Echte krimp

On 27 augustus 2014, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Last Man in Russia’ (2013) van Oliver Bullough:

The Last Man In Russia by Oliver Bullough

Alcoholisme is de norm in Rusland, aldus de Britse historicus Bullough. Nergens ter wereld wordt zoveel alcohol ingenomen als in het Russische rijk van Vladimir Poetin. De gemiddelde levensverwachting van de Russische man ligt amper boven de zestig jaar. De afgelopen twee decennia is hij met nog eens vier jaar gedaald. De Russische bevolking krimpt sterk. Telde het grootste land ter wereld in 1991 nog 148 miljoen inwoners, in 2010 was haar aantal gedaald tot 142 miljoen. "The Russian nation is shriveling away from within." Drank is de hoofdoorzaak. Waarom drinken de Russen zoveel? Daarover gaat ‘The Last Man in Russia’. Het boek schetst een huiveringwekkend beeld van het naoorlogse Rusland. Mensen zijn er op grote schaal gaan drinken omdat de Russische staat de mensen al honderd jaar niet vertrouwt en er alles aan doet om de mensen ongelukkig te maken.

Een paar recente cijfers. Rond Moskou, in het oude machtscentrum van het Russische rijk dat ooit Napoleon en Hilter weerstond, is het beeld er een van armoede en ontbering. "Thousands of villages are empty. Thousands more are home to a handful of pensioners, and will be empty too within a couple of decades. Some towns have halved in population in twenty years." Voor Rusland als geheel is het beeld nog dramatischer. Van de 153.000 dorpen die het immense land telt, zijn nu 20.000 dorpen verlaten. Nog eens 35.000 dorpen tellen minder dan tien inwoners. De inwonertallen van de steden zijn nog veel sneller gedaald. Sinds 2000 verloren de Russische steden 3,7 miljoen inwoners, dat is meer dan 3 procent. Feitelijk is het moderne, ontwikkelde land dus bezig met een proces van ontstedelijken. Dat is uniek. Ook de bevolking van Frankrijk en Duitsland krimpt, maar die krimp is anders. In Rusland is de oorzaak gelegen in een vroege dood. Door drankmisbruik. Grote uitzondering is Moskou. Alleen Moskou groeit. Daar heeft zich tachtig procent van het Russische kapitaal geconcentreerd. De stad telt nu meer dan 10 miljoen inwoners, de talloze illegale immigranten niet meegerekend. Ze is daarmee veruit de grootste metropool van Oost-Europa. Zal ze verder groeien? Terwijl de rest van het land leegloopt? Hoe loopt dit af? Kan dit goed aflopen? Lezen dit boek!

Tagged with:
 

Verstoorde markt

On 11 maart 2014, in vastgoed, by Zef Hemel

Gelezen in PropertyNL van 21 januari 2014:

In de trein van Groningen naar Amsterdam de eerste PropertyNL van het nieuwe jaar gelezen. Leerzaam. Wat stond er zoal in? Buitenlandse beleggers raken weer geïnteresseerd in de Nederlandse vastgoedmarkt. Dat is goed nieuws. Vooral Amsterdam blijkt in trek, daarna volgt de rest van de Randstad. “De huren zijn goed, de vraag is goed, de bevolking van de Randstad groeit.” Overigens, ook binnen de Randstad zien de ontwikkelaars en beleggers groeiende verschillen: in en rond Amsterdam zijn er geen problemen, in de Zuidvleugel wel. De verrassende megadeal op de Zuidas – de uiterst succesvolle verkoop van Symphony aan een Duitse belegger – wordt in dat licht bezien: hoopgevend en typerend voor de nieuwe trend. Buiten de noordelijke helft van de Randstad is het echter een stuk minder. Men verwacht daar een enorme sloopopgave; vooral flats uit de jaren ‘60 en ‘70 zullen daar tegen de vlakte gaan. Alles draait om kwaliteit. De kantorenleegstand, althans buiten Amsterdam, groeit doordat buiten Amsterdam nog steeds teveel wordt bijgebouwd: 4 procent toename is ronduit slecht. In de retail portefeuilles treden grote verschuivingen op.

De opmars van het webwinkelen begint pijn te doen. Mensen winkelen minder vaak (een daling van liefst 15 procent), maar als ze gaan winkelen, dan willen ze alles. Winkels in historische binnensteden – althans van de grote steden – blijven overeind, de rest kampt met toenemende leegstand. Vooral de middelgrote winkelcentra zullen het zwaar krijgen. Ook hier staat Amsterdam in gunstige zin bovenaan. En dan zijn er de hotels en de studentenwoningen. Ook daar is sprake van groei, althans in Amsterdam waar zelfs een ‘stortvloed’ aan nieuwe hotelkamers wordt gemeld. Ik vat samen: “Amsterdam is verantwoordelijk voor 31% van het landelijk beleggingsvolume (1718 miljard euro!). Daarvan werd 35% (600 miljoen euro) aan de Zuidas gerealiseerd.” (…) “Marktpartijen verwachten dat internationale beleggers hun pijlen op Amsterdam zullen blijven richten. Amsterdam concurreert hierbij wel met Europese steden waar de gebruikersmarkt evenwichtiger is en de balans tussen opname en aanbod niet zo verstoord is als in Nederland.” Anders gezegd, in de rest van Nederland wordt veel te veel bijgebouwd. In Amsterdam juist te weinig.

Tagged with:
 

Detroit on the Clyde

On 5 februari 2014, in demografie, economie, by Zef Hemel

Gelezen in Deadline van 10 november 2013:

In september 2014 zal de bevolking van Schotland over eventuele onafhankelijkheid stemmen. Sommigen denken dat de Schotten beter af zullen zijn wanneer ze zich van Engeland afscheiden. Afgelopen weekeinde was ik in Glasgow, na Edinburgh de grootste stad van het land. Glasgow telt op dit moment officieel 596.000 inwoners. Sinds 1980 is het inwonertal met 16 procent gedaald, al lijkt de stad de laatste twee jaar weer iets te groeien. Ooit telde de Schotse industriestad bijna 700.000 inwoners. Toen bloeide de industriële bedrijvigheid volop langs de rivier de Clyde. De laatste decennia probeert Glasgow zichzelf opnieuw uit te vinden. Zo was de stad in 1990 Culturele Hoofdstad van Europa en in 1999 Britse stad van architectuur en design. Zaha Hadid bouwde een nieuw museum. Maar is het wel voldoende? Afgelopen november 2013 organiseerde de Universiteit van Edinburgh een congres over krimpende steden. Wachten Glasgow en Dundee hetzelfde lot als Detroit? Lokale politici ontkenden dit natuurlijk ten stelligste, maar de week voor het congres werd bekend dat scheepswerf BAE in Glasgow nog eens 1.750 banen zal schrappen. Kan de stad de krimp nog afwenden?

In Glasgow bezochten we de geniale werken van architect Charles Rennie Mackintosh (1868-1928): The Mackintosh House, Kelvingrove Art Gallery, the Willow Tea Rooms, the Lighthouse. Absoluut hoogtepunt was het bezoek aan zijn Glasgow School of Arts (1909), waar we een rondleiding kregen die dramatisch eindigde in de schitterende bibliotheek. De school was tevens Mackintosh’s laatste werk, stammend uit 1909. Op dat moment strekte zijn roem zich uit tot Wenen en Turijn. Daarna echter vertrok de Schotse architect naar Londen. Waarom, na zoveel succes? De economie kromp, vooral na 1913 was het in Schotland crisis. Glasgow bood geen werk meer aan de architect van naam en faam. Zijn werk was ook te gewaagd voor lokale opdrachtgevers. Het bureau waar hij werkte sloot in 1913 zijn deuren. Met zijn eigen bureau dat hij daarna oprichtte was hij niet in staat nog opdrachten te verwerven. In 1915 verdween hij samen met zijn vrouw stilletjes naar Londen. Om nooit meer terug te keren. Mackintosh was toen 46 jaar. Groei en krimp in Glasgow, ze zijn van alle tijden.

Tagged with:
 

Ondernemen in krimp

On 4 december 2012, in demografie, economie, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 1 december 2012:

Terwijl afgelopen vrijdag Amsterdam zijn 800.000ste inwoner verwelkomde, waren winkelstraatmanager Nel de Jager en ik op werkbezoek in het krimpende Delfzijl. Nel is winkelstraatmanager in de Amsterdamse Haarlemmerstraat. Op dit moment is dat een van de beste winkelstraten van Nederland. Terwijl Amsterdam groeit en stevig zal blijven doorgroeien, zullen er de komende jaren nog honderden woningen in Delfzijl moeten worden gesloopt. Nel en ik keken, samen met de ondernemers van het winkelcentrum van Delfzijl, naar goed ondernemerschap in een omgeving die demografisch krimpt. Het centrumplan van de gemeente koerst op een kleiner centrum rond het historische hart. Daarvoor moeten panden worden gesloopt, historische winkels gerestaureerd, een flat afgebroken en supermarkten verplaatst. Maar zo’n strategie, die grote publieke investeringen vergt, kan alleen slagen als de winkeliers ook buitengewoon presteren. Maar hoe doen ze dat?

Nel vroeg aan de winkeliers of zij wel eens aan hun klanten vroegen wat ze van hun winkel vonden. Nee, moesten ze bekennen, dat deden ze eigenlijk nooit. Het kwam Nel maar al te bekend voor. De meeste ondernemers ondernemen niet, zei de winkelstraatmanager; ze bieden gewoon hun spulletjes aan en denken dat de mensen die vervolgens wel zullen kopen. Ondernemers werken ook niet met elkaar samen, spreken elkaar niet aan op falend ondernemerschap. En filiaalhouders van ketens hebben geen enkele binding met hun omgeving, want om de twee jaar wisselen ze toch van filiaal. Ketens zijn dan ook zelden lid van de plaatselijke winkeliersvereniging. Besturen van zulke verenigingen hebben het vaak zwaar te verduren. Aan al deze zwaktes zullen de winkeliers van Delfzijl zelf hard moeten werken, willen ze de krimp goed kunnen doorstaan. Het herstructureren van het winkelcentrum met veel gemeenschapsgeld is daarvoor niet voldoende. Nel sprak van de noodzaak van ‘community building’ en van innovatief ondernemerschap. Luisteren naar een klantenpanel zou al veel helpen. Wordt vervolgd.

Tagged with:
 

Verplichte lectuur

On 27 oktober 2012, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Reizen zonder John’ (2012) van Geert Mak:

In zijn nieuwste boek reist Geert Mak de Amerikaanse schrijver John Steinbeck achterna op zijn tocht dwars door de VS, nu vijftig jaar geleden. Ik heb het boek gelezen. De route die Mak in 2011 aflegde is precies die waarover Steinbeck in 1960 publiceerde in zijn reisverhalen gebundeld in ‘Travels with Charley’. Charley, dat was Steinbeck’s hond. ‘Travels with Charley’ was het boek dat destijds de temperatuur opnam van het naoorlogse Amerika en dat Steinbeck’s zwanenzang zou worden. De nu even oude Mak schrijft er vijftig jaar later een nog veel dikker boek over. Te dik, als je het mij vraagt. Om kort te gaan, Steinbeck was al oud, voelde zich depressief, slikte amfetamine en vluchtte min of meer voor zijn vrouw, zijn gestrande huwelijk en zijn twee verloren zonen. Wat voor indruk van Amerika kun je dan als schrijver geven?

Opvallend is dat Steinbeck de grote steden systematisch meed. Volgens Mak verlangde hij terug naar het oude Amerika, het Jeffesonse ideaal van het stoere, eerlijke Amerikaanse platteland. Dat ideaal vond hij overigens niet meer. Over de USA was Steinbeck dan ook ronduit pessimistisch. Mak begrijpt dat achteraf wel. Maar nu, vijftig jaar later, blijkt het nog veel erger te zijn: het Amerikaanse platteland, net als het Russische, het Duitse en het Chinese, loopt leeg, raakt in verval, de mensen trekken naar de grote steden. Mak, die het verval nauwgezet beschrijft, bezoekt slechts een paar grote steden: Detroit, Chicago en New Orleans. Alleen de laatste beschreef ook Steinbeck. Mak zet hiermee de toon, want Detroit kwijnt op dit moment weg en New Orleans is de ramp van orkaan Kathrina nog lang niet te boven. Chicago is bovendien nog even woest als destijds. Daarmee levert Mak een even vertekend beeld van de USA als Steinbeck in 1960. Anders gezegd, wie ‘Reizen zonder John’ leest moet ook ‘Triumph of the City’ van Ed Glaeser lezen. Anders zou je misschien gaan denken dat de Verenigde Staten inboeten aan vitaliteit.

Tagged with:
 

Smalltown USA

On 5 april 2012, in demografie, film, stedelijkheid, by Zef Hemel

Gezien in Tuschinski Amsterdam op 1 april 2012:

Naast andere thema’s spelen ook bevolkingskrimp en stad en land een belangrijke rol in de nieuwste Muppetfilm. Hoofdpersoon Walter trekt met zijn oudere broer en diens vriendin van Smalltown naar Los Angeles. De Geyhoundbus wordt door het hele dorp vrolijk uitgezwaaid. Tot overmaat van ramp zakken alle inwoners letterlijk door hun knieën nadat de bus is vertrokken. Prompt daalt het inwonertal van Smalltown tot nog geen 99 zielen. Smalltown krimpt. Los Angeles komt nu in beeld. LA is de grote stad met de filmstudio’s, waaronder die van de Muppets, de stad waar alles mogelijk is, maar waar het oude studioterrein niettemin op instorten staat. De tijd van de Muppets lijkt voorgoed voorbij. Een rijke kapitalist, Chris Cooper, is zelfs van plan het voormalige studioterrein op te kopen, zogenaamd om er een Muppetmuseum te bouwen, maar in werkelijkheid blijkt hij alles te willen slopen om er naar olie te boren. Kermit woont teruggetrokken in een villa in Bel Air; zijn hippievrienden zijn afgezwaaid, de meesten aan lager wal geraakt, alleen Miss Piggy maakt furore in Parijs. Wauw, Parijs!!

Walter blijkt een joch uit de provincie, keurig netjes, middenklasse. In het grote Los Angeles ontmoet hij al zijn helden die hij bewondert, maar waar hij niet kan aan tippen. Hij voelt zich erg gewoon. Tenmidden van zijn onaangepaste helden gaat hij op zoek naar zijn verborgen talent. Want daar gaat de stad immers over: talent benutten, carrière maken, jezelf zijn. Tussen al die extraverte stadse types valt dat lang niet mee. Het hilarische slot van de film wordt ingeluid wanneer Walter de laatste twee minuten van de Muppet Show moet vullen; iets wat hij eerst niet denkt te kunnen, maar wat hij ten slotte toch doet door virtuoos op zijn mond te fluiten. Met getuite lippen weet hij het verwende publiek van Los Angeles voor zich te winnen. Onnavolgbaar, hilarisch, amusant. Na zijn act wordt hij tot zijn stomme verbazing opgenomen in de grootstedelijke meute van de Muppets. Hij is nu voldoende vreemd en onaangepast om mee te mogen doen. Heerlijk slot, troostrijk inzicht, onverwachte wending. Los Angeles heeft weer een ziel gewonnen, en Smalltown een ziel verloren. Heerlijke illustratie van het ‘voorstadgevoel’.

Tagged with:
 

Rochester als creatieve woestijn

On 28 maart 2012, in demografie, economie, by Zef Hemel

Gehoord op 22 maart in De Wijde Blik in Amsterdam:

Fotograaf Theo Baart bezocht onlangs Rochester, New York, en fotografeerde daar de oudste ‘boomtown’ van de Verenigde Staten, de stad waar ooit de machtige firma Eastman Kodak  gevestigd was. Afgelopen week toonde hij iets van zijn werk aan een select gezelschap van liefhebbers. Na afloop sprak Jaap Modder over het thema ‘bevolkingskrimp in Nederland’. Rochester krimpt namelijk als gevolg van ernstige deïndustrialisatie; het bevolkingsaantal van de industriestad aan het Ontario Meer is daardoor teruggelopen van 330.000 in 1950 naar 210.000 in 2010. Ook Eastman Kodak ging failliet. Baart fotografeerde de bakermat van het ooit illustere fotografiebedrijf. Hij vertelde dat bij het ene bedrijf ooit 80.000 mensen in dienst waren; samen met de toeleverende industrie werkte op een gegeven moment zelfs driekwart van de bevolking van Rochester in de fotografische industrie. Het geld stroomde binnen en Rochester was een schatrijke stad. De bloei van Rochester vond zijn oorzaak in de aanwezigheid van veel vers water (nodig voor filmproductie), de monding van het Erie kanaal, en energie uit waterkracht. In de negentiende eeuw waren dat ideale omstandigheden voor bedrijvigheid. Rochester was een veelbelovende, creatieve stad. Nu niet meer. Jane Jacobs beschrijft de opkomst en ondergang van deze ‘company town’ op nuchtere wijze in ‘The Economy of Cities (1969). Door toedoen van Eastman, die alle lokale concurrentie aanvocht en met rechtzaken bestreed, vormde zich in Rochester een monopolist die voor zichzelf een creatieve woestijn creëerde. Alleen Xerox kon zich aan de dodelijke greep van Eastman onttrekken. Uiteindelijk ging Eastman er zelf aan ten onder, maar dat was lang na publicatie van Jacobs’ boek.

Volgens Baart verliest weliswaar Rochester zijn bevolking, maar groeien de steden en stadjes in het ommeland nog wel. Ergens las ik dat de omgeving van Rochester inderdaad aangenaam is en dat de kwaliteit van leven er relatief hoog is. Modder meende dat het in Nederland precies andersom is: steden als Nijmegen en Groningen groeien nog altijd, maar de omliggende steden en stadjes stabiliseren. Terwijl Heerlen stabiliseert, groeit het naburige Aken. Krimp? Volgens Modder kennen wij dat in Nederland eigenlijk niet. Mooi vond ik de notie van Baart dat krimp beantwoord zou moeten worden met een strategie die terugkeer in de geschiedenis behelst. Waarom brak Rochester uitgerekend zijn shopping mall af, om er weer iets nieuws voor in de plaats te bouwen? Waarom niet de oude shopping mall, nota bene ontworpen door Victor Gruen en de eerste overdekte shopping mall van Amerika, regenereren? Eigenlijk is het heel simpel: als je krimpt moet je teruggaan in je geschiedenis, naar je historische kern. Maar voor Nederland geldt dit dus niet. Volgens Jaap Modder is bij ons immers geen sprake van krimp.

Tagged with:
 

Proefwonen

On 12 september 2011, in demografie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen op Grotevier.nl op 11 september 2011:

Afgelopen augustus werd het Nederlandse komkommernieuws heel even beheerst door het Haagse feestje van de verwelkoming van de 500.000-ste inwoner. Den Haag gaf aan heel graag te willen groeien. Sinds kort organiseert de gemeente zelfs ‘proefwonen’. Belangstellenden mogen dan een weekje in Den Haag komen wonen op kosten van de gemeente: om te ervaren hoe leefbaar en aangenaam Den Haag wel niet is; de wethouder ontvangt ze zelfs met een ontbijt. Even kreeg ik de indruk dat het hier gaat om een wedloop tussen gemeenten, waarbij Den Haag een sprintje trekt. Een grafiek die de demograaf van de Dienst Ruimtelijke Ordening van Amsterdam me na zijn vakantie aanreikte, sterkte me in dat vermoeden.

Drie van de vier grote steden groeien de laatste tien jaar relatief sneller dan de rest van Nederland; alleen Rotterdam daalde gestaag in inwonertal, zij het dat de havenstad de laatste drie jaar toch weer een positief saldo laat zien. (let op, Rotterdam dankt zijn recente groei aan een fusie met de buurgemeente Rozenburg). Van de vier grote steden groeit Amsterdam in absolute zin het snelst, sinds 2010 ook relatief. Grote concurrent was steeds Utrecht, maar de hoofdstad loopt nu ook snel uit op de ‘draaischijf van Nederland’. Het is een opmerkelijk gegeven, dat inderdaad het gevoel oproept van een race om zieltjes. Ben benieuwd wanneer Amsterdamse en Utrechtse raadsleden gaan voorstellen om ook bij hen in de gemeente ‘proefwonen’ te introduceren. Nee sterker, alle gemeenten en provincies in Nederland zullen waarschijnlijk binnenkort overgaan op ‘proefwonen’, want zo is Nederland. Het resultaat zal zijn dat alle Nederlanders binnenkort gratis wonen, met een gratis ontbijt, in een andere gemeente – proefwonen als een grote happening. Zijn de problemen van de woningmarkt en de krimp in één keer opgelost. Den Haag, zet hem op!

Tagged with:
 

Het nieuwe Dresden

On 24 augustus 2011, in economie, by Zef Hemel

Gezien op 16 augustus 2011 in Dresden:

Terwijl het platteland van Oost-Duitsland ontvolkt raakt, groeien sommige Duitse steden, althans de grotere. Die steden zuigen het platteland als het ware leeg. Neem Dresden. De Saxische grensstad telt op dit moment 460.000 inwoners, groeit voorzichtig en is nu dus even groot als Den Haag. Bij het bombardement van februari 1945 kwamen 30.000 Dresdenaren om. Daarna begon de leegloop. Nu, twintig jaar na de ‘Wende’, is de stad nog steeds niet op zijn oude niveau. Ook staan er veel panden leeg, vooral in de periferie. Zelfs de grote woonhuizen op de hellingen van het Elbedal, in Loschwitz, staan er sjofel en dikwijls verlaten bij. Echter, bij zoveel schoonheid en kwaliteit zal het met Dresden wel goed komen, denk je dan. Ook de overstroming van de Elbe in 2002 – opnieuw een forse tegenslag  voor de stad – heeft daaraan geen afbreuk gedaan. Het Albertinum is daarna mooier opgeknapt dan ooit; de werken van Caspar David Friedrich stralen je tegemoet en binnenkort prijken de beeldhouwwerken weer in het Zwinger, wanneer daar de restauratie is afgerond. Wat een investeringen in cultuur! De Bondsrepubliek maakt van Dresden niet minder dan een paradepaardje van de hereniging en weet daarbij de juiste snaar te raken: cultuur, cultuur en nog eens cultuur. En in haar kielzog toerisme natuurlijk.

Terwijl er van binnenuit dus massief wordt geïnvesteerd in cultuurhistorie, zoekt de verarmde stad voorzichtig naar contact met zijn omgeving. Nieuwe fietspaden langs de Elbe richting Meissen brengen fietstoeristen in de zomer van Hamburg via Dresden naar Praag. Tegenlijkertijd worden kunst en landschap in verband gebracht met elektronica en high tech industry. Men gokt op het oude industriële verleden van de streek en hoopt deze nieuw leven in te blazen (in Dresden werden de eerste sigaretten, de eerste tubes tandpasta, de erste thee- en koffiefilterzakjes en de eerste latex condooms geproduceerd). Zal het helpen? In ‘’Duitsland achter de schermen’ (2002) schreef Michèle de Waard: “Oost-Duitsland telt de helft minder jonge mensen dan vóór de eenwording. Vooral de best and the brightest trekken naar West-Duitsland of het buitenland om een baan te zoeken.” Verlieten kort na de ‘Wende’ ruim 800.000 Oost-Duitsers het land, sinds de eenwording in 1991 zijn nog eens een miljoen Ossies vertrokken. Inmiddels zijn we tien jaar verder. Het beeld lijkt, althans voor Dresden, iets gunstiger geworden. Sinds 2001 assembleert Volkswagen er zijn Phaeton. Er bleken 120.000 gegadigden voor de 5000 vacatures. Echter, afgelopen februari, tijdens de 65e herdenking van de geallieerde bombardementen in 1945, vonden in Dresden grootschalige rellen plaats tussen neo-Nazi’s en linksradicalen. Meer dan tachtig politie-agenten raakten daarbij gewond. Dresden leek opnieuw een oord waar je, buiten de historische binnenstad gerekend, beter niet kan komen.

Tagged with:
 

One of those eastern towns

On 23 augustus 2011, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Germania’ (2010) van Simon Winder:

Boeiende reis door voormalig Oost-Duitsland gemaakt. Bezochte steden: Maagdenburg, Dessau, Dresden, Hoyerswerda, Cottbus, Berlijn. Twintig jaar na de ‘Wende’ blijkt de infrastructuur behoorlijk opgeknapt, ook  de woningen zijn vaak opnieuw gepleisterd en ogen redelijk welvarend, maar het land is leeggelopen, ondanks mega-investeringen in de openbare ruimte en het historische erfgoed. In Haldesleben bijvoorbeeld, even ten westen van Maagdenburg, ligt het oude centrum er spik-en-span bij, maar op straat zie je geen sterveling lopen. Winkels zijn er nauwelijks. Buiten elk dorp tref je een moderne loods aan met een filiaal van een supermarktketen. Dat is alles. De jeugd is vertrokken, je ziet er alleen nog oudere mensen. Veel dichtgespijkerde woningen ook. Het land oogt leeg. Ziedaar de effecten van de vergrijzing en de krimp. De jeugd is, ondanks alles, naar de grote steden getrokken. Je treft ze vooral aan in Berlijn. Zelden zag ik het zo scherp terug in het straatbeeld. Vind je het vreemd?

Tijdens de reis las ik ‘Germania’ van de Britse schrijver Simon Winder. Winder beschrijft erin de bewogen geschiedenis van Duitsland aan de hand van steden, musea, monumenten, plekken. Bij tijd en wijle is het boek hilarisch, geestig, dolkomisch, soms echter ronduit droevig en hopeloos stemmend, vooral op het eind. Winder stopt bij de Tweede Wereldoorlog. Het naoorlogse Duitsland krijgen we van hem niet te zien. Of toch. In het slothoofdstuk probeert hij er een eind aan te breien. Hij zoekt daarvoor naar een geschikte plek. Aanvankelijk overweegt hij Halberstadt, in Oost-Duitsland. Het viel in handen van de Russen nadat de Amerikanen het hadden platgegooid. “It now feels like another of those eastern towns, like Halle, Köthen or Brandenburg, which will simply never recover. The inhabitants have gone through too much and too many just want to leave. Immense work has gone into rebuilding parts of the old city, but there is not enough money or energy left.” Winder maakt een vergelijking met de uitvoering van een orgelconcert in een van de kerken van Halberstadt. Men speelt er al jaren een stuk van John Cage: ‘As Slow As Possible’. De uitvoering ervan zal eindigen op 5 september 2640. “It does seem to act as a rather cruel theme-tune for modern Halberstadt.”

Tagged with: