The Great Inversion

On 19 juni 2013, in economie, sociaal, stedelijkheid, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The future of the American city’ van Edward Luce in FT:

Edward Luce, commentator voor de USA van de Financial Times, schreef onlangs een onthutsend artikel over de toekomst van de Amerikaanse stad. Hij stelde vast dat de verhoudingen tussen stad en suburb volledig zijn omgedraaid: ooit woonden de rijken in de buitenwijken en de armen in de grote steden, tegenwoordig wonen de rijken in de centra van de grote steden en blijven de armen achter in de suburbs. De economie van de groeikernen en suburbane gebieden verdampt, stelt Bruce Katz van het Brookings Institute, terwijl die van de grootstedelijke centra juist sterk groeit. Anders gezegd, de beste banen vindt men tegenwoordig in de grote stad, daar moet je zijn. “Owning a car is optional.” De armen daarentegen zijn tegenwoordig veroordeeld tot filerijden naar de grote stad. “They are too busy plying the freeways.” Het kan verkeren.

Luce erkent dat de deskundigen het er nog niet over eens zijn of deze verarming van de buitenwijken een tijdelijk verschijnsel is of een trend. Sommigen denken dat het iets tijdelijks is, iets dat samenhangt met de financiële crisis. Als de Verenigde Staten eenmaal de opgaande lijn weer te pakken hebben, zullen de suburbs weer de motoren blijken van de Amerikaanse economie. En inderdaad, Luce geeft tal van voorbeelden van Amerikaanse gezinnen in de buitenwijken die hard worden geraakt door de recessie, terwijl de grote steden veel beter bestand blijken tegen de crisis. Blijft het feit dat gezinnen in de suburbs van de Amerikaanse steden sterk zijn verarmd en dat voor het eerst in de Amerikaanse geschiedenis meer armen in de buitenwijken wonen dan in de grote steden. Luce haalt een recente studie aan waaruit blijkt dat de publieke en private geldstromen naar Chicago zevenmaal groter zijn dan naar haar suburbane omgeving, en vijfmaal groter naar het centrum van Los Angeles in vergelijking met de buitenwijken. De armen rijden auto, betalen benzine, dragen de lasten van autoverzekeringen en hebben ook nog eens minder kans op werk. Ze hebben er in de VS ook al een naam voor: ‘The Great Inversion’.

Tagged with:
 

Nieuwe Plantages

On 18 maart 2013, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gezien in het Stadsarchief van Amsterdam op 16 maart 2013:

Sinds een aantal weken is er een fraaie tentoonstelling te zien in het Amsterdamse Stadsarchief aan de Vijzelstraat. In ‘Booming Amsterdam’ kunnen bezoekers de ‘Gouden Eeuw’ van Amsterdam in originele kaarten bewonderen en beleven. Tussen 1596 en 1672, in amper zeventig jaar tijd, verviervoudigde de bevolking van Amsterdam. De met deze onstuimige groei verband houdende monumentale stadsuitbreiding van een metropool-in-wording voltrok zich in enkele grote stappen: de eerste tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621), de laatste vanaf 1661. Tussentijds werden nog Kattenburg en Wittenburg aangelegd. De expositie is een uitstekende les in grootschalige planning en stedenbouw. Niets ‘spontane stad’, maar juist geplande stadsuitbreiding met een vaste hand.

Alles komt abrupt tot stilstand in het Rampjaar 1672. Daarna wordt vrijwel geen kavel in de stad meer verkocht. Tien jaar later, in 1682, besluit het bestuur om de Plantage te ontwerpen op de braakliggende kavels in het oosten, met groene alleeën, grote tuinen, een magistraal ontwerp. Wie kon destijds bevroeden dat in die tuinen later, in de negentiende eeuw, een hortus en een dierentuin zouden komen, een universiteit zich zou vestigen, diverse schouwburgen zouden openen, een statige woonwijk zou verrijzen? ‘Booming Amsterdam’ is uitgerekend te zien in de huidige crisis, kort na het rampjaar 2008. Na decennia van stedelijke groei tijdens de zogenaamde ‘Derde Gouden Eeuw’ is de stadsontwikkelingsmachine van Amsterdam opnieuw tot stilstand gekomen. Ook op dit moment wordt er in de stad geen kavel meer verkocht. Nee, deze tentoonstelling is ironisch en buitengewoon leerzaam. Op alle bouwrijp gemaakte binnenstedelijke terreinen zouden vanaf nu schitterende Plantages moeten worden ontworpen, als een bescheiden maar waardevolle investering voor het nageslacht.

Tagged with:
 

Sociale crisis

On 15 februari 2013, in economie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 9 februari 2013:

Schrijver Arnon Grunberg reisde naar Thessaloniki, Griekenland. In NRC Handelsblad verscheen van zijn hand een reportage. Na Athene is Thessaloniki de grootste stad van het Zuid-Europese land; in totaal telt hij zo’n 800.000 inwoners. Vooral door zijn nieuwe burgemeester, Yannis Boutaris, is de Noord-Griekse stad veel in het nieuws en gaat diens verhaal over de stad de hele wereld over; Der Spiegel en The New York Times wijdden uitgebreide artikelen aan Boutaris. Of eigenlijk is het de financiële crisis, die Griekenland het hardste raakt, de werkelijke aanleiding. Voor westerse financiers is de aanpak van Boutaris namelijk een dankbare afleiding. Zo kun je dus óók met de crisis omgaan: niet anderen verwijten, maar zelf iets doen, samen met de hele bevolking. De stad versus het land.  Thessaloniki versus hoofdstad Athene. Boutaris werkt aan niet minder dan een civil society.

Volgens Boutaris is weliswaar sprake van een economische crisis, maar die is over vijf jaar wel weer voorbij. De echte crisis is volgens hem een sociale: die begon met het einde van de Griekse dictatuur. De relatie van de Grieken met hun eigen Staat is problematisch. Door de Duitse bezetting, de dictatuur die volgde en de burgeroorlog plaatsen de burgers zich boven de wet. Grieken willen geen belasting betalen. Maar er is meer. “Er heeft een enorme trek van het platteland naar de stad plaatsgevonden. In heel Griekenland. Op Seoul na is in geen enkel land de bevolking verhoudingsgewijs zo geconcentreerd als in Athene. Maar de mensen zijn geen stedelingen geworden.” Daarom wijst Boutaris zijn burgers voortdurend op de geschiedenis van hun stad en doet hij ook uitgebreide archeologische opgravingen – om te bewijzen dat coëxistentie hoort bij Thessaloniki. Door de burgers verantwoordelijk te maken voor de stadsreiniging en de stad Berlijn te vragen hierbij te helpen, slaat hij twee vliegen in één klap. Het is trouwens opmerkelijk dat Boutaris naar Duitse steden reist om zijn Duitse collega’s te spreken. Zo probeert hij het Duitse denken over Griekenland te beïnvloeden. En zo vliegt hij ook naar Ankara en Istanbul om toenadering te zoeken tot de Turkse buren. Wat het vijf miljoen tellende Athene – laat staan de elf miljoen tellende Griekse staat – niet lukt, dat doet het kleine broertje in Centraal-Macedonië.

Tagged with:
 

The Brightest Light

On 27 november 2012, in economie, by Zef Hemel

Gezien in ‘Queen of Versailles’ op 22 november 2012:

Misschien was ik wel de enige in Amsterdam die hem nog niet had gezien: de documentaire ‘Queen of Versailles’. Afgelopen week was hij te bewonderen in Holland Doc van de VPRO. Aanvankelijk dacht ik dat de film over Parijs zou gaan, maar dat bleek niet zo te zijn. Het gaat over Jackie en David Siegel en hun nieuwe huis-in-aanbouw in Miami, Florida. Dat woonhuis werd een kopie van Versailles, door het echtpaar bewonderd en nagetekend op een servetje tijdens hun huwelijksreis in Frankrijk. Het zou het grootste woonhuis van de VS zijn geworden als het was afgebouwd. Maar dat gebeurde niet. De crisis sloeg toe, in september 2008. Daarna verloor David al zijn geld, dat helemaal geen echt geld bleek te zijn. Zijn vastgoedimperium – formule: timesharing – bleek gebouwd op bankleningen, verstrekt tegen lage rente. Toen de banken instortten kon David niet meer aan nieuw geld komen. Ook zijn oude geld bleek helemaal niets waard te zijn. Alles was gefinancierd met leningen. Terwijl David probeert zijn vrouw en kinderen te leren het licht uit te doen als ze het huis verlaten, spendeert zijn vrouw – een voormalige Miss Florida – , verslaafd aan haar creditcard, gewoon door.

De film laat mooi zien hoe onze economie de afgelopen decennia vorm kreeg: met een monetair beleid dat ons tot extreem consumeren aanzette. Het blijkt allemaal botox te zijn. VINEX is in dat opzicht niet beter dan Miami of Las Vegas. Weet u nog van die Belle van Zuylentoren die Utrecht wilde bouwen in het midden van Leidsche Rijn? Vlak voor de crisis had David het grootste timesharinghotel van de wereld laten bouwen in Las Vegas. Met zijn 52 verdiepingen en 1200 appartementen torent het blauwe PH Towers Westgatehotel uit boven de andere hotels. David wil het aanvankelijk niet verkopen. Het is zijn grote trots. Echter, op het eind van de film dooft toch het licht, maar op de website staat nog steeds het volgende te lezen: ‘"With the unveiling of the PH Towers Westgate signage on top of the building, the brand name ‘Westgate’ took its place above the Las Vegas Strip illuminated with a newly patented LED lightning system boasting the largest letters of any hotel sign on The Strip. The Westgate brand is now the brightest light in Las Vegas.”

Tagged with:
 

Gehoord in Dumbarton Oaks, Washington DC, op 4 en 5 mei 2012:

Het symposium over ‘Food & The City’ op Dumbarton Oaks, Washington DC, vond plaats in de Music Room, een uitbreiding daterend uit 1928 van het achttiende eeuwse landhuis waar in 1944 de geallieerden onderhandelden over de oprichting van de Verenigde Naties. In deze historische, met gedempt licht beschenen zaal klonken de historische bijdragen van David Haney (Kent University), David Rifkind (Miami International University), Tal Alon-Mozes (Technion University) en Mary McLeod (Columbia University) over de voedselproblematiek van steden in de twintigste eeuw met een merkwaardige echo. Vreemd, dat de recente trend van ‘urban farming’ zulke duidelijke historische parallellen kent. Want kort voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog en later tijdens de Grote Depressie en de wederopbouw outilleerden alle grote steden zich met tuinen, volkstuinen en tuinbouwarealen om in de eigen behoefte aan voedsel te voorzien. Deze stadslandbouw werd ook toen al gezien als sociaal, emanciperend, duurzaam en gezond. Haney plaatste de figuur van ‘the Anarchist Prince’ Leberecht Migge centraal, en alle latere sprekers refereerden aan deze unieke Duitse tuinarchitect uit het Interbellum. Zo mogelijk nog opmerkelijker vond ik dat alle sprekers erop wezen dat deze stedelijke beweging steeds gepaard was gegaan met oproepen tot ‘spontane’ en ‘organische’ stedenbouw. Migge schreef over ‘Die Wachsende Siedlung’ en Le Corbusier tekende zijn ‘Ferme Radieuse’ en zijn ‘Village Radieux’

Iemand in de zaal vroeg of de populariteit van stadslandbouw en van organische stedenbouw misschien iets te maken heeft met de crisis. Gaan mensen hun eigen voedsel verbouwen zodra er sprake is van ernstige maatschappelijke ontwrichting? En verlangt iedereen ineens naar zelfbouw en ongeplande buurten als de economie stevig neerwaarts gaat? Geen van de historisch geschoolde sprekers durfde dit te ontkennen. Hun verhalen hadden ze geplaatst in situaties van grote maatschappelijke onrust, armoede, ontwrichting, idealisme, bevlogenheid en hoop. Hier een bloemlezing van Twitter-volgers die, door mij gevraagd naar de reden waarom stadslandbouw wereldwijd op dit moment zo populair is, antwoordden: omdat het zo leuk staat in de media, vanwege imagoverbetering van eigenaren, vanuit het besef dat langeafstandsrelaties met landbouw en voedselvoorziening onzeker en niet transparant zijn, om dezelfde reden waarom we in het voorjaar krokussen en hyachinthen op tafel zetten, vanwege de structurele leegstand en de duurzaamheid, omdat het zo leerzaam is voor kinderen. Iemand zond me een samenvatting van een boek van André Viljoen en Han Wiskerke, getiteld ‘Sustainable food planning: evolving theory and practice’. Daarin worden voedselveiligheid en duurzaamheid van de voedselproductie als de belangrijkste aanleidingen genoemd. “In the wider contexts of global climate change, resource depletion, a burgeoning world population, competing food production systems and diet-related public health concerns, new paradigms for urban and regional planning capable of supporting sustainable and equitable food systems are urgently needed.” Dat laatste klinkt behoorlijk verontrustend. Het antwoord is dus ja.

Tagged with:
 

Hervormen

On 27 maart 2012, in participatie, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Welcome to the urban revolution’ (2009) van Jeb Brugmann:

Hoe mobieler mensen, goederen, geld en kennis worden, hoe meer locatie ertoe doet. We denken nog te weinig ruimtelijk, te weinig in steden. De Amerikaanse strateeg Jeb Brugmann schreef hierover een indrukwekkend boek. De financiële crisis van 2008, schrijft hij in ‘Welcome to the urban revolution’, is veroorzaakt door het in elkaar storten van “an American city model building boom’’. De crisis gaat dus over onze steden. Geen econoom die daaraan denkt. Ons model van stadsontwikkeling is ondeugdelijk gebleken. “We have been building cities everywhere like industrial commodities, measuring them in undifferentiated square footage, while marketing them with names that stimulate our memories of citysystems and their community life.” Om de wereld van de ondergang te redden moeten we heel andere steden gaan bouwen dan die volgens het gangbare ‘corporate city’-model. Maar hoe? Hier introduceert Brugmann het begrip ‘urbanism’. ‘Urbanism’ is een stedelijke strategie die actieve participatie toelaat van burgers en bedrijven en die streeft naar werkelijk duurzame groei. Zo’n strategie vereist dat natie-staten een flinke stap terugdoen en niet langer voorschrijven hoe steden moeten opereren. ‘Urbanism’ veronderstelt daarentegen dat lokale bedrijven actief gaan deelnemen aan de ontwikkeling van hun stad en zich niet langer afzijdig houden. Het is ook in hun belang dat steden creatief en duurzaam worden. “Embuing corporate city model building with a process of cocreation with communities, users, and local urbanists is one of the most important challenges and opportunities of urban practice in the final phase.”

Wat vereist dit van stadsbesturen? Besluitvorming zou niet langer achter de gesloten deuren van het stadhuis moeten plaatsvinden, in college, raad en voorbereid door de bureaucratie. De macht zou moeten worden gedeeld met burgers, ondernemingen en gemeenschappen. Het dominante stedelijke regime zou juist deelname van allen moeten stimuleren en private actie ondersteunen. Het moet weliswaar doelgericht zijn, maar ook gebaseerd op inspiratie en ondersteuning van anderen. Het juiste regime is stabiel, maar ook open en relatief informeel. “In a very important sense, a regime is empowering.” Strategische allianties zijn volgens Brugmann niet genoeg. Om te overleven en zich snel aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden zullen steden zich zo snel mogelijk regimes eigen moeten maken die fundamenteel op cocreatie zijn gericht. Volgens Brugmann is er geen tijd te verliezen. Hervormen dus!

Tagged with:
 

Frisse wind

On 4 maart 2011, in politiek, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in S&RO nr. 1 van jaargang 2011:

Met een overigens matig geredigeerd artikel van Willem Buunk steelt de redactie van S&RO ook dit keer de show. Een show in uitdunnend planologenland, dat wel. Buunk is lector aan de Christelijke Hogeschool Windesheim te Zwolle en gemeenteraadslid voor de VVD in Utrecht. De ruimtelijke ordening in Nederland verkeert helemaal niet in een crisis, maar wordt stevig hervormd, dat is de strekking van Buunks artikel. Hervormd naar christelijk-liberale-populistische snit, wel te verstaan. De overheid voert in die hervorming niet meer de regie, er komt een einde aan de grote projecten, hoogbouw is taboe, van intensivering van het ruimtegebruik wordt afscheid genomen, de wijkaanpak is verleden tijd, en compacte steden staan niet meer centraal. Dat was allemaal gedachtengoed naar sociaal-democratische snit. Wat ervoor in de plaats komt is ‘spontane orde’, prijsmechanismen en markten hun werk laten doen, bereikbaarheid centraal stellen, minder regels, decentralisatie naar gemeenten, stoppen met rijksnota’s. Buunk, die spreekt van “een frisse wind”, schrijft bestraffend aan zijn vakgenoten: “Het vergt misschien een grote mentale flexibiliteit, maar die mag dan ook wel eens getoond worden.” Alsof alle planologen linkse hobbyisten zijn. Het is rechtse retoriek. Je zou er bijna aan gewend raken.

Op de analyse sec van Buunk valt weinig aan te merken, op de toon heel veel. Ergens voel je toch een afrekening. Mooi ook die Nederlandse taal: ‘hervorming’, ‘spontane orde’, ‘’je gaat erover of niet’’. Diepgang mis ik wel. Wat er in het recente verleden misgegaan is, daarover lees je niets. Nee, we leven in gevaarlijke tijden. Bijna schuldbewust lees ik het volgende artikel in dit mooie ‘crisisnummer’. Dat is van de hand van Jeroen Saris, ooit wethouder GroenLinks te Amsterdam, en Evert Verhagen. De vastgoedcrisis en de kredietcrisis, stellen zij, hangen nauw met elkaar samen. Er werd gespeculeerd op oneindige waardestijging. (De markt deed zijn werk!). “Nu deze miljardenwolk is leeggelopen staat vast dat de vastgoedwereld nooit meer dezelfde zal zijn. De ruimtelijke ordening evenmin.” Ook linkse mensen begrijpen dus dat er een hervorming nodig is. Hoe komt die nieuwe, linkse ruimtelijke ordening er dan uit te zien? “Het nieuwe buzz-woord is ‘organische groei’.” Organische groei? Spontane orde? Wat is het verschil?

Tagged with:
 

Finest hour

On 25 december 2010, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in Het spel en de spelers (2010) van HKB:

ImageShack, share photos of vinex, vinex plan, share pictures of vinex, vinex plan, share video of vinex, vinex plan, free image hosting, free video hosting, image hosting, video hosting.

De stedenbouwkundigen roeren zich. Ze lijken ontevreden. Is het vreemd? Tijdens de achter ons liggende hoogconjunctuur hebben ze hun finest hour beleefd, net als de sterarchitecten. Er werd gewoon veel gebouwd en er was heel veel geld. Tot op het kleinste detail bepaalden de stedenbouwkundigen de profielen, de bouwblokken, de parkeeroplossingen, de lantaarnpalen, de openbare ruimte. Het werd VINEX-tijd. Jarenlang konden ze heerlijk hun gang gaan en erop los tekenen. Hun ingenieursachtergrond van ontwerpen en direct maken bracht hen ver en maakte hen buitengewoon geschikt voor het vele werk. Nu ligt dat werk ineens stil. De oude kift met de planologen komt weer naar boven. Aan de pratende, abstract redenerende planologen hebben de ingenieurs nu eenmaal een hekel. De vorige crisis ligt nog vers in hun geheugen. Toen werd er meer gepraat dan getekend. Logisch, maar leuk was het niet. Als ik me niet vergis denken de stedenbouwkundigen weer diep in hun hart dat we al tekenend uit de crisis zullen komen.

Vorige week ontving ik een brochure van het stedenbouwkundige bureau HKB uit Groningen. Het bureau bestaat 65 jaar. Het boekje bevat een aantal interviews, opgetekend door Jan-Willem Wesselink. Een van de opvolgers van oprichter Piet Oom, inmiddels oudpartner Jan Heeling, blikt erin terug op de vorige crisis, die van de vroege jaren ‘80. Stedenbouwkundige bureaus gingen toen en masse failliet, het bureau van Heeling halveerde, de vaste opdrachtgevers uit de jaren ‘70 – de gemeenten – trokken zich een voor een terug. Destijds was het vak nog heel technisch. Heeling: “het ging over de riolering, de straten, de verlichting.” In de crisisjaren veranderde dat. “We constateerden in het decennium daarop, de jaren tachtig, dat stedenbouw alleen nog over planning en planologie ging. Het ontwerpen ontbrak.”  Waarop het bureau een publicatie het licht deed zien waarin het zijn visie op de stedenbouw ontvouwde. Die sloeg aan. In 1985 kwam de grote ommekeer. Toen werd het bureau benaderd door Groningen om een structuurplan te ontwerpen. En ontworpen is er, tot op de dag van vandaag. En in de nieuwe crisis? Volgens Jan Heeling is het vak te politiek geworden, “te veel gericht op de korte termijn en het visuele eindbeeld.” Stedenbouwkundigen moeten weer tijd nemen om via het ontwerp kwesties te uit te zoeken. Het klinkt alsof de politiek de stedenbouwkundige met rust moet laten. Zal dat gebeuren? De volgende keer iets over de publicatie ‘De Spontane Stad’ van het Amsterdamse stedenbouwkundige bureau Urhahn. Net verschenen. Allemaal crisisliteratuur.

Tagged with:
 

Transactions of decline

On 23 december 2010, in economie, by Zef Hemel

Gelezen op Citiwire.net op 17 december 2010:

Bruce Katz (links op de foto) is directeur van het Brookings Institute te Washington DC, USA. Op 8 december was hij in Chicago een van de sprekers op de Global Metro Summit. Aanwezig waren enkele honderden bestuurders en ambtenaren van overwegend Amerikaanse steden, maar er waren ook sprekers uit Londen, München, Seoul, Barcelona en Turijn. Onderwerp van de summit: de economische crisis. De Amerikaanse journalist Neil Pearce was aanwezig en deed vorige week verslag op zijn weblog. “The American nation went off the track,” aldus Katz, “by elevating consumption over production, financial chicanery over real innovation, near-term speculation over long-term growth. We lost our way and got the economy, and the Great Recession, we deserved.” Het waren dramatische woorden van de directeur van de denktank. En de oplossing? Katz: “We focus on where America’s economy is overwhelmingly rooted — its 100 largest metropolitan regions, already home to two-thirds of our population and 75 percent of our economic output. To get the metros rolling full steam, we boost business-civic-government partnerships to catalyze each metro’s growth, based on its own special strengths and potentials. And we line up federal and state policies to spur the metros’ growth forward.” Het zijn de metropolitane gebieden, aldus de directeur van het Brookings Institute, die ook de groei veroorzaken in China, India en Brazilië. Amerika zou hun voorbeeld moeten volgen en de honderd grote steden meer ruimte moeten geven om zich te ontwikkelen. “An aggressive, metro-based U.S. export economy should focus heavily on energy-efficient, non-polluting products to meet the competition of China as it rushes to become the planet’s top green producer.”

Weinig kans dat de regering Obama aan de oproep gehoor zal geven. Natiestaten redeneren nu eenmaal anders. Jane Jacobs heeft er op gewezen dat staten (‘’nations’) de steden niet begrijpen en dat ze juist het surplus van stedelijke economieën doelbewust afromen ten bate van het militair-industriële complex. Vervolgens plunderen ze de steden uit hoofde van ‘verdelende rechtvaardigheid’ om perifere streken op te stoten in de vaart der volkeren, het grote bedrijfsleven te spekken en de agrarische sector te subsidiëren. (En soms ook om grote banken te redden). Dit soort herverdelingen duidde Jacobs aan als ‘transactions of decline’. “If they are unremitting, they too drain city earning unremittingly.” Aanvankelijk berokkenen ‘transactions of decline’’ nog weinig schade, maar houden ze aan, dan gaat dat zich wreken. Op een gegeven moment kan de natiestaat niet anders dan drastisch bezuinigen. Bezuinigingen zijn een teken dat de natiestaat de stedelijke economieën teveel heeft afgeroomd. Jammer meneer Katz, uw boodschap is vergeefs en komt te laat.

Tagged with:
 

De begane grond van de economie

On 14 oktober 2010, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in  De tijd van de wereld. Beschaving, economie en kapitalisme (1979) van Fernand Braudel:

Vandaag is het kabinet-Rutte geïnstalleerd. Nel de Jager zou bij me langskomen, maar ze verscheen helaas niet. Nel is winkelstraatmanager. Dat vak heeft zij uitgevonden, in de Haarlemmerstraat in Amsterdam. Ik bewonder haar zeer. Ze is de Nederlandse Jane Jacobs, een pionier in de stedenbouw met hart voor het Nederlandse midden- en kleinbedrijf. Elke maand spreek ik met haar. Om de leegte te vullen door haar afwezigheid lees ik  in Fernand Braudel’s  meesterwerk over het kapitalisme. Helemaal op het eind van het boek staat Braudel stil bij de economische crisis van de jaren zeventig. Hij gelooft niet dat het kapitalisme zal falen en is het ook niet eens met Marcuse die meent dat de crisis zal uitmonden in een totale échec. Hij citeert nota bene Lenin die gezegd zou hebben “dat de marktproductie op kleine schaal elke dag opnieuw spontaan het leven schenkt aan het kapitalisme en de bourgeoisie. (…) Waar kleinbedrijf en vrijheid van handel bestaan, verschijnt het kapitalisme.” Dat is een motto dat Nel de Jager op het lijf is geschreven.

Braudel: “Zijn deze opmerkingen van Lenin in feite niet een eerbetoon aan de enorme creatieve kracht van de markt, van de onderste zone van het handelsverkeer, van het ambacht en naar mijn mening zelfs van het geritsel in het halfduister van het zwartwerk? Een creatieve kracht die voor de economie niet alleen een fundamentele rijkdom is maar ook een toevluchtsoord in perioden van crisis, oorlogen, ernstige economische storingen die structurele veranderingen vereisen? De begane grond van de economie wordt niet verlamd door de drukkende last van uitrusting en organisatie, en is daarom altijd in staat de lucht op te snuiven. Daar wellen de bronnen, worden oplossingen geïmproviseerd en innovaties bedacht ook al komende beste ontdekkingen over het algemeen in de handen van de kapitaalbezitters terecht.” Laten we hopen dat de regering-Rutte deze woorden ter harte neemt. Dan komt het toch nog goed.

Tagged with: