No free lunch

On 8 februari 2017, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The New Geography of Jobs’ (2012) van Enrico Moretti:

Afbeeldingsresultaat voor moretti geography of jobs

Deze week weer begonnen aan een nieuwe serie colleges over ‘Global City-Regions’ aan de Universiteit van Amsterdam. Het is zoals Enrico Moretti in 2012 al schreef: globalisering als gevolg van technologische innovaties aan de ene kant en localisering aan de andere kant lijken twee zijden van dezelfde munt. In ‘The New Geography of Jobs’ beschreef deze hoogleraar economie aan de University of California Berkeley hoe stedelijke regio’s als gevolg van globalisering steeds meer uiteenvallen in succesvolle en falende economieën. Je kunt het ook anders zeggen. Hoe verder de globalisering voortschrijdt, hoe meer succes afhangt van het lokale. “More than ever, local communities are the secret of economic success.” Urbanisatie en globalisering, ze horen bij elkaar. Dat is niet minder dan een paradox. Onderwijs en onderzoek zijn daarin cruciaal. Maar, zo laat Moretti zien, een universiteit in jouw stad vestigen is zeker niet genoeg. En een ‘coole’ stad maken met veel restaurants en uitgaansgelegenheden helpt evenmin. Berlijn is hip, maar blijkt geen banenmotor, integendeel. Seattle was nooit hip, maar werd uiteindelijk een economisch trekpaard van jewelste. Waarmee Moretti maar wil zeggen: op wat Richard Florida beweert – zet in op wat een creatieve klasse aantrekt – valt veel af te dingen.

Pas wanneer een veelzijdig cluster zich heeft gevormd in een ‘dikke’ arbeidsmarkt, begint een universiteit of onderzoekscentrum werkelijk bij te dragen. Cornell en Yale domineren de rankings van beste universiteiten ter wereld, maar voor de economieën van New Haven en Ithaka betekenen zij vrijwel niets. Pas in echte grote handelssteden gevestigd, kunnen universiteiten iets toevoegen aan innovatie en de regionale arbeidsmarkt. Universiteit Twente, met andere woorden, helpt Hengelo en Enschede niet echt vooruit. Ook Washington University in St Louis is weliswaar een erg goede universiteit, maar desondanks krimpt de stad. De University of Washington in Seattle daarentegen is minder goed, maar draagt wel sterk bij aan de vernieuwende economie van deze groeiende stad aan de westkust van Amerika. Trouwens, in New York hebben de meeste hoogopgeleiden niet in de eigen stad gestudeerd, maar komen van elders. Moretti relativeert zelfs het belang van Stanford voor Silicon Valley. Regionale fondsen en industriepolitiek, ze werken niet. Dus wat helpt wel? Door mensen in achtergebleven buurten van de grote steden scholing en goed onderwijs te bieden begint er iets te stromen. Salarissen gaan omhoog, welstand wordt gecreëerd, buurten raken gerevitaliseerd, gentrificatie maakt de zittende bewoners rijk. Het beweegt van onderop en het vraagt om kritische massa. De overheid kan dus wel degelijk iets doen. There’s no free lunch. Maar veel wat de overheid doet blijkt tevergeefs.

Tagged with:
 

Up with the People

On 20 januari 2017, in bestuur, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Japan Restored’ (2015) van Clyde Prestowitz:

Afbeeldingsresultaat voor japan restored clyde prestowitz

Op de terugvlucht van Tokio naar Amsterdam las ik ‘Japan Restored’ van Clyde Prestowitz. Prestowitz is oprichter van de Economic Strategy Institute in Washington DC en adviseert regeringen, vakbonden en multinationals over concurrentiekracht en globalisering. In ‘Japan Restored’ geeft hij zijn visie op de toekomst van Japan en schetst hij hoe deze derde economie van de wereld uit de hardnekkige crisis kan komen waarin deze nu al meer dan twintig jaar verkeert. Zijn stelling: Abenomics is niet genoeg. Abenomics, een economische politiek die vernoemd is naar de Japanse premier Shinzo Abe, staat voor 1. geldcreatie op grote schaal, 2. fiscale stimulansen en massieve infrastructuur-investeringen, 3. deregulering met name van de Japanse landbouwsector. Door al deze maatregelen zou het inflatiecijfer rond de 2 procent uit moeten komen en de Japanse productie substantieel moeten groeien. Prestowitz betwijfelt echter of dergelijke economische maatregelen voldoende zullen zijn. Helemaal op het eind van zijn boek doet hij uit de doeken wat dan wel nodig is om Japan uit het slop te trekken. Dat hoofdstuk heet: ‘Up with the People, Down with the Bureaucrats’. Het gaat over nieuwe vormen van governance.

Tijdens de snelle modernisatie van Japan in de tweede helft van de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw heeft Japan voor een Frans besturingsmodel gekozen met een sterke hiërarchische en bureaucratische inslag – een centralistisch staatsmodel dat na de Tweede Wereldoorlog door de Amerikaanse bezetter nog werd versterkt en waarin vrijwel alle beleid vanuit hoofdstad Tokio werd bepaald. Volgens Prestowitz moet het land daar zo snel mogelijk vanaf. Dat gebeurt inmiddels ook. Een Japanse staatscommissie adviseerde onlangs om de steden meer bevoegdheden te geven en vooral meer fiscale en budgettaire ruimte te bieden. Sterker, het land heeft onlangs een complete decentralisatie doorgevoerd. Prestowitz noemt het voorbeeld van Osaka, dat de decentralisatie als het ware heeft afgedwongen door zich niet langer iets van hoofdstad Tokio aan te trekken en dat al sterk van onderop wordt bestuurd, waar innovatie sterk wordt aangewakkerd, waardoor Osaka een stad is geworden die steeds meer de trekken krijgt van een noordelijk Singapore. Met Osaka als gids, verspreidde het virus van decentralisatie zich over heel Japan. Het resultaat is een ingrijpende staatkundige herziening waarbij de 47 provincies onlangs zijn omgevormd tot 15 kantons met elk een eigen gouverneur, eigen fiscaal regime en eigen wetgeving. De angst dat sommige regio’s hierdoor rijker zullen worden dan andere hield de politiek aanvankelijk tegen, maar, aldus Prestowitz, uiteindelijk werd decentralisatie toch geaccepteerd. Het alternatief is namelijk voortdurende stagnatie. Interessant dus, ook voor ons.

Tagged with:
 

Paleis van de toekomst

On 14 januari 2017, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Zhang Jian and the World Exposition in the Early Years of the 20th Century’  van Ma Min en Ai Xianfeng:

Afbeeldingsresultaat voor tokyo ueno park 1877

Bezoek gebracht aan Tokio. Met zijn 36 miljoen inwoners is de Japanse hoofdstad nog altijd de grootste stad op aarde. Opnieuw vond ik het indrukwekkend. Met Japan gaat het al jaren niet goed – er is sprake van een sterke demografische en economische krimp -, maar in Tokio zelf merk je daar weinig van. Haar bevolking groeit nog steeds, zij het bescheiden, terwijl haar grootstedelijke diensteneconomie onverminderd goed presteert. Dat krijg je als een stad groot en divers is. De opbloei van de stad begon in 1868, toen het geïsoleerde Japan onder druk van de Amerikanen zijn grenzen opende voor de buitenwereld en de keizer besloot Kyoto als hoofdstad in te ruilen voor het centraal gelegen Edo, het huidige Tokio. De modernisering verliep daarna verrassend snel. Wat heet, Tokio maakte een ongekende bloeiperiode door, een gouden eeuw die duurde tot de grote aardbeving van 1923, zes jaar later gevolgd door de economische crisis van de jaren dertig. Tokio was destijds de eerste Aziatische stad die haar economie volledig industrialiseerde. Haar bevolking verdubbelde in korte tijd, waardoor ze definitief uitgroeide tot de grootste stad op aarde, een positie die ze daarna niet meer prijs zou geven.

Wat was eigenlijk de katalysator van die snelle opbloei en modernisering? Ik zocht ernaar in de vakliteratuur en vond allerlei keizerlijke maatregelen van bestuurlijke vernieuwing. Is bestuurlijke vernieuwing dan werkelijk zo belangrijk? Ik twijfelde, dus ik zocht verder. Aan de basis, las ik, lag een door de keizer benoemde commissie die in 1871 naar Europa en Noord-Amerika was gereisd om de industriële revolutie daar te bestuderen. Haar aanbevelingen zouden later per keizerlijk decreet worden uitgevoerd. Een van de aanbevelingen betrof de bouw van een Crystal Palace, bedoeld voor grote toekomstgerichte tentoonstellingen. De eerste tentoonstelling – die van 1851 – had in Londen miljoenen mensen op de been gebracht en geïnspireerd; Londen had er zijn hernieuwde opbloei aan te danken. In datzelfde Londen had de commissie de tweede versie van Crystal Palace in Sydenham bezocht. Bij terugkomst beval ze de keizer aan een soortgelijk Paleis voor Volksvlijt in de hoofdstad te bouwen.  Het kwam te staan in het pas geopende Ueno Park. In 1877 vierde Tokio hier zijn eerste grote industriële expositie. In totaal zouden vijf tentoonstellingen in de Meiji-periode hun deuren in Ueno Park openen. In de Dazheng periode volgden nog eens twee. De laatste was in 1922, dat was een jaar voor de fatale aardbeving. Afgelopen week bracht ik een bezoek aan Ueno Park. Het paleis van de toekomst bestaat niet meer. Wel trof ik er zes musea aan in een bruisende metropool van inmiddels ongekende omvang.

Tagged with:
 

Wel de melk, niet de koeien

On 5 januari 2017, in economie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 22 oktober 2016:

Gerelateerde afbeelding

 

Een Special Report van het Londense zakenblad The Economist ging eind oktober 2016 over het Rusland onder president Poetin. In de kerstvakantie eindelijk tijd gevonden om het te lezen. Wat de Russische economie betreft wordt daarin Innopolis opgevoerd, de nieuwe stad onder de rook van Kazan, 820 kilometer oostelijk van Moskou, goed voor 155.000 inwoners, als illustratie van wat de heer Poetin zoal beweegt. Innopolis is het project van zijn voorganger, president Dmitry Medvedev, en werd op de tekentafel bedacht door Liu Thai Ker, hoofdarchitect van Singapore. De nieuwe stad, inmiddels twee jaar oud, moest net als Skolkovo bij Moskou – een ander project van Medvedev – een ware technopolis worden, een stedelijke hub van creativiteit en innovatie in een snel globaliserende wereld. Medvedev begreep dat Rusland niet achter kon blijven in de technologische ratrace en gebruikte het middel van een Free Economic Zone om in de buurt van Kazan (1 miljoen inwoners), aan de overkant van de rivier de Wolga, hoogwaardige grootstedelijke condities te scheppen die nodig zijn om talent aan zich te binden. Dat talent komt er nu echter niet. Zijn opvolger, Mr. Poetin, wil wel de melk, maar niet de koeien, aldus The Economist. Anders gezegd, het klimaat voor ondernemerschap is door de regering Poetin nooit gerealiseerd. Integendeel. Er staan alleen maar gebouwen.

In het algemeen vaart president Poetin een heel andere koers dan zijn voorganger. Hij probeert economische groei te bevorderen door geld te steken in het militair-industrieel complex en in grootschalige infrastructuur. Dat is een klassiek recept van natiestaten waarover The Economist het volgende schrijft: “the cost of these projects could outweight their benefits. And in the absence of a thriving private sector, those new roads and bridges may not do much.” Jane Jacobs noemde dat ‘transactions of decline’. De onstuimige groei van Moskou, Kazan en Sint Petersburg is voorbij. Zij hebben het nakijken. De nieuwe middenklasse die met die grootstedelijke groei de afgelopen decennia werd gevormd, heeft, met andere woorden, geen plek meer in het huidige autoritaire model van het Kremlin, dat overwegend gericht is op overheidsmiddelen steken in zinloze overheidsprojecten. Het regime van president Poetin is anti-stedelijk. Vanaf 2014 regeert weer de provincie. Het is een recept voor achteruitgang en verlies. Wat er met de plannen voor Innopolis gaat gebeuren is nu niet duidelijk. Het is wachten op betere tijden.

Tagged with:
 

Ruimte genoeg

On 5 december 2016, in economie, infrastructuur, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 28 november 2016:

Afbeeldingsresultaat voor trump infrastructure investment

Was het een grap? Vorige week maandag kopte Het Parool: “Minister Schultz: ‘Heel veel ruimte voor meer asfalt’.” De Minister van Infrastructuur, Melanie Schultz van Haegen (VVD) werd door de Amsterdamse krant aan de tand gevoeld over de files. Ze groeien weer, en hoe. Vooral rond de hoofdstad is de situatie hopeloos. En wat zegt de minister? “De wegen zijn op onze landkaarten breed ingetekend. Maar maak eens een helikoptervlucht en je zult zien dat er nog heel veel ruimte is voor meer asfalt.” Maar, vraagt de journalist, bent u niet bezig met een onmogelijke missie? De minister: “Ga eens naar een grote stad in een ander land: Iran, China of Indonesië. Nergens verloopt het verkeer zo soepel als hier. We kunnen files oplossen, juist omdat we geen enorme metropolen hebben en relatief veel, goed onderhouden wegen.” Laat het tot u doordringen: in plaats van een metropool te bouwen kiest deze minister van Infrastructuur en Ruimtelijke Ordening voor meer asfalt tussen de steden. Volgens haar is er ruimte genoeg. Ruimte genoeg voor wegen, niet voor grotere steden. Natuurlijk is het verkiezingsretoriek, dat begrijp ik ook wel. Het zou grappig zijn geweest als het niet ernstig was. Om de files de baas te worden en beter openbaar vervoer te krijgen moeten we juist een metropool bouwen. Maar dat is kennelijk niet de agenda van Den Haag zo vlak voor de verkiezingen en na ‘Het jaar van de ruimte’.

De provocatie van de minister kan ook anders gelezen worden. De recente verkiezingen in de Verenigde Staten analyserend beseffen politici overal ter wereld dat hun kiezers meer infrastructuur willen. Donald Trump werd ermee gekozen. Trump kopieerde Xi Jinping. Diens ‘Chinese droom’ omvat, naast honderd nieuwe vliegvelden en nog meer hogesnelheidstreinen, de bouw van een Nieuwe Zijderoute naar Europa en Afrika. Poetin wil hetzelfde in Rusland. Erdogan in Turkije belooft grote binnenlandse infrastructurele werken om de stukgelopen economie weer aan de praat te krijgen. Theresa May wil overhaast een knoop doorhakken en een derde landingsbaan op Heathrow aanleggen. Het Chinese model van het staatskapitalisme met zijn nadruk op mega-infrastructuur is bezig aan een snelle opmars in de wereld. Met het succes van Trump in het achterhoofd lijkt de vertrekkende Nederlandse minister van Infrastructuur nu ook mee te willen blazen in het koor van sterke wereldleiders. Nog meer asfalt belooft ze om de financiële crisis het hoofd te bieden. Welkom in de grote depressie van de jaren dertig. Sterke staten beloofden ons toen veel banen door nieuwe infrastructuur aan te leggen en het hele land te ontsluiten. Om dat allemaal te betalen molken ze de steden uit. We kwamen terecht in een wereldoorlog. Teveel infrastructuur werkt niet. Je moet juist grote steden bouwen. Staten begrijpen steden niet.

Tagged with:
 

Opgegeven

On 28 november 2016, in economie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Unwinding’ (2013) van George Packer:

Afbeeldingsresultaat voor silicon valley skyline

Helemaal op het eind van het dikke boek van Packer over de verval van de Verenigde Staten van Amerika komt Peter Thiel opnieuw aan het woord. Thiel is ondernemer, venture capitalist, multimiljonair, rijk geworden met PayPal, The Facebook, kortom een van de grote mannen in Silicon Valley. Thiel’s analyses van de wereld en de trends zijn telkens genadeloos. Op dit moment heeft hij zijn vermogen vooral gestopt in biotechbedrijfjes, jonge start-ups die het leven van mensen beloven te verlengen. Thiel gelooft niet meer dat informatietechnologie ons een nieuwe economie zal brengen. Integendeel, het internet breekt de bestaande economie juist af. Thiel wil daarom jonge talentvolle mensen aan zich binden nog voordat ze zijn afgestudeerd en met hen een èchte economie bouwen. Bovendien is hij ervan overtuigd dat academische studies geen goede ondernemers opleveren. De beste bedrijfjes in Silicon Valley worden niet meer door hoogleraren opgestart, maar door studenten. In plaats van zijn eigen universiteit te beginnen biedt Thiel getalenteerde studenten een fellowship aan van 100.000 dollar, waardoor zij worden vrijgesteld van collegeroosters en studiepunten en in staat zijn hun persoonlijke droom na te jagen binnen maar ook buiten de universiteit. Dus wel Stanford, maar niet de verplichte collegezalen. Fascinerend.

Tijdens een diner in het woonhuis van Thiel in de Marina van San Francisco ontvouwt zich, aldus Packer, op een avond een gesprek met oude vrienden van PayPal over talent en uitmuntend ondernemerschap. Thiel begint weer een genadeloze analyse. Er zijn, vertelt hij, slechts vier steden in de VS waar getalenteerde jonge mensen naar toe trekken: New York, Washington, Los Angeles en Silicon Valley. Drie daarvan hebben hun glans verloren: Wall Street na de financiële crisis; D.C. na Obama; Hollywood doet het ook niet meer. Dus is er nog maar één plek over: Silicon Valley. Nogmaals onderstreept Thiel dat het hoger onderwijs niet deugt. Hij vergelijkt het met een toernooi met telkens nieuwe rondes. Iedere keer moet de student proberen de beste te zijn. Het zelfvertrouwen krijgt daardoor een geweldige deuk. Hij wil in Silicon Valley een omgeving creëren waarin studenten vrijuit kunnen dromen, alles aanraken, alles beproeven, gewaardeerd worden, keihard kunnen werken, een nieuwe economie uitvinden. Slechts één plek op aarde waar het nog gebeurt. Opmerkelijke gedachte. Is dat niet vreselijk riskant?

Tagged with:
 

Alles begint klein

On 2 november 2016, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 9 september 2016:

 

Charleroi, het Youngstown van Europa, bestaat dit jaar 350 jaar. De kwijnende Waalse stad met nu nog 200.000 inwoners dankt zijn geboorte aan de bouw van een fort waarvan de eerste steen door de Spanjaarden werd gelegd in 1666. In 1871 werd het fort weer afgebroken, maar Charleroi groeide stug door en had het fort allang niet meer nodig. Sterker, vanaf midden negentiend eeuw beleefde Charleroi zijn grootste bloeiperiode. Feitelijk bestaat de stad nu uit een samenraapsel van dorpen die door de opkomende mijnbouw tijdens de Industriële Revolutie uit hun voegen barstten en wanordelijk aaneen zijn gesmolten. In de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw sloten de meeste mijnen en er kwam weinig voor in de plaats. Sinds 1985 krimpt de bevolking van Charleroi, dus probeert de Waalse regering, gesteund door de EU, de stad met veel overheidssubsidies aan de praat te houden. Het vliegveld is een publiek paradepaardje, waar vooral Ryanair van profiteert, maar ook een dure metro werd aangelegd, die overigens nooit in gebruik is genomen. Schandaal volgde op schandaal. De werkloosheid is er onverminderd hoog (20 procent) en de bevolkingskrimp zet door. Welkom in de Rust Belt van Europa, een problematisch gebied dat loopt van de Britse kolenbekkens via Wallonië naar het Ruhrgebied tot aan het Poolse Silezië, met Rotterdam als vooruitgeschoven post aan de Noordzee.

Afgelopen zomer sloot de vestiging van het Amerikaanse machinebouwer Caterpillar in Charleroi zijn deuren. Ruim tweeduizend mensen verloren hun baan. De kranten stonden er vol mee. De toon was opnieuw opstandig, verontwaardigd en tegelijk neerslachtig. Men wees beteuterd op de opgeknapte benedenstad en de plannen om ook de bovenstad te gaan aanpakken. Er was al veel goeds gedaan. Misschien nog te weinig citymarketing? De analyses noemden alle het ontbreken van een universiteit en dus jonge studenten. Nee, als die er kwamen, dan zou het met Charleroi wel weer goedkomen. Maar geen krant meldde dat de stad de komst van een universiteit in de jaren zestig hautain van de hand had gewezen, waardoor deze uiteindelijk in Louvain-la-Neuve was neergestreken. Opnieuw miljoenen overheidsgeld in Charleroi steken, nu alsnog voor een universiteit? Nee, want dat is precies het probleem: de staat begrijpt steden niet. De stad moet het zelf doen, met zijn eigen inwoners. Een eigen belastinggebied zou al helpen. En verder? Door de inwoners te activeren. Niet met brood en spelen, vliegvelden of citymarketing, maar door mensen bij elkaar te brengen. Alles begint lokaal. Alles begint klein. Alles begint met lokaal ondernemerschap.

Tagged with:
 

Moving forward

On 8 oktober 2016, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 17 september 2016:

Afbeeldingsresultaat voor maputo

Terwijl Nederlandse planologen te hoop lopen tegen mijn pleidooi voor de grote stad (NRC Handelsblad van zaterdag 24 september), publiceerde het Londense zakenblad The Economist een uitstekend artikel over de zich snel vormende metropolen in Afrika. In ‘Left behind’ wordt vastgesteld dat geen continent zo snel urbaniseert als Afrika. Ik schreef het al eerder, Lagos telt nu al zo’n 21 miljoen inwoners, Caïro 13 miljoen, Nairobi groeit jaarlijks 4 procent; dat is een keer zo snel als Houston, Texas. In 1950 kende de zuidelijke helft van Afrika nog geen stad van meer dan 1 miljoen, op dit moment zijn dat er al vijftig. In 2030, voorspelt The Economist, zal meer dan de helft van alle Afrikanen in grote steden wonen en werken. Iedereen, lijkt het wel, vlucht hier ineens naar de grote stad. En jazeker, een klein deel trekt door naar Europa. Echter, de armoede neemt op het enorme continent ondertussen niet echt af. Wat is er mis met de Afrikaanse steden?

Volgens het Brookings Institute falen de Afrikaanse steden omdat ze dichtheid missen, goede infrastructuur ontberen, geen industrie kennen, alleen informele banen scheppen, volstromen met arme stakkers, kort gezegd: omdat ze chaotisch, smerig en niet leefbaar zouden zijn. Het valt deze Amerikaanse denktank op dat de steden wel opvallende gated communities voor de allerrijksten kennen en dat de tegenstelling tussen arm en rijk buitengewoon schrijnend is. Daarom concludeert ze dat Afrikaanse steden alleen maar dienen voor consumptie door de allerrijksten, verder niet. Toch ziet The Economist lichtpuntjes. In Lagos begint het verkeer door te stromen en in Addis Ababa functioneert inmiddels een heuse metro. In Abidjan en Kampala zijn tolwegen aangelegd en ontwikkelen zich buitenwijken. Het probleem is alleen dat veel van deze voorzieningen de rijken rijker maken; de armen worden door de autoriteiten genegeerd of zelfs weggejaagd, die missen alle rechten. Desondanks groeit er een Afrikaanse middenklasse. Het World Economic Forum schatte deze onlangs op 350 miljoen. Juist in het zuidelijke deel van het continent groeit ze het hardst: in Accra, Nairobi, Luanda, Maputo (foto), Kinshasa, Lusaka. Dit, aldus The Economist, zouden de Afrikaanse landen moeten doen: het recht op belastingheffing overhevelen van nationaal naar lokaal niveau, waardoor burgemeesters in hun steden kunnen investeren. Zouden ze in Europa ook moeten doen.

Tagged with:
 

Winnen of verliezen

On 5 september 2016, in economie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 16 juli 2016:

Afbeeldingsresultaat voor new headquarters lego

Het is opletten geblazen. Wie niet de trends volgt is verloren. In The Economist afgelopen zomer meldde Schumpeter dat ‘de monding van de culturele rivier is verlegd van New York en Los Angeles naar San Francisco’. Dat stelde althans Chris Dixon, CIO van een venture capital-onderneming in Silicon Valley. Van het observeren van wat slimme jonge mensen in het weekend doen heeft hij zijn beroep gemaakt. De bankier werd trendwatcher. Op deze manier denkt hij uit te kunnen maken wat over tien jaar de dominante beweging zal zijn. Veel van zijn observaties hebben betrekking op voedsel en gadgets. Maar dus ook de beweging van de ene stad naar de andere stad. In hetzelfde nummer van het Londense zakenblad wordt door een andere redacteur opgemerkt dat alle grote en succesvolle firma’s in de wereld – Lego, Airbus, Google, Apple, Siemens, Adidas, Amazon – dure nieuwe hoofdkantoren bouwen. Al die kantoren hebben één ding gemeen: met hun architectuur en inrichting willen ze creatieve, jonge techies behagen. Vooral in Europa, waar de beroepsbevolking snel veroudert, is het zaak om jong talent aan zich te binden, dus gebouwen en interieurs moeten frisheid, openheid en innovatie uitstralen.

Veel van die nieuwe hoofdkantoren in Europa bevinden zich overigens op het platteland: Lego bouwt in Jutland, Airbus ontwikkelt buiten Toulouse, Adidas spendeert 500 miljoen euro in de bossen rond Herzogenaurach. Terecht stelt The Economist de vraag of die ruimtelijke strategie houdbaar is. Amazon heeft zich in het hart van Seattle genesteld, Google en Apple bevinden zich in San Francisco Bay Area. “For European firms in out-of-the-way company towns such as Billund or Herzogenaurach, it might be hard to compete, however appealing the minigolf course.” Die waarschuwende woorden las ik ook in een politieke analyse aan de vooravond van de Franse presidentsverkiezingen rond de figuur van Emmanuel Macron, minister van Economische Zaken. Opvallend in het Franse landschap is de scherpe scheiding tussen succesvolle kosmopolitische steden als Parijs, Lyon, Grenoble en Bordeaux, met hun aangename voetgangersgebieden, tech hubs en voedselhallen, en kwijnende industriesteden met hun gokhallen, parkeerterreinen en leegstaande winkelstraten. Politici die, net als CEO’s van topondernemingen, willen blijven groeien, zullen zich op de eerste categorie moeten richten, niet op de tweede. Ze zullen de grote, trendy stad in hun armen moeten sluiten. Doen ze dat niet, dan zullen ze uiteindelijk verliezen.

Tagged with:
 

Middelpuntvliedende kracht

On 13 juli 2016, in economie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in MO Nieuws van 29 oktober 2003:

Ruim tien jaar geleden werd Saskia Sassen, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Chicago, geïnterviewd door het Belgische MO Nieuws. Haar betoog, opgetekend door John Vandaele, is ook nu nog, of uitgerekend op dit moment, boeiend om terug te lezen. Uitvoerig vertelde ze over de effecten van globalisering na 9/11. Ook speculeerde ze over de machtsconcentratie in de handen van de rijkste tien procent, het snelle verdwijnen van de middenklasse, het ernstige verlies aan democratie, het strijdbare verweer van de anti-globalisten. De invloed van de Verenigde Staten, zei ze, zou verder inboeten. Hun macht was nog vooral militair. Het zuidelijk halfrond met zijn megasteden zou juist aan macht winnen. De globalisering had een middelpuntvliedende kracht in beweging gezet, waardoor staten de grote verliezers zouden zijn en grote bedrijven de winnaars. Uitzonderingen waren er ook: centrale banken en ministers van financiën zouden juist aan macht winnen. En de antiglobalisten zouden, in mondiale netwerken geweven, steeds meer tegenwicht gaan bieden. Na 2003 volgden de financiële crisis, Occupy Wallstreet, Sandy, de problemen met Griekenland, de opkomst van IS, de bootvluchtelingen uit Afrika en het Midden-Oosten, El Nino, de enorme schuldenlast van veel staten, de Brexit in 2016.

Vrijwel al haar voorspellingen lijken uit te komen. Haar recente boek, ‘Expulsions’ (2015), is overigens veel somberder van toon. Daarin stelt ze o.a. wereldwijde migratie in een heel nieuw daglicht. Overzeese landaankopen door multinationals nemen snel toe. Mensen worden van hun land verdreven. Dat is geen normale migratie van het platteland naar de stad. In 2003 geloofde Sassen nog dat er ‘een nieuw imperium’ zou ontstaan, dat meer gebaseerd is op internationale akkoorden, recht en zachte macht. Dat nieuwe, zachte machtscentrum zou de leegte die de Verenigde Staten achterlieten opvullen. “En het zal de EU zijn die deze nieuwe wereldorde zal leiden, precies omdat ze daarin het meest ervaring heeft -de EU zelf is één grote oefening in internationale samenwerking op basis van akkoorden en regels- en omdat ze de internationale politiek ook vanuit dat perspectief benadert.” Van dat laatste komt dus helemaal niets terecht. Ook Europa stort zichzelf nu in een ernstige crisis. De middelpuntvliedende kracht lijkt veel groter dan Sassen in 2003 bevroedde. Als er een zachte internationale orde in de maak is, dan kan die alleen nog gevormd worden uit mondiale stedelijke netwerken. Of niet. Zelfs ik begin somber te worden.

Tagged with: