Alternatieve steden

On 27 maart 2014, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Rebel Cities’ (2012) van David Harvey:

Op 20 juli 2012 publiceerde NRC Handelsblad een recensie van de hand van Wouter Vanstiphout over David Harveys ‘Rebel Cities’ (2012). Vanstiphout is bijzonder hoogleraar ‘Design and Politics’ aan de TU Delft, David Harvey is ‘distiguished’ hoogleraar Antropologie en Geografie aan de City University of New York. Vanstiphout vond het boek van Harvey een indrukwekkend pamflet, maar meende dat deze de plank missloeg waar de oude communist nog altijd geloofde in een wereldrevolutie, nu vanuit de steden. ‘Rebel Cities’ verscheen kort na de opstanden van de Occupy beweging. Voor Harvey was de vergelijking met de Parijse Commune van 1871 destijds te mooi om niet te maken. En het moet gezegd, sinds het verschijnen van het boek zijn we getuige geweest van alweer nieuwe opstanden in steden als Istanbul en Kiev. Vorige week las ik het boek dan eindelijk.

Net als voor Marx is voor Harvey de stad de fysieke uitdrukking van de grenzeloze accumulatie van kapitaal, nee het is erger: moderne steden als Dubai, Madrid, Sao Paulo, Mumbai, Hongkong en Londen zijn, aldus de Marxistische hoogleraar, gefinancierd met immense leningen en schulden die nooit en te nimmer zullen worden terugbetaald. "Almost every city in the world has witnessed a building boom for the rich – often of a distressingly similar character – in the midst of a flood of impoverished migrants converging on cities as a rural peasantry is dispossessed through the industrialization and commercialization of agriculture." Op de vleugels van de ‘We are the 99 percent’ moet volgens Harvey zowel mondiaal als lokaal een nieuwe, rechtvaardiger maatschappij worden gevestigd, met daarbinnen ruimte voor alternatieve steden. In ‘Rebel Cities’ heb ik gezocht naar de contouren van of hoe deze alternatieve steden zouden zijn te bereiken, maar heb weinig anders gevonden dan enkele voorbeelden uit Bolivia, zoals El Alto, hoog in de bergen boven La Paz. De staat heeft zich er teruggetrokken, het bestuur bestaat uit zelforganisatie, de omgang tussen groepen is informeel, langzaam groeit er een gevoel van solidariteit. Het deed Harvey denken aan de Parijse Commune. Mij herinnerde het aan Ayn Rand’s ‘Atlas Shrugged’. Een utopie.

Tagged with:
 

Chiraq

On 29 januari 2014, in muziek, sociaal, by Zef Hemel

Gelezen in XXL Magazine van 22 januari 2014:

Vertelde ik trots dat ik eindelijk de recensie van ‘Planning Chicago’ (2013) van Bradford Hunt en DeVries af had, vroeg de Canadese planner Mitchell Reardon, bij me op bezoek, of ik ook over ‘Chiraq’ had geschreven. Pardon? Chiraq? Het blijkt te gaan om meest recente bijnaam van de ‘Windy City’. Chiraq, bedacht door rappers, staat over het hoge aantal moorden dat gepleegd wordt in Chicago – bijna even veel als in heel Irak: 4.265 moorden in Chicago tussen 2003 en 2011, 4.442 doden in Irak in dezelfde periode. De stad in het Middenwesten van de Verenigde Staten, voegde Mitchell eraan toe, heeft de allures van Bagdad, met zones waar het veilig is en grote delen waar het uiterst gevaarlijk en luguber kan zijn. Nee, daarvan hadden de twee wetenschappers van Roosevelt University in hun boek niet gerept. In XXL Magazine lees ik dat er sinds 7 januari twee documentaires rouleren over het fenomeen ‘Chiraq’. ‘Chiraq’ gaat over de achttienjarige Lil Jojo, een rapper die op straat werd vermoord nadat hij een video had geüpload. Een tweede documentaire, ‘’The Field’, gaat over ‘voilence, hip-hop and hope in Chicago’ . Beide moet ik zien.

Nu begrijp ik pas waarom Chicago bevolking verliest en waarom ook de Afrikaans-Amerikaanse bevolking de stad massaal de rug toekeert (achttien procent maar liefst vertrok). Terwijl het gerevitaliseerde centrum van het gesegregeerde Chicago (blanke) inwoners wint en de gebieden eromheen een proces van gentrification doormaken, lopen sommige (zwarte) buitenwijken domweg leeg. De stad telt 12.000 daklozen, en ook dat aantal groeit. Door de financiële crisis staat 40 procent van de zwarte huiseigenaren ‘onder water’. Wat concluderen Bradford Hunt en DeVries? “The gloomy data from the past decade imply that Chicago’s renaissance is incomplete and that the city’s population and job bases will continue to shift dramatically, as they have for the past 30 years. Was the global city built on sand? No, but the likelyhood remains high that a strong central area will eventually be surrounded by declining neighborhoods on the city’s fringes, creating a new set of planning problems.” De gemeente mist een ‘planning department’, dat nota bene in 2011 is wegbezuinigd.

Tagged with:
 

Keynsiaans en Berlagiaans

On 4 september 2013, in duurzaamheid, economie, sport, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 28 juli 2013:

Komkommernieuws was het. Maar wel belangwekkend komkommernieuws. De Olympische Spelen in Londen hebben, zo bleek deze zomer, de Britse hoofdstad meer opgeleverd dan gekost: 9,9 miljard pond tegen 9 miljard pond. En wat misschien nog wel belangrijker is: alle acht stadions hebben nieuwe huurders en worden bespeeld, het mediacomplex heeft een nieuw leven als data-opslaggebouw, de 2800 flats in het Olympische dorp ontvangen deze maand hun nieuwe bewoners, het winkelcentrum van Westfield blijkt een hit, het Olympische park – omgedoopt in Queen Elisabeth Olympic Park – werd deze zomer feestelijk heropend en het station voor de Eurostar-treinen functioneert goed en is elke dag druk en vol. Heel Oost-Londen is dankzij de Olympische Spelen in een paar jaar tijd herschapen in een bruisend stadsdeel, terwijl het nog niet zo lang geleden de armste buurten bevatte van heel Londen, met 2,5 vierkante kilometer industrieel vervuild land. Sebastian Coe, voorzitter van het organiserend comité van de Spelen en tegenwoordig legacy advisor, kon dan ook meer dan tevreden deze zomer de resultaten presenteren tegenover een naar vakantie hunkerende pers.

Al met al duurde de planvorming in Londen niet meer tien jaar. Het resultaat is verbluffend. Niet alleen is de oostkant van Londen qua uitstraling en voorzieningen door de Olympische infrastructuur sterk verbeterd, ook het Britse bedrijfsleven heeft van de Spelen immens geprofiteerd. Zelfs degenen in Londen die bang waren voor een yuppiesville hebben geen gelijk gekregen. Trouwens, het hele Verenigd Koninkrijk is door de Spelen bekend komen te staan als een knap organisator en een professioneel sport- en medialand. Dat de organisatie van het grootste sportevenement ter wereld altijd uitloopt op een financieel fiasco is met de Londense ervaring ook meteen gelogenstraft. Dat brengt me op het volgende. Je zou de kwakkelende economie van Nederland een enorme impuls kunnen geven door de Olympische Spelen naar de hoofdstad te halen. Eindelijk bouwen we dan een echte metropool. In 15 jaar kun je niet alleen een erfenis voorbereiden waarvan volgende generaties als geen ander zullen profiteren, maar kun je ook de zittende bevolking een grote dienst bewijzen door midden in de crisis de economie Keynsiaans en Berlagiaans te stimuleren.

Tagged with:
 

The Great Inversion

On 19 juni 2013, in economie, sociaal, stedelijkheid, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The future of the American city’ van Edward Luce in FT:

Edward Luce, commentator voor de USA van de Financial Times, schreef onlangs een onthutsend artikel over de toekomst van de Amerikaanse stad. Hij stelde vast dat de verhoudingen tussen stad en suburb volledig zijn omgedraaid: ooit woonden de rijken in de buitenwijken en de armen in de grote steden, tegenwoordig wonen de rijken in de centra van de grote steden en blijven de armen achter in de suburbs. De economie van de groeikernen en suburbane gebieden verdampt, stelt Bruce Katz van het Brookings Institute, terwijl die van de grootstedelijke centra juist sterk groeit. Anders gezegd, de beste banen vindt men tegenwoordig in de grote stad, daar moet je zijn. “Owning a car is optional.” De armen daarentegen zijn tegenwoordig veroordeeld tot filerijden naar de grote stad. “They are too busy plying the freeways.” Het kan verkeren.

Luce erkent dat de deskundigen het er nog niet over eens zijn of deze verarming van de buitenwijken een tijdelijk verschijnsel is of een trend. Sommigen denken dat het iets tijdelijks is, iets dat samenhangt met de financiële crisis. Als de Verenigde Staten eenmaal de opgaande lijn weer te pakken hebben, zullen de suburbs weer de motoren blijken van de Amerikaanse economie. En inderdaad, Luce geeft tal van voorbeelden van Amerikaanse gezinnen in de buitenwijken die hard worden geraakt door de recessie, terwijl de grote steden veel beter bestand blijken tegen de crisis. Blijft het feit dat gezinnen in de suburbs van de Amerikaanse steden sterk zijn verarmd en dat voor het eerst in de Amerikaanse geschiedenis meer armen in de buitenwijken wonen dan in de grote steden. Luce haalt een recente studie aan waaruit blijkt dat de publieke en private geldstromen naar Chicago zevenmaal groter zijn dan naar haar suburbane omgeving, en vijfmaal groter naar het centrum van Los Angeles in vergelijking met de buitenwijken. De armen rijden auto, betalen benzine, dragen de lasten van autoverzekeringen en hebben ook nog eens minder kans op werk. Ze hebben er in de VS ook al een naam voor: ‘The Great Inversion’.

Tagged with:
 

Nieuwe Plantages

On 18 maart 2013, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gezien in het Stadsarchief van Amsterdam op 16 maart 2013:

Sinds een aantal weken is er een fraaie tentoonstelling te zien in het Amsterdamse Stadsarchief aan de Vijzelstraat. In ‘Booming Amsterdam’ kunnen bezoekers de ‘Gouden Eeuw’ van Amsterdam in originele kaarten bewonderen en beleven. Tussen 1596 en 1672, in amper zeventig jaar tijd, verviervoudigde de bevolking van Amsterdam. De met deze onstuimige groei verband houdende monumentale stadsuitbreiding van een metropool-in-wording voltrok zich in enkele grote stappen: de eerste tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621), de laatste vanaf 1661. Tussentijds werden nog Kattenburg en Wittenburg aangelegd. De expositie is een uitstekende les in grootschalige planning en stedenbouw. Niets ‘spontane stad’, maar juist geplande stadsuitbreiding met een vaste hand.

Alles komt abrupt tot stilstand in het Rampjaar 1672. Daarna wordt vrijwel geen kavel in de stad meer verkocht. Tien jaar later, in 1682, besluit het bestuur om de Plantage te ontwerpen op de braakliggende kavels in het oosten, met groene alleeën, grote tuinen, een magistraal ontwerp. Wie kon destijds bevroeden dat in die tuinen later, in de negentiende eeuw, een hortus en een dierentuin zouden komen, een universiteit zich zou vestigen, diverse schouwburgen zouden openen, een statige woonwijk zou verrijzen? ‘Booming Amsterdam’ is uitgerekend te zien in de huidige crisis, kort na het rampjaar 2008. Na decennia van stedelijke groei tijdens de zogenaamde ‘Derde Gouden Eeuw’ is de stadsontwikkelingsmachine van Amsterdam opnieuw tot stilstand gekomen. Ook op dit moment wordt er in de stad geen kavel meer verkocht. Nee, deze tentoonstelling is ironisch en buitengewoon leerzaam. Op alle bouwrijp gemaakte binnenstedelijke terreinen zouden vanaf nu schitterende Plantages moeten worden ontworpen, als een bescheiden maar waardevolle investering voor het nageslacht.

Tagged with:
 

Sociale crisis

On 15 februari 2013, in economie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 9 februari 2013:

Schrijver Arnon Grunberg reisde naar Thessaloniki, Griekenland. In NRC Handelsblad verscheen van zijn hand een reportage. Na Athene is Thessaloniki de grootste stad van het Zuid-Europese land; in totaal telt hij zo’n 800.000 inwoners. Vooral door zijn nieuwe burgemeester, Yannis Boutaris, is de Noord-Griekse stad veel in het nieuws en gaat diens verhaal over de stad de hele wereld over; Der Spiegel en The New York Times wijdden uitgebreide artikelen aan Boutaris. Of eigenlijk is het de financiële crisis, die Griekenland het hardste raakt, de werkelijke aanleiding. Voor westerse financiers is de aanpak van Boutaris namelijk een dankbare afleiding. Zo kun je dus óók met de crisis omgaan: niet anderen verwijten, maar zelf iets doen, samen met de hele bevolking. De stad versus het land.  Thessaloniki versus hoofdstad Athene. Boutaris werkt aan niet minder dan een civil society.

Volgens Boutaris is weliswaar sprake van een economische crisis, maar die is over vijf jaar wel weer voorbij. De echte crisis is volgens hem een sociale: die begon met het einde van de Griekse dictatuur. De relatie van de Grieken met hun eigen Staat is problematisch. Door de Duitse bezetting, de dictatuur die volgde en de burgeroorlog plaatsen de burgers zich boven de wet. Grieken willen geen belasting betalen. Maar er is meer. “Er heeft een enorme trek van het platteland naar de stad plaatsgevonden. In heel Griekenland. Op Seoul na is in geen enkel land de bevolking verhoudingsgewijs zo geconcentreerd als in Athene. Maar de mensen zijn geen stedelingen geworden.” Daarom wijst Boutaris zijn burgers voortdurend op de geschiedenis van hun stad en doet hij ook uitgebreide archeologische opgravingen – om te bewijzen dat coëxistentie hoort bij Thessaloniki. Door de burgers verantwoordelijk te maken voor de stadsreiniging en de stad Berlijn te vragen hierbij te helpen, slaat hij twee vliegen in één klap. Het is trouwens opmerkelijk dat Boutaris naar Duitse steden reist om zijn Duitse collega’s te spreken. Zo probeert hij het Duitse denken over Griekenland te beïnvloeden. En zo vliegt hij ook naar Ankara en Istanbul om toenadering te zoeken tot de Turkse buren. Wat het vijf miljoen tellende Athene – laat staan de elf miljoen tellende Griekse staat – niet lukt, dat doet het kleine broertje in Centraal-Macedonië.

Tagged with:
 

The Brightest Light

On 27 november 2012, in economie, by Zef Hemel

Gezien in ‘Queen of Versailles’ op 22 november 2012:

Misschien was ik wel de enige in Amsterdam die hem nog niet had gezien: de documentaire ‘Queen of Versailles’. Afgelopen week was hij te bewonderen in Holland Doc van de VPRO. Aanvankelijk dacht ik dat de film over Parijs zou gaan, maar dat bleek niet zo te zijn. Het gaat over Jackie en David Siegel en hun nieuwe huis-in-aanbouw in Miami, Florida. Dat woonhuis werd een kopie van Versailles, door het echtpaar bewonderd en nagetekend op een servetje tijdens hun huwelijksreis in Frankrijk. Het zou het grootste woonhuis van de VS zijn geworden als het was afgebouwd. Maar dat gebeurde niet. De crisis sloeg toe, in september 2008. Daarna verloor David al zijn geld, dat helemaal geen echt geld bleek te zijn. Zijn vastgoedimperium – formule: timesharing – bleek gebouwd op bankleningen, verstrekt tegen lage rente. Toen de banken instortten kon David niet meer aan nieuw geld komen. Ook zijn oude geld bleek helemaal niets waard te zijn. Alles was gefinancierd met leningen. Terwijl David probeert zijn vrouw en kinderen te leren het licht uit te doen als ze het huis verlaten, spendeert zijn vrouw – een voormalige Miss Florida – , verslaafd aan haar creditcard, gewoon door.

De film laat mooi zien hoe onze economie de afgelopen decennia vorm kreeg: met een monetair beleid dat ons tot extreem consumeren aanzette. Het blijkt allemaal botox te zijn. VINEX is in dat opzicht niet beter dan Miami of Las Vegas. Weet u nog van die Belle van Zuylentoren die Utrecht wilde bouwen in het midden van Leidsche Rijn? Vlak voor de crisis had David het grootste timesharinghotel van de wereld laten bouwen in Las Vegas. Met zijn 52 verdiepingen en 1200 appartementen torent het blauwe PH Towers Westgatehotel uit boven de andere hotels. David wil het aanvankelijk niet verkopen. Het is zijn grote trots. Echter, op het eind van de film dooft toch het licht, maar op de website staat nog steeds het volgende te lezen: ‘"With the unveiling of the PH Towers Westgate signage on top of the building, the brand name ‘Westgate’ took its place above the Las Vegas Strip illuminated with a newly patented LED lightning system boasting the largest letters of any hotel sign on The Strip. The Westgate brand is now the brightest light in Las Vegas.”

Tagged with:
 

Gehoord in Dumbarton Oaks, Washington DC, op 4 en 5 mei 2012:

Het symposium over ‘Food & The City’ op Dumbarton Oaks, Washington DC, vond plaats in de Music Room, een uitbreiding daterend uit 1928 van het achttiende eeuwse landhuis waar in 1944 de geallieerden onderhandelden over de oprichting van de Verenigde Naties. In deze historische, met gedempt licht beschenen zaal klonken de historische bijdragen van David Haney (Kent University), David Rifkind (Miami International University), Tal Alon-Mozes (Technion University) en Mary McLeod (Columbia University) over de voedselproblematiek van steden in de twintigste eeuw met een merkwaardige echo. Vreemd, dat de recente trend van ‘urban farming’ zulke duidelijke historische parallellen kent. Want kort voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog en later tijdens de Grote Depressie en de wederopbouw outilleerden alle grote steden zich met tuinen, volkstuinen en tuinbouwarealen om in de eigen behoefte aan voedsel te voorzien. Deze stadslandbouw werd ook toen al gezien als sociaal, emanciperend, duurzaam en gezond. Haney plaatste de figuur van ‘the Anarchist Prince’ Leberecht Migge centraal, en alle latere sprekers refereerden aan deze unieke Duitse tuinarchitect uit het Interbellum. Zo mogelijk nog opmerkelijker vond ik dat alle sprekers erop wezen dat deze stedelijke beweging steeds gepaard was gegaan met oproepen tot ‘spontane’ en ‘organische’ stedenbouw. Migge schreef over ‘Die Wachsende Siedlung’ en Le Corbusier tekende zijn ‘Ferme Radieuse’ en zijn ‘Village Radieux’

Iemand in de zaal vroeg of de populariteit van stadslandbouw en van organische stedenbouw misschien iets te maken heeft met de crisis. Gaan mensen hun eigen voedsel verbouwen zodra er sprake is van ernstige maatschappelijke ontwrichting? En verlangt iedereen ineens naar zelfbouw en ongeplande buurten als de economie stevig neerwaarts gaat? Geen van de historisch geschoolde sprekers durfde dit te ontkennen. Hun verhalen hadden ze geplaatst in situaties van grote maatschappelijke onrust, armoede, ontwrichting, idealisme, bevlogenheid en hoop. Hier een bloemlezing van Twitter-volgers die, door mij gevraagd naar de reden waarom stadslandbouw wereldwijd op dit moment zo populair is, antwoordden: omdat het zo leuk staat in de media, vanwege imagoverbetering van eigenaren, vanuit het besef dat langeafstandsrelaties met landbouw en voedselvoorziening onzeker en niet transparant zijn, om dezelfde reden waarom we in het voorjaar krokussen en hyachinthen op tafel zetten, vanwege de structurele leegstand en de duurzaamheid, omdat het zo leerzaam is voor kinderen. Iemand zond me een samenvatting van een boek van André Viljoen en Han Wiskerke, getiteld ‘Sustainable food planning: evolving theory and practice’. Daarin worden voedselveiligheid en duurzaamheid van de voedselproductie als de belangrijkste aanleidingen genoemd. “In the wider contexts of global climate change, resource depletion, a burgeoning world population, competing food production systems and diet-related public health concerns, new paradigms for urban and regional planning capable of supporting sustainable and equitable food systems are urgently needed.” Dat laatste klinkt behoorlijk verontrustend. Het antwoord is dus ja.

Tagged with:
 

Hervormen

On 27 maart 2012, in participatie, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Welcome to the urban revolution’ (2009) van Jeb Brugmann:

Hoe mobieler mensen, goederen, geld en kennis worden, hoe meer locatie ertoe doet. We denken nog te weinig ruimtelijk, te weinig in steden. De Amerikaanse strateeg Jeb Brugmann schreef hierover een indrukwekkend boek. De financiële crisis van 2008, schrijft hij in ‘Welcome to the urban revolution’, is veroorzaakt door het in elkaar storten van “an American city model building boom’’. De crisis gaat dus over onze steden. Geen econoom die daaraan denkt. Ons model van stadsontwikkeling is ondeugdelijk gebleken. “We have been building cities everywhere like industrial commodities, measuring them in undifferentiated square footage, while marketing them with names that stimulate our memories of citysystems and their community life.” Om de wereld van de ondergang te redden moeten we heel andere steden gaan bouwen dan die volgens het gangbare ‘corporate city’-model. Maar hoe? Hier introduceert Brugmann het begrip ‘urbanism’. ‘Urbanism’ is een stedelijke strategie die actieve participatie toelaat van burgers en bedrijven en die streeft naar werkelijk duurzame groei. Zo’n strategie vereist dat natie-staten een flinke stap terugdoen en niet langer voorschrijven hoe steden moeten opereren. ‘Urbanism’ veronderstelt daarentegen dat lokale bedrijven actief gaan deelnemen aan de ontwikkeling van hun stad en zich niet langer afzijdig houden. Het is ook in hun belang dat steden creatief en duurzaam worden. “Embuing corporate city model building with a process of cocreation with communities, users, and local urbanists is one of the most important challenges and opportunities of urban practice in the final phase.”

Wat vereist dit van stadsbesturen? Besluitvorming zou niet langer achter de gesloten deuren van het stadhuis moeten plaatsvinden, in college, raad en voorbereid door de bureaucratie. De macht zou moeten worden gedeeld met burgers, ondernemingen en gemeenschappen. Het dominante stedelijke regime zou juist deelname van allen moeten stimuleren en private actie ondersteunen. Het moet weliswaar doelgericht zijn, maar ook gebaseerd op inspiratie en ondersteuning van anderen. Het juiste regime is stabiel, maar ook open en relatief informeel. “In a very important sense, a regime is empowering.” Strategische allianties zijn volgens Brugmann niet genoeg. Om te overleven en zich snel aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden zullen steden zich zo snel mogelijk regimes eigen moeten maken die fundamenteel op cocreatie zijn gericht. Volgens Brugmann is er geen tijd te verliezen. Hervormen dus!

Tagged with:
 

Frisse wind

On 4 maart 2011, in politiek, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in S&RO nr. 1 van jaargang 2011:

Met een overigens matig geredigeerd artikel van Willem Buunk steelt de redactie van S&RO ook dit keer de show. Een show in uitdunnend planologenland, dat wel. Buunk is lector aan de Christelijke Hogeschool Windesheim te Zwolle en gemeenteraadslid voor de VVD in Utrecht. De ruimtelijke ordening in Nederland verkeert helemaal niet in een crisis, maar wordt stevig hervormd, dat is de strekking van Buunks artikel. Hervormd naar christelijk-liberale-populistische snit, wel te verstaan. De overheid voert in die hervorming niet meer de regie, er komt een einde aan de grote projecten, hoogbouw is taboe, van intensivering van het ruimtegebruik wordt afscheid genomen, de wijkaanpak is verleden tijd, en compacte steden staan niet meer centraal. Dat was allemaal gedachtengoed naar sociaal-democratische snit. Wat ervoor in de plaats komt is ‘spontane orde’, prijsmechanismen en markten hun werk laten doen, bereikbaarheid centraal stellen, minder regels, decentralisatie naar gemeenten, stoppen met rijksnota’s. Buunk, die spreekt van “een frisse wind”, schrijft bestraffend aan zijn vakgenoten: “Het vergt misschien een grote mentale flexibiliteit, maar die mag dan ook wel eens getoond worden.” Alsof alle planologen linkse hobbyisten zijn. Het is rechtse retoriek. Je zou er bijna aan gewend raken.

Op de analyse sec van Buunk valt weinig aan te merken, op de toon heel veel. Ergens voel je toch een afrekening. Mooi ook die Nederlandse taal: ‘hervorming’, ‘spontane orde’, ‘’je gaat erover of niet’’. Diepgang mis ik wel. Wat er in het recente verleden misgegaan is, daarover lees je niets. Nee, we leven in gevaarlijke tijden. Bijna schuldbewust lees ik het volgende artikel in dit mooie ‘crisisnummer’. Dat is van de hand van Jeroen Saris, ooit wethouder GroenLinks te Amsterdam, en Evert Verhagen. De vastgoedcrisis en de kredietcrisis, stellen zij, hangen nauw met elkaar samen. Er werd gespeculeerd op oneindige waardestijging. (De markt deed zijn werk!). “Nu deze miljardenwolk is leeggelopen staat vast dat de vastgoedwereld nooit meer dezelfde zal zijn. De ruimtelijke ordening evenmin.” Ook linkse mensen begrijpen dus dat er een hervorming nodig is. Hoe komt die nieuwe, linkse ruimtelijke ordening er dan uit te zien? “Het nieuwe buzz-woord is ‘organische groei’.” Organische groei? Spontane orde? Wat is het verschil?

Tagged with: