Silicon Roundabout

On 7 november 2014, in economie, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in The Guardian van 10 maart 2014:

Iemand zei me laatst dat Londen goed bezig is nu het een Tech City aan het ontwikkelen is, een heus ecosysteem waarin startups in de Britse metropool kunnen gedijen. Amsterdam zou dat ook moeten doen. Hij bedoelde Silicon Roundabout, een deel van Shoreditch dat een paar jaar geleden voorwerp werd van de Tech City Strategy van het Londense gemeentebestuur en de Britse regering. Kort na 2000 was dit inderdaad het gebied in Oost-Londen waar kleine startups gevestigd waren. Maar nu niet meer. In ‘The slow death of Silicon Roundabout’ beschrijft Cory Doctorow, zelf inwoner van de buurt, hoe de overheid vakkundig een einde maakte aan het levendige milieu van internetpioniers van Shoreditch door het als zodanig te gaan promoten. Maar eerst de naam. Die werd in 2008 gemunt door Matt Biddulph, zelf in de buurt woonachtig en eigenaar van Dopplr. "If this goes on, some awful estate agent will start calling us Silicon Roundabout," zei hij ooit. Zelf deden hij en zijn vrienden er lacherig over, maar de gemeente maakte het tot een ernstige zaak, een doel, een missie.

Startups, schrijft Doctorow, zijn vreemde vogels. "Most of them fail." En als ze al succesvol zijn, dan vergeten ze het liefst al hun eerdere mislukkingen. "They are fizzy." Het patroon is als volgt: de jongeren werken voor een startup die mislukt, met een collega gaan ze aan de slag bij een ander; dit doen ze een aantal keren tot ze ergens hun vrienden treffen; met hen beginnen ze vervolgens hun eigen startup. "Almost everything that startups do comes to nothing." Maar overheden duiken erop alsof het allemaal succesverhalen zijn. En zo werd Silicon Roundabout geboren. Daar tref je nu ‘incubators’ met mooie bureaus. De gemeente, aldus Doctorow, is niet geïnteresseerd in vreemde vogels die broeden in goedkope, kleine leegstaande kantoren. In zijn straat gingen de goedkope panden zelfs tegen de vlakte om plaats te maken voor studentenhuisvesting. Internationale studenten, wel te verstaan. De gemeente handhaaft niet. Het enige dat economisch groeit in Shoreditch zijn de makelaars en aannemers."The startups that gave it its ridiculous name are gone."

Tagged with:
 

Archaisch

On 6 november 2014, in innovatie, stedenbouw, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 23 juli 2014:

Excellentie, innovatie en economische groei, welke omgeving hebben ze nodig? Deze week moest ik een lezing hierover geven voor de opleidingsdirecteuren van Amsterdam Science Park. Dat ik de stad zie als een grote campus, zullen ze graag willen geloven. Maar veel hebben ze er niet aan. Wat moet er op Science Park gaan gebeuren? De campus is zeker een geschikt model. Wonen, werken, studeren en onderzoeken, alles op ‘een open veld’, dat was het architectonische programma van Thomas Jefferson, die als architect tevens president van Amerika, uit Oxford, Cambridge en Harvard eind achttiende eeuw een schitterende classicistische universiteitscampus voor Virginia ontwierp. Het klooster werd bij hem een dorp. Opnieuw las ik een column van Coen Teulings, die niet alleen hoogleraar is aan de Universiteit van Amsterdam, maar sinds ruim een half jaar ook aan die van Cambridge, Groot-Brittannië. Zijn vrouw doet in Delft onderzoek naar campussen. In NRC Handelsblad schreef hij er afgelopen zomer een column over. Misschien wel speciaal voor haar.

De universiteit van Cambridge, aldus Teulings, is gehuisvest in kasteelachtige gebouwen. Ieder college heeft een eigen identiteit, ze is een wereld op zichzelf. “Ieder college heeft een eigen gebouw, een ommuurde veste, slechts toegankelijk via de Porter’s Lodge.” Binnen gelden tal van ongeschreven regels die ver teruggaan in de tijd, het zijn oude rituelen, en uit alles spreekt diep respect voor wetenschappelijke kwaliteit. De econoom Teulings, kennelijk in gesprek met zichzelf en met zijn studiegenoten, merkt op dat een dergelijke universiteit geen toonbeeld is van efficiency. “Die ondoelmatigheid is juist goed. Het houdt een universitaire cultuur levend die door de eeuwen heen veel nieuwe inzichten heeft gebracht.” Teulings: “Archaïsche tradities helpen blijkbaar een cultuur te conserveren waarin excellentie goed gedijt.” En renderen doet het ook, want Cambridge University draait al vier eeuwen lang een omzet van meer dan een miljard pond. Teulings: “Ik verkeer regelmatig in totale verwarring.”

Tagged with:
 

Beter bestuur

On 22 oktober 2014, in bestuur, participatie, by Zef Hemel

Gehoord in Brussel op dinsdag 7 oktober 2014:

European Parliament Open Days

Circa dertig bestuurders uit de Amsterdamse metropoolregio togen naar Brussel voor deelname aan de Open Days van de Europese Unie. Zij kwamen niet alleen. Tijdens de Open Days reizen namelijk jaarlijks vertegenwoordigers uit vrijwel alle regio’s en steden van de lidstaten af naar de hoofdstad van de EU voor deelname aan een afwisselend interactief programma. De straten van Brussel waren de afgelopen week dan ook gevuld met veelal keurig geklede heren en dames met badges, op zoek naar restaurant, hotel of congrescentrum. Jaarlijks luistert de Commissie vijf dagen lang naar de honderden steden en hun bestuurlijke vertegenwoordigers over ervaringen en experimenten met nieuw lokaal beleid. Het is het resultaat van een nieuwe koers die de Weense Eurocommissaris Johannes Hahn tien jaar geleden heeft ingezet. En hij niet alleen. Ook commissaris Neelie Kroes en anderen luisteren tegenwoordig naar wat er in de verschillende stedelijke regio’s speelt. Het moet ook wel. Met regeringsleiders komen ze er niet meer uit. En van bovenaf Europees beleid opleggen werkt niet meer. De burgers komen hiertegen in opstand en stemmen met hun voeten. Er verandert ook te veel in de wereld. Innovatie binnen Europa vraagt om bottomup-processen. Er waait, kortom, een frisse wind door de EU.

Tijdens de ontmoetingen met ambtenaren van zowel DG regio, DG Innovatie als het kabinet van commissaris Croes viel op hoe ingrijpend veranderd de houding en de werkwijze zijn. De Brusselse ambtenaren laten zich niet meer voorstaan op hun bureaucratische efficientie, hun toon is veel zachter geworden, begrijpender, empatischer, de betrekkingen zijn horizontaler. Hard beleid maken in Brussel, de verantwoordelijkheid voor de implementatie bij de regeringen leggen en het toezicht op naleving weer vanuit de hoofdstad van de EU regelen, ze geloven er zelf niet meer in. Armoede, duurzaamheid, veiligheid, ze vergen aanpassingen van de systemen. Om complexe continentale systemen te veranderen moet juist van onderop worden gewerkt, en niet meer vanuit het lobbycircuit in dat ene machtscentrum. Zoals een van de ambtenaren het zei, Brussel wordt een ‘bibliotheek’ van de Europese Gemeenschap, waar alle kennis, visies, best practices en ervaringen worden gedeeld. Ze wordt open, publiek, transparant, horizontaal. Ik moet het Den Haag nog zien doen.

Tagged with:
 

Succesvol innoveren

On 2 oktober 2014, in economie, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Tampere Region Innovation Strategy’ (2008):

صور Tampere

Hoe groeit een stedelijke economie? En kun je die aanjagen? Tampere is een Finse industriestad met circa 250.000 inwoners. Zoiets dus als Eindhoven. De Finse regio laat zich ook goed vergelijken met Noord-Brabant. En net als Eindhoven de stad van Philips is, zo is Tampere de stad van Nokia. Tampere is de industriële kurk waar de Finse economie tot voor kort op dreef. Immers, net als de klap die Philips en Daf in 1993 de regionale werkgelegenheid uitdeelden, voelt ook de regio van Tampere op dit moment de klap als gevolg van de ineenstorting van het Nokia-concern een paar jaar geleden nog steeds. Apple is de grote boosdoener. Het machtige Finse Nokia is nu onderdeel van het Amerikaanse Microsoft. Het verlies aan werkgelegenheid in Finland was enorm. Die duizenden werkloze ingenieurs trokken gelukkig weer een bedrijf als Intel aan, maar daarmee is het regionale leed nog lang niet geleden. Ziedaar het probleem van industriële regio’s die zich specialiseren en die daarbij teveel afhankelijk worden van een enkel industrieel concern.

Hebben Eindhoven en Tampere hun leven gebeterd? Je losmaken van het succesverhaal van een Nokia of Philips is lang niet makkelijk. Afgelopen zondagavond zagen we op de VPRO-televisie in een Tegenlicht-uitzending (‘De macht aan de stad’) hoe Eindhoven dat losmaken op dit moment moeizaam doet. In Tampere doen ze het weer anders. Hun regionaal-economische strategie kent een aantal interessante aspecten. De Finnen kiezen bewust voor crossovers, dus geen clusters of specialisaties meer, maar interactie tussen alle velden en expertises. Men bouwt er regionale platforms waarin alle partijen samenkomen om alles te delen. Ook hun internationale netwerken breiden ze sterk uit. En, misschien wel het belangrijkste: “raising of general awareness of the major challenges facing the region," ook dat doen ze. De strategie dateert van 2008. Ze werd opgesteld door Marjatta Maula van Tampere University of Technology in samenwerking met alle betrokken partijen. We zijn nu zes jaar verder. Werkt het ook? Ik sprak erover met Willem van Winden, lector regionale economie aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij is het aan het onderzoeken.

Tagged with:
 

Het belang van innovaties

On 29 augustus 2014, in geschiedenis, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘City of Fortune’ (2011) van Roger Crowley:

Kun je van de geschiedenis leren? Deze vakantie las ik Roger Crowley’s ‘City of Fortune’. In het jaar 1203 telde Constantinopel (het huidige Istanbul) liefst vierhonderd- tot vijfhonderdduizend inwoners. De stad was daarmee veruit de grootste metropool van de hele Christelijke wereld. Ter vergelijking: Parijs en Venetië telden elk niet meer dan zestigduizend inwoners. "They looked on Constantinopel for a long time because they could scarcely believe there could be such an enormous city in all the world," schreef Villehardouin, die doelde op de kruisvaarders die in 1203 begonnen waren aan de vierde kruisvaart. De kruisridders, die voor de poorten van Constantinopel stonden, waren meest afkomstig uit Frankrijk; ze lieten zich overzetten door zeelieden uit Venetië, op schepen die in Venetië waren gebouwd. Venetië had daarmee commerciële belangen in het slagen van de kruisvaart. Voor Constantinopel zelf waren de West- en Zuid-Europeanen dwergen. De enige andere stad die voor haar inwoners telde was Rome. "The Greeks wanted nothing to do with these western puppet who had promised submission to Rome." Het zou ze flink bezuren. Roger Crowley ziet de slag om Constantinopel als het begin van de opkomst van Venetië als machtige handelsstad.

De ondergang van Venetië laat Crowley samenvallen met de verovering door de Turken van het oostelijke Middellandse Zeegebied. Hier ontmoetten twee imperiale mogendheden elkaar: "the Christian and the Muslim, the sea-going merchant class concerned with trade, the continental warriors whose valuations were counted in land holdings; the impersonal republic that prized liberty, the sultanate that depended on the autocratic whim of a single man." (Dit klinkt actueel, iets als: Europa versus Rusland) Toch is de ondergang van Venetië niet veroorzaakt door de Turkse veroveringen. De werkelijke reden waren de handelsstromen die zich verlegden van de Middellandse Zee naar de Atlantische Oceaan en, via de Kaap de Goede Hoop, richting het Verre Oosten. Dankzij scheepskundige innovaties. "All the old trade routes and their burgeoning cities that had flourished since antiquity were suddenly glimpsed as baclwaters – Cairo, the Black Sea, Damascus, Beirut, Baghdad, Smyrna, the ports of the Red Sea and the great cities of the Levant, Constantinopel itself – all these threatened to be cut out from the cycles of world trade by ocean-going galleons." Winnaar bleek Lissabon, dat nu sterk begon te groeien. De historische les is dus: niet veroveringen, maar handel en innovaties zijn beslissend voor welvaart en stedelijke bloei.

Tagged with:
 

Sir Peter Hall 1932-2014

On 6 augustus 2014, in innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Generating Culture. Roots and Fruits’ (2002):

Op 30 juli 2014 overleed op 82-jarige leeftijd Sir Peter Hall, Brits geograaf. In Nederland werd Hall vooral bekend door zijn boek ‘Zeven wereldsteden’ (1966). Tot die zeven ‘wereldsteden’ rekende de toen 34-jarige vakgenoot ook de toen pas door planologen uitgevonden ‘Randstad Holland’. Hall gebrandmerkte deze destijds als "een van de vreemdste stedelijke agglomeraties van de wereld", want een hoefijzervormige stad van honderdzeventig kilometer lengte, waar vond je die nu? Hij vond het planologische schema tamelijk geniaal: groei van de Randstad vond plaats door lintuitbreiding met groene wiggen. "Het is vrijwel zeker," schreef hij in 1966, "dat voor de meeste snel-groeiende wereldsteden de Nederlandse oplossing de juiste is." De Randstad als planologisch exportartikel, dat hoorden wij Nederlanders een buitenlander graag zeggen. Hall werd in ons land dan ook veel gelezen en was hier altijd waanzinnig populair.

Als geograaf bleef Hall zijn hele werkende leven geïnteresseerd in steden en in planning. In februari 2001 sprak hij opnieuw in Nederland, toen op een congres in Amsterdam over ‘creatieve steden’. In het Koninklijk Instituut voor de Tropen hield hij een lezing over zijn magnum opus, ‘Cities in Civilization’ (1998). Dat boek handelde over de vraag waarom sommige steden in sommige tijdperken zo creatief en innovatief zijn. In zijn lezing stelde hij bovendien de vraag of planologisch beleid zulke grootstedelijke innovatie kan helpen bevorderen. Weer meende hij dat het polynucleaire patroon van de Randstad in ons land een gunstige uitgangspositie bood. Maar wat nu vooral nodig was, waren volgens hem ‘economies of scale and scope’: de grote steden moesten groter, de universiteiten gespecialiseerder, de onderzoekscentra geconcentreerder, de steden meer gericht op geavanceerd openbaar vervoer, op kunst, op erfgoed en op een ‘civilized public realm’. Het waren boodschappen bedoeld voor de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. Maar die nota heeft het politiek niet gered. De regering trad terug vanwege schuldbesef inzake Srebrenica. En Peter Hall reden we na afloop van het congres in onze auto terug naar het hotel. Hij was vrolijk en had stevig gedronken. Een autoraampje was ingeslagen, maar dat deerde hem niet. Grappend reden we over de grachten. Hij was inderdaad ‘the urbanest of urbanists’. Hij is niet meer.

Tagged with:
 

Klaar voor moraal

On 13 mei 2014, in filosofie, innovatie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 1 februari 2014:

Vreemd dat iedereen zo competitief is ingesteld. Nu is er zelfs een Mayor’s Challenge. Wie het beste idee voor zijn of haar stad heeft, kan een paar miljoen dollar winnen. Amsterdam is genomineerd en New York is de jury. Matthijs van Veelen, hoogleraar evolutie en gedrag aan de Universiteit van Amsterdam, doet onderzoek naar de evolutie van altruïsme, eerlijkheid en moraliteit. Op 8 januari 2014 sprak hij in Amsterdam de Diesrede, getiteld ‘Goed en kwaad. Over de evolutie van moraliteit, samenwerking en sjoemelen’. Leven, aldus Van Veelen, is per definitie competitief, “en het idee van de evolutie is dat die competitie het leven ook heel creatief maakt.” Doorgaans kopiëren we onszelf, maar als iemand net even handiger is of sneller dan wij, dan wint ie. Om de competitie op achterstand te zetten werken we met elkaar samen. Selectie vindt daardoor plaats op een hoger organisatieniveau. De kolonie – de stad – is nu het niveau van selectie. “Als er zoveel voordelen zitten aan samenwerking, ben je geneigd je af te vragen waarom niet alles en iedereen in de natuur niks anders doet dan continu samenwerken.” Antwoord: sommige mensen drukken hun snor. Maar ook daarvoor bestaan oplossingen: sociaal gedrag tussen verwanten, moraliteit, wederkerig altruïsme en sjoemelen. Eerlijkheid helpt ons weer om dat sjoemelen tegen te gaan. In de tijd hebben wij mensen steeds meer morele dingen geleerd. Omdat we er zoveel bij te winnen hebben. Wij hebben, kortom, talent voor moraal.

In een interview in Het Parool van 1 februari leek Van Veelen nog stelliger. Het succes van de mens, stelde hij daar, is vooral terug te voeren op samenwerking. Arbeidsdeling en specialisatie hangen er nauw mee samen. Zonder het vermogen tot samenwerking was specialisatie nooit mogelijk geweest. En wat eerlijk en oneerlijk is wordt al vroeg door kinderen begrepen. Onze moraal is gebaseerd op het kunnen afwegen van belangen. En voor ongelijkheid hebben we ‘een zekere tolerantie’ ontwikkeld. Toen ik het las, moest ik denken aan ‘The Rationel Optimist’ (2010) van Matt Ridley. Die schreef op onweerstaanbare wijze over specialisatie en samenwerking. Resultaat: meer dan tien miljard verschillende producten te koop in wereldsteden als Londen of New York. Zelfvoorziening, aldus Ridley, is armoede, wereldwijde samenwerking in netwerken levert ons grote rijkdom op. Ridley: “De bottom-up wereld zal het grote thema van deze eeuw zijn.”

Tagged with:
 

Over het hoofd gezien

On 31 maart 2014, in boeken, innovatie, theorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Great Degeneration’ (2014) van Niall Ferguson:

De Britse historicus Ferguson, echtgenoot van Ayaan Hirshi Ali, scheef een pamfletachtig boek, getiteld ‘The Great Degeneration’. Als ondertitel koos hij: ‘How Institutions Decay and Economies Die’. Het boek blijkt gebaseerd op een BBC-serie lezingen, op de radio uitgezonden in 2012, dus in het midden van de financiële crisis. Boodschap: het Westen gaat ten onder. Gebrek aan financieel toezicht op de banken is zeker niet het enige. Er is meer.  Werkelijke oorzaak:  degenererende instituties. Als uitgangspunt nam Ferguson Mandeville’s ‘Fable of the Bees’ (1714), een allegorie op hoe goede instituties werken. Die bevorderen, aldus Mandeville, spaarzin, investeringen en innovatiekracht. In het Westen is daarvan geen sprake meer. Daar heerst een ’stationary State’ die de rijken corrupt, rijk en lui maakt en de armen arm houdt. Dat is de werkelijke reden waarom het zo slecht met ons gaat. Waarom, schrijft Ferguson, kost het anders 65 dagen om een vergunning te krijgen voor het verkopen van limonade op straat ergens in Manhattan? Telkens wordt het Westen tegenover Azië geplaatst. Wat Groot-Brittannië in de achttiende eeuw was, dat is China nu: een dynamische natie-staat met goed werkende instituties. Europa en Amerika lopen ver achter.

Door de benadrukking van de institutionele kant en de rol daarin van de staat ziet Ferguson de steden over het hoofd. Pas helemaal op het eind van zijn boek wijst hij op de exponentiële groei van de wereldwijde urbanisatie, die hij beschouwt als een van de ‘known knowns’. Vervolgens noemt hij de bevindingen van Geoffrey West en anderen, namelijk dat grote steden enorme schaalvoordelen bezitten, maar ook dan wijst hij erop dat dit alleen geldt als de instituties naar behoren functioneren: "The argument of this book implies that the net benefits of urbanization are conditioned by the institutional framework within which cities operate." Daarmee doet hij de steden tekort. West heeft er namelijk op gewezen dat grote steden niet alleen schaalvoordelen bezitten, maar ook innovatiever zijn. Die innovatiekrachtuit zich ook op het institutionele vlak. Megasteden zullen hun eigen instituties urban regimes ontwikkelen, ook in het Westen. Maar Ferguson richt zijn pijlen liever op de vertrouwde natie-staat, die hij in het Westen alleen maar ziet degenereren.

Tagged with:
 

Cafeineparadijs

On 13 januari 2014, in economie, innovatie, voedsel, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 8 november 2013:

Opvallend hoe in NRC Handelsblad de laatste tijd buitenlandse correspondenten vaak boeiende columns over steden schrijven. Ook de krant lijkt nu te erkennen dat steden belangrijk worden. Zoals laatst Diederik van Hoogstraten over Seattle. De column ging over het grote aantal Starbucks-vestigingen in de stad aan de ruige Amerikaanse Noordwestkust. Meer dan vierhonderd had hij geteld op een bevolking van ’slechts’ 640.000. Maar dat is nog niet alles. Op elke straathoek zit bovendien een onafhankelijk koffiehuis. Bij Capitol Hill telt hij op elke straathoek zelfs vele. How come? Waardoor is buitenshuis koffiedrinken zo mateloos populair in deze middelgrote Amerikaanse stad? Heeft het te maken dat Starbucks in 1971 met haar eerste vestiging aan Pike Place begon en dat het hoofdkantoor nog altijd in Seattle is gevestigd? Maar waarom is Starbucks haar opmars ooit in Seattle begonnen?

Deels, aldus Van Hoogstraten, moet het te maken hebben met de slechts kwaliteit van de Amerikaanse koffie. Goede koffie was in dit land een geweldig gat in de markt, zeker in combinatie met gratis internet. Maar die verklaring is te algemeen. Het kan ook te maken hebben met de aanwezigheid in het centrum van Seattle van ‘getatoeëerde neo-hippies met laptops’, veelal afkomstig uit het eveneens in het centrum gevestigde hoofdkantoor van Amazon. Echter, in 1971 was er nog geen sprake van neo-hippies en ook niet van een Amazon. Van Hoogstraten kan het fenomeen maar met één verschijnsel in verband brengen: de vele regen. Het miezert of giet er 150 dagen per jaar en bewolking vult de hemel 294 dagen per jaar. ´Is het cafeïneparadijs ontstaan als reactie op de grijsheid? Overdadig koffie drinken als middel tegen de begrijpelijke impuls om de deken nog maar eens over je hoofd te trekken? Zeker, daar begon het vast en zeker mee. Maar verder was er de stad als innovatiemilieu. Van Hoogstraten gaat daaraan voorbij. Je zou het ook bijna over het hoofd zien. Maar de combinatie van koffie en internet is zeker een stedelijke vinding, die vervolgens de vraag oproept of Amazon uit de Starbuckscultuur is voortgekomen, of dat de combinatie te danken is aan de aanwezigheid van Amazon in het centrum van Seattle.

Tagged with:
 

Man en machine

On 22 november 2013, in technologie, by Zef Hemel

Gehoord in Carré op 21 november 2013

Peter Diamandis, oprichter van de Singularity University in Silicon Valley, sprak afgelopen week in Carré in Amsterdam ten overstaan van honderden CEO’s van Nederlandse bedrijven. Voordat hij aan het woord kwam, spraken nog vijf andere mannen: Rens de Jong, Pieter Hilhorst, Wassili Bertoen, Yuri van Geest en David Roberts. Ook de zaal was met overwegend goed geklede mannen gevuld. Het onderwerp: ‘disruptive technology’ oftewel ‘man en machine’. Boodschap: we worden door de machines verslagen. Was de gemiddelde levensduur van een bedrijf begin twintigste eeuw nog 67 jaar, tegenwoordig is dat nog maar 15 jaar, en het zal nog korter worden. Boosdoener: de nieuwste technologie. Veertig procent van de bedrijven zal de komende tien jaar niet overleven. De zaal huiverde. Gelukkig hadden ze er op de Singularity University iets op gevonden. Daar kunnen jonge mannen met de nieuwste machines spelen – robots, drones, camera’s, glasses -, om zo weer gevoel te krijgen voor wat hen in de nabije toekomst te wachten staat.

De vraag uit de zaal kon natuurlijk niet uitblijven: als moderne technologie elke organisatie overhoop blaast, bestaat er over tien jaar dan nog wel een overheid? Diamandis aarzelde met het geven van een antwoord. Zijn repliek, zei hij, was in dit geval slechts een mening. Dit was wat hij ervan vond: overheden lopen hopeloos achter als het gaat om opname van en aanpassing aan nieuwe technologie. De overheid zal het dus nog moeilijker gaan krijgen dan nu, maar of hij helemaal verdwijnt wist Diamandis niet. Ook het begrip vrijheid werd die middag in Carré geproblematiseerd. Als technologie ons bevrijdt, wat zouden we dan nog moeten doen? Zo’n vraag stellen kunnen alleen mannen. Niet alleen de overheid krijgt het moeilijk, maar vooral de mannen, al was het maar met de vraag wat mannen aan moeten met hun vrije tijd. Het was alsof mannen nog steeds niet doorhebben dat ze niet zozeer door technologie overbodig worden gemaakt, als wel door …. vrouwen. Ik weet het zeker, als Carré die middag overwegend met vrouwen was gevuld, was over het onderwerp heel anders gesproken. Vrouwen zijn nu eenmaal beter geëquipeerd voor de moderne diensteneconomie die door de moderne biologische technologie mogelijk wordt gemaakt.

Tagged with: