Detroit on the Clyde

On 5 februari 2014, in demografie, economie, by Zef Hemel

Gelezen in Deadline van 10 november 2013:

In september 2014 zal de bevolking van Schotland over eventuele onafhankelijkheid stemmen. Sommigen denken dat de Schotten beter af zullen zijn wanneer ze zich van Engeland afscheiden. Afgelopen weekeinde was ik in Glasgow, na Edinburgh de grootste stad van het land. Glasgow telt op dit moment officieel 596.000 inwoners. Sinds 1980 is het inwonertal met 16 procent gedaald, al lijkt de stad de laatste twee jaar weer iets te groeien. Ooit telde de Schotse industriestad bijna 700.000 inwoners. Toen bloeide de industriële bedrijvigheid volop langs de rivier de Clyde. De laatste decennia probeert Glasgow zichzelf opnieuw uit te vinden. Zo was de stad in 1990 Culturele Hoofdstad van Europa en in 1999 Britse stad van architectuur en design. Zaha Hadid bouwde een nieuw museum. Maar is het wel voldoende? Afgelopen november 2013 organiseerde de Universiteit van Edinburgh een congres over krimpende steden. Wachten Glasgow en Dundee hetzelfde lot als Detroit? Lokale politici ontkenden dit natuurlijk ten stelligste, maar de week voor het congres werd bekend dat scheepswerf BAE in Glasgow nog eens 1.750 banen zal schrappen. Kan de stad de krimp nog afwenden?

In Glasgow bezochten we de geniale werken van architect Charles Rennie Mackintosh (1868-1928): The Mackintosh House, Kelvingrove Art Gallery, the Willow Tea Rooms, the Lighthouse. Absoluut hoogtepunt was het bezoek aan zijn Glasgow School of Arts (1909), waar we een rondleiding kregen die dramatisch eindigde in de schitterende bibliotheek. De school was tevens Mackintosh’s laatste werk, stammend uit 1909. Op dat moment strekte zijn roem zich uit tot Wenen en Turijn. Daarna echter vertrok de Schotse architect naar Londen. Waarom, na zoveel succes? De economie kromp, vooral na 1913 was het in Schotland crisis. Glasgow bood geen werk meer aan de architect van naam en faam. Zijn werk was ook te gewaagd voor lokale opdrachtgevers. Het bureau waar hij werkte sloot in 1913 zijn deuren. Met zijn eigen bureau dat hij daarna oprichtte was hij niet in staat nog opdrachten te verwerven. In 1915 verdween hij samen met zijn vrouw stilletjes naar Londen. Om nooit meer terug te keren. Mackintosh was toen 46 jaar. Groei en krimp in Glasgow, ze zijn van alle tijden.

Tagged with:
 

Zeven vette jaren

On 11 december 2013, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Stadsdelen in cijfers’ (2013) van gemeente Amsterdam:

Daar is ie weer, de nieuwe statistische gids van Amsterdam, samengesteld door de hoofdstedelijke Dienst Onderzoek & Statistiek. Hij viel op mijn deurmat. Ik kan er uren in verdwijnen. Dit keer viel mijn oog op het diagram van ‘De verandering van de bevolkingsomvang naar oorzaak, 1975-2012′. M’n oog wilde niet meer wijken. Ik overzag in een keer mijn lieve leventje in Amsterdam. Begin 1982 kwam ik naar de stad, na gestudeerd te hebben in Groningen, voor mijn eerste baan. Demografisch gesproken was uitgerekend dat jaar het dieptepunt voor Amsterdam. Nederland verkeerde midden in een crisis. Amsterdam verloor in 1982 zo’n veertienduizend zielen, zonder er eentje bij te krijgen, want ook het buitenlandse saldo was destijds nul. Nu goed, eentje dan. De rest vertrok. Het was allemaal binnenlandse migratie, de stad uit.

Vanaf dat jaar – 1982 – wordt het beter, om vervolgens niet meer in te zakken. Drie jaar later, in 1985, is het totale saldo voor het eerst weer positief. In dat jaar is er voor het eerst ook weer sprake van een geboorteoverschot. Wel moet gezegd dat in die eerste opgaande periode het bevolkingsoverschot vooral te danken is aan buitenlandse migratie: uit Turkije, Marokko, Suriname. Een positieve binnenlandse migratie tekent zich pas af vanaf 2006. Vanaf dat jaar – het begin van het wethouderstijdperk van Maarten van Poelgeest – zijn alle saldi weer helemaal positief voor Amsterdam: de hoofdstad kent weer een geboorteoverschot en ook een stevig positief binnenlands migratiesaldo, ja zelfs nog een bescheiden positief buitenlands migratiesaldo. Het geboorteoverschot is aanzienlijk. Dat betekent: er worden weer veel kinderen geboren in Amsterdam. Vanaf 2006 groeit Amsterdam jaarlijks met liefst 10.000 zielen. Dat doet ze dus al zeven jaar op een rij. Allemaal tekenen dat het de stad voor de wind gaat. Het kan bijna niet anders, Van Poelgeest zal de geschiedenis ingaan als de nieuwe Wibaut.

Tagged with:
 

Nieuwe markten

On 19 november 2013, in demografie, economie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ROM Magazine van oktober 2013:

Friso de Zeeuw is directeur Nieuwe markten bij Bouwfonds Ontwikkeling. In ROM Magazine schreef hij een artikel over de staat waarin de woningmarkt van Nederland op dit moment verkeert. Centraal in het artikel staat een kaartje van Nederland dat per gemeente de kracht van de woningmarkt aangeeft. Indicatoren: de hoogte van de transactieprijs, het aantal woningen dat van eigenaar wisselt ten opzichte van de totale voorraad en de verkoopsnelheid. De Zeeuw: “De sterkte van de woningmarkt vormt een weerspiegeling van demografische en de ruimtelijk-economische staat waarin gemeenten of, juiste gezegd, regio’s zich bevinden.” Hoe groener de gemeente, hoe succesvoller, hoe roder hoe slechter de woningmarkt. In 2010 stileerde De Zeeuw het groene gebied ‘toevalligerwijze’ tot een rompertje: het centrum van Nederland rond Utrecht, met korte uitlopers naar Gelderland, Noord-Holland, West-Brabant en Oost-Brabant was gezond, de rest kromp. Ik herinner me nog een uitzending van Buitenhof waarin hij zijn rompertje tekende. Dwars door dit ‘rompertje’ liep het tracé van de A4, van Amsterdam naar Eindhoven.

Dit jaar herhaalde hij de oefening. Wat blijkt? De Zeeuw: “Het is jammer, maar er ontstaat geen rompertje meer.” Het rompertje blijkt heet gewassen, want het is sterk gekrompen. Rotterdam valt er nu helemaal buiten, evenals Almere, heel Flevoland, Gelderland. Zelfs Eindhoven en Den Bosch bevinden zich in de randen van het gekrompen kledingstuk, dat hier zelfs nog niet de navel van de baby zou verhullen. Heel Brabant kleurt flets. Eigenlijk beschikt alleen de as Amsterdam-Utrecht nog over een gezonde woningmarkt met voldoende dynamiek. Wat concludeert De Zeeuw? Als de woningmarkt weer aantrekt, zal het wel loslopen met Arnhem en Nijmegen en Groningen. Ik vermoed dat Bouwfonds in deze contreien grote belangen heeft. Zelf denk ik dat het daar niet goed komt. De krimp zet door, de leegstand neemt toe. Wie zegt dat het rompertje niet nog verder zal krimpen? Alleen het kerngebied blijft goed draaien. Mits het de komende jaren wordt versterkt.

Tagged with:
 

Curby, curby

On 15 oktober 2013, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 11 juli 2013:

Laatst geblogd over het mannenoverschot in Rotterdam. Blijkt het in Enschede nog veel erger te zijn. In de grootste leeftijdscategorie van de stad, 20-24 jaar, zijn er op elke 100 mannen slechts 83 vrouwen. “Onder 25-29 jarigen is het nog slechter gesteld, met tachtig vrouwen op honderd mannen,” meldde NRC Handelsblad afgelopen zomer. Enschede, de grootste stad van Overijssel, groeit nog licht in bevolking. Begin dit jaar telde de stad 158.629 inwoners. De stad doet er alles aan om mensen aan zich te binden. Werkzoekenden worden niet alleen aan een baan geholpen, ook partners krijgen werk of scholing aangeboden. En bij kinderen wordt een geschikte school of opvang gezocht. Zelfs bij het vinden van een woning wordt bemiddeld. Maar hoger opgeleiden verkiezen veelal toch een baan in de Randstad en besluiten om te verhuizen. Dat zijn vooral jonge vrouwen. Door de Technische Universiteit Twente is het mannenoverschot in en rond Enschede toch al erg groot.

Bij het artikel stond ook een kaartje van Nederland afgedrukt met daarop in blauw de regio’s met een mannenoverschot en in rood de regio’s met een vrouwenoverschotten. Die laatste categorie is uiterst beperkt. Het blijkt te gaan om een gering aantal steden, namelijk Zwolle, Tilburg, Maastricht, Nijmegen, Utrecht, Leiden en, met stip, Groot-Amsterdam. Nergens in het noorden, oosten, Brabant (met uitzondering van Tilburg) of Zeeland is ook maar een spoor van een vrouwenoverschot te bekennen. En, zeer opvallend, ook in Den Haag en Rotterdam niet. In al die steden en regio’s domineren de mannen. Terwijl vrouwen meer winkelen, meer buitenshuis eten, meer spenderen, meer cultuur genieten, een stad in veel opzichten aantrekkelijker maken en een geweldige huwelijksmarkt vormen. Evolutiebioloog Redmond O’Hanlon zei het op AT5 afgelopen vrijdag zo: “Amsterdam is the most female city I know. Paris is also female, but Paris is a cabaret dancer, dressed in black leather, frightening you while dancing on a table. Here, in Amsterdam, it’s sex and tenderness and love.  Curby, curby.”

Tagged with:
 

Absorptievermogen van de spons

On 8 oktober 2013, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 4 oktober 2013:

Jaarlijkse bevolkingsgroei per periode in de vier grote steden

Over twaalf jaar telt Amsterdam 875.000 inwoners. Dat meldde afgelopen week het Centraal Bureau voor de Statistiek. Vorig jaar werd de grens van 800.000 al gepasseerd. De hoofdstad maakt een ware groeispurt door en iedereen lijkt hierover verbaasd. Bouwen doet de stad immers nauwelijks meer, de woningbouwcorporaties bewegen niet, de aanleg van IJburg tweede fase is door het gemeentebestuur vanwege de crisis uitgesteld. Ondertussen trekt de Amsterdamse woningmarkt sterk aan. Het aantal transacties neemt toe, makelaars hebben het weer druk. Deze week meldden de kranten dat veel Amsterdamse kopers het gevoel krijgen weer snel met hun bod te moeten komen, want anders missen ze de boot. Terwijl grote delen van Nederland demografisch krimpen, dreigt Amsterdam te duur te worden voor veel groepen nieuwe bewoners. De regionale verschillen binnen Nederland worden groter. De gemiddelde woningbezetting in Amsterdam stijgt.

Wie er op de Amsterdamse woningmarkt zoal afkomen? Studenten, Amsterdammers met een niet-westerse achtergrond, Oost-Europeanen, rijke westerse allochtonen, jonge gezinnen, pas afgestudeerden, hoogopgeleiden uit de rest van Nederland. Tegelijk valt op dat niemand Amsterdam wil verlaten. Dat is wel eens anders geweest. Het Parool: “En waar de gezinnen in het recente verleden al snel uitweken naar een huis met een tuin of een woonerf in de provincie, blijven ze tegenwoordig in de stad, omdat die toch te aantrekkelijk is, omdat de kinderen inmiddels een sterke binding hebben met de lagere school of omdat er rondom Amsterdam gewoon te weinig realistische alternatieven zijn.” Anders gezegd, mensen willen in Amsterdam wonen, niet erbuiten. Echter, net als Parijs en Londen kan het succesvolle Amsterdam bij lange na niet voldoen aan de marktvraag, waardoor de woningprijzen scherp stijgen en het wonen in Amsterdam voor velen onbetaalbaar wordt. Voor de economische motor is dat buitengewoon schadelijk. Bouwen in de regio helpt onvoldoende. Utrecht en Almere fungeren nu als ‘overloop’ voor Amsterdam. Demograaf Jan Latten van het CBS spreekt van ‘nieuwe urbanisatie’. De grote steden groeien volgens hem uit tot metropoolregio’s. Wat gebeurt er met een spons die door en door verzadigd raakt?

Tagged with:
 

Pink collar

On 30 september 2013, in demografie, economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 29 september 2013:

Sterk stuk van Marguerite van den Berg in de opiniebijlage van NRC Handelsblad over Rotterdam. Deze promovenda sociologie aan de Universiteit van Amsterdam reageerde op een uitspraak van de Rotterdamse wethouder Karakus dat de Maasstad ‘meer tieten’ nodig heeft. Daarmee bedoelde deze bestuurder dat Rotterdam zich tot een ‘city lounge’ van cocktails en en cappuccino’s moet ontwikkelen. Anders gezegd, ze moet meer een stad van consumptie worden dan van productie. ‘Meer tieten??’ Van den Berg wijst er fijntjes op dat succesvolle consumptiesteden dergelijke machotaal niet bezigen en dat succes niet zozeer een ‘city lounge’ vereist, als wel meer vrouwen en meer vrouwelijkheid. Vrouwen zijn in Rotterdam in de minderheid. In Amsterdam zijn de vrouwen juist in de meerderheid. Die vrouwelijke dominantie zegt iets over het succes van Amsterdam. Van den Berg: “Vrouwelijkheid en mannelijkheid zijn instrumenten van stadsplanning geworden. Rotterdam wil vrouwelijker worden zonder alle spierkracht te verliezen: een spierbundel met borsten.”

Industriesteden waren ooit mannelijk. Toen hadden ze succes. Nu niet meer. Dat succesvolle steden tegenwoordig vrouwelijk zijn en ook veel homofielen huisvesten zegt veel over onze moderne economie, die steeds meer een dienstenkarakter krijgt.  De moderne economie is niet blue collar, maar pink collar. Welke ruimtelijke kenmerken horen bij zo’n succesvolle dienstenstad? In ieder geval geen glazen torens in het stadscentrum. Geen havenretoriek. Geen voetbalstadions. Geen stadsmariniers. Geen spierballen. Geen haast. Wat dan wel? Luister naar vrouwen als Jane Jacobs en Van den Berg: “Waar gezinnen midden in de stad wonen in plaats van in tuinsteden en waar de modernistische stadsplanning plaats maakt voor gemengde stadsfuncties en ruimte voor tweeverdieners.” Kan een machostad zich omvormen? Het lijkt moeilijk. Pittsburgh is het wel gelukt. Die voormalige industriestad trekt veel jonge vrouwen en singles uit New York, maar heeft dan ook haar industriele imago van zich afgeschud. Misschien als Rotterdam de boodschap van vrouwen als Van den Berg eens ter harte neemt, ook al werken ze in Amsterdam.

Tagged with:
 

Stilstaande vijver

On 27 juni 2013, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 22 maart 2013:

Uitgeknipt: ‘Honkvaste Nederlanders blijven generaties lang in dezelfde regio wonen’. Het artikel stond enige tijd geleden in NRC Handelsblad, de bron betrof een onderzoek van het Meertens Instituut over de mobiliteit van Nederlanders in de twintigste eeuw. Nederlanders, was de boodschap, blijven generaties lang in dezelfde gemeente wonen. Limburgers blijven Limburgers, Friezen blijven Friezen, Groningers blijven Groningers. In de Bible belt, met het voormalige eiland Urk als uitschieter, was de mobiliteit zelfs minimaal, evenals in Zeeuws Vlaanderen. Maar ook in Zuid-Limburg en Groningen en Friesland is de verhuisgeneigdheid zeer gering. Alleen de villadorpen rond de grote steden en de nieuwe gemeenten van Flevoland tonen verhuizingen over iets grotere afstand. Echter, ook daar valt de dynamiek danig tegen. Ik moest eraan denken toen ik afgelopen week een sessie meemaakte van ‘De Republiek van Amsterdam’. Vijf hoogleraren in de sociale wetenschappen van de Universiteit van Amsterdam spraken met de wethouder van stadsontwikkeling, Maarten van Poelgeest, over de groei van Amsterdam. De wethouder wilde weten waarom mensen naar Amsterdam migreren. Vanwege de arbeidsmarkt of vanwege de goede voorzieningen? Waarin moet hij investeren?

Dat Amsterdam aantrekkingskracht uitoefent op mensen elders in Nederland is, getuige het onderzoek van het Meertens Instituut, uitzonderlijk. Veelal komen de instromers uit de andere universiteitssteden en betreft het studenten of pas afgestudeerden. Andere migranten komen van ver, maar niet uit de rest van Nederland. Zij zijn juist laagopgeleid. De bevolking van Amsterdam raakt hierdoor relatief snel hoogopgeleid en tegelijk laagopgeleid, dat wel, maar dat is dus binnen Nederland tamelijk uitzonderlijk. Verder blijft iedereen op zijn plek. Trouwens, ook de Amsterdammers, eenmaal gevestigd, komen niet meer van hun plaats en blijken honkvast. Dat gegeven werd nog eens bevestigd door de hoogleraren. De mobiliteit van Nederlanders, vertelden ze, is uiterst gering. De verzorgingsstaat zorgt goed voor ze, waar ze ook wonen. De verdelende rechtvaardigheid houdt ze op hun plek. Succesvolle steden zullen daardoor niet groeien. Wat was het advies van de hoogleraren aan de wethouder van Amsterdam? Zorg voor een gezonde arbeidsmarkt, maar reken niet op veel dynamiek. Nederland lijkt nog het meest op een stilstaande vijver. Is dat gezond? Nee, natuurlijk niet.

Tagged with:
 

Ondernemen in krimp

On 4 december 2012, in demografie, economie, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 1 december 2012:

Terwijl afgelopen vrijdag Amsterdam zijn 800.000ste inwoner verwelkomde, waren winkelstraatmanager Nel de Jager en ik op werkbezoek in het krimpende Delfzijl. Nel is winkelstraatmanager in de Amsterdamse Haarlemmerstraat. Op dit moment is dat een van de beste winkelstraten van Nederland. Terwijl Amsterdam groeit en stevig zal blijven doorgroeien, zullen er de komende jaren nog honderden woningen in Delfzijl moeten worden gesloopt. Nel en ik keken, samen met de ondernemers van het winkelcentrum van Delfzijl, naar goed ondernemerschap in een omgeving die demografisch krimpt. Het centrumplan van de gemeente koerst op een kleiner centrum rond het historische hart. Daarvoor moeten panden worden gesloopt, historische winkels gerestaureerd, een flat afgebroken en supermarkten verplaatst. Maar zo’n strategie, die grote publieke investeringen vergt, kan alleen slagen als de winkeliers ook buitengewoon presteren. Maar hoe doen ze dat?

Nel vroeg aan de winkeliers of zij wel eens aan hun klanten vroegen wat ze van hun winkel vonden. Nee, moesten ze bekennen, dat deden ze eigenlijk nooit. Het kwam Nel maar al te bekend voor. De meeste ondernemers ondernemen niet, zei de winkelstraatmanager; ze bieden gewoon hun spulletjes aan en denken dat de mensen die vervolgens wel zullen kopen. Ondernemers werken ook niet met elkaar samen, spreken elkaar niet aan op falend ondernemerschap. En filiaalhouders van ketens hebben geen enkele binding met hun omgeving, want om de twee jaar wisselen ze toch van filiaal. Ketens zijn dan ook zelden lid van de plaatselijke winkeliersvereniging. Besturen van zulke verenigingen hebben het vaak zwaar te verduren. Aan al deze zwaktes zullen de winkeliers van Delfzijl zelf hard moeten werken, willen ze de krimp goed kunnen doorstaan. Het herstructureren van het winkelcentrum met veel gemeenschapsgeld is daarvoor niet voldoende. Nel sprak van de noodzaak van ‘community building’ en van innovatief ondernemerschap. Luisteren naar een klantenpanel zou al veel helpen. Wordt vervolgd.

Tagged with:
 

No New Towns

On 29 april 2012, in demografie, regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen op VK.nl van 3 september 2011:

Terwijl de bevolking van Rusland krimpt – vorig jaar met 3 miljoen tot 142,9 miljoen zielen –, groeit die van Moskou. Sinds de volkstelling van 2002 nam de Moskouse bevolking met bijna 11 procent toe, tot 11,5 miljoen. Plus de 1,8 miljoen die elders staan ingeschreven maar feitelijk in Moskou wonen en werken. Het aantal illegalen in Moskou schat men nog eens op tenminste één miljoen. In totaal telt Moskou op dit moment dus bijna 15 miljoen inwoners en dat inwonertal groeit nog steeds. Mensen trekken naar Moskou vanwege de kans op werk en vanwege de grote inkomensverschillen: in Moskou zijn de salarissen gemiddeld drie tot vier keer hoger dan in de provincie. Dit gegeven plus het feit dat Moskou zelf geteisterd wordt door hevige congestie was de aanleiding voor het stadsbestuur om alvast een stuk grond ten zuidwesten van Moskou in te lijven, voor de regering om decentralisatie van het apparaat naar de periferie te overwegen en om een internationale prijsvraag uit te schrijven voor de uitleg van Moskou in de oblast: the Moscow Competition. Tien architecten dingen naar de gunst van de Moskouse autoriteiten. In september zullen hun ontwerpen worden tentoongesteld in een paviljoen in het Gorki Park. Het grote voorbeeld is de ontwerpwedstrijd ‘Grand Paris’ van president Sarkozy voor de herstructurering van Parijs uit 2009. Zo’n aansprekend evenement wil Moskou nu ook. Door de Russische collega’s was ik gevraagd deel uit te maken van het expertteam dat de ontwerpen moet beoordelen. Afgelopen week voltrok zich de tweede ronde.

Direct de eerste dag ontstond al ophef toen het Parijse bureau Grumbach, door mij daartoe uitgedaagd, verklaarde dat Moskou geen nieuwe steden moet bouwen. De Parijse ‘Villes Nouvelles’ waren immers op een grote mislukking uitgelopen. Ook rond Londen en de Randstad, aldus Grumbach, bleken de nieuwe steden allesbehalve een succes. De architecten in de zaal die uitgerekend polycentrische structuren hadden getekend en nieuwe steden hadden toegevoegd, waren not amused. Een van hen – het Rotterdamse bureau OMA – noemde de afwijzing van nieuwe steden zelfs reactionair. Logisch, want het bureau had liefst vier reusachtige luchthavensteden in de oblast getekend. Mijn compaan Reiner Nagel, directeur stadsontwikkeling van Berlijn, ontvouwde daarop een krantenartikel uit Die Zeit waarin de demografische ontwikkeling van de Russische Federatie tot 2050 was berekend. Daaruit bleek dat op termijn ook Moskou zal gaan krimpen. Het voorstel van OMA zou, wanneer Moskou op termijn inwoners verliest, neerkomen op een regelrechte ramp. De groei van de vier satellieten onder de conditie van krimp plus de decentralisatie van functies naar de vier new towns zal het bestaande Moskou zeker uithollen. Nagel en ik keken elkaar aan. Deze discussie, oordeelden wij, verdient hoe dan ook een vervolg.

Tagged with:
 

Be yourself

On 12 april 2012, in demografie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 6 april 2012:

‘Going Solo’ heet het nieuwste boek van Eric Klinenberg, hoogleraar sociologie aan New York University. Het gaat over alleenstaanden in steden als Washington, Denver, Dallas, San Francisco en New York. Ik las een bespreking in NRC Handelsblad, geschreven door Guus Valk. Bijna de helft van de volwassen Amerikanen heeft geen gezin, in grote steden is het aandeel alleenstaanden nog groter. In Scandinavië is het aandeel nog groter dan in de VS. “Deze ontwikkeling voltrekt zich internationaal. Er is geen beschaving uit het verleden waar eerder zoveel mensen alleen woonden.” Eenderde van de alleenstaanden bestaat uit ouderen. Doordat we steeds ouder worden, wordt deze groep ook steeds groter. De andere tweederde is alleenstaand voor bepaalde tijd. “De snelst groeiende groep bestaat uit mensen tussen de 35 en 65, die ooit een tijd een lange relatie hebben gehad.” Volgens Klinenberg heeft de groei van die groep te maken met de emancipatie van vrouwen. Vrouwen kunnen tegenwoordig in hun eigen levensonderhoud voorzien. ‘Going Solo’ bevat driehonderd interviews met stedelingen die alleen leven, zonder partner. Ze blijken niet minder gelukkig of succesvol te zijn dan echtparen. Alleen wonen is ook niet langer een vloek, al wil lang niet iedereen zijn hele leven zonder verbintenis leven. De groep ‘Happy Singles’ is naar verhouding klein.

Klinenberg merkt op dat de groei van grote steden dit proces nog heeft versneld. “Een stad biedt een plek aan mensen die zich individueel willen uiten, en creëert nieuwe subculturen.” Als voorbeeld noemt hij groepen veertig-plussers die kiezen voor woongroepen, waar ze samenleven zonder te veel verplichtingen. Ook gelooft hij dat de opkomst van social media als facebook en skype het sociale leven van mensen overhoop gooit. “Interessant is dat die communicatiemiddelen mensen niet afstompen of vervreemden van hun omgeving, ze gaan juist sneller naar feesten of andere ontmoetingen.” Social media bevorderen dus het grootstedelijke leven. Klinenberg: “Er is een gigantische verschuiving van ons sociale leven gaande en niemand weet nog of dat goed of slecht is.” De strekking van zijn betoog deed me denken aan ‘The Rise of the Creative Class’ (2002) van Richard Florida. Daarin schetste deze Amerikaanse econoom een beeld van nieuwe opkomende samenlevingsvormen die onze culturele economie sterk aanjagen: “Our evolving communities and emerging society are marked by a greater diversity of friendships, more individualistic pursuits and weaker ties within the community. People want diversity, low entry barriers and the ability to be themselves.” Voorwaarden voor economische groei, dat zijn het.

Tagged with: