Future City anno 1973

On 25 maart 2013, in boeken, geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Future City’ (1973) van Roger Elwood:

Twee dozen met boeken kreeg ik over de post van stedenbouwkundige Fred Zandvoort (1923). Fred is onlangs negentig jaar geworden. Boeken stuurde hij over steden uit de periode 1960 tot 1975. Een ervan is getiteld ‘Future City’ (1973). Erin opgenomen zijn korte verhalen van Amerikaanse schrijvers over steden in de toekomst. De toekomst van het jaar 2000 of zelfs 2050, wel te verstaan. De verhalen herlezen anno 2013 is ronduit curieus. Redacteur is science fictionschrijver Roger Elwood. Het voorwoord is van de hand van Clifford Simak. Dat stuk alleen al is veelzeggend over de situatie in het jaar 1973 en bepalend voor de oriëntatie van de redacteur en veel schrijvers van destijds. Simak: "The city today lives on as an anachronism propped up by tradition."

Handel was internationaal geworden, ze vond niet meer plaats tussen steden, aldus Simak in 1973. Zakendoen vroeg ook niet langer om nabijheid. Reizen en transport waren gemakkelijk en goedkoop geworden en konden over grote afstanden plaatsvinden. Bescherming hoefden steden niet meer te bieden. Steden waren ook niet meer nodig voor het bestuur. Steden, kortom, waren overbodig geworden. "Heroic efforts have been made to keep them alive and habitable, but these efforts have been of a patchwork nature as expedience demanded." Overal was sprake van verval. "The city today is strangling and suffocating and there does not seem that much can be done with it." Helemaal opnieuw beginnen en compleet nieuwe steden bouwen dan? Zou kunnen. Maar dan zouden die nieuwe steden zelfvoorzienend moeten zijn, zonder achterbuurten, zonder vervuiling en zonder werkloosheid. Simak: "But why save the city at all? Why spend money on it?" En dan: "The day may come, sooner than we think, when business and industry, as well as people, will have fled the city." Het eerste verhaal speelt in New York: "a searing vision of a decaying New York segregated from the rest of the country, replete with bedicabs (taxi’s voorzien van prostituees en bedden), real murder films, dingy hotels – visitors must be subjected to a lung-cleansing machine before they leave." Wegwezen dus. In Amsterdam was de situatie toentertijd niet heel anders. Twee jaar later startte de bouw van Almere. Daarna begon de stedelijke renaissance.

Tagged with:
 

Zelfbouw

On 21 maart 2013, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘A Hologram for the King’ (2010) van Dave Eggers:

Hoofdpersoon Allan Clay uit Boston, Massachusetts, belandt in ‘A Hologram for the King’ van Dave Eggers, als consultant van de Amerikaanse firma Reliant in King Abdullah Economic City, kortweg KAEC. De nieuwe stad ligt een paar uur buiten Jeddah, Saoedi Arabië, aan oevers van de Rode Zee. Daar moet hij met een team een holografische videoconferentie installeren in een tent voor de koning van het land, die ook de opdrachtgever is van de bouw van de stad. De eerste torens staan er, de waterlopen zijn gegraven, maar verder is er alleen maar woestijn en die ene tent. Het is precies zoals Dubai en Abu Dhabi ooit moeten zijn begonnen. Auteur Dave Eggers wijdt ons in in het leven van Clay, die net gescheiden is, een studerende dochter heeft en diep in de schulden zit. Van het slagen van zijn opdracht in KAEC hangt het af of hij uit de financiële problemen zal raken. Maar daar lijkt in de roman weinig kans op, want in de hele onderneming zit weinig schot. Amerika produceert zelf niets meer en Saoedi Arabië is rijk, maar heeft geen haast en bestelt alles in het buitenland. Iedereen is manager of consultant. Op de achterflap lees ik: “In ‘A Hologram for the King’, Dave Eggers takes us around the world to show how one man fights to hold himself and his splintering family together in the face of the global economy’s gale-force winds.”

Wanneer Clay boven op het dak van een flat in aanbouw staat en overweegt om een appartement te kopen en zo te speculeren op het succes van de bouwonderneming die een droom is van die ene oude koning, denkt hij terug aan Boston. Geworteld is hij er niet. Geboren in Dedham, een dorpje even ten zuiden van Boston, beseft hij dat niemand hem daar meer meer kent. Sinds jaar en dag woont hij in Duxbury, maar aan die voorstad voelt hij zich allerminst gehecht. Ooit had hij geprobeerd er iets voor zichzelf te bouwen: een natuurstenen muur om zijn eigen tuin. Hij had stenen en cement gekocht bij de plaatselijke bouwmarkt. “Building the wall gave Allan as much pleasure as he’d known in years, even though he had virtually no idea what he was doing.” Het moest allemaal snel klaar zijn, en met cement had hij nog nooit gewerkt. “But then came a visit from the zoning department.” Men ontbood hem op het stadhuis. Hij bleek geen vergunning te hebben. De muur moest weer worden afgebroken. Aan die beschamende affaire denkt hij terug als hij uitkijkt over de woestijn even buiten Jeddah, met rondom hem een reusachtige bouwput waar binnen dertig jaar een metropool moet verrijzen. Mooi. Huiveringwekkend.

Tagged with:
 

Verplichte lectuur

On 27 oktober 2012, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Reizen zonder John’ (2012) van Geert Mak:

In zijn nieuwste boek reist Geert Mak de Amerikaanse schrijver John Steinbeck achterna op zijn tocht dwars door de VS, nu vijftig jaar geleden. Ik heb het boek gelezen. De route die Mak in 2011 aflegde is precies die waarover Steinbeck in 1960 publiceerde in zijn reisverhalen gebundeld in ‘Travels with Charley’. Charley, dat was Steinbeck’s hond. ‘Travels with Charley’ was het boek dat destijds de temperatuur opnam van het naoorlogse Amerika en dat Steinbeck’s zwanenzang zou worden. De nu even oude Mak schrijft er vijftig jaar later een nog veel dikker boek over. Te dik, als je het mij vraagt. Om kort te gaan, Steinbeck was al oud, voelde zich depressief, slikte amfetamine en vluchtte min of meer voor zijn vrouw, zijn gestrande huwelijk en zijn twee verloren zonen. Wat voor indruk van Amerika kun je dan als schrijver geven?

Opvallend is dat Steinbeck de grote steden systematisch meed. Volgens Mak verlangde hij terug naar het oude Amerika, het Jeffesonse ideaal van het stoere, eerlijke Amerikaanse platteland. Dat ideaal vond hij overigens niet meer. Over de USA was Steinbeck dan ook ronduit pessimistisch. Mak begrijpt dat achteraf wel. Maar nu, vijftig jaar later, blijkt het nog veel erger te zijn: het Amerikaanse platteland, net als het Russische, het Duitse en het Chinese, loopt leeg, raakt in verval, de mensen trekken naar de grote steden. Mak, die het verval nauwgezet beschrijft, bezoekt slechts een paar grote steden: Detroit, Chicago en New Orleans. Alleen de laatste beschreef ook Steinbeck. Mak zet hiermee de toon, want Detroit kwijnt op dit moment weg en New Orleans is de ramp van orkaan Kathrina nog lang niet te boven. Chicago is bovendien nog even woest als destijds. Daarmee levert Mak een even vertekend beeld van de USA als Steinbeck in 1960. Anders gezegd, wie ‘Reizen zonder John’ leest moet ook ‘Triumph of the City’ van Ed Glaeser lezen. Anders zou je misschien gaan denken dat de Verenigde Staten inboeten aan vitaliteit.

Tagged with: