Randstedelijke vooroordelen

On 10 november 2014, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Vertrouwd voordelig’ (2014) van Peter Middendorp:

Een muur van vooroordelen typeert de kloof tussen de Randstad en het Noorden, dat stelde afgelopen zaterdag Ana van Es, vertrekkend correspondent voor het Noorden in de Volkskrant. "De kloof tussen het Noorden en de Randstad, dat is in feite de kloof tussen platteland en stad." Volgens haar is dat ook het onderscheid tussen relatieve armoede en welvaart. In het Noorden gaat veel niet goed. Groningen-stad draait prima cijfers, maar voor de rest van de provincie geldt dit stellig niet. "Decennia is door het Rijk actief geprobeerd het Noorden op te stuwen in de vaart der volkeren." Het hielp allemaal niet. Recente rapporten ademen een andere sfeer. De toekomst van Nederland ligt in de stad. "Het Noorden, ‘met al dat platteland’, blijft achter als een verlaten buitengewest." Geld pakt het wezenlijke probleem niet aan, erkent ook Van Es. Toch is dat het enige waarop de bestuurders van het Noorden nog hopen. Dat was de strekking van het sombere afscheidsartikel in de krant.

Ik moest bij het lezen denken aan ‘Vertrouwd voordelig’, de rake roman van Peter Middendorp. Die speelt in Emmen, Zuidoost-Drenthe, in een middenstandsmilieu, om precies te zijn in de Noorderstraat in het centrum van de Drentse industriekern die na de Tweede Wereldoorlog opgestoten moest worden in de vaart der volkeren. Emmen, de stad die gelijk staat aan de door de staat gesponsorde AKU, later Enka, nog weer later Akzo Nobel, vormt het toneel van een heus drama van een puber die zijn afkomst en omgeving probeert te bevechten. De roman maakt duidelijk – duidelijker dan welk ander serieus achtergrondartikel ook – dat het met Emmen helemaal niet goed gaat. Het mag niet gezegd, want het is een taboe, maar iedereen met enig talent wil Emmen de rug toekeren. Er zijn zelfmoorden, dat ook. Maar vooral staat bus 50 – de huidige Qliner – naar Groningen in de roman model voor het massale vertrek van scholieren naar studentenstad Groningen. Elk uur rijdt ze vanaf de markt naar de grote stad om jonge mensen te vervoeren. Je diploma halen, daarna mag je weg. Randstedelijke vooroordelen?

Tagged with:
 

Silicon Roundabout

On 7 november 2014, in economie, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in The Guardian van 10 maart 2014:

Iemand zei me laatst dat Londen goed bezig is nu het een Tech City aan het ontwikkelen is, een heus ecosysteem waarin startups in de Britse metropool kunnen gedijen. Amsterdam zou dat ook moeten doen. Hij bedoelde Silicon Roundabout, een deel van Shoreditch dat een paar jaar geleden voorwerp werd van de Tech City Strategy van het Londense gemeentebestuur en de Britse regering. Kort na 2000 was dit inderdaad het gebied in Oost-Londen waar kleine startups gevestigd waren. Maar nu niet meer. In ‘The slow death of Silicon Roundabout’ beschrijft Cory Doctorow, zelf inwoner van de buurt, hoe de overheid vakkundig een einde maakte aan het levendige milieu van internetpioniers van Shoreditch door het als zodanig te gaan promoten. Maar eerst de naam. Die werd in 2008 gemunt door Matt Biddulph, zelf in de buurt woonachtig en eigenaar van Dopplr. "If this goes on, some awful estate agent will start calling us Silicon Roundabout," zei hij ooit. Zelf deden hij en zijn vrienden er lacherig over, maar de gemeente maakte het tot een ernstige zaak, een doel, een missie.

Startups, schrijft Doctorow, zijn vreemde vogels. "Most of them fail." En als ze al succesvol zijn, dan vergeten ze het liefst al hun eerdere mislukkingen. "They are fizzy." Het patroon is als volgt: de jongeren werken voor een startup die mislukt, met een collega gaan ze aan de slag bij een ander; dit doen ze een aantal keren tot ze ergens hun vrienden treffen; met hen beginnen ze vervolgens hun eigen startup. "Almost everything that startups do comes to nothing." Maar overheden duiken erop alsof het allemaal succesverhalen zijn. En zo werd Silicon Roundabout geboren. Daar tref je nu ‘incubators’ met mooie bureaus. De gemeente, aldus Doctorow, is niet geïnteresseerd in vreemde vogels die broeden in goedkope, kleine leegstaande kantoren. In zijn straat gingen de goedkope panden zelfs tegen de vlakte om plaats te maken voor studentenhuisvesting. Internationale studenten, wel te verstaan. De gemeente handhaaft niet. Het enige dat economisch groeit in Shoreditch zijn de makelaars en aannemers."The startups that gave it its ridiculous name are gone."

Tagged with:
 

Unequal geography

On 31 oktober 2014, in economie, by Zef Hemel

Gelezen op CityLab (The Atlantic) van 20 oktober 2014:

Are big successful cities the new normal?” Dat vraagt de Canadees-Amerikaanse economisch geograaf Richard Florida zich af naar aanleiding van nieuw onderzoek van Josh Lehner naar werkgelegenheidsgroei tussen 2007 en 2013 in Amerikaanse steden. Een artikel van zijn hand stond onlangs te lezen op CityLab. De bestudeerde periode betreft die van de economische crisis, die volgens Florida een ‘great reset’  is waarin alles anders wordt. Wat er zoal anders is geworden? Volgens Lehner, werkzaam bij het Oregon Office for Economic Analysis, zijn het de sterker wordende agglomeratievoordelen. Alle Amerikaanse steden, schrijft hij, werden hard geraakt in de eerste jaren van de crisis, maar daarna veerden ze op. Echter, vooral de grote steden met meer dan 1 miljoen inwoners creëerden toen meer banen, beduidend meer dan de kleinere steden.

Bezien over een langere periode blijkt dat tot 1995 de kleinere steden nog relatief meer banen schiepen dan de grote, maar daarna verandert dit. Tot 2008 doen de grote het niet slechter dan de kleine, waarna de grote metropolitane gebieden consequent beter gaan presteren. Die tussenperiode van gelijke groei was volgens Lehner het gevolg van de door de Amerikaanse overheid aangejaagde hypotheekmarkt met goedkope leningen, waarvan vooral de kleinere steden profiteerden en die ook mensen uit de steden heeft weggezogen. Maar in de crisis houdt deze bevoordeling op. Dan wordt zichtbaar dat de grote metropolen het gewoon beter doen. Lehner wijt dit aan hele sterke agglomeratievoordelen. Florida: “Larger metros, it seems, are the main beneficiaries from the ongoing clustering of talent, industry and investment that are part and parcel of our increasingly spiky and unequal geography.” Het is nog even wennen. VINEX bevoordeelde de kleinere steden in ons land, maar de grote steden presteren economisch gewoon beter. Jammer alleen dat onze grote steden relatief klein zijn. Waren ze groter, dan had onze economie het beter gedaan.

Tagged with:
 

Rich non-doms

On 24 oktober 2014, in economie, wonen, by Zef Hemel

Gehoord in Londen op 15 oktober 2014:

Resi demand e c harris

Heb vorige week een lezing over Amsterdam gegeven op de Inaugural Cities 2014-conferentie van Marketforce. Locatie: 1 Whitehall Place, Londen. Er waren veel burgemeesters en wethouders van Britse steden aanwezig: Bristol, Leeds, Glasgow, Newham, Peterborough, Cambridge, Sunderland, Plymouth, Stoke-on-Trent. Geen spoor van een economische crisis in Groot-Brittannië. De (leen)economie draait hier weer op volle toeren; die doet het zelfs beter dan die van Duitsland. Het voedt hier ook het politieke idee om de Europese Unie dan maar te verlaten. Dat het Verenigd Koninkrijk het economisch zo goed doet heeft twee duidelijke redenen: ze heeft een eigen munteenheid en ze heeft Londen. Door de Engelse pond kan de Britse economie veel sneller reageren op schommelingen in de wereldeconomie. En met het financiële centrum Londen heeft het land een enorme economische motor in huis waar het hele eilandenrijk sterk van profiteert.

En dat het goed gaat met Londen moge duidelijk zijn! Afgelopen week werd bekend dat in de Britse metropool een bizar aantal luxueuze appartementen in aanbouw is genomen. De waarde ervan wordt geschat op in totaal 60 miljard Britse ponden, een groei van 20 procent ten opzichte van 2013. In de planning staan nog eens 25.000 luxe appartementen. Volgens EC Harris zal echter vijftig procent vertraagd of helemaal niet worden opgeleverd. Er is namelijk een groot tekort aan bouwvakkers. “Developers in London are starting to dig deep and pay premiums to contractors in a race to get schemes built while demand remains high.” Anders gezegd: “There is simply not the capacity out there to meet demand.” Dat geeft wel aan dat men de crisis hier ver voorbij is. Is het een probleem? De gewone Brit ligt er niet wakker van. Die kan zelf geen woning in Londen bemachtigen. Wat er te huur of te koop staat is voor hem of haar veel te duur. Dus waarom treuren om al die dure nieuwe condo’s die niet of sterk vertraagd gebouwd worden? In de Time Out London las ik: “Great. Now where are rich non-doms meant to buy for the purpose of not living, huh?”Rich non-doms, die kende ik nog niet.

Tagged with:
 

Regionale governance

On 21 oktober 2014, in bestuur, regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord in Brussel op woensdag 8 oktober 2014:

METREX Logo

Maakt regionale samenwerking iets uit? Een van de sprekers op het recente METREX-congres in Brussel, Rudiger Ahrend van de Organisation of Economic Cooperation and Development (OECD), had ruim tweehonderd grootstedelijke regio’s op hun samenwerkingsmodellen geanalyseerd. Vijfendertig procent van de bestudeerde regio’s kende alleen een informele samenwerking, 17 procent een intergemeentelijke, 9 procent een supra-gemeentelijke, niet meer dan 5 procent (Azië) een metropolitane samenwerking. Vierendertig procent van de bestudeerde regio’s kende überhaupt geen samenwerking. Waar van samenwerking sprake is, blijkt deze vooral plaats te vinden op terreinen van regionale economische ontwikkeling, regionaal transport en ruimtelijke ordening. Twee derde van de regionale samenwerkingsverbanden heeft betrekking op alle drie de terreinen. Lager scoorden waterbeleid en afvalbeleid, dan cultuur, ten slotte gezondheidszorg. En? Maakt het wat uit?

De OECD constateerde hogere economische productiviteit, minder suburbanisatie en grotere tevredenheid van burgers waar sprake is van goede regionale samenwerking. Hoe beter en formeler deze is geregeld, hoe beter ook de prestaties. Fragmentatie van de governance blijkt in alle opzichten slecht voor een gebied. Overleg is weliswaar ingewikkeld en vergt veel tijd, maar het loont. Hoe efficiënter dat overleg, hoe gunstiger dit weer is. Bij verdubbeling van het aantal betrokken gemeenten verliest de grootstedelijke regio liefst circa 6 procent aan productiviteit. Ahrend benadrukte dat het hier niet alleen om economische prestaties gaat. Het belang van governance op metropolitane schaal doet zich gelden op elk maatschappelijk terrein. En toen, helemaal op het eind, kwamen zijn belangrijkste lessen. Rivaliteit tussen gemeenten en steden, aldus Ahrend, werkt ongunstig; van bovenaf  samenwerking opleggen creëert lege hulzen; de bereidheid daartoe kan alleen van onderop groeien; ze vereist bovenal inspirerend leiderschap.

Tagged with:
 

Nachtleven is duurzaam

On 8 oktober 2014, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De hardnekkigheid van de 9 tot 5-economie’ (2009) van Paul de Beer:

MIRIK MILAN _ PREFEITO DA NOITE EM AMSTERDA

Het geklaag, vooral afgelopen zomer, over de enorme drukte in Amsterdam bleek iets typisch Amsterdams. Nu klagen Amsterdammers graag – daar niet van -, maar dat is niet wat ik bedoel. Wel dit: de door Amsterdammers ervaren drukte doet zich alleen voor in (het centrum van) Amsterdam, in de rest van Nederland is het veel rustiger. Vergelijk het straatbeeld zelfs in Rotterdam maar eens met dat in Amsterdam. Amsterdam kookt over, Rotterdam nog in het geheel niet. Deels zijn het de stromen toeristen, waaronder heel veel dagjesmensen, deels groeit gewoon het inwonertal van de hoofdstad gestaag, elk jaar met 15.000. Elders in Nederland is eerder sprake van krimp, van toenemende rust en stilte. Er is geen andere conclusie mogelijk. Die enorme stromen mensen kunnen hier niet meer tussen negen en vijf worden geaccommodeerd. Amsterdam maakt zich op voor een heuse 24-uurs economie. De grootste stad van Nederland wordt eindelijk volwassen.

Volgens de econoom Paul de Beer is er in Nederland beslist geen sprake van langere werktijden. Volgens cijfers uit 2009 blijkt althans hier niets van. De Beer: "Voor zeven uur ’s ochtends en na zes uur ’s avonds is vrijwel niemand aan het werk." Dat zal best, maar dat zijn landelijke cijfers. In Amsterdam lijkt mij dat niet (meer) het geval. En het is ook logisch. Bij een bepaalde omvang gaat een stad niet meer slapen, dan dendert ze door. Dat zie je in echte grote wereldsteden als Londen, Sao Paulo, Tokio, New York en Parijs. Dat is buitengewoon duurzaam, goed en profijtelijk en, zeker, overlast geeft het hier en daar ook. Voorzieningen worden hierdoor echter optimaal benut, nieuwe banen worden gecreëerd, inwoners en bezoekers worden langer en beter in alles bediend. Nederland is nu nog provinciaals, de regelgeving wordt overwegend in Den Haag gemaakt. Al jaren pleit nachtburgemeester Mirik Milan (foto) voor ruimere openingstijden. Zo stelde het vorige B&W van de hoofdstad ruim een jaar geleden al enkele 24-uurs zones voor de horeca in en ik zag een pleidooi van de Amsterdamse afdeling van D66 voor meer nachtvergunningen en ruimere openingstijden. Supermarktjes, bakkers, drogisterijen, ze moeten ook ’s avonds laat open kunnen zijn. Amsterdam zoekt naar een nieuwe balans.

Tagged with:
 

Why Nations Fail

On 3 oktober 2014, in demografie, economie, by Zef Hemel

Gelezen in Neue Zürcher Zeitung van 1 oktober 2014:

Wat moet je doen om een economie te laten groeien als de bevolking krimpt? Voor die vraag staat Japan al jaren. Japan gaat Europa voor in de demografische transitie van groei naar krimp en net als Europa en Rusland staat het land voor de vraag hoe het de nationale economie ondanks de krimp toch nog kan laten groeien. Monetaire of andere economische maatregelen helpen niet meer. Ruimtelijke maatregelen werken beter. Wat je zou moeten doen is de krimpende bevolking ruimtelijk concentreren. Want grote steden zijn machtige economische motoren. Eigenlijk gebeurt dat al want de Japanse jeugd trekt al jaren naar de grote stad. Maar de natiestaat begrijpt dat niet en werkt het bewust tegen. Over dit merkwaardige fenomeen berichtte onlangs de Neue Zürcher Zeitung. In ‘Der Fluch von Tokio’ schetst de Japanse correspondent van de Zwitserse kwaliteitskrant, Patrick Zoll, het beeld van een land dat in 2040 100 miljoen inwoners wil tellen en ook vasthouden. Buiten de grote stad.

Op dit moment telt het eilandenrijk in de Stille Oceaan nog 127 miljoen zielen. Haar wacht dus nog een dramatische krimp. Ondertussen groeit Groot-Tokio onstuimig. Op dit moment staat de teller op meer dan 35 miljoen inwoners. De migranten zijn bijna zonder uitzondering  jonger dan dertig jaar. Gevolg: een vergrijzend en leeglopend platteland. Men schat dat over 25 jaar 896 gemeenten in Japan kunnen worden opgedoekt omdat straks niemand er meer woont. Dus wat doet de Japanse regering? Die start een regionaal-economische politiek om leeglopende steden en dorpen in alle uithoeken economisch te revitaliseren. Het Japanse platteland, heet het, moet weer aantrekkelijk worden voor de jeugd. Men wil de jongeren uit Tokio verleiden om de metropool te verlaten. Hoe dat precies moet, moeten ‘experts’ nu uitzoeken. Voor de heer Abe is het een topprioriteit. Dat wordt een hele kostbare operatie die gedoemd is te mislukken en ook niet gaat werken, nee het wordt een regelrechte ramp. Anti-stedelijke regimes als de Sovjet Unie en Communistisch China hebben het eerder al geprobeerd en daar leidde het niet alleen tot economische teruggang, maar ook tot hun val. En ook de Nederlandse ‘gebundelde deconcentratie’ werkte allerminst gunstig en heeft tot een verharding van economische crisis in de jaren zeventig en tachtig in ons land geleid. Zo’n dwaze ingreep hoort thuis in Barbara Tuchman’s ‘March of Folly’.

Tagged with:
 

Succesvol innoveren

On 2 oktober 2014, in economie, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Tampere Region Innovation Strategy’ (2008):

صور Tampere

Hoe groeit een stedelijke economie? En kun je die aanjagen? Tampere is een Finse industriestad met circa 250.000 inwoners. Zoiets dus als Eindhoven. De Finse regio laat zich ook goed vergelijken met Noord-Brabant. En net als Eindhoven de stad van Philips is, zo is Tampere de stad van Nokia. Tampere is de industriële kurk waar de Finse economie tot voor kort op dreef. Immers, net als de klap die Philips en Daf in 1993 de regionale werkgelegenheid uitdeelden, voelt ook de regio van Tampere op dit moment de klap als gevolg van de ineenstorting van het Nokia-concern een paar jaar geleden nog steeds. Apple is de grote boosdoener. Het machtige Finse Nokia is nu onderdeel van het Amerikaanse Microsoft. Het verlies aan werkgelegenheid in Finland was enorm. Die duizenden werkloze ingenieurs trokken gelukkig weer een bedrijf als Intel aan, maar daarmee is het regionale leed nog lang niet geleden. Ziedaar het probleem van industriële regio’s die zich specialiseren en die daarbij teveel afhankelijk worden van een enkel industrieel concern.

Hebben Eindhoven en Tampere hun leven gebeterd? Je losmaken van het succesverhaal van een Nokia of Philips is lang niet makkelijk. Afgelopen zondagavond zagen we op de VPRO-televisie in een Tegenlicht-uitzending (‘De macht aan de stad’) hoe Eindhoven dat losmaken op dit moment moeizaam doet. In Tampere doen ze het weer anders. Hun regionaal-economische strategie kent een aantal interessante aspecten. De Finnen kiezen bewust voor crossovers, dus geen clusters of specialisaties meer, maar interactie tussen alle velden en expertises. Men bouwt er regionale platforms waarin alle partijen samenkomen om alles te delen. Ook hun internationale netwerken breiden ze sterk uit. En, misschien wel het belangrijkste: “raising of general awareness of the major challenges facing the region," ook dat doen ze. De strategie dateert van 2008. Ze werd opgesteld door Marjatta Maula van Tampere University of Technology in samenwerking met alle betrokken partijen. We zijn nu zes jaar verder. Werkt het ook? Ik sprak erover met Willem van Winden, lector regionale economie aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij is het aan het onderzoeken.

Tagged with:
 

Wereld Expo

On 1 oktober 2014, in economie, innovatie, vastgoed, by Zef Hemel

Gelezen op Rotterdam2025.nl op 27 september 2014:

HOK Dubai World Expo 2020

Volgend jaar opent in Milaan de Wereld Expo, thema: ‘Feeding the Planet, Energy for Life’. Een aankondiging ervan zag ik deze zomer in Venetië, in het Italiaanse paviljoen op de internationale architectuur biënnale. Het viel me niet mee. Shanghai 2010 toonde meer ambitie. Dat was dan ook de allergrootste expo ooit. Dubai organiseert de Expo 2020. Op dit moment loopt Rotterdam zich warm voor de Wereld Expo in 2025. Vijftien Rotterdamse ondernemers hebben daartoe het initiatief genomen, ze onderzoeken of het plan kans van slagen heeft, want pas in 2016 hoeft het bid te worden uitgebracht in Parijs. De beslissing valt daar in 2018. Thema van het Rotterdamse bid is ‘Transition’. Het gaat de Maasstad, begrijp ik, om delta’s, water, energie en transitie. Royal Haskoning schreef een pamflet, Jan Rotmans en Erik van Egeraat zijn de beoogde curators. Mogelijke concurrenten van Rotterdam zijn Guangdong, San Francisco Bay Area en Londen. Na de afwijzing door de regering-Rutte van de Amsterdamse kandidatuur voor de Olympische Spelen in 2028 (‘te grote financiële risico’s, te weinig draagvlak’) een hernieuwde poging tot iets groots in dit kleine landje.

Maakt de Maasstad een kans? Dubai (‘Connecting Minds, Creating the Future’, foto) belooft 17 miljard euro aan investeringen binnen te halen met een inzet van iets meer dan zes miljard. Ze kreeg liefst 116 van de 164 stemmen in Parijs achter zich. Gaat Rotterdam ook zes miljard euro losweken bij de Nederlandse regering? Diezelfde regering zag immers af van een Olympisch bid. Vermoedelijk wordt het beduidend minder. De kans voor Rotterdam wordt ook al kleiner als Londen meedoet. Die Expo zal gaan over de veerkracht van de metropool. Zet ‘Future London’ – een initiatief van een aantal Engelse bedrijven – zijn kandidatuur echt door? Hoeveel miljard euro belooft deze bakermat van de Wereldtentoonstellingen te investeren? En Guangdong? Die Zuid-Chinese megastad telt niet minder dan 60 miljoen inwoners. Ook die metropool ligt in een gevaarlijke delta. De urgentie van een transitie is daar nog vele malen groter. En hoe kostbaar wordt de weg naar 2018? Een bidbook maken kost al snel vele miljoenen euro’s. Wie gaat dat betalen? En over welke transitie hebben we het eigenlijk? En, bovenal, lost dit de problemen op in Rotterdam-Zuid?

Tagged with:
 

Techboom

On 17 september 2014, in economie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 11 mei 2014:

Twitter headquarters, on Market Street in San Francisco (Olivia Hubert-Allen/KQED).

Amsterdam is op dit moment het beste te vergelijken met San Francisco. Beide steden zijn ongeveer even groot; hun achterland is even stedelijk. De Bay Area telt circa tien miljoen inwoners, de Randstad en directe omgeving iets vergelijkbaars. Beide steden zijn ook centra van de tegencultuur, van hippies, homo’s, krakers, linkse intelligentsia, anarchisten. Er hoeft maar iets te gebeuren of er breekt een opstand uit op straat. Het welvaartspeil is alleen lager rond Amsterdam, want de regio mist een technische universiteit en een Silicon Valley. Nog een verschil: de baai ten oosten van Amsterdam is ingepolderd, terwijl de baai van San Francisco nog altijd schittert in de zon. Maar Amsterdam is even geliefd als de Californische stad en de nabijheid van de zee is in beide steden goed voelbaar. Gevolg: de huizenprijzen in beide steden stijgen snel.

Enige maanden geleden schreef Eva de Valk in NRC Handelsblad over de problemen als gevolg van het succes van San Francisco. Onder de kop ‘Klassenstrijd aan de westkust’ meldde ze dat de huizenprijzen ongezond snel stijgen, over de afgelopen drie jaar met liefst 36 procent, de huren zelfs met 51 procent. De goed verdienende techwerkers uit Silicon Valley worden gezien als oorzaak; zij werpen zich op de grootstedelijke woningmarkt. Maar het is anders: in San Francisco zelf groeit het aantal banen twee keer zo snel als in de Valley. De rollen zijn omgedraaid. Niet de randen, maar het centrum is dynamisch. Voor al die grootstedelijke banen worden ter plekke veel te weinig woningen gebouwd. De Valk: “Over zes jaar zijn alle niet-rijken de stad uit gedrukt.” Nieuwbouw in de Bay area vindt nog altijd plaats op grote afstand van de stad, zeker die voor de lage inkomensgroepen. Vergelijk het met de bouw van woningen voor Amsterdammers achter Castricum, Alkmaar en Nijkerk. Geen gekke vergelijking. San Francisco en Amsterdam lijken meer op elkaar dan je denkt.

Tagged with: