Nachtleven is duurzaam

On 8 oktober 2014, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De hardnekkigheid van de 9 tot 5-economie’ (2009) van Paul de Beer:

MIRIK MILAN _ PREFEITO DA NOITE EM AMSTERDA

Het geklaag, vooral afgelopen zomer, over de enorme drukte in Amsterdam bleek iets typisch Amsterdams. Nu klagen Amsterdammers graag – daar niet van -, maar dat is niet wat ik bedoel. Wel dit: de door Amsterdammers ervaren drukte doet zich alleen voor in (het centrum van) Amsterdam, in de rest van Nederland is het veel rustiger. Vergelijk het straatbeeld zelfs in Rotterdam maar eens met dat in Amsterdam. Amsterdam kookt over, Rotterdam nog in het geheel niet. Deels zijn het de stromen toeristen, waaronder heel veel dagjesmensen, deels groeit gewoon het inwonertal van de hoofdstad gestaag, elk jaar met 15.000. Elders in Nederland is eerder sprake van krimp, van toenemende rust en stilte. Er is geen andere conclusie mogelijk. Die enorme stromen mensen kunnen hier niet meer tussen negen en vijf worden geaccommodeerd. Amsterdam maakt zich op voor een heuse 24-uurs economie. De grootste stad van Nederland wordt eindelijk volwassen.

Volgens de econoom Paul de Beer is er in Nederland beslist geen sprake van langere werktijden. Volgens cijfers uit 2009 blijkt althans hier niets van. De Beer: "Voor zeven uur ’s ochtends en na zes uur ’s avonds is vrijwel niemand aan het werk." Dat zal best, maar dat zijn landelijke cijfers. In Amsterdam lijkt mij dat niet (meer) het geval. En het is ook logisch. Bij een bepaalde omvang gaat een stad niet meer slapen, dan dendert ze door. Dat zie je in echte grote wereldsteden als Londen, Sao Paulo, Tokio, New York en Parijs. Dat is buitengewoon duurzaam, goed en profijtelijk en, zeker, overlast geeft het hier en daar ook. Voorzieningen worden hierdoor echter optimaal benut, nieuwe banen worden gecreëerd, inwoners en bezoekers worden langer en beter in alles bediend. Nederland is nu nog provinciaals, de regelgeving wordt overwegend in Den Haag gemaakt. Al jaren pleit nachtburgemeester Mirik Milan (foto) voor ruimere openingstijden. Zo stelde het vorige B&W van de hoofdstad ruim een jaar geleden al enkele 24-uurs zones voor de horeca in en ik zag een pleidooi van de Amsterdamse afdeling van D66 voor meer nachtvergunningen en ruimere openingstijden. Supermarktjes, bakkers, drogisterijen, ze moeten ook ’s avonds laat open kunnen zijn. Amsterdam zoekt naar een nieuwe balans.

Tagged with:
 

Vies, vuig en vol

On 29 september 2014, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 18 augustus 2014:

 
Hyde Park - Grand Avenue

Kort nadat de Rotterdamse directeur van het Rijksmuseum, Wim Pijbes, in NRC Handelsblad weer eens had geklaagd over Amsterdam ("Amsterdam raakt vies, vuig en vol"), werd in Saint Louis, Missouri, de 18-jarige Michael Brown doodgeschoten door een blanke agent. Het was het startschot voor bewoners van Ferguson om de straat op te gaan en te plunderen. Daags erna schreef Guus Valk er een indrukwekkende reportage over. Zelden las ik zo’n goed achtergrondartikel over wat er aan de hand is in steden als St. Louis. Deanel Trout, die hij tegenkwam op straat, vertelde hem hoe hij veertien jaar geleden het criminele en verpauperde centrum van Saint Louis was ontvlucht om zijn intrek te nemen in een groot vrijstaand huis in Ferguson. "Zoals overal in Amerika trok ook St. Louis in de tweede helft van de twintigste eeuw leeg. Blanke mensen wilden in vrijstaande huizen met grote tuinen wonen, en kwamen alleen nog voor hun werk in de stad." Ferguson, aldus Valk, werd het prototype van de fantasieloze, maar comfortabele suburb.

Het ooit trotse, industriële St. Louis raakte in verval en het blanke Feruguson spon er garen bij. Eerst ontving het een blanke middenklasse op zoek naar rust, die echter al snel plaatsmaakte voor een zwarte middenklasse. Waarop de blanken nòg verder weg trokken en de huizenprijzen daalden. Na de blanke vlucht kwam de zwarte vlucht. Valk: "In een paar decennia is de omgeving van St. Louis, een gebied met ruim drie miljoen inwoners, een van de meest gesegregeerde steden van de VS geworden." Vandaar ook de hoge criminaliteit. In het district waar Ferguson deel van uitmaakt, werden in 2012 op een miljoen inwoners liefst 44 moorden gepleegd. En de uittocht gaat door. Volgens een recent artikel in Co-exist.com vluchten de blanken nu uit de wijken waar de hispanics een kritische meerderheid halen. Nee, Joel Garreau zag het verkeerd. In ‘Edge Cty’ (1991) beweerde hij dat exurbane expansie noodzakelijk is om binnensteden te redden. In St. Louis ontbrak deze expansie en daarom, schreef hij, kregen planologen haar binnenstad niet aan de praat. Het centrum van Saint Louis is leeg. Dat is nog eens wat anders dan een volle Amsterdamse binnenstad die lijdt onder haar enorme aantrekkingskracht en die volgens de directeur van het Rijksmuseum de grenzen van haar succes bereikt. Suburbanisatie leidt tot verval, urbanisatie tot bloei.

Tagged with:
 

450 jaar winkelen

On 26 september 2014, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Het winkellandschap van Amsterdam’ (2004) van Clé Lesger:

De aanleiding was de tijdelijke afsluiting door de politie van de Amsterdamse Kalverstraat vanwege de drukte afgelopen zomer. Vanuit de winkels konden de mensen de straat niet meer op. Het blad Folia interviewde hierover onlangs Clé Lesger, docent economische geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Afgelopen voorjaar verscheen van zijn hand een geschiedenis van het ‘winkellandschap’ van Amsterdam. Hoe dat nou toch zat met die Kalverstraat. Al sinds de zeventiende eeuw is de Kalverstraat de belangrijkste winkelstraat van Amsterdam, antwoordde Lesger. Er wordt daar al 450 jaar gewinkeld en het is er altijd heel erg druk geweest. Maar tijdens de bouw van de groeikernen en de gedwongen overloop eind jaren zestig begon het verval en zochten de winkeliers een goed heenkomen in de PC Hooftstraat, dicht bij hun klantenkring. Lesger: "In 1974 stond in de Kalverstraat een kwart van de panden leeg, waar dumphandelaren met goedkope kleding handig gebruik van maakten." De straat, aldus de historicus, leek toen ten dode opgeschreven.

De nieuwe uitbaters van de Kalverstraat richtten zich op een jong publiek. Terwijl hun ouders in auto’s een parkeerplek zochten in Amstelveen, Hoofddorp of Almere, namen de kinderen het vervallen centrum van Amsterdam in bezit. De jeugd herontdekte de binnenstad, het waren zeker niet de ouderen. (Die laatsten zien het daar nog altijd niet zitten). Nu vestigen zich aan en rond de Kalverstraat de grote internationale ketens en bezwijkt de straat bijna onder het vele jonge publiek. Met de opening van de Noord-Zuidlijn wordt het er straks nog veel drukker. Maar het patroon verandert niet. De Dam en de oude rivierdijken blijven het hoofdwinkelgebied. In ‘Het winkellandschap van Amsterdam’ schrijft Lesger hierover: “Het is dit in het prestedelijke landschap verankerde en in al die eeuwen nauwelijks veranderde stratenpatroon in het hart van de stad, dat aan de basis staat van het Amsterdamse bewinkelingspatroon.” Lesger hoopt maar dat de gemeente nu niet gaat breken. Juist de nauwte, die beschutting geeft, maakt de straat heel aantrekkelijk. "Ze is vlak en meandert lekker, waardoor het er windstil is. Dat maakt haar nu eigelijk nog net zo comfortabel als eeuwen geleden." Goed gezien. De gemeente zou zijn boek moeten lezen.

Tagged with:
 

Twee waterfronten

On 25 september 2014, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gezien in Sint Petersburg op 18 september 2014:

Een boottocht over de Neva roept onherroepelijk vergelijkingen op met het IJ, en Sint Petersburg doet denken aan Amsterdam. De voormalige hoofdstad van het Russische rijk is een achttiende eeuwse stad en zijn grondlegger, tsaar Peter de Grote, had eind zeventiende eeuw in Amsterdam en Zaandam gebivakkeerd. Amsterdam aan het IJ, zo weten we, was bij het ontwerp van zijn nieuwe hoofdstad aan de Neva een van zijn geliefde voorbeelden. Zo gek is de vergelijking tussen de twee waterfronten dus ook weer niet. Alleen is het IJ later afgesloten, ingepolderd, met scheepswerven bezet en op sommige plaatsen door negentiende eeuwse ingenieurs op slinkse wijze gedempt. Het centraal station werd op last van het Rijk rond 1880 zelfs op kunstmatige eilanden in het havenfront gebouwd en overal rookten destijds schoorstenen. Het ruime water van de Neva is echter grotendeels open gebleven, waardoor de Hermitage nog altijd schittert aan haar ongeschonden oevers. Die breedte, die maat, dat is alles. Ze bezit een grote schoonheid.

De afgelopen twintig jaar onderging het waterfront van het IJ een grondige metamorfose. Uit een rommelig industrieel oeverlandschap dat in de jaren zeventig in verval was geraakt en waar hoertjes de lege kades bevolkten, is een nieuwe, moderne skyline gevormd die, anders dan de Rotterdamse, bijna de trekken vertoont van een klassieke achttiende eeuwse stad, met theaters, appartementengebouwen en musea. Het geheel is bewust ontworpen. Het volume van IJdock (80.000 m2) is bijvoorbeeld de helft van ‘De Rotterdam’, de nieuwste schepping van Rem Koolhaas (160.000 m2), en IJdock is ook veel minder hoog (40 in plaats van 150 meter) want in een aantal blokken uiteengelegd, onderling gescheiden door een traditionele straat. En wat te denken van het licht gebogen silhouet van het nieuwe Oosterdokseiland? Een trailer op televisie toont zowaar het logo van de nieuwe publieke omroep NPO in een panorama van het herboren IJ. Ik zag het laatst in een flits. Even meende ik Sint Petersburg te herkennen.

Tagged with:
 

Golfje

On 24 september 2014, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De Nederlandse bevolking in beeld’ (2014) van CBS/PBL:

Link to infographic: 'De randstad als een magneet'

Grappig boekje van het Planbureau voor de Leefomgeving. Ook dit planbureau ontkomt niet aan popularisering van haar statistieken. Verder is het boekje met 24 ‘infographics’ qua benadering tamelijk traditioneel. Het geeft de prognoses van de toekomstige bevolking van ons land, alsof het allemaal keurig uit te rekenen is. Het materiaal is verdeeld in drie boodschappen: 1. groei en krimp, 2. de bevolking wordt oud, 3. de stad wordt populair. De auteurs proberen “een realistisch toekomstbeeld te schetsen van de demografische ontwikkelingen op de korte en lange termijn.” Niet verrassend allemaal, zou je zeggen. Opvallend is wel de boodschap: “De Randstadbevolking groeit tegenwoordig heel snel.” Wat blijkt? In vijf jaar tijd kwamen er in het Westen des Lands ongeveer 250.000 inwoners bij. Bijna allemaal natuurlijke groei. Vooral mensen uit Zuid-Nederland trekken naar de Randstad, maar op het plaatje lijkt het alsof ze allemaal naar Zuid-Holland gaan. Een verklaring lees ik niet, ook niet waarom de provincies als uitgangspunt zijn genomen en niet de vier stedelijke regio’s. Kortom, dezelfde oude verwarring over wat nu eigenlijk de Randstad is blijft hier bestaan.

Geestig is de infographic en de bijbehorende tekst over Amsterdam. Die enorme groei van de zogenaamde Randstad valt in Amsterdam ineens reuze mee. Zeker, er vindt in Amsterdam een ‘geboortegolfje’ plaats, en binnenlandse migranten – jonge mensen “die niet veel ruimte nodig hadden (?) en aangetrokken werden door de fraaie, historische woonomgeving met veel culturele voorzieningen” – plus een buitenlands migratiesaldo voegen zich bij dit golfje: het levert een groei op van 34 personen per dag. Per dag? “Naar verwachting blijft de hoofdstad populair,” klinkt het zuinigjes. Echter, in 2040 komt aan die populariteit een einde, weet het Haagse planbureau. Dan zal Amsterdam nog maar met 9 personen per dag groeien. “Voor 2040 wordt een bevolking van 925.000 verwacht.” Het gaat hier dus niet om de hele metropool, alleen de gemeente. En niet om de Amsterdamse economie, maar om een populariteit gebaseerd op erfgoed en cultuur, alles ondanks de geringe ruimte. Dus ook niet met IJburg tweede fase en HavenStad gerekend. Het is maar dat u het weet.

Tagged with:
 

Urban Commons

On 18 september 2014, in participatie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Rebel cities’ (2012) van David Harvey:

Hoofdstuk 3 van ‘Rebel Cities’ van de Amerikaanse links-radicale geograaf David Harvey vind ik het interessantste hoofdstuk in een verder boos en verbolgen boek dat verscheen kort na de Occupy-beweging. Het gaat over ‘the creation of the urban commons’. Is het nog mogelijk, vraagt Harvey zich hardop af, iets gezamenlijks te ondernemen in de grote stad na de enorme golf van privatiseringen, buitensluitingen, bewakingen en overheidscontroles? Kleine burgerinitiatieven ziet hij nog wel, maar waar zijn de grote gebleven, die bijvoorbeeld in staat zijn de klimaatverandering te keren? En vele zijn trouwens niet werkelijk open. En wat nog erger is, neoliberale politiek bevordert juist decentralisatie en autonomie, uitgerekend om grotere ongelijkheid te bevorderen.

Radicale decentralisatie ziet Harvey nog steeds als een middel om weer ‘commons’ te organiseren. Staatsinterventie wijst hij resoluut af. Steden moeten het zelf doen. Maar kunnen die zichzelf organiseren zonder dat ze concurreren en er grotere ongelijkheid ontstaat? Hier refereert Harvey aan Murray Bookchin. Het blijkt te gaan om een boek uit 1992, getiteld ‘Urbanization Without Cities’. Bookchin ziet de oplossing in netwerken van steden, ‘a confederal network of municipal assemblies’. Deze lossen hun problemen gezamenlijk op. "Power thus flows from the bottom up instead of from the top down, and in confederations, the flow of power from the bottom up diminishes with the scope of the federal council ranging territorially from localities and regions to ever-broader territorial areas." Harvey vindt het een werkbare gedachte. Hij zou wel eens gelijk kunnen krijgen. Volgende week vergadert de Amerikaanse filosoof Benjamin Barber in de Amsterdamse Stopera met vijftig burgemeesters, waaronder de Amsterdamse, in een ‘Global Parliament of Mayors’. Ben benieuwd wat ze gaan bespreken.

Tagged with:
 

Techboom

On 17 september 2014, in economie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 11 mei 2014:

Twitter headquarters, on Market Street in San Francisco (Olivia Hubert-Allen/KQED).

Amsterdam is op dit moment het beste te vergelijken met San Francisco. Beide steden zijn ongeveer even groot; hun achterland is even stedelijk. De Bay Area telt circa tien miljoen inwoners, de Randstad en directe omgeving iets vergelijkbaars. Beide steden zijn ook centra van de tegencultuur, van hippies, homo’s, krakers, linkse intelligentsia, anarchisten. Er hoeft maar iets te gebeuren of er breekt een opstand uit op straat. Het welvaartspeil is alleen lager rond Amsterdam, want de regio mist een technische universiteit en een Silicon Valley. Nog een verschil: de baai ten oosten van Amsterdam is ingepolderd, terwijl de baai van San Francisco nog altijd schittert in de zon. Maar Amsterdam is even geliefd als de Californische stad en de nabijheid van de zee is in beide steden goed voelbaar. Gevolg: de huizenprijzen in beide steden stijgen snel.

Enige maanden geleden schreef Eva de Valk in NRC Handelsblad over de problemen als gevolg van het succes van San Francisco. Onder de kop ‘Klassenstrijd aan de westkust’ meldde ze dat de huizenprijzen ongezond snel stijgen, over de afgelopen drie jaar met liefst 36 procent, de huren zelfs met 51 procent. De goed verdienende techwerkers uit Silicon Valley worden gezien als oorzaak; zij werpen zich op de grootstedelijke woningmarkt. Maar het is anders: in San Francisco zelf groeit het aantal banen twee keer zo snel als in de Valley. De rollen zijn omgedraaid. Niet de randen, maar het centrum is dynamisch. Voor al die grootstedelijke banen worden ter plekke veel te weinig woningen gebouwd. De Valk: “Over zes jaar zijn alle niet-rijken de stad uit gedrukt.” Nieuwbouw in de Bay area vindt nog altijd plaats op grote afstand van de stad, zeker die voor de lage inkomensgroepen. Vergelijk het met de bouw van woningen voor Amsterdammers achter Castricum, Alkmaar en Nijkerk. Geen gekke vergelijking. San Francisco en Amsterdam lijken meer op elkaar dan je denkt.

Tagged with:
 

Buurttuinen met veerkracht

On 10 september 2014, in duurzaamheid, participatie, voedsel, by Zef Hemel

Gelezen in ‘In Pursuit of Resilient Community Gardens’ (2014):

Beatriz Pineda Revilla uit Spanje schreef een boeiende masterscriptie Urban Studies aan de UvA over stadslandbouw in New York en Amsterdam. In ‘In Pursuit of Resilient Community Gardens’ onderzocht ze vier praktijken van stadslandbouw in beide metropolen, in elke stad een bottom-up en een hybride initiatief waarbij intermediaire organisatie de stedelingen hielpen. Hoe veerkrachtig zijn ze en wat maakt dat ze zo veerkrachtig zijn? Dat was haar centrale vraag. Ze onderscheidde zeven indicatoren. De cases beschreef ze nauwgezet. De initiatieven scoorden elk op deze zeven. Wat bleek? Zeggenschap over de grond is kritisch, maar flexibele instituties zijn zo mogelijk nog belangrijker. Met haar onderzoek hoopt ze nieuwe burgerinitiatieven te kunnen helpen. Hoe kunnen deze zich telkens aanpassen en ervoor zorgen dat ze toekomstbestendig zijn?

De verschillen tussen de cases kon bijna niet groter. Prospect Farm is een initiatief van een idealistische hoogleraar in Noordwest Brooklyn, een typisch collectief beheerd terrein op sterk vervuilde grond; Garden of Eden is een hybride project in een sociale woningbouwcomplex in Fort Greene; Valreeptuin is een anarchistisch bottom-up project in Amsterdam-Oost; Buurttuinen Transvaal is een hybride project in een plantsoen in de Transvaalbuurt dat ondersteund wordt door de gemeente. Opvallende verschil tussen de twee cases in New York en die in Amsterdam vond ik de inbedding van de New Yorkse initiatieven in een netwerk van intermediaire nonprofit-organisaties – iets wat in het Amsterdamse nog ontbreekt. Gemeentelijke ‘participatiemakelaars’ moeten in Amsterdam dit organisatorische gat vullen. Het is alsof Pineda Revilla in haar scriptie pleit voor een nog verder terugtrekkende overheid in Nederland, waardoor dergelijke organisaties ook bij ons kunnen gedijen en eindelijk ook hier een civic society kan ontstaan. Veerkracht dankzij neoliberale politiek? Nee, ze bedoelt hybride vormen; die hebben de toekomst.

Tagged with:
 

Fietsvraagstuk

On 8 september 2014, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gehoord in Amsterdam op 29 augustus 2014:

Instagram foto door karenyadira15 - H.H Sheikh Hamdan bin Mohammed bin Rashid Al Maktoum, in #Amsterdam Tuesday, 26/08/2014 #repost from @ali.alsuwaidi : @faz3 #Netherlands#Amsterdam

Wat me het meeste bijbleef van de twee summer schools die ik dit jaar aan de Universiteit van Amsterdam modereerde was de enorme impact van het fietsverkeer op de deelnemers. Studenten uit de hele wereld, van zowel ‘Thinking City’ als ‘Planning and Living in Cities’, bleken zelf het meest onder de indruk van het overweldigende gebruik van de fiets in het Amsterdamse stadsverkeer. Een van de studio’s van ‘Thinking City’ ging dan ook over het Amsterdamse fietsvraagstuk. Tien kruispunten in de stad werden geanalyseerd. Maar dat niet alleen. Zelf fietsten de studenten tijdens de summer school ook met volle overgave. Op de fiets, vertrouwden ze me toe, voelden ze zich in Amsterdam het veiligst. Wandelen vonden ze namelijk veel te gevaarlijk en openbaar vervoer ronduit gebruiksonvriendelijk. Eigenlijk, zeiden ze, is Amsterdam helemaal geen prettige wandelstad; de trottoirs zijn er te smal, er zijn teveel geparkeerde auto’s en als voetganger dreig je voortdurend te worden aangereden door de vele ….fietsers. Daarom: liever zelf fietsen.

Wie deze zomer ook in Amsterdam fietste was de kroonprins van Dubai. Sjeik Hamdan bin Mohammed bin Rashid al Maktoum (31) logeerde eind augustus samen met zijn vrienden in het nieuwe Waldorf Astoria hotel aan het Herengracht. Over Amsterdam was hij heel opgetogen. Je kon hem trouwens goed volgen op Instagram en Tumblr. De foto’s die hij nam waren niet van klokgevels, grachten of monumenten, laat staan kaas en klompen, nee het waren foto’s van fietstochten in en rond de stad. Op een gegeven moment zag je hem zelfs fietsen langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Ook kocht hij spiksplinternieuwe fietsen bij een fietsenhandelaar aan een van de grachten. En niet alleen ik was van die aankopen getuige: de jonge kroonprins heeft meer dan 1,2 miljoen trouwe volgers op Instagram! En zoveel likes kreeg hij voor zijn fietstocht in Amsterdam: 97595. Daar kan geen citymarketingcampagne tegenop. Let op mijn woorden, binnenkort komt het hele Midden Oosten fietsen in Amsterdam. Het wordt nog veel en veel drukker.

Tagged with:
 

Duurzame alternatieven

On 28 augustus 2014, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 23 augustus 2014:

Twee berichten in dezelfde economiebijlage van NRC Handelsblad. Het eerste betreft een interview met Erik van der Noorda, de nieuwe topman van bouwbedrijf Ballast Nedam. Het kwakkelende bouwbedrijf behoort tot de grootste vier van Nederland. Van der Noorda is aangetrokken om het mammoetbedrijf te redden. Hij denkt dat het hem zal lukken, ook al bleek onlangs dat het bedrijf een verlies van 87 miljoen moet nemen op de verbreding van de A15. Hij denkt een goede kans te maken nu hij de aanbesteding heeft gewonnen voor de verbreding van de A9, ter waarde van 700 miljoen euro. Van het meedingen naar de nieuwe sluis bij IJmuiden ziet hij af. De A9, dat is de gebogen snelweg tussen Ouderkerk aan de Amstel-Amstelveen-Badhoevedorp-IJmuiden – de tweede ring om Amsterdam. Een deel van het Amsterdamse Bos zal daarvoor worden omgekapt.

Het andere bericht betreft de malaise in de autoverkopen in Nederland. De branche staat er slecht voor. Vorig jaar werden liefst 12 procent minder auto’s verkocht. Koops Furness, een van de grootste autodealers, verkeert in problemen. Eerder dit jaar ging al Pouw failliet. Ook Stern staat er slecht voor. Max Erich, sectoreconoom Automotive bij ING, komt aan het woord. Wat blijkt? Autobezit is voor veel mensen te duur geworden, zegt hij. Brandstof, motorrijtuigenbelasting, onderhoud, het is een kostbare zaak. En dan is er de crisis. Maar dat is niet het enige. Vooral jongeren laten het afweten. Die kiezen niet langer voor een eigen auto, zegt Erich. Ze willen duurzamere alternatieven, zoals Car2Go, Greenwheels en, vooral, de fiets. “Zeker in de grote stad.” Dus terwijl de regering doorgaat met kostbare wegverbredingen, is peak car in de grote steden allang gepasseerd. De autobranche krijgt het door, het ministerie nog niet. Over het bezoek aan het Amsterdamse Bos stond overigens, vanwege het WK roeien, ook een mooi stuk in diezelfde zaterdagkrant: de recreatie in dat bos neemt de laatste jaren sterk toe. Vooral fietsers.

Tagged with: