Eén grote improvisatie

On 14 juli 2016, in kunst, regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord op 3 juli 2016 in de OBA te Amsterdam:

 _MGL6176

De feestelijke afsluiting van twaalf weken Volksvlijt die op zondagmiddag 3 juli plaatsvond in de OBA aan het Amsterdamse Oosterdok was werkelijk heel bijzonder. Ruim honderd betrokkenen, waaronder een baby, hadden zich in het theater op de zevende verdieping verzameld zonder vooraf precies te weten wat er die middag zou gebeuren. Die merkwaardige omstandigheid typeerde eigenlijk het hele proces van aanloop en voorbereiding van de tentoonstelling, van opbouw, opening, aankleding en uiteindelijke programmering, een open planproces dat anderhalf jaar in beslag nam en dat officieel begon met een presentatie van het vage idee in Pakhuis de Zwijger in december 2014: er zou een tijdelijk Paleis voor Volksvlijt komen met een tentoonstelling over de toekomstige economie van de metropool Amsterdam. Aanleiding waren de IABR 2016 (The Next Economy) en EU2016 (Urban Agenda). Geld, organisatie en een gebouw waren er echter niet. Hoe de tentoonstelling eruit zou zien, was ook onbepaald; alleen dat er twaalf ‘campussen’ zouden komen, meer niet. Zelfs waar het paleis zou komen en wie er aan zouden meewerken was onduidelijk geweest. Het enige dat vaststond was de openingsdatum van 12 april 2016 en het slotevent op 3 juli 2016. Het was een open uitnodiging om mee te doen en de inhoud mee te helpen bepalen. Zo begon een gezamenlijke improvisatie met steeds meer spelers, die allemaal zonder opdrachtgever en zonder geld of belang uiteindelijk het paleis samen gingen bouwen. Eén grote assemblage.

Wat we die gedenkwaardige zondagmiddag op 3 juli deden was terugblikken. Hoe was het voor ieder van ons geweest om in zo’n onzekere situatie aan zoiets ambitieus te werken? Van een enkeling groeiden we naar een groep, die weer uitgroeide tot een hele gemeenschap. Wat dreef ons? Waarom hielden we het vol? Vrijwel iedereen gaf toe de onzekerheid wel eens moeilijk gevonden te hebben. Je moest elkaar kunnen vertrouwen, de wederzijdse afhankelijkheid was groot, wie gaf hier de leiding, wat werd het eindresultaat? Wie meedeed werkte belangeloos, voor een hoger, gezamenlijk doel. Steeds was er inspiratie die ons voortdreef. En het hele idee was ook heel gaaf. Groot was de beloning toen de tentoonstelling eindelijk opende. En nee, niemand had zo’n resultaat ooit verwacht. Ook de programmering daarna was spontaan, van onderop, verlopen, alles was helemaal open geweest. Ruim 400.000 mensen bezochten de tentoonstelling. De tentoonstelling zelf is met twee maanden verlengd en kan nog tot 1 september 2016 worden bewonderd. Wie Volksvlijt kan bouwen, kan elke onzekerheid aan, die kan heel goed samenwerken, die kan zelfverzekerd een onbekende toekomst binnenstappen, die kan, net als Kees de jongen, werkelijk heel goed dromen. Wat een schitterend experiment! Iemand die hierop wil promoveren? Foto: lex Banning

Tagged with:
 

Niet exploderen, maar imploderen

On 8 juli 2016, in duurzaamheid, kunst, by Zef Hemel

Voorgedragen op het Marineterrein, Amsterdam, op 7 juli 2016:

TOFUD van Frank Havermans, op dit moment te zien in Cityscapes Gallery in Amsterdam, deed me aanvankelijk denken aan de PROUNs (‘pro-oon’) van El Lissitzky. Vooral zijn tweede serie uit 1923 betrof schitterende composities van geometrische vormen die de toekomst als ‘volstrekt nieuw’ wilden uitdrukken. Een soort van tijd-ruimte explosies waarbij alle geometrische vormen met verschillende snelheden vrij in de ruimte zweven. De PROUNs waren verbeeldingen van het utopische, een dynamisch communistisch universum. Ze waren een van de inspiratiebronnen van het Modernisme. Ook Havermans’ werk is ruimtelijk. Wie echter goed kijkt ziet geen explosie, maar implosie. Alle vormen trekken naar elkaar toe, klitten zelfs aan elkaar. TOFUD is allesbehalve PROUN. Havermans’ begrip van circulariteit is geavanceerder dan dat van de Modernisten.

De eerste denkfout van het Modernisme was tabula rasa. Dit was ook de essentie van Plan Voisin van Le Corbusier, 1925: alles moest tegen de vlakte, de stad zou opnieuw worden opgetrokken. De architect streefde een complete herordening van Parijs na, nu scherp begrensd, leesbaar, transparant. Alle elementen werden opengewerkt, zwevend in de ruimte, spottend met de zwaartekracht, helder stralend, zonder decoratie, de stad als een abstract explosie van volumes, lijnen en vlakken die zich gemakkelijk van bovenaf liet componeren, in een eindeloze variatie.‘Le Corbu’ meende ook dat de toekomst wetenschappelijk kon worden voorbereid. Begin jaren zestig wordt dit idee van de stad als berekenbare machine op de spits gedreven door futuroloog Richard Buckminster Fuller. Diens Dome over Manhattan uit 1960 getuigde van de opvatting dat de aarde een ruimteschip is, en de stad een gesloten systeem dat computers geheel konden beheersen door middel van kunstmatige klimaatbehandeling. Afbreken hoefde niet eens; gewoon een geodetische dome eroverheen. In ‘Operating Manual for Spaceship Earth’ (1969) ergerde ‘Bucky’ zich aan de politiek, de zouteloze compromissen. Zijn opvattingen over democratie stonden niet ver af van die van Le Corbusier, maar waren mijlenver verwijderd van het circulaire denken. Nee, het Modernisme heeft weinig circulairs voortgebracht. De architecten koersten op beheersing, controle en expansie. Havermans toont iets anders: chaos, gelaagdheid, groei, ruimtelijke implosie. Alleen rommelige, chaotische, informele, volgestouwde, onbestuurbare, van onderop georganiseerde metropolen zijn circulair.

Tagged with:
 

Car-free Amsterdam

On 29 juni 2016, in duurzaamheid, infrastructuur, by Zef Hemel

Read in Climate Home of 23 June 2016:

Amsterdam is struggling with its crowdedness and popularity, people think the city centre is too busy. Of course they are right. They were never used to live in an urban condition. Politicians try to reduce tourism now, distribute activities, the mayor even proposes to move people to The Hague, Utrecht and Rotterdam. Great times for the Randstad Holland concept. Of course all this will not work. Better study Oslo, Norway, a city that has voted for banning cars from its city centre a few days ago. I read it on Climate Home last week. The Norwegian city centre should be car free by 2019, carbon emissions will be reduced by 50 per cent in 2020, and 95 per cent by 2030. “A key part of the plan is to prioritise pedestrians, bicyclists and public transport before car traffic, both when it comes to investments in infrastructure and the use of space,” Oslo’s vice mayor told Climate Home, the website of UN Environment. You see? Are the Norwegians far ahead of the Dutch, who are more and more lagging behind when it comes to sustainability and quality of life? No one in Amsterdam dares to propose a car free city centre by 2019. Too bold thinking. Biking on a massive scale apparently does not help.

Why Oslo of all cities? I remember a delegation of Oslo politicians and civil servants visiting Amsterdam not too long ago. I was struck by the car-friendly approach and the mild treatment of a car-based infrastructure of the Norwegian capital, with all its tunnels and parking garages, everything for free, a surprising fact which I could only explain by the fact that Norway is rich and a big exporter of gaz and oil. And yes, tunnels make it easy to drive through Oslo. But there was something changing in recent times. In 2015 more than ten tunnels in Oslo were being under repair. The authorities asked the citizens to bike more and make use of public transport. That was the beginning of a change. Now the city thinks that cars should be banned. What has happened? The city has a new left wing government. On 14 September 2015 the Labour party and the Green party were elected, they want to fight climate change. Oslo will become green. There is hope for Amsterdam. The Dutch capital could become lively again. Just get ban the cars from the monumental inner city.

Tagged with:
 

Pact of Amsterdam as window dressing

On 31 mei 2016, in politiek, by Zef Hemel

Heard in the People’s Industry Palace in Amsterdam on 30 May 2016:

The EU is in a crisis. And it’s a big one. Something went wrong. Remember, for many years Europe has been a sex object in the world. These times are gone. What happened? Mr. Jan Zielonka, professor of European Policy and Society, gave a dark and gloomy lecture yesterday evening on the future of the EU in the temporary People’s Industry Palace in Amsterdam. The lecture was organized by the Amsterdam Economic Board in collaboration with the University of Amsterdam. That same day the EU had presented its Urban Agenda in the Scheepvaartmuseum in Amsterdam. So what happened? First there was the financial crisis, then the euro crisis, Greece not being able to pay its debts (and it will not either), next the internet revolution, it ended up with the refugee crisis; the whole Mediterranean is now turning into one big cemetery. So there is a crisis of cohesion in the EU, a crisis of trust, and, most important, a crisis of imagination. We don’t know how to fix the crisis. Mr. Junker is a ‘Spitzenkandidat’, a man we should have been happy with, his appointment the greatest triumph of democracy. How sad. We’re not even supposed to criticize.The only real new thing the EU came up with was the national referendum. So now the people in the Netherlands, in the UK, in Hungary can vote on matters of great complexity, with implications for the whole of the EU. How democratic is that? There is no plan-B. “Are we going to wait for Mrs. Le Pen and Mr. Wilders?”

The problem are the nationstates. Some have turned into protectorates, others look like semi-failed states, Germany behaves like an empire. They have become dysfunctional without noticing it. They’re working in a hierarchical way. And so is the whole of the EU, which is a creation of the member-states, with Berlin at the top. “We got more rules, but no governance. In this situation an Urban Agenda doesn’t help. The cities of Europe do not wait for the EU. Life goes on.” Mr. Zielonka pointed at the fact that we’re living in an economy and a society that have become more global and more networked, with powerful multinationals and megacities. Sure, we trust our leaders, but they don’t deliver. No, the situation doesn’t look very well. Mr. Zielonka believed that if you cannot push forward, you will have to step back. Brussels should disperse power. We need more horizontal structures. But this the nationstates will not do. So what happens if institutions become dysfunctional? There will be more ad hoc arrangements, people finding pragmatic solutions; this is probably the only way. What about the EU then? The EU should abolish the monopoly of the states on integration and stop working like an old propaganda machine; instead of territorial integration it should allow functional integration. And it should decentralize governance to a lower level. Back to the nationstates is no option. And just like the Lisbon Agenda, the Urban Agenda – this Pact of Amsterdam – is no more than window dressing.

Tagged with:
 

Cities Becoming a Luxury Good

On 25 mei 2016, in stedelijkheid, wonen, by Zef Hemel

Read on Bloomberg.com of 24 May 2016:

In ‘Urban Living Becomes a Luxury Good’ of 24 May, Justin Fox of Bloomberg described how after the financial crisis Americans are flooding the city centres of the biggest cities. The suburbs are still there, but something fundamental has changed. Increase in employment in downtown areas of US metropolitan areas is as big as jobs growth in the urban periphery, but on the housing market downtown is the real winner. True, the share of Americans living in suburbs has continued to grow, but at the same time the real estate prices in the city centres have flipped. Both phenomena are linked to each other. The farther from downtown, housing prices steeply drop. Rich Americans now chose to live in downtown areas, which means a fundamental shift in living preferences. Fox: “The shift toward urban living was also most pronounced among whites, the highly educated and the 34 to 49 cohort.” Which means, Fox adds, that urban living is becoming a luxury good, a thing many Americans can no longer afford.

Fox’ conclusion is the cities must put up a lot more buildings in or near the city centres. Let me add that the same holds for European cities like Amsterdam. It reminded me of the contribution of MVRDV for the ‘Grand Paris’ competition of the French president Sarkozy in 2009 (picture). In ‘Paris Plus Petit’, the Dutch architects advocated more ambition, more optimism, more density, more efficiency, more ecology and more compactness. “Greater Paris needs a strong combination of responsibility and ambition to continue its development, to ensure its consistency and to develop a cohesion that can build a base for a collective enterprise to solve its problems, to enlarge its presence and attractiveness, to create an even more remarkable, exemplary city.” In Paris, after the competition the city chose for densifying the periphery by extending the regional metro-system, not for densification per se. In Amsterdam we should though.

Tagged with:
 

Veiligheidsutopieën

On 11 mei 2016, in openbare ruimte, politiek, by Zef Hemel

Gehoord in de OBA te Amsterdam op 9 mei 2016:

Centrale vraagstelling van Marieke de Goede, hoogleraar Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, was: wat gebeurt er als overheden private bedrijven vragen om op te treden als quasi-politie in het bestrijden van misdaad, corruptie en terrorisme? De Goede sprak de derde Amsterdamlezing van dit jaar in het tijdelijke Paleis voor Volksvlijt aan de Oosterdokskade te Amsterdam, een serie lezingen van de Wibautleerstoel over de toekomst van Amsterdam, Europa en de wereld. Haar onderwerp: speculatieve veiligheid in Europa. Ze vertelde over 9/11, de bevindingen van de 9/11 Commission, allerlei nieuwe vormen van terrorisme en de EU-samenwerking die hierdoor een impuls heeft gekregen. In dit nieuwe veiligheidsbeleid wordt veel verantwoordelijkheid gelegd bij bedrijven: banken, vliegmaatschappijen, Twitter, Facebook. Zij moeten de overheid tijdig waarschuwen, wet- en regelgeving dwingt hen om uiterst alert te zijn. De richtlijnen buitelen zelfs over elkaar heen. Bedrijven investeren fors in zoek- en speuracties. Er ontstaat een ingewikkeld landschap, hele complexe regelgeving waarin de publieke ruimte steeds meer wordt afgebakend.

Het veiligheidsbeleid krijgt zelfs speculatieve trekken omdat overheden tegenwoordig voorbereid willen zijn op het onverwachte. Veiligheidsdiensten willen nieuwe vormen van terrorisme als het ware kunnen voorspellen. Vooral 9/11 heeft in dit opzicht veel betekend. Van preventie gaat het naar ‘preemption’, het willen ingrijpen nog voordat het kwaad is geschied. De Goede noemde dit ‘een nieuwe veiligheidsutopie’. Dit nieuwe toekomstgerichte veiligheidsdenken, vertelde ze, zet in op fantasievol omgaan met gegevens, op nieuwe vormen van scenarioplanning en zelfs oefeningen in de realiteit, daarnaast op het onderling verbinden van allerlei databestanden, waardoor alledaagse transacties ineens in de frontlinie komen te liggen. Hoe verhoudt het nastreven van deze utopie zich tot privacywetgeving en tot de vrijheid van meningsuiting van individuele burgers? De EU, vertelde De Goede, heeft op dit laatste altijd de nadruk gelegd, maar ze liet aan de hand van voorbeelden ook zien dat de Europese politici na elk incident verder opschuiven. Bedrijven en banken krijgen hierdoor steeds meer macht. In Groot-Brittannië heeft Barclays zelfs rekeningen ingetrokken van klanten omdat deze bedragen overmaakten naar Somalië. Wat moet je als burger wanneer je bankpas wordt ingetrokken? Kortom, onderzoek naar dit complexe en dynamische veiligheidslandschap is dringend geboden. Graag wilde ze weten of er ook bankiers waren in de zaal. Die waren er niet, helaas.

Tagged with:
 

15 Years of Amsterdam School

On 25 april 2016, in kunst, by Zef Hemel

Seen on 24 April 2016 in the Stedelijk Museum Amsterdam:

Great exhibition in the Stedelijk Museum Amsterdam on interior design of the Amsterdam School artists De Klerk, Kramer, Krop and Van der Mey. On the top floor of the museum, over 500 objects are on show in some fifteen rooms, each one with its own theme and atmosphere, all chronologically organized. Each room captures the visitors, together they let people experience a unique history of Amsterdam urban art. Indeed, it’s an explosion of exuberant works of very talented sculptors, designers, and architects. Why Amsterdam? How come? The movement of the Amsterdam School, now hundred years old, emerged after the New Art and Art Nouveau schools, it began in 1916, when the phantasmagoric Scheepvaarthuis at the Prins Hendrikkade opened its doors,and ended in 1928 with the celebration of the Olympic Games in Berlage’s Amsterdam South extension. Then Wall Street crashed, which ended all building not only in Amsterdam, but in all cities of the world. A depression followed, nation-states took over, a war seemed inevitable. Cities burned.

Pity that the organizers didn’t tell the whole story of Amsterdam’s Second Golden Age. All these great works of art were only made possible thanks to the fast economic growth of Amsterdam, which began after 1864, symbolized by the opening of the Amsterdam version of Crystal Palace – het Paleis voor Volksvlijt. True, there are historic films to be seen at the entrance. These fragments show a vibrant city life at the beginning of the twentieth century, the new port and the tramways, new buildings, still slums and poverty, but mostly optimistic people walking, driving, going to the movies, recreating in their new neighborhoods. Clocks are symbols of the new times. They seem  to emphasize a bright future, no looking back as if people forgot that all this great art was built on the Dutch colonies, the Great War, Sarphati, human thrift. So only after fifty years of hard work and city expansion the citizens could harvest. Amsterdam doubled in size. Amsterdam South is the fruit of this grand era. In 1929, when it ended, Berlage was halfway implementing his plan. It ended when the Dutch government intervened and started cutting the municipal budgets because of the crisis. Do visit the South expansion and experience a true urban renaissance! It lasted only fifteen years. Afterwards it never happened again, at least not in this city. Amsterdam became a sleepy, provincial town.

Tagged with:
 

Angst, sensatiezucht en idealisme

On 19 april 2016, in geschiedenis, by Zef Hemel

Gehoord op 18 april 2016 in de OBA te Amsterdam:

Christianne Smit, universitair hoofddocent Politieke geschiedenis aan de Universiteit Utrecht, vertelde afgelopen maandagavond een prachtig verhaal over de tweede Gouden Eeuw van Amsterdam in een volgepakte theaterzaal van de OBA, tijdelijk omgetoverd in het Paleis voor Volksvlijt. Het was de eerste Amsterdamlezing van dit jaar, georganiseerd vanuit de Wibautleerstoel aan de UvA, een reeks deze keer gewijd aan de derde Gouden Eeuw. Aan de hand van haar historische onderzoek, opgetekend in ‘De Volksverheffers: sociaal hervormers in Nederland en de wereld 1870-1914’ (2015), schetste Smit een tamelijk onrustig beeld van Amsterdam, toen de kloof tussen rijk en arm snel groter werd, veel migranten naar de grote stad trokken, het platteland leegliep en de samenleving uit elkaar dreigde te vallen. De parallellen met het heden waren opvallend. De Amsterdamse elite van destijds, vertelde ze, wilde de boel bij elkaar houden en het waren de liberalen die daartoe tal van initiatieven namen; veelal betrof het jonge juffrouwen, ongetrouwde dochters van rijke burgers, wier idealistische werk deels werd ingegeven door optimisme, deels door angst. Ze trokken de arme buurten in, vaak uit sensatiezucht, maar vooral om gewone mensen die achterliepen vooruit te helpen; ze wilden de arbeiders iets leren, iets bijbrengen, zonder dat deze tot de middenklasse konden toetreden, “want dat kon gewoon niet.” Zo begon de tweede Gouden Eeuw – door het creëren van een grootstedelijke gemeenschap, het ontwikkelen van sociale cohesie.

Opmerkelijk was dat veel van die initiatieven rechtstreeks afkomstig waren uit Londen, dat niet alleen in de ernst van de maatschappelijke problemen Amsterdam verre overtrof, maar dat ook aan de lopende band innovaties produceerde.  Want zo zijn metropolen: hun oplossingsvermogen is veel groter dan die van kleine steden. Smit noemde het echtpaar Barnett dat met Toynbee Hall in East End het eerste buurthuis ter wereld stichtte. Ze organiseerden er leesclubs, cursussen, concerten, debatavonden en lezingen. Rijke studenten uit Oxford en Cambridge konden er aan den lijve ondervinden hoe het was om als arme stakker te leven. Toynbee Hall, een robuust Brits landhuis te midden van krotten, was niet minder dan een sociaal laboratorium dat ook in Nederland de aandacht trok. Smit noemde het Volkshuis in Leiden (1899), de Toynbee Vereniging (1895) en Ons Huis in de Rozenstraat in Amsterdam (1892). Ook Floor Wibaut zou na zijn verhuizing naar Amsterdam aangestoken worden door het virus en een Toynbee vereniging oprichten. Smit wees erop dat nog steeds overal in Amsterdam buurthuizen bestaan, net zoals er nog talrijke openbare bibliotheken functioneren. De sociale innovaties van destijds waren dus buitengewoon succesvol. Ze horen bij een infrastructuur die het idee van democratie moest helpen verspreiden en het pad effenen naar emancipatie. Nee, de socialisten liepen in deze niet voorop. Die wilden hun eigen buurthuizen, maar ze wilden bovendien een schietbaan om de revolutie voor te bereiden, echter een vergunning daarvoor kregen ze niet. En toen de buurthuizen en bibliotheken iets te succesvol bleken, nam de overheid het van de weldoeners over. Maar dat was veel later, zo rond de Eerste Wereldoorlog.

Tagged with:
 

Dream your own future

On 5 april 2016, in economie, participatie, by Zef Hemel

To be visited from 12 April till 3 July 2016 in the Public Library Amsterdam:

On Tuesday 12 April 2016, the People’s Industry Palace (Paleis voor Volksvlijt) in the Public Library of Amsterdam will open its doors. Twelve weeks long, citizens, young and old, from different backgrounds, from all neigborhoods and neighboring cities, can visit the exhibition and experience the economic future of the Amsterdam metropolitan region: not as consumers, but as makers of their own future. Moreover, the twelve installations that will be on show in the seven-story public building at the Oosterdok are the result of many workshops over the last year, when hundreds of citizens discussed with twelve artists the future of food, health, industry, media, logistics, entertainment, tourism, ecology, circular economy, smart city, sustainable development, selfsufficiency, in their own city. Based on the people’s ideas, knowledge, and personal experiences, each of the artists then developed his or her own speculative concept on the future for the exhibition. Volksvlijt is a project of collective imagination. Adults becoming children again. ‘Dream your own future’. 

The concept of Volksvlijt more or less is based on the 19th century phenomenon of Christal Palaces, a European movement of optimistic and progressive city exhibitions, which started in London, 1851. These city exhibitions were organized not only for bankers and rentiers to persuade them to invest in industry and urban infrastructure, but also for citizens, inviting them to become entrepreneurs, get educated, start reading, embrace technology, thus fighting hunger and poverty. The result of this powerful social-economic movement was a great new civic institutional infrastructure in our cities of public libraries, public schools, universities, concert halls, housing corporations, etcetera. In his masterpiece ‘Cities in Evolution’ (1915), the Scottish planner Patrick Geddes painted it  as a promising Neotechnic world. So this could happen again. Volksvlijt is an experiment in testing a new kind of open planning in a city like Amsterdam at the beginning of the 21st century by using an old, extensively tested concept. Feel like ‘Alice in Wonderland’, enter the palace, and forget Dostoyevski’s ‘Notes form the Underground’. If we’re not optimistic, we all will fail. Let’s celebrate our cities!

Tagged with:
 

Spatial horror scenario’s

On 25 maart 2016, in toerisme, by Zef Hemel

Experienced by driving on 24 March 2015:

Got a phone call of a researcher. She wanted to know my opinion on a campaign Amsterdam Citymarketing is starting to bring tourists to unknown neigborhoods in Amsterdam. They’re aiming at relieving the pressure on the inner city with all its museums, theatres, shops and hotels. People living there are complaining. And yes, tourism is booming business. I told her you don’t have to campaign, because it is already happening spontaneously. Tourists are renting bikes nowadays. Better leave it, because the next problem will be nineteenth century neighborhoods like De Pijp becoming tourist destinations too. With tourists flocking in, all these neighborhoods will lose their creative, gentrified ‘authentic’ character. By campaigning, you will only speed up this process. Moreover, Amsterdam as a total will become even more a tourist destination. Tourists from all over the world will think: it’s such a great city, with so many opportunities in all these neighborhoods, which means they will stay even longer. The result will be that tourism in the inner city will not decrease at all, but will double instead, no triple, will profit from these campaigns anyway. She said she had never thought it that way. I think she was perplexed.

Such an ingenious thinking of those city marketeers. It reminded me of post-war planning in the Netherlands. Planners thought it would be better to distribute housing and business more evenly over the country in order to relieve the pressure on the biggest cities in the Western part of the country (Amsterdam and Rotterdam). The state took the lead and started building new towns and industrial growth poles, favouring peripheral regions, subsidizing culture, companies, infrastructure and municipalities in poor and outlying  provinces. Now let’s see what has come out of it. Drive through this small country and be honest: it has become one big mess, one big traffic jam, congestion everywhere, even in Groningen and Drenthe. And no problem whatsoever has been solved. Policies aiming at dispersing activities always result in the opposite.  In the end they are no less than spatial horror scenario’s. Better concentrate things, better build great cities, focus on great inner cities, add more quality, and enjoy!

Tagged with: