies en de gemeenten. Andere steden die nieuwe musea bouwden zijn Den Haag, Utrecht, Leiden, Den Bosch, Eindhoven, Groningen, Arnhem, Nijmegen, Dordrecht, Zwolle, Assen en Maastricht. Het zijn precies de steden waar de VINEX-woningbouwproductie in diezelfde jaren grotendeels is neergedaald – de zogenaamde ‘stedelijke knooppunten’. “Nieuwe gebouwen of spectaculaire uitbreidingen moesten zorgen voor een groeiende toeristenstroom naar stad, provincie en land. De uitstraling van een topmuseum met nationale of internationale allure moet bovendien helpen bij het creëren van een gunstig vestigingsklimaat.” Iedere stad en provincie wilde, net als het Baskische Bilbao, een Guggenheim Museum-effect.

En, werkte het? Klaarblijkelijk niet. NRC: “Het totale aantal bezoeken aan alle musea was in 2009 met 22 miljoen iets lager zelfs dan de 22,9 miljoen in 1993.” Daaraan voegt de kwaliteitskrant toe dat met de recente opening van het Stedelijk Museum, filmmuseum Eye en het Rijksmuseum in Amsterdam de bezoekersaantallen dáár wel flink zullen stijgen. En gestegen zijn ze! In zowel Groningen als Maastricht echter kwamen de musea direct in financiële problemen. In Groningen zakte het bezoekersaantal al een paar jaar na opening van 400.000 naar 200.000. Bonnefanten en Groninger Museum moesten voor financiele steun aankloppen bij hun gemeente en provincie. Desalniettemin gaan de VINEX-steden overal gewoon door met nieuwe musea bouwen, zoals Arnhem met nieuwbouw van het Museum voor Moderne Kunsten, omdat ze de onderlinge concurrentie goed voelen en niet voor elkaar willen onderdoen. Wat er met de kantorenmarkt is gebeurd – leegstand en verloedering -, en met de winkelcentra dreigt te gebeuren, zal ook met de musea gaan gebeuren. Vooral middelgrote musea in middelgrote steden hebben het moeilijk. Er is geen markt. Allemaal hoogmoed. Allemaal VINEX-leed.

Tagged with:
 

Communitas

On 27 augustus 2013, in kunst, by Zef Hemel

Gezien in het Stedelijk Museum op 22 augustus 2013:

Communitas heette het centrale werk uit 2010 van kunstenaar Aernout Mik in de overzichtstentoonstelling van zijn indrukwekkende oeuvre in het Stedelijk Museum te Amsterdam. Het werd, samen met twaalf andere werken van dezelfde videokunstenaar, deze zomer vertoond in de kelder van het vorig jaar heropende museum. Ik heb er een klein uur gebiologeerd naar gekeken. Het drieluik toonde verwarrende beelden van een aantal in scene gezette volksvergaderingen, opgenomen in het Stalinistische Paleis voor Cultuur en Wetenschap in Warschau. Een bont gezelschap probeerde er ogenschijnlijk tot besluiten te komen, maar niemand was er de baas. Overal hingen spandoeken. Er werd georeerd, gedelibereerd, papieren uitgedeeld, gestemd, met vlaggen gezwaaid, gezongen (al ontbrak het geluid), gemarcheerd, met maquettes gegooid – allemaal uitingen van zoekende saamhorigheid. Maar het gezelschap oogde te heterogeen en te machteloos om het met elkaar eens te worden, alsof heterogeniteit een sta-in-de-weg voor samenwerking zou zijn.

De video eindigde met een uitgeputte menigte die, ondanks alle moeite niet in staat om iets gemeenschappelijks tot stand te brengen, in de banken en stoelen van het theater in slaap was gevallen. Net als alle andere werk van Mik stemde de video weinig optimistisch. Anarchisme, ontregeling en chaos liggen voortdurend op de loer. Het sterkst werd dit menselijke onvermogen tot samenwerken in beeld gebracht in een andere video. Het betrof waarheidsgetrouwe beelden van de oorlog in Servië, door Mik genadeloos gemonteerd tot een reeks zinloze handelingen, op afstand gadegeslagen, in een treurig niemandsland. Er kwam geen einde aan. Buitengewoon deprimerend. Daarna boven in het museum nog een video van het werk van de Rotterdamse kunstenaar Erik van Lieshout gezien, die twee maanden lang vergeefs een kunstwinkel in het kwijnende winkelcentrum Zuidplein trachtte te exploiteren en zich afvroeg wat een kunstenaar in deze omgeving kon betekenen. Niets. Ik werd er niet vrolijk van. Mismoedig verliet ik het Museumplein, waar juist een podium werd gebouwd voor het volgende volksfeest.

Tagged with:
 

Een uitnodiging om te weten

On 22 augustus 2013, in kunst, regionale planning, by Zef Hemel

Gezien in Venetië op 8 augustus 2013:

In het Spaanse paviljoen op de kunstbiënnale van Venetië is …. het Spaanse paviljoen te zien, nu als afval, keurig gescheiden: steengruis op steengruis, glas op glas, hout op hout, staal op staal. Van elk bouwmateriaal is een berg gevormd; in elke ruimte van het paviljoen treft men de afvalhopen aan. Bezoekers kunnen tussen het puin doorlopen. Zo ervaart men tweemaal hetzelfde Spaanse paviljoen. Naast dit kunstwerk van Lara Almarcegui over vergankelijkheid biedt directeur Octavio Zaya een boekwerkje aan de bezoekers waarvan ik een exemplaar gretig mee naar huis nam. ‘A Guide to Sacca San Mattia, the Abandoned Island of Murano, Venice’ beschrijft een onderzoek naar het leven en lot van het kunstmatige eilandje Sacca San Mattia vanaf het begin tot het heden. Jarenlang is hier puin gestort, afkomstig van Venetië. Doordat het beheer over het eiland in handen was gegeven aan de koepel van lokale bouwbedrijven speelden hier in 1997 allerlei gifschandalen: giftige stoffen bleken gestort – asbest, cadmium, nylon, verfstoffen, bitumen, arsenicum –, dikwijls afkomstig van de plaatselijke glasindustrie, stoffen die ronduit gevaarlijk zijn voor de volksgezondheid. In 2012, zes jaar nadat schoon schip was gemaakt, werd besloten de vuilstortplaats definitief te sluiten.

Lara Almarcegu bestudeerde alle plannen die voor het eiland waren gemaakt. Erop bouwen werd door de autoriteiten uitgesloten. Daarop besloten de ontwerpers dat het een park moest worden. Hun vaktijdschrift 2G schreef prompt een prijsvraag uit voor een Venice Lagoon Park in 2007. Het resultaat waren regionale ontwerpen waarin de eenheid van de gehele Venetiaanse lagune door middel van groen zou worden hersteld. De ontwerpen waren vooral een reactie op grootschalige spoorplannen van de autoriteiten, die met regionale spoortunnels hoopten de economie van groot-Venetië aan te jagen; Murano, waarvan Sacca San Mattia een onderdeel vormt, moest op dit kostbare railnet worden aangesloten. In 2011 werden alle plannen door het bestuur geschrapt. In plaats daarvan besloot men tot een open planproces. Uit een serie rondetafelgesprekken met de belangrijkste stakeholders en met meer dan honderd inwoners van Murano kwamen veel alternatieve voorstellen: over hoe om te gaan met de vervuiling, hoe energie op te wekken uit zonnepanelen; er werd de bouw van een handelsmarkt op Sacca San Mattia bepleit voor alle producten die op Murano worden gemaakt, de glasbedrijven bleken uit het centrum van Murano te willen vertrekken en de bewoners wilden de vrijkomende historische gebouwen met creatieve bedrijfjes en wonen invullen. Spoortunnels noch parken werden door enige partij genoemd. Op dit moment wordt gezocht naar financiering. De kunstenaar registreert het. “This guide is both an invitation to know Sacca San Mattia before it is developed and a look at some of the possible plans for its future development.” Mooi.

Open kunst / gesloten kunst

On 21 augustus 2013, in innovatie, internationaal, kunst, by Zef Hemel

Gezien in Venetië op 8 en 9 augustus 2013:

De Italiaan Massimiliano Gioni is de directeur van de 55e Kunst Biënnale van Venetië. Zijn ‘The Encyclopedic Palace’, te zien in de Giardini, het Arsenale en in paviljoens dwars door Venetië, is mooi, actueel en relevant want reageert met begrijpelijke beeldende kunst op de snelle mediatisering, informatisering en digitalisering van onze tijd. Overal zijn verzamelingen, collecties, groeperingen van de meest uiteenlopende kunstwerken te zien, alsof het internet de curator was. Scheidslijnen tussen heden en verleden, tussen westers en niet-westerse kunst en tussen professionele kunst en amateurkunst blijken volledig weggevallen of genegeerd. Dit bewust schrappen van scheidslijnen is verrassend en voelt weldadig aan, alsof er weer nieuwe mogelijkheden zijn en er nieuwe ruimte bestaat voor deelname van alles en iedereen. Sterker, iedereen doet mee op deze biënnale en alles lijkt relevant. Gioni: ““I didn´t want to do a show which is a price list with quotations of young artists going up immediately after the exhibition”“I did an exercise of re-evaluation of the concept of art.” Het lijkt wel alsof Gioni alle kennis van de wereld in Venetië wilde aanboren – alsof hij een gevoel van collectieve intelligentie wilde opwekken –,  met de hulp van kunstenaars bewerkt en gesorteerd, alles met humor, ironie, zelfspot, reflectie en diepgang. Zelden heb ik meer het gevoel gehad dat kunst en leven met elkaar kunnen versmelten.

Opvallend afwijkend blijkt het Nederlandse paviljoen, waar een traditionele beeldhouwer (Mark Manders) zijn traditionele beeldhouwwerk in een traditioneel wit paviljoen – de ruiten ook nog eens met krantenpapier afgeplakt – in afzondering tentoonstelt. De kunstenaar staat centraal ("I made this work in 2013. It really should have been made in the 1920s, but I simply was not alive at that time. (…) I caught it at a moment in time. (…) This is a very small detail of a room that I’ve been working on for a long time.") De Nederlandse bijdrage aan deze verder inspirerende en open biënnale blijkt behoudend, ernstig, calvinistisch, gesloten en zuinig. Het verschil met de Britten, de Belgen, de Denen, de IJslanders, de Angolezen, de Chilenen of de Italianen, waar de energie van afspat en de wereld je omringt, kon gewoon niet groter. Ook elders ontbreekt in deze biënnale elk spoor van aansprekende Nederlandse kunst. Zelfs Erik van Lieshout stelt zwaar teleur. Kunstenaars die vervuld zijn van zichzelf of die voor hun positie vrezen, hebben, net als bange journalisten, musici, rechters, planologen, politici en wetenschappers, het nakijken. Alleen moedige kunstenaars die open zijn naar de samenleving overleven het tijdperk van het internet.

Tagged with:
 

De Nieuwe Wibaut

On 12 juli 2013, in kunst, participatie, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 12 juli 2013:

Wat kunnen planologen van kunstcritici leren? Neem Julian Spalding. Deze belangrijke Britse kunstcriticus leverde deze week een opmerkelijk scherp commentaar op de inrichting van het nieuwe Rijksmuseum. Hij vond de gekozen opstelling ‘veilig, ouderwets’, uitgaande van de ‘oude museumkundige scheidslijnen’, niet gericht op het interesseren en inspireren van een nieuw publiek. Spalding schreef zelfs dat hij het ronduit wonderlijk en teleurstellend vond dat de afdeling moderne kunst, die mensen van tegenwoordig het meeste interesseert, was weggestopt in twee zolderkamers en dat die van de middeleeuwen zo pontificaal bij de entree was tentoongesteld. Mensen, aldus de criticus, weten niets van de middeleeuwen. Er was helemaal niet vanuit de bezoekers gedacht. “Musea moeten niet beginnen met wat hun curatoren weten, maar met wat hun publiek weet.” En dus ook: “Als een museum wil beginnen met het verleden, dan moet het beginnen met wat mensen weten van dat verleden.” In zijn voorbeelden liet Spalding telkens zien dat hij de museumbezoekers in hun reacties op de kunstwerken nauwkeurig observeert en daaruit lessen trekt. Over het bezoek aan het museum schrijft hij als was het ‘een verhaal’, ‘een reis’ die mensen moeten maken en waarbij kennis en vermaak hand in hand dienen te gaan. “De trieste waarheid is dat de mensen die het Rijksmuseum leiden helemaal niet aan hun publiek hebben gedacht.”

Van mensen als Spalding kunnen planologen leren dat zij de mensen niet moeten vergeten. De burgers – ook de nieuwkomers en de jongste generaties – moeten voor de toekomst worden geïnteresseerd. Planologen moeten niet beginnen met wat zij zelf zo goed weten, maar met wat hun bewoners weten. Ze zouden niet de schijnwerper moeten richten op de verre horizon, maar moeten beginnen dicht bij huis, in de nabije toekomst, die mensen heel goed begrijpen. Veeleer dan ontwerpen of wettelijke regelingen zouden hun plannen verhalen moeten zijn, of reizen naar de toekomst. En ze zouden mensen moeten observeren, hoe die de stad in al zijn facetten dagelijks gebruiken en daaruit lering trekken. De trieste waarheid is dat de stedenbouwkundigen en planologen dikwijls helemaal niet aan burgers hebben gedacht. Daardoor missen ze kansen om een groot en steeds veranderend publiek uit te dagen tot het leveren van uitzonderlijke prestaties. Prestaties die ‘hun publiek’ heel goed kan leveren en die ook nodig zijn om grote, aantrekkelijke en duurzame steden te bouwen. De les? Ook in het vak van de ruimtelijke ordening is sprake van een ernstig communicatieprobleem. Daarom: De Nieuwe Wibaut.

Tagged with: