Stedelijke laboratoria

On 3 december 2013, in geschiedenis, politiek, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Iron Curtain’ (2012) van Anne Applebaum:

In het magistrale ‘Iron Curtain. The Crushing of Eastern Europe’ besteedt Anne Applebaum relatief veel aandacht aan steden. Hoofdstuk 15 is zelfs helemaal gewijd aan ‘Ideal Cities’. Deze ideaalsteden werden in Oost Europa door de communisten direct na de Tweede Wereldoorlog gebouwd: Nova Huta in Polen, Stalinvaros in Hongarije en Eisenhüttenstadt in Oost-Duitsland. Vooral Russische planologen bemoeiden zich met de plek en opbouw van de nederzettingen, die rond gigantische staalbedrijven werden opgetrokken en die uitdrukkelijk symbool kwamen te staan voor de creatie van een totalitaire samenleving. Het was een samenleving waarin hoofdzakelijk voor de wapenindustrie werd geproduceerd en waarin de staat het absolute middelpunt vormde. “In these brand-new communities, traditional organizations and institutions would have no sway, old habits would not hinder progress and communist organizations would exert enormous influence over young people because there weren’t any others.” De nieuwe steden werden beschouwd als de ‘laboratoria van een toekomstige maatschappij’.

Ook de architectuur van de nieuwe steden was overwegend politiek, door de overheid topdown gestuurd: een socialistisch-realistische architectuur die dictator Stalin voorstond. De verwachtingen waren hoog gespannen en die verwachtingen werden door de lokale autoriteiten steeds verder opgevoerd, aldus Applebaum. De eerste bouwjaren overtroffen inderdaad alle prognoses, want de bevolking groeide snel. Applebaum: “In any developing country such rapid growth was guaranteed to bring chaos, disorganization, mistakes and worse. And so it did.” En dan volgt een beschrijving van tal van fouten in de nieuwe steden in opbouw, met deze conclusie: “Rapid development often leads to these kind of mistakes and failures in poor countries. But in the new socialist cities the gap between the utopian propaganda and the sometimes catastrophic reality of daily life was so wide that the communist parties scrambled constantly to explain it away.” Terwijl het enthousiasme daarna snel wegebde, verdween ook de utopische droom van de socialistische stad achter de horizon. Uiteindelijk zouden Nova Huta en andere nieuwe steden symbool komen te staan voor het failliet van de totalitaire staat: ‘failed planning, failed architecture, a failed utopian dream.

Tagged with:
 

Te kleine grote steden

On 31 oktober 2013, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen in ‘ESPON atlas’, Luxemburg (2013):

In de onlangs verschenen ‘Territorial Dimensions of the Europe 2020 Strategy’ (2013) van ESPON wordt de groeistrategie van de EU tot 2020 territoriaal vertaald naar regio’s en steden. De atlas toont de eerste resultaten sinds 2010. Ze verschijnt midden in de crisis die Europa uitzonderlijk hard treft. Drie prioriteiten staan tot 2020 in Europa centraal: smart growth, sustainable growth, inclusive growth. Doelen zijn bijvoorbeeld: 75% van de beroepsbevolking heeft werk, 3% van het bruto binnenlands product wordt besteed aan R&D, 20% reductie van CO2 uitstoot, schooluitval lager dan 10%, 20 miljoen mensen minder onder de armoedegrens. Worden ze gehaald? Die vraag wordt niet direct beantwoord. De atlas wil vooral een regionale benchmark zijn, waarschijnlijk bedoeld om regio’s en steden binnen Europa op te jutten. Wie wil niet de ‘slimste regio’ van Europa zijn? En welke stad wil niet de duurzaamste zijn? De atlas brengt de eerste resultaten in beeld.

Niet verbazingwekkend is het algemene beeld: er is sprake van een duidelijke scheiding tussen Centraal-Noord Europa en de rest. Terwijl de eerste de doelen nadert, raakt de tweede er steeds verder van verwijderd. Ronduit schrikbarend is het grote aantal drop-outs op scholen in de grote steden van Spanje; percentages tot 40 procent treft men daar aan. In Finland en Ierland daarentegen is schooluitval vrijwel nihil. Op het gebied van ‘smart growth’ presteren de Nederlandse regio’s helemaal niet goed. Uitgaven aan R&D zijn het hoogst in Zwitserland, Zuid-Duitsland, rond Praag en Wenen. Ook Stockholm, Malmö, Finland, Toulouse en Zuidoost Engeland (rond Londen) spenderen veel middelen aan onderzoek. Nederland niet. Alleen Brabant kan zich meten met de groten. Echter, ten opzichte van 2003 zijn in alle Nederlandse regio’s – ook Brabant – de uitgaven aan R&D sterk teruggelopen. Alleen op het terrein van arbeidsaanbod op het gebied van wetenschap en technologie doen Randstad, Utrecht en Gelderland nog volop mee met de top. De atlas constateert hier een duidelijke concentratie in de grote steden. Londen echter telt veruit de grootste concentratie hoogopgeleide jongeren van heel Europa, met een percentage van 66 procent in het centrum. Daarna volgt Parijs. Conclusie? Voor ‘smart growth’ moet je niet in Nederland zijn. Onze grote steden zijn gewoon te klein.

Tagged with:
 

China without tweets

On 3 februari 2013, in internationaal, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in Wired van 2 februari 2013:

Een van de leukste websites van de laatste tijd is www.tweetping.net. Het betreft een real-time visualisatie van al het tweet-verkeer van over de hele wereld. Zodra je de pagina opent begint het te stromen. Webontwerper Franck Ernewein heeft de site ontwikkeld. Nathan Hurst schreef er een kort artikel over in Wired. De wereldkaart is afgebeeld als een nachtkaart, de tweets lichten op, onderin de pagina zie je de score per continent. Hoe meer tweets, hoe feller de plek oplicht. Grote steden springen er direct uit. Met tweetping krijg je opnieuw een goed beeld van het dominante verstedelijkingspatroon in de wereld, net zoals enkele jaren terug de eerste nachtelijke satellietbeelden van de aarde waarop de verlichting te zien is ons verrasten. Tweetping is dynamischer en daardoor leuker; telkens wanneer je hem opstart bouwt het beeld zich weer op. Ik kan er uren naar kijken.

Het grote verschil met alle nachtelijke satellietbeelden is dat bij tweetping China aardedonker blijft. Dat land kleurt nog donkerder dan donker Afrika. Geen spoor van twitterverkeer in het hart van Azië, terwijl de hele Pacific Rim juist fel oplicht: Japan, Korea, Java, Sumatra, Bangkok. Het zwarte gat wordt verklaard door het feit dat de Chinese overheid het twitteren onmogelijk heeft gemaakt. Hierdoor realiseer je je dat tweetping niet zozeer de mondiale verstedelijking afbeeldt, maar de wereldwijde communicatie, met de belangrijkste steden als knooppunten. China communiceert niet met de rest van de wereld. Europa doet nog wel stevig mee, al overtreffen de aantallen Aziatische tweets, ook zonder China, nu al bij verre de Europese. En kijk eens naar Istanbul, Moskou en Dubai!

Tagged with:
 

Silicon Valley verklaard

On 5 december 2012, in economie, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Magic Lands’ (1992) van John Findlay:

Afgelopen week gesproken in Brussel over het innovatiebeleid van de EU. De avond was georganiseerd door de Lisbon Council, een vooraanstaande denktank in Europa. Naast Amsterdam waren het Italiaanse Emilia Romagna (Bologna), het Spaanse Navarra (Pamplona), Noord-Nederland en IBM uitgenodigd. Natuurlijk ging het gesprek weer over een Europees ‘Silicon Valley’ en waarom die er nog altijd niet is. Dat steden ertoe doen werd door iedereen aan tafel erkend. Ook zijn de Europese beleidsmakers – meest economen – eindelijk bereid van geografische clusters te spreken. Maar de wil om ergens zo’n succesvolle plek in Europa te maken verhoudt zich slecht met Europees cohesiebeleid, zo bleek ook nu weer. En voor je het weet wordt alle geld opnieuw over alle Europese regio’s verdeeld. Welke stedelijke regio verdient nu werkelijk een stimulans vanuit Brussel? Dat ook Silicon Valley in essentie van onderop werd ontwikkeld en pas later door Washington financieel ondersteund, werd wel ingezien, maar waar in Europa gebeurt nu iets bijzonders dat exclusieve ondersteuning vanuit Brussel verdient?

Het begrip ‘Silicon Valley’, begin jaren ‘70 geijkt door een lokale journalist, heet eigenlijk Santa Clara Valley, dertig mijl zuidelijk van San Francisco. Nog tot in de jaren vijftig was dit een overwegend agrarisch gebied, waar pruimenoogsten het krantennieuws domineerden. Stanford University, in Palo Alto, was het geografische hart van de vallei en het centrum van waaruit de innovatie zich later verspreidde. Rondom deze universiteit groeide in en na de oorlog een omvangrijke elektronica-industrie. Toen de nieuwe naam gesuggereerd werd, leek het hoogtepunt van die ontwikkeling alweer voorbij en begonnen de milieuschandalen op te spelen. Wat veel mensen vergeten is dat het succes was begonnen bij één man: Frederick Terman. Terman was hoogleraar radiotechnologie. Tijdens de oorlog had hij op Harvard, Boston, geleerd dat je hoogleraren niet rond projecten, maar rond hun persoonlijke interessevelden moet organiseren. Dit principe bracht hij over naar de Westkust. Historicus John Findlay: “Instead of focussing on projects commissioned by outsiders or assigning faculty to jobs, Terman wanted independent researchers to tackle those problems that interested them, attracted attention to the university, and contributed directly to educational activities at Stanford.” Toen hij decaan werd, en later voorzitter van het college van bestuur, bouwde hij zijn hele universiteit, nee de hele regio rond Stanford rond dit unieke beginsel uit. Het was dus niet het geld of het vastgoed en ook niet Triple Helix of een andere bureaucratische constructie, maar dit principe van persoonlijke interessevelden dat Silicon Valley later groot maakte. De EU moet dus op zoek naar de Fred Terman van Europa. Hopen dat die er is.

Tagged with:
 

Nobelprijs voor planners

On 17 oktober 2012, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 7 juni 2012:

Afgelopen week maakte het Zweedse comité bekend dat de Europese Unie dit jaar de Nobelprijs voor de vrede heeft gewonnen. Zelf vond ik het een verrassende keuze die me stiekem blij maakte. Maar onmiddellijk herinnerde ik me het artikel van Ian Buruma in NRC Handelsblad van afgelopen juni, waarin deze de EU neerzette als een technocratische utopie van planners als de Fransman Jean Monnet. Utopie? Planners? Ik citeer: “Jean Monnet was een geboren technocraat, die een aversie had tegen politiek conflict en een haast Chinese neiging tot vereniging. (…) Zoals alle technocraten was Monnet een geboren planner. Hierin was hij overigens een kind van zijn tijd. De maakbare samenleving, het idee dat de economie en de maatschappij zoveel mogelijk moesten worden gepland, was allang voor de oorlog populair.” Vervolgens maakt Buruma alle planners zwart. Het zijn volgens hem ingenieurs en technocraten die de samenleving willen besturen en die wars zijn van politiek.

Ik voelde me aangesproken. Maar eerst nog Buruma: “De Europese vereniging na de oorlog werd gedreven door planners; het was een technocratische utopie.” Duidelijk? Planners tonen zich ongevoelig voor politiek, ze hebben de neiging door te drammen. Ze zijn niet minder dan een bedreiging voor de democratie, zeker als er zwaar moet worden bezuinigd. “Het rationele antwoord op huidige financiële crisis is nog nauwere fiscale vereniging, maar ook dit is weer een technocratische oplossing waar Europa niet democratischer van zal worden. Verder extremisme is daarom waarschijnlijk.” Zou het heus? Krijgen de planner dan eindelijk een Nobelprijs, net wanneer politiek extremisme dreigt? En wordt dat extremisme opgeroepen uitgerekend door de planners en niet door de politici zelf? Ik twijfel. Wat zei Amitav Ghosh ook alweer?

Tagged with:
 

Civic Commons

On 3 april 2012, in participatie, regionale planning, technologie, by Zef Hemel

Gehoord in de RAI op 27 maart 2012:

Tijdens Inter Traffic, de grootste internationale beurs op het gebied van verkeer en vervoer in de Amsterdamse RAI, vond de kick off plaats van Commons4EU. Vijf steden presenteerden er hun nieuwste apps die de digitale uitwisseling tussen burgers en hun stad moeten stimuleren: Boston, Barcelona, Rome, Londen en Amsterdam. Esteve Almirall, hoogleraar aan Esade Business School in Barcelona, maakte duidelijk waarom open innovatie voor steden zo belangrijk is. De publieke sector heeft vaak erg veel taken, maar haar budgetten slinken zienderogen, om lokale problemen op te lossen kunnen burgers veel actiever worden ingeschakeld. Bovendien moeten de steden zichzelf opnieuw uitvinden. Bedrijven die al eerder open innovatie omarmden, zoals Procter & Gamble, varen er economisch wel bij, dus waarom de overheid niet? Het gaat hier niet om complexe grootschalige digitaliseringsprojecten die maar al te vaak mislukken. De projecten zijn juist klein, goedkoop, experimenteel en snel te realiseren. Elke stad kan zijn eigen apps ontwikkelen en beproeven. Deze civic commons, soms gratis, soms betaald, kunnen een nieuwe manier zijn om op stedelijk niveau een civil society te bouwen.

Boston, Massachusetts, gaf in Amsterdam van die civic commons instructieve voorbeelden. Nigel Jacob, werkzaam bij The Mayor’s Office of New Urban Mechanics, vertelde hoe Boston de afgelopen jaren open innovatie in het centrum van haar werkzaamheden plaatste. Onder het motto ‘Source, Support, Study, Share, Scale’ werden eerst ideeën opgehaald, vervolgens in pilots ondersteund, op hun impact bestudeerd, de resultaten gedeeld, om ten slotte te worden opgeschaald naar stedelijk niveau. ‘Street Bump’ is wel de leukste app in Boston: de app, actief geladen in de mobiele telefoon die in de auto meereist, registreert automatisch gaten in het wegdek. Burgers tellen de gaten, maar de gemeente kan ook op het stratenplan direct aflezen waar de gaten zich bevinden. Is het gat gedicht, dan krijgt de burger daarvan onmiddellijk bericht. Zulke apps zijn praktisch, leuk en stimulerend. Ze bevorderen het contact tussen burgers en gemeentelijke diensten. Boston kent inmiddels meer apps die de burgers actief inschakelen bij het oplossen van problemen: apps voor onderwijsprestaties, voor schoolbussen, voor afvalverwerking, voor sneeuwruimen. Vijftig apps voor twintig gemeentelijke diensten in de laatste vijf jaar is de stand van zaken. Commons4EU gaat soortgelijke toepassingen in Europese steden stimuleren en delen. Onder aanvoering van Amsterdam zullen Manchester, Helsinki, Rome, Barcelona, Berlijn, Parijs en de Nederlandse hoofdstad een ‘Code for Europe’ ontwikkelen. “Sharing data, civic commons, meeting place for city experts. Which apps are really cutting edge?” Ik zou zeggen: Eureka!

Tagged with:
 

Vies voor een hoger doel

On 20 oktober 2011, in duurzaamheid, economie, energie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The EUCO2 80/50 project’ (2011) van The University of Manchester:

Het kwade getwitter van rechtse politici over het artikel van Marcel aan de Brugh in NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag hield niet over. In ‘Groen? Onzin. We leven in een vies land’ noteerde de journalist Aan de Brugh dat Nederland viezer is dan Roemenië, Italië of Polen. “Nederland is een vies, grauw land.” Bron: een vergelijkend onderzoek van de stichting Natuur en Milieu op basis van cijfers van het Planbureau voor de Leefomgeving en het Europees Milieu Agentschap. Aan de Brugh interviewde onder andere Ron de Wit, hoofd klimaat bij Natuur en Milieu, die er geen misverstand over liet bestaan. Nederland heeft het meest vervuilde oppervlaktewater en de hoogste concentraties fijnstof in de lucht in heel Europa. “Dat staat haaks op wat het huidige kabinet ons voorspiegelt.” Het kabinet zou hebben beweerd dat Nederland in duurzaamheid voorop loopt. Volgens De Wit bungelt ons land juist onderaan. Dit bericht beviel de regeringspartijen duidelijk niet. Vooral Jan Rotmans, hoogleraar duurzame transitie aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam, moest het ontgelden. Ook hij werd door Aan de Brugh geïnterviewd. Hij ziet Nederland niet groener worden. Waarom scoort Nederland volgens hem zo slecht? “Onder andere omdat het land zo dichtbevolkt is.” Nederland is niet dichtbevolkt, maar dun verstedelijkt. “Maar het heeft net zoveel te maken met de economische historie van Nederland. De drie sectoren die de afgelopen vijftig jaar voor veel welvaartsgroei hebben gezorgd – de petrochemie, de intensieve landbouw en de logistiek – zijn een bepalende factor in de vervuiling.” Dat laatste is juist. De Nederlandse economie is vies en vervuilend. Die economie wordt gemaakt en gefaciliteerd door het Ministerie van Economische Zaken, dat maar al te graag zaken doet met gevestigde belangen: de intensieve landbouw, de petrochemie en de logistieke sector.

Fraai viel dit alles afgelopen maand vast te stellen in Hamburg, toen veertien Europese metropolen daar hun cijfers over hun hun CO2-emissies naar buiten brachten. De Universiteit van Manchester had de afgelopen twee jaar veertien Europese steden doorgelicht op hun CO2-uitstoot, de herkomst ervan, dus zeg maar hun vervuilingsbronnen: Hamburg, Glasgow, Rotterdam, Parijs, Oslo, Madrid, Porto, Helsinki, Turijn, Napels, Brussel, Stockholm, Frankfurt en Stuttgart. Rotterdam scoorde veruit het slechtste. “This is because the energy industry ( mostly petroleum refineries) dominates the Rotterdam emissions inventory largely because it is an energy-intensive sector.” In het geval van Rotterdam hangt alles af van de olie-industrie of de stad zijn reductiedoelstellingen (80 procent minder) zal realiseren. “It is recognized that different sectors have differing abilities to reduce their emissions and therefore regions with differing economic make ups, affluence, industries and access to renewable resources are likely to seek differing emissions reductions.” Waarop de Britse onderzoekers laten volgen: “This is notable in the case of the City of Rotterdam, where its emissions were dominated in 2005 by the petroleum refineries in the region.”  De stad is veruit de vieste stad omdat ze olie raffineert voor een Europese markt, zeeschepen ontvangt die olie verstoken en transport naar het achterland organiseert dat de lucht ernstig vervuilt. “The majority of Rotterdam’s emissions are from industry and energy industry.” (…) “Due to the slow rate of capital stock turnover, lack of financial and technical resources, and limitations in the ability of businesses to access and incorporate technological information, decarbonisation can be harder than it appears.” Moeilijk te tackelen dus, die Rotterdamse problemen, en daarom is Rotterdam nu al verexcuseerd. Net als de rest van Nederland. Het vieste land van Europa.

Tagged with:
 

Derde Gouden Eeuw

On 18 juli 2011, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Cities and the Wealth of Nations’ (1984) van Jane Jacobs:

Steden zijn de motoren van de economie. Nog niet zo lang geleden mocht je dat niet zeggen. Nu mag het eindelijk wel. Dat betekent dat steden met hun achterland de feitelijke economische eenheden zijn van waaruit je economisch zou moeten redeneren. Echter, we rekenen vanuit natie-staten. Dat doen we nu al meer dan tweehonderd jaar. Omdat wisselkoersen krachtige feedback informatie geven over economieën, zou elke stedelijke economie eigenlijk over een eigen munteenheid moeten beschikken. Vroeger, vóór de opkomst van de natie-staat, was dat ook zo. Steeg de netto export van een stad, dan rees de wisselkoers; steeg de netto import, dan werd de stedelijke munt goedkoper. Voor Nederland geldt dat de Europese Unie, met zijn centrale bank in Frankfurt, tegenwoordig de wisselkoers bepaalt. De afstand tot de verschillende stedelijke economieën is daardoor groter dan ooit. Boeiend is hoe Jane Jacobs erover schreef, en hoogst actueel om haar betoog te spiegelen aan de huidige situatie rond de euro. “Because currency feedback information is so potent, and because so often the information is not what governments want to hear, nations commonly go to extravagant lengths to try to block off or resist the information. Furthermore, when the information does come through – as sooner or later it always does, no matter what the evasions – the effects can be inappropriate, to say the least, (…)”  Jacobs trekt de vergelijking met een denkbeeldig organisme dat bestaat uit verschillende mensen die vanuit één hersenpan worden aangestuurd. De een suft, terwijl de ander misschien heel hard werkt. De hersenpan middelt alle informatie en zal hierop met één signaal reageren. Helpt het?

Jane Jacobs sprak erover in het Paleis op de Dam in Amsterdam, in 1984. Hare Majesteit ontving, professor Lambooy was gastheer. Ik kan het me nog goed herinneren. Haar boek was toen net verschenen: “Nations are flawed in this way because they are not discrete economic units, although intellectually we pretend that they are and compile statistics abouth them based on that goofy premise. Nations include, among other things in their economic grab bags, differing city economies that need different corrections at given times, and yet all share a currency that gives all of them the same information at the same time.” Met die ene Europese munt van later werd het allemaal nog veel erger. De kranten staan er op dit moment dagelijks vol mee. De EU probeert met alle macht de ene gemeenschappelijke munt te redden. Ondertussen negeert ze de feedback informatie van de wisselkoers die toch al teveel gemiddeld is. Geen wonder dat Europa moeite heeft haar economische prestaties op peil te houden. Tot schade van veel stedelijke economieën. Het Paleis op de Dam waar Jane Jacobs destijds sprak, is eigenlijk een stadhuis. Toen het werd gebouwd was Amsterdam een krachtige stedelijke economie. Een symbolischer plek voor haar boodschap was destijds nauwelijks denkbaar.

Tagged with:
 

Drukte op het Europese snelle spoor

On 14 juli 2011, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 5 december 2010:

JR-Maglev-MLX01-2.jp

Aangestoken door de Chinese koorts, waar de ene na de andere hogesnelheidslijn wordt geopend, lees ik in een goed bewaarde NRC Handelsblad van eind vorig jaar een artikel over de vrije concurrentie op het Europese spoor. Sinds 1 januari kunnen de spoorwegmaatschappijen over elkaars grondgebied rijden. Voor Europese begrippen een unicum. Half oktober vorig jaar al reed er een ICE-trein van Deutsche Bahn door de Chunnel. De Duitsers, lees ik, hoopten aanvankelijk dat ze bij de Olympische Spelen van 2012 in Londen al een eigen dienstregeling konden hebben. Dat bleek eind vorig jaar onhaalbaar te zijn. Sindsdien mikken ze op eind 2013. “Het is de bedoeling dat dan drie keer per dag een ICE-trein van Londen naar Brussel rijdt. Die zal daar dan worden gesplitst in een deel dat doorrijdt naar Amsterdam en een deel dat naar Keulen en Frankfurt gaat.” Het kan makkelijk, want de capaciteit op het spoor door de Chunnel wordt nog maar voor de helft gebruikt. Eind 2011 gaan ook de Italianen rijden met hogesnelheidstreinen tussen Milaan, Turijn en Parijs. En de Fransen zelf willen gaan rijden tussen Milaan en Venetië naar Rome en Napels.

Het wordt de komende drie jaren dus druk op het Europese hogesnelheidsspoor. In 2008 passeerde Europa al de grens van 100 miljard passagiers-kilometers; tien jaar eerder was dit nog maar de helft. We kunnen gerust spreken van een grote doorbraak. De grote Europese steden raken nu definitief onderling verbonden via het snelle spoor. Dit kan volgens NRC Handelsblad tot fundamentele veranderingen leiden. De krant citeerde Nicolas Petrovic, directievoorzitter van Eurostar. In de Financial Times zou hij hebben gezegd: “Mijn inschatting is dat als we vijf jaar verder zijn, de markten volledig zullen zijn veranderd, op dezelfde manier als de telecom- en de energiemarkt zijn veranderd.” Dat zal gerust. We zijn inmiddels alweer een half jaar verder. Nog belangrijker echter is dat het stedenpatroon in Europa in diezelfde vijf jaar behoorlijk op de schop zal gaan. Wie dan is aangesloten, zal bloeien, wie geen halte heeft krijgt het moeilijk.

Tagged with:
 

Mettler’s tags

On 30 april 2011, in duurzaamheid, economie, innovatie, by Zef Hemel

Gehoord in Felix Meritis op 21 april 2011:

Laatste spreker tijdens het uitverkochte congres Over Morgen in Felix Meritis, gewijd aan de toekomst van Amsterdam, was Ann Mettler, directeur en mede-oprichter van The Lisbon Council te Brussel. Haar verhaal sloot naadloos aan bij dat van Herman Wijffels, al vermeed ze het duurzaamheidsvraagstuk teveel voorop te stellen. Ze sprak van het post-crisistijdperk, dat ze voor Europa neerzette als ‘a race to the top’. Europa wordt een meritocratie. Alleen ”a benchmark with the best” is genoeg. We moeten wel nu de wereld razendsnel globaliseert. En de steden zijn de sleutel. Ze noemde het voorbeeld van Singapore, waar sinds 1995 de overheid bezig is met The Public Service Change Movement. En Toronto kent een diversiteitsbeleid waardoor het werkloosheidscijfer onder migranten daar lager is dan onder autochtone inwoners en waar migranten over het algemeen beter opgeleid zijn dan elders. Steden, vertelde ze, presteren beter dan landen. Toch gaat ook het geld van de EU niet naar de steden, maar naar regeringen (en landbouwgebieden). Onderwijs en vaardigheden worden steeds belangrijker. “The world is getting smarter.” De kinderen in Sjanghai zijn op dit moment al beter opgeleid dan de meeste Europese kinderen. Het gaat daarbij niet om taal en rekenen. “The need for non routine, interactive skills has exploded.” We moeten onszelf gereed maken voor de oplossing van vraagstukken die we nu nog niet kennen. Anders gezegd, “we need to learn how to learn.” Doen we dat niet, dan dreigt uitsluiting en acute armoede. We moeten anders denken over innovatie. Innovatie is ingrijpend van karakter veranderd. Er is sprake van een ware democratisering van innovatie. Bij innovatie gaat het niet meer om high tech, laboratoria, grote bedrijven. Kosten van innovatie zijn immens gedaald, iedereen kan innoveren. Diversiteit, menging, interdisciplinariteit, congestie, grote steden, ze zijn nu van onschatbare waarde.

Vandaar de sterke opkomst van kleine, flexibele en alerte organisaties. Nu al zijn 90 procent van de bedrijven micro-organisaties van minder dan 10 werknemers. Ze kennen geen bureaucratie, geen werktijden van 9 tot 5. Grote bedrijven, aldus Mettler, zullen niet overleven. Managers zijn een regelrechte sta-in-de-weg, ze hinderen innovatie en flexibiliteit en drijven de kosten op. Mensenwillen dat de opbrengsten van hun werk direct naar hen gaan, niet naar hun bazen. Ze willen niet meer uren pendelen, ze willen opwinding en plezier in hun werk. En ze willen cultuur en ontspanning  dicht bij huis. Ze willen grote steden. Facebook zit niet in Silicon Valley, maar in de binnenstad van San Francisco! Nu al kent Europa 32,5 miljoen zzp-ers. Dat aantal groeit. Ook de overheid moet veranderen. Er is behoefte aan ‘een new kind of openness’, de overheid moet veel strategischer opereren, veel meer feedback organiseren. O ja, dus het tijdperk van de grote kantoren is voorbij. Er is grote behoefte aan ‘coworking spaces’. Die zijn nodig voor de micro-multinationals. Duurzaamheid? Weet u, zei Ann Mettler, dat Zweden de snelst groeiende economie binnen de EU is? Zweden heeft de schoonste, duurzaamste economie van ons allemaal. Onthou dus deze ‘tags’: cities – human capital – innovation – micro-multinationals – sustainability. Zouden ze het in Den Haag nu eindelijk ook hebben gehoord?

Tagged with: