Ruimte genoeg

On 5 december 2016, in economie, infrastructuur, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 28 november 2016:

Afbeeldingsresultaat voor trump infrastructure investment

Was het een grap? Vorige week maandag kopte Het Parool: “Minister Schultz: ‘Heel veel ruimte voor meer asfalt’.” De Minister van Infrastructuur, Melanie Schultz van Haegen (VVD) werd door de Amsterdamse krant aan de tand gevoeld over de files. Ze groeien weer, en hoe. Vooral rond de hoofdstad is de situatie hopeloos. En wat zegt de minister? “De wegen zijn op onze landkaarten breed ingetekend. Maar maak eens een helikoptervlucht en je zult zien dat er nog heel veel ruimte is voor meer asfalt.” Maar, vraagt de journalist, bent u niet bezig met een onmogelijke missie? De minister: “Ga eens naar een grote stad in een ander land: Iran, China of Indonesië. Nergens verloopt het verkeer zo soepel als hier. We kunnen files oplossen, juist omdat we geen enorme metropolen hebben en relatief veel, goed onderhouden wegen.” Laat het tot u doordringen: in plaats van een metropool te bouwen kiest deze minister van Infrastructuur en Ruimtelijke Ordening voor meer asfalt tussen de steden. Volgens haar is er ruimte genoeg. Ruimte genoeg voor wegen, niet voor grotere steden. Natuurlijk is het verkiezingsretoriek, dat begrijp ik ook wel. Het zou grappig zijn geweest als het niet ernstig was. Om de files de baas te worden en beter openbaar vervoer te krijgen moeten we juist een metropool bouwen. Maar dat is kennelijk niet de agenda van Den Haag zo vlak voor de verkiezingen en na ‘Het jaar van de ruimte’.

De provocatie van de minister kan ook anders gelezen worden. De recente verkiezingen in de Verenigde Staten analyserend beseffen politici overal ter wereld dat hun kiezers meer infrastructuur willen. Donald Trump werd ermee gekozen. Trump kopieerde Xi Jingpin. Diens ‘Chinese droom’ omvat de bouw van een Nieuwe Zijderoute. Poetin wil hetzelfde in Rusland. Erdogan in Turkije belooft grote binnenlandse infrastructurele werken om de stukgelopen economie weer aan de praat te krijgen. Theresa May wil een knop doorhakken en een derde landingsbaan op Heathrow aanleggen. Het Chinese model van het staatskapitalisme met zijn nadruk op mega-infrastructuur is bezig aan een snelle opmars in de wereld. Met het succes van Trump in het achterhoofd lijkt de vertrekkende Nederlandse minister van Infrastructuur nu ook mee te willen blazen in het koor van sterke wereldleiders. Nog meer asfalt belooft ze om de financiële crisis het hoofd te bieden. Welkom in de grote depressie van de jaren dertig. Sterke staten beloofden ons toen veel banen door nieuwe infrastructuur. Om dat allemaal te betalen molken ze de steden uit. We kwamen terecht in een wereldoorlog. Teveel infrastructuur werkt niet. Je moet juist grote steden bouwen. Staten begrijpen steden niet.

Tagged with:
 

Opgegeven

On 28 november 2016, in economie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Unwinding’ (2013) van George Packer:

Afbeeldingsresultaat voor silicon valley skyline

Helemaal op het eind van het dikke boek van Packer over de verval van de Verenigde Staten van Amerika komt Peter Thiel opnieuw aan het woord. Thiel is ondernemer, venture capitalist, multimiljonair, rijk geworden met PayPal, The Facebook, kortom een van de grote mannen in Silicon Valley. Thiel’s analyses van de wereld en de trends zijn telkens genadeloos. Op dit moment heeft hij zijn vermogen vooral gestopt in biotechbedrijfjes, jonge start-ups die het leven van mensen beloven te verlengen. Thiel gelooft niet meer dat informatietechnologie ons een nieuwe economie zal brengen. Integendeel, het internet breekt de bestaande economie juist af. Thiel wil daarom jonge talentvolle mensen aan zich binden nog voordat ze zijn afgestudeerd en met hen een èchte economie bouwen. Bovendien is hij ervan overtuigd dat academische studies geen goede ondernemers opleveren. De beste bedrijfjes in Silicon Valley worden niet meer door hoogleraren opgestart, maar door studenten. In plaats van zijn eigen universiteit te beginnen biedt Thiel getalenteerde studenten een fellowship aan van 100.000 dollar, waardoor zij worden vrijgesteld van collegeroosters en studiepunten en in staat zijn hun persoonlijke droom na te jagen binnen maar ook buiten de universiteit. Dus wel Stanford, maar niet de verplichte collegezalen. Fascinerend.

Tijdens een diner in het woonhuis van Thiel in de Marina van San Francisco ontvouwt zich, aldus Packer, op een avond een gesprek met oude vrienden van PayPal over talent en uitmuntend ondernemerschap. Thiel begint weer een genadeloze analyse. Er zijn, vertelt hij, slechts vier steden in de VS waar getalenteerde jonge mensen naar toe trekken: New York, Washington, Los Angeles en Silicon Valley. Drie daarvan hebben hun glans verloren: Wall Street na de financiële crisis; D.C. na Obama; Hollywood doet het ook niet meer. Dus is er nog maar één plek over: Silicon Valley. Nogmaals onderstreept Thiel dat het hoger onderwijs niet deugt. Hij vergelijkt het met een toernooi met telkens nieuwe rondes. Iedere keer moet de student proberen de beste te zijn. Het zelfvertrouwen krijgt daardoor een geweldige deuk. Hij wil in Silicon Valley een omgeving creëren waarin studenten vrijuit kunnen dromen, alles aanraken, alles beproeven, gewaardeerd worden, keihard kunnen werken, een nieuwe economie uitvinden. Slechts één plek op aarde waar het nog gebeurt. Opmerkelijke gedachte. Is dat niet vreselijk riskant?

Tagged with:
 

Alles begint klein

On 2 november 2016, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 9 september 2016:

 

Charleroi, het Youngstown van Europa, bestaat dit jaar 350 jaar. De kwijnende Waalse stad met nu nog 200.000 inwoners dankt zijn geboorte aan de bouw van een fort waarvan de eerste steen door de Spanjaarden werd gelegd in 1666. In 1871 werd het fort weer afgebroken, maar Charleroi groeide stug door en had het fort allang niet meer nodig. Sterker, vanaf midden negentiend eeuw beleefde Charleroi zijn grootste bloeiperiode. Feitelijk bestaat de stad nu uit een samenraapsel van dorpen die door de opkomende mijnbouw tijdens de Industriële Revolutie uit hun voegen barstten en wanordelijk aaneen zijn gesmolten. In de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw sloten de meeste mijnen en er kwam weinig voor in de plaats. Sinds 1985 krimpt de bevolking van Charleroi, dus probeert de Waalse regering, gesteund door de EU, de stad met veel overheidssubsidies aan de praat te houden. Het vliegveld is een publiek paradepaardje, waar vooral Ryanair van profiteert, maar ook een dure metro werd aangelegd, die overigens nooit in gebruik is genomen. Schandaal volgde op schandaal. De werkloosheid is er onverminderd hoog (20 procent) en de bevolkingskrimp zet door. Welkom in de Rust Belt van Europa, een problematisch gebied dat loopt van de Britse kolenbekkens via Wallonië naar het Ruhrgebied tot aan het Poolse Silezië, met Rotterdam als vooruitgeschoven post aan de Noordzee.

Afgelopen zomer sloot de vestiging van het Amerikaanse machinebouwer Caterpillar in Charleroi zijn deuren. Ruim tweeduizend mensen verloren hun baan. De kranten stonden er vol mee. De toon was opnieuw opstandig, verontwaardigd en tegelijk neerslachtig. Men wees beteuterd op de opgeknapte benedenstad en de plannen om ook de bovenstad te gaan aanpakken. Er was al veel goeds gedaan. Misschien nog te weinig citymarketing? De analyses noemden alle het ontbreken van een universiteit en dus jonge studenten. Nee, als die er kwamen, dan zou het met Charleroi wel weer goedkomen. Maar geen krant meldde dat de stad de komst van een universiteit in de jaren zestig hautain van de hand had gewezen, waardoor deze uiteindelijk in Louvain-la-Neuve was neergestreken. Opnieuw miljoenen overheidsgeld in Charleroi steken, nu alsnog voor een universiteit? Nee, want dat is precies het probleem: de staat begrijpt steden niet. De stad moet het zelf doen, met zijn eigen inwoners. Een eigen belastinggebied zou al helpen. En verder? Door de inwoners te activeren. Niet met brood en spelen, vliegvelden of citymarketing, maar door mensen bij elkaar te brengen. Alles begint lokaal. Alles begint klein. Alles begint met lokaal ondernemerschap.

Tagged with:
 

Moving forward

On 8 oktober 2016, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 17 september 2016:

Afbeeldingsresultaat voor maputo

Terwijl Nederlandse planologen te hoop lopen tegen mijn pleidooi voor de grote stad (NRC Handelsblad van zaterdag 24 september), publiceerde het Londense zakenblad The Economist een uitstekend artikel over de zich snel vormende metropolen in Afrika. In ‘Left behind’ wordt vastgesteld dat geen continent zo snel urbaniseert als Afrika. Ik schreef het al eerder, Lagos telt nu al zo’n 21 miljoen inwoners, Caïro 13 miljoen, Nairobi groeit jaarlijks 4 procent; dat is een keer zo snel als Houston, Texas. In 1950 kende de zuidelijke helft van Afrika nog geen stad van meer dan 1 miljoen, op dit moment zijn dat er al vijftig. In 2030, voorspelt The Economist, zal meer dan de helft van alle Afrikanen in grote steden wonen en werken. Iedereen, lijkt het wel, vlucht hier ineens naar de grote stad. En jazeker, een klein deel trekt door naar Europa. Echter, de armoede neemt op het enorme continent ondertussen niet echt af. Wat is er mis met de Afrikaanse steden?

Volgens het Brookings Institute falen de Afrikaanse steden omdat ze dichtheid missen, goede infrastructuur ontberen, geen industrie kennen, alleen informele banen scheppen, volstromen met arme stakkers, kort gezegd: omdat ze chaotisch, smerig en niet leefbaar zouden zijn. Het valt deze Amerikaanse denktank op dat de steden wel opvallende gated communities voor de allerrijksten kennen en dat de tegenstelling tussen arm en rijk buitengewoon schrijnend is. Daarom concludeert ze dat Afrikaanse steden alleen maar dienen voor consumptie door de allerrijksten, verder niet. Toch ziet The Economist lichtpuntjes. In Lagos begint het verkeer door te stromen en in Addis Ababa functioneert inmiddels een heuse metro. In Abidjan en Kampala zijn tolwegen aangelegd en ontwikkelen zich buitenwijken. Het probleem is alleen dat veel van deze voorzieningen de rijken rijker maken; de armen worden door de autoriteiten genegeerd of zelfs weggejaagd, die missen alle rechten. Desondanks groeit er een Afrikaanse middenklasse. Het World Economic Forum schatte deze onlangs op 350 miljoen. Juist in het zuidelijke deel van het continent groeit ze het hardst: in Accra, Nairobi, Luanda, Maputo (foto), Kinshasa, Lusaka. Dit, aldus The Economist, zouden de Afrikaanse landen moeten doen: het recht op belastingheffing overhevelen van nationaal naar lokaal niveau, waardoor burgemeesters in hun steden kunnen investeren. Zouden ze in Europa ook moeten doen.

Tagged with:
 

Winnen of verliezen

On 5 september 2016, in economie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 16 juli 2016:

Afbeeldingsresultaat voor new headquarters lego

Het is opletten geblazen. Wie niet de trends volgt is verloren. In The Economist afgelopen zomer meldde Schumpeter dat ‘de monding van de culturele rivier is verlegd van New York en Los Angeles naar San Francisco’. Dat stelde althans Chris Dixon, CIO van een venture capital-onderneming in Silicon Valley. Van het observeren van wat slimme jonge mensen in het weekend doen heeft hij zijn beroep gemaakt. De bankier werd trendwatcher. Op deze manier denkt hij uit te kunnen maken wat over tien jaar de dominante beweging zal zijn. Veel van zijn observaties hebben betrekking op voedsel en gadgets. Maar dus ook de beweging van de ene stad naar de andere stad. In hetzelfde nummer van het Londense zakenblad wordt door een andere redacteur opgemerkt dat alle grote en succesvolle firma’s in de wereld – Lego, Airbus, Google, Apple, Siemens, Adidas, Amazon – dure nieuwe hoofdkantoren bouwen. Al die kantoren hebben één ding gemeen: met hun architectuur en inrichting willen ze creatieve, jonge techies behagen. Vooral in Europa, waar de beroepsbevolking snel veroudert, is het zaak om jong talent aan zich te binden, dus gebouwen en interieurs moeten frisheid, openheid en innovatie uitstralen.

Veel van die nieuwe hoofdkantoren in Europa bevinden zich overigens op het platteland: Lego bouwt in Jutland, Airbus ontwikkelt buiten Toulouse, Adidas spendeert 500 miljoen euro in de bossen rond Herzogenaurach. Terecht stelt The Economist de vraag of die ruimtelijke strategie houdbaar is. Amazon heeft zich in het hart van Seattle genesteld, Google en Apple bevinden zich in San Francisco Bay Area. “For European firms in out-of-the-way company towns such as Billund or Herzogenaurach, it might be hard to compete, however appealing the minigolf course.” Die waarschuwende woorden las ik ook in een politieke analyse aan de vooravond van de Franse presidentsverkiezingen rond de figuur van Emmanuel Macron, minister van Economische Zaken. Opvallend in het Franse landschap is de scherpe scheiding tussen succesvolle kosmopolitische steden als Parijs, Lyon, Grenoble en Bordeaux, met hun aangename voetgangersgebieden, tech hubs en voedselhallen, en kwijnende industriesteden met hun gokhallen, parkeerterreinen en leegstaande winkelstraten. Politici die, net als CEO’s van topondernemingen, willen blijven groeien, zullen zich op de eerste categorie moeten richten, niet op de tweede. Ze zullen de grote, trendy stad in hun armen moeten sluiten. Doen ze dat niet, dan zullen ze uiteindelijk verliezen.

Tagged with:
 

Middelpuntvliedende kracht

On 13 juli 2016, in economie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in MO Nieuws van 29 oktober 2003:

Ruim tien jaar geleden werd Saskia Sassen, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Chicago, geïnterviewd door het Belgische MO Nieuws. Haar betoog, opgetekend door John Vandaele, is ook nu nog, of uitgerekend op dit moment, boeiend om terug te lezen. Uitvoerig vertelde ze over de effecten van globalisering na 9/11. Ook speculeerde ze over de machtsconcentratie in de handen van de rijkste tien procent, het snelle verdwijnen van de middenklasse, het ernstige verlies aan democratie, het strijdbare verweer van de anti-globalisten. De invloed van de Verenigde Staten, zei ze, zou verder inboeten. Hun macht was nog vooral militair. Het zuidelijk halfrond met zijn megasteden zou juist aan macht winnen. De globalisering had een middelpuntvliedende kracht in beweging gezet, waardoor staten de grote verliezers zouden zijn en grote bedrijven de winnaars. Uitzonderingen waren er ook: centrale banken en ministers van financiën zouden juist aan macht winnen. En de antiglobalisten zouden, in mondiale netwerken geweven, steeds meer tegenwicht gaan bieden. Na 2003 volgden de financiële crisis, Occupy Wallstreet, Sandy, de problemen met Griekenland, de opkomst van IS, de bootvluchtelingen uit Afrika en het Midden-Oosten, El Nino, de enorme schuldenlast van veel staten, de Brexit in 2016.

Vrijwel al haar voorspellingen lijken uit te komen. Haar recente boek, ‘Expulsions’ (2015), is overigens veel somberder van toon. Daarin stelt ze o.a. wereldwijde migratie in een heel nieuw daglicht. Overzeese landaankopen door multinationals nemen snel toe. Mensen worden van hun land verdreven. Dat is geen normale migratie van het platteland naar de stad. In 2003 geloofde Sassen nog dat er ‘een nieuw imperium’ zou ontstaan, dat meer gebaseerd is op internationale akkoorden, recht en zachte macht. Dat nieuwe, zachte machtscentrum zou de leegte die de Verenigde Staten achterlieten opvullen. “En het zal de EU zijn die deze nieuwe wereldorde zal leiden, precies omdat ze daarin het meest ervaring heeft -de EU zelf is één grote oefening in internationale samenwerking op basis van akkoorden en regels- en omdat ze de internationale politiek ook vanuit dat perspectief benadert.” Van dat laatste komt dus helemaal niets terecht. Ook Europa stort zichzelf nu in een ernstige crisis. De middelpuntvliedende kracht lijkt veel groter dan Sassen in 2003 bevroedde. Als er een zachte internationale orde in de maak is, dan kan die alleen nog gevormd worden uit mondiale stedelijke netwerken. Of niet. Zelfs ik begin somber te worden.

Tagged with:
 

Start-up City

On 14 februari 2016, in economie, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 2 januari 2016:

Alweer een voorbeeld van extreme ruimtelijke concentratie. Het gaat hier om tech start-ups. Dat zijn jonge, kleine bedrijfjes die nieuwe internetdiensten verkopen. Ze zorgen voor de digitalisering van de oude economie, zeg maar de toekomst van ons allemaal. Retail, mode, design, financiële dienstverlening, recruiting, reisbureaus, onderwijs, alle soorten van dienstverlening zullen binnen nu en tien jaar compleet worden gedigitaliseerd. Zonder deze bedrijfjes bestaat onze economie straks niet meer. Vaak werken ze vanuit co-working spaces: bedrijfsverzamelgebouwen met internetaansluiting waar gemeenschappen van start-ups elkaar inspireren door kennis te delen en samen te werken. In totaal waren er begin dit jaar 1764 start-ups in Nederland gevestigd; bijna de helft werkt vanuit Amsterdam (798). Van die helft zit meer dan de helft binnen de grachtengordel (354), het overgrote deel binnen de ring A10 (602). Ter vergelijking: Rotterdam telt niet meer dan 77 start-ups, Eindhoven slechts 105. Dat betekent een extreme samenballing van start-ups in een heel klein gebied binnen Nederland. En is het niet wonderlijk dat dit kleine gebiedje samenvalt met uitgerekend de historische binnenstad van Amsterdam? Hetzelfde geldt voor Groot-Brittannië. De tech start-up scene is daar geconcentreerd in Londen, en binnen London in het historische centrum bij Old Street.

In Het Parool stond begin dit jaar een groot artikel over het lokale ecosysteem dat start-ups nodig hebben. Opvallend is hun kwetsbaarheid gedurende de eerste duizend dagen, de extreme afhankelijkheid van anderen, en ook de hoge snelheid van verandering. De kenmerken van de omgeving die de bedrijfjes zoeken zijn steeds dezelfde: een inspirerende plek, de afwezigheid van een formele bedrijfscultuur, de mogelijkheid tot kruisbestuiving, gelegenheid voor rondshoppen, een bewegelijke arbeidsmarkt, een sterke community, kortom: grootstedelijkheid, dus een hele grote metropool. Oscar Kneppers van Rockstart, een Amsterdamse accelerator, is heel duidelijk: hij wil niet buiten Amsterdam, niet buiten de ring, zelfs niet buiten de singelgracht. Er is maar één klein gebied in Nederland dat aan alle voorwaarden voldoet, maar vooral aan de eis dat iedereen er zit: de Amsterdamse binnenstad. Het Ministerie van Economische Zaken te Den Haag noemt haar stimuleringsprogramma ‘Start-up Delta’. Kennelijk begrijpt ze de nieuwe economie niet goed. Betere naam zou zijn: Start-up City. Amsterdam verdubbelen dus!

Tagged with:
 

Heb jij ideeën of dromen over de stad van de toekomst? Wonen we anders dan nu en hoe ziet de nieuwe economie eruit? Hoe blijven we gezond in de metropoolregio Amsterdam? Wordt de stad nog groener? Hoe verplaatsen we ons in de toekomst en hoe zal ICT de stad veranderen? Kortom: wat vind jij waardevol?

Kom op 9 september a.s. naar het 2e open atelier Volksvlijt2016 en denk en doe mee!

Volksvlijt 2016

Volksvlijt 2016 is een open platform waaraan iedereen kan bijdragen. In drie ateliers bouwen we samen met ontwerpers, kennisinstellingen, bedrijven, bewoners en studenten aan een nieuw toekomstperspectief op de metropoolregio Amsterdam. Alle ideeën en dromen komen samen in één enorme maquette die vanaf 12 april 2016 twaalf weken lang te bewonderen zal zijn in de Openbare Bibliotheek van Amsterdam. Naast deze tentoonstelling is er een interactief programma over de toekomst van de stad waarbij iedereen welkom is.

Meedoen op 9 september 2015

De stad van de toekomst is opgebouwd uit twaalf thema’s, zoals voedsel, logistiek, media, industrie, gezondheid, toerisme, ecologie, ICT en zelfvoorzienende buurten. In het atelier op 9 september kun je meedenken over de toekomst van deze thema’s samen met vernieuwende ontwerpers, die de ingebrachte ideeën verbinden

Hoe meer mensen meedoen, des te slimmer en aantrekkelijker de stad van de toekomst wordt. Dus, heb je ideeën over de stad of kennis van één van de thema’s? Ben je een betrokken stadmaker, visionair of creatief denker en wil je samen met anderen bouwen aan de stad van de toekomst?

Doe dan mee! De stad van de toekomst maken we samen.

Zef Hemel

Wibautleerstoel, Universiteit van Amsterdam | Amsterdam Economic Board 

Wat:                2e open atelier Volksvlijt

Wanneer:         Woensdag 9 september 2015, van 12.00 tot 18.00 u.

Waar:              Openbare Bibliotheek van Amsterdam (Oosterdok)

Bijdrage:          kennis, ideeën & toekomstdromen

>> Aanmelding (verplicht): via de volgende site: https://tamtam.viadesk.com/do/eventreadpublic?id=14706-6576656e74

wim.jan.hollebeek@amsterdam.nl

Word lid van onze community op Facebook ‘Volksvlijt2016’ om op de hoogte te blijven van Volksvlijt.

Tagged with:
 

Third Golden Age

On 5 juli 2015, in economie, regionale planning, by Zef Hemel

Heard on 3 July 2015 at the Public Library in Amsterdam:

In 1864 a Christal Palace was erected on the Frederiksplein, Amsterdam. The great tall building of glass and steel contained a huge space for exhibitions, showing all kinds of innovations of the industrial capitalist era. The Jewish entrepreneur and medical doctor Samuel Sharphati initiated it, it was a copy of the Christal Palace in London (1851), the project was wholly crowd funded. After opening, it inspired many young entrepreneurs, amongst them Gerard Heineken, the founder of the Heineken beer company. However, the building burned down in 1929. The RAi on the Southaxis is its successor. Nevertheless, the Palace itself has always been considered a breathtaking building, the iconic start of the Second Golden Age of Amsterdam, which lasted until 1928 (Olympic Games). Many people hope it gets re-built. Therefore, on 12 April 2016 a new, temporary ‘Paleis voor Volksvlijt’ (Christal Palace) will be opening its doors in Amsterdam. A programme of twelve weeks of discussions and thinking about the economic future of the Amsterdam region is in preparation. A third Golden Age for Amsterdam might follow.

The Public Library on the Oosterdokskade, opposite the Marineterrein, will be turned into a true ‘Paleis voor Volksvlijt’. An inspiring exhibition on the future economy of the Amsterdam Metropolitan Region on the ground floor will attract as many people as possible, thus creating an opportunity for schools, universities, companies and  civic authorities to exchange thoughts about the future regional economy. Even the exhibition itself, showing the future, will be co-created. On Wednesday 9 September 2015 there will be the second open forum in the Oba (Public Library) from 12.00 till 16.00 pm. for those who want to contribute. At 12.15 the alderman Eric van der Burg (VVD) will give his speech. In four rounds citizens can share their thoughts with twelve designers who eventually will build the exhibition that will assemble all insights, knowledge and inspiration. All citizens are welcome! Follow Volksvlijt2016 (Civic Economy) on Facebook and become member: http://on.fb.me/1H0Xlcf

Tagged with:
 

From the bottom up

On 29 juni 2015, in economie, innovatie, by Zef Hemel

Read in ‘Emergence’ (2001) of Steven Johnson:

OESO’s Territorial Review of the Netherlands 2014 advocated the making of a holistic strategic urban policy framework for cities by the Dutch government. Such a framework is lacking now. The Ministry of Interior Affairs started an open process this year for developing an ‘urban agenda’, which might become the agenda for a national policy for regional growth, equity and environmental sustainability the way the OESO suggested. Thus the discussion on agglomeration economies in the Netherlands became political. Political means: facts play a minor role, research gets biased, opinions rule, economists take over. From the very beginning there was a tendency to frame the whole discussion in the sense that socalled ‘borrowed size’ solutions between cities would solve all problems of lacking agglomeration economies in “a country in which no single urban area or region dominates over the others.” Economists suggested fast connections between cities would be a way out.

We need more common sense here. A bigger picture. In ‘Emergence’ (2001) the New York based writer Steven Johnston wrote about ‘the connected lives of ants, brains, cities and software’. All these organisms, he explained, change and develop from the bottom up. “When enough individual elements interact and organize themselves, the result is collective intelligence – even though no one is in charge.” In chapter 2 he explains how this bottom up process leads to the complex order of big cities. This complexity is the result of many local interactions. Then he criticizes one of his friend’s ode to LA freeway culture. While travelling by car, he writes, the potential for local interaction is so limited by the speed and the distance that no higher-order level can emerge. “City life depends on the odd interaction between strangers that changes one individual’s behaviour: the sudden swerve into the boutique you’ve never noticed before, or the decision to move out of the neighborhood after you pass the hundredth dot-com kid on a cell phone.” For innovation there has to be permanent subtle feedback between agents. Fast transport is no help in that sense. So stop thinking in terms of borrowed size. This will not lead to greater complexity, collective intelligence, innovation. Also read Gerard Marlet’s advice in ‘De aantrekkelijke stad’ (The Attractive City, 2009, p. 384-385): “Urban networks are counterproductive”.

Tagged with: