Ondernemen in krimp

On 4 december 2012, in demografie, economie, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 1 december 2012:

Terwijl afgelopen vrijdag Amsterdam zijn 800.000ste inwoner verwelkomde, waren winkelstraatmanager Nel de Jager en ik op werkbezoek in het krimpende Delfzijl. Nel is winkelstraatmanager in de Amsterdamse Haarlemmerstraat. Op dit moment is dat een van de beste winkelstraten van Nederland. Terwijl Amsterdam groeit en stevig zal blijven doorgroeien, zullen er de komende jaren nog honderden woningen in Delfzijl moeten worden gesloopt. Nel en ik keken, samen met de ondernemers van het winkelcentrum van Delfzijl, naar goed ondernemerschap in een omgeving die demografisch krimpt. Het centrumplan van de gemeente koerst op een kleiner centrum rond het historische hart. Daarvoor moeten panden worden gesloopt, historische winkels gerestaureerd, een flat afgebroken en supermarkten verplaatst. Maar zo’n strategie, die grote publieke investeringen vergt, kan alleen slagen als de winkeliers ook buitengewoon presteren. Maar hoe doen ze dat?

Nel vroeg aan de winkeliers of zij wel eens aan hun klanten vroegen wat ze van hun winkel vonden. Nee, moesten ze bekennen, dat deden ze eigenlijk nooit. Het kwam Nel maar al te bekend voor. De meeste ondernemers ondernemen niet, zei de winkelstraatmanager; ze bieden gewoon hun spulletjes aan en denken dat de mensen die vervolgens wel zullen kopen. Ondernemers werken ook niet met elkaar samen, spreken elkaar niet aan op falend ondernemerschap. En filiaalhouders van ketens hebben geen enkele binding met hun omgeving, want om de twee jaar wisselen ze toch van filiaal. Ketens zijn dan ook zelden lid van de plaatselijke winkeliersvereniging. Besturen van zulke verenigingen hebben het vaak zwaar te verduren. Aan al deze zwaktes zullen de winkeliers van Delfzijl zelf hard moeten werken, willen ze de krimp goed kunnen doorstaan. Het herstructureren van het winkelcentrum met veel gemeenschapsgeld is daarvoor niet voldoende. Nel sprak van de noodzaak van ‘community building’ en van innovatief ondernemerschap. Luisteren naar een klantenpanel zou al veel helpen. Wordt vervolgd.

Tagged with:
 

No New Towns

On 29 april 2012, in demografie, regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen op VK.nl van 3 september 2011:

Terwijl de bevolking van Rusland krimpt – vorig jaar met 3 miljoen tot 142,9 miljoen zielen –, groeit die van Moskou. Sinds de volkstelling van 2002 nam de Moskouse bevolking met bijna 11 procent toe, tot 11,5 miljoen. Plus de 1,8 miljoen die elders staan ingeschreven maar feitelijk in Moskou wonen en werken. Het aantal illegalen in Moskou schat men nog eens op tenminste één miljoen. In totaal telt Moskou op dit moment dus bijna 15 miljoen inwoners en dat inwonertal groeit nog steeds. Mensen trekken naar Moskou vanwege de kans op werk en vanwege de grote inkomensverschillen: in Moskou zijn de salarissen gemiddeld drie tot vier keer hoger dan in de provincie. Dit gegeven plus het feit dat Moskou zelf geteisterd wordt door hevige congestie was de aanleiding voor het stadsbestuur om alvast een stuk grond ten zuidwesten van Moskou in te lijven, voor de regering om decentralisatie van het apparaat naar de periferie te overwegen en om een internationale prijsvraag uit te schrijven voor de uitleg van Moskou in de oblast: the Moscow Competition. Tien architecten dingen naar de gunst van de Moskouse autoriteiten. In september zullen hun ontwerpen worden tentoongesteld in een paviljoen in het Gorki Park. Het grote voorbeeld is de ontwerpwedstrijd ‘Grand Paris’ van president Sarkozy voor de herstructurering van Parijs uit 2009. Zo’n aansprekend evenement wil Moskou nu ook. Door de Russische collega’s was ik gevraagd deel uit te maken van het expertteam dat de ontwerpen moet beoordelen. Afgelopen week voltrok zich de tweede ronde.

Direct de eerste dag ontstond al ophef toen het Parijse bureau Grumbach, door mij daartoe uitgedaagd, verklaarde dat Moskou geen nieuwe steden moet bouwen. De Parijse ‘Villes Nouvelles’ waren immers op een grote mislukking uitgelopen. Ook rond Londen en de Randstad, aldus Grumbach, bleken de nieuwe steden allesbehalve een succes. De architecten in de zaal die uitgerekend polycentrische structuren hadden getekend en nieuwe steden hadden toegevoegd, waren not amused. Een van hen – het Rotterdamse bureau OMA – noemde de afwijzing van nieuwe steden zelfs reactionair. Logisch, want het bureau had liefst vier reusachtige luchthavensteden in de oblast getekend. Mijn compaan Reiner Nagel, directeur stadsontwikkeling van Berlijn, ontvouwde daarop een krantenartikel uit Die Zeit waarin de demografische ontwikkeling van de Russische Federatie tot 2050 was berekend. Daaruit bleek dat op termijn ook Moskou zal gaan krimpen. Het voorstel van OMA zou, wanneer Moskou op termijn inwoners verliest, neerkomen op een regelrechte ramp. De groei van de vier satellieten onder de conditie van krimp plus de decentralisatie van functies naar de vier new towns zal het bestaande Moskou zeker uithollen. Nagel en ik keken elkaar aan. Deze discussie, oordeelden wij, verdient hoe dan ook een vervolg.

Tagged with:
 

Be yourself

On 12 april 2012, in demografie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 6 april 2012:

‘Going Solo’ heet het nieuwste boek van Eric Klinenberg, hoogleraar sociologie aan New York University. Het gaat over alleenstaanden in steden als Washington, Denver, Dallas, San Francisco en New York. Ik las een bespreking in NRC Handelsblad, geschreven door Guus Valk. Bijna de helft van de volwassen Amerikanen heeft geen gezin, in grote steden is het aandeel alleenstaanden nog groter. In Scandinavië is het aandeel nog groter dan in de VS. “Deze ontwikkeling voltrekt zich internationaal. Er is geen beschaving uit het verleden waar eerder zoveel mensen alleen woonden.” Eenderde van de alleenstaanden bestaat uit ouderen. Doordat we steeds ouder worden, wordt deze groep ook steeds groter. De andere tweederde is alleenstaand voor bepaalde tijd. “De snelst groeiende groep bestaat uit mensen tussen de 35 en 65, die ooit een tijd een lange relatie hebben gehad.” Volgens Klinenberg heeft de groei van die groep te maken met de emancipatie van vrouwen. Vrouwen kunnen tegenwoordig in hun eigen levensonderhoud voorzien. ‘Going Solo’ bevat driehonderd interviews met stedelingen die alleen leven, zonder partner. Ze blijken niet minder gelukkig of succesvol te zijn dan echtparen. Alleen wonen is ook niet langer een vloek, al wil lang niet iedereen zijn hele leven zonder verbintenis leven. De groep ‘Happy Singles’ is naar verhouding klein.

Klinenberg merkt op dat de groei van grote steden dit proces nog heeft versneld. “Een stad biedt een plek aan mensen die zich individueel willen uiten, en creëert nieuwe subculturen.” Als voorbeeld noemt hij groepen veertig-plussers die kiezen voor woongroepen, waar ze samenleven zonder te veel verplichtingen. Ook gelooft hij dat de opkomst van social media als facebook en skype het sociale leven van mensen overhoop gooit. “Interessant is dat die communicatiemiddelen mensen niet afstompen of vervreemden van hun omgeving, ze gaan juist sneller naar feesten of andere ontmoetingen.” Social media bevorderen dus het grootstedelijke leven. Klinenberg: “Er is een gigantische verschuiving van ons sociale leven gaande en niemand weet nog of dat goed of slecht is.” De strekking van zijn betoog deed me denken aan ‘The Rise of the Creative Class’ (2002) van Richard Florida. Daarin schetste deze Amerikaanse econoom een beeld van nieuwe opkomende samenlevingsvormen die onze culturele economie sterk aanjagen: “Our evolving communities and emerging society are marked by a greater diversity of friendships, more individualistic pursuits and weaker ties within the community. People want diversity, low entry barriers and the ability to be themselves.” Voorwaarden voor economische groei, dat zijn het.

Tagged with:
 

Smalltown USA

On 5 april 2012, in demografie, film, stedelijkheid, by Zef Hemel

Gezien in Tuschinski Amsterdam op 1 april 2012:

Naast andere thema’s spelen ook bevolkingskrimp en stad en land een belangrijke rol in de nieuwste Muppetfilm. Hoofdpersoon Walter trekt met zijn oudere broer en diens vriendin van Smalltown naar Los Angeles. De Geyhoundbus wordt door het hele dorp vrolijk uitgezwaaid. Tot overmaat van ramp zakken alle inwoners letterlijk door hun knieën nadat de bus is vertrokken. Prompt daalt het inwonertal van Smalltown tot nog geen 99 zielen. Smalltown krimpt. Los Angeles komt nu in beeld. LA is de grote stad met de filmstudio’s, waaronder die van de Muppets, de stad waar alles mogelijk is, maar waar het oude studioterrein niettemin op instorten staat. De tijd van de Muppets lijkt voorgoed voorbij. Een rijke kapitalist, Chris Cooper, is zelfs van plan het voormalige studioterrein op te kopen, zogenaamd om er een Muppetmuseum te bouwen, maar in werkelijkheid blijkt hij alles te willen slopen om er naar olie te boren. Kermit woont teruggetrokken in een villa in Bel Air; zijn hippievrienden zijn afgezwaaid, de meesten aan lager wal geraakt, alleen Miss Piggy maakt furore in Parijs. Wauw, Parijs!!

Walter blijkt een joch uit de provincie, keurig netjes, middenklasse. In het grote Los Angeles ontmoet hij al zijn helden die hij bewondert, maar waar hij niet kan aan tippen. Hij voelt zich erg gewoon. Tenmidden van zijn onaangepaste helden gaat hij op zoek naar zijn verborgen talent. Want daar gaat de stad immers over: talent benutten, carrière maken, jezelf zijn. Tussen al die extraverte stadse types valt dat lang niet mee. Het hilarische slot van de film wordt ingeluid wanneer Walter de laatste twee minuten van de Muppet Show moet vullen; iets wat hij eerst niet denkt te kunnen, maar wat hij ten slotte toch doet door virtuoos op zijn mond te fluiten. Met getuite lippen weet hij het verwende publiek van Los Angeles voor zich te winnen. Onnavolgbaar, hilarisch, amusant. Na zijn act wordt hij tot zijn stomme verbazing opgenomen in de grootstedelijke meute van de Muppets. Hij is nu voldoende vreemd en onaangepast om mee te mogen doen. Heerlijk slot, troostrijk inzicht, onverwachte wending. Los Angeles heeft weer een ziel gewonnen, en Smalltown een ziel verloren. Heerlijke illustratie van het ‘voorstadgevoel’.

Tagged with:
 

Dalende criminaliteit

On 14 maart 2012, in demografie, sociaal, stedelijkheid, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 26 januari 2012:

De aanleiding is het schrijven van een artikel over criminaliteit. Daartoe bewaarde ik onder andere een merkwaardig krantenartikel van Dirk Vlasboom over monogamie. Wat de relatie tussen beide is? Een aantal antropologen stelde onlangs vast dat monogamie aan een ware opmars bezig is in de wereld. Tegelijk daalt het mondiale misdaadcijfer. “Doordat monogamie de competitie binnen de seksen onderdrukt en het maatschappelijk riskante reservoir aan ongetrouwde mannen met een lage status beperkt, vermindert het ontsporingen als verkrachting, moord, overvallen, beroving en huishoudelijk geweld.” Monogamie vermindert ook de competitie om jonge bruiden en zorgt voor verkleining van het leeftijdsverschil tussen echtelieden, verlaging van het geboortecijfer en minder ongelijkheid tussen de seksen. Monogamie bevordert bovendien besparingen, meer investering in minder kinderen en economische productiviteit. Nog zo’n opvallend gegeven: “Uit criminologisch onderzoek in de VS en West-Europa blijkt dat een huwelijk de kans dat een man een moord pleegt ongeveer halveert.”  Partnerloze mannen die kansloos zijn op de huwelijksmarkt, zijn het grote gevaar.

De vraag is nu waardoor het komt dat monogamie wereldwijd aan zo’n opmars bezig is. Volgens de antropologen Joseph Henrich en Robert Boyd en de ecoloog Richerton groeide polygamie zo’n 10.000 jaar geleden, in de tijd dat de landbouw ontstond. Menselijke gemeenschappen werden toen groter en daarmee nam de ongelijkheid in welstand en status toe; sommige heersers beschikten over harems. Monogamie werd pas weer praktijk toen regio’s gingen verstedelijken, het eerste gebeurde dit in de Griekse polis, later in de rest van Europa. In Japan werd polygamie pas in 1880 verboden, in China in 1953, in India in 1955 en in Nepal in 1963. Hoe meer de wereld verstedelijkt, hoe monogamer zij wordt. Het gevolg van die ontwikkeling is dat de criminaliteit nog verder zal dalen. Verstedelijking is dus goed in vele opzichten. Wie had het laatst over een dreigend vrouwenoverschot in grote steden?

Tagged with:
 

Ongewoon vitaal

On 26 januari 2012, in demografie, kunst, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 24 november 2011:

Op het verkeerde been gezet door een enorme afbeelding van een schilderij van Rembrandt, vergat ik het bijbehorende krantenartikel te lezen. Echter, de reproductie was weer zo boeiend dat ik het artikel toch uitknipte en bewaarde. Nu las ik het. Het betreft een demografisch onderzoek naar de levensverwachting van kunstenaars in de zeventiende eeuw. Frans van Poppel, Dirk van der Kaa en Govert Bijwaard distilleerden uit 108.000 levensbeschrijvingen in totaal 15.000 Nederlandse kunstenaars, geboren tussen 1500 en 1909. Wat bleek? Kunstenaars geboren voor 1500 werden gemiddeld 63 jaar oud. Vanaf de Gouden Eeuw daalt hun levensverwachting naar zo’n 55 jaar. Die daling zou verband houden met pestepidemieën. "Voor de Zeeuwen duurt de dip het langst, maar die leefden in het algemeen korter, mogelijk doordat ze naast pest, pokken en cholera ook te lijden hadden van overstromingen, malaria en door verzilting vervuild water." Na de zeventiende eeuw constateren de onderzoekers in de levensverwachting weer een stijgende lijn, om na 1850 het eerbiedwaardige getal te bereiken van 70. Begin twintigste eeuw is ze zelfs 75 voor mannelijke kunstenaars respectievelijk 79 voor vrouwen.

Kunstenaars behoorden tot de middenklasse, ze leefden in steden, dicht bij hun clientèle, maar ze behoorden daar niet tot de elite. Tot diep in de negentiende eeuw waren steden demografische ‘zwarte gaten’, ze hadden open riolen, stinkende grachten en zaten vol met ratten en ander ongedierte. Je werd er snel ziek en je ging er vroeg dood. Toch werden kunstenaars gemiddeld ouder dan de elite, die doorgaans leefde op het veel gezondere platteland. Voor de demografen was dit een opzienbarende uitkomst van hun onderzoek. Hoe kan dat nou, in de stad wonen en toch oud worden? Naar een verklaring, zo lees ik, moeten ze gissen. Was het omdat schilders en beeldhouwers zelden ten strijde trokken? Of omdat ze over weinig personeel beschikten, dat dikwijls ziektes overbracht? Ze weten het niet. "Misschien waren kunstenaars wel ongewoon vitaal." Zeker, dat is mogelijk. Maar een andere verklaring is ook denkbaar. Misschien waren de steden om in te wonen, ook toen, zo slecht nog niet. Wel voor de onderklasse natuurlijk, maar niet voor de middenklasse. Dat zou betekenen dat historici hun oren hebben laten hangen naar de mening van de elite, die het land verkoos boven de stad, ver weg van het plebs. Maar dat land was, goed beschouwd, helemaal zo gezond nog niet. Is het denkbaar?

Tagged with:
 

Krimpende Oeralsteden

On 13 januari 2012, in cultuur, duurzaamheid, internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Red Plenty’ (2011) van Francis Spufford:

Slechts eenmaal komt de stad Perm voor in ‘Red Plenty’, die waarheidsgetrouwe roman van Francis Spufford over de Sovjet-Unie van Nikita Kroetsjov. Perm is de stad waar later dit jaar het 48e wereldcongres van de International Society of City and Regional Planners (ISOCARP) zal worden gehouden. Ik ken Perm vooral van een vuurwerkramp in een nachtclub die in 2009 aan 141 mensen het leven kostte. Spufford noemt Perm in verband met een schandaal rond miskramen. Zoya Vaynshteyn is biologe, gespecialiseerd in genetisch onderzoek, die werkt op een instituut in Novosibirsk. De ochtend voor haar ontslag begon ze aan haar gebruikelijke werk. “This load came from a medical centre in Perm, within the ecological shadow of the heavy-metal complex there, and as she had expected with a local environment like that, the data showed a steadily elevated baseline level of mutations over time, with some particular spikes at dates that clearly corresponded to local event.” De misgeboortes liepen op eind jaren dertig respectievelijk eind jaren vijftig. “Only a demographic disaster would have this kind of effect.” Eind jaren vijftig? De misgeboorten verwijzen naar afwijkingen bij de ouders. Die waren destijds gemiddeld twintig jaar oud. Het ongeluk moet dus eind jaren dertig hebben plaatsgevonden, nog voor de inval door de Duitsers. De scene speelt in 1968. In het Siberische Novosibirsk is het dan al geen pretje meer. Joodse geleerden worden er getreiterd, clubs en uitspanningen gesloten, kritiek wordt niet meer geduld. Ook Zoya wil weg. Sterker, ze wordt ontslagen wegens aanklachten die ze in de westerse pers zou hebben gebracht en die het regime van Brezjnev onwelgevallig zijn. Ze wil terug naar Leningrad. In Perm zal het in ‘68 niet veel beter zijn geweest. Toen al begon de krimp.

Nu, in 2012, is de situatie alleen maar verslechterd. Eind oktober 2011 signaleerde Michiel Krielaars, correspondent Rusland in NRC Handelsblad, leegloop, alcoholisme en werkloosheid in Perm. De drie lokale universiteiten en een aantal instituten voor hoger onderwijs, schreef hij, zijn niet genoeg om de toenemende migratie naar Moskou tegen te gaan. Elk jaar verlaten er 10.000 inwoners de stad (eind jaren ‘70 telde Perm nog een miljoen inwoners). De nieuwe gouverneur Tsjirkoenov probeert er iets tegen te doen door van Perm culturele hoofdstad van Europa te maken, door fors te investeren in kunst en door een organisatie als ISOCARP naar de stad te halen, maar er wordt een lastercampagne tegen hem gevoerd. Russen zijn immers gewend dat machthebber kunst gebruiken als provocatie. “Gevreesd wordt dan ook dat als de gouverneur verdwijnt, Perm weer wegzakt in het mistroostige moeras waarin zoveel Oeralsteden zich bevinden.” Voor ISOCARP wordt 2012 dus een spannend jaar. En sinds wanneer gebruiken steden het predikaat Culturele Hoofdstad van Europa voor hun strijd tegen de krimp?

Tagged with:
 

The rat tribe

On 19 oktober 2011, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 25 juni 2011:

Veel opwinding in de kranten de afgelopen week over de groeivoorspelling van de Nederlandse bevolking door CBS en PBL. Een bevolkingstoename van de Randstad met nog eens 700.000 inwoners over vijftien jaar werd door de Volkskrant zelfs betiteld als een ‘razendsnelle’ groei. De krimp elders die ermee verband hield werd als een zo mogelijk nog groter probleem aangemerkt. Twee problemen dus. Ach arme. Laten we het liever hebben over China. China, met een bevolking van bijna 1,4 miljard zielen, staat aan de vooravond van een geleidelijke vergrijzing van de hele bevolking. De economische motor van het immense land werd tot nu toe aangedreven door een trek van bewoners van het platteland naar de grote steden. Die trek stagneert. En daarmee zal de economische groei afzwakken. The Economist zag afgelopen zomer het gevaar: “If China is not to stagnate, it will have to make a bigger effort to persuade rural dwellers to keep coming to the cities as its population ages ever more rapidly.” (In Nederland redeneren wij precies andersom: bij ons mogen de grote steden vooral niet te groot worden. Stel je voor dat we economisch zouden groeien!)

Bestaande systemen beletten de Chinezen om van het platteland naar de steden te verhuizen. Een zo’n systeem is hukou. Dit door de communisten ingevoerde systeem geldt zowel voor stedelingen als voor dorpelingen, al hebben de laatsten er de meeste last van. Officieel wordt er in China nog altijd collectieve landbouw bedreven. De boeren treden op als autonome landbouwproducenten, maar hun grond pachten ze van het collectief. Het collectief heeft alleen nog macht om de grond te herverdelen. Als een dorpscomité besluit dat een familie niet meer actief is, kan het de grond confisqueren. Families die naar de stad verhuizen verliezen zo hun grond en kunnen ook niet hun grond verkopen om hun verhuizing te bekostigen. Officieel is het systeem afgeschaft, maar de provinciale partijleiders handelen er niet naar, gehecht als ze zijn aan collectivisme. “Thoroughgoing land reform, of the sort that would enable farmers to cash in on the value of their farmland and establish permanent and prosperous lives in cities (and at the same time encourage larger-scale farming), thus remain struck.” Ook dipiao staat migratie in de weg. Bij dipiao, ingevoerd in 2005, worden dorpelingen gedwongen in flats te gaan wonen, om zo grond vrij te spelen voor de bouw van ‘een nieuw socialistisch platteland’. Twee miljoen boeren verloren de afgelopen vijf jaar hierdoor hun land. The Economist: “The new strategy often means the farmers are crammed into apartments with no backyards to raise chickens or store tools, and they face a longer journey to their fields.” Het Britse blad besluit met een voorbeeld uit Peking, waar de autoriteiten de migrantenpopulatie – eenderde van de totale stedelijke bevolking – verhindert om woningen en auto’s te kopen. Op deze manier hoopt men de prijsstijgingen te dempen. Uit veiligheidsoverwegingen sluit men bovendien de kelderappartementen, waar uitgerekend de migranten – “known as the rat tribe” – dikwijls leven. “China says it wants urbanization, and it certainly needs it. But even as some obstables are removed, new ones spring up.” Zou The Economist ook de belemmeringen in Nederland voor de trek naar de grote steden eens kunnen aangeven?

Tagged with:
 

Proefwonen

On 12 september 2011, in demografie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen op Grotevier.nl op 11 september 2011:

Afgelopen augustus werd het Nederlandse komkommernieuws heel even beheerst door het Haagse feestje van de verwelkoming van de 500.000-ste inwoner. Den Haag gaf aan heel graag te willen groeien. Sinds kort organiseert de gemeente zelfs ‘proefwonen’. Belangstellenden mogen dan een weekje in Den Haag komen wonen op kosten van de gemeente: om te ervaren hoe leefbaar en aangenaam Den Haag wel niet is; de wethouder ontvangt ze zelfs met een ontbijt. Even kreeg ik de indruk dat het hier gaat om een wedloop tussen gemeenten, waarbij Den Haag een sprintje trekt. Een grafiek die de demograaf van de Dienst Ruimtelijke Ordening van Amsterdam me na zijn vakantie aanreikte, sterkte me in dat vermoeden.

Drie van de vier grote steden groeien de laatste tien jaar relatief sneller dan de rest van Nederland; alleen Rotterdam daalde gestaag in inwonertal, zij het dat de havenstad de laatste drie jaar toch weer een positief saldo laat zien. (let op, Rotterdam dankt zijn recente groei aan een fusie met de buurgemeente Rozenburg). Van de vier grote steden groeit Amsterdam in absolute zin het snelst, sinds 2010 ook relatief. Grote concurrent was steeds Utrecht, maar de hoofdstad loopt nu ook snel uit op de ‘draaischijf van Nederland’. Het is een opmerkelijk gegeven, dat inderdaad het gevoel oproept van een race om zieltjes. Ben benieuwd wanneer Amsterdamse en Utrechtse raadsleden gaan voorstellen om ook bij hen in de gemeente ‘proefwonen’ te introduceren. Nee sterker, alle gemeenten en provincies in Nederland zullen waarschijnlijk binnenkort overgaan op ‘proefwonen’, want zo is Nederland. Het resultaat zal zijn dat alle Nederlanders binnenkort gratis wonen, met een gratis ontbijt, in een andere gemeente – proefwonen als een grote happening. Zijn de problemen van de woningmarkt en de krimp in één keer opgelost. Den Haag, zet hem op!

Tagged with:
 

Intolerance in decline

On 7 september 2011, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Day of Empire’ (2007) van Amy Chua:

Misschien omdat mijn jongste broer met vrouw en kinderen deze zomer is verhuisd naar Boston, Amerika, en mijn andere broer met zijn gezin is gaan wonen in Guangzhou, China, lees ik Amy Chua’s ‘Day of Empire’. De ene broer gokt op Amerika, de ander op China en ik geloof nog steeds in Europa. Wie van ons drieën gaat er winnen? Amy Chua, zelf een immigrante, zoekt het antwoord op dezelfde vraag: “how Hyperpowers Rise to Global Dominance – and Why They Fall.” Om kort te gaan, in Europa gelooft ze niet, in China ook (nog) niet, in Amerika wel, want dat is al een ‘hyperpower’. Maar het is niet vanzelfsprekend dat de Verenigde Staten dat ook zullen blijven. De geschiedenis laat immers zien dat imperiale wereldrijken vroeg of laat aan hun einde komen. Dat kan Amerika ook overkomen. De historische les volgens haar is deze: “tolerance on the rise to power and intolerance in decline.”

Verwelkomt Amerika nog wel zijn immigranten? En hoe kan Amerika zijn goede naam behouden in de wereld die het met zijn macht domineert? Die vragen stelde Chua met klem in het jaar dat de regering Bush ten einde liep. “Ironically, it may be that America can remain a hyperpower only if it stops trying to be one,” laat ze daar raadselachtig op volgen. Veroveren met militaire macht zal volgens haar namelijk niet werken. “Instead, the United States would be better off following the formula that served it so well for more than two hundred years. Daarmee doelt ze op het bouwen van open, tolerante, multiculturele steden. Haar grote voorbeeld is Rome, of beter, het Romeinse Rijk. Dat was georganiseerd rond de stad, de polis. Overal waar de Romeinen kwamen, gingen deze over tot stadsstichtingen, tot het bouwen van nieuwe steden. “The empire’s great cities, such as Rome or Alexandria, were as polyglot and pluralistic as New York or London today.” De Verenigde Staten zouden ook weer multiculturele steden moeten bouwen door hun grenzen open te stellen voor getalenteerde mensen uit de hele wereld. Doet ze dat niet en sluit ze mensen buiten, dan zal ze diep vallen, net zoals Rome destijds is gevallen. “It was precisely when the empire sought to maintain the ‘purity’ of Roman blood, culture and religion that Rome spiraled downward into disintegration and oblivion.” Nederland, hoewel allerminst een ‘hyperpower’, zou er wat van kunnen leren.

Tagged with: