Heb jij ideeën of dromen over de stad van de toekomst? Wonen we anders dan nu en hoe ziet de nieuwe economie eruit? Hoe blijven we gezond in de metropoolregio Amsterdam? Wordt de stad nog groener? Hoe verplaatsen we ons in de toekomst en hoe zal ICT de stad veranderen? Kortom: wat vind jij waardevol?

Kom op 9 september a.s. naar het 2e open atelier Volksvlijt2016 en denk en doe mee!

Volksvlijt 2016

Volksvlijt 2016 is een open platform waaraan iedereen kan bijdragen. In drie ateliers bouwen we samen met ontwerpers, kennisinstellingen, bedrijven, bewoners en studenten aan een nieuw toekomstperspectief op de metropoolregio Amsterdam. Alle ideeën en dromen komen samen in één enorme maquette die vanaf 12 april 2016 twaalf weken lang te bewonderen zal zijn in de Openbare Bibliotheek van Amsterdam. Naast deze tentoonstelling is er een interactief programma over de toekomst van de stad waarbij iedereen welkom is.

Meedoen op 9 september 2016

De stad van de toekomst is opgebouwd uit twaalf thema’s, zoals voedsel, logistiek, media, industrie, gezondheid, toerisme, ecologie, ICT en zelfvoorzienende buurten. In het atelier op 9 september kun je meedenken over de toekomst van deze thema’s samen met vernieuwende ontwerpers, die de ingebrachte ideeën verbinden

Hoe meer mensen meedoen, des te slimmer en aantrekkelijker de stad van de toekomst wordt. Dus, heb je ideeën over de stad of kennis van één van de thema’s? Ben je een betrokken stadmaker, visionair of creatief denker en wil je samen met anderen bouwen aan de stad van de toekomst?

Doe dan mee! De stad van de toekomst maken we samen.

Zef Hemel

Wibautleerstoel, Universiteit van Amsterdam | Amsterdam Economic Board 

Wat:                2e open atelier Volksvlijt 2016

Wanneer:         Woensdag 9 september 2015, van 12.00 tot 18.00 u.

Waar:              Openbare Bibliotheek van Amsterdam (Oosterdok)

Bijdrage:          kennis, ideeën & toekomstdromen

>> Aanmelding (verplicht): via de volgende site: https://tamtam.viadesk.com/do/eventreadpublic?id=14706-6576656e74

wim.jan.hollebeek@amsterdam.nl

Word lid van onze community op Facebook ‘Volksvlijt2016’ om op de hoogte te blijven van Volksvlijt.

Tagged with:
 

Troeptrimmen

On 19 februari 2015, in afval, duurzaamheid, by Zef Hemel

Gehoord op Het Loopveld, Amsterdam, op 14 februari 2015:

Oprichtster en eigenaar Fit Earth

Het gesprek in de sportkantine afgelopen zaterdag ging weer eens over drukte in de stad. Over het fietsparkeren, de vele toeristen, het vuilnis op straat. Ouders wisten wel een oplossing. Alle aandacht richtte zich in eerste instantie op het zwerfafval. Veel bewoners van de grachtengordel, wist iemand, zetten hun vuilnis ‘s avonds al op straat. Geen wonder dat het dan een bende wordt. Hoe ze dat wist? Elke ochtend fietst ze langs de grachten naar haar werk, aan het IJ. Nee, het waren niet zozeer de bedrijven. De bewoners mogen dan klagen, ze zijn zelf mede oorzaak van de troep, concludeerde ze. Iemand anders suggereerde dat de woede zich richt op de toeristen en dat de gemeente hierop wordt aangesproken, maar dat veel klachten vermoedelijk betrekking hebben op het gedrag van de eigen buren. Hierna maakten we de voorlopige balans op: we moeten, om het probleem op te lossen, bij ons eigen gedrag beginnen.

Vervolgens regende het oplossingen. Een van de ouders vertelde dat ze gefascineerd was door afval. Elke ochtend nam ze een tas mee. Je wilt niet weten wat je onderweg tegenkomt, zei ze. Veel afval raapte ze op, bundelde het en wierp het in een vuilnisbak of container. Ze vertelde over ‘troeptrimmen’, dat is een nieuwe sportieve manier om zwerfafval op te ruimen. Op een website las ik: “Het zwerfafval met kniebuigingen, rekkend en strekkend oprapen heeft een positief effect op het lijf, de geest en de buurt. Ergernis nummer drie in Nederland kun je dus omzetten in een positieve beweging.” Ze had nog meer tips. Met drie regels kunnen we alle straten en pleinen van onze steden schoon krijgen: 1. gooi nooit iets weg op straat; 2. raap elke dag tenminste één ding op; 3. moedig twee mensen aan om hetzelfde te doen. De tafel in de sportkantine die ochtend fungeerde even als een buitengewoon intelligent platform. Alles van onderop!

Tagged with:
 

Schraal

On 18 februari 2015, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in S&RO 2014 nr. 5:

Permalink voor ingesloten afbeelding

Nummer 5 van Stedenbouw & Ruimtelijke Ordening (S&RO) editie 2014 was gewijd aan station en luchthaven. Ik ontving indertijd geen nummer, ook al was ik abonnee. Nu nam ik een exemplaar mee uit Den Haag, waar Platform 31 is gevestigd. In de trein terug naar Amsterdam las ik het. De onderwerpkeuze, zo begint het redactioneel, betreft een jubileum. In 2014 was het 175 jaar geleden dat de eerste trein in Nederland reed, u weet wel, tussen Haarlem en Amsterdam.  In datzelfde jaar bestond de KLM 95 jaar. In het nummer wordt de balans opgemaakt van bijna tweehonderd jaar stations- en luchthavenontwikkeling in relatie tot de stedelijke ontwikkeling, lees: de polycentrische metropool. Interessant vond ik vooral het artikel van de onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam en de Technische Universiteit Delft. In ‘More is less? Governance in de Schipholregio’ schrijven gastredacteur Michel van Wijk, Ellen van Bueren en Marco te Brömmelstroet over de vele overlegstructuren rond de nationale luchthaven. Hun analyse van deze overleggen sinds 1987 is genadeloos. Het zijn er erg veel en de inhoud van hun agenda’s verschraalt.

Wat is er loos? Al die overleggen blijken niet meer te werken. “Vergaderingen worden door gebrek aan onderwerpen regelmatig afgezegd.” Bestuurders wisselen elkaar snel af. Gedeputeerde Hooijmaijers moest aftreden wegens corruptie. Zijn opvolger werkte aan een schoon-schip actie. Die daarna deed het weer anders. De affaire-Poot wordt in het artikel niet eens genoemd. Inhoudelijk treedt er een verenging op. Er wordt alleen nog maar over economie gepraat. En een beetje over geluidsoverlast. Duurzaamheid heeft geen prioriteit. Meer dan veertig stakeholders werden in een Q-analyse geïnterviewd. Inhoudelijke ideeën bleken redelijk met elkaar te sporen, maar over de wenselijke bestuursvorm waren de geïnterviewden zeer verdeeld. Sommigen wilden terug naar formele overheidssturing, anderen juist naar open netwerksturing. Wat concluderen de onderzoekers? Voor het sluiten de kringlopen op en rond de luchthaven zou een drastische verbreding noodzakelijk zijn. Technische en wetenschappelijke kennis, lokale praktijk- en belevingskennis zouden elkaar veel directer en ook  intensiever moeten treffen. Waarom gebeurt dit niet? En hoezo corrupt?

Agenda Stad

On 17 februari 2015, in bestuur, duurzaamheid, by Zef Hemel

Gehoord bij het Forum voor Stedelijke Vernieuwing  in Amsterdam op 12 februari 2015:

Startopstelling bij 3 spelers

Het Breed Beraad van het Forum voor Stedelijke Vernieuwing stond afgelopen week in het teken van de Agenda Stad. Deze agenda wordt in een open proces ontwikkeld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en is bedoeld om in te brengen in een vergelijkbaar Europees traject rond de ontwikkeling van een zogenaamde Urban Agenda van de EU in 2016. Bijna dertig genodigden spraken erover bij Stadgenoot aan de Sarphatistraat (!) in Amsterdam. Ik was gevraagd een inleiding te houden. Gewapend met het bordspel ‘Kolonisten van Catan’ nodigde ik de aanwezigen uit om met elkaar een  nieuw spel te ontwikkelen. ‘Kolonisten’ win je met steden. Om steden te kunnen bouwen moet je eerst dorpen bouwen. Om dorpen te kunnen bouwen heb je handelsroutes nodig. Voor het bouwen van dorpen, handelsroutes en steden heb je grondstoffen nodig. Grondstoffen win je met dobbelstenen. Zo werkt het kapitalisme: uiteindelijk win je het spel met geluk en met steden. Die laatste kosten echter veel grondstoffen, ze eten de dorpen op, ze nestelen zich in handelsroutes. Is er een even spannend alternatief mogelijk? Kunnen we het spel aanpassen zodanig dat het duurzaam wordt?

Dat steden cruciaal zijn in de oplossing van het wereldvraagstuk is iedereen onderhand wel duidelijk. Maar hoe doen we het precies? Door onderscheid te maken tussen steden, stedelijke invloedssferen en wingewesten, was mijn stelling, komen we de nieuwe spelregels op het spoor. Aan het bord zelf hoeven we niet veel te veranderen: dat bestaat uit gemeenten, provincies, naties en unies. Aan de wijze waarop ze in elkaar grijpen des te meer. Nu nog zijn steden druk bezig met zichzelf; zijn stedelijke invloedssferen vooral jaloers op de steden; zijn wingewesten zelfs woedend omdat ze zich door steden uitgebuit voelen. Provincies, naties en unies proberen de woede en jaloezie te temperen met principes van verdelende rechtvaardigheid. Het werkt echter niet. Vier concrete voorbeelden gaf ik van andere, productievere omgangsvormen tussen overheidslagen onderling en de verschillende overheden met de samenleving: Verantwoordelijke hoofdstad, Volksvlijt 2016, De Nieuwe Wibaut, Thinking City. Aan alle vier werk ik in Amsterdam vanuit mijn Wibautleerstoel. Ze zullen, denk ik, leiden tot duurzamer kapitalisme, door Jeremy Rifkin aangeduid als die van de ‘Collaborative Commons’.

Tagged with:
 

Radicaal, incrementeel

On 30 januari 2015, in bestuur, duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De energieke samenleving’ (2011) van Maarten Hajer:

In Den Haag spreken ze al jaren over een nieuwe sturingsfilosofie. Een van de aardigste boekjes die de afgelopen jaren daarover zijn verschenen, is ‘De energieke samenleving’ (2011). Auteur: Maarten Hajer, in het dagelijks leven directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving te Den Haag. Het boekje gaat over een schone economie en hoe deze te bereiken. Hiertoe is een nieuwe planning nodig, aldus Hajer. Die nieuwe planning begint in de stad. En de kern van die andere, nieuwe planning is: gebruik maken van de creativiteit en het leervermogen in de stedelijke samenleving. Dat is een samenleving van mondige burgers met, aldus Hajer, “een ongekende reactiesnelheid, leervermogen en creativiteit.” Dus niet meer een overheid die lastige burgers corrigeert, maar een overheid die goed luistert en de samenleving mobiliseert. ”De vraag in dit rapport is, kortom, hoe de overheid de kracht van de energieke samenleving kan laten werken op de weg naar duurzaamheid.”

Hajer stelt dat het dikwijls blijkt te gaan om heel lokale belangen die gewone mensen vaak beter begrijpen dan hogere overheden en die op zichzelf weer vrij eenvoudig te koppelen zijn aan mondiale vraagstukken zoals voedselveiligheid en klimaatverandering. Begin dus lokaal, is zijn devies. Van onderop kunnen vervolgens weer nieuwe beelden ontstaan met regionale identiteiten, passend in een groter geheel. Wat Hajer in het boekje voorstelt is een vorm van ‘radicaal incrementalisme’ waarbij het Rijk duidelijke doelen stelt, zijn bevoegdheden decentraliseert , zijn data met iedereen deelt en verder vooral partijen ondersteunt en helpt. Hajer: “Met een duidelijke stellingname kan de overheid veel energie mobiliseren wanneer zij zich erop richt de grote publieke uitdagingen te koppelen aan de directe leefomgeving van de burger.” Midden in die omslag zitten we nu. Er moet nog veel meer worden gedecentraliseerd, geluisterd en geholpen. Ziedaar ook de nieuwe Agenda Stad van het Nederlandse kabinet. Alleen, datzelfde moeten de steden doen: duidelijke doelen stellen, decentraliseren, luisteren en helpen. Over een week begint in Amsterdam aflevering 4 van De Nieuwe Wibaut, de praktijkleergang met een nieuwe sturingsfilosofie voor gemeenteambtenaren. Radicaal, incrementeel.

Tagged with:
 

Smart Cities

On 5 november 2014, in duurzaamheid, economie, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Smart about Cities’ (2014) van Maarten Hajer en Ton Dassen:

Vorige week een masterclass gegeven aan veertien internationale studenten uit het Amsterdam Excellence Scholarship-programma van de UvA en zeven excellente studenten uit verschillende masterprogramma’s binnen Nederland. Onderwerp: ‘Smart Cities’. Drie uur lang spraken we over het onderwerp aan de hand van het recent verschenen boek van het Planbureau voor de Leefomgeving, i.c. het essay van Maarten Hajer. In ‘On Being Smart about Cities’ stelt de directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving dat het vertoog over slimme steden tot nu toe a-historisch is en zich weinig gevoelig toont voor sociale context waarin steden zich ontwikkelen. Technologische preoccupatie staat een bredere, meer vruchtbare benadering in de weg. Steden moeten economische groei combineren met ambitieuze duurzaamheidsdoelen die per saldo zullen leiden tot beduidend minder energie- en grondstoffengebruik. Juist een meer historische en gedragswetenschappelijke aanpak is hard nodig om te overleven.

Doordat de studenten uit alle studierichtingen behalve geografie en planning afkomstig waren konden we het onderwerp onbevooroordeeld bespreken. Moeiteloos schakelden we tussen fundamentele vragen als ‘wanneer en hoe veranderen wij ons gedrag?’ naar ‘hoe intelligent zijn steden?’ Tussendoor ging het over: ‘welke invloed heeft onze omgeving op ons gedrag?’ en ‘wat is het verschil tussen ons aanpassen en creatief zijn?’ Ook stonden we stil bij de vraag of een kritische houding en het koesteren van wetenschappelijke twijfel voldoende zijn om ons snel aan kunnen te passen aan een veranderende omgeving. Is, anders gezegd, de wetenschap wel voldoende wendbaar en innovatief? Tegenover hoogtechnologische steden als New Songdo plaatsten de studenten, waarvan sommigen zelf afkomstig uit India en Midden Amerika, de slums en favela’s van Mumbai en Mexico City. Overheden maken daar steeds dezelfde fouten. Biedt de ’smart city’ daar wel oplossingen voor? Een student vroeg: wat is het doel van steden? Dat wisten we niet goed. We refereerden aan de natuur. Vergelijkingen werden gemaakt met dieren en planten. Welke organismen passen zich het snelste aan? Ondertussen vertelden we elkaar verhalen, uitmondend in de speculatie dat fictie met zijn spanningsboog en vermogen om soms miljoenen mensen te boeien, veel meer dan non-fictie, ons zou kunnen redden. Iemand wilde weten waar dit gesprek nu precies over ging.

Tagged with:
 

Nachtleven is duurzaam

On 8 oktober 2014, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De hardnekkigheid van de 9 tot 5-economie’ (2009) van Paul de Beer:

MIRIK MILAN _ PREFEITO DA NOITE EM AMSTERDA

Het geklaag, vooral afgelopen zomer, over de enorme drukte in Amsterdam bleek iets typisch Amsterdams. Nu klagen Amsterdammers graag – daar niet van -, maar dat is niet wat ik bedoel. Wel dit: de door Amsterdammers ervaren drukte doet zich alleen voor in (het centrum van) Amsterdam, in de rest van Nederland is het veel rustiger. Vergelijk het straatbeeld zelfs in Rotterdam maar eens met dat in Amsterdam. Amsterdam kookt over, Rotterdam nog in het geheel niet. Deels zijn het de stromen toeristen, waaronder heel veel dagjesmensen, deels groeit gewoon het inwonertal van de hoofdstad gestaag, elk jaar met 15.000. Elders in Nederland is eerder sprake van krimp, van toenemende rust en stilte. Er is geen andere conclusie mogelijk. Die enorme stromen mensen kunnen hier niet meer tussen negen en vijf worden geaccommodeerd. Amsterdam maakt zich op voor een heuse 24-uurs economie. De grootste stad van Nederland wordt eindelijk volwassen.

Volgens de econoom Paul de Beer is er in Nederland beslist geen sprake van langere werktijden. Volgens cijfers uit 2009 blijkt althans hier niets van. De Beer: "Voor zeven uur ’s ochtends en na zes uur ’s avonds is vrijwel niemand aan het werk." Dat zal best, maar dat zijn landelijke cijfers. In Amsterdam lijkt mij dat niet (meer) het geval. En het is ook logisch. Bij een bepaalde omvang gaat een stad niet meer slapen, dan dendert ze door. Dat zie je in echte grote wereldsteden als Londen, Sao Paulo, Tokio, New York en Parijs. Dat is buitengewoon duurzaam, goed en profijtelijk en, zeker, overlast geeft het hier en daar ook. Voorzieningen worden hierdoor echter optimaal benut, nieuwe banen worden gecreëerd, inwoners en bezoekers worden langer en beter in alles bediend. Nederland is nu nog provinciaals, de regelgeving wordt overwegend in Den Haag gemaakt. Al jaren pleit nachtburgemeester Mirik Milan (foto) voor ruimere openingstijden. Zo stelde het vorige B&W van de hoofdstad ruim een jaar geleden al enkele 24-uurs zones voor de horeca in en ik zag een pleidooi van de Amsterdamse afdeling van D66 voor meer nachtvergunningen en ruimere openingstijden. Supermarktjes, bakkers, drogisterijen, ze moeten ook ’s avonds laat open kunnen zijn. Amsterdam zoekt naar een nieuwe balans.

Tagged with:
 

Land grabbing

On 28 juli 2014, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gehoord in Almere op 22 juli 2014:

Eenentwintig studenten Urban Studies uit Singapore, China, Europa en de Verenigde Staten bezochten afgelopen week de nieuwe stad Almere tijdens een summer school van de Universiteit van Amsterdam. De ochtend brachten we door in het stadscentrum, de middag in het Homeruskwartier in Almere Poort. In een lezing van Marcel Stolk, strategisch adviseur van de gemeente, maakten ze kennis met de ‘Almere Principles’ rond duurzaamheid en met nieuwste ruimtelijke strategieën van de gemeente. Het nieuwe stadscentrum van OMA zagen de studenten vooral als ‘architectuur’, als een enorme megastructuur die in de gemiddelde Amerikaanse suburb zeker niet zou misstaan. Het was architectuur vooral bedoeld om mensen aan te trekken die er nu nog niet waren. Toch oordeelden de Amerikanen uiteindelijk positief: hier leek het te werken, afgaande op de mensen op straat, die best gelukkig leken. De grote vraag voor hen was alleen: wie betaalt dit allemaal? De Japanse studenten hadden hun eigen favoriet: het theater van Sanaa architecten aan het Weerwater. Hier voelden zij de serene rust en harmonie uit hun vaderland. Jammer alleen dat het theater gesloten was. Dat zou in Japan nooit gebeuren.

De nieuwste ruimtelijke praktijken in Homeruskwartier en het toekomstige Oosterwold riepen bij de meeste studenten vooral vragen op. Ze hadden zeker vragen toen ze hoorden dat door de crisis de dichtheid van de nieuwbouw in Almere nog lager werd. Toen ze Homeruskwartier bezochten viel het ze mee: die woonwijk leek op een doorsnee Amerikaanse suburb, alles georiënteerd op de auto, zij het met wel erg weinig ruimte tussen de woningen. De typologie vonden ze ouderwets Amerikaans. Hier opnieuw de vraag: wie betaalde dit allemaal? Ten aanzien van Oosterwold konden ze het domweg niet geloven: 4.300 hectare onttrekken aan de landbouw, nog wel de vruchtbaarste grond ter wereld, om vervolgens in een absurd-lage dichtheid van 5 woningen per hectare te gaan bouwen, dat was toch pure ‘land grabbing’? (= grond doelbewust onttrekken aan de landbouwproductie door regeringen en multinationals om biobrandstoffen e.d. te verbouwen) Datzelfde gebeurde in Oost-Afrika en Zuid-Amerika op grote schaal. Dat was niet goed, ze keurden het af. Zorgen, zo bleek, hadden ze over de voedselvoorziening in de wereld.

Tagged with:
 

Swimming pool

On 11 juni 2014, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gehoord in het Paleis op de Dam op 3 juni 2014:

De lezing van de Amerikaanse econoom Ed Glaeser in het Paleis op de Dam, afgelopen week, bood de genodigden precies waarvoor ze gekomen waren: een flitsende, razendsnelle en meeslepende voordracht over ‘Triumph of the City’, nu vergezeld van diagrammen die in het vuisdikke boek helaas ontbreken. De snelheid waarmee de statistieken de revue passeerden was echter niet bij te benen – wat Glaeser deed was echt Harvard-style. Velen haakten dan ook af. Maar de kern bleef overeind, die was gewoon briljant en kraakhelder: stedelijke dichtheid is bepalend voor kennis, duurzaamheid, voorspoed, innovatie. Hoe dichter de pakking en hoe meer congestie, hoe beter. Zelfs het aandeel zelfmoorden daalt als de stedelijke dichtheid toeneemt. Die dichtheid kan, kortom, niet hoog genoeg zijn. Jane Jacobs moest het in zijn lezing ontgelden, ze had althans dit aspect niet goed begrepen. Daarna moest hij weg, naar Londen.

Na het diner sprak Juan Clos, de voorzitter van UN-Habitat. Zijn lezing bood opnieuw een mondiaal perspectief, Clos was beter te volgen omdat hij rustiger sprak. Maar zijn kernboodschap week niet af van die van Glaeser. Dichtheid is belangrijk; 3% van het aardoppervlak is nu stedelijk; 12% is vruchtbaar; een verdubbeling van het stedelijk gebied zou neerkomen op 6%: dat zou betekenen dat wij onszelf niet meer kunnen voeden. Eerder, tijdens het diner, had ik met Clos aan tafel gezeten. Wat hij daar had opgemerkt, verwoordde hij helaas niet meer plenair. De gemiddelde stedelijke dichtheid in de wereld, zei hij toen, is weer dalende. Dat is alarmerend nieuws. Hem gevraagd naar de reden voor deze recente daling, sprak hij over het zwembad als nieuw stedelijk fenomeen. Overal op de wereld (en vooral langs de evenaar) willen mensen tegenwoordig een zwembad in hun tuin of tenminste binnen de ‘gated community’ waar ze wonen. Door de snelle opmars van het zwembad daalt de gemiddelde stedelijke dichtheid mondiaal. Het zwembad zelf is al niet duurzaam, maar de ruimtelijke impact ervan blijkt catastrofaal. En hierdoor worden we dus ook minder innovatief, minder duurzaam, minder welvarend. Het gegeven stemde Clos weinig optimistisch. Ik vrees dat hij gelijk heeft.

Tagged with:
 

Bijen in de metropool

On 7 mei 2014, in duurzaamheid, gezondheid, by Zef Hemel

Gehoord in Amsterdam op 7 mei 2014:

Summer school ‘’Thinking City’, een samenwerking van de UvA en de TUD, krijgt vorm. Ruim honderd studenten uit de hele wereld zullen komende zomer twee weken lang in tien studio’s werken aan maatschappelijke vraagstukken in Amsterdam. Een van die vraagstukken betreft de bijenstand in de stad. Sinds 1960 mogen imkers in Amsterdam honingbijen houden. Zo’n zestig imkers zijn op dit moment in de stad actief. Hun aantal groeit. Onlangs werd een bijeneiland geopend in het Erasmuspark in West. De vraag is nu: hoeveel honingbijen kan de stad hebben? Is er wel voldoende groen met ecologische waarde? In hoeverre is er sprake van concurrentie tussen honingbijen en wilde bijen? En hoe reageren stedelingen op het houden van bijen in hun directe omgeving? Maar eerst het goede nieuws: bijensterfte is hier nog altijd ruim onder het vervangingsniveau en de laatste jaren in Nederland gelukkig ook niet hoog. Anders gezegd, al is de bijensterfte de laatste tien jaar toegenomen, toch kunnen de imkers het aantal volkeren nog laten toenemen.

Vanwaar dan al die recente opwinding over bijensterfte? We vroegen het aan Oscar Vrij van de bijenvereniging Bijenpark. Veel van de opwinding wijt hij aan onwetendheid van de mensen. En de bron van alle opwinding is volgens hem New York. Enkele jaren geleden werd ook daar het houden van bijen eindelijk toegestaan. Sindsdien maakt iedereen in die metropool zich druk om het welzijn van de beestjes. Maar wat weten de stedelingen eigenlijk van dat wonderlijke volkje? Hun lokale opwinding verspreidt zich sindsdien over de hele wereld. De bijensterfte is in Amerika trouwens aanzienlijk omvangrijker dan in Europa. Die sterfte wijt Vrij vooral aan het jaarlijkse gesleep met de bijen door het land, niet zozeer aan het gebruik van insecticiden door boeren. In het seizoen trekken vrijwel alle imkers van Amerika naar Californië voor de bevruchting van de amandelbomen. Door die concentratie wordt de kans op virussen volgens hem sterk vergroot. Kortom, de Amerikaanse imkers veroorzaken de sterfte dikwijls zelf. In Amsterdam begon de aandacht voor het houden van bijen pas toe te nemen nadat Frank Mandersloot zijn kunstwerk ‘Voor de bijen’ in het Rietlandpark had geplaatst. Die bijen hebben het niet overleefd. Gebrekkige kennis, dat is eigenlijk het grote probleem.

Tagged with: