River Urbanism

On 15 maart 2013, in duurzaamheid, participatie, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Anarchist Gardener’ (2012):

De ‘Ruin Academy’ is een platform waar alle kennis samenkomt met betrekking tot de ‘Derde Generatie Steden’ – de ruïnes van de industriële stad. Het staat te lezen in een publicatie die ik meenam van mijn laatste reis naar Taipei, Taiwan. De ‘Anarchist Gardener’ verscheen in het kader van de Hong Kong & Shenzhen Bi-city Biennale of Urbanism and Architecture. Auteur is Marco Casagrande. Het platform, zo begrijp ik, is bewust niet op professionele kennis georiënteerd. De kennis wordt juist van onderop verzameld. “We focus on local knowledge, people and stories.” Gewone burgers van Taipei komen aan het woord. Zij vertellen over hun stad en wat er zou moeten gebeuren. “What comes to the academic control, we will give up in order to let nature step into our ruin.” Hoe dat in zijn werk gaat? “In a simple participatory planning way the sociologists and anthropologists are on the files doing research and getting connected to the site-specific realities. They are then reporting real time to the architects, artists and urban designers who can react on this information through design and art.”

Volgens Casagrande zijn de universiteiten verzwakt door het steeds zwaarder worden van de afzonderlijke disciplines, er is nauwelijks contact tussen de vakgebieden en de faculteiten. Hetzelfde geldt voor de diensten en stadsdelen van de gemeenten en de steden. “This industrial focusing and academic protectionism is against the idea of a university and the idea of the city government as a parliamentary acting body based on discussions.” Buiten de universiteit en de gemeente om heeft hij daarom ‘rondetafels’ georganiseerd waar gewone mensen samenkomen. Zoals de taxichauffeurs, de straatverkopers en de vissers van Taipei, die verdreven werden door de muur die door de Kwo Min Tang werd opgetrokken rond de rivier om de stad te beschermen tegen het water – in zijn ogen een ‘fast-food’ oplossing. Uit hun persoonlijke verhalen ontwikkelde hij een nieuwe vorm van stedenbouw: ‘River Urbanism’, gebaseerd op de kennis en wijsheid van de vissers van Taipei. De verhalen zijn meedogenloos en ontroerend. Een mooi staaltje participatieve planning.

Tagged with:
 

Bouwen in Brazilië

On 24 februari 2013, in duurzaamheid, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 16 februari 2013:

Tijdens het internationale colloquium ‘Les Villes-Monde, moteurs de croissance pour demain?’, op 19 februari in Parijs gehouden, sprak onder andere Pierre-André de Chalendar, CEO van Saint-Gobain. Deze vertegenwoordiger van een grote speler in de Franse bouwindustrie hield daar een opmerkelijk krachtig pleidooi voor duurzaam bouwen. Zijn invalshoek was mondiaal, vooruitstrevend en verlicht. Hij wees het Franse publiek op de opkomst van China, noemde het grote belang van metropolen, pleitte voor hoogwaardig openbaar vervoer in de grote steden en stelde dat het energie- en klimaatprobleem binnen twintig jaar moet worden opgelost. Opvallend vond ik zijn verwijzing naar Brazilië als het gaat om verduurzaming van de woningbouw. De Chalendar bedoelde het in brede zin: de woningbouwprogramma’s van de Braziliaanse regering waren voor hem sociaal, duurzaam, economisch en rechtvaardig tegelijk. Het klonk alsof hij de Franse regering verweet veel te weinig te doen.

Diezelfde week las ik in The Economist een artikel over datzelfde ambitieuze woningbouwprogramma van de regering-Rousseff in Brazilië. In 2009 begonnen, probeert MCMV (Minha Casa Minha Vida) de groeiende Braziliaanse middenklasse aan een betaalbare eigen woning te helpen door hypotheken te subsidiëren. Het programma doet denken aan onze premie A, B en C-woningen. Tot voor kort waren hypotheken voor mensen met bescheiden inkomens eenvoudig te duur en verstrekten de Braziliaanse banken hoofdzakelijk leningen aan rijke particulieren voor de aankoop van zwembaden, dure auto’s en boten. Nu vertrekken ze leningen aan de opkomende middenklasse voor de aanschaf van een bescheiden woning. Door certificering worden bovendien kwaliteitsmaatstaven nagestreefd die ook werkelijk tot goede woningbouw zullen leiden. Inmiddels zijn 2,3 miljoen leningen verstrekt. In de bouwindustrie heeft dit werk voor 1,4 miljoen extra bouwvakkers opgeleverd. Van de 2,3 miljoen leningen is overigens slechts 45 procent voor de armen, terwijl het doel was 60%. In een land waar 11,4 miljoen mensen in favela’s leven, is dat nog lang niet genoeg. Maar een begin is gemaakt. Rond de Braziliaanse metropolen worden nu woonwijken gebouwd die optimisme, duurzaamheid en rechtvaardigheid uitstralen. De favela’s kunnen – geleidelijk – worden afgebroken. De Chalendar heeft gelijk: we moeten veel ambitieuzer worden.

Tagged with:
 

Smart Cities in 2013

On 9 januari 2013, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The World in 2013’ van The Economist:

Met de ontwikkeling van zogenaamde ‘smart cities’ gaat het niet goed. The Economist liep ze laatst ze allemaal bij langs: de voltooiing van Masdar in de Verenigde Arabische Emiraten is uitgesteld tot 2025, niet alleen vanwege de financiële crisis, maar ook omdat bedrijven en mensen er niet naar toe willen verhuizen; Songdo City in Korea blijkt een duur vastgoedproject waar geen belangstelling voor is; Planit Valley in Portugal is vastgelopen in de planningsfase. Daar komt nog eens bij dat de Amerikaanse socioloog Richard Sennett onlangs in Londen met het idee van ‘slimme steden’ de vloer aanveegde. In ‘No one likes a city that is too smart’ wijst hij er fijntjes op dat je de slimheid van steden niet kunt plannen. “Masdar – like London’s new "ideas quarter" around Old Street – on the contrary assumes a clairvoyant sense of what should grow where. The smart city is over-zoned, defying the fact that real development in cities is often haphazard, or in between the cracks of what’s allowed.”

In de vooruitblik op 2013 van The Economist wordt Amsterdam opgevoerd als de stad die slimheid veel beter lijkt te organiseren dan al die geplande high-tech steden. De Nederlandse hoofdstad wordt zelfs gezien als voorloper in een andere, veel succesvollere planningsbenadering, namelijk in een die principieel van onderop is georganiseerd. In het Amsterdamse ‘smart-city platform’ komen alle initiatieven – instellingen en infrastructuur – bij elkaar en wordt bij de ontwikkeling van al deze groene initiatieven hulp en bijstand geboden. Toch moet ook Amsterdam beseffen dat het daarmee niet de sleutel in handen heeft van de ontwikkeling van duurzame steden. Uiteindelijk gaat het om mensen en om wat mensen graag willen. Sennett zei het in Londen zo: “A great deal of research during the last decade, in cities as different as Mumbai and Chicago, suggests that once basic services are in place people don’t value efficiency above all; they want quality of life.”

Tagged with:
 

De trend van 2012

On 8 januari 2013, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 4 oktober 2012:

Het goede nieuws van 2012? Begin oktober kopte Het Parool ‘Stad magneet voor digitale media’. Het volgende bleek. Er ontwikkelt zich een steeds grotere digitale media-industrie in Amsterdam en omgeving. Wat heet. “Inmiddels zit al bijna de helft van de Nederlandse bedrijven uit deze sector in de hoofdstad.” Als je de regio meetelt, blijkt het zelfs om twee derde van het totaal van driehonderd bedrijven te gaan. We hebben het dan over websitebouwers, ontwerpers van apps, de gaming industrie, tv-bedrijven, reclamebureaus, consultants en makers van e-books en online-tijdschriften. De grote jongens zitten in Hilversum en in Hoofddorp, de kleinere rond het Vondelpark en op de noordelijke IJ-oever. Veel last van de recessie hebben ze niet. Ze klitten bij elkaar in Amsterdam omdat ze hier het juiste personeel kunnen vinden. Bedrijf volgt mens. Bovendien treffen ze in de hoofdstad de belangrijkste opdrachtgevers. Klassieke agglomeratievoordelen dus. De digitale industrie creëert opmerkelijk veel werkgelegenheid: gemiddeld 45 werknemers per bedrijf, negen keer meer dan bij een doorsneebedrijf in de regio.

Eind van het jaar kreeg de opmerkelijke ontwikkeling een voorlopige bekroning met de komst van NRC Handelsblad naar Amsterdam. Dat mediabedrijf vestigde zich aan het Rokin, in een glaspaleis. Het zicht vanuit de burelen op de historische stad is verpletterend. Zelf moest ik vlak voor de kerst naar de radiostudio van BNR Nieuwsradio. Die is gevestigd aan het Prins Bernhardplein bij het Amstelstation. Ik kon er op de fiets ernaartoe; vanuit de studio keek je zowel op het drukke stadsverkeer van de Wibautstraat als op de etende en drinkende mensen in restaurant Dauphine. Dat is wel wat anders dan de radiostudio’s op het mediapark in Hilversum-Noord. De medewerkers vertelden mij dat de grootstedelijke locatie goed was voor de zichtbaarheid van het bedrijf, maar dat ook zowel zij als de bezoekers nu met de fiets naar hun werk konden en veel meer plezier hadden in hun werk. De trend van 2012: ruimtelijke concentratie, dat blijkt socialer, profijtelijker en duurzamer dan spreiding langs snelweglocaties.

Tagged with:
 

Gelezen in NRC Handelsblad van 12 december 2012:

Aan de vooravond van de Japanse verkiezingen verscheen in NRC Handelsblad een artikel over de op twee na grootste economie ter wereld, die van Japan. Weinig horen we er meer over, Japan, overschaduwd als ze wordt door China. Deze radiostilte lijkt ook te maken te hebben met de aanhoudende toestand van deflatie, waardoor de Japanse economie nauwelijks meer groeit. Ook de bevolking vergrijst en krimpt. “Het is het snelst vergrijzende land ter wereld.” Van de huidige 128 miljoen Japanners blijft er in 2060 dertig procent minder over, nu al is meer dan 40 procent van de bevolking ouder dan 65 jaar. Journalist Kjeld Duits: “Inderdaad lijkt Japan nauwelijks te profiteren van de lang voorspelde eeuw van Azië. Het is geografisch en diplomatiek geïsoleerd.” Toch is Tokio nog altijd een van de duurste steden ter wereld. Crux van het artikel is dat de Japanse economie niettemin snel herstructureert en dat in het distributiesysteem flink wordt gesneden. Fabrieken leveren tegenwoordig rechtstreeks aan de winkels, waardoor consumenten veel goedkoper uit zijn. Ik bedoel maar, dat staat ons ook te wachten. En ook veranderen het Japanse onderwijs- en rechtssysteem ingrijpend. Alleen de politiek en het bestuur veranderen niet. “Alles loopt centraal via Tokio.”

Ik moest eraan denken omdat afgelopen week een Japanse delegatie een bezoek aan de Dienst Ruimtelijke Ordening van Amsterdam bracht. Ze kwam, zei ze, voor nieuwe vormen van stedelijke planning. Deze ‘bottom-up planning’ achtte men ook in Japan noodzakelijk omdat men wel doorhad dat centralistische overheidsplanning, zeker die vanuit het regeringscentrum, niet meer werkt. Wereldwijd is een zoektocht gestart naar nieuwe vormen van stedelijke planning die veel opener en lokaler is, duurzamer en veerkrachtig dan de ons vertrouwde. Maar volgens iemand als Martin Jacques zal er niets veranderen. In ‘When China Rules the World’ (2009) schrijft deze Britse historicus: “Indeed, unlike Western democracies, it is extremely doubtful whether in practice Japan gives primacy to the idea of popular sovereignty. On the contrary, as in China, another Confucian society, state sovereignty rather than popular sovereignty is predominant.” In de brochures die ik meekreeg las ik dat de enorme bestaande voorraad woningen en kantoren in Japan dringend moet worden geherstructureerd, duurzaam gemaakt en dat rekening moest worden gehouden met frequente natuurrampen en milieuproblemen; Kobe en Fukushima werden in dat verband expliciet genoemd. Ondanks de vele bloesembomen die de afbeeldingen domineerden zag ik ook iets als een land dat de realiteit onder ogen ziet.

Tagged with:
 

Etalage Amsterdam Zuidoost

On 13 december 2012, in duurzaamheid, plekken, by Zef Hemel

Gelezen in Odeon nr. 87 (2012):

Na 26 jaar wordt het Decoratelier van De Nederlandse Opera en het Nationale Ballet grondig gerenoveerd. Ik lees het in Odeon, het tijdschrift van De Nederlandse Opera. Het gebouw, met een oppervlak van 10.000 m2,  ligt midden in het kantorengebied van Amsterdam Zuidoost. Na de renovatie zal het knalrood zijn, met een enorme glazen wand op het noorden, waardoor alle decorstukken straks vanaf de straat zichtbaar zullen zijn. Rolf Hauser: “De hele noordgevel verdwijnt en wordt vervangen door een lange wand van glas. Die wand kijkt uit op de groenstrook en op de weg. Daarmee wordt het atelier een grote etalage. Mensen kunnen ons aan de decors zien werken en wij zien hen. Dat kan alleen bij de noordgevel, dan valt er mooi diffuus licht naar binnen, dat geen valse schaduw maakt.” Architect is VMX uit Amsterdam. De oppervlak zal na de verbouwing niet groter zijn, wel hoger: voortaan zullen alle decors helemaal worden afgebouwd in Zuidoost zoals het publiek ze later aan de Amstel gaat zien. Voor de goede orde: de achterdoeken van de Amsterdamse opera meten 24 x 12 meter; in het atelier kunnen drie doeken tegelijk worden gemaakt. Alle decors zijn bovendien verplaatsbaar met luchtkussens, want de opera’s van DNO reizen over de hele wereld – voorstellingen van DNO zijn te zien in Madrid, Chicago, Los Angeles en San Francisco.

Zo langzamerhand verandert het voormalige kantorengebied van Amsterdam Zuidoost in een opwindende mix van heel verschillende functies en gebouwen. Eerst kwam er de Ajax Arena, toen de Heineken Music Hall, daarna het Huis van de Toekomst, vervolgens de Villa Arena, IKEA, poptempel Ziggo Dome, straks opent hier het door Rem Koolhaas ontworpen hoofdkantoor van G-Star en volgend jaar kijken we naar binnen bij De Nederlandse Opera van VMX. En alle bouwwerken worden duurzaam. Niet alleen de Arena is binnenkort het duurzaamste stadion ter wereld, ook het Decoratelier zal worden aangesloten op het warmtenet van NUON. Daardoor zal het geen CO2 meer uitstoten. Ook zullen in alle ateliers ledlampen worden aangebracht en de buitenkant wordt gecoat met een duurzaam materiaal. Najaar 2013 is alles gereed. Noem mij één kantorengebied in Nederland dat zo divers en spannend wordt als Zuidoost.

Tagged with:
 

Hoe verder met Moskou?

On 7 december 2012, in regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in The Moscow Times van 4 december 2012:

Deze week, op 4 en 5 december, werd voor de tweede keer het Internationale Moscow Urban Forum gehouden. Plaats van handeling: de historische manege van Moskou, recht tegenover het Kremlin. Thema: ‘The Megacity on a Human Scale’’. De burgemeester van Moskou, Sergei Sobyanin, opende het forum. Nieuwsgierig naar wat de Russische hoofdstad voornemens is te gaan doen met de uitkomsten van de Moscow Competition, waarvan de resultaten in september te zien waren geweest in Gorki Park, las ik de kranten. Voor alle duidelijkheid: Moskou, een metropool van bijna 12 miljoen inwoners, zal verder groeien en heeft zijn grondoppervlak begin dit jaar daartoe meer dan verdubbeld. Afgelopen voorjaar hadden negen internationale teams voorstellen gedaan voor het masterplan voor Groot Moskou tijdens de Moscow Competition. Ik was lid van het expert-team en heb er op deze plaats uitvoerig over bericht. Wat zei Soyanin tijdens de opening van het forum?

Opnieuw stelde de burgemeester het stedelijke verkeersinfarct centraal. Hij verklaarde dit infarct uit het feit dat liefst 40 procent van de arbeidsplaatsen geconcentreerd is in het stedelijke centrum, terwijl slechts 8 tot 9 procent van de bevolking in het centrum woont. Jaarlijks groeit het autoverkeer in Moskou met 6 procent. Daarom had het bestuur, direct na aantreden in 2010, honderden contracten met ontwikkelaars van projecten in het centrum opengebroken en hen gemaand om buiten het centrum, op minder prestigieuze plekken, hun heil te zoeken. Zeker 10 miljoen vierkante meter geplande kantoorvloeroppervlak is aldus uit de plannen gehaald. In plaats daarvan biedt het gemeentebestuur nu twaalf alternatieve locaties aan – zogenaamde ‘hubs’ –, met een totaaloppervlak van 148.000 vierkante meters, in het onlangs geannexeerde gebied. “There will be a brand new urban planning concept developed on these territories – a polycentric city.” De nieuwe stad ten zuidwesten van Moskou zal groen zijn en sterk gedecentraliseerd – een soort van Almere dus. Ook ziet het bestuur af van de bouw van een vierde ringweg om de metropool. Tien kilometer van deze weg zou meer dan twee miljard dollar kosten. Dat is te duur. In plaats daarvan zal worden geïnvesteerd in 150 kilometer nieuwe metrolijn, 220 kilometer extra spoor, fietspaden, autowegen en vrij liggende busroutes. Moskou heeft dus definitief gekozen voor expansie en verdere verdunning van de bebouwing. Ze denkt dat ze de werkgelegenheid naar buiten kan dirigeren. Tegelijk hoopt ze op beter openbaar vervoer en minder autogebruik. Heeft Nederland zo’n programma in de twintigste eeuw ook al niet eens geprobeerd?

Tagged with:
 

Neem China

On 30 november 2012, in demografie, duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Report on Ecological Footprint of China” (2012) van WWF:

Amper terug uit Brussel, valt me een stuk in handen waarom ik niet gevraagd heb, maar dat ik beslist moet lezen. Het rapport van het Wereldnatuurfonds over de ecologische voetafdruk van China. Weliswaar, lees ik, groeit de biocapaciteit van China door verdere ontginning en nieuwe technieken, toch verbruikt een Chinees elk jaar opnieuw het dubbele areaal van wat het land kan bieden. Er zijn op dit moment dus twee China’s nodig om het land te voeden en te onderhouden. Als een Chinees zou leven als een Amerikaan, dan had het immense land zelfs de hele wereld nodig. China moet dus snel verduurzamen, niet omdat het een grote voetafdruk bezit, maar omdat het land zo’n omvangrijke bevolking heeft. Het Aziatische deel van de Pacific telt vijftig procent van de wereldbevolking en verbruikt op dit moment 40 procent van de beschikbare biocapaciteit. Voor de goede orde, de minst duurzame landen ter wereld per hoofd van de bevolking zijn de Verenigde Arabische Emiraten, de VS en Finland, Canada en Koeweit. Nederland staat op plaats 26, na Rusland en voor Japan.

Bemoedigend vond ik om te lezen dat de ecologische voetafdruk van China weliswaar snel stijgt, maar dat de absolute groei van het Nationaal Product van het land nog veel sneller groeit. “This could be caused by an increase in less resource intensive economic activities, or by inequality in the distribution of Footprint and income within different populations in China.” Zelf denk ik het eerste. Door de snelle compacte verstedelijking – veel compacter dan Europa, laat staan de VS – groeit een urbane diensteneconomie die van nature veel zuiniger omspringt met grondstoffen en goederen dan een gespreide, deels agrarische samenleving. Echter, het WWF denkt er anders over: “There is a significant difference in per capita Ecological Footprint between the urban and rural population in China, with residents in urban areas requiring much more capacity to support their lifestyles than rural residents. While urban living can be more resource efficient than rural living, this effect is compensated by the higher income in urban areas.” Dat zou betekenen dat de verwachte groei van de stedelijke bevolking tot 2020 met 220 miljoen Chinezen slecht zou zijn? Dit is het antwoord van het WWF: “One of the most effective ways to prevent a large increase in China’s Ecological Footprint as more residents move to cities will be the use of a compact urban development strategy.”

Tagged with:
 

Niet duurzaam

On 26 november 2012, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Triumph of the City’ (2011) van Edward Glaeser:

Afgelopen week gesproken bij de alumni van de Master City Developer in de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Mijn lezing ging over Edward Glaeser’s ‘Triumph of the City’. Dit paste in de serie ‘Great Books’ van MCD. Zo’n veertig professionals namen aan de discussie deel. In het eerste deel sprak ik over het boek zelf, over de auteur en het nest waar hij uit komt: zijn vader Ludwig, de Duitse architect die later curator architectuur werd van het MOMA, New York. Kern van zijn boek is het pleidooi voor een ‘level playing field’ in de USA, waardoor de woestijnstad Houston niet meer zo onstuimig zou groeien, maar het veel gunstiger gelegen New York en San Francisco. Immers, Houston is betaalbaar, maar zowel het wonen aan de Oostkust als de Westkust van de Verenigde Staten is voor de meeste mensen te duur. Vind je het gek? Een kwart van Silicon Valley is beschermd natuurgebied; hetzelfde geldt voor de Oostkust. Die succesvolle urbane gebieden hebben zichzelf op slot gezet, waardoor de middenklasse een goed heenkomen heeft gezocht in het betaalbare Texas en Arizona. Washington heeft dit nog kracht bijgezet door alle federale beleid pro-suburb  te laten zijn: de infrastructuurprogramma’s, het woonbeleid, het belastingstelsel, enzovoort. Kortom, Amerikaans beleid is anti-stedelijk. Daardoor groeien steden in streken waar de fysieke omstandigheden eigenlijk het slechtste zijn. Dat is niet duurzaam.

In het tweede deel werd aan de deelnemers gevraagd om het gedachtegoed van Ed Glaeser toe te passen op de eigen praktijk, op de Nederlandse situatie dus. Dat viel niet mee. Nederland is immers onvergelijkbaar veel kleiner dan de Verenigde Staten en Glaeser is een econoom die de complexe situatie wel erg versimpelt. Dat de ecologische voetafdruk van Nederland nauwelijks onderdoet voor die van de Verenigde Staten leek groot nieuws. En dat ook de Nederlandse regering nog altijd spreiding subsidieert via het infrastructuurfonds, het MIRT, het woonbeleid, het reiskostenforfait, de ov-jaarkaart, het wilde er bij de meesten niet in. Nederland een artificieel, overgereguleerd, gesubsidieerd land? Excuses genoeg om de genadeloze boodschap niet onder ogen te zien. Maar wat te denken van het VINEX-programma?, vroeg voorzitter Willem van Winden de aanwezigen. Iemand antwoordde: “VINEX is het Houston van Nederland.” waarop Van Winden wilde weten wat er met Nederland zou zijn gebeurd als er sprake was geweest van een ‘level playing field. Antwoord: de Zuidas zou sneller zijn gegroeid, de Wilhelminapier nooit gebouwd.

Tagged with:
 

EcoWiki

On 2 mei 2012, in duurzaamheid, participatie, regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in The Moscow Times van 23 april 2012:

Op de eerste dag van de Moscow Competition las ik bij toeval in het hotel een groot artikel in The Moscow Times over ‘Civic Groups Ride to Cities’ Rescue – on Bikes’. Het artikel ging over Russische actiegroepen die voor ecologische bewustwording onder burgers opkomen. Luchtvervuiling, schrijven de journalisten, is in de grote steden van Rusland schrikbarend, vuilnis wordt willekeurig gestort en de bossen rond de steden worden op grote schaal geveld. Het groeiende autopark is volgens het Ministerie van Milieu nu al voor 40 procent verantwoordelijk voor de stedelijke  luchtvervuiling. Het gemiddelde autobezit is in Rusland op dit moment 244 auto’s per 1000 inwoners, dat is een groei van liefst 70 procent ten opzichte van 2001. In de USA hebben van elke 1000 inwoners 850 mensen een auto, dus de Russische markt is nog lang niet verzadigd. Toch staat het verkeer in een stad als Moskou nu al dagelijks muurvast. Burgers organiseren zich en komen bij de autoriteiten met voorstellen. Vooral via blogs en websites zoals EcoWiki wordt op grote schaal informatie uitgewisseld over milieuvriendelijke oplossingen, zoals fietsen in de stad. In Sint Petersburg namen 35.000 burgers deel aan de publieke discussie over het structuurplan 2020 en EcoWiki telt nu al 2000 vaste bezoekers. “Citizens have actually become a huge group of competent consultants.” Toch staat milieu nog steeds niet prominent op de agenda. Leefbaarheid moet het nog vaak afleggen tegen urgenter geachte problemen.

De actiegroepen, las ik, verbazen zich over het feit dat de regering al heeft besloten om het grondgebied van Moskou met 150 procent te vergroten, dit om de regeringsgebouwen naar buiten te verplaatsen en zo de congestie in Moskou te verminderen. “They point to the complex environmental situation already existing in the territory to be annexed: garbage dumps, testing grounds for chemical and biological waste, and nuclear waste burial sites. Experts claim that there is a shortage of drinking water, which has been already experienced by the capital and is going to become more acute when its area increases. Also, the city’s green belt – forests growing around Moscow that are located in the new territory – may be afflicted as a result of infrastructure development.” Hun waarschuwingen lijken gegrond. Maar verandert er hierdoor ook iets? Nee, want het besluit tot vergroting van Moskou is reeds genomen, er is geen weg meer terug. In een klein berichtje in The Moscow News van 23 april las ik dat bij het dorp Kommunarka ten zuidwesten van Moskou aan de snelweg A101 12.000 hectare land overgaat in handen van senator Moshkovich uit Belgorod. Hij gaat er 1,5 miljoen vierkante meter commercieel vastgoed plus 13 miljoen vierkante meter woonvloeroppervlak ontwikkelen ten behoeve van uitplaatsing van regeringskantoren, een gronddeal ter waarde van 500 miljoen dollar. De journalisten concluderen: “there are no stable mechanisms of interaction between the autohorities and society in ecology. This leads to a vicious circle of policymakers making decisions that can negatively affect the environment, which in turn increases public discontent.” Was het niet president Medvedev zelf die in 2009 ingreep toen de activisten de houtkap voor de nieuwe snelweg naar Sint Petersburg in Khimki Forest blokkeerden en die met een milieuvriendelijker alternatief op de proppen kwam?

Tagged with: