Miskende complexiteit

On 26 oktober 2012, in geschiedenis, kunst, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 20 oktober 2012:

Onlangs opende in een nieuwe galerie op de Parijse luchthaven Le Bourget een tentoonstelling van recent werk van de Duitse kunstenaar Anselm Kiefer. De werken hebben alle betrekking op het zogenaamde Morgenthau-plan, vernoemd naar de Amerikaanse minister van Financiën ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.Van Kiefer verbaast me de keuze van zo’n thema niet. Bijna al zijn werk gaat over de zwarte bladzijden uit de recente Duitse geschiedenis. Ik lees over de tentoonstelling in de Volkskrant. Henry Morgenthau had in 1944 voorgesteld om van het naoorlogse Duitsland weer een agrarische natie te maken. Daartoe moest alle zware industrie in dat land worden vernietigd. De Volkskrant: “In het hart van de galerie richtte Kiefer een vierkant veld van goudgeel graan in, deels platgeslagen, deels stoppels en in toom gehouden door een roestig hekwerk.” Vijf grote doeken van geschilderde stengels en vlekkerige bloemen vullen het geheel aan. Journalist Ariejan Korteweg noteert droogjes: “Kiefers uitleg is praktisch. Hij wilde niet zomaar de natuur imiteren en stuitte toen op Morgenthau: ‘Ook een plan dat de complexiteit van de dingen miskende.”

Ik moest denken aan Jörg Friedrich’s boek over ‘De brand’, waarin deze beschrijft hoe de geallieerden stelselmatig alle Duitse steden bombardeerden, met fosfor, in de laatste oorlogsjaren. Maar Friedrich rept niet van het Amerikaanse plan. Achtergronddocumenten van het Morgenthau-plan bevatten ook geen passages over de opzettelijke vernietiging van steden, wel over de complete ontruiming van het Ruhrgebied: eerst alle machines eruit, daarna de mensen: “Accordingly, all people and their families within the area having special skills or technical training should be encouraged to migrate permanently from the area and should be as widely dispersed as possible.”  Zover is het echter nooit gekomen. Wel verordonneerden de Amerikanen na de oorlog een reductie van de industriële productie in Duitsland met liefst 50 procent. En alle Duitse steden lagen op dat moment, na felle bombardementen, totaal in puin. Feitelijk begon het zwaar verstedelijkte Duitsland na de Tweede Wereldoorlog wel degelijk weer als een agrarische natie. Inderdaad een miskenning van de complexiteit der dingen.

Tagged with:
 

Dit gaat niet goed

On 5 maart 2012, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 3 maart 2012:

Het begrotingstekort van Nederland, aldus het CPB, dreigt op te lopen tot 4,5 procent, terwijl 3 procent binnen de Europese Unie als plafond is afgesproken. Nederland is in één klap probleemland geworden. De regering moet als een gek gaan bezuinigen. Vandaag al beginnen de onderhandelingen op het Catshuis. Dat de Nederlandse economie zwak is heb ik al vaker betoogd, maar de analyses in de kranten na het bekend worden van dit cijfer slaan de plank mis. In de Volkskrant werd de Nederlandse economie onmiddellijk vergeleken met de Duitse, maar op een verkeerde manier. De Duitse is gezond, maar de onze niet, zeker. Maar waarom eigenlijk? De Duitse consument spendeert veel, maar de Nederlandse niet meer, is de redenering. En verder kent de Duitse echte maakindustrie, terwijl de Nederlandse alleen maar handelt en diensten verleent. En ja, die bankensector, die is in Nederland naar verhouding veel te groot. Bovendien exporteert Nederland veel, maar hoofdzakelijk binnen Europa, en uitgerekend Europa heeft het zwaar. “De Duitse exportmotor hapert ook wel iets, maar dat wordt gecompenseerd door de vrolijke consument en de sterke overheid.” Hoe kan je nu economisch groeien als de overheid snijdt, de consument bezuinigt en de export wankelt? Allemaal waar, maar niet de kern.

Wat is er werkelijk aan de hand? De grote steden in Duitsland groeien al jaren, dankzij een wet, midden jaren negentig ingevoerd, die metropoolvorming bevordert. Rond dezelfde tijd werd het ICE-net van hogesnelheidstreinen tussen de belangrijkste steden stevig uitgebouwd. Het gevolg is dat de grootstedelijke economie er floreert en niet, zoals bij ons, de regio. Want niet alleen de productie van goederen, maar ook de diensteneconomie spint garen bij metropoolvorming. Kijk naar China en Brazilië en realiseer je dat demografische concentratie en metropoolvorming de drijvende krachten achter economische dynamiek zijn. Duitsland heeft dit tijdig ingezien en Frankfurt, Hamburg, Bremen, Berlijn, München en Keulen alle ruimte gegeven. Terwijl in ons land de stadsregio’s op de klippen liepen, werden in Duitsland nota bene elf metropoolregio’s gesticht. Bevolkingskrimp wordt bij onze Oosterburen ook niet tegengegaan. Maar wat doet de regering-Rutte? Ze heft de WGR-regio’s op, waardoor de grote steden helemaal worden uitgeleverd aan de provincies. Zelfs het laatste beetje grootstedelijkheid wordt zo uit de Nederlandse bestuurlijke organisatie geperst. Als je dan ook nog eens gaat bezuinigen, terwijl de Nederlanders sparen, dan maak je het alleen nog maar erger. Inderdaad, “het zal nog niet eenvoudig zijn de achterstand op Duitsland snel in te lopen.” Helaas, economen in ons land denken niet ruimtelijk en Nederlandse politici zijn provinciaals. Dit gaat niet goed.

Tagged with:
 

The emperor’s new clothes

On 29 augustus 2011, in cultuur, onderwijs, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘A History of Western Architecture’ (1986) van David Watkin:

Tussen Dresden en Berlijn ligt Dessau. Dessau geniet vooral bekendheid vanwege het  Bauhaus, dat hier tussen 1926 en 1932 was gevestigd. Waarom de legendarische kunstnijverheidsschool destijds uitgerekend naar Dessau verhuisde, is me nog altijd niet duidelijk. Ze was immers in 1919 in het culturele Weimar als staatsschool gesticht en zou in 1933, na nog geen zes jaar in Dessau als stedelijke school te hebben gefunctioneerd, alweer verhuizen naar de metropool Berlijn. Zeker, politieke problemen lagen aan de verhuizing ten grondslag: het radicale programma plag vanaf 1924 bij conservatieven en reactionairen zwaar onder vuur. Maar waarom uitgerekend naar Dessau? Doorgangshuis Dessau was niet groot, ooit was het provinciestadje de hoofdstad van Anhalt, in 1799 kreeg het een van Duitslands grootste theatergebouwen, in de negentiende eeuw door Wagner, Liszt en Paganini gefrequenteerd, maar dan heb je het wel gehad. Destijds telde Dessau amper 70.000 inwoners: geen plek voor een wereldschokkende avant garde die het Bauhaus later bleek te zijn. De inspiratie voor de school kwam evident niet uit Dessau, eerder uit Wenen en Berlijn – zeker twee uur treinen vanuit Dessau. Was het stedelijke bod van een nieuw schoolgebouw dat de architect-directeur definitief over de streep trok? Het is alsof het Berlage Instituut naar Lelystad verhuist omdat het daar nieuwbouw aangeboden krijgt, maar dan wel in combinatie met de plaatselijke LTS.

Eerlijk gezegd maakte ook het schoolgebouw van de grote Walter Gropius geen verpletterende indruk op me. Of eigenlijk zijn het twee gebouwen: het Bauhaus en de ambachtsschool. De gecombineerde gebouwen liggen ver (ruim twee kilometer) buiten het centrum, in een groene vooroorlogse woonwijk. Samen vormen ze een tamelijk levenloos geheel, eerder een fabrieks- dan een scholencomplex. “This radical minimalist architecture was the result of an attempt to reject everything ‘bourgeois’ or ‘impure’, including pinched roofs, columns, ornament, mouldings, symmetry, generosity, and warmth,” schreef de Britse architectuurhistoricus Watkin in 1987. Ik geef Watkin grif gelijk. “The result is leaking flat roofs in constant need of repair; absence of cornices, so that the white plastered walls are always streaked and stained; rusting metal windows; narrow corridors; low rooms; lack of privacy on the one hand, and of splendour on the other; gracelessly exposed mechanical services; and excessive use of glass, causing near-insoluble problems of heat loss and gain.”  Opmerkelijk is wel dat een fietsroute het gelede gebouw doorsnijdt – ooit een autoweg die, naar ik bij Reyner Banham heb gelezen, door Gropius opzettelijk aan het programma was toegevoegd met als doel ‘het moderne verkeer dwars door zijn gebouw’ te geleiden. Het maakte een brugverbinding tussen de twee schoolvolumes noodzakelijk: een gekunstelde ingreep. Ze had de architect-directeur vooral de gelegenheid geboden het programma voor de stedelijke ambachtsschool – een eis van de stad Dessau – ruimtelijk te scheiden van zijn eigen troetelkind. Recht tegenover elkaar, ter weerszijden van de straat, bevinden zich de twee ingangen, in de brugverbinding trof ik de kamer van de directeur. In dat opzicht was de architectuur van de ‘Silver Prince’ weliswaar iets moderner dan het vijftig jaar oudere Rijksmuseum van Cuypers met zijn nog immer omstreden verkeerspoort, maar ook een stuk banaler.

Tagged with:
 

Het nieuwe Dresden

On 24 augustus 2011, in economie, by Zef Hemel

Gezien op 16 augustus 2011 in Dresden:

Terwijl het platteland van Oost-Duitsland ontvolkt raakt, groeien sommige Duitse steden, althans de grotere. Die steden zuigen het platteland als het ware leeg. Neem Dresden. De Saxische grensstad telt op dit moment 460.000 inwoners, groeit voorzichtig en is nu dus even groot als Den Haag. Bij het bombardement van februari 1945 kwamen 30.000 Dresdenaren om. Daarna begon de leegloop. Nu, twintig jaar na de ‘Wende’, is de stad nog steeds niet op zijn oude niveau. Ook staan er veel panden leeg, vooral in de periferie. Zelfs de grote woonhuizen op de hellingen van het Elbedal, in Loschwitz, staan er sjofel en dikwijls verlaten bij. Echter, bij zoveel schoonheid en kwaliteit zal het met Dresden wel goed komen, denk je dan. Ook de overstroming van de Elbe in 2002 – opnieuw een forse tegenslag  voor de stad – heeft daaraan geen afbreuk gedaan. Het Albertinum is daarna mooier opgeknapt dan ooit; de werken van Caspar David Friedrich stralen je tegemoet en binnenkort prijken de beeldhouwwerken weer in het Zwinger, wanneer daar de restauratie is afgerond. Wat een investeringen in cultuur! De Bondsrepubliek maakt van Dresden niet minder dan een paradepaardje van de hereniging en weet daarbij de juiste snaar te raken: cultuur, cultuur en nog eens cultuur. En in haar kielzog toerisme natuurlijk.

Terwijl er van binnenuit dus massief wordt geïnvesteerd in cultuurhistorie, zoekt de verarmde stad voorzichtig naar contact met zijn omgeving. Nieuwe fietspaden langs de Elbe richting Meissen brengen fietstoeristen in de zomer van Hamburg via Dresden naar Praag. Tegenlijkertijd worden kunst en landschap in verband gebracht met elektronica en high tech industry. Men gokt op het oude industriële verleden van de streek en hoopt deze nieuw leven in te blazen (in Dresden werden de eerste sigaretten, de eerste tubes tandpasta, de erste thee- en koffiefilterzakjes en de eerste latex condooms geproduceerd). Zal het helpen? In ‘’Duitsland achter de schermen’ (2002) schreef Michèle de Waard: “Oost-Duitsland telt de helft minder jonge mensen dan vóór de eenwording. Vooral de best and the brightest trekken naar West-Duitsland of het buitenland om een baan te zoeken.” Verlieten kort na de ‘Wende’ ruim 800.000 Oost-Duitsers het land, sinds de eenwording in 1991 zijn nog eens een miljoen Ossies vertrokken. Inmiddels zijn we tien jaar verder. Het beeld lijkt, althans voor Dresden, iets gunstiger geworden. Sinds 2001 assembleert Volkswagen er zijn Phaeton. Er bleken 120.000 gegadigden voor de 5000 vacatures. Echter, afgelopen februari, tijdens de 65e herdenking van de geallieerde bombardementen in 1945, vonden in Dresden grootschalige rellen plaats tussen neo-Nazi’s en linksradicalen. Meer dan tachtig politie-agenten raakten daarbij gewond. Dresden leek opnieuw een oord waar je, buiten de historische binnenstad gerekend, beter niet kan komen.

Tagged with:
 

One of those eastern towns

On 23 augustus 2011, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Germania’ (2010) van Simon Winder:

Boeiende reis door voormalig Oost-Duitsland gemaakt. Bezochte steden: Maagdenburg, Dessau, Dresden, Hoyerswerda, Cottbus, Berlijn. Twintig jaar na de ‘Wende’ blijkt de infrastructuur behoorlijk opgeknapt, ook  de woningen zijn vaak opnieuw gepleisterd en ogen redelijk welvarend, maar het land is leeggelopen, ondanks mega-investeringen in de openbare ruimte en het historische erfgoed. In Haldesleben bijvoorbeeld, even ten westen van Maagdenburg, ligt het oude centrum er spik-en-span bij, maar op straat zie je geen sterveling lopen. Winkels zijn er nauwelijks. Buiten elk dorp tref je een moderne loods aan met een filiaal van een supermarktketen. Dat is alles. De jeugd is vertrokken, je ziet er alleen nog oudere mensen. Veel dichtgespijkerde woningen ook. Het land oogt leeg. Ziedaar de effecten van de vergrijzing en de krimp. De jeugd is, ondanks alles, naar de grote steden getrokken. Je treft ze vooral aan in Berlijn. Zelden zag ik het zo scherp terug in het straatbeeld. Vind je het vreemd?

Tijdens de reis las ik ‘Germania’ van de Britse schrijver Simon Winder. Winder beschrijft erin de bewogen geschiedenis van Duitsland aan de hand van steden, musea, monumenten, plekken. Bij tijd en wijle is het boek hilarisch, geestig, dolkomisch, soms echter ronduit droevig en hopeloos stemmend, vooral op het eind. Winder stopt bij de Tweede Wereldoorlog. Het naoorlogse Duitsland krijgen we van hem niet te zien. Of toch. In het slothoofdstuk probeert hij er een eind aan te breien. Hij zoekt daarvoor naar een geschikte plek. Aanvankelijk overweegt hij Halberstadt, in Oost-Duitsland. Het viel in handen van de Russen nadat de Amerikanen het hadden platgegooid. “It now feels like another of those eastern towns, like Halle, Köthen or Brandenburg, which will simply never recover. The inhabitants have gone through too much and too many just want to leave. Immense work has gone into rebuilding parts of the old city, but there is not enough money or energy left.” Winder maakt een vergelijking met de uitvoering van een orgelconcert in een van de kerken van Halberstadt. Men speelt er al jaren een stuk van John Cage: ‘As Slow As Possible’. De uitvoering ervan zal eindigen op 5 september 2640. “It does seem to act as a rather cruel theme-tune for modern Halberstadt.”

Tagged with:
 

Democratie in Duitsland

On 7 januari 2011, in infrastructuur, participatie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 1 december 2010:

De opstand van de burgers van het keurige Stuttgart was een van de opmerkelijkste gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Ik berichtte erover in de zomer. Inmiddels is het werk van bemiddelaar Geissler afgerond en lijkt de rust teruggekeerd. Heiner Geissler heeft zijn werk dus naar tevredenheid gedaan. Dat moest ook wel, want zelfs de regering in Berlijn begon zenuwachtig te worden. Waartegen richtte zich de woede van de burgers? Tegen Stuttgart 21: de bouw van een ondergronds centraal station in de binnenstad en de daarmee gepaard gaande afbraak van het historische station en zijn lommerrijke omgeving. Dit miljardenkostende project is door de interventie van Geissler echter nog vele malen duurder geworden. Want de 80-jarige Christen-Democraat heeft een typische bestuurlijke oplossing gevonden waarbij de zittende bestuurders kunnen blijven zitten, de bouw gewoon doorgang kan vinden, maar de burgers beloften worden gedaan die veel extra geld gaan kosten. Hun eigen belastinggeld. En het project was al zo duur.

Geissler beloofde de burgers van Stuttgart betere toegankelijkheid voor gehandicapten, een milieuvriendelijker bouw en een stresstest die aantoont dat de reizigerscapaciteit van het nieuwe station voldoende is. That’s all. Hoeveel de meerkosten zullen zijn weet niemand. Voorlopig troost iedereen in Duitsland zich met de gedachte dat Geissler iets unieks heeft gedaan: hij heeft gepraat met de burgers. “Het experiment is een voorbeeld geworden: politici moeten in de toekomst anders met hun burgers omgaan,” kopte de Süddeutsche Zeitung. Wat deed Geissler precies? Hij voerde gesprekken met voor- en tegenstanders en zond die rechtstreeks uit, via televisie en internet. Iedereen kon zijn zegje doen. En iedereen die dat wilde kon het volgen. “Door zijn democratische aanpak is de wrok van de bevolking afgenomen.” Hoe herkenbaar is dit alles. En hoe treurig ook. Zo worden stedelijke projecten duur en omstreden, door onvermogen tot echte dialoog. En wat zegt de oppositie? “Het verzet gaat door, dat is duidelijk na deze uitspraak.”

Tagged with:
 

Raad van elf

On 2 november 2010, in economie, internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in Financial Times Deutschland van 29 oktober 2010:

Terwijl wij ons in Hamburg vergapen aan de stedelijke welvaart, staan de Duitse kranten bol van het goede economische nieuws. Dankzij een sterk expanderende export groeit de Duitse economie weer sterk, daalt de werkloosheid en daalt ook de Duitse overheidsschuld. Het conjuncturele klimaat binnen de Eurozone, zo lees ik in de FT, is in Duitsland met 113,5 het hoogst. Onderaan bungelt Griekenland. Nederland profiteert van de Duitse opleving, maar komt niet verder dan 100,3 – minder dan Oostenrijk (111,6), België (108), Finland (107,9), Frankrijk (106,3) en zelfs Malta (105,6). De werkloosheid is in Nederland weliswaar iets lager dan in Duitsland, maar dat geldt weer niet voor Hamburg. In deze Duitse hanzestad is nog geen twee procent van de bevolking werkloos. De verwachting is dat ook de komende jaren de Duitse economie sterker zal groeien dan die in de rest van de Eurozone.

Iedereen probeert het succes van de Duitse economie toe te schrijven aan zijn eigen maatregelen. Vaak worden monetaire maatregelen genoemd. Uiteindelijk is het natuurlijk allemaal te danken aan de sterke Duitse maakindustrie, maar er is nog iets anders. Niemand heeft het nog opgemerkt, maar wat ik zo opvallend vind is dat de economische groei van het land samenvalt met de relatief sterke groei – zeg maar gerust: opbloei – van de grote Duitse steden. Was het niet midden jaren negentig dat Berlijn de wet op de metropoolregio’s afkondigde? Vanaf dat moment fungeren elf metropoolregio’s officieel als relatief zelfstandige bestuurlijke eenheden die ambitieuze grootstedelijke plannen maken. HafenCity in Hamburg is er een voorbeeld van. Wat in Nederland niet lukte – de introductie van de stadsregio’s –, dat lukte Duitsland wel. Sindsdien gaat het de meeste grote Duitse steden voor de wind. En zoals u weet: de economie wordt gemaakt in steden. Grote steden wel te verstaan.