Revolutie in Berlijn

On 16 december 2014, in innovatie, kunst, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Le Corbusier’ (1960) van Peter Blake:

Opnieuw een treffend voorbeeld van het belang van nabijheid bij het aanvang nemen van nieuwe revolutionaire ideeënwerelden. Ditmaal over moderne architectuur. De belangrijkste architecten die aan de wieg stonden van de modernistische stroming in de architectuur in de twintigste eeuw – Le Corbusier, Walter Gropius en Mies van der Rohe – werkten alle op jonge leeftijd vanuit Berlijn, sterker, ze werken alle in één bureau, namelijk dat van Peter Behrens. De Fransman Corbu was amper drieëntwintig jaar toen hij overkwam uit Parijs, Mies, afkomstig uit Aken, was vierentwintig en Gropius, weggetrokken uit Noord-Duitsland, zevenentwintig jaar. We schrijven de jaren kort voor de Eerste Wereldoorlog. Behrens zelf was in 1907 van Darmstadt naar Berlijn verhuisd. Hij had daar een grote opdrachtgever gevonden: machinefabriek AEG. Hij was gaan wonen in een groot huis  op Neubabelsberg, vlakbij Potsdam. In de tuin had hij zijn eigen bureau gebouwd. Daarna was hij jonge architecten gaan werven die voor hem zouden werken.

Eind 1907 maakte de vierentwintigjarige Walter Gropius in Neubabelsberg zijn entree. Kort daarna arriveerde Mies. Drie jaar later volgde de iets jongere Le Corbusier. Die zou er overigens niet langer dan vijf maanden blijven werken. Maar het effect was immens. Peter Blake: “Ieder van deze jonge adepten zou iets heel speciaals van Behrens leren: Corbu technische organisatie en machinestijl; Mies classicisme; en Gropius de mogelijkheden om tot een industriële beschaving te komen.” Allen, aldus Blake, vonden daar, in Berlijn, de lemmata voor hun esthetische woordenlijst: kubussen, bollen, cilinders, kegels, enzovoorts. “Het was een feestelijke gewaarwording, deze ontdekking van een weidse nieuwe vormenwereld.” Die vijf maanden in de tuin in Neubabelsberg zouden later beslissend blijken voor het aanzien van de moderne architectuur.

Tagged with:
 

Hoe groter, hoe beter

On 12 december 2014, in innovatie, stedelijkheid, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Sociale Big Data’ (2014) van Alex Pentland:

Sociale Big Data

Alex Pentland, hoogleraar Big Data aan MIT Cambridge, schreef een boek over hoe gedrag en ideeën zich verspreiden. Onlangs verscheen een Nederlandse vertaling bij Maven Publishers. Die verspreiding vindt plaats, aldus Pentland, door besmetting, een mechanisme dat hij met grote hoeveelheden data in kaart heeft gebracht. Ook geeft hij tips hoe dergelijke ideeënstromen te verbeteren. Belangrijk voor organisaties, maar ook voor steden. Deel III (‘Data-gedreven steden’)gaat namelijk over steden. In hoofdstuk 9 legt hij zelfs uit “hoe de sociale fysica en big data onze opvattingen over steden en ontwikkeling radicaal veranderen.” Als bèta-man geeft hij daar suggesties omtrent het beter ontwerpen van steden. Beter in de zin van: creatiever, innovatiever, socialer, welvarender. Ik kreeg het boek gisteren in handen en ben het direct geboeid gaan lezen.

Pentland onderscheidt sociale banden en exploratieve. De eerste betreffen vertrouwde ideeën zonder veel vernieuwing. De tweede zijn verkennend, op vernieuwing gericht. Hoe groter de bevolking(sdichtheid) van een stad, hoe zwakker de sociale en hoe sterker de exploratieve banden. Grote steden zijn daarmee dus in principe vernieuwender dan kleine steden. Voor goede sociale banden blijkt een omvang van 100.000 inwoners optimaal (zeg: Amstelveen). Maar dan heb je nog geen vernieuwing. En juist vernieuwing blijkt de aanjager van stedelijke groei. “Kennelijk bevordert exploratie niet alleen de groei en de welvaart van steden, maar is het proces ook zelfversterkend.” Grote steden hebben dus de neiging steeds groter en welvarender te worden. Mits de exploratieve ideeën kunnen stromen en de sociale banden niet worden veronachtzaamd (lees: anders stijgt de criminaliteit). De metropool moet dus zijn opgebouwd uit eenheden van 100.000 inwoners, maar voor de maximale creatieve output zijn zakelijke en culturele gebieden in een centrale kern nodig die zoveel mogelijk gelegenheid geven voor exploratie. Dat vraagt om snel openbaar vervoer binnen de metropool en een rijk, op uitwisseling gericht centrum. Ziedaar de ideale stad van Pentland, gevonden op basis van ‘big data’. Herkent u het beeld?

Tagged with:
 

Stad van tenminste drie miljoen

On 10 december 2014, in economie, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen op Wired.com van 12 maart 2014:

2020_vision_cover

De Nederlandse regering heeft in de persoon van mevrouw Neelie Kroes een ‘special envoi’ benoemd die veelbelovende start-ups naar Amsterdam, pardon Nederland moet halen. Dit maakte Minister Kamp afgelopen maandag bekend. Het nieuws herinnerde me aan een artikel in Wired eerder dit jaar, waarin Peter Hirst, directeur van Sloan School Management van MIT Boston, Londen aanprees als een van de meest veelbelovende steden ter wereld voor start-ups, of beter: ‘the Best City in the World for Innovation’. Waarom? Omdat burgemeester Johnson na de Olympische Spelen van 2012 met zijn ‘2020 Vision: The Greatest City on Earth, Ambitions for London’ een aanpak neerzette waarin innovatie-gedreven ondernemerschap en ondersteunend onderwijs door hem centraal zijn gesteld. Een van de initiatieven was de samenstelling van een team uit Londen dat in Boston het MIT Regional Entrepreneurship Acceleration Program (REAP) volgde. In twee jaar tijd legde het de basis voor de Londense grootstedelijke strategie.

Het REAP-programma, bedoeld voor steden van drie tot tien miljoen inwoners, vraagt een metropool om een team samen te stellen van vijf tot zeven invloedrijke stakeholders uit overheid, bedrijfsleven en wetenschap, onder aanvoering van een ‘regionale kampioen’. In twee jaar volgt dit team jaarlijks twee workshops van tweeënhalve dag in Boston en twee even lange workshops in innovatieve regio’s elders in de wereld, op zoek naar de sleutels voor grootstedelijke innovatiekracht. Zo ook het Londense team. Het kwam voor de eigen stad effectieve strategieën op het spoor. Zoals de oprichting van een stedelijk ontwikkelplatform voor innovatieve technologische bedrijven. Was het artikel in Wired niet vooral reclame voor Londen en ook het REAP-programma? Zeker zal Hirst, zelf een Brit, dit in gedachten hebben gehad. Maar het maakt tegelijk duidelijk dat grote steden overal in de wereld nu gezien en ook erkend worden als motoren van de nieuwe economie. En het begint dus bij drie miljoen inwoners.

Tagged with:
 

Café Cox

On 4 december 2014, in innovatie, kunst, by Zef Hemel

Gelezen in Folia van 26 november 2014:

.

IMG_0940.JPG

Ik, als visionair, geen oog voor detail? Hier een bewijs van het tegendeel. Ze is hoofdredacteur van het immens populaire televisieprogramma DWDD, al vanaf het eerste uur. Ze studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Universiteitskrant Folia interviewde haar. De rubriek heet ‘Wasdom’ en portretteert elke week een bekende alumnus. Dieuwke Wynia (1969) vertelde de redactie ondermeer over café Cox en hoe belangrijk dit theatercafé in de Stadsschouwburg voor haar carrière geweest is, meer eigenlijk dan haar studie. Voor haar afstudeerscriptie kreeg ze een zeven. “Zo’n laf cijfer!” Nee, dan café Cox. Aan de stamgasten dankte ze haar eerste baan bij de publieke omroep.

Wie het interview goed leest ontdekt al gauw dat niet alleen Wynia haar carrière te danken heeft aan café Cox. Ook het vernieuwende succesformat van DWDD zelf lijkt in feite een afgeleide van wat er zich afspeelde in de kroeg onder de Stadsschouwburg in de Amsterdamse binnenstad. Er speelden bandjes, jonge kunstenaars traden op. Wynia leerde er hard werken, improviseren. Maar ook: ze leerde er veel mensen kennen. Zoals Martin Bril, Jan Mulder en Pierre Bokma. “Dat waren gek genoeg veel mensen die tegenwoordig in ‘De wereld draait door’ te gast zijn.” Ze noemt het ‘de klik’ met de mensen uit kunst-, cultuur- en mediawereld die het werken in café Cox haar naar het toekomstige succes van DWDD heeft gewezen. In 1997 kwam aan die reputatie van Cox een einde toen Sjoerd Kooistra de kroeg overnam en deze besmet raakte. Het interview deed me denken aan de belangrijke rol die de Walker’s Wagon Wheel Tavern in Mountain View heeft gespeeld in de ontwikkeling van Silicon Valley. Alle grote ondernemers en uitvinders kwamen elkaar daar tegen. Over nabijheid gesproken.

Tagged with:
 

French Tech Hubs

On 28 november 2014, in economie, innovatie, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in La Tribune van 21 november 2014:


File:Paris 13e - Halle Freyssinet 2.JPG

Dit is het aanvalsplan de Franse regering-Hollande in de strijd om een goede uitgangspositie in de nieuwe globale economie: negen steden zijn door de staatssecretaris van digitale innovatie verkozen als kandidaten voor de kwalificatie ‘French Tech Hub’: Lille, Lyon, Grenoble, Aix-Marseille, Montpellier, Toulouse, Bordeaux, Nantes en Rennes. Daarnaast ziet de regering Parijs als de centrale hub in dit nationale sterrenstelsel, waaraan bovendien Rouen, Brest, Lor’n Tech (Lorraine) en Côte d’Azur nog een status aparte hebben gekregen. Zij, alle acht of elf, verdienen het voorlopige predicaat vanwege hun bijzondere strategieën om in tien jaar tijd nieuwe ecosystemen te bouwen voor jonge technologische startups die internationaal kunnen wedijveren. "L’idée de cette initiative était en effet de faire de France entière un vaste accélérateur de start-up, un réseau de quelques écosystèmes attractifs mais aussi de construire un grand mouvement de mobilisation collective." De volgende ‘Googles’ moeten in Frankrijk ontstaan.

Typisch Frans is de aanpak van groeipolen. Niet dat het ooit heeft gewerkt. En waarom ook weer zoveel? Politiek lukt het waarschijnlijk anders niet. Elke regio moet meedoen of kunnen delen in het succes. En verder is het de Napoleontische droom van nationale integratie. Zulke homeopatische beleidsverdunning zal echter niet werken. Dus de grote vraag is: wat doet Parijs? Zij bouwt de grootste incubator ter wereld. Dat wordt Halle Freyssinet. Xavier Niel is daarvan de initiatiefnemer. Zijn gebouw van 30.000 vierkante meter in hartje Parijs zal in 2016 zijn poorten openen en zeker 1000 startups gaan huisvesten, congressen en ontmoetingen binnen de startup community organiseren. Het betreft een oude spoorfabriek van SNCF, door de beroemde Jean-Michel Wilmotte opnieuw ingericht. Freyssinet wordt het centrum van het Franse Silicon Valley in hartje Parijs. Al die sterren in de regio zullen er bleekjes bij afsteken. Op 22 oktober heeft de president van de Republiek de eerste steen gelegd. Zo maak je dus een nationale hi-tech economie.

Tagged with:
 

Stadsambassade

On 24 november 2014, in bestuur, economie, innovatie, by Zef Hemel

Gehoord in La Defense, Parijs op 20 en 21 november 2014:

Door de ambassades van Nederland in Parijs en die van Frankrijk in Den Haag was er afgelopen week een grote tweedaagse conferentie over de toekomst van de stad belegd in Parijs, in het CNIT. Het Nuffic in Den Haag had bovendien ruim dertig jonge getalenteerde studenten en PhD’s uit verschillende universiteitssteden in de twee landen uitgenodigd om deel te nemen. Deze jonge mensen kwamen uit Lille, Lyon, Marseille, Bordeaux, Parijs, Eindhoven, Nijmegen, Enschede, Utrecht, Leiden, Amsterdam. In werkelijkheid bleken veel studenten en afgestudeerden afkomstig uit Italië, Pakistan, Palestina, Marokko, Canada, China enzovoort, want zo zit de wereld tegenwoordig in elkaar. Een pre-conferentie op de donderdagochtend maakte de gemoederen onder de jonge talenten los. Wat die grootstedelijke toekomst betreft, die bleek vooral ‘smart‘. Want het Smart City-spook waart rond, ook door Europa.

De aanleiding: in januari had de Franse president Hollande een bezoek gebracht aan ons land. Korte tijd later was premier Manuel Valls in zijn voetspoor getreden. In Amsterdam hadden ze afgesproken om de inhoudelijke samenwerking tussen de twee landen te intensiveren. De conferentie was er het resultaat van, met de beide ambassades fungerend als een soort ‘stadsambassade’. Wat er uit kwam? In zes workshops wisselden de steden hun ervaringen bij het implementeren van slimme technologieën uit, Parijs en Amsterdam voorop. De beide keynote sprekers Dirk-Jan van den Berg, voorzitter van het College van Bestuur van de TU Delft (over AMS), en Remy Dorval, directeur van Fabrique de la Cité, noemden de toekomst van onze steden als het belangrijkste onderwerp op de actuele beleidsagenda. Natiestaten, aldus de twee, zullen de steden alle ruimte moeten geven om de wereld te redden, want de eerste is allang niet meer het handelende niveau. En in de steden, voegden de deelnemers daaraan toe, zijn het de burgers die daar een beslissende invloed moeten krijgen. Niemand die dit tegensprak.

Tagged with:
 

Silicon Roundabout

On 7 november 2014, in economie, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in The Guardian van 10 maart 2014:

Iemand zei me laatst dat Londen goed bezig is nu het een Tech City aan het ontwikkelen is, een heus ecosysteem waarin startups in de Britse metropool kunnen gedijen. Amsterdam zou dat ook moeten doen. Hij bedoelde Silicon Roundabout, een deel van Shoreditch dat een paar jaar geleden voorwerp werd van de Tech City Strategy van het Londense gemeentebestuur en de Britse regering. Kort na 2000 was dit inderdaad het gebied in Oost-Londen waar kleine startups gevestigd waren. Maar nu niet meer. In ‘The slow death of Silicon Roundabout’ beschrijft Cory Doctorow, zelf inwoner van de buurt, hoe de overheid vakkundig een einde maakte aan het levendige milieu van internetpioniers van Shoreditch door het als zodanig te gaan promoten. Maar eerst de naam. Die werd in 2008 gemunt door Matt Biddulph, zelf in de buurt woonachtig en eigenaar van Dopplr. "If this goes on, some awful estate agent will start calling us Silicon Roundabout," zei hij ooit. Zelf deden hij en zijn vrienden er lacherig over, maar de gemeente maakte het tot een ernstige zaak, een doel, een missie.

Startups, schrijft Doctorow, zijn vreemde vogels. "Most of them fail." En als ze al succesvol zijn, dan vergeten ze het liefst al hun eerdere mislukkingen. "They are fizzy." Het patroon is als volgt: de jongeren werken voor een startup die mislukt, met een collega gaan ze aan de slag bij een ander; dit doen ze een aantal keren tot ze ergens hun vrienden treffen; met hen beginnen ze vervolgens hun eigen startup. "Almost everything that startups do comes to nothing." Maar overheden duiken erop alsof het allemaal succesverhalen zijn. En zo werd Silicon Roundabout geboren. Daar tref je nu ‘incubators’ met mooie bureaus. De gemeente, aldus Doctorow, is niet geïnteresseerd in vreemde vogels die broeden in goedkope, kleine leegstaande kantoren. In zijn straat gingen de goedkope panden zelfs tegen de vlakte om plaats te maken voor studentenhuisvesting. Internationale studenten, wel te verstaan. De gemeente handhaaft niet. Het enige dat economisch groeit in Shoreditch zijn de makelaars en aannemers."The startups that gave it its ridiculous name are gone."

Tagged with:
 

Archaisch

On 6 november 2014, in innovatie, stedenbouw, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 23 juli 2014:

Excellentie, innovatie en economische groei, welke omgeving hebben ze nodig? Deze week moest ik een lezing hierover geven voor de opleidingsdirecteuren van Amsterdam Science Park. Dat ik de stad zie als een grote campus, zullen ze graag willen geloven. Maar veel hebben ze er niet aan. Wat moet er op Science Park gaan gebeuren? De campus is zeker een geschikt model. Wonen, werken, studeren en onderzoeken, alles op ‘een open veld’, dat was het architectonische programma van Thomas Jefferson, die als architect tevens president van Amerika, uit Oxford, Cambridge en Harvard eind achttiende eeuw een schitterende classicistische universiteitscampus voor Virginia ontwierp. Het klooster werd bij hem een dorp. Opnieuw las ik een column van Coen Teulings, die niet alleen hoogleraar is aan de Universiteit van Amsterdam, maar sinds ruim een half jaar ook aan die van Cambridge, Groot-Brittannië. Zijn vrouw doet in Delft onderzoek naar campussen. In NRC Handelsblad schreef hij er afgelopen zomer een column over. Misschien wel speciaal voor haar.

De universiteit van Cambridge, aldus Teulings, is gehuisvest in kasteelachtige gebouwen. Ieder college heeft een eigen identiteit, ze is een wereld op zichzelf. “Ieder college heeft een eigen gebouw, een ommuurde veste, slechts toegankelijk via de Porter’s Lodge.” Binnen gelden tal van ongeschreven regels die ver teruggaan in de tijd, het zijn oude rituelen, en uit alles spreekt diep respect voor wetenschappelijke kwaliteit. De econoom Teulings, kennelijk in gesprek met zichzelf en met zijn studiegenoten, merkt op dat een dergelijke universiteit geen toonbeeld is van efficiency. “Die ondoelmatigheid is juist goed. Het houdt een universitaire cultuur levend die door de eeuwen heen veel nieuwe inzichten heeft gebracht.” Teulings: “Archaïsche tradities helpen blijkbaar een cultuur te conserveren waarin excellentie goed gedijt.” En renderen doet het ook, want Cambridge University draait al vier eeuwen lang een omzet van meer dan een miljard pond. Teulings: “Ik verkeer regelmatig in totale verwarring.”

Tagged with:
 

Beter bestuur

On 22 oktober 2014, in bestuur, participatie, by Zef Hemel

Gehoord in Brussel op dinsdag 7 oktober 2014:

European Parliament Open Days

Circa dertig bestuurders uit de Amsterdamse metropoolregio togen naar Brussel voor deelname aan de Open Days van de Europese Unie. Zij kwamen niet alleen. Tijdens de Open Days reizen namelijk jaarlijks vertegenwoordigers uit vrijwel alle regio’s en steden van de lidstaten af naar de hoofdstad van de EU voor deelname aan een afwisselend interactief programma. De straten van Brussel waren de afgelopen week dan ook gevuld met veelal keurig geklede heren en dames met badges, op zoek naar restaurant, hotel of congrescentrum. Jaarlijks luistert de Commissie vijf dagen lang naar de honderden steden en hun bestuurlijke vertegenwoordigers over ervaringen en experimenten met nieuw lokaal beleid. Het is het resultaat van een nieuwe koers die de Weense Eurocommissaris Johannes Hahn tien jaar geleden heeft ingezet. En hij niet alleen. Ook commissaris Neelie Kroes en anderen luisteren tegenwoordig naar wat er in de verschillende stedelijke regio’s speelt. Het moet ook wel. Met regeringsleiders komen ze er niet meer uit. En van bovenaf Europees beleid opleggen werkt niet meer. De burgers komen hiertegen in opstand en stemmen met hun voeten. Er verandert ook te veel in de wereld. Innovatie binnen Europa vraagt om bottomup-processen. Er waait, kortom, een frisse wind door de EU.

Tijdens de ontmoetingen met ambtenaren van zowel DG regio, DG Innovatie als het kabinet van commissaris Croes viel op hoe ingrijpend veranderd de houding en de werkwijze zijn. De Brusselse ambtenaren laten zich niet meer voorstaan op hun bureaucratische efficientie, hun toon is veel zachter geworden, begrijpender, empatischer, de betrekkingen zijn horizontaler. Hard beleid maken in Brussel, de verantwoordelijkheid voor de implementatie bij de regeringen leggen en het toezicht op naleving weer vanuit de hoofdstad van de EU regelen, ze geloven er zelf niet meer in. Armoede, duurzaamheid, veiligheid, ze vergen aanpassingen van de systemen. Om complexe continentale systemen te veranderen moet juist van onderop worden gewerkt, en niet meer vanuit het lobbycircuit in dat ene machtscentrum. Zoals een van de ambtenaren het zei, Brussel wordt een ‘bibliotheek’ van de Europese Gemeenschap, waar alle kennis, visies, best practices en ervaringen worden gedeeld. Ze wordt open, publiek, transparant, horizontaal. Ik moet het Den Haag nog zien doen.

Tagged with:
 

Succesvol innoveren

On 2 oktober 2014, in economie, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Tampere Region Innovation Strategy’ (2008):

صور Tampere

Hoe groeit een stedelijke economie? En kun je die aanjagen? Tampere is een Finse industriestad met circa 250.000 inwoners. Zoiets dus als Eindhoven. De Finse regio laat zich ook goed vergelijken met Noord-Brabant. En net als Eindhoven de stad van Philips is, zo is Tampere de stad van Nokia. Tampere is de industriële kurk waar de Finse economie tot voor kort op dreef. Immers, net als de klap die Philips en Daf in 1993 de regionale werkgelegenheid uitdeelden, voelt ook de regio van Tampere op dit moment de klap als gevolg van de ineenstorting van het Nokia-concern een paar jaar geleden nog steeds. Apple is de grote boosdoener. Het machtige Finse Nokia is nu onderdeel van het Amerikaanse Microsoft. Het verlies aan werkgelegenheid in Finland was enorm. Die duizenden werkloze ingenieurs trokken gelukkig weer een bedrijf als Intel aan, maar daarmee is het regionale leed nog lang niet geleden. Ziedaar het probleem van industriële regio’s die zich specialiseren en die daarbij teveel afhankelijk worden van een enkel industrieel concern.

Hebben Eindhoven en Tampere hun leven gebeterd? Je losmaken van het succesverhaal van een Nokia of Philips is lang niet makkelijk. Afgelopen zondagavond zagen we op de VPRO-televisie in een Tegenlicht-uitzending (‘De macht aan de stad’) hoe Eindhoven dat losmaken op dit moment moeizaam doet. In Tampere doen ze het weer anders. Hun regionaal-economische strategie kent een aantal interessante aspecten. De Finnen kiezen bewust voor crossovers, dus geen clusters of specialisaties meer, maar interactie tussen alle velden en expertises. Men bouwt er regionale platforms waarin alle partijen samenkomen om alles te delen. Ook hun internationale netwerken breiden ze sterk uit. En, misschien wel het belangrijkste: “raising of general awareness of the major challenges facing the region," ook dat doen ze. De strategie dateert van 2008. Ze werd opgesteld door Marjatta Maula van Tampere University of Technology in samenwerking met alle betrokken partijen. We zijn nu zes jaar verder. Werkt het ook? Ik sprak erover met Willem van Winden, lector regionale economie aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij is het aan het onderzoeken.

Tagged with: