Importance of a ping-pong table

On 17 augustus 2015, in boeken, by Zef Hemel

Read this summer in London and on the beach:

NW

At the beginning of every summer, more or less round the month of July, correspondents and critics of newspapers and popular magazines always give personal lists of their favorite books. ‘These are the books I advise you to read.’ I love those lists. So that’s why I give you my personal list of favourites now, even though it is late August, at the end of my holiday. This is what I read during this summer time, books – novels and non-fiction – which I found really worthwile reading:

1. London, the biography (2000), by Peter Ackroyd;

2. Freedom (2010), by Jonathan Franzen;

3. The Sleepwalkers (2012), by Christopher Clark;

4. Soumission (2014), by Michel Houellebecq;

5. NW (2012), by Zadie Smith.

The first book is about London, the city perceived by Ackroyd as body. Great. The second describes Minneapolis-Saint Paul, Minnesota, but it also gives a great portrait of the dullness of Washington DC. Not to be missed. The third is about Belgrade, Serbia, on the eve of WWI. Horrible history. The fourth concerns Paris. Awesome. And NW, by the British novelist Zadie Smith, describes Willesden, North-West London. Willesden I visited mid July, when I went to London. I walked through the sleepy street where Leah lived. Leah, “a state-school wild card, with no Latin, no Greek, no Maths, no foreign language (…)”, living amongst Nigerians, Sikhs, lots of immigrant people in the neighborhood near Willesden Junction. “In Willesden people go barefoot, the streets turn European, there is a mania for eating outside.” I even visited Number 37 Ridley Avenue, Finchley Road, Willesden lane. So this is London too. The non-touristic, non-billionair immigrant city. Enjoy the language: “Elsewhere in London, offices are open/floor-to-ceiling glass/sites of synergy/gleaming. There persists a belief in the importance of a ping-pong table. Here there is no. Here offices are boxy cramped Victorian damp.” (…) “Face east and dream of Regent’s Park, of St. John’s Wood. The Arabs, the Israelis, the Russians, the Americans: here united by the furnished penthouse, the private clinic.” Yes, a boring place, but a true emancipation milieu. Read this great novel if you want to understand how citites like London and Paris function these days.

Tagged with:
 

Bazaarsteden

On 7 mei 2015, in boeken, internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Reis naar de einden der aarde’ (1996) van Robert Kaplan:

 154204177

Kort na de val van de muur reisde de New Yorkse journalist Robert Kaplan langs de breuklijnen van de wereld. Zijn boek, ‘Reis naar de einden der aarde’ werd een grote hit. Anders dan Fukuyama’s ‘Einde van de geschiedenis’ (1992) wees Kaplan op het grote gevaar dat ons bedreigde. In West-Afrika, het Midden-Oosten, Iran, Centraal Azië en Indochina zag hij een nieuwe wereld-in-wording – het bleek een wereld van volstrekte anarchie. Overbevolking, uitputting van grondstoffen, leegloop van het platteland, urbanisatie, ze leiden volgens de journalist ons allemaal naar de afgrond. Kaplan voorspelde het einde van de natie-staat, een wereld in ieder geval met minder overheidscontrole. Wat ervoor in de plaats zou komen wist hij nog niet precies. Wel voorzag hij groeiende corruptie, clans, maffia, epidemieën, een oprijzende onderwereld. Het bijbehorende beeld was dat van de bazaar: iets dat noch autoritair noch democratisch is en dat nog het meeste lijkt op de islamitische bazaarstaat, zeg maar een informele, stuurloze, labyrintachtige wereld van handel en steekpenningen – flexibel, gericht op kortetermijnwinst, chaotisch, zwak geleid – waarin het erop aankomt de juiste connecties te hebben.

Tijdens koningsdag bemachtigde ik een exemplaar. Ik las het boek opnieuw. Het was weer huiveringwekkend. Twintig jaar later lijkt Kaplan helemaal gelijk te krijgen. Echter, wat ook opvalt: over de dominante verstedelijking was hij uiterst negatief. Hij zag niets hoopvols in de groeiende sloppenwijken. Zijn beschrijvingen van Teheran, Istanbul, Caïro, Abidjan, Karachi, Bangkok, het is allemaal even verschrikkelijk, zonder perspectief. De steden zijn hem te groot, te snel gegroeid. Migranten zijn losgeslagen van hun achtergrond. De islam is hun enige houvast. Waar die afwezig is, zoals in West-Afrika, ziet hij moreel verval. In slechts één hoofdstuk biedt hij de lezer hoop. Ergens in een vallei – de Rishi Valley – in India ontdekt hij volgelingen van Krishnamurti die ervan uitgaan dat het dorp de sleutel tot de vooruitgang is – “dat een natie niet modern kan zijn zolang de dorpen nog middeleeuws zijn.” Hun vallei bewerken ze volgens de regels van Gaia, onderwijs staat centraal, een stelsel van satellietscholen bindt de kinderen, alles is kleinschalig, concreet, de economie is hier zelfvoorzienend. Kaplan gelooft niet dat de groeiende megasteden tot iets dergelijks in staat zullen zijn. Hun ontwikkeling anders dan die van de bazaar schetst hij in zijn boek ook niet. Een verband tussen economische groei en de opkomst van megasteden ontgaat hem volkomen. Zo ook de nieuwe stedelijke middenklasse. Alleen het werk van premier Özal van Turkije ziet hij positief. Misschien was het voor optimisme toen nog te vroeg.

Tagged with:
 

Open City

On 4 maart 2015, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Open City’ (2011) van Teju Cole:

‘Open City’ van Teju Cole moet je in één keer uitlezen. De lange monologue intérieur van Jules is inderdaad, zoals een criticus schreef, "a meditation on history and culture, identity and solitude". De hoofdpersoon wandelt voortdurend door New York, ontmoet daar allerlei mensen, denkt na over de dingen, over zijn leven, over de stad. Afkomstig uit Nigeria is hij, net als de trekvogels boven zijn hoofd, ooit neergestreken in New York. New York is een typische migrantenstad, want de mensen komen werkelijk overal vandaan. Zelf woont hij dicht bij Columbia University, zijn avondwandelingen begint hij vanuit Morningside Heights, West Harlem. Elke avond loopt hij een stukje verder. "In this way, at the beginning of the final year of my psychiatry fellowship, New York City worked itself into my life at walking pace." Jules is psychiater in opleiding. Hij doorziet de ziel van mensen en doorgrondt, door te lopen, ook de ziel van de stad. Vandaar.

Mooi vond ik de passage in het vliegtuig. Jules vliegt terug uit Brussel, waar zijn moeder ooit woonde, naar New York. Bij landing ziet hij onder zich de stad liggen en stelt zich voor dat het vliegtuig een doodskist is en beneden hem de begraafplaats, met de huizen als marmeren grafstenen. "Then it came to me: I was remembering something I had seen about a year earlier: the sprawling scale model of the city that was kept at the Queens Museum of Art." Het blijkt te gaan om de maquette die in 1964 was gebouwd voor de Wereldtentoonstelling en die sindsdien keurig was bijgehouden en nog altijd te zien in dit museum. "In this case it was the real city that seemed to be matching, point for point, my memory of the model, which I had stared at for a long time from a ramp in the museum." De maquette had hem weer herinnerd aan een verhaal van Borges over cartografen die zo door detaillering waren geobsedeerd dat ze een kaart van het rijk maakten op een schaal van 1:1. "The map proved so unwieldy that it was eventually folded up and left to rot in the desert." Fascinerend. Zo werkt dus onze ziel.

Tagged with:
 

Het campusgevoel

On 30 september 2014, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De cirkel’ (2013) van Dave Eggers:

dave_eggers_the_circle_large_verge_medium_landscape

Het bijzondere epos van de Amerikaanse schrijver Dave Eggers over het grootste internetbedrijf ter wereld – De Cirkel – speelt zich af in Silicon Valley, ergens in de toekomst. Eggers’ dystopie heeft de trekken van ‘1984′ van George Orwell, maar dan anders. Het verhaal neemt zijn aanvang in iets wat lijkt op het paradijs: de campus van De Cirkel, het Amerikaanse internetbedrijf dat nog veel groter en machtiger is dan Facebook of Google. "De campus was immens en grillig, een explosie van Stille Oceaankleuren, en toch tot in de kleinste details zorgvuldig overwogen, door de meest expressieve handen vormgegeven." We volgen hoofdpersoon Mae Holland als ze de campus betreedt om haar vriendin Annie – die er Directeur Veiligstelling Toekomst is – op te zoeken. Er werken op de campus meer dan 10.000 mensen, Annie geeft haar een uitgebreide rondleiding, het lijkt haar een ideale wereld, ze verovert binnen het bedrijf een door iedereen fel begeerde baan. Ze ontdekt dat het bedrijf alle wereldproblemen wil en zal oplossen.

Wat er gebeurt als je maar lang genoeg op een bijna ideale campus werkt en woont? Tegen het eind van het boek wordt dit duidelijk. Op de campus, schrijft Eggers, werd uiteindelijk voor Mae alles vertrouwd, er waren daar geen spanningen. "Daar hoefde ze zichzelf, of de toekomst van de wereld, tenminste niet te verdedigen, want de Cirkelaars begrepen haar en de wereld vanzelf wel, en ook hoe die wereld eruit zou moeten zien en er binnenkort ook echt uit zou gaan zien." Tja, over maakbaarheid gesproken. Maar het verschil tussen de utopie van de campus en de realiteit van San Francisco Bay Area leek voor Mae alleen maar groter te worden. "Buiten de campus had je daklozen, vieze geurtjes, machines die het niet deden, vloeren en stoelen die niet waren schoongemaakt, en overal was de chaos van de ongeorganiseerde wereld." Mae vond het steeds moeilijker om zich buiten de campus te wagen. "San Francisco, Oakland, San Jose of welke stad dan ook begon steeds meer op de Derde Wereld te lijken." Mae werd wereldvreemd. Het is alsof Eggers hier niet alleen de campus in de rijke Bay Area beschrijft, maar tegelijk ook de Amerikaanse suburb en al die gated communities die in de wereldsteden opduiken. Daarbuiten voelt het vies en vuig.

Tagged with:
 

Ideale stad

On 16 juni 2014, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in The Invention of Solitude (1982) van Paul Auster:

Dit stukje is opgedragen aan Mirjana Milanovic, stedenbouwkundige. Vanavond spreekt ze in De Balie, Amsterdam. Onderwerp: de ideale stad. Net als voor mij is haar favoriete auteur Paul Auster. Zijn debuutroman, The Invention of Solitude, is inderdaad een schitterend werk dat gaat over vaderschap. In het eerste deel, ‘Portrait of an Invisible Man’, beschrijft Auster zijn vader, in het tweede deel, ‘The Book of Memory’ wijdt hij uit over zijn zoon en diens verhouding tot hem, de vader. New York, Parijs en Amsterdam spelen in deze autobiografische roman een betekenisvolle rol. Vooral Amsterdam. Althans, in ‘The Book of Memory’ voert hij Amsterdam veelbetekenend op. Het begint met een bezoek aan het achterhuis van Anne Frank op een regenachtige zondagmorgen. Daar, in het achterhuis, moest hij – ‘A’, de hoofdpersoon – zowaar huilen, bij het zien van de verschoten Hollywood-fotootjes die Anne had gespaard. Toen besloot hij zijn boek te schrijven. “As in the phrase: ‘she wrote her diary in this room’.”

Drie dagen bleef hij in Amsterdam. Hij verdwaalde er. Dat lag niet aan hem, maar aan de stad. “The plan of the city is circular (a series of concentric circles, bisected by canals, a cross-hatch of hundreds of tiny bridges, each one connectin to another, and then another, as though endlessly), and you cannot simply ‘follow’ a street as you can in other cities. To get somewhere you have to know in advance where you are going.” Drie dagen lang liep hij in cirkels rond. “He wandered. He walked around in circles. He allowed himself to be lost.” Was hij in de hel beland? Was Amsterdam de afspiegeling van de onderwereld? Hoe langer hij liep, hoe meer hij besefte dat hij dichter bij zijn innerlijk kwam. Het vervulde hem zelfs met geluk. “As if on the brink of some previously hidden knowledge, he breathed it into his very bones and said to himself, almost triumphantly: I am lost.” De ideale stad, hij lijkt op de hel.

Tagged with:
 

Modelstad

On 25 april 2014, in boeken, literatuur, by Zef Hemel

Gelezen in ‘How to get filthy rich in rising Asia (2013) van Moshin Hamid:

 

De nieuwste roman van de Pakistaanse schrijver Moshin Hamid speelt in een metropool. De naam van de reuzenstad kennen we niet, maar zeer waarschijnlijk is het Lahore. Ook een tweede, nog grotere metropool wordt in de roman opgevoerd; die ligt aan zee. Vermoedelijk betreft het Karachi. Het maakt Hamid niets uit, want het verhaal kan zich overal afspelen, en niet alleen in Azië. Want net als zijn hoofdpersonen in zijn roman geen naam hebben, hebben de steden waarin zijn verhaal zich afspeelt geen aanduidingen. In een interview in NRC Handelsblad (12 april 2013) vertelde hij dat hijzelf afkomstig is uit Lahore, inmiddels een stad van 10 miljoen inwoners, en dat de stad 15 miljoen inwoners zal tellen als zijn kinderen volwassen zijn. "Ik denk dat Lahore in veel opzichten beter model kan staan voor de stad van de 21ste eeuw dan Londen of New York." Gelijk heeft hij.

De hoofdpersoon geeft tips aan zijn lezers hoe steenrijk te worden in Azië. De eerste tip is: ga naar de grote stad. Mooi hoe hij de Aziatische metropool vervolgens beschrijft: "Your city is not laid out as a single-celled organism, with a wealthy nucleus surrounded by an ooze of slums. It lacks sufficient mass transit to move all of its workers twice daily in the fashion this would require. It also lacks, since the end of colonization generations ago, governance powerful enough to dispossess individuals of their property in sufficient numbers. Accordingly, the poor live near the rich. Wealthy neighborhoods are often divided by a single boulevard from factories and markets and graveyards, and those in turn may be separated from the homes of the impoverished only by a open sewer, railroad track, or narrow alley. Your own triangle-shaped community, not atypically, is bounded by all three." Ziedaar een perfecte beschrijving van moderne metropolen zoals ze tegenwoordig vooral buiten Europa worden aangetroffen. Kortom, leesvoer voor studenten Urban Studies. Of deze: "Your city is enormous, home to more people than half the countries in the world, to whom every few weeks is added a population equivalent to that of a small, sandybeached, tropical island republic, a population that arrives, however, not by outrigger canoe or latern-sailed dhow, but by foot and bicycle and scooter and bus." En, voegt Hamid eraan toe, dit is slechts een van de vele steden in Azië die zo snel groeien. Samen vormen ze “a change-scented urban archipelago spanning not just rising Asia but the entire planet.”

Tagged with:
 

Sint Petersburg aan de Amstel

On 6 februari 2014, in boeken, muziek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘In het huis van de dichter’ (2008) van Jan Brokken:

In 1976 ontvluchtte de jonge Russische concertpianist Youri Egorov de Sovjet Unie. Via Italië arriveerde hij in Amsterdam. Daar vroeg hij politiek asiel aan. Daarna woonde hij jarenlang aan de Brouwersgracht. In 1988 overleed hij. Jan Brokken, die hem goed gekend heeft, schreef een ‘roman’ over zijn korte leven, zijn muziek en zijn optredens. De roman gaat ook over Amsterdam en andere steden. Mooi bijvoorbeeld om te lezen hoe Egorov Amsterdam vergeleek met Sint Petersburg. “Sint Petersburg was even weinig Russisch als Amsterdam Hollands.” Petersburg, aldus Egorov, was “open, westers, modieus, wuft, en schiep het klimaat voor artistieke vernieuwingsbewegingen en politieke omwentelingen.” Deze eigenschappen bracht hij in verband met de handel en de omvang van de stad. “Precies als Amsterdam.” En net als op Amsterdam, werd door Russen op Sint Petersburg afgegeven. Het was, wist Egorov, de kift. Brokken, zelf afkomstig uit Rhoon: “In bekrompenheid deed Rusland eeuwenlang niet voor het landelijke Holland onder.”

Even verderop spreekt Brokken zelfs van ‘tweelingzussen’. Amsterdam en Sint Petersburg liggen beide aan het water, in een winderige, moerassige streek, ook qua sfeer en mentaliteit stemmen de twee steden opvallend overeen: ze zijn ruimdenkend, kosmopolitisch. “Youri voelde zich er op zijn gemak, veel meer dan in Londen of New York.” In New York had de pianist een appartement, maar hij nam de Concorde naar Londen om sneller thuis te zijn. “Thuis aan de Brouwersgracht, thuis was het Concertgebouw, voor hem de mooiste concertzaal van de wereld, met de beste akoestiek. Nergens speelde hij beter dan daar, voor het Amsterdamse publiek, dat hij als zijn eigen publiek was gaan beschouwen.” In Amsterdam hadden Grieg, Mahler, Debussy, Strauss, Schönberg, Ravel en Stravinski gespeeld. En dan was er de wiet, de stickies en de hash. Nee, een schitterend boek. En wat een lofzang op Amsterdam.

Tagged with:
 

Marshall Berman 1940-2013

On 12 september 2013, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘All That is Solid Melts Into Air’(1982) van Marshall Berman:

Deze week overleed Marshall Berman (1940-2013). Deze reusachtige New Yorkse intellectueel, woonachtig in de Bronx, schreef een van de mooiste boeken over het Modernisme die ik ken: ‘All That is Solid Melts Into Air’. Marx, Dostojewski en Goethe had ik nog niet gelezen, maar Berman liet me er kennis mee maken. Door zijn ogen leerde ik sociale omgevingen lezen en waarderen – “small towns, big construction sites, dams and power plants, Joseph Paxton’s Chrystal Palace, Haussmann’s Parisian boulevards, Petersburg prospects, Robert Moses’ highways through New York; and finally, reading fictional and actual people’s lives (…)” Destijds was wat hij schreef allemaal nieuw voor mij. Berman maakte duidelijk dat in het modernisme alles verandert en transformeert en dat dat ons huiver en schrik aanjaagt. En dan die geweldige paradox. Echt modern zijn is anti-modern zijn: “from Marx’s and Dostoevsky’s  time to our own, it has been impossible to grasp and embrace the modern world’s potentialities without loathing and fighting against some of its most palpable realities.” Marshall Berman is niet meer.

Nooit zal ik het voorwoord vergeten, dat hij in januari 1981 schreef. Kort nadat hij zijn boek voltooid had stierf zijn zoon, vijf jaar oud. ‘All That Is Solid Melts Into Air’ droeg hij op aan Marc Joseph. Diens leven en dood brachten de thema’s van zijn vader zo dicht bij huis: “the idea that those who are most happily at home in the modern world, as he was, may be most vulnerable to the demons that haunt it; the idea that the daily routine of playgrounds and bicycles, of shopping and eating and cleaning up, of ordinary hugs and kisses, may be not only infinitely joyous and beautiful but also infinitely precarious and fragile; that it may take desperate and heroic struggles to sustain this life, and sometimes we lose.” Waarna hij Karamazov citeert, die zou hebben gezegd dat de dood van kinderen hem, meer dan iets anders, zijn kaartje naar het universum wilde doen inleveren. Berman bleef nog drieendertig jaar in New York werkzaam.

Tagged with:
 

Segregatie

On 29 augustus 2013, in boeken, sociaal, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Atlas Shrugged’ (1957) van Ayn Rand:

Ayn Rand schetst in haar roman ‘Atlas Shrugged’ (1957) een ontluisterend beeld van een failliete wereldeconomie waarin sociaal overheidsbeleid het ondernemen geleidelijk aan onmogelijk maakt. Een aantal ondernemers die in opstand komen tegen dit gruwelijke staatssocialisme met zijn belastingen en hoge regeldruk blijken doelbewust aan te sturen op de ontwrichting van de economie. Een van hen start een nieuwe gemeenschap ergens hoog in de Amerikaanse Rocky Mountains – ‘Galt’s Gulch’, vernoemd naar de oprichter John Galt -, waar ondernemers niets in de weg wordt gelegd en waar zij eindelijk eerlijk hun geld kunnen verdienen (en ook houden). De filosoof Hans Achthuis noemt deze heilstaat de utopie van de vrije markt. Rand zelf trekt de vergelijking met Atlantis – de stad waar heldengoden vredig samenleefden, maar die sinds lang verloren wordt gewaand en waarvan het bestaan zelfs in twijfel wordt getrokken. Amerikaanse neo-conservatieven zweren erbij en hopen dat John Galt hen komt redden.

Mij bekroop eerlijk gezegd het gevoel dat Rand hier gewoon de idylle van een ruimtelijk gesegregeerde gemeenschap schetst, niet zozeer een sekte, maar een groep gelijkgestemden die alle andersdenkenden rigoureus afwijzen en die voor zichzelf een ‘gated community’ beginnen waar ze in afzondering ongestoord kunnen genieten van hun eensgezindheid. Ze bewaken streng hun grenzen, hebben alle toegangswegen op een na afgesneden en laten niemand met afwijkende opvattingen tot hun territorium toe. Alle huizen lijken op elkaar, iedereen heeft dezelfde smaak. Diversiteit en pluriformiteit worden verafschuwd en daarin vinden alle ingezetenen elkaar. Feitelijk schetst Rand hier de Amerikaanse droom die later werkelijkheid zou worden en die ook in ons land de laatste tijd in opmars is: woonbuurten waar men elkaar op leefstijl uitzoekt en dan gezellig in afzondering samenwoont. Zelfs woningcorporaties in Eindhoven zwichten ervoor. Mensen willen niet meer samenleven, ze verdragen elkaar niet langer. Een gevaarlijke utopie. Lees Ayn Rand!

Tagged with:
 

Vooruitziende blik

On 23 augustus 2013, in boeken, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Atlas Shrugged’ (1957) van Ayn Rand:

Eerder al schreef ik over Ayn Rand’s ‘Atlas Shrugged’, naar aanleiding van Hans Achterhuis’ ‘De utopie van de vrije markt’. Deze zomer las ik dan eindelijk de dikke pil die in mijn geboortejaar verscheen en die nog altijd tot de meest gelezen boeken behoort in Amerika. En ik moet toegeven, het is een indringend verhaal over een aantal meedogenloze ondernemers. Deze dystopie schetst precies de ondergang van Amerika die wij op dit moment beleven. Autofabrieken zijn op de fles gegaan, de Amerikaanse Oostkust is verworden tot een ‘Rustbelt’, New York wankelt, de financiele crisis heeft de meeste mensen verarmd, mensen met talent zijn gevlucht naar de ‘Sunbelt’. Het sombere beeld dat Ayn Rand bijna zestig jaar geleden schetste van een toekomstige Amerikaanse economie is juist nu werkelijkheid aan het worden. Geen wonder dat de roman aan de andere kant van de oceaan een ware revival beleeft. Alleen de oorzaak van de huidige crisis is een volstrekt andere dan die Rand indertijd schetste: niet de weke sociaal-democratie van Barack Obama, maar juist het keiharde, niets ontziende neoliberalisme van zijn voorgangers drijft de Verenigde Staten op dit moment naar de ondergang. Ik vrees echter dat Amerikanen dit heel anders zien. ‘Atlas Shrugged’ is de bijbel van de ultraconservatieven. Trouwens, van zo’n roman kan geen econoom het winnen.

Voor Rand zijn grote steden tastbare uitingen van economische vitaliteit en kracht, het zijn producten van individueel moedig ondernemerschap, niet van cultuur en samenleving. Wanneer bijvoorbeeld twee grootindustriëlen – Dagny Taggart en Hank Rearden – elkaar op Thanksgiving Day in New York ontmoeten, zegt Rearden: “You know, Dagny, Thanksgiving was a holiday established by productive people to celebrate the success of their work.” Waarna we lezen: “The movement of his arm, as he raised the glass, went from the portrait – to her – to the buildings of the city beyond the window.” Diezelfde Rearden – uitvinder van een nieuw soort metaal – wordt even eerder in de roman door een andere grootindustrieel, Ellis Wyatt, aangemoedigd New York te verlaten wanneer de ondernemers door Washington aan banden worden gelegd: “Hank, why don’t you move to Colorado? To hell with New York and the Eastern Seaboard! This is the capital of the Renaissance. The Second Renaissance – not of oil paintings and cathedrals – but of oil derricks, power plants, and motors made of Rearden Metal. They had the Stone Age and the Iron Age and now they’re going to call it the Rearden Metal Age – because there’s no limit to what your Metal has made possible.” Vele ondernemers vluchten de bergen in maar Rearden blijft op zijn post. Het is alsof Mark Zuckerberg wordt aangemoedigd New York te verlaten en zijn geluk te beproeven in San Francisco, aan de andere kant van de Rocky Mountains. Silicon Valley opgevat als een soort Atlantis. 1957, wat een vooruitziende blik!

Tagged with: