Manfred Bock 1943-2017

On 22 februari 2017, in geschiedenis, stedenbouw, wetenschap, by Zef Hemel

Gehoord op zondagavond 19 februari 2017:

 afbeelding Manfred Bock in de Droogbak, 1983

Zaterdag 18 februari 2017 overleed Manfred Bock, emeritus-hoogleraar architectuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. De in Hamburg geboren Bock, die in 1983 cum laude promoveerde op H.P.Berlage en de Beurs in Amsterdam, was een autoriteit op het gebied van klassiek historische onderzoek naar de moderne architectuur in Nederland. Begin jaren ’80 van de twintigste eeuw ontwikkelde hij tevens belangstelling voor de geschiedenis van de stedenbouw en zelfs van de ruimtelijke planning. Dat laatste was iets nieuws, dat zeker verband hield met zijn vriendschap met stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren (1897-1988), wiens archief Bock jarenlang bewerkte en met zijn team grondig onderzocht. Mijn eigen onderzoek naar de bijdrage van Van Eesteren aan de vormgeving van het landschap van de IJsselmeerpolders maakte deel uit van dit omvangrijke onderzoeksproject, dat door de Nederlandse staat werd gefinancierd. Bock was mijn promotor en leermeester. Van weinig mensen heb ik meer geleerd.

De belangrijke wetenschappelijk productie van Bock viel samen met de opleving van de Nederlandse architectuur, voorafgaand aan de episode-VINEX, zeg maar van begin jaren ’80 tot midden jaren ‘90. Dat was allerminst toevallig. Bock in Amsterdam en Ed Taverne in Groningen bliezen de latere bouwhausse aan met aansprekend historisch bronnenonderzoek. Na de Amsterdamse School en Berlage richtten de twee begin jaren ‘80 hun pijlen op het modernisme. De belangstelling voor het Nieuwe Bouwen, gewekt in een aantal schitterende tentoonstellingen die plaatsvonden in 1982 in vier Nederlandse musea, was vooral hun verdienste en zou een hele generatie jonge Nederlandse architecten blijvend inspireren. Het archief van Van Eesteren en andere archieven uit het ter ziele gegane Amsterdamse Documentatiecentrum voor de Bouwkunst stonden daarin centraal. Ons land zou er nu heel anders hebben uitgezien als deze twee grote wetenschappers in die periode niet zo productief waren geweest. Binnenkort, op 17 maart, opent er in het Amsterdamse Stadsarchief een tentoonstelling, getiteld ‘Een betere stad 1935-2017’, gewijd aan de realisatie van het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam. Manfred Bock had zich geen mooier afscheidscadeau kunnen wensen.

Tagged with:
 

Luchtfietserij

On 5 februari 2015, in stedenbouw, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 30 januari 2015:

The Elevators installation in the Central Pavilion

ThyssenKrupp, de staalgigant uit Essen, heeft een lift ontwikkeld die zowel verticaal als horizontaal kan bewegen. Carola Houtekamer schreef er een reportage over. In NRC handelsblad interviewt ze onderzoeker Markus Jetter die haar vertelt dat de liftenbouwers met het oude systeem een grens hebben bereikt. De kabels worden te lang en te zwaar, de liften hebben brede schachten nodig, “we kunnen niet hoger.” De nieuwe kabelloze magneetlift, Multi geheten, is ontwikkeld uit de oude Transrapid-techniek, de magneetzweeftrein die het dertig jaar geleden met Siemens ontwikkeld maar die nooit aansloeg. De Multi biedt 25 procent meer oppervlak en 50 procent meer doorstroom. En ja, hij kan ook opzij bewegen. Alexander Keller, directeur van de liftendivisie van ThyssenKrupp, ziet hiermee een hele nieuwe markt voor zich opdoemen: nog hogere gebouwen en gebouwen die in de breedte gaan. Wat gaat dit in de toekomst betekenen?

Volgens Keller groeien megasteden “als de hel”. Wolkenkrabbers zullen vijfhonderd tot zeshonderd meter hoog kunnen worden. Dat worden steden op zichzelf waar mensen in werken en leven. Als in 2017 de Multi in productie wordt genomen kunnen architecten weer volop dromen over nieuwe steden uitgevoerd in hoogbouw. Liften, aldus Keller, vormen nu nog een enorme beperking voor architecten. Straks niet meer. De liften bewegen dan rond, als in een reuzenrad. Tijdens de architectuurbiënnale afgelopen zomer in Venetië toonde curator Rem Koolhaas in zijn eigen paviljoen al een prototype van een verticaal en horizontaal bewegende lift. Ze was ontworpen door de TU Eindhoven, meende ik, en paste in de opstelling die de nieuwe mogelijkheden van hoogbouw schetste. Toen leek dit nog luchtfietserij. Maar nu dus niet meer. 2017 is niet ver weg.

Tagged with:
 

Exit Smart City?

On 7 januari 2015, in bestuur, technologie, by Zef Hemel

Gelezen op ‘Digital Minds for a New Europe’ (september 2014) van Rem Koolhaas:

Rio operations center- interior

Op 24 september 2014 hield Rem Koolhaas in Brussel een opmerkelijke lezing voor de High Level Group van de EU over ‘Smart Cities’. De oude Nederlandse architect (1944) was uiterst kritisch, of was het somberte? Cynisme? Hij zei: “The city triumphed at the very moment that thinking about the city stopped.” Hoezo gestopt? Bij stadsontwikkeling, aldus Koolhaas, gaat het tegenwoordig niet meer om vormgeven aan gemeenschappen, zoals architecten altijd deden (“Architecture used to be about the creation of community”) , maar om comfort, veiligheid, controle, duurzaamheid en zelfs het vermijden van rampen als klimaatverandering door toepassing van geavanceerde stedelijke technologieën. Grote bedrijven hebben de stad als afzetmarkt ontdekt en burgemeesters laten hun oren hiernaar hangen. Welke burgemeester wil niet ‘slim’ zijn, aldus Koolhaas. Het toekomstbeeld van de stad is volgens hem dood. “If you look at Silicon Valley you see that the greatest innovators in the digital field have created a bland suburban environment that is becoming increasingly exclusive, its tech bubles insulated from the public sphere.”

Volgens Koolhaas hebben de grote bedrijven de stad afgepakt van de architecten. Vooral op Benjamin Barber’s pleidooi om burgemeesters de wereld te laten regeren (‘If Mayors Ruled the World’) richt hij zijn giftige pijlen. Burgemeesters zijn volgens hem bij uitstek vatbaar voor de retoriek van de markt. “This confluence of rhetoric – the ‘smart city’, the ‘creative class’, and ‘innovation’ – is creating a stronger and stronger argument for consolidation.” De controlekamer van IBM in Rio de Janeiro (foto) staat voor hem symbool voor een stad die in toenemende mate wordt ingericht als een ‘comprehensive surveillance system’. Kortom, de politiek moet de stad weer teruggeven aan de architecten. En de architecten, die in de jaren negentig massaal voor de markt zijn gaan werken, moeten de politiek weer bestoken met spannende toekomstbeelden. Over participatieve community planning, mede mogelijk gemaakt door de nieuwe technologie, sprak de grote architect met geen woord.

Tagged with:
 

Revolutie in Berlijn

On 16 december 2014, in innovatie, kunst, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Le Corbusier’ (1960) van Peter Blake:

Opnieuw een treffend voorbeeld van het belang van nabijheid bij het aanvang nemen van nieuwe revolutionaire ideeënwerelden. Ditmaal over moderne architectuur. De belangrijkste architecten die aan de wieg stonden van de modernistische stroming in de architectuur in de twintigste eeuw – Le Corbusier, Walter Gropius en Mies van der Rohe – werkten alle op jonge leeftijd vanuit Berlijn, sterker, ze werken alle in één bureau, namelijk dat van Peter Behrens. De Fransman Corbu was amper drieëntwintig jaar toen hij overkwam uit Parijs, Mies, afkomstig uit Aken, was vierentwintig en Gropius, weggetrokken uit Noord-Duitsland, zevenentwintig jaar. We schrijven de jaren kort voor de Eerste Wereldoorlog. Behrens zelf was in 1907 van Darmstadt naar Berlijn verhuisd. Hij had daar een grote opdrachtgever gevonden: machinefabriek AEG. Hij was gaan wonen in een groot huis  op Neubabelsberg, vlakbij Potsdam. In de tuin had hij zijn eigen bureau gebouwd. Daarna was hij jonge architecten gaan werven die voor hem zouden werken.

Eind 1907 maakte de vierentwintigjarige Walter Gropius in Neubabelsberg zijn entree. Kort daarna arriveerde Mies. Drie jaar later volgde de iets jongere Le Corbusier. Die zou er overigens niet langer dan vijf maanden blijven werken. Maar het effect was immens. Peter Blake: “Ieder van deze jonge adepten zou iets heel speciaals van Behrens leren: Corbu technische organisatie en machinestijl; Mies classicisme; en Gropius de mogelijkheden om tot een industriële beschaving te komen.” Allen, aldus Blake, vonden daar, in Berlijn, de lemmata voor hun esthetische woordenlijst: kubussen, bollen, cilinders, kegels, enzovoorts. “Het was een feestelijke gewaarwording, deze ontdekking van een weidse nieuwe vormenwereld.” Die vijf maanden in de tuin in Neubabelsberg zouden later beslissend blijken voor het aanzien van de moderne architectuur.

Tagged with:
 

Twitterstorm in Londen

On 11 december 2014, in citymarketing, stedelijkheid, voedsel, by Zef Hemel

Gelezen op LDN24 van 8 december 2014:

Opnieuw over Londen. Op ‘LDN24’ las ik een bericht van Kate Nelson over onderwerpen waarover Londenaren het afgelopen jaar het meeste twitterden. Wat houdt de veelal jonge stedelingen in een van de meest opwindende metropolen het meeste bezig? Wat zijn de nieuwste trends? Het onderzoek was uitgevoerd door Relish, een nieuwe breedbandonderneming in Londen. De data waren verkregen door geo-gelocaliseerde gesprekken op Twitter te traceren en bij elkaar op te tellen. Dit had geresulteerd in de zogenaamde ‘Twitter Impact Index’. Wat bleek? Het beeld dat Londen van zichzelf heeft, aldus Nelson, is heel anders dan iedereen dacht en verandert kennelijk drastisch. De traditionele Britse cultuur maakt snel plaats voor zeer on-Britse zaken als nieuwe restaurants, festivals en moderne architectuur – “three elements of city living that have become unstoppable forces in London’s social fabric.”

Heel veel werd er getwitterd over voedsel. Over ‘Street Feast’ het meest (20.560 tweets). De tentoonstelling waarover de meeste tweets werden verzonden: ‘Digital Revolution’ (5.547), beduidend meer dan de bijzondere Rembrandt-tentoonstelling in The National Gallery (1.845). Populairste galerie: The Barbican, by far: 49.533 tweets. Populairste park: Hyde Park (126.832), gevolgd door Olympic Park (20.732) En architectuur? Bovenaan: ‘The Shard’ (46.612), gevolgd door Buckingham Palace (niet veel minder en uiteraard een heerlijk onderwerp). En wat restaurants betreft: helemaal bovenaan het nieuwe kattenrestaurant ‘Lady Dinah’s Cat Emporium’ in Bethal Green. Hierover brak een ware Twitterstorm los: 9001 tweets in korte tijd. Katten kunnen hier dineren. De zaak schijnt al maanden uitverkocht. Iets voor Amsterdam?

Tagged with:
 

Tokio’s erfgoed

On 9 september 2014, in monumentenzorg, stedenbouw, by Zef Hemel

Gezien in Venetië op 31 juli 2014:
The Rainbow Bridge, Tokyo, shot from Shinagawa Futo

‘In the Real World’, zo luidt de titel van de Japanse bijdrage aan de architectuur biënnale Venetië 2014. Hoezo ‘In the real world’? De Japanse terugblik op honderd jaar Modernisme concentreert zich op de jaren ’70 van de twintigste eeuw, toen een nieuwe generatie Japanse architecten twijfels kreeg over het modernisme in hun eigen land en een kijkje besloot te nemen in ‘the real world’, om zo weer contact te krijgen met de realiteit. De climax vormde de Wereldtentoonstelling Osaka 1970. Die Expo viel overigens samen met ernstige milieuvervuiling, slechte woonomstandigheden voor de gemiddelde Japanner, en werd spoedig gevolgd door twee nare oliecrises. In deze impasse besloot een aantal jonge architecten het land te verlaten, op reis te gaan, oude dorpen te tekenen, primitieve beschavingen te bestuderen, hun geschiedenis te onderzoeken. In de megasteden gingen ze hele kleine woningen bouwen, of dorpsachtige structuren. Een aantal van hen komt in de tentoonstelling aan het woord. Door de curators wordt hun werk nu beschouwd als beslissend voor de verdere ontwikkeling van de Japanse architectuur.

Een van de architecten is Terunobu Fujimori. Hij richtte de Street Observation Society op, evenals de Architectural Detective Agency. Fujimori voelde een diepe afkeer van de wijze waarop hele binnensteden destijds werden platgewalst en veranderd in commerciële consumptieoorden. Hij besloot de geschiedenis van Tokio in de Meiji Periode te bestuderen en verbaasde zich over zijn collega’s die sloop normaal vonden en ook zo achteloos met hun oude ontwerpmateriaal omsprongen. Ze gooiden het gewoon weg. Niemand leek geïnteresseerd in het verleden. Fujimori herontdekte het erfgoed – een doodzonde in het modernisme. Hoe hij over de steden van dit moment denkt? Fujimori: het is niet prettig om tegenwoordig door steden als Tokio te wandelen. "But it is beautiful to speed along the coast at dawn in a car on the way to Haneda. It really is. I find Tokyo more beautiful than other cities on the sea such as New York or Venice. New York stands on bedrock, so there is a gap between the waterline and the skyscrapers. But Tokyo seems to be floating on water, all the lights are on, and the ground too has been neatly laid out." (foto: Alfie Goodrich) Het enige wat hij mist is geschiedenis. Haar verleden heeft Tokio uitgewist.

Tagged with:
 

Flying Cities

On 20 augustus 2014, in kunst, politiek, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Monolith Controversies’ (2014):

Via Mrs. Silvia Gutiérrez’s apartment kwamen we het paviljoen van Chili binnen. Pas later begrepen we dat dit al te menselijke element op de Architectuur Biënnale van Venetië 2014 bedoeld was als proloog op een uiterst boeiend verhaal over een betonnen standaard element, zoals geproduceerd door de KPD fabriek in Quilpué, Chili. De fabriek was door de Sovjets cadeau gedaan aan president Salvador Allende in 1972, bedoeld om de woningnood in het land op radicaal-industriële wijze te lenigen. Het eerste neutrale element, door Allende destijds persoonlijk ondertekend, was na opening van de fabriek trots bij de ingang geplaatst. Niet lang daarna echter viel het socialistische regime en kwam de fabriek in handen van de junta van generaals rond Pinochet die de coup hadden gepleegd. De handtekening hadden deze prompt uit het beton verwijderd, in het gestanste venster een Mariabeeld geplaatst. Later raakte het zoek. Nu stond het technische ding in Venetië, in het arsenaal, als historische getuige van het Modernisme.

Het industriële bouwsysteem van de neutrale betonelementen was in 1931 in Frankrijk ontwikkeld, in de jaren vijftig door de Sovjets gekopieerd, jaren zestig naar Cuba verscheept, om begin ’70 in het Chili van Allende te arriveren. De Rus Boris Groys, die zijn jeugd doorbracht in deze ‘Plattenbau’, beschrijft het fraai in zijn bijdrage aan de catalogus bij de tentoonstelling. Over de architecten die het systeem ontwikkelden noteerde hij: "They conceived the individual apartments as free moving units that could be combined and recombined to build temporary, shifting, changing housing agglomerations – instead of traditional housing." De woningen refereerden bewust aan de ‘flying cities’ van Kazimir Malevich: "The radical break with the historical past was understood as the beginning of travel that had no end." Anders gezegd, met het neutrale industriële bouwsysteem zetten de troonopvolgers van Stalin zich bewust af tegen hun boze voorganger, die steeds pompeuze neoclassicistische architectuur had verordonneerd. Voortaan was iedereen gelijk, sober, onbelast door het verleden, ieders behoefte bevredigd. Refereren aan de avantgarde mocht weer. In deze tijd waarin we diversiteit en individuele expressie vieren als het grootste goed een onbegrijpelijke esthetiek. Groys: "There can be no doubt about it: every utopian, radical taste is a taste for the ascetic, uniform, monotonous, gray and boring."

Tagged with:
 

Biennale als IKEA

On 5 augustus 2014, in cultuur, duurzaamheid, stedenbouw, technologie, by Zef Hemel

Gezien in Venetië op 31 juli 2014:

De Nederlandse architect Rem Koolhaas (70) is de curator van de Internationale Architectuur Biënnale van Venetië 2014. Thema: ‘fundamentals’. In plaats van toparchitectuur, toont Koolhaas achttien elementen die architectuur sinds mensenheugenis bepalen: de vloer, het dak, de muur, de corridor, het balkon, de wc, de lift, het raam, de trap, de hellingbaan, de haard, enzovoort. Zijn stelling is dat elk van deze elementen een historische ontwikkeling heeft doorgemaakt die in de afgelopen honderd jaar door het Modernisme zodanig zijn gestroomlijnd dat ze nu vooral langs lijnen van veiligheid en comfort industrieel worden vormgegeven. De volgende stap laat zich raden: de architectuur van de toekomst zal nog steeds door al deze elementen worden bepaald. Zijn tentoonstelling – verwijzend naar Siegfried Giedion’s ‘Mechanisation Takes Command’ (1945) – ervoer ik als een regelrechte IKEA; per type liggen de bouwelementen in de ruimte helder geordend, als consumptieartikelen in schappen uitgestald. Maar waar is de architectuur gebleven? Sterarchitecten ontbreken in deze tentoonstelling. Voor hen lijkt deze biënnale een regelrechte affront. Ik zag ze dan ook niet, de architecten, deze zomer. Hun rol lijkt uitgespeeld. In die zin is het een dappere biënnale.

Met de architecten zijn echter ook de mensen van het toneel verdwenen. Van iets maatschappelijks in deze biënnale zie ik geen enkel spoor. Ook het thema duurzaamheid ontbreekt totaal. Maatschappelijke thema’s, ze zijn aan Koolhaas kennelijk niet besteed. Nu het crisis is, trekt de architect zich terug op eigen terrein. Uiteraard, ook dat is een statement. In zijn scan van het hedendaagse Italië, in het Arsenaal, zag ik meer dan genoeg aanleiding om als architect een maatschappelijke positie te betrekken. Zeker als de zorgelijke toestand in Italië model staat voor de situatie waarin wij volgens de curator allen verkeren – in verval, met onwaarschijnlijk veel architecten, nog altijd met potentie, maar bovenal met een wankel democratisch bestuur. Echter, Koolhaas laat het na. Ik zag een biënnale vol bouwmaterialen en ik moest denken aan de uitspraak van Juan Clos, voorzitter van UN-Habitat: nooit eerder was het zo goedkoop om te bouwen. Afschrijvingstermijnen voor vastgoed naderen het nulpunt. Voor weinig geld kunnen we in vijf jaar tijd hele steden uit de grond trekken, om ze na tien jaar weer kosteloos op te ruimen of te laten vervallen. De installatie van Wolfgang Tillmann – ‘Elements of Architecture’ – maakte dit afdoende duidelijk. Waar is schoonheid? Waarom erfgoed beschermen? Na het bezoek aan ‘Monditalia’ verliet ik gedesillusioneerd het biënnaleterrein.

Tagged with:
 

Spectaculair!

On 18 januari 2014, in kunst, mode, by Zef Hemel

Gezien in Amsterdam op vrijdag 17 januari 2014:

 

De laatste jaren zelden zo’n hevige emotie gevoeld bij het zien van moderne architectuur. Vrijdagavond reed ik argeloos over de ringweg A10, komende uit de richting van Den Haag. Daar lag hij, het spiksplinternieuwe hoofdkantoor van G-Star Raw, ontworpen door OMA, het bureau van Rem Koolhaas, in de bocht ter hoogte van de afslag Utrecht. Alle lichten waren aan, de interieurs bleken geplaatst, geen mens was er te zien, alles was hel verlicht. Een stralende doos van een reusachtig formaat doemde op, een hangar met kantoren aan de snelwegzijde helemaal opengewerkt, de gevel van onder tot boven van glas. Doordat het gebouw in de buitenbocht van de snelweg is geplaatst kijk je zo naar binnen en draai je er rakelings langs. Wat een mooie enscenering! Wat een geweldige show! In een flits schoten beelden aan me voorbij van de meest fantastische modernistische kantoorinterieurs van Frank Lloyd Wright en Mies van der Rohe. Dit is de allermooiste snelwegarchitectuur die ik ooit heb gezien, veel mooier en spectaculairder nog dan alles op de Zuidas, even verderop.

Het nieuwe hoofdkantoor van G-Star Raw telt 27.500 vierkante meter; dat is bijna anderhalf maal de Bijenkorf. In de doos is door de architecten weer een enorme glazen doos gehangen – RAW-space – met hangar-achtige deuren, geschikt voor binnen- en buitenevenementen zoals modeshows en workshops. Ook de glazen plint van het gebouw is zo ontworpen dat hij tevens kan dienen als verhoogd podium voor buitenevenementen, maar je kan er ook je auto, via een hellingbaan, stoer parkeren. Alle creatieve afdelingen van het modebedrijf zijn zichtbaar vanachter glas; de ondersteunende functies liggen hieromheen, in een schil uitgevoerd in zwart beton. De doos herinnerde me aan het schitterende prijsvraagontwerp van OMA voor het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) in Rotterdam eind jaren tachtig. Die prijsvraag won Koolhaas helaas niet. Amsterdam krijgt hem nu alsnog: mooier, eenvoudiger, groter, gerijpter, spectaculairder. Pak uw auto! Rij erlangs, bij voorkeur ‘s avonds! Gaat dat zien!

Tagged with:
 

Supermetropool

On 22 januari 2013, in hoogbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Supermodel’ (2013) van Mark Hemel en Barbara Kuit:

Afgelopen week verscheen het boek ‘Supermodel. Making one of the world’s tallest towers’ van mijn broer Mark, die samen met zijn vrouw Barbara Kuit een architectenbureau in Amsterdam heeft, genaamd Information Based Architecture. In 2006 wonnen zij een prijsvraag. Wat heet. Hun boek gaat over het ontwerp en de bouw van de ruim 600 meter hoge tv-toren in Guangzhou, Zuid-China. Van hun boek kreeg ik een exemplaar. De toren bezocht ik eind 2011, kort na de opening. Na de schok van Guangzhou, een 15 miljoen tellende supermetropool in de dichtbevolkte Pearl Delta, was de beklimming van de toren en het uitzicht een stevige extra dreun. En dan het boek. Over het ontwerp- en maakproces van één gebouw lees je niet vaak zo’n uitvoerig en openhartig verslag van de architecten zelf. Die hullen hun succesvolle bouwwerk doorgaans in een mysterieuze mist. Het rijk geïllustreerde boek leest als een spannend avonturenboek. Je zou bijna architectuur gaan studeren.

Het interessantst vond ik overigens niet de wederwaardigheden over het maakproces van een kolossaal gebouw in een ver land, maar de nuchtere feiten en cijfers. Die staan vermeld achterin het boek. Alles hierin lijkt uitvergroot. Zo kostte de toren liefst 180 miljoen euro; het bouwwerk weegt in totaal 211.000 ton; er werkten 150 experts aan het ontwerp, plus 600 ontwerpers en ingenieurs; in totaal hebben 8.000 mensen aan de toren gewerkt; de staalfabriek stond 1500 kilometer van de toren verwijderd; de onderdelen werden per vrachtwagen over de weg aangevoerd. Wablief? Over een afstand van vijftienhonderd kilometer? Dat is, zeg maar, 211.000 ton staal per vrachtwagen van Marseille naar Amsterdam slepen. Alleen een Egyptische farao kan zoiets verzinnen.

Tagged with: