Verontrustend

On 20 december 2014, in economie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Antifragile’ (2014) van Nassim Nicolas Taleb:

fracbq.gif (109934 bytes)

Ruimtelijke planning wordt door de Amerikaans-Libanese wiskundige Taleb in zijn nieuwste boek, ‘Antifragile’, heel even genoemd. We moeten als lezer dan wel stevig doorlezen, want pas op bladzijde 324 is het zover. Planologen worden daar over één kam geschoren met architecten. Beide beroepsgroepen begrijpen volgens Taleb niets van hun onderwerp: steden, landschappen, gebouwen. Architecten maken hun gevels glad, planners plannen topdown. Zaken die op een natuurlijke wijze groeien, zoals steden, landschappen en gebouwen, hebben juist een fractale kwaliteit. Op elk schaalniveau hebben ze dezelfde configuratie, net zoals een boom bestaat uit een stam, dikke takken, dunne takken, twijgjes. “Like everything alive, all organisms, like lungs, or trees, grow in some form of self-guided but tame randomness.” Steden, landschappen en gebouwen zijn niet anders. Maar moderne architectuur voelt met zijn gladde gevels doods aan en planologen plannen van bovenaf, met vaak noodlottige gevolgen: “topdown is usually irreversible, so mistakes tend to stick, whereas bottom-up is gradual and incremental, with creation and destruction along the way, though presumably with a positive slope.” Planologen zouden beter moeten weten.

Dat de wereld fractaal is, lijkt onomstreden. Het ruimtelijke patroon dat op dit moment op wereldschaal valt waar te nemen, doet zich inderdaad op alle schaalniveaus voor: sinds eind jaren tachtig is dat een van sterke ruimtelijke concentratie. Op wereldschaal concentreert de groei zich in Azië; terwijl Europa zich in de krimpende periferie bevindt. Binnen Europa concentreert de groei zich in de centrale zone München-Zürich-Wenen; terwijl Nederland zich, net als Ierland, Portugal, Spanje, Italië en Griekenland, in de krimpende periferie bevindt. Binnen Nederland concentreert de groei zich in de as Amsterdam-Utrecht; de rest van ons land bevindt zich in de krimpende periferie. Binnen de Amsterdamse regio concentreert de groei zich in Amsterdam; randgemeenten als Almere, Velsen en Beverwijk bevinden zich in de krimpende periferie. Alleen echte metropolen kunnen de periferie weerstaan. Europa telt er maar een (Londen), Nederland geen enkele.

Tagged with:
 

Rich non-doms

On 24 oktober 2014, in economie, wonen, by Zef Hemel

Gehoord in Londen op 15 oktober 2014:

Resi demand e c harris

Heb vorige week een lezing over Amsterdam gegeven op de Inaugural Cities 2014-conferentie van Marketforce. Locatie: 1 Whitehall Place, Londen. Er waren veel burgemeesters en wethouders van Britse steden aanwezig: Bristol, Leeds, Glasgow, Newham, Peterborough, Cambridge, Sunderland, Plymouth, Stoke-on-Trent. Geen spoor van een economische crisis in Groot-Brittannië. De (leen)economie draait hier weer op volle toeren; die doet het zelfs beter dan die van Duitsland. Het voedt hier ook het politieke idee om de Europese Unie dan maar te verlaten. Dat het Verenigd Koninkrijk het economisch zo goed doet heeft twee duidelijke redenen: ze heeft een eigen munteenheid en ze heeft Londen. Door de Engelse pond kan de Britse economie veel sneller reageren op schommelingen in de wereldeconomie. En met het financiële centrum Londen heeft het land een enorme economische motor in huis waar het hele eilandenrijk sterk van profiteert.

En dat het goed gaat met Londen moge duidelijk zijn! Afgelopen week werd bekend dat in de Britse metropool een bizar aantal luxueuze appartementen in aanbouw is genomen. De waarde ervan wordt geschat op in totaal 60 miljard Britse ponden, een groei van 20 procent ten opzichte van 2013. In de planning staan nog eens 25.000 luxe appartementen. Volgens EC Harris zal echter vijftig procent vertraagd of helemaal niet worden opgeleverd. Er is namelijk een groot tekort aan bouwvakkers. “Developers in London are starting to dig deep and pay premiums to contractors in a race to get schemes built while demand remains high.” Anders gezegd: “There is simply not the capacity out there to meet demand.” Dat geeft wel aan dat men de crisis hier ver voorbij is. Is het een probleem? De gewone Brit ligt er niet wakker van. Die kan zelf geen woning in Londen bemachtigen. Wat er te huur of te koop staat is voor hem of haar veel te duur. Dus waarom treuren om al die dure nieuwe condo’s die niet of sterk vertraagd gebouwd worden? In de Time Out London las ik: “Great. Now where are rich non-doms meant to buy for the purpose of not living, huh?”Rich non-doms, die kende ik nog niet.

Tagged with:
 

Beter bestuur

On 22 oktober 2014, in bestuur, participatie, by Zef Hemel

Gehoord in Brussel op dinsdag 7 oktober 2014:

European Parliament Open Days

Circa dertig bestuurders uit de Amsterdamse metropoolregio togen naar Brussel voor deelname aan de Open Days van de Europese Unie. Zij kwamen niet alleen. Tijdens de Open Days reizen namelijk jaarlijks vertegenwoordigers uit vrijwel alle regio’s en steden van de lidstaten af naar de hoofdstad van de EU voor deelname aan een afwisselend interactief programma. De straten van Brussel waren de afgelopen week dan ook gevuld met veelal keurig geklede heren en dames met badges, op zoek naar restaurant, hotel of congrescentrum. Jaarlijks luistert de Commissie vijf dagen lang naar de honderden steden en hun bestuurlijke vertegenwoordigers over ervaringen en experimenten met nieuw lokaal beleid. Het is het resultaat van een nieuwe koers die de Weense Eurocommissaris Johannes Hahn tien jaar geleden heeft ingezet. En hij niet alleen. Ook commissaris Neelie Kroes en anderen luisteren tegenwoordig naar wat er in de verschillende stedelijke regio’s speelt. Het moet ook wel. Met regeringsleiders komen ze er niet meer uit. En van bovenaf Europees beleid opleggen werkt niet meer. De burgers komen hiertegen in opstand en stemmen met hun voeten. Er verandert ook te veel in de wereld. Innovatie binnen Europa vraagt om bottomup-processen. Er waait, kortom, een frisse wind door de EU.

Tijdens de ontmoetingen met ambtenaren van zowel DG regio, DG Innovatie als het kabinet van commissaris Croes viel op hoe ingrijpend veranderd de houding en de werkwijze zijn. De Brusselse ambtenaren laten zich niet meer voorstaan op hun bureaucratische efficientie, hun toon is veel zachter geworden, begrijpender, empatischer, de betrekkingen zijn horizontaler. Hard beleid maken in Brussel, de verantwoordelijkheid voor de implementatie bij de regeringen leggen en het toezicht op naleving weer vanuit de hoofdstad van de EU regelen, ze geloven er zelf niet meer in. Armoede, duurzaamheid, veiligheid, ze vergen aanpassingen van de systemen. Om complexe continentale systemen te veranderen moet juist van onderop worden gewerkt, en niet meer vanuit het lobbycircuit in dat ene machtscentrum. Zoals een van de ambtenaren het zei, Brussel wordt een ‘bibliotheek’ van de Europese Gemeenschap, waar alle kennis, visies, best practices en ervaringen worden gedeeld. Ze wordt open, publiek, transparant, horizontaal. Ik moet het Den Haag nog zien doen.

Tagged with:
 

Regionale governance

On 21 oktober 2014, in bestuur, regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord in Brussel op woensdag 8 oktober 2014:

METREX Logo

Maakt regionale samenwerking iets uit? Een van de sprekers op het recente METREX-congres in Brussel, Rudiger Ahrend van de Organisation of Economic Cooperation and Development (OECD), had ruim tweehonderd grootstedelijke regio’s op hun samenwerkingsmodellen geanalyseerd. Vijfendertig procent van de bestudeerde regio’s kende alleen een informele samenwerking, 17 procent een intergemeentelijke, 9 procent een supra-gemeentelijke, niet meer dan 5 procent (Azië) een metropolitane samenwerking. Vierendertig procent van de bestudeerde regio’s kende überhaupt geen samenwerking. Waar van samenwerking sprake is, blijkt deze vooral plaats te vinden op terreinen van regionale economische ontwikkeling, regionaal transport en ruimtelijke ordening. Twee derde van de regionale samenwerkingsverbanden heeft betrekking op alle drie de terreinen. Lager scoorden waterbeleid en afvalbeleid, dan cultuur, ten slotte gezondheidszorg. En? Maakt het wat uit?

De OECD constateerde hogere economische productiviteit, minder suburbanisatie en grotere tevredenheid van burgers waar sprake is van goede regionale samenwerking. Hoe beter en formeler deze is geregeld, hoe beter ook de prestaties. Fragmentatie van de governance blijkt in alle opzichten slecht voor een gebied. Overleg is weliswaar ingewikkeld en vergt veel tijd, maar het loont. Hoe efficiënter dat overleg, hoe gunstiger dit weer is. Bij verdubbeling van het aantal betrokken gemeenten verliest de grootstedelijke regio liefst circa 6 procent aan productiviteit. Ahrend benadrukte dat het hier niet alleen om economische prestaties gaat. Het belang van governance op metropolitane schaal doet zich gelden op elk maatschappelijk terrein. En toen, helemaal op het eind, kwamen zijn belangrijkste lessen. Rivaliteit tussen gemeenten en steden, aldus Ahrend, werkt ongunstig; van bovenaf  samenwerking opleggen creëert lege hulzen; de bereidheid daartoe kan alleen van onderop groeien; ze vereist bovenal inspirerend leiderschap.

Tagged with:
 

Europese stad

On 13 juni 2014, in politiek, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in De Gids nr. 3, 2014:

Tot nu toe is de betekenis van de stad in het Europa-debat sterk onderbelicht gebleven, nee vrijwel genegeerd. Dat stelt Ed Taverne, emeritus-hoogleraar architectuurgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, in een artikel in De Gids. Het artikel verscheen omstreeks de Europese verkiezingen in mei. Taverne’s stelling gaat nog verder, hij meent dat historici, architecten en sociologen zelfs hun vertrouwen in de stad hebben opgezegd en op dit moment vooral debatteren over het einde van de Europese stad. De Europese stad, dat is volgens Taverne "de stad opgevat als een esthetisch bedacht, compact ensemble, rijk aan historische verwijzingen naar de opkomst van een burgerlijke samenleving." Voor zijn stelling dat dit idee wordt losgelaten refereert hij aan het globaliseringsdebat enerzijds, met zijn gevoel van vervreemding door de alomtegenwoordigheid van het stedelijke op het platteland, en anderzijds ook aan de rellen en opstanden in de voorsteden van Londen, Stockholm en Parijs. Taverne: "Voor velen lijkt met het vuur van de straatbarricades, maar vooral met de onmacht en radeloosheid van de autoriteiten, ook de idee van de Europese stad als uniek model van samenleving definitief in rook te zijn opgegaan."

Volgens Taverne is er nog maar één argument over om te blijven geloven in het bestaansrecht van de Europese stad. Steden – zeker de Europese – zijn beter in staat problemen op te lossen dan staten of unies. Dat doen ze vooral lokaal, samen met hun burgers. Daarmee treedt Taverne in de voetsporen van filosofen en geografen als Benjamin Barber, Ed Glaeser, Richard Florida en Jeb Brugman. Niet verrassend dus, maar wel hoopgevend. Steden, aldus Taverne, zijn broedplaatsen voor creatieven, innovatieplatforms voor bedrijven en emancipatiemachines voor kansarmen tegelijkertijd. De EU zou het unieke concept van de Europese stad veel sterker moeten omarmen en promoten. Het meest iconische gebouw dat volgens de architectuurhistoricus Taverne deze boodschap uitstraalt is de Beurs van Berlage op het Amsterdamse Damrak. Taverne: Het gebouw, verwijzend met zijn campanile naar de middeleeuwse Italiaanse stadstaten, staat in het economisch-financiële hart van de stad en verheerlijkt “de rijke geschiedenis van Amsterdam als vrije koopmansstad.” Het wijst handelaren op subtiele wijze op de idylle van een samenleving zonder geld. Mooi om te weten nu Nederland voorzitter zal zijn van de EU in 2016.

Tagged with:
 

Stedelijke laboratoria

On 3 december 2013, in geschiedenis, politiek, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Iron Curtain’ (2012) van Anne Applebaum:

In het magistrale ‘Iron Curtain. The Crushing of Eastern Europe’ besteedt Anne Applebaum relatief veel aandacht aan steden. Hoofdstuk 15 is zelfs helemaal gewijd aan ‘Ideal Cities’. Deze ideaalsteden werden in Oost Europa door de communisten direct na de Tweede Wereldoorlog gebouwd: Nova Huta in Polen, Stalinvaros in Hongarije en Eisenhüttenstadt in Oost-Duitsland. Vooral Russische planologen bemoeiden zich met de plek en opbouw van de nederzettingen, die rond gigantische staalbedrijven werden opgetrokken en die uitdrukkelijk symbool kwamen te staan voor de creatie van een totalitaire samenleving. Het was een samenleving waarin hoofdzakelijk voor de wapenindustrie werd geproduceerd en waarin de staat het absolute middelpunt vormde. “In these brand-new communities, traditional organizations and institutions would have no sway, old habits would not hinder progress and communist organizations would exert enormous influence over young people because there weren’t any others.” De nieuwe steden werden beschouwd als de ‘laboratoria van een toekomstige maatschappij’.

Ook de architectuur van de nieuwe steden was overwegend politiek, door de overheid topdown gestuurd: een socialistisch-realistische architectuur die dictator Stalin voorstond. De verwachtingen waren hoog gespannen en die verwachtingen werden door de lokale autoriteiten steeds verder opgevoerd, aldus Applebaum. De eerste bouwjaren overtroffen inderdaad alle prognoses, want de bevolking groeide snel. Applebaum: “In any developing country such rapid growth was guaranteed to bring chaos, disorganization, mistakes and worse. And so it did.” En dan volgt een beschrijving van tal van fouten in de nieuwe steden in opbouw, met deze conclusie: “Rapid development often leads to these kind of mistakes and failures in poor countries. But in the new socialist cities the gap between the utopian propaganda and the sometimes catastrophic reality of daily life was so wide that the communist parties scrambled constantly to explain it away.” Terwijl het enthousiasme daarna snel wegebde, verdween ook de utopische droom van de socialistische stad achter de horizon. Uiteindelijk zouden Nova Huta en andere nieuwe steden symbool komen te staan voor het failliet van de totalitaire staat: ‘failed planning, failed architecture, a failed utopian dream.

Tagged with:
 

Te kleine grote steden

On 31 oktober 2013, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen in ‘ESPON atlas’, Luxemburg (2013):

In de onlangs verschenen ‘Territorial Dimensions of the Europe 2020 Strategy’ (2013) van ESPON wordt de groeistrategie van de EU tot 2020 territoriaal vertaald naar regio’s en steden. De atlas toont de eerste resultaten sinds 2010. Ze verschijnt midden in de crisis die Europa uitzonderlijk hard treft. Drie prioriteiten staan tot 2020 in Europa centraal: smart growth, sustainable growth, inclusive growth. Doelen zijn bijvoorbeeld: 75% van de beroepsbevolking heeft werk, 3% van het bruto binnenlands product wordt besteed aan R&D, 20% reductie van CO2 uitstoot, schooluitval lager dan 10%, 20 miljoen mensen minder onder de armoedegrens. Worden ze gehaald? Die vraag wordt niet direct beantwoord. De atlas wil vooral een regionale benchmark zijn, waarschijnlijk bedoeld om regio’s en steden binnen Europa op te jutten. Wie wil niet de ‘slimste regio’ van Europa zijn? En welke stad wil niet de duurzaamste zijn? De atlas brengt de eerste resultaten in beeld.

Niet verbazingwekkend is het algemene beeld: er is sprake van een duidelijke scheiding tussen Centraal-Noord Europa en de rest. Terwijl de eerste de doelen nadert, raakt de tweede er steeds verder van verwijderd. Ronduit schrikbarend is het grote aantal drop-outs op scholen in de grote steden van Spanje; percentages tot 40 procent treft men daar aan. In Finland en Ierland daarentegen is schooluitval vrijwel nihil. Op het gebied van ‘smart growth’ presteren de Nederlandse regio’s helemaal niet goed. Uitgaven aan R&D zijn het hoogst in Zwitserland, Zuid-Duitsland, rond Praag en Wenen. Ook Stockholm, Malmö, Finland, Toulouse en Zuidoost Engeland (rond Londen) spenderen veel middelen aan onderzoek. Nederland niet. Alleen Brabant kan zich meten met de groten. Echter, ten opzichte van 2003 zijn in alle Nederlandse regio’s – ook Brabant – de uitgaven aan R&D sterk teruggelopen. Alleen op het terrein van arbeidsaanbod op het gebied van wetenschap en technologie doen Randstad, Utrecht en Gelderland nog volop mee met de top. De atlas constateert hier een duidelijke concentratie in de grote steden. Londen echter telt veruit de grootste concentratie hoogopgeleide jongeren van heel Europa, met een percentage van 66 procent in het centrum. Daarna volgt Parijs. Conclusie? Voor ‘smart growth’ moet je niet in Nederland zijn. Onze grote steden zijn gewoon te klein.

Tagged with:
 

China without tweets

On 3 februari 2013, in internationaal, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in Wired van 2 februari 2013:

Een van de leukste websites van de laatste tijd is www.tweetping.net. Het betreft een real-time visualisatie van al het tweet-verkeer van over de hele wereld. Zodra je de pagina opent begint het te stromen. Webontwerper Franck Ernewein heeft de site ontwikkeld. Nathan Hurst schreef er een kort artikel over in Wired. De wereldkaart is afgebeeld als een nachtkaart, de tweets lichten op, onderin de pagina zie je de score per continent. Hoe meer tweets, hoe feller de plek oplicht. Grote steden springen er direct uit. Met tweetping krijg je opnieuw een goed beeld van het dominante verstedelijkingspatroon in de wereld, net zoals enkele jaren terug de eerste nachtelijke satellietbeelden van de aarde waarop de verlichting te zien is ons verrasten. Tweetping is dynamischer en daardoor leuker; telkens wanneer je hem opstart bouwt het beeld zich weer op. Ik kan er uren naar kijken.

Het grote verschil met alle nachtelijke satellietbeelden is dat bij tweetping China aardedonker blijft. Dat land kleurt nog donkerder dan donker Afrika. Geen spoor van twitterverkeer in het hart van Azië, terwijl de hele Pacific Rim juist fel oplicht: Japan, Korea, Java, Sumatra, Bangkok. Het zwarte gat wordt verklaard door het feit dat de Chinese overheid het twitteren onmogelijk heeft gemaakt. Hierdoor realiseer je je dat tweetping niet zozeer de mondiale verstedelijking afbeeldt, maar de wereldwijde communicatie, met de belangrijkste steden als knooppunten. China communiceert niet met de rest van de wereld. Europa doet nog wel stevig mee, al overtreffen de aantallen Aziatische tweets, ook zonder China, nu al bij verre de Europese. En kijk eens naar Istanbul, Moskou en Dubai!

Tagged with:
 

Silicon Valley verklaard

On 5 december 2012, in economie, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Magic Lands’ (1992) van John Findlay:

Afgelopen week gesproken in Brussel over het innovatiebeleid van de EU. De avond was georganiseerd door de Lisbon Council, een vooraanstaande denktank in Europa. Naast Amsterdam waren het Italiaanse Emilia Romagna (Bologna), het Spaanse Navarra (Pamplona), Noord-Nederland en IBM uitgenodigd. Natuurlijk ging het gesprek weer over een Europees ‘Silicon Valley’ en waarom die er nog altijd niet is. Dat steden ertoe doen werd door iedereen aan tafel erkend. Ook zijn de Europese beleidsmakers – meest economen – eindelijk bereid van geografische clusters te spreken. Maar de wil om ergens zo’n succesvolle plek in Europa te maken verhoudt zich slecht met Europees cohesiebeleid, zo bleek ook nu weer. En voor je het weet wordt alle geld opnieuw over alle Europese regio’s verdeeld. Welke stedelijke regio verdient nu werkelijk een stimulans vanuit Brussel? Dat ook Silicon Valley in essentie van onderop werd ontwikkeld en pas later door Washington financieel ondersteund, werd wel ingezien, maar waar in Europa gebeurt nu iets bijzonders dat exclusieve ondersteuning vanuit Brussel verdient?

Het begrip ‘Silicon Valley’, begin jaren ‘70 geijkt door een lokale journalist, heet eigenlijk Santa Clara Valley, dertig mijl zuidelijk van San Francisco. Nog tot in de jaren vijftig was dit een overwegend agrarisch gebied, waar pruimenoogsten het krantennieuws domineerden. Stanford University, in Palo Alto, was het geografische hart van de vallei en het centrum van waaruit de innovatie zich later verspreidde. Rondom deze universiteit groeide in en na de oorlog een omvangrijke elektronica-industrie. Toen de nieuwe naam gesuggereerd werd, leek het hoogtepunt van die ontwikkeling alweer voorbij en begonnen de milieuschandalen op te spelen. Wat veel mensen vergeten is dat het succes was begonnen bij één man: Frederick Terman. Terman was hoogleraar radiotechnologie. Tijdens de oorlog had hij op Harvard, Boston, geleerd dat je hoogleraren niet rond projecten, maar rond hun persoonlijke interessevelden moet organiseren. Dit principe bracht hij over naar de Westkust. Historicus John Findlay: “Instead of focussing on projects commissioned by outsiders or assigning faculty to jobs, Terman wanted independent researchers to tackle those problems that interested them, attracted attention to the university, and contributed directly to educational activities at Stanford.” Toen hij decaan werd, en later voorzitter van het college van bestuur, bouwde hij zijn hele universiteit, nee de hele regio rond Stanford rond dit unieke beginsel uit. Het was dus niet het geld of het vastgoed en ook niet Triple Helix of een andere bureaucratische constructie, maar dit principe van persoonlijke interessevelden dat Silicon Valley later groot maakte. De EU moet dus op zoek naar de Fred Terman van Europa. Hopen dat die er is.

Tagged with:
 

Nobelprijs voor planners

On 17 oktober 2012, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 7 juni 2012:

Afgelopen week maakte het Zweedse comité bekend dat de Europese Unie dit jaar de Nobelprijs voor de vrede heeft gewonnen. Zelf vond ik het een verrassende keuze die me stiekem blij maakte. Maar onmiddellijk herinnerde ik me het artikel van Ian Buruma in NRC Handelsblad van afgelopen juni, waarin deze de EU neerzette als een technocratische utopie van planners als de Fransman Jean Monnet. Utopie? Planners? Ik citeer: “Jean Monnet was een geboren technocraat, die een aversie had tegen politiek conflict en een haast Chinese neiging tot vereniging. (…) Zoals alle technocraten was Monnet een geboren planner. Hierin was hij overigens een kind van zijn tijd. De maakbare samenleving, het idee dat de economie en de maatschappij zoveel mogelijk moesten worden gepland, was allang voor de oorlog populair.” Vervolgens maakt Buruma alle planners zwart. Het zijn volgens hem ingenieurs en technocraten die de samenleving willen besturen en die wars zijn van politiek.

Ik voelde me aangesproken. Maar eerst nog Buruma: “De Europese vereniging na de oorlog werd gedreven door planners; het was een technocratische utopie.” Duidelijk? Planners tonen zich ongevoelig voor politiek, ze hebben de neiging door te drammen. Ze zijn niet minder dan een bedreiging voor de democratie, zeker als er zwaar moet worden bezuinigd. “Het rationele antwoord op huidige financiële crisis is nog nauwere fiscale vereniging, maar ook dit is weer een technocratische oplossing waar Europa niet democratischer van zal worden. Verder extremisme is daarom waarschijnlijk.” Zou het heus? Krijgen de planner dan eindelijk een Nobelprijs, net wanneer politiek extremisme dreigt? En wordt dat extremisme opgeroepen uitgerekend door de planners en niet door de politici zelf? Ik twijfel. Wat zei Amitav Ghosh ook alweer?

Tagged with: