Klaar voor moraal

On 13 mei 2014, in filosofie, innovatie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 1 februari 2014:

Vreemd dat iedereen zo competitief is ingesteld. Nu is er zelfs een Mayor’s Challenge. Wie het beste idee voor zijn of haar stad heeft, kan een paar miljoen dollar winnen. Amsterdam is genomineerd en New York is de jury. Matthijs van Veelen, hoogleraar evolutie en gedrag aan de Universiteit van Amsterdam, doet onderzoek naar de evolutie van altruïsme, eerlijkheid en moraliteit. Op 8 januari 2014 sprak hij in Amsterdam de Diesrede, getiteld ‘Goed en kwaad. Over de evolutie van moraliteit, samenwerking en sjoemelen’. Leven, aldus Van Veelen, is per definitie competitief, “en het idee van de evolutie is dat die competitie het leven ook heel creatief maakt.” Doorgaans kopiëren we onszelf, maar als iemand net even handiger is of sneller dan wij, dan wint ie. Om de competitie op achterstand te zetten werken we met elkaar samen. Selectie vindt daardoor plaats op een hoger organisatieniveau. De kolonie – de stad – is nu het niveau van selectie. “Als er zoveel voordelen zitten aan samenwerking, ben je geneigd je af te vragen waarom niet alles en iedereen in de natuur niks anders doet dan continu samenwerken.” Antwoord: sommige mensen drukken hun snor. Maar ook daarvoor bestaan oplossingen: sociaal gedrag tussen verwanten, moraliteit, wederkerig altruïsme en sjoemelen. Eerlijkheid helpt ons weer om dat sjoemelen tegen te gaan. In de tijd hebben wij mensen steeds meer morele dingen geleerd. Omdat we er zoveel bij te winnen hebben. Wij hebben, kortom, talent voor moraal.

In een interview in Het Parool van 1 februari leek Van Veelen nog stelliger. Het succes van de mens, stelde hij daar, is vooral terug te voeren op samenwerking. Arbeidsdeling en specialisatie hangen er nauw mee samen. Zonder het vermogen tot samenwerking was specialisatie nooit mogelijk geweest. En wat eerlijk en oneerlijk is wordt al vroeg door kinderen begrepen. Onze moraal is gebaseerd op het kunnen afwegen van belangen. En voor ongelijkheid hebben we ‘een zekere tolerantie’ ontwikkeld. Toen ik het las, moest ik denken aan ‘The Rationel Optimist’ (2010) van Matt Ridley. Die schreef op onweerstaanbare wijze over specialisatie en samenwerking. Resultaat: meer dan tien miljard verschillende producten te koop in wereldsteden als Londen of New York. Zelfvoorziening, aldus Ridley, is armoede, wereldwijde samenwerking in netwerken levert ons grote rijkdom op. Ridley: “De bottom-up wereld zal het grote thema van deze eeuw zijn.”

Tagged with:
 

Over het hoofd gezien

On 31 maart 2014, in boeken, innovatie, theorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Great Degeneration’ (2014) van Niall Ferguson:

De Britse historicus Ferguson, echtgenoot van Ayaan Hirshi Ali, scheef een pamfletachtig boek, getiteld ‘The Great Degeneration’. Als ondertitel koos hij: ‘How Institutions Decay and Economies Die’. Het boek blijkt gebaseerd op een BBC-serie lezingen, op de radio uitgezonden in 2012, dus in het midden van de financiële crisis. Boodschap: het Westen gaat ten onder. Gebrek aan financieel toezicht op de banken is zeker niet het enige. Er is meer.  Werkelijke oorzaak:  degenererende instituties. Als uitgangspunt nam Ferguson Mandeville’s ‘Fable of the Bees’ (1714), een allegorie op hoe goede instituties werken. Die bevorderen, aldus Mandeville, spaarzin, investeringen en innovatiekracht. In het Westen is daarvan geen sprake meer. Daar heerst een ’stationary State’ die de rijken corrupt, rijk en lui maakt en de armen arm houdt. Dat is de werkelijke reden waarom het zo slecht met ons gaat. Waarom, schrijft Ferguson, kost het anders 65 dagen om een vergunning te krijgen voor het verkopen van limonade op straat ergens in Manhattan? Telkens wordt het Westen tegenover Azië geplaatst. Wat Groot-Brittannië in de achttiende eeuw was, dat is China nu: een dynamische natie-staat met goed werkende instituties. Europa en Amerika lopen ver achter.

Door de benadrukking van de institutionele kant en de rol daarin van de staat ziet Ferguson de steden over het hoofd. Pas helemaal op het eind van zijn boek wijst hij op de exponentiële groei van de wereldwijde urbanisatie, die hij beschouwt als een van de ‘known knowns’. Vervolgens noemt hij de bevindingen van Geoffrey West en anderen, namelijk dat grote steden enorme schaalvoordelen bezitten, maar ook dan wijst hij erop dat dit alleen geldt als de instituties naar behoren functioneren: "The argument of this book implies that the net benefits of urbanization are conditioned by the institutional framework within which cities operate." Daarmee doet hij de steden tekort. West heeft er namelijk op gewezen dat grote steden niet alleen schaalvoordelen bezitten, maar ook innovatiever zijn. Die innovatiekrachtuit zich ook op het institutionele vlak. Megasteden zullen hun eigen instituties urban regimes ontwikkelen, ook in het Westen. Maar Ferguson richt zijn pijlen liever op de vertrouwde natie-staat, die hij in het Westen alleen maar ziet degenereren.

Tagged with:
 

Cafeineparadijs

On 13 januari 2014, in economie, innovatie, voedsel, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 8 november 2013:

Opvallend hoe in NRC Handelsblad de laatste tijd buitenlandse correspondenten vaak boeiende columns over steden schrijven. Ook de krant lijkt nu te erkennen dat steden belangrijk worden. Zoals laatst Diederik van Hoogstraten over Seattle. De column ging over het grote aantal Starbucks-vestigingen in de stad aan de ruige Amerikaanse Noordwestkust. Meer dan vierhonderd had hij geteld op een bevolking van ’slechts’ 640.000. Maar dat is nog niet alles. Op elke straathoek zit bovendien een onafhankelijk koffiehuis. Bij Capitol Hill telt hij op elke straathoek zelfs vele. How come? Waardoor is buitenshuis koffiedrinken zo mateloos populair in deze middelgrote Amerikaanse stad? Heeft het te maken dat Starbucks in 1971 met haar eerste vestiging aan Pike Place begon en dat het hoofdkantoor nog altijd in Seattle is gevestigd? Maar waarom is Starbucks haar opmars ooit in Seattle begonnen?

Deels, aldus Van Hoogstraten, moet het te maken hebben met de slechts kwaliteit van de Amerikaanse koffie. Goede koffie was in dit land een geweldig gat in de markt, zeker in combinatie met gratis internet. Maar die verklaring is te algemeen. Het kan ook te maken hebben met de aanwezigheid in het centrum van Seattle van ‘getatoeëerde neo-hippies met laptops’, veelal afkomstig uit het eveneens in het centrum gevestigde hoofdkantoor van Amazon. Echter, in 1971 was er nog geen sprake van neo-hippies en ook niet van een Amazon. Van Hoogstraten kan het fenomeen maar met één verschijnsel in verband brengen: de vele regen. Het miezert of giet er 150 dagen per jaar en bewolking vult de hemel 294 dagen per jaar. ´Is het cafeïneparadijs ontstaan als reactie op de grijsheid? Overdadig koffie drinken als middel tegen de begrijpelijke impuls om de deken nog maar eens over je hoofd te trekken? Zeker, daar begon het vast en zeker mee. Maar verder was er de stad als innovatiemilieu. Van Hoogstraten gaat daaraan voorbij. Je zou het ook bijna over het hoofd zien. Maar de combinatie van koffie en internet is zeker een stedelijke vinding, die vervolgens de vraag oproept of Amazon uit de Starbuckscultuur is voortgekomen, of dat de combinatie te danken is aan de aanwezigheid van Amazon in het centrum van Seattle.

Tagged with:
 

Man en machine

On 22 november 2013, in technologie, by Zef Hemel

Gehoord in Carré op 21 november 2013

Peter Diamandis, oprichter van de Singularity University in Silicon Valley, sprak afgelopen week in Carré in Amsterdam ten overstaan van honderden CEO’s van Nederlandse bedrijven. Voordat hij aan het woord kwam, spraken nog vijf andere mannen: Rens de Jong, Pieter Hilhorst, Wassili Bertoen, Yuri van Geest en David Roberts. Ook de zaal was met overwegend goed geklede mannen gevuld. Het onderwerp: ‘disruptive technology’ oftewel ‘man en machine’. Boodschap: we worden door de machines verslagen. Was de gemiddelde levensduur van een bedrijf begin twintigste eeuw nog 67 jaar, tegenwoordig is dat nog maar 15 jaar, en het zal nog korter worden. Boosdoener: de nieuwste technologie. Veertig procent van de bedrijven zal de komende tien jaar niet overleven. De zaal huiverde. Gelukkig hadden ze er op de Singularity University iets op gevonden. Daar kunnen jonge mannen met de nieuwste machines spelen – robots, drones, camera’s, glasses -, om zo weer gevoel te krijgen voor wat hen in de nabije toekomst te wachten staat.

De vraag uit de zaal kon natuurlijk niet uitblijven: als moderne technologie elke organisatie overhoop blaast, bestaat er over tien jaar dan nog wel een overheid? Diamandis aarzelde met het geven van een antwoord. Zijn repliek, zei hij, was in dit geval slechts een mening. Dit was wat hij ervan vond: overheden lopen hopeloos achter als het gaat om opname van en aanpassing aan nieuwe technologie. De overheid zal het dus nog moeilijker gaan krijgen dan nu, maar of hij helemaal verdwijnt wist Diamandis niet. Ook het begrip vrijheid werd die middag in Carré geproblematiseerd. Als technologie ons bevrijdt, wat zouden we dan nog moeten doen? Zo’n vraag stellen kunnen alleen mannen. Niet alleen de overheid krijgt het moeilijk, maar vooral de mannen, al was het maar met de vraag wat mannen aan moeten met hun vrije tijd. Het was alsof mannen nog steeds niet doorhebben dat ze niet zozeer door technologie overbodig worden gemaakt, als wel door …. vrouwen. Ik weet het zeker, als Carré die middag overwegend met vrouwen was gevuld, was over het onderwerp heel anders gesproken. Vrouwen zijn nu eenmaal beter geëquipeerd voor de moderne diensteneconomie die door de moderne biologische technologie mogelijk wordt gemaakt.

Tagged with:
 

Smart City

On 14 oktober 2013, in innovatie, stedelijkheid, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De stad als interface’ (2013) van Martijn de Waal:

Ergens halverwege zijn boek beschrijft filosoof De Waal het uitzicht vanuit een ‘executive apartment’ op de 62e verdieping van het First World Towers-complex in New Songdo, de gloednieuwe stad die daar uit het niets wordt opgetrokken, op een opgespoten zandbank in de Gele Zee vlak voor de kust van Zuid-Korea. Er is helemaal niets te zien. Een stormfront uit Japan drijft een dikke laag wolken voorbij die het zicht op de nieuwe stad benemen. Projectontwikkelaar Gale International probeert daarom met een flitsende powerpoint-presentatie dit visuele gemis te compenseren. Songdo wil de eerste ‘smart city’ zijn en is daarmee icoon geworden van een nieuwe wedloop tussen steden. De Waal is gast, net als al die andere delegaties van steden uit de rest van de wereld. De laatste technologieën zullen hier straks nauw verweven zijn met het alledaagse leven, merkt De Waal in ‘De stad als interface’ op. “Is dit de stad van de toekomst? En zo ja, willen we in zo’n stad leven?” Ook al doet hij voorkomen neutraal te zijn, hij ziet zijn republikeinse ideaal hier ondermijnd worden. Hij vreest dat burgers niet meer zelf actief zullen kunnen handelen en dat commerciële partijen van Songdo een gesloten stad zullen maken waar burgers in de eerste plaats consumenten zijn die tegen betaling diensten moeten afnemen.

Toen bijna tien jaar geleden een Zuid-Koreaanse delegatie Amsterdam bezocht met het doel om voor het ontwerp van Songdo lessen te leren, viel me de gretigheid en grondigheid op waarmee de Koreanen in het vervullen van die opdracht te werk gingen. Ze hadden nauwgezet studie gemaakt van de Amsterdamse stadsontwikkeling – vooral van IJburg – en bestookten ons met hele lijsten trefzekere vragen. Nu, tien jaar later, is Songdo opgespoten en al bijna helemaal voltooid. Daarmee hebben de Koreanen voor zichzelf een fantastisch grootstedelijk experiment gecreëerd dat zich nog het beste te vergelijken laat met onze Zuiderzeewerken en Deltawerken. Wat je er ook van vindt als filosoof of burger, ze hebben het gedaan. In ons land echter worden grote steden nog steeds met grote argwaan beschouwd en vinden er nauwelijks experimenten plaats met gedurfde vormen van stadsontwikkeling. Ook De Waal voedt weer die allergie tegen de grote stad. Door zich af te zetten tegen New Songdo en ook de stedelijkheid van het negentiende eeuwse Parijs en Wenen van de hand te wijzen, daartegenover een ‘netwerkstedelijkheid’ als richtsnoer voor Nederland te nemen, voegt hij zich bij de meerderheid die de suburbane bric-à-brac van de Hollandse polder al mooi genoeg vinden.

Tagged with:
 

Bloedstollend

On 7 oktober 2013, in innovatie, by Zef Hemel

Gehoord in Amsterdam op 4 oktober 2013:

Ze heet Zuzanna Skalska. Ze heeft haar eigen blog. Ze sprak afgelopen vrijdag in de ‘Open bak’ van de #nieuwewibaut, de nieuwe leergang van de gemeente Amsterdam. De Poolse Skalska is trendwatcher, verbonden aan Vanberlo, in Eindhoven. Open bak betekent dat de deelnemers aan De Nieuwe Wibaut haar zelf hadden benaderd en de anderhalf uur durende lezing ook zelf hadden georganiseerd. Skalska sprak die vrijdagmiddag voor een tachtig koppig publiek van veranderingsgezinde gemeenteambtenaren over de vijf belangrijkste trends tot 2030. Welke dat waren? Het ging om 1. silver generation, 2. new consumers, 3. glocal society, 4. urban farming en 5. information society. Haar verhaal was in één woord bloedstollend. Intelligente interactie is volgens haar de nieuwe trend. Mensen verwachten dat alle nieuwe formats interactief zijn en accepteren niet langer dat communicatie eenzijdig op de zendstand staat. Maar belangrijker nog was haar boodschap dat plan A niet meer werkt. We moeten naar plan B. Nieuwe tijden vragen om ‘een nieuwe engel’. We knoopten het in onze oren.

Skalska verwacht een tsunami van ouderen die allemaal kerngezond zullen zijn; haar hoop heeft ze gevestigd op ‘senior design platforms’ die ons de weg naar de toekomst zullen wijzen. Daarnaast rekent ze met dominantie van vrouwen in de samenleving, die, anders dan mannen, relaties weten op te bouwen met producten en diensten. Kortom, ook vrouwen komen aan de macht en gaan hun eigen producten ontwerpen! Nog zoiets: mensen gaan steeds meer samenwerken in teams; alles gebeurt steeds meer bottom up, vanuit de mensen. Samenwerken rond grondstoffen sluit op die trend goed aan. Weg met de maffia’s, weg met de monopolies! Door regels te schrappen en gereedschappen te veranderen zullen mensen zorgen voor verandering. Wasmachines hebben nog maar 1 knop. We zullen heel anders gaan winkelen. De leiders van de toekomst zijn degenen die verandering prediken. Verandering zal sowieso centraal staan in de toekomst; Skalska weet het zeker: we hebben genoeg, alles is er al; wat we gaan doen is een feestje bouwen voor onszelf. We gaan de macht grijpen. We gaan vernieuwen, we gaan samenwerken.

Tagged with:
 

Eerst stad, toen landbouw

On 17 september 2013, in geschiedenis, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 7 juli 2013:

De hypothese van Jane Jacobs dat de zogenaamde ‘landbouwrevolutie’ het gevolg moet zijn geweest van hele vroege verstedelijking doordat alleen de samenballing van veel mensen tot al deze uitvindingen kan hebben geleid, en niet andersom, dus dat de eerste steden pas later, dankzij de landbouwrevolutie, zich konden vormen, lijkt opnieuw bevestigd te worden door recent archeologisch onderzoek in het oostelijk deel van de Vruchtbare Maansikkel – het landbouwgebied dat loopt van Israël via Irak naar het zuiden van Iran. In Chogha Golan, West-Iran, zijn onlangs grote hoeveelheden plantenresten ontdekt die erop wijzen dat hier al vanaf ruim 11.000 jaar geleden wilde gerst werd verbouwd. Hendrik Spiering in de wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad: “Dit is een belangrijke nieuwe aanwijzing dat de landbouw rond 11.000 à 10.000 jaar geleden op verschillende plaatsen in het Midden-Oosten vrijwel tegelijk is ontstaan.” Spiering wijst erop dat de landbouwrevolutie in werkelijkheid een heel geleidelijk proces is geweest van allemaal kleine innovaties: van gereedschappen, bemesting en zaadveredeling. “De veranderingen gingen langzaam genoeg om de kennis over een groot gebied uit te wisselen.”

Wat werd er gevonden in Chogha Golan? Niet alleen plantenresten. “Chogha Golan werd eind jaren negentig ontdekt, waarbij eerst de relatief grote stenen muren en gepleisterde vloeren opvielen. Ook werd een groot aantal vijzels en maalstenen gevonden: een duidelijke aanwijzing van het eten van zaden.” De vondst staat niet op zichzelf. In Zuid-Turkije, tegen de Syrische grens, werd in de jaren negentig Göbekli Tepe opgegraven: een heiligdom van zo’n 11.000 jaar geleden, bestaande uit grote stenen die door een groot aantal mensen de berg op moeten zijn gesleept. “Mogelijk was het een multiregionaal heiligdom waar mensen uit heinde en verre naar toe kwamen voor feesten. Ideaal voor de uitwisseling van zaden.” Grote stenen. Een groot aantal mensen. Multiregionaal. Ideaal voor uitwisseling. Dat is toch iets anders dan hunnebedden. Was dit geen hele vroege stad?

Tagged with:
 

De opmars van sushi

On 11 september 2013, in voedsel, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 2 mei 2013:

Inderdaad, Sushi is volksvoedsel geworden, net als pizza en de chinees. Dat de opmars van dit Japanse voedsel pas laat in Nederland op gang is gekomen, beschreef Marc van Dinther onlangs op boeiende wijze in de Volkskrant. Waar begon het allemaal? In de sushibar van het Okurahotel in Amsterdam-Zuid. Vervolgens was er de Japanse winkel in Amsterdam Oud-Zuid: Meidi-Ya, die in de jaren zeventig maaltijden leverde aan Japanse expats. En dan was er de KLM die cateringmaaltijden nodig had voor zijn vluchten op Japan. Sushi was in die jaren nog iets voor fijnproevers. Van Dinther: “Wie toen had gezegd tegen mensen dat hun (klein)kinderen zich 25 jaar later ermee zouden volstoppen, was voor gek verklaard.” De eerste supermarkt die sushi verkocht was de Albert Heijn in Buitenveldert, op het Gelderlandplein, en in het filiaal achter het Paleis op de Dam. Andere winkels volgden. In 2000 openden in Amsterdam de eerste lopende band sushibars: Zushi en Zento.

Sushi Ran kwam in 1972 naar Amsterdam om de KLM te helpen bij de sushibereiding. In Aalsmeer begon hij in een oude bakkerij sushi te maken. Dertig jaar bereidde hij sushi voor die ene klant. Tussen 2000 en 2006 verdubbelde ineens de omzet. Het Japanse voedsel werd populair. Inmiddels is het bedrijf gevestigd in Leimuiden, waar 160 mensen werken aan het maken van sushi’s in alle soorten en maten. “Dagelijks rollen hier tachtig- tot honderdduizend sushi’s van de band in tachtig soorten.” Alles just in time. Sindsdien kun je in elk tankstation in Nederland sushi’s kopen. Van Dinther: “In het eerste decennium van de 21ste eeuw is sushi definitief afgedaald van de high culture van het Okura tot de low culture van tankstations en bezorgbrommers.” Iedereen lijkt alweer vergeten dat de opmars van sushi in Nederland begon in Amsterdam. Het is bij uitstek de rol die grote steden spelen, zeker in een klein land als Nederland: bron van innovatie, poort naar de wereld.

Tagged with:
 

Stadsstraat

On 3 september 2013, in innovatie, participatie, by Zef Hemel

Gehoord in Amsterdam op 2 september 2013:

De korte film over ‘Ik geef om de Jan Eef’ – titel: ‘Ik heb je lief’ – was ontroerend. We zagen hem aan het begin van de eerste editie van De Nieuwe Wibaut, een praktijkleergang van de gemeente Amsterdam. In de nieuwe leergang krijgen tachtig ambtenaren de kans om in alle vrijheid, samen met burgers en ondernemers, in kort tijdsbestek allerlei ruimtelijk-maatschappelijke vraagstukken in Amsterdam op te lossen. Niet door het zelf te doen, maar door de droom mogelijk te maken. Daarbij worden nieuwe manieren van werken beproefd: van onderop, van buiten naar binnen, optimistisch, positief, in lichte regie, door samenwerking. Het is Planologie Nieuwe Stijl. Geef om de Jan Eef is binnen de leergang een van de opdrachtgevers. Trouwens, de meeste opdrachtgevers zijn privaat: Inbo, MidWest, Glamourmanifest, Tolhuistuin, De Waag Society, Hogeschool van Amsterdam, en dus ook Geef om de Jan Eef. Publiek en privaat helpen elkaar.

‘Ik geef om de Jan Eef’ is een initiatief van een aantal buurtbewoners in De Baarsjes, die in het geweer zijn gekomen na de verschrikkelijke moord op juwelier Fred Hund in de Jan Evertsenstraat, oktober 2010. Ze besloten allerlei bijzondere activiteiten van zowel winkeliers als bewoners op touw te zetten om de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van de buurt te verbeteren, zoals een markt op het Mercatorplein. Jeroen Jonkers vertelde er onderhoudend over. Zoals over de komst van een nieuwe kaasboer in de straat die Bulgaar bleek te zijn. Aanvankelijke onrust sloeg al snel om in grote kooplust: buurtbewoners kochten z’n hele zaak leeg. Na drie jaar rijst de vraag hoe dit initiatief van burgers, ondernemers en vrijwilligers – een bijzondere democratische ervaring – structureel kan worden gemaakt: hoe gezamenlijk langjarig zorg te dragen voor de verdere opleving van de buurt. Een coöperatie? Doorgaan als vereniging? Een nieuw platform kan professioneel, commercieel of toch maar helemaal publiek worden gemaakt. Daarvoor een prototype ontwikkelen en ook testen en evalueren kan voor meer buurten met winkelstraten in Nederland straks een oplossing zijn.

Tagged with:
 

World’s Greatest Internet Cities

On 28 augustus 2013, in benchmarks, infrastructuur, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in UBM’s future of Cities van 26 augustus 2013:

Verrassend nieuws. Amsterdam staat in de top 10 van zogenaamde beste ‘internetsteden’ ter wereld. Dat maakte begin deze week ‘het Amerikaanse ‘Future Cities’ bekend. De gegevens zijn afkomstig van Akamai’s ‘The State of the Internet’, 1e kwartaalcijfers. Gemeten werd de kwaliteit van de internetverbondenheid van steden in de wereld. Vijf maatstaven werden gehanteerd: snelheid van het internet, beschikbaarheid van (gratis) WiFi, bereidheid tot innoveren, open data en veiligheid resp. privacy van gegevens. Op al deze criteria scoorde de Nederlandse hoofdstad zeer hoog. Een rangorde tussen de steden werd niet aangebracht. Dit is de lijst van de tien beste internetsteden ter wereld: Seoul, Hong Kong, Tokio, Amsterdam, Montreal, Seattle, Geneve, Stockholm, Praag en Wenen.

Opvallend is de afwezigheid van Amerikaanse steden in het rijtje. Alleen Seattle – de thuisbasis van Microsoft – doet nog mee. Europese en Aziatische steden zijn veruit dominant. In de Verenigde Staten is hierover een levendige discussie losgebarsten. Sommige mensen vinden het logisch, gezien de belabberde publieke infrastructuur in de meeste Amerikaanse steden. “Vind je het gek dat er geen gratis WiFi is in Detroit als er zelfs geen geld is om ambulances te laten rijden?”, reageert iemand op het internet. Anderen menen dat groepen burgers dezelfde infrastructuur kunnen organiseren, mits ze het maar willen; weer anderen vinden dat de belastingbetaler nooit mag opdraaien voor dit soort zaken. En zo zakken de Amerikaanse steden op alle lijstjes en verliezen ze aan concurrentiekracht. Immers, “in this Digital Age, part of what makes a great city is its connectedness to the Internet.

Tagged with: