Metropool van miljonairs

On 16 mei 2013, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen op Z24 op 14 mei 2013:

Amsterdam telt 58 duizend dollarmiljonairs. Dat berichtte Z24 afgelopen week op haar website. Het opzienbarende cijfer is afkomstig van het Londense Wealthinsight. Het gaat hier over de gehele Amsterdamse metropoolregio, bestaande uit 36 gemeenten. Daar wonen momenteel 2,3 miljoen mensen. Wat is een dollarmiljonair? Een dollarmiljonair had medio 2012 ongeveer 800 duizend euro aan vrij vermogen. Nederland telt 185 duizend dollarmiljonairs. Dat betekent dat de hoofdstad ongeveer 31 procent van alle Nederlandse miljonairs onder haar inwoners telt. Is dat veel? Ja, dat is naar verhouding erg veel. In en rond New York bijvoorbeeld woont slechts 7 procent van alle Amerikaanse dollarmiljonairs. De kans een miljonair in Amsterdam tegen komen is dus aanzienlijk groter dan in New York. Een op de veertig mensen – zo’n 2,5 procent – is hier miljonair. Toch is de concentratie miljonairs in en rond Amsterdam kleiner dan in het ruim elf miljoen inwoners tellende Moskou. In de Russische hoofdstad wonen ruim drie op de vijf Russische dollarmiljonairs.

Wereldwijd valt Amsterdam daarmee net buiten de top-30 van steden met de meeste miljonairs. Tokio staat op die mondiale ranglijst bovenaan, met 461 duizend dollarmiljonairs. De kans om in deze immense Japanse metropool een miljonair tegen het lijf te lopen is zelfs nog groter dan in Amsterdam: een kans van 1 op 28. Nee, de allergrootste kans om op straat een miljonair de hand te schudden is niet in Tokio of Moskou, maar in Frankfurt. Bijna een op de veertien inwoners is daar miljonair. Frankfurt is dan ook niet zo groot, wel extreem rijk. Leuke statistieken? Jazeker. Amsterdam vergaart rijkdom. Het is al lang geen arbeidersstad meer. Ook al is de stad internationaal gemeten erg klein, ze doet het in dit opzicht naar verhouding best goed.  De volgende keer de statistieken over stedelijke concentraties van miljardairs. Ik vrees dat Amsterdam dan niet meer meetelt in de wereld.

Tagged with:
 

De boom die alles zag

On 6 mei 2013, in economie, innovatie, by Zef Hemel

Gezien op televisie op 26 april 2013:

Uniek drieluik op de Nederlandse televisie, waanzinnig dat dit in een land gebeurt. Nooit eerder zagen we het vakgebied zo uitgebreid en meeslepend in beeld gebracht op tv. In ‘De Wereld van Klöpping’ – onderdeel van DWDD University – geeft internetspecialist Alexander Klöpping op aanstekelijke wijze zijn reisimpressies naar het mekka van de innovatie, de personal computer en het internet: Silicon Valley. Komende vrijdag wordt het laatste deel uitgezonden, over de toekomst. In het eerste deel, uitgezonden op 26 april, kregen we de unieke geschiedenis voorgeschoteld van Santa Clara Valley, “een gebied ongeveer zo groot als de Randstad.” Waarom zit zoveel innovatie zo dicht opeen gepakt in dat ene grootstedelijke gebied aan de Amerikaanse Westkust? Er bleek een levende maquette in studio aanwezig om de geografie aan de kijkers duidelijk te maken. Het begon met de boom die alles zag. Daarna kwam de garage van Hewlett-Packard. Maar alras was daar Shockley Semiconductor Laboratory van William Shockley. Deze laatste – uitvinder van de transistor en latere Nobelprijswinnaar (1956) – werd door Klöpping aan de wieg geplaatst van het wonder van Silicon Valley. Acht jonge mannen die al snel zijn bedrijf verlieten begonnen even later hun eigen bedrijfjes. Een ervan was Robert Noyce, die het succesvolle Fairchild Semiconductor oprichtte. Intel is weer ontsproten aan Fairchild. Enzovoort.

Silicon Valley is dus allesbehalve een van overheidswege gepland cluster van innovatieve bedrijven en wetenschappelijke instellingen. Deels toevallig ontstaan, deels ingebed in de hippiecultuur van San Francisco, deels een product van Stanford University. In het programma werd de geboorte helemaal opgehangen aan die ene persoon van Shockley. Klöpping beklemtoonde dat de excentrieke Shockley overal had kunnen werken. Waarom ging hij in 1955 uitgerekend naar de Amerikaanse Westkust? De grap in de uitzending was dat dit vanwege zijn moeder zou zijn geweest, die in Palo Alto woonde. Dat is wel zo, maar daarmee doet men de geschiedenis wel een beetje geweld. Wat Frederick Terman op Stanford in 1946 rond electrical engineering teweegbracht met de oprichting van Stanford Research Institute en de aanleg van het eerste high technology industrial park naast Stanford in 1951 was minstens even beslissend. Sterker, dit Stanford Industrial Park werd het epicentrum van het latere Silicon Valley, niet die boom die alles zag of het huis van de moeder van William Shockley. En de basis zou je bijna vergeten: een metropool van 5 miljoen. Niettemin, een mooie uitzending was het.

Tagged with:
 

Het idee Skolkovo

On 26 april 2013, in innovatie, by Zef Hemel

Gehoord op het Roeterseiland in Amsterdam op 25 april 2013:

Willem van Winden, lector stedelijke economie aan de Hogeschool van Amsterdam, gaf afgelopen week op de Universiteit van Amsterdam een lezing over Skolkovo. Skolkovo is een hightechstad die de Russen even buiten de MKAD (de ringweg rond de Russische hoofdstad)willen bouwen. Vanuit Moskou hadden de initiatiefnemers indertijd Amsterdam bezocht en met name interesse voor Eindhoven en de Philipscampus getoond. Zoiets zou men in Moskou ook graag willen. Van Winden had daarop de Skolkovo Foundation geadviseerd over innovatie en hoe deze ruimtelijk valt te organiseren. In zijn lezing noemde hij, naast Eindhoven, vooral Stockholm als model van een stad die haar economie in korte tijd op succesvolle wijze hightech had weten te maken. Of het Moskou ook daadwerkelijk zal lukken kon hij nog niet zeggen. In ieder geval, zei hij, week de aanpak fundamenteel af van de wijze waarop Silicon Valley was ontwikkeld. De Russen doen het helemaal top-down, als een van staatswege aangestuurd project.

Skolkovo, zei hij, is vooral een idee. Op dit moment staat er nog maar één gebouw en één managementschool. Het idee is afkomstig van voormalig president Medvedev. Die wilde Moskou in één klap in de hightech economie katapulteren door hier een compleet nieuwe stad te bouwen waar getalenteerde technici uit de hele wereld zullen komen te werken. Vijf clusters moeten er naast elkaar tot ontwikkeling worden gebracht: IT, biomedische wetenschappen, nucleaire wetenschappen en ruimtevaart. De herinnering aan kosmonaut Joeri Gagarin maakt dat de Russen menen dat dit ook kan; ze hebben het immers al eens eerder gedaan. In vier jaar tijd zal een investering worden gedaan van liefst 3,4 miljard dollar. Architecten van wereldfaam zijn aangetrokken om de campus te ontwerpen. De stichting hoopt vooral grote multinationals als Philips en Siemens naar hun campusstad te lokken. Die grote bedrijven, aldus Van Winden, komen ook wel, omdat ze Skolkovo zien als politieke entree naar de Russische markt, want zonder politieke rugdekking is het lastig zakendoen in dit grote land. Het deed Van Winden denken aan Dublin, dat ook meende met grote multinationals de hightech-kennis in huis te halen. Van Winden zelf geloofde eerder in een milieu van heel veel kleine startups. Die verkiezen doorgaans een heel andere, meer grootstedelijke omgeving. Onlangs is een van de bestuursleden van de stichting door de politie opgepakt. Hij zou een parlementslid steekpenningen hebben gegeven. Of Skolkovo wordt afgemaakt is nog maar de vraag.

Tagged with:
 

Veldhoven–New York

On 25 april 2013, in economie, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 20 januari 2013:

Onder de kop ‘Liever Veldhoven dan Silicon Valley’ verscheen onlangs in NRC Handelsblad een opzienbarend interview met Eric Meurice, de Franse topman van hightechbedrijf ASML. “Hij vertrouwt op innovatie, maar je weet nooit wanneer het werkt.” Je zou van Meurice een verhaal over het succes van de Eindhovense regio verwachten. Daar is ASML immers gevestigd. Niets is echter minder waar. In plaats daarvan krijgt de lezer een verhaal over het dorpje Veldhoven voorgeschoteld. “Ons verdienmodel is gebaseerd op heel veel investeren in een klein dorpje – Veldhoven. Zo ontwikkelen we kennis die superieur is aan concurrenten als Nikon en Canon. Hier stoppen we mensen in een ‘aquarium’, afgesloten voor de buitenwereld.” Meurice denkt dat zijn bedrijf het niet gered zou hebben in Silicon Valley. “In Silicon Valley zouden we na twee jaar twintig procent van onze werknemers kwijt zijn.” Anders gezegd, de Eindhovense regio is zeker geen Silicon Valley. Er zijn daar in ieder geval geen concurrenten te vinden. “Als we zoveel geld hadden besteed in Silicon Valley zouden we het niet gered hebben.”

Wat een verschil met het verhaal van burgemeester Bloomberg van New York. Zijn ambitie om van New York een ‘Silicon Alley’ te maken heeft een volstrekt andere achtergrond. De metropool New York wil internethoofdstad van de wereld worden. Er kan daar geen concurrentie genoeg zijn. En het werkt. New York telt na Silicon Valley de meeste startups. Rond Union Square, hartje Manhattan, vestigden zich de afgelopen jaren honderden nieuwe techbedrijfjes. De metropool zet vooral in op onderwijs. Op Roosevelt Island heeft ze ruimte gemaakt voor een nieuwe technische universiteit – een samenwerkingsverband van Cornell University en de technische universiteit van Haifa. Bloomberg: “De beloning is dat we nieuwe banen creëren. Bedrijven vestigen zich op de plekken waar talent zit.” Google investeert nu stevig in New York. Aan Ninth Avenue heeft het grootste internetbedrijf ter wereld onlangs een groot bouwblok gekocht. Ook Spotify is er neergestreken. Het bedrijf uit Silicon Valley zoekt aansluiting bij de advertentiemarkt, bij de marketingbedrijven en bij het nieuwe talent. Ook kan het zo makkelijk de kleintjes in de buurt opeten door ze simpelweg op te kopen. Twee verhalen over innovatie. Het dorp versus de metropool. Het aquarium versus de mierenhoop. De monopolist versus de concurrentie. Wat een verschil!

Tagged with:
 

Ollies en flips

On 15 april 2013, in economie, mode, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 1 december 2012:

Deze kende ik nog niet. ‘Amsterdam past bij skatewereld’. De uitspraak is van Pierre André Senizergues, oprichter van Sole Technology. In Het Parool stond een interview met hem. Senizergues (45) is niet alleen ingenieur, maar vooral bekend als voormalig Frans, Europees en wereldkampioen skaten. Van origine Frans, vertrok hij begin jaren negentig naar Los Angeles om er bij IBM te gaan werken, maar dat beviel hem niet. Tegenwoordig runt hij zijn eigen bedrijf, vanuit Amsterdam. Het Europese hoofdkantoor van Sole Technology is gevestigd bij de Houthavens, onder de rook van havenbedrijven als Cargill en Eggerding. Het ontwikkelt en verkoopt coole schoenen voor skaten in liefst zeventig landen. Het werd groot met ‘etnies’, een echt cultmerk. Het merk heeft drie eigen brandstores in Europa, waaronder een aan het Damrak in Amsterdam. Waarom juist Amsterdam?

Nederland telt 60.000 skaters, alle jong, want onder de twintig jaar. Dat is niet heel veel. De hoofdstad zelf telt ongeveer 20 skate-obstakels, waaronder het indoorskatepark op de NDSM-werf, het Olympiaplein en de Marnixpool. Dat is al beter. Voor Senizergues telt mee dat iedereen in Amsterdam goed Engels spreekt. Bovendien kent de stad veel cultuur, waardoor de individuele leefstijl hier zwaar weegt, en bij skaten hoort nu eenmaal leefstijl. Maar ook staat Amsterdam voor duurzaamheid en skaten en snowboarden verbindt Senizergues met het behoud van de planeet. Vandaar ook dat hij voor een duurzaam hoofdkantoor heeft gekozen, met 60 zonnepanelen op het dak en een state-of-the-art geothermisch koel- en warmtesysteem, op fietsafstand van Centraal Station. Maar het belangrijkste is dat Amsterdam ondernemend is, dat er hier veel wordt gereisd en veel wordt geexperimenteerd. Weer zo’n mooi voorbeeld van een creatief internationaal bedrijf dat technologie combineert met mode, sport en leefstijl, in een uiterst riskante bedrijfstak waarin permanent moet worden geïnnoveerd. Het kan alleen bestaan als het goed is ingebed in een grootstedelijk creatief milieu, zeg maar: in de rafelranden van een dynamische, internationaal georienteerde creatieve stad.

Tagged with:
 

Een schijntje

On 11 april 2013, in cultuur, economie, monumentenzorg, by Zef Hemel

Gezien in Amsterdam op 10 april 2013:

Amper terug uit Parijs fiets ik zowaar weer langs het vernieuwde Rijksmuseum. Over een paar dagen opent het zijn poorten (en later dit jaar mag ik er weer onderdoor). Alle kritieken erover zijn tot nu toe lovend. Het museum is zeker geen Louvre, maar met de fraaie Hollandse tuinen, het plein, het fietspad en de grachten biedt het aan de wereld iets uniek Amsterdams. Hier geen koningen of koninginnen, hier geen hofhouding of regering, wel cultuurminnende burgers en een neogotisch gebouw op de rand van een diepliggende polder. De effecten van het museum op de stad en de regio zullen ongekend zijn. Niet alleen de culturele, maar ook de economische. Wat die laatste betreft zal het Rijksmuseum meer voor de Nederlandse economie gaan betekenen dan de hele Tweede Maasvlakte bij elkaar, dat verzeker ik u. Die laatste kostte de Nederlandse staat liefst 2,9 miljard euro, het Rijksmuseum ‘slechts’ 375 miljoen. Een schijntje dus.

Zeker de economische effecten zijn nauwelijks te overschatten. Door het Rijksmuseum zal het internationale hoogwaardige toerisme naar Nederland sterk toenemen, het bezoek naar het museum gaat van 1 naar 2 miljoen per jaar. In ‘Stad en land’ (december 2010) heeft het Centraal Planbureau bovendien aangetoond dat investeringen in kunsten en monumenten de lokale grond- en vastgoedwaarde sterk doet stijgen. Amsterdam zelf wordt door deze investeringen dus nog veel meer waard. Het CPB spreekt van ‘de wederopstanding van de stad’. Inderdaad zal Amsterdam als stedelijke economie eindelijk weer de kracht ontwikkelen die de stad voor de Tweede Wereldoorlog heeft gehad, maar die door de suburbanisatie en gedwongen ‘overloop’ ernstig werd ondergraven. De naamsbekendheid en de aantrekkingskracht van Amsterdam op grote internationale bedrijven en congressen wordt door het museum ook nog eens flink verhoogd en de investering in een Nationaal Historisch Museum zal achteraf dwaas en overbodig blijken. Nee, die vergelijking met de Tweede Maasvlakte is zo gek nog niet. De opening van het Rijksmuseum komt precies op tijd. Ze overtreft het effect van het Guggenheim Museum in Bilbao. Waarom? Omdat Amsterdam op zichzelf al een wereldbestemming is. Ze zal het beste medicijn blijken tegen de crisis en een enorme impuls voor de verder eenzijdige nationale economie.

Tagged with:
 

Aanbodgestuurde stad

On 4 april 2013, in planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Red Plenty’ (2010) van Francis Spufford:

Vandaag begint het onderdeel van de minor ‘Cities in Transition’ over Moskou, verzorgd vanuit het Centre for Urban Studies van de Universiteit van Amsterdam. Bijna honderd bachelor-studenten verdiepen zich zes weken lang in de grondige veranderingen die zich op dit moment voltrekken in Groot-Moskou. Als achtergrondmateriaal lezen ze o.a. Francis Spuffords ‘Red Plenty’. Waarom? Omdat Spufford het geloof in een planmatig voorbereide toekomst als geen ander onderuit weet te halen. Zijn in een romanvorm gegoten historisch onderbouwde relaas van de Sovjet-samenleving in de jaren vijftig, begin jaren zestig brengt genadeloos in beeld hoe Russische economen en politici destijds oprecht geloofden dat met behulp van bureaucratie en computers iedere Sovjet-burger als vanzelf voorzien zou worden van alles wat hij nodig had. Steeds efficiënter, steeds overvloediger, maar wel een totale aanbodgestuurde economie. Tegelijk toont hij aan hoe corruptie, cynisme en misdaad bezit namen van het systeem. En het ergste moest toen nog komen.

Adembenemend vind ik de beschrijving van de treinreis naar Moskou, najaar 1963. In de trein zit de directie van een fabriek uit Solovets, Siberië. Het drietal is bijna op de bestemming aangekomen. Ze kijken uit het raam. “Out on the Moscow plain, factory walls rose higgledy-piggledy, first a few and then more and more, unstoppably, as if a sorcerer’s apprentice had been let loose to build industry and had just kept going, a coking plant here and a fractionating tower there, reduction gears here and solvents there, tractors and rifles, lathes and electro-plate, steel and brass and zinc and cement, da da da da-da-da dadadada, the countermanding spell never uttered, until the same sights repeated all the way along the railroad; the same dark clustered silhouettes of chimneys, the same girdered rooflines, the same gridded windows, the same branching tracks of rusty wagons, the same blocks of worker’s flats, with the snow rushing through and between, thick and soft, smoothing to blankness the churned mud and ice from which so many sacks, pallets, drums, bundles were piled. The snow rushed through, the train whirled by.” Wat zei ik? Ook als je in acht neemt dat spoorwegen vooral de achterkanten van steden laten zien, dan nog is dit een mistroostig beeld. Het is alsof Spufford wil zeggen: zo’n stadslandschap krijg je bij een aanbod gestuurde economie.

Tagged with:
 

Bustocht door metropolitaan Afrika

On 14 maart 2013, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 2 maart 2013:

Het onlangs verschenen Special Report van The Economist over Afrika stemt optimistisch. Afrika is ‘an emerging and hopeful continent’. De busreis die gemaakt wordt in het artikel door West-Afrika – Ívoorkust, Ghana en Nigeria – lijkt in het geheel niet op wat de Poolse journalist Ryszard Kapuscinscki ons jaren geleden nog voorhield. Op de tocht van stedelijk Abidjan, Ivoorkust (5 miljoen inwoners), via Benin – “it has more political parties than cities” –, arriveert de bus ten slotte in Lagos, het zakencentrum van Nigeria. In die stad wonen inmiddels al meer dan 20 miljoen mensen. “Built on a swamp by the Atlantic, Lagos spreads out unplanned.” Twee derde van de bevolking woont in sloppenwijken. De publieke infrastructuur dateert nog van de jaren ‘70, toen Lagos slechts 2 miljoen inwoners telde. Rem Koolhaas ging er tien jaar geleden kijken om te zien hoe ‘spontane stedenbouw’ werkte. De stad stond jarenlang gelijk aan chaos en gesjoemel. De komende dertig jaar zal Lagos in inwonertal nog verdubbelen.

Maar Lagos verandert snel. De economie van de metropool is even groot als die van heel Kenia. De Chinezen stampen er een metronetwerk uit de grond. Bussen rijden over speciale buslanen; taxi’s staan netjes te wachten in rijen op halteplaatsen. De gouverneur van Lagos, Babatunde Fashola, zorgt ervoor dat het vuilnis op straat wordt opgeruimd. De stad kan zijn eigen belasting heffen, waardoor de opbrengsten aan publieke kant in tien jaar tijd zijn toegenomen van 4 miljoen dollar per jaar naar 97 miljoen dollar zonder dat de belastingvoet hoefde te worden verhoogd. De stad laat tegenwoordig private ‘tax farmers’ de belasting innen. Al dat geld wordt nu in Lagos geïnvesteerd. Wat een verschil met de hoofdstad, Abuja. Twee decennia terug besloot de regering het regeringscentrum naar buiten te verplaatsen, omdat ze Lagos te gevaarlijk en te chaotisch vond. Wat blijkt? Abuja is nu een broeinest van corruptie en al even chaotisch en rommelig als Lagos. Nee, Lagos functioneert zelfs beter dan Abuja en genereert welvaart. Metropolitane publieke investeringen zijn de sleutel.

Tagged with:
 

De opmars van Brussel

On 4 maart 2013, in citymarketing, economie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in De Morgen van 18 februari 2013:

Franse filmsterren verhuizen niet alleen naar Moskou. Door de verhogingen van de vermogensbelasting die de socialistische regering-Hollande in Frankrijk wil doorvoeren zoeken steeds meer rijke, veelal oudere en geslaagde Fransen een goed heenkomen in Londen, New York en vooral Brussel. In de Vlaamse krant De Morgen werd onlangs gemeld dat in de Brusselse gemeenten Ukkel en Elsene nu al tien tot elf procent van de bevolking Frans van origine is. Niet alleen de hogesnelheidstrein heeft Brussel aantrekkelijk gemaakt (de afstand is gereduceerd tot een uur), ook de Franse taal die men er spreekt en de aanwezigheid van een Frans lyceum in Ukkel dragen bij aan de snelle opmars. Bovendien zou de Financial Times gesproken hebben van het zogenaamde ‘Arnault-effect’, verwijzend naar de Franse miljardair Bernard Arnault die een Belgische private stichting oprichtte om de belangen van zijn kinderen te beschermen. Daarmee trof hij doel bij de Franse pers. Rijke landgenoten overwegen nu hetzelfde te doen.

Maar er is meer. Op de Franse televisiezenders wordt Brussel tegenwoordig neergezet als een gezellige en betaalbare hippe stad. Voor de Franse middenklasse is de Belgische hoofdstad ook aantrekkelijk omdat de huurprijzen in Brussel de helft lager zijn dan in Parijs. Brussel profiteert er sterk van. De Franse bedrijven verhuizen mee. Van stijgende woningprijzen is nog geen sprake, want de Brusselse woningmarkt is zwak. Tja, wanneer de hogesnelheidstrein naar Amsterdam werkelijk snel was geweest en er niet zoveel problemen mee waren, had de Nederlandse hoofdstad mee kunnen profiteren. Helaas is dit niet het geval. Ook ontbreken in Amsterdam de hyperluxueuze appartementencomplexen die de rijke omgeving van Parijs vaak sieren. Hoe gezellig, betaalbaar en hip vinden de Franse rijken trouwens Amsterdam?

Tagged with:
 

Concurrentie

On 25 februari 2013, in economie, politiek, stedenbouw, by Zef Hemel

Gehoord op 19 februari 2013 in Parijs:

La Défense, het zakencentrum van Parijs, bestaat vijftig jaar. “Als het gereed is, kan La Défense een van de meest boeiende voorbeelden worden van moderne stedenbouw in een oude stad van de gehele wereld,” schreef Peter Hall in 1966. Parijs wilde geen wolkenkrabbers in het oude centrum en zocht daarom een symbolische plek in het westen, op het grondgebied van de buurgemeenten Courbevois en Puteaux, even buiten de Périphérique, om er een Amerikaans zakencentrum in hoogbouw te ontwikkelen. Het gebied ligt aan de dure kant van Parijs, in de as van het Louvre, de Tuileries en de Champs Elysées. Een snelle RER-verbinding met het hart van de stad zorgde ervoor dat La Défense niet al te excentrisch kwam te liggen. Alle hoofdkantoren van de grote Franse bedrijven zijn er tegenwoordig gevestigd. Een congres dat afgelopen week aan de toekomst van La Défense was gewijd, opende met cijfers over de naamsbekendheid van het Franse zakencentrum. Vierhonderd opinieleiders uit Frankrijk, Spanje en Italië bleken in grote meerderheid met het zakencentrum goed bekend, maar Canary Wharf in Londen kenden ze toch beter. Iedereen was het er over eens geweest dat een internationaal zakencentrum in de hoofdstad van het land uitermate belangrijk is voor de concurrentiepositie. Tijdens het congres spiegelde men zich aan de Amsterdamse Zuidas.

De aanleiding voor het organiseren van het congres bleek geld te zijn. Of : dreigend gebrek aan geld. De vorige president, Nicolas Sarkozy, had in zijn ambtstermijn een ambitieus regionaal metroplan voor Groot-Parijs goedgekeurd, met twee nieuwe lijnen die beide La Défense en omgeving zouden aandoen (zie eerdere blogitems). Het zakencentrum zou daarmee directe verbindingen krijgen met de twee Parijse luchthavens, Orly en Charles de Gaulle. Maar de nieuwe regering-Hollande dreigt vanwege bezuinigingen de uitvoering van de metroplannen, die alweer 9 miljard euro duurder bleken, te temporiseren, ook al worden de plannen vooral uit lokale belastingen betaald. Met het congres wilden de organisatoren de druk op de regering opvoeren. Boodschap: de concurrentie zit niet stil. Niet, aldus de dagvoorzitter, dat de Zuidas nu een bedreiging voor de Fransen vormde. Daarvoor kwam deze te laat en was ze te onbeduidend. Philippe Chaix, directeur van EPADESA, vond ook dat La Défense er mooi bij ligt. De verdere ontwikkeling zou wat hem betreft meer bottom-up moeten gebeuren en vooral de software van het gebied behoeft verbetering. Een gejoel steeg op in de zaal. Het Franse publiek gruwde van al die anglicismen.

Tagged with: