Creating the common goods

On 17 november 2014, in cultuur, filosofie, kunst, by Zef Hemel

Gehoord in het Paleis op de Dam in Amsterdam op 12 november 2014:

Benjamin Barber was hoofdspreker in het Paleis op de Dam bij de openingsceremonie van de World Cities Culture Summit 2014 in Amsterdam. Zevenentwintig metropolen onder aanvoering van Londen waren drie dagen te gast in Amsterdam om ideeën uit te wisselen over de rol van kunst in de stadsontwikkeling. De Amerikaanse politicoloog-filosoof sprak hen toe in de Burgerzaal. Ditmaal ten overstaan van de koning, die aanhoorde hoe de Amerikaan de natiestaat opnieuw wegzette en voorspelde dat over twintig jaar niet landen, maar genetwerkte steden de wereld zullen regeren. Waarom? Omdat landen vooral in grenzen denken, in onafhankelijkheid, terwijl steden praktisch opereren in netwerken en denken in wederzijdse afhankelijkheden. Als Duitsland groter wordt, wordt Polen kleiner, verduidelijkte hij; maar de groei van Warschau gaat niet ten koste van Berlijn. Barber verbond steden met kunst met democratie. Hij citeerde Javier Nieto: ‘De stad is kunst’. Daarmee las hij vrij letterlijk voor uit hoofdstuk 10 van ‘If Mayors Ruled the World’, zijn nieuwste boek uit 2013. "If one must choose, it is more appropriate to treat the city as the instrument of the arts rather than the other way round, for it exists in a certain sense for art."

Kunst, zei Barber, gaat over het publieke, de commons, de openbare ruimte, over datgene wat wij met elkaar delen. Kunst refereert ook aan democratie, omdat rechtvaardigheid, gelijkwaardigheid en participatie ook in de verbeelding die de kunst kenmerkt een voorname rol spelen; kunst, ten slotte,  is kosmopolitisch, ze kent geen grenzen. Op het platteland zijn wij niet vrij, stelde Barber, wel in de publieke ruimte in de stad: de parken, de pleinen, de agora. Maar de opmars van de privatisering en het terugdringen van de stedelijke publieke ruimte betekent een aanslag ook op de kunsten. Dom is dat, want kunst en verbeelding stimuleren juist de economie. “So the arts benefit the urban economy, because to benefit the commons, to enhance the community, to help create common goods and public space, is economically beneficial.” En toen kwam het. We hebben geen ‘Declaration of Independence’ nodig. De wereld is daarvoor te complex en te vervlochten geworden. Wat we nodig hebben is, aldus Barber, ‘a Declaration of Interdependence’. U kunt het allemaal op uw gemak nalezen in het hoofdstuk getiteld ‘Cultural cities in a multicultural world’.

Tagged with:
 

Merzbau

On 15 september 2014, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 23 juli 2004:

Kurt Schwitters. The Merzbau, transformation of six (or possibly more) rooms of the family house in Hannover, Waldhausenstrasse 5. This took place very gradually; work started in about 1923, the first room was finished in 1933, and Schwitters subsequently extended the Merzbau to other areas of the house until he fled to Norway in early 1937

Vandaag college ‘Inleiding in de planologie’ op de Universiteit van Amsterdam, aflevering ‘Functionele stad’. Het beeld dat het functionalisme alleen maar rationeel was, efficiënt, met ‘de woning als machine’, ‘licht, lucht en ruimte’ en ’scheiding van wonen, werken, recreëren en verkeer’ als motto’s, doet haar zondermeer tekort. Ik wil het graag corrigeren. Kurt Schwitters bijvoorbeeld bouwde vanaf 1923 aan zijn Merz: een uitdijend en voortwoekerend labyrint dat de Duitse kunstenaar en zijn vrouw en zoon in Hannover bewoonden. Janneke Wesseling schreef erover: "Chaotisch en zonder vooropgezet plan – een principekwestie, aldus Schwitters – ontstond een oneindige verscheidenheid aan vormen, met stalagmieten en stalagtieten van gips, karton, papier en hout groeiend uit muren en plafonds." In Merz had Schwitters ook ruimte gemaakt voor muizen en cavia’s, die, aldus Wesselink, er werkten aan een eigen gangenstelsel. Schwitters was een tovenaar.

Niet dat Schwitters tot de functionalisten kan worden gerekend. Ook was hij geen planoloog. Wel had hij vriendschappen met modernisten als Arp, Van Doesburg, Stam, Rietveld, Oud en de stedenbouwkundige Van Eesteren, die hem zeer bewonderden. Merz was een uitsnede uit het woord Kommerzbank, een betekenisloos woord. Volgens Wesseling zit Schwitters’ werk vol met politieke en maatschappelijke betekenissen, en heeft daarmee een historische lading "Het ging Schwitters om vrijheid, tolerantie, gelijke rechten." Als kunstenaar propageerde hij Wereldpattriotisme. Hij geloofde dat kunst de wereld kon veranderen, het leven van mensen draaglijker kon maken. Zijn kunst – gelaagd, complex, niet-hiërarchisch – moest afrekenen met alle illusie van schilderkunstige zinsbegoocheling. Spel, humor, toeval en schoonheid, de kunstenaar zette ze in als wapens tegen een kwade, dreigende wereld, aldus Wesseling in NRC Handelsblad, in een tien jaar oud artikel dat verscheen ter gelegenheid van een tentoonstelling van zijn werk in Basel. Zo zie ik ook het functionalisme. Niet als opmaat naar een kille Bijlmer, maar als een fantastische poging het alledaagse leven van mensen draaglijker te maken. Merzbau ging in de Tweede Wereldoorlog overigens door bommen van de Engelsen teloor.

Tagged with:
 

Under your nose

On 12 juli 2014, in kunst, sport, by Zef Hemel

Gehoord op 9 juli in het Hilton Hotel in Amsterdam:

Twee bijzondere mensen, twee geweldige, vergelijkbare initiatieven. Cyntha van Heeswijck begon Art Zuid, Abdelkader Benali initieerde de Groene van Amsterdam. Afgelopen mei werd voor de eerste keer zijn marathon gelopen, door Amsterdam Nieuw West. Benali is schrijver en hardloper. Zijn studio bevindt zich achter Osdorp. Zelf loopt hij rondjes om de Sloterplas. Benali in een interview in NRC Handelsblad: "Ik loop hier zelf hard en dacht: je zou hier vrij gemakkelijk een loop kunnen organiseren. De infrastructuur is geschikt; brede, rustige paden. Veel groen. Daarbij verdient deze buurt het ook." Zijn parcours voerde langs Sloterplas, Nieuwe Meer en door de Tuinen van West. Ruim 330 sympathisanten boden hem geld, waardoor hij de vereiste 15.000 euro voor vergunningen, dranghekken, politie-inzet en registratie van rentijden kon betalen. Alles werd gecrowdfunded. Benali: "Het past bij het utopische van Nieuw-West. Bij nul beginnen." Op 11 mei was de eerste marathon een feit. Er liepen zeker 2.000 mensen mee.

Cyntha van Heeswijck deed hetzelfde in Amsterdam Zuid. Afgelopen week sprak ze in het publieke lezingenprogramma van summer school ‘Thinking City’ in het Hilton Hotel aan de Apollolaan. Zes jaar geleden, vertelde ze, begon ze Art Zuid, een vier maanden durende beeldententoonstelling in de openlucht in plan Berlage. Met zestig vrijwilligers en een budget van 7 tot 8 ton organiseert deze juriste sindsdien om de twee jaar de grootste tijdelijke beeldententoonstelling van Nederland, telkens bestaande uit zeventig nieuwe sculpturen. De centrale assen van Apollolaan en Minervalaan vormen het hart. Afgelopen jaar trok Art Zuid 350.000 bezoekers. Ze prees het plan Berlage, de schitterende architectuur en ze vertelde hoe bezoekers door de tentoonstelling ook de architectuur en de stedenbouw van Amsterdam Zuid waren gaan zien en waarderen. Twee bijzondere initiatieven van twee bijzondere personen. Twee initiatieven die maximaal gebruik maken van de stedenbouwkundige kwaliteiten van hun stadsdeel, binnen en buiten de ring, alles tijdelijk, alles ’slechts’ programma, maar met een enorme uitstraling. Benali heeft gelijk: "It’s under your nose."

Tagged with:
 

Museumeiland

On 30 juni 2014, in cultuur, kunst, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 28 maart 2014:

Afgelopen week beleefden we de heropening van het Mauritshuis in Den Haag. In de krant zag ik een lange rij mensen langs de Hofvijver staan. Zondag bezocht ons gezin de beelden van de Amerikaanse kunstenaar Alexander Calder in de tuin van het Rijksmuseum te Amsterdam. Reusachtige, bijzonder fraaie sculpturen zijn het die met hun felle Mondriaankleuren traag bewegen in de wind; de zwarte daarentegen staan aan de grond genageld. Het was er zonnig en heerlijk druk. In de fietstunnel onder het Rijksmuseum fietsten de mensen vredig af en aan; hier en daar hoorde je een fietsbel klingelen. Na de heropening staat het Rijksmuseum met zijn 2,2 miljoen bezoekers nu op plaats 19 op de ranglijst van meest bezochte musea ter wereld, zo las ik onlangs in NRC Handelsblad. De fietstunnel blijkt helemaal geen probleem, integendeel. Het is het leukste en mooiste fietspad van heel Nederland.

Hoe staat Amsterdam ervoor na de heropening? De ranglijst van steden met wereldwijd de drukst bezochte musea wordt aangevoerd door Parijs met het Louvre: 9,3 miljoen jaarlijkse bezoekers. Daarna volgt Londen (British Museum: 6,7 miljoen), op de derde plaats New York (Metropolitan Museum of Art: 6,2 miljoen). Maar Parijs heeft ook nog Centre Pompidou en Musee d’Orsay in de top 10 staan, Londen de National Gallery en Tate Modern. Bij elkaar opgeteld telt Parijs 16,5 miljoen jaarlijkse bezoekers, Londen nog iets meer: ruim 17 miljoen. Je zou dus kunnen zeggen dat Londen de lijst met de meeste topmusea aanvoert. Dat is toch wel verrassend. Helemaal verrassend is de verschijning van Taipei in de top 10. Haar National Palace Museum ontvangt jaarlijks 4,5 miljoen bezoekers, goed voor een plaats 7. Dat komt vooral door een paar enorme blockbusters die men daar organiseert. In 2013 trok het museum in de hoofdstad van Taiwan liefst 1.007.062 bezoekers met ‘The Western Zhou Dynasty’ en nog eens 921.130 bezoekers met ‘The Lingnan School of Painting’. In Taipei liggen dan ook de kunstschatten van heel China, die door de veelal aristocratische aanhangers van Chiang kai-shek op hun vlucht in 1949 waren meegenomen. Om hun mooiste erfgoed te kunnen zien moeten de miljard mainland-Chinezen tegenwoordig de zee oversteken. Dat doen ze dan ook. Taiwan fungeert voor hen als een museumeiland. O ja, het heropende Stedelijk Museum had niet de moeite genomen om de vragenlijst van Art Newspaper in te vullen.

Tagged with:
 

Collaborative commons

On 2 juni 2014, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Sustainist Design Guide’ (2013) van Diana Krabbendam en Michiel Schwarz:


Bij de lancering van ‘We Own The City’ in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam, afgelopen week, ontspon zich op het eind van de avond een kort gesprek op het podium waaraan ik was gevraagd deel te nemen. Als enige vertegenwoordiger van de overheid moest ik daar antwoord geven op de vraag wat deze bottomup-beweging in steden als Hongkong, Taipei, Moskou, New York en Amsterdam voor het in die steden topdown opererende overheidsapparaat betekende. Dat was geen dankbare rol. Uiteraard moest mijn poging om de aanwezigen te doordringen van het nut van het afwijkende waardenstelsel aan publieke zijde (door Jane Jacobs in ‘Systems of Survival’ als ‘guardian moral syndrome’ aangeduid) schipbreuk lijden. Men leek er domweg niet in geïnteresseerd. Ook mijn eerdere tegenvraag waarom overal op de wereld de overheid van bovenaf is georganiseerd, viel in een diep zwart gat. Toen ik ten slotte de experimenten van de kunstenaars als nieuwe, recente vormen van samenwerking tussen publiek en privaat duidde, brak er iets. Socioloog Michiel Schwarz rees uit het publiek omhoog en ontstak in woede. Wat een ouderwetse praat! Wat haalde die Hemel zich in het hoofd. Iedereen opereert tegenwoordig vanuit een ‘collaborative commons’. Daarbij citeerde hij omstandig Jeremy Rifkin, die in zijn nieuwste boek (The Zero Marginal Cost Society) iets soortgelijks zou hebben beweerd.

Een dag later zag ik Schwarz bij de opening van de IABR in de Kunsthal. Hij herinnerde me aan het korte debatje van de avond tevoren en gaf me een exemplaar van de ‘Sustainist Design Guide’, geschreven door Diana Krabbendam en hemzelf. Het boekje gaat over ‘how sharing, localism, connectedness and proportionality are creating a new agenda for social design’. De theorie van de ontwerper als sociale opbouwwerker met een duurzaamheidsagenda wordt erin met twaalf voorbeelden geïllustreerd. Daar waren ze weer: de Luchtsingel in Rotterdam, FairPhone, We Are Here, noem maar op. Mijn dochters vonden Pig Chase het leukste: hoe varkens zelf design kunnen maken. Maar nergens in het boekje komt de rol van de overheid over het voetlicht. Kunstenaars lijken serieus te menen dat vooral zij de samenleving zullen verbeteren. Sociale innovatie is vanaf heden hun exclusieve domein. "It is no longer a matter of designing for society, but within it." Dat is mooi gezegd, maar de wereld bestaat al langer en is groter, laten we niet naïef zijn, kunstenaars alleen lossen onze maatschappelijke vraagstukken niet op. Dus toch een ‘collaborative commons’?

Lees ook de commentaren van Schwarz en Krabbendam hieronder.

Tagged with:
 

Mondriaan

On 13 maart 2014, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 31 januari 2014:

Op een gegeven moment ging Piet Mondriaan, geboren in Amersfoort, abstract schilderen. Wanneer precies? En waar? Het kubisme van Mondriaan is onderwerp van een tentoonstelling in het Gemeentemuseum te Den Haag. Uit de recensies van de tentoonstelling maak ik op dat Mondriaan voor het eerst kubistische schilderijen zag in Amsterdam, eind 1911, op de bovenverdieping van het Stedelijk Museum, toen daar de Amsterdamse Moderne Kunstkring een tentoonstelling aan Franse moderne meesters wijdde. "Eerst was er een tentoonstelling in de Amsterdamse Moderne Kunstkring. Daar zag hij het werk van de peetvader van het kubisme, Cézanne, en de kroonprinsen, Picasso en Braque. Vervolgens was er een reis naar Parijs. Daar bezocht hij de Salon des Indépendants. Tenslotte, in 1912, verliet Mondriaan Amsterdam en verloofde en vestigde zich voor onbepaalde tijd in datzelfde Parijs." Eerst Amsterdam dus, toen Parijs.

In ‘Mondriaan. Tekeningen’ (1981) lees ik dat de schilderwijze van Mondriaan al eind 1910 een belangrijke wijziging onderging; de gehele organisatie van het vlak wordt dan belangrijk. Eind 1911 was er inderdaad de tentoonstelling in Amsterdam, die ook werk van zijn hand bevatte en die hij mede hielp organiseren. De oprichters van de Moderne Kunstkring wilden een Amsterdamse internationale salon maken naar het voorbeeld van de Parijse Salon d’Automne. Kort daarvoor exposeerde Mondriaan een doek van zijn hand in Parijs op de Salon des Indépendants, en begin 1912, direct na de tentoonstelling in Amsterdam, verhuisde hij naar de Franse hoofdstad. Voor onbepaalde tijd? Nee hoor. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verliet hij ijlings weer Parijs en woonde en werkte hij in Domburg, in Laren, waar hij Bart van der Leck leerde kennen, en vooral in Amsterdam. In 1915 ontmoette hij daar de luidruchtige Theo van Doesburg, die in de Johannes Verhulststraat woonde. Zijn echte abstracte werken schilderde hij vanaf 1917, om ze in 1919 in Amsterdam te exposeren. Pas in juni 1919 keerde hij weer terug naar Parijs. Over die cruciale Amsterdamse jaren van Mondriaan was onlangs in het Amsterdam Museum een fraaie tentoonstelling te zien. Toch heet de tentoonstelling in het Haagse Gemeentemuseum ‘Mondriaan en het kubisme: Parijs 1912-1914′.

Tagged with:
 

Zijderoute

On 1 maart 2014, in infrastructuur, kunst, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 27 februari 2014:

Vandaag opent in de Amsterdamse Hermitage een tentoonstelling over de Zijderoute, het eeuwenoude handelsnetwerk tussen China en het Romeinse Rijk. Tweehonderdvijftig voorwerpen uit voornamelijk Oezbekistan sieren deze ‘Expeditie Zijderoute’, alle afkomstig uit Sint Petersburg. Sandra Smallenburg, op excursie, schrijft over haar bezoek aan Sogdische steden als Samarkand en Boechara in NRC Handelsblad: "Hele steden liggen nog begraven onder het zand, vaak uitstekend bewaard gebleven dankzij het kurkdroge landklimaat." Handelsposten groeiden uit tot steden. Kunst bloeide op. Godsdiensten verspreidden zich. Tot in de vijftiende eeuw was de route het grootste handelsnetwerk ter wereld. Ze liep van China tot de Middellandse Zee, over een afstand van liefst 7.000 kilometer. Toen het Mongoolse rijk in de veertiende eeuw ten einde liep, nam ook de handel af. De neergang werd bespoedigd door innovaties in de scheepvaart, die leiden tot de vondst van de route om Kaap de Goede Hoop, waardoor een goedkopere en snellere verbinding mogelijk werd. Steden verdwenen onder het zand.

Is het toeval dat op 8 februari in de Volkskrant een artikel verscheen over ‘De nieuwe zijderoute’? Daarin citeert journalist Jan van der Putten de Chinese leider Xi Jinping, die zou hebben gesproken over de opening van nieuwe snelle handelsroutes tussen China en het Midden-Oosten, zowel over zee als over land. Ook internet rekende hij daartoe. Voor de Chinezen, aldus Van der Putten, is vooral Israël buitengewoon interessant als strategische partner. Istanbul, van waaruit op dit moment een hogesnelheidslijn naar het oosten in aanleg is, wordt overigens het voorlopige eindstation. Maar een doorgetrokken spoorlijn naar Europa is denkbaar. Dat zou China minder afhankelijk maken van de Euraziatische spoorlijn die nu via Rusland loopt en ook de zeeroutes, waar de USA domineert, minder kwetsbaar maken. Dat het de Chinezen ernst is, mag worden afgeleid uit de opening van een nieuwe spoorlijn door Kazachstan in 2012. Een nieuwe Zijderoute voor grootschalige transporten van Chinese goederen richting Europa? Nog even en heel Rotterdam verdwijnt onder het zand. Tenzij de Betuwelijn straks op de nieuwe Zijderoute kan aansluiten. Rotterdammers moeten maar in de Amsterdamse Hermitage gaan kijken. Om te ervaren hoe het is als China straks de wereld domineert.

Tagged with:
 

Magical world

On 19 februari 2014, in kunst, by Zef Hemel

Gezien in het Stedelijk Museum in Amsterdam op 15 februari 2014:

Marcel Wanders, door The New York Times ooit ‘de Lady Gaga van de designwereld’ genoemd, toont in het Stedelijk Museum zijn werk van de afgelopen vijfentwintig jaar. Iedereen kent Wanders van de ‘knotted chair’. In ‘Pinned Up’ bezochten we de witte en vooral zwarte zone met autonoom werk, waarbij we aan de hand van elk van de tien thema’s het werk van deze Amsterdamse kunstenaar leerden doorgronden. Het was er druk die middag; ook de kinderen vermaakten zich uitstekend. Het werk van Wanders is optimistisch, sociaal, het breekt radicaal met het Modernisme, het streeft naar duurzaamheid en weet kunst, architectuur en vormgeving goed met elkaar te combineren. Vooral het Mondrian South Beach hotel in Miami – werk uit 2008 – vond ik fascinerend. Zeker toen op het eind bleek dat het dure hotel er op dit moment ronduit slecht aan toe is. Bij een recent bezoek was de kunstenaar totaal geflipt en had een hele serie foto’s gemaakt van de rotzooi en de aangerichte schade. In de zwarte zone van de tentoonstelling in het Stedelijk heeft hij als een soort Luther zijn enorme woede op een groot paneel vastgenageld.

Wat een verschil met de grote liefde waarmee Wanders in 2009 over Amsterdam schreef. In ‘Amsterdam Creative Capital’ zingt hij een lofzang op de stad waar hij al jaren woont en werkt en die hem in zijn werk dagelijks inspireert. Ontroerend vond ik de wijze waarop hij daarin de drie architecten van De Amsterdamse School – De Klerk, Kramer en Van der Meij – eer bewijst. Wanders: “Literally everything, from every nook to windowpane, was decorated. This specific type of architecture also aimed to create a complete architectural experience: the building’s shape, the material used, the exterior, the interior, everything was taken into consideration and everything carried a strong social meaning.” Een totaal andere referentie is Duncan Stutterheim’s Sensation in Ajax Arena, maar voor Wanders komt het op hetzelfde neer. “Sensation is a party for everybody. For young and old. They all get to enjoy a magical world where everything is positive and cheerful.” Die typeringen van Amsterdamse fenomenen, ze zeggen ook veel over het werk van Wanders zelf.

Tagged with:
 

Happy

On 14 januari 2014, in film, kunst, muziek, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 4 december 2013:

Waar ik zo blij van word? Van 24hoursofhappy.com. We kunnen er met het gezin uren naar kijken. De muziekvideo op internet werkt zo ongelooflijk aanstekelijk op ons gemoed; de meisjes beginnen onmiddellijk te dansen zodra ze de eerste klanken horen, we beginnen te klappen en worden allemaal vrolijk. Bovenal is het een genot om er met z’n allen naar te kijken, op de iPad. Het gaat hier om ‘s werelds eerste 24-uursvideoclip. De tijd gaat in op het moment dat je hem opstart. Daarna is er geen houden meer aan. Je hoort het nummer ‘Happy’ van Pharell Williams, dat vier minuten duurt. Steeds verschijnt er een andere danser, hun manier van dansen varieert, de camera schiet naar boven, de volgende danser staat alweer gereed, de muziek begint opnieuw, de volgende vier minuten gaan in, alles is in één take opgenomen. In totaal dansen vierhonderd dansers op het aanstekelijke nummer. De video is het werk van twee Franse regisseurs, Clement Durou en Pierre Dupaquier, Samen vormen ze het collectief ‘We are from LA’. Waar ik vooral zo blij van word? Je ziet de straten van Los Angeles, dag en nacht, vierentwintig uur lang. De geweldige clip is een ode aan Los Angeles of, zoals Het Parool kopte, een ‘ode aan het leven in de grote stad’.

In de vierentwintig uur zie je alle trottoirs van het centrum van Los Angeles, de winkels, de bomen, de mensen, het verkeer, de tankstations, een bioscoop, een bowlinghal (met Pharell), een stadsbus, een nachtelijke supermarkt; in totaal wordt er twaalf mijl door de dansers afgelegd. Ik begreep zelfs dat het huis van de basketballer Magic Johnson wordt aangedaan. Het is buiten heerlijk warm, de afwisseling in het stadsbeeld is fantastisch. Ik zie niet alleen de dansers, maar vooral ook de stad. Afgelopen weekeinde keek ik opnieuw. Er hadden toen al meer dan zes miljoen mensen naar de video gekeken. Ach ja, wie houdt niet van LA? Wie wordt niet gelukkig in zo’n omgeving? Wie houdt niet van de grote stad? Mark Moorman in Het Parool: ”24hoursofhappy is een verbazingwekkende ervaring, een ode aan het leven, dag en nacht, in de grote stad.”

Tagged with:
 

Perfect World

On 25 december 2013, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De grote utopie. Russische Avantgarde 1915-1932’ (1992):

Onderweg naar het Stedelijk Museum hadden we het over het streven naar perfectie. Of een planoloog daar naar moet streven. Mijn gespreksgenoot vond van wel. Mijn stelling was: liever niet. Perfectie past niet bij een stad, die moet niet kloppend gemaakt worden. Een planner kan zelfs beter opzettelijk fouten maken dan een perfect stedelijk systeem nastreven. Enzovoort. Toen zagen we de werken van Kazimir Malevich. Vooral zijn Suprematistische schilderijen spraken tot onze verbeelding. Was zijn Zwart Vierkant (1915) werkelijk perfect? Mijn gast vond van wel, ik twijfelde. Eenmaal weer thuis las ik de catalogus van het Stedelijk Museum uit 1992, ‘De grote utopie’. In een van de eerste artikelen vergelijkt Vasily Rakitin de werken van Tatlin met die van Malevich. Over de laatste schrijft hij dat deze uitsluitend dacht in absolute termen – Malevich, schreef hij, was de profeet.

Rakitin vond dat Malevich met zijn verlangen in ‘zijn’ Suprematisme alle ‘ismen’ te verenigen de moderne kunst parodieerde. “This was due to his desire not just to do everything better but to get it absolutely right.” Dat is inderdaad de definitie van een perfectionist. “He (Malevich) was a natural systematist and wanted to turn everything into his own – in his opinion infallible perfect – world.” De perfectie van Malevich kon alleen bestaan in zijn eigen wereld, niet in die van anderen. Om alles helemaal goed te krijgen, vond hij, moest men telkens weer van voren af aan beginnen om te zien of het wel klopte. Kan het duidelijker? De schilder, aldus Rakitin, was een romanticus, een polemist, een zuivere individualist, zeker geen teamworker. “One had to be at the forefront and only follow him, Malevich, on the road towards a new harmony.” Godzijdank was hij geen stedenbouwer, want stel je voor. Maar wat een fantastische kunstenaar! Gaat dat zien!

Tagged with: