Unequal geography

On 31 oktober 2014, in economie, by Zef Hemel

Gelezen op CityLab (The Atlantic) van 20 oktober 2014:

“Are big successful cities the new normal?” Dat vraagt de Canadees-Amerikaanse economisch geograaf Richard Florida zich af naar aanleiding van nieuw onderzoek van Josh Lehner naar werkgelegenheidsgroei tussen 2007 en 2013 in Amerikaanse steden. Een artikel van zijn hand stond onlangs te lezen op CityLab. De bestudeerde periode betreft die van de economische crisis, die volgens Florida een ‘great reset’  is waarin alles anders wordt. Wat er zoal anders is geworden? Volgens Lehner, werkzaam bij het Oregon Office for Economic Analysis, zijn het de sterker wordende agglomeratievoordelen. Alle Amerikaanse steden, schrijft hij, werden hard geraakt in de eerste jaren van de crisis, maar daarna veerden ze op. Echter, vooral de grote steden met meer dan 1 miljoen inwoners creëerden toen meer banen, beduidend meer dan de kleinere steden.

Bezien over een langere periode blijkt dat tot 1995 de kleinere steden nog relatief meer banen schiepen dan de grote, maar daarna verandert dit. Tot 2008 doen de grote het niet slechter dan de kleine, totdat de grote metropolitane gebieden consequent beter gaan presteren. Die tussenperiode van gelijke groei was volgens Lehner het gevolg van de door de overheid aangejaagde hypotheekmarkt met goedkope leningen, waarvan vooral de kleinere steden profiteerden en die ook mensen uit de steden heeft weggezogen. Maar in de crisis houdt deze bevoordeling op. Dan wordt zichtbaar dat de grote metropolen het gewoon beter doen. Lehner wijt dit aan hele sterke agglomeratievoordelen. Florida: “Larger metros, it seems, are the main beneficiaries from the ongoing clustering of talent, industry and investment that are part and parcel of our increasingly spiky and unequal geography.” Het is nog even wennen. VINEX bevoordeelde de kleinere steden in ons land, maar de grote steden presteren economisch gewoon beter.

Tagged with:
 

Cooperate!

On 30 oktober 2014, in cultuur, economie, onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Idiot’ (1868) van Fjodor Dostojevski:

IJ-prijs uitgereikt aan André van Stigt


Hoe werk je goed samen? Ik geef er vandaag een lezing over in Utrecht, bij COOPERATE! Moest bij de voorbereiding terugdenken aan de uitreiking van de IJ-prijs 2014 aan architect André van Stigt op 22 oktober in De Hallen, Amsterdam. Bij die gelegenheid viel me op hoe de generatie van 1968 nog altijd behoefte heeft aan conflict – en dit conflict ook bewust opzoekt – om zelf goed te kunnen presteren. De helden worden geboren door de schepping van halsstarrige autoriteiten, slappe bureaucraten en dom klootjesvolk. Zonder tegenstand lukt het de babyboomers niet. In die zelfverkozen strijd zou het beste naar boven komen in de mens. Leve de winnaars, leve de uitzonderlijke prestaties van de bijzondere enkeling! Directieven naar beneden die voortkomen uit geringe dunk over anderen of, omgekeerd, hoge eigendunk, hangen ermee samen. Wat een verschil met de komende generatie Amsterdammers, die het conflict niet meer nodig heeft om goed te kunnen presteren en die gewoon soepel weet samen te werken. Is het werkelijk zo moeilijk om anderen te prijzen? Echte samenwerking komt eruit voort.

Het deed me denken aan Fjodor Dostojevski. In zijn roman ‘The Idiot’ (1868) reist Prins Misjkin naar Petersburg, de toenmalige hoofdstad van het Russische rijk. Doel: de Russische samenleving redden. Geen van de inwoners van Petersburg is namelijk in staat tot iets goeds. Iedereen liegt, bedriegt, jaagt op geld, is bezeten van macht, roem en aanzien, staat elkaar naar het leven. Niemand weer iets op te bouwen door met anderen samen te werken, alles is conflict. Het hoogste wat je in deze samenleving kunt bereiken is generaal worden. Alleen door bevelen te geven kan iets gezamenlijks tot stand worden gebracht. Prins Misjkin is anders. Hij is goed. Hij is een held. Het kostte Dostojevski veel moeite, schreef hij later, om deze inherent goede mens, naar het evenbeeld van Jezus, in de roman op te voeren en te laten acteren. Goed zijn is ook zo ontzettend moeilijk. Lukte het onze held om het verdorven Rusland van de ondergang te redden? Niet dus. De mensen, ze veranderden niet. En Prins Misjkin, de held in het verhaal, vonden ze maar een naïeve man, een simpele ziel, een idioot. Helden of idioten, in een wereld van conflicten is de grenslijn tussen beide flinterdun.

Tagged with:
 

Rich non-doms

On 24 oktober 2014, in economie, wonen, by Zef Hemel

Gehoord in Londen op 15 oktober 2014:

Resi demand e c harris

Heb vorige week een lezing over Amsterdam gegeven op de Inaugural Cities 2014-conferentie van Marketforce. Locatie: 1 Whitehall Place, Londen. Er waren veel burgemeesters en wethouders van Britse steden aanwezig: Bristol, Leeds, Glasgow, Newham, Peterborough, Cambridge, Sunderland, Plymouth, Stoke-on-Trent. Geen spoor van een economische crisis in Groot-Brittannië. De (leen)economie draait hier weer op volle toeren; die doet het zelfs beter dan die van Duitsland. Het voedt hier ook het politieke idee om de Europese Unie dan maar te verlaten. Dat het Verenigd Koninkrijk het economisch zo goed doet heeft twee duidelijke redenen: ze heeft een eigen munteenheid en ze heeft Londen. Door de Engelse pond kan de Britse economie veel sneller reageren op schommelingen in de wereldeconomie. En met het financiële centrum Londen heeft het land een enorme economische motor in huis waar het hele eilandenrijk sterk van profiteert.

En dat het goed gaat met Londen moge duidelijk zijn! Afgelopen week werd bekend dat in de Britse metropool een bizar aantal luxueuze appartementen in aanbouw is genomen. De waarde ervan wordt geschat op in totaal 60 miljard Britse ponden, een groei van 20 procent ten opzichte van 2013. In de planning staan nog eens 25.000 luxe appartementen. Volgens EC Harris zal echter vijftig procent vertraagd of helemaal niet worden opgeleverd. Er is namelijk een groot tekort aan bouwvakkers. “Developers in London are starting to dig deep and pay premiums to contractors in a race to get schemes built while demand remains high.” Anders gezegd: “There is simply not the capacity out there to meet demand.” Dat geeft wel aan dat men de crisis hier ver voorbij is. Is het een probleem? De gewone Brit ligt er niet wakker van. Die kan zelf geen woning in Londen bemachtigen. Wat er te huur of te koop staat is voor hem of haar veel te duur. Dus waarom treuren om al die dure nieuwe condo’s die niet of sterk vertraagd gebouwd worden? In de Time Out London las ik: “Great. Now where are rich non-doms meant to buy for the purpose of not living, huh?”Rich non-doms, die kende ik nog niet.

Tagged with:
 

Regionale governance

On 21 oktober 2014, in bestuur, regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord in Brussel op woensdag 8 oktober 2014:

METREX Logo

Maakt regionale samenwerking iets uit? Een van de sprekers op het recente METREX-congres in Brussel, Rudiger Ahrend van de Organisation of Economic Cooperation and Development (OECD), had ruim tweehonderd grootstedelijke regio’s op hun samenwerkingsmodellen geanalyseerd. Vijfendertig procent van de bestudeerde regio’s kende alleen een informele samenwerking, 17 procent een intergemeentelijke, 9 procent een supra-gemeentelijke, niet meer dan 5 procent (Azië) een metropolitane samenwerking. Vierendertig procent van de bestudeerde regio’s kende überhaupt geen samenwerking. Waar van samenwerking sprake is, blijkt deze vooral plaats te vinden op terreinen van regionale economische ontwikkeling, regionaal transport en ruimtelijke ordening. Twee derde van de regionale samenwerkingsverbanden heeft betrekking op alle drie de terreinen. Lager scoorden waterbeleid en afvalbeleid, dan cultuur, ten slotte gezondheidszorg. En? Maakt het wat uit?

De OECD constateerde hogere economische productiviteit, minder suburbanisatie en grotere tevredenheid van burgers waar sprake is van goede regionale samenwerking. Hoe beter en formeler deze is geregeld, hoe beter ook de prestaties. Fragmentatie van de governance blijkt in alle opzichten slecht voor een gebied. Overleg is weliswaar ingewikkeld en vergt veel tijd, maar het loont. Hoe efficiënter dat overleg, hoe gunstiger dit weer is. Bij verdubbeling van het aantal betrokken gemeenten verliest de grootstedelijke regio liefst circa 6 procent aan productiviteit. Ahrend benadrukte dat het hier niet alleen om economische prestaties gaat. Het belang van governance op metropolitane schaal doet zich gelden op elk maatschappelijk terrein. En toen, helemaal op het eind, kwamen zijn belangrijkste lessen. Rivaliteit tussen gemeenten en steden, aldus Ahrend, werkt ongunstig; van bovenaf  samenwerking opleggen creëert lege hulzen; de bereidheid daartoe kan alleen van onderop groeien; ze vereist bovenal inspirerend leiderschap.

Tagged with:
 

Nachtleven is duurzaam

On 8 oktober 2014, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De hardnekkigheid van de 9 tot 5-economie’ (2009) van Paul de Beer:

MIRIK MILAN _ PREFEITO DA NOITE EM AMSTERDA

Het geklaag, vooral afgelopen zomer, over de enorme drukte in Amsterdam bleek iets typisch Amsterdams. Nu klagen Amsterdammers graag – daar niet van -, maar dat is niet wat ik bedoel. Wel dit: de door Amsterdammers ervaren drukte doet zich alleen voor in (het centrum van) Amsterdam, in de rest van Nederland is het veel rustiger. Vergelijk het straatbeeld zelfs in Rotterdam maar eens met dat in Amsterdam. Amsterdam kookt over, Rotterdam nog in het geheel niet. Deels zijn het de stromen toeristen, waaronder heel veel dagjesmensen, deels groeit gewoon het inwonertal van de hoofdstad gestaag, elk jaar met 15.000. Elders in Nederland is eerder sprake van krimp, van toenemende rust en stilte. Er is geen andere conclusie mogelijk. Die enorme stromen mensen kunnen hier niet meer tussen negen en vijf worden geaccommodeerd. Amsterdam maakt zich op voor een heuse 24-uurs economie. De grootste stad van Nederland wordt eindelijk volwassen.

Volgens de econoom Paul de Beer is er in Nederland beslist geen sprake van langere werktijden. Volgens cijfers uit 2009 blijkt althans hier niets van. De Beer: "Voor zeven uur ’s ochtends en na zes uur ’s avonds is vrijwel niemand aan het werk." Dat zal best, maar dat zijn landelijke cijfers. In Amsterdam lijkt mij dat niet (meer) het geval. En het is ook logisch. Bij een bepaalde omvang gaat een stad niet meer slapen, dan dendert ze door. Dat zie je in echte grote wereldsteden als Londen, Sao Paulo, Tokio, New York en Parijs. Dat is buitengewoon duurzaam, goed en profijtelijk en, zeker, overlast geeft het hier en daar ook. Voorzieningen worden hierdoor echter optimaal benut, nieuwe banen worden gecreëerd, inwoners en bezoekers worden langer en beter in alles bediend. Nederland is nu nog provinciaals, de regelgeving wordt overwegend in Den Haag gemaakt. Al jaren pleit nachtburgemeester Mirik Milan (foto) voor ruimere openingstijden. Zo stelde het vorige B&W van de hoofdstad ruim een jaar geleden al enkele 24-uurs zones voor de horeca in en ik zag een pleidooi van de Amsterdamse afdeling van D66 voor meer nachtvergunningen en ruimere openingstijden. Supermarktjes, bakkers, drogisterijen, ze moeten ook ’s avonds laat open kunnen zijn. Amsterdam zoekt naar een nieuwe balans.

Tagged with:
 

Why Nations Fail

On 3 oktober 2014, in demografie, economie, by Zef Hemel

Gelezen in Neue Zürcher Zeitung van 1 oktober 2014:

Wat moet je doen om een economie te laten groeien als de bevolking krimpt? Voor die vraag staat Japan al jaren. Japan gaat Europa voor in de demografische transitie van groei naar krimp en net als Europa en Rusland staat het land voor de vraag hoe het de nationale economie ondanks de krimp toch nog kan laten groeien. Monetaire of andere economische maatregelen helpen niet meer. Ruimtelijke maatregelen werken beter. Wat je zou moeten doen is de krimpende bevolking ruimtelijk concentreren. Want grote steden zijn machtige economische motoren. Eigenlijk gebeurt dat al want de Japanse jeugd trekt al jaren naar de grote stad. Maar de natiestaat begrijpt dat niet en werkt het bewust tegen. Over dit merkwaardige fenomeen berichtte onlangs de Neue Zürcher Zeitung. In ‘Der Fluch von Tokio’ schetst de Japanse correspondent van de Zwitserse kwaliteitskrant, Patrick Zoll, het beeld van een land dat in 2040 100 miljoen inwoners wil tellen en ook vasthouden. Buiten de grote stad.

Op dit moment telt het eilandenrijk in de Stille Oceaan nog 127 miljoen zielen. Haar wacht dus nog een dramatische krimp. Ondertussen groeit Groot-Tokio onstuimig. Op dit moment staat de teller op meer dan 35 miljoen inwoners. De migranten zijn bijna zonder uitzondering  jonger dan dertig jaar. Gevolg: een vergrijzend en leeglopend platteland. Men schat dat over 25 jaar 896 gemeenten in Japan kunnen worden opgedoekt omdat straks niemand er meer woont. Dus wat doet de Japanse regering? Die start een regionaal-economische politiek om leeglopende steden en dorpen in alle uithoeken economisch te revitaliseren. Het Japanse platteland, heet het, moet weer aantrekkelijk worden voor de jeugd. Men wil de jongeren uit Tokio verleiden om de metropool te verlaten. Hoe dat precies moet, moeten ‘experts’ nu uitzoeken. Voor de heer Abe is het een topprioriteit. Dat wordt een hele kostbare operatie die gedoemd is te mislukken en ook niet gaat werken, nee het wordt een regelrechte ramp. Anti-stedelijke regimes als de Sovjet Unie en Communistisch China hebben het eerder al geprobeerd en daar leidde het niet alleen tot economische teruggang, maar ook tot hun val. En ook de Nederlandse ‘gebundelde deconcentratie’ werkte allerminst gunstig en heeft tot een verharding van economische crisis in de jaren zeventig en tachtig in ons land geleid. Zo’n dwaze ingreep hoort thuis in Barbara Tuchman’s ‘March of Folly’.

Tagged with:
 

Succesvol innoveren

On 2 oktober 2014, in economie, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Tampere Region Innovation Strategy’ (2008):

صور Tampere

Hoe groeit een stedelijke economie? En kun je die aanjagen? Tampere is een Finse industriestad met circa 250.000 inwoners. Zoiets dus als Eindhoven. De Finse regio laat zich ook goed vergelijken met Noord-Brabant. En net als Eindhoven de stad van Philips is, zo is Tampere de stad van Nokia. Tampere is de industriële kurk waar de Finse economie tot voor kort op dreef. Immers, net als de klap die Philips en Daf in 1993 de regionale werkgelegenheid uitdeelden, voelt ook de regio van Tampere op dit moment de klap als gevolg van de ineenstorting van het Nokia-concern een paar jaar geleden nog steeds. Apple is de grote boosdoener. Het machtige Finse Nokia is nu onderdeel van het Amerikaanse Microsoft. Het verlies aan werkgelegenheid in Finland was enorm. Die duizenden werkloze ingenieurs trokken gelukkig weer een bedrijf als Intel aan, maar daarmee is het regionale leed nog lang niet geleden. Ziedaar het probleem van industriële regio’s die zich specialiseren en die daarbij teveel afhankelijk worden van een enkel industrieel concern.

Hebben Eindhoven en Tampere hun leven gebeterd? Je losmaken van het succesverhaal van een Nokia of Philips is lang niet makkelijk. Afgelopen zondagavond zagen we op de VPRO-televisie in een Tegenlicht-uitzending (‘De macht aan de stad’) hoe Eindhoven dat losmaken op dit moment moeizaam doet. In Tampere doen ze het weer anders. Hun regionaal-economische strategie kent een aantal interessante aspecten. De Finnen kiezen bewust voor crossovers, dus geen clusters of specialisaties meer, maar interactie tussen alle velden en expertises. Men bouwt er regionale platforms waarin alle partijen samenkomen om alles te delen. Ook hun internationale netwerken breiden ze sterk uit. En, misschien wel het belangrijkste: “raising of general awareness of the major challenges facing the region," ook dat doen ze. De strategie dateert van 2008. Ze werd opgesteld door Marjatta Maula van Tampere University of Technology in samenwerking met alle betrokken partijen. We zijn nu zes jaar verder. Werkt het ook? Ik sprak erover met Willem van Winden, lector regionale economie aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij is het aan het onderzoeken.

Tagged with:
 

Wereld Expo

On 1 oktober 2014, in economie, innovatie, vastgoed, by Zef Hemel

Gelezen op Rotterdam2025.nl op 27 september 2014:

HOK Dubai World Expo 2020

Volgend jaar opent in Milaan de Wereld Expo, thema: ‘Feeding the Planet, Energy for Life’. Een aankondiging ervan zag ik deze zomer in Venetië, in het Italiaanse paviljoen op de internationale architectuur biënnale. Het viel me niet mee. Shanghai 2010 toonde meer ambitie. Dat was dan ook de allergrootste expo ooit. Dubai organiseert de Expo 2020. Op dit moment loopt Rotterdam zich warm voor de Wereld Expo in 2025. Vijftien Rotterdamse ondernemers hebben daartoe het initiatief genomen, ze onderzoeken of het plan kans van slagen heeft, want pas in 2016 hoeft het bid te worden uitgebracht in Parijs. De beslissing valt daar in 2018. Thema van het Rotterdamse bid is ‘Transition’. Het gaat de Maasstad, begrijp ik, om delta’s, water, energie en transitie. Royal Haskoning schreef een pamflet, Jan Rotmans en Erik van Egeraat zijn de beoogde curators. Mogelijke concurrenten van Rotterdam zijn Guangdong, San Francisco Bay Area en Londen. Na de afwijzing door de regering-Rutte van de Amsterdamse kandidatuur voor de Olympische Spelen in 2028 (‘te grote financiële risico’s, te weinig draagvlak’) een hernieuwde poging tot iets groots in dit kleine landje.

Maakt de Maasstad een kans? Dubai (‘Connecting Minds, Creating the Future’, foto) belooft 17 miljard euro aan investeringen binnen te halen met een inzet van iets meer dan zes miljard. Ze kreeg liefst 116 van de 164 stemmen in Parijs achter zich. Gaat Rotterdam ook zes miljard euro losweken bij de Nederlandse regering? Diezelfde regering zag immers af van een Olympisch bid. Vermoedelijk wordt het beduidend minder. De kans voor Rotterdam wordt ook al kleiner als Londen meedoet. Die Expo zal gaan over de veerkracht van de metropool. Zet ‘Future London’ – een initiatief van een aantal Engelse bedrijven – zijn kandidatuur echt door? Hoeveel miljard euro belooft deze bakermat van de Wereldtentoonstellingen te investeren? En Guangdong? Die Zuid-Chinese megastad telt niet minder dan 60 miljoen inwoners. Ook die metropool ligt in een gevaarlijke delta. De urgentie van een transitie is daar nog vele malen groter. En hoe kostbaar wordt de weg naar 2018? Een bidbook maken kost al snel vele miljoenen euro’s. Wie gaat dat betalen? En over welke transitie hebben we het eigenlijk? En, bovenal, lost dit de problemen op in Rotterdam-Zuid?

Tagged with:
 

Techboom

On 17 september 2014, in economie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 11 mei 2014:

Twitter headquarters, on Market Street in San Francisco (Olivia Hubert-Allen/KQED).

Amsterdam is op dit moment het beste te vergelijken met San Francisco. Beide steden zijn ongeveer even groot; hun achterland is even stedelijk. De Bay Area telt circa tien miljoen inwoners, de Randstad en directe omgeving iets vergelijkbaars. Beide steden zijn ook centra van de tegencultuur, van hippies, homo’s, krakers, linkse intelligentsia, anarchisten. Er hoeft maar iets te gebeuren of er breekt een opstand uit op straat. Het welvaartspeil is alleen lager rond Amsterdam, want de regio mist een technische universiteit en een Silicon Valley. Nog een verschil: de baai ten oosten van Amsterdam is ingepolderd, terwijl de baai van San Francisco nog altijd schittert in de zon. Maar Amsterdam is even geliefd als de Californische stad en de nabijheid van de zee is in beide steden goed voelbaar. Gevolg: de huizenprijzen in beide steden stijgen snel.

Enige maanden geleden schreef Eva de Valk in NRC Handelsblad over de problemen als gevolg van het succes van San Francisco. Onder de kop ‘Klassenstrijd aan de westkust’ meldde ze dat de huizenprijzen ongezond snel stijgen, over de afgelopen drie jaar met liefst 36 procent, de huren zelfs met 51 procent. De goed verdienende techwerkers uit Silicon Valley worden gezien als oorzaak; zij werpen zich op de grootstedelijke woningmarkt. Maar het is anders: in San Francisco zelf groeit het aantal banen twee keer zo snel als in de Valley. De rollen zijn omgedraaid. Niet de randen, maar het centrum is dynamisch. Voor al die grootstedelijke banen worden ter plekke veel te weinig woningen gebouwd. De Valk: “Over zes jaar zijn alle niet-rijken de stad uit gedrukt.” Nieuwbouw in de Bay area vindt nog altijd plaats op grote afstand van de stad, zeker die voor de lage inkomensgroepen. Vergelijk het met de bouw van woningen voor Amsterdammers achter Castricum, Alkmaar en Nijkerk. Geen gekke vergelijking. San Francisco en Amsterdam lijken meer op elkaar dan je denkt.

Tagged with:
 

Borrowed size

On 5 september 2014, in economie, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in OECD Territorial Review The Netherlands (2014):

 

 

;

 

 

 

 

 

 

Nederland profiteert economisch onvoldoende van agglomeratievoordelen, althans volgens de OECD. Onze steden zijn te klein. De Organisation for Economic Cooperation and Development beveelt bij de Nederlandse regering daarom grotere steden aan. Daarnaast echter biedt ze een ontsnappingsroute. Geen grotere steden, maar betere verbindingen. Zoiets heeft ze niet van zichzelf. Iemand moet de organisatie dit hebben gevraagd. Dat ze in haar Territorial Review van Nederland het alternatief voor een echte nationale grootstedelijke politiek om maximaal te profiteren van agglomeratievoordelen door de opdrachtgever ingefluisterd moet hebben gekregen maak ik mede op uit het feit dat dat alternatief alleen in de samenvatting wordt opgevoerd: ‘borrowed size’. Door snelle verbindingen tussen de bestaande stedelijke gebieden, stelt de OECD daar zonder nadere toelichting, kan ook winst worden geboekt. Gelooft u het? Ik heb de motivering opgezocht. Die bleek schamel. Leest u met mij mee.

Alleen in de ‘key recommendations’ van het uitvoerige rapport, op bladzijde 23, staat de volgende aanbeveling. In de rest van het dikke rapport geen spoor. In plaats van een nationaal grootstedelijk beleid dat nu in Nederland ontbreekt en dat erop neer zou moeten komen dat van agglomeratievoordelen op het juiste schaalniveau – de stad en de stedelijke regio – wordt geprofiteerd, kan de regering er ook voor kiezen om de verbindingen tussen functionele stedelijke regio’s te verbeteren. Het is, stelt de OECD met nadruk, geen vervanging van agglomeratievoordelen, maar steden en stedelijke regio’s kunnen profiteren van grotere nabijheid ten opzichte van elkaar en op deze wijze agglomeratie van elkaar ‘lenen’. Een soort Peerby voor steden. En dan komt het: "Recent studies show that a doubling of the population living in urban areas within a 300 km radius, increases productivity of the city in the centre by 1 tot 1,5 percent." Een gebied met een straal van 300 kilometer beslaat gemakkelijk heel Nederland; een verdubbeling van de bevolking in een dergelijk omvangrijk gebied kan leiden tot een productiviteitsgroei van 1 tot 1,5 procent. Buiten het feit dat ik het niet begrijp vraag ik u: Is dit veel, een verdubbeling van de bevolking? Volgens mij wel. En hoe realistisch is dit? Onrealistisch, denk ik.

Tagged with: