Beter bestuur

On 22 oktober 2014, in bestuur, participatie, by Zef Hemel

Gehoord in Brussel op dinsdag 7 oktober 2014:

European Parliament Open Days

Circa dertig bestuurders uit de Amsterdamse metropoolregio togen naar Brussel voor deelname aan de Open Days van de Europese Unie. Zij kwamen niet alleen. Tijdens de Open Days reizen namelijk jaarlijks vertegenwoordigers uit vrijwel alle regio’s en steden van de lidstaten af naar de hoofdstad van de EU voor deelname aan een afwisselend interactief programma. De straten van Brussel waren de afgelopen week dan ook gevuld met veelal keurig geklede heren en dames met badges, op zoek naar restaurant, hotel of congrescentrum. Jaarlijks luistert de Commissie vijf dagen lang naar de honderden steden en hun bestuurlijke vertegenwoordigers over ervaringen en experimenten met nieuw lokaal beleid. Het is het resultaat van een nieuwe koers die de Weense Eurocommissaris Johannes Hahn tien jaar geleden heeft ingezet. En hij niet alleen. Ook commissaris Neelie Croes en anderen luisteren tegenwoordig naar wat er in de verschillende stedelijke regio’s speelt. Het moet ook wel. Met regeringsleiders komen ze er niet meer uit. En van bovenaf Europees beleid opleggen werkt niet meer. De burgers komen hiertegen in opstand en stemmen met hun voeten. Er verandert ook te veel in de wereld. Innovatie binnen Europa vraagt om bottomup-processen. Er waait, kortom, een frisse wind door de EU.

Tijdens de ontmoetingen met ambtenaren van zowel DG regio, DG Innovatie als het kabinet van commissaris Croes viel op hoe ingrijpend veranderd de houding en de werkwijze zijn. De Brusselse ambtenaren laten zich niet meer voorstaan op hun bureaucratische efficientie, hun toon is veel zachter geworden, begrijpender, empatischer, de betrekkingen zijn horizontaler. Hard beleid maken in Brussel, de verantwoordelijkheid voor de implementatie bij de regeringen leggen en het toezicht op naleving weer vanuit de hoofdstad van de EU regelen, ze geloven er zelf niet meer in. Armoede, duurzaamheid, veiligheid, ze vergen aanpassingen van de systemen. Om complexe continentale systemen te veranderen moet juist van onderop worden gewerkt, en niet meer vanuit het lobbycircuit in dat ene machtscentrum. Zoals een van de ambtenaren het zei, Brussel wordt een ‘bibliotheek’ van de Europese Gemeenschap, waar alle kennis, visies, best practices en ervaringen worden gedeeld. Ze wordt open, publiek, transparant, horizontaal. Ik moet het Den Haag nog zien doen.

Tagged with:
 

Succesvol innoveren

On 2 oktober 2014, in economie, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Tampere Region Innovation Strategy’ (2008):

صور Tampere

Hoe groeit een stedelijke economie? En kun je die aanjagen? Tampere is een Finse industriestad met circa 250.000 inwoners. Zoiets dus als Eindhoven. De Finse regio laat zich ook goed vergelijken met Noord-Brabant. En net als Eindhoven de stad van Philips is, zo is Tampere de stad van Nokia. Tampere is de industriële kurk waar de Finse economie tot voor kort op dreef. Immers, net als de klap die Philips en Daf in 1993 de regionale werkgelegenheid uitdeelden, voelt ook de regio van Tampere op dit moment de klap als gevolg van de ineenstorting van het Nokia-concern een paar jaar geleden nog steeds. Apple is de grote boosdoener. Het machtige Finse Nokia is nu onderdeel van het Amerikaanse Microsoft. Het verlies aan werkgelegenheid in Finland was enorm. Die duizenden werkloze ingenieurs trokken gelukkig weer een bedrijf als Intel aan, maar daarmee is het regionale leed nog lang niet geleden. Ziedaar het probleem van industriële regio’s die zich specialiseren en die daarbij teveel afhankelijk worden van een enkel industrieel concern.

Hebben Eindhoven en Tampere hun leven gebeterd? Je losmaken van het succesverhaal van een Nokia of Philips is lang niet makkelijk. Afgelopen zondagavond zagen we op de VPRO-televisie in een Tegenlicht-uitzending (‘De macht aan de stad’) hoe Eindhoven dat losmaken op dit moment moeizaam doet. In Tampere doen ze het weer anders. Hun regionaal-economische strategie kent een aantal interessante aspecten. De Finnen kiezen bewust voor crossovers, dus geen clusters of specialisaties meer, maar interactie tussen alle velden en expertises. Men bouwt er regionale platforms waarin alle partijen samenkomen om alles te delen. Ook hun internationale netwerken breiden ze sterk uit. En, misschien wel het belangrijkste: “raising of general awareness of the major challenges facing the region," ook dat doen ze. De strategie dateert van 2008. Ze werd opgesteld door Marjatta Maula van Tampere University of Technology in samenwerking met alle betrokken partijen. We zijn nu zes jaar verder. Werkt het ook? Ik sprak erover met Willem van Winden, lector regionale economie aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij is het aan het onderzoeken.

Tagged with:
 

Het belang van innovaties

On 29 augustus 2014, in geschiedenis, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘City of Fortune’ (2011) van Roger Crowley:

Kun je van de geschiedenis leren? Deze vakantie las ik Roger Crowley’s ‘City of Fortune’. In het jaar 1203 telde Constantinopel (het huidige Istanbul) liefst vierhonderd- tot vijfhonderdduizend inwoners. De stad was daarmee veruit de grootste metropool van de hele Christelijke wereld. Ter vergelijking: Parijs en Venetië telden elk niet meer dan zestigduizend inwoners. "They looked on Constantinopel for a long time because they could scarcely believe there could be such an enormous city in all the world," schreef Villehardouin, die doelde op de kruisvaarders die in 1203 begonnen waren aan de vierde kruisvaart. De kruisridders, die voor de poorten van Constantinopel stonden, waren meest afkomstig uit Frankrijk; ze lieten zich overzetten door zeelieden uit Venetië, op schepen die in Venetië waren gebouwd. Venetië had daarmee commerciële belangen in het slagen van de kruisvaart. Voor Constantinopel zelf waren de West- en Zuid-Europeanen dwergen. De enige andere stad die voor haar inwoners telde was Rome. "The Greeks wanted nothing to do with these western puppet who had promised submission to Rome." Het zou ze flink bezuren. Roger Crowley ziet de slag om Constantinopel als het begin van de opkomst van Venetië als machtige handelsstad.

De ondergang van Venetië laat Crowley samenvallen met de verovering door de Turken van het oostelijke Middellandse Zeegebied. Hier ontmoetten twee imperiale mogendheden elkaar: "the Christian and the Muslim, the sea-going merchant class concerned with trade, the continental warriors whose valuations were counted in land holdings; the impersonal republic that prized liberty, the sultanate that depended on the autocratic whim of a single man." (Dit klinkt actueel, iets als: Europa versus Rusland) Toch is de ondergang van Venetië niet veroorzaakt door de Turkse veroveringen. De werkelijke reden waren de handelsstromen die zich verlegden van de Middellandse Zee naar de Atlantische Oceaan en, via de Kaap de Goede Hoop, richting het Verre Oosten. Dankzij scheepskundige innovaties. "All the old trade routes and their burgeoning cities that had flourished since antiquity were suddenly glimpsed as baclwaters – Cairo, the Black Sea, Damascus, Beirut, Baghdad, Smyrna, the ports of the Red Sea and the great cities of the Levant, Constantinopel itself – all these threatened to be cut out from the cycles of world trade by ocean-going galleons." Winnaar bleek Lissabon, dat nu sterk begon te groeien. De historische les is dus: niet veroveringen, maar handel en innovaties zijn beslissend voor welvaart en stedelijke bloei.

Tagged with:
 

Sir Peter Hall 1932-2014

On 6 augustus 2014, in innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Generating Culture. Roots and Fruits’ (2002):

Op 30 juli 2014 overleed op 82-jarige leeftijd Sir Peter Hall, Brits geograaf. In Nederland werd Hall vooral bekend door zijn boek ‘Zeven wereldsteden’ (1966). Tot die zeven ‘wereldsteden’ rekende de toen 34-jarige vakgenoot ook de toen pas door planologen uitgevonden ‘Randstad Holland’. Hall gebrandmerkte deze destijds als "een van de vreemdste stedelijke agglomeraties van de wereld", want een hoefijzervormige stad van honderdzeventig kilometer lengte, waar vond je die nu? Hij vond het planologische schema tamelijk geniaal: groei van de Randstad vond plaats door lintuitbreiding met groene wiggen. "Het is vrijwel zeker," schreef hij in 1966, "dat voor de meeste snel-groeiende wereldsteden de Nederlandse oplossing de juiste is." De Randstad als planologisch exportartikel, dat hoorden wij Nederlanders een buitenlander graag zeggen. Hall werd in ons land dan ook veel gelezen en was hier altijd waanzinnig populair.

Als geograaf bleef Hall zijn hele werkende leven geïnteresseerd in steden en in planning. In februari 2001 sprak hij opnieuw in Nederland, toen op een congres in Amsterdam over ‘creatieve steden’. In het Koninklijk Instituut voor de Tropen hield hij een lezing over zijn magnum opus, ‘Cities in Civilization’ (1998). Dat boek handelde over de vraag waarom sommige steden in sommige tijdperken zo creatief en innovatief zijn. In zijn lezing stelde hij bovendien de vraag of planologisch beleid zulke grootstedelijke innovatie kan helpen bevorderen. Weer meende hij dat het polynucleaire patroon van de Randstad in ons land een gunstige uitgangspositie bood. Maar wat nu vooral nodig was, waren volgens hem ‘economies of scale and scope’: de grote steden moesten groter, de universiteiten gespecialiseerder, de onderzoekscentra geconcentreerder, de steden meer gericht op geavanceerd openbaar vervoer, op kunst, op erfgoed en op een ‘civilized public realm’. Het waren boodschappen bedoeld voor de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. Maar die nota heeft het politiek niet gered. De regering trad terug vanwege schuldbesef inzake Srebrenica. En Peter Hall reden we na afloop van het congres in onze auto terug naar het hotel. Hij was vrolijk en had stevig gedronken. Een autoraampje was ingeslagen, maar dat deerde hem niet. Grappend reden we over de grachten. Hij was inderdaad ‘the urbanest of urbanists’. Hij is niet meer.

Tagged with:
 

Klaar voor moraal

On 13 mei 2014, in filosofie, innovatie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 1 februari 2014:

Vreemd dat iedereen zo competitief is ingesteld. Nu is er zelfs een Mayor’s Challenge. Wie het beste idee voor zijn of haar stad heeft, kan een paar miljoen dollar winnen. Amsterdam is genomineerd en New York is de jury. Matthijs van Veelen, hoogleraar evolutie en gedrag aan de Universiteit van Amsterdam, doet onderzoek naar de evolutie van altruïsme, eerlijkheid en moraliteit. Op 8 januari 2014 sprak hij in Amsterdam de Diesrede, getiteld ‘Goed en kwaad. Over de evolutie van moraliteit, samenwerking en sjoemelen’. Leven, aldus Van Veelen, is per definitie competitief, “en het idee van de evolutie is dat die competitie het leven ook heel creatief maakt.” Doorgaans kopiëren we onszelf, maar als iemand net even handiger is of sneller dan wij, dan wint ie. Om de competitie op achterstand te zetten werken we met elkaar samen. Selectie vindt daardoor plaats op een hoger organisatieniveau. De kolonie – de stad – is nu het niveau van selectie. “Als er zoveel voordelen zitten aan samenwerking, ben je geneigd je af te vragen waarom niet alles en iedereen in de natuur niks anders doet dan continu samenwerken.” Antwoord: sommige mensen drukken hun snor. Maar ook daarvoor bestaan oplossingen: sociaal gedrag tussen verwanten, moraliteit, wederkerig altruïsme en sjoemelen. Eerlijkheid helpt ons weer om dat sjoemelen tegen te gaan. In de tijd hebben wij mensen steeds meer morele dingen geleerd. Omdat we er zoveel bij te winnen hebben. Wij hebben, kortom, talent voor moraal.

In een interview in Het Parool van 1 februari leek Van Veelen nog stelliger. Het succes van de mens, stelde hij daar, is vooral terug te voeren op samenwerking. Arbeidsdeling en specialisatie hangen er nauw mee samen. Zonder het vermogen tot samenwerking was specialisatie nooit mogelijk geweest. En wat eerlijk en oneerlijk is wordt al vroeg door kinderen begrepen. Onze moraal is gebaseerd op het kunnen afwegen van belangen. En voor ongelijkheid hebben we ‘een zekere tolerantie’ ontwikkeld. Toen ik het las, moest ik denken aan ‘The Rationel Optimist’ (2010) van Matt Ridley. Die schreef op onweerstaanbare wijze over specialisatie en samenwerking. Resultaat: meer dan tien miljard verschillende producten te koop in wereldsteden als Londen of New York. Zelfvoorziening, aldus Ridley, is armoede, wereldwijde samenwerking in netwerken levert ons grote rijkdom op. Ridley: “De bottom-up wereld zal het grote thema van deze eeuw zijn.”

Tagged with:
 

Over het hoofd gezien

On 31 maart 2014, in boeken, innovatie, theorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Great Degeneration’ (2014) van Niall Ferguson:

De Britse historicus Ferguson, echtgenoot van Ayaan Hirshi Ali, scheef een pamfletachtig boek, getiteld ‘The Great Degeneration’. Als ondertitel koos hij: ‘How Institutions Decay and Economies Die’. Het boek blijkt gebaseerd op een BBC-serie lezingen, op de radio uitgezonden in 2012, dus in het midden van de financiële crisis. Boodschap: het Westen gaat ten onder. Gebrek aan financieel toezicht op de banken is zeker niet het enige. Er is meer.  Werkelijke oorzaak:  degenererende instituties. Als uitgangspunt nam Ferguson Mandeville’s ‘Fable of the Bees’ (1714), een allegorie op hoe goede instituties werken. Die bevorderen, aldus Mandeville, spaarzin, investeringen en innovatiekracht. In het Westen is daarvan geen sprake meer. Daar heerst een ’stationary State’ die de rijken corrupt, rijk en lui maakt en de armen arm houdt. Dat is de werkelijke reden waarom het zo slecht met ons gaat. Waarom, schrijft Ferguson, kost het anders 65 dagen om een vergunning te krijgen voor het verkopen van limonade op straat ergens in Manhattan? Telkens wordt het Westen tegenover Azië geplaatst. Wat Groot-Brittannië in de achttiende eeuw was, dat is China nu: een dynamische natie-staat met goed werkende instituties. Europa en Amerika lopen ver achter.

Door de benadrukking van de institutionele kant en de rol daarin van de staat ziet Ferguson de steden over het hoofd. Pas helemaal op het eind van zijn boek wijst hij op de exponentiële groei van de wereldwijde urbanisatie, die hij beschouwt als een van de ‘known knowns’. Vervolgens noemt hij de bevindingen van Geoffrey West en anderen, namelijk dat grote steden enorme schaalvoordelen bezitten, maar ook dan wijst hij erop dat dit alleen geldt als de instituties naar behoren functioneren: "The argument of this book implies that the net benefits of urbanization are conditioned by the institutional framework within which cities operate." Daarmee doet hij de steden tekort. West heeft er namelijk op gewezen dat grote steden niet alleen schaalvoordelen bezitten, maar ook innovatiever zijn. Die innovatiekrachtuit zich ook op het institutionele vlak. Megasteden zullen hun eigen instituties urban regimes ontwikkelen, ook in het Westen. Maar Ferguson richt zijn pijlen liever op de vertrouwde natie-staat, die hij in het Westen alleen maar ziet degenereren.

Tagged with:
 

Cafeineparadijs

On 13 januari 2014, in economie, innovatie, voedsel, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 8 november 2013:

Opvallend hoe in NRC Handelsblad de laatste tijd buitenlandse correspondenten vaak boeiende columns over steden schrijven. Ook de krant lijkt nu te erkennen dat steden belangrijk worden. Zoals laatst Diederik van Hoogstraten over Seattle. De column ging over het grote aantal Starbucks-vestigingen in de stad aan de ruige Amerikaanse Noordwestkust. Meer dan vierhonderd had hij geteld op een bevolking van ’slechts’ 640.000. Maar dat is nog niet alles. Op elke straathoek zit bovendien een onafhankelijk koffiehuis. Bij Capitol Hill telt hij op elke straathoek zelfs vele. How come? Waardoor is buitenshuis koffiedrinken zo mateloos populair in deze middelgrote Amerikaanse stad? Heeft het te maken dat Starbucks in 1971 met haar eerste vestiging aan Pike Place begon en dat het hoofdkantoor nog altijd in Seattle is gevestigd? Maar waarom is Starbucks haar opmars ooit in Seattle begonnen?

Deels, aldus Van Hoogstraten, moet het te maken hebben met de slechts kwaliteit van de Amerikaanse koffie. Goede koffie was in dit land een geweldig gat in de markt, zeker in combinatie met gratis internet. Maar die verklaring is te algemeen. Het kan ook te maken hebben met de aanwezigheid in het centrum van Seattle van ‘getatoeëerde neo-hippies met laptops’, veelal afkomstig uit het eveneens in het centrum gevestigde hoofdkantoor van Amazon. Echter, in 1971 was er nog geen sprake van neo-hippies en ook niet van een Amazon. Van Hoogstraten kan het fenomeen maar met één verschijnsel in verband brengen: de vele regen. Het miezert of giet er 150 dagen per jaar en bewolking vult de hemel 294 dagen per jaar. ´Is het cafeïneparadijs ontstaan als reactie op de grijsheid? Overdadig koffie drinken als middel tegen de begrijpelijke impuls om de deken nog maar eens over je hoofd te trekken? Zeker, daar begon het vast en zeker mee. Maar verder was er de stad als innovatiemilieu. Van Hoogstraten gaat daaraan voorbij. Je zou het ook bijna over het hoofd zien. Maar de combinatie van koffie en internet is zeker een stedelijke vinding, die vervolgens de vraag oproept of Amazon uit de Starbuckscultuur is voortgekomen, of dat de combinatie te danken is aan de aanwezigheid van Amazon in het centrum van Seattle.

Tagged with:
 

Man en machine

On 22 november 2013, in technologie, by Zef Hemel

Gehoord in Carré op 21 november 2013

Peter Diamandis, oprichter van de Singularity University in Silicon Valley, sprak afgelopen week in Carré in Amsterdam ten overstaan van honderden CEO’s van Nederlandse bedrijven. Voordat hij aan het woord kwam, spraken nog vijf andere mannen: Rens de Jong, Pieter Hilhorst, Wassili Bertoen, Yuri van Geest en David Roberts. Ook de zaal was met overwegend goed geklede mannen gevuld. Het onderwerp: ‘disruptive technology’ oftewel ‘man en machine’. Boodschap: we worden door de machines verslagen. Was de gemiddelde levensduur van een bedrijf begin twintigste eeuw nog 67 jaar, tegenwoordig is dat nog maar 15 jaar, en het zal nog korter worden. Boosdoener: de nieuwste technologie. Veertig procent van de bedrijven zal de komende tien jaar niet overleven. De zaal huiverde. Gelukkig hadden ze er op de Singularity University iets op gevonden. Daar kunnen jonge mannen met de nieuwste machines spelen – robots, drones, camera’s, glasses -, om zo weer gevoel te krijgen voor wat hen in de nabije toekomst te wachten staat.

De vraag uit de zaal kon natuurlijk niet uitblijven: als moderne technologie elke organisatie overhoop blaast, bestaat er over tien jaar dan nog wel een overheid? Diamandis aarzelde met het geven van een antwoord. Zijn repliek, zei hij, was in dit geval slechts een mening. Dit was wat hij ervan vond: overheden lopen hopeloos achter als het gaat om opname van en aanpassing aan nieuwe technologie. De overheid zal het dus nog moeilijker gaan krijgen dan nu, maar of hij helemaal verdwijnt wist Diamandis niet. Ook het begrip vrijheid werd die middag in Carré geproblematiseerd. Als technologie ons bevrijdt, wat zouden we dan nog moeten doen? Zo’n vraag stellen kunnen alleen mannen. Niet alleen de overheid krijgt het moeilijk, maar vooral de mannen, al was het maar met de vraag wat mannen aan moeten met hun vrije tijd. Het was alsof mannen nog steeds niet doorhebben dat ze niet zozeer door technologie overbodig worden gemaakt, als wel door …. vrouwen. Ik weet het zeker, als Carré die middag overwegend met vrouwen was gevuld, was over het onderwerp heel anders gesproken. Vrouwen zijn nu eenmaal beter geëquipeerd voor de moderne diensteneconomie die door de moderne biologische technologie mogelijk wordt gemaakt.

Tagged with:
 

Smart City

On 14 oktober 2013, in innovatie, stedelijkheid, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De stad als interface’ (2013) van Martijn de Waal:

Ergens halverwege zijn boek beschrijft filosoof De Waal het uitzicht vanuit een ‘executive apartment’ op de 62e verdieping van het First World Towers-complex in New Songdo, de gloednieuwe stad die daar uit het niets wordt opgetrokken, op een opgespoten zandbank in de Gele Zee vlak voor de kust van Zuid-Korea. Er is helemaal niets te zien. Een stormfront uit Japan drijft een dikke laag wolken voorbij die het zicht op de nieuwe stad benemen. Projectontwikkelaar Gale International probeert daarom met een flitsende powerpoint-presentatie dit visuele gemis te compenseren. Songdo wil de eerste ‘smart city’ zijn en is daarmee icoon geworden van een nieuwe wedloop tussen steden. De Waal is gast, net als al die andere delegaties van steden uit de rest van de wereld. De laatste technologieën zullen hier straks nauw verweven zijn met het alledaagse leven, merkt De Waal in ‘De stad als interface’ op. “Is dit de stad van de toekomst? En zo ja, willen we in zo’n stad leven?” Ook al doet hij voorkomen neutraal te zijn, hij ziet zijn republikeinse ideaal hier ondermijnd worden. Hij vreest dat burgers niet meer zelf actief zullen kunnen handelen en dat commerciële partijen van Songdo een gesloten stad zullen maken waar burgers in de eerste plaats consumenten zijn die tegen betaling diensten moeten afnemen.

Toen bijna tien jaar geleden een Zuid-Koreaanse delegatie Amsterdam bezocht met het doel om voor het ontwerp van Songdo lessen te leren, viel me de gretigheid en grondigheid op waarmee de Koreanen in het vervullen van die opdracht te werk gingen. Ze hadden nauwgezet studie gemaakt van de Amsterdamse stadsontwikkeling – vooral van IJburg – en bestookten ons met hele lijsten trefzekere vragen. Nu, tien jaar later, is Songdo opgespoten en al bijna helemaal voltooid. Daarmee hebben de Koreanen voor zichzelf een fantastisch grootstedelijk experiment gecreëerd dat zich nog het beste te vergelijken laat met onze Zuiderzeewerken en Deltawerken. Wat je er ook van vindt als filosoof of burger, ze hebben het gedaan. In ons land echter worden grote steden nog steeds met grote argwaan beschouwd en vinden er nauwelijks experimenten plaats met gedurfde vormen van stadsontwikkeling. Ook De Waal voedt weer die allergie tegen de grote stad. Door zich af te zetten tegen New Songdo en ook de stedelijkheid van het negentiende eeuwse Parijs en Wenen van de hand te wijzen, daartegenover een ‘netwerkstedelijkheid’ als richtsnoer voor Nederland te nemen, voegt hij zich bij de meerderheid die de suburbane bric-à-brac van de Hollandse polder al mooi genoeg vinden.

Tagged with:
 

Bloedstollend

On 7 oktober 2013, in innovatie, by Zef Hemel

Gehoord in Amsterdam op 4 oktober 2013:

Ze heet Zuzanna Skalska. Ze heeft haar eigen blog. Ze sprak afgelopen vrijdag in de ‘Open bak’ van de #nieuwewibaut, de nieuwe leergang van de gemeente Amsterdam. De Poolse Skalska is trendwatcher, verbonden aan Vanberlo, in Eindhoven. Open bak betekent dat de deelnemers aan De Nieuwe Wibaut haar zelf hadden benaderd en de anderhalf uur durende lezing ook zelf hadden georganiseerd. Skalska sprak die vrijdagmiddag voor een tachtig koppig publiek van veranderingsgezinde gemeenteambtenaren over de vijf belangrijkste trends tot 2030. Welke dat waren? Het ging om 1. silver generation, 2. new consumers, 3. glocal society, 4. urban farming en 5. information society. Haar verhaal was in één woord bloedstollend. Intelligente interactie is volgens haar de nieuwe trend. Mensen verwachten dat alle nieuwe formats interactief zijn en accepteren niet langer dat communicatie eenzijdig op de zendstand staat. Maar belangrijker nog was haar boodschap dat plan A niet meer werkt. We moeten naar plan B. Nieuwe tijden vragen om ‘een nieuwe engel’. We knoopten het in onze oren.

Skalska verwacht een tsunami van ouderen die allemaal kerngezond zullen zijn; haar hoop heeft ze gevestigd op ‘senior design platforms’ die ons de weg naar de toekomst zullen wijzen. Daarnaast rekent ze met dominantie van vrouwen in de samenleving, die, anders dan mannen, relaties weten op te bouwen met producten en diensten. Kortom, ook vrouwen komen aan de macht en gaan hun eigen producten ontwerpen! Nog zoiets: mensen gaan steeds meer samenwerken in teams; alles gebeurt steeds meer bottom up, vanuit de mensen. Samenwerken rond grondstoffen sluit op die trend goed aan. Weg met de maffia’s, weg met de monopolies! Door regels te schrappen en gereedschappen te veranderen zullen mensen zorgen voor verandering. Wasmachines hebben nog maar 1 knop. We zullen heel anders gaan winkelen. De leiders van de toekomst zijn degenen die verandering prediken. Verandering zal sowieso centraal staan in de toekomst; Skalska weet het zeker: we hebben genoeg, alles is er al; wat we gaan doen is een feestje bouwen voor onszelf. We gaan de macht grijpen. We gaan vernieuwen, we gaan samenwerken.

Tagged with: