Amsterdam maakt Ferrari’s

On 18 april 2014, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 15 maart 2014:

In maart 2011 schreef ik al over de fietsfabriek van Wim van der Kaaij in Amsterdam. Die was toen nog gevestigd in de Westerstraat in De Jordaan. Van der Kaaij bouwde zijn fietsen nog helemaal zelf, ook de frames. Die maakte hij voor zijn klanten precies op maat. Ik gebruikte het destijds als voorbeeld van stedelijke importvervanging. Steden, zo luidt de theorie, importeren spullen, maar proberen die op een gegeven moment zelf te produceren. Als ze dat lukt, hoeven ze die spullen niet langer te importeren en als ze het bovendien lukt die spullen beter te maken dan concurrerende steden, dan kunnen ze ze zelfs gaan exporteren. Zo worden stedelijke economieën divers. Het gevolg is dat echte grote steden bijna alles zelf produceren. Hoe groter en diverser hun economie, hoe minder ze naar verhouding importeren. Dat blijkt ook uit onderzoek: een metropool als Los Angeles heeft een economie zo groot als die van Nederland en is voor tachtig procent zelfvoorzienend. Maak dat een Nederlander maar eens wijs. Hij is een handelaar, geen maker, en grote steden kent hij niet.

Nu las ik in Het Parool dat Wim van der Kaaij, inmiddels 76 jaar oud, zijn fietsfabriek heeft verplaatst naar Amsterdam Noord. In 2012 moest hij in de Westerstraat stoppen omdat hij daar niet kon uitbreiden (sic!). Ook klaagden de buren. En Van der Kaaij had geen opvolger gevonden. Al die problemen blijken nu te zijn opgelost. Zijn RIH Sport heeft opnieuw zijn deuren geopend op het Gedempte Hamerkanaal in Noord. Ook heeft hij opvolgers gevonden. Mede-investeerder Lorenzo Milelli (41) en voormalig fietskoerier Lester Jansen (27) zijn in de leer bij Van der Kaaij, die zijn fietsen typeert als "een beetje de Ferrari’s onder de fietsen." Sinds 1921 bouwt RIH fietsen, met liefst 63 wereld- en Olympisch kampioenen als resultaat. Op de nieuwe plek kan hij zijn fabriek uitbreiden en lastige buren heeft hij niet. Amsterdam blijft dus zelf fietsen produceren. Over klanten maakt hij zich geen zorgen: "Hippe jongeren rijden graag door de stad met een tweedehands fixie, een klassieke baanfiets zoals die vroeger veel door RIH Sport Amsterdam werden gebouwd." Kortom, het is een lokale markt. Interessant is ook hoe goed de fietsenbouwers hun concurrenten kennen: in Engelse steden werken veertig framebouwers zoals zij en in Italiaanse steden zijn dat er 35. Wie had dat gedacht?

Tagged with:
 

Thinking City

On 16 april 2014, in economie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 7 maart 2014:

De summer school ‘Thinking City. The Dynamics of Making Amsterdam’ krijgt vorm. Ook het thema ‘kennisregio’ begint steeds meer vorm en inhoud te krijgen. Het recente rapport van de WRR ‘Naar een lerende economie’ geeft daaraan een stevige impuls. Ik schreef er al eerder over op deze weblog. Interessant in dat verband is de ingezonden brief van Willem Schinkel, Be Breij en Jeroen Geurts in NRC Handelsblad van een tijdje geleden. De drie schreven de brief namens De Jonge Akademie van de KNAW. In de brief verzetten ze zich tegen het voornemen van de regering en dus ook de WRR om wetenschap vooral regionaal in te bedden. Nederlandse universiteiten, stellen ze, moeten zich niet ontwikkelen tot “regionale scienceparken waar zowel universiteiten, hogescholen, onderzoeksinstituten en bedrijven gevestigd zijn.” Zo’n idee getuigt van ‘een sterk maakbaarheidsdenken’ en ‘provincialisme’. Daar ben ik het op zichzelf van harte mee eens.

Schinkel c.s. vinden het kabinetsvoornemen vooral getuigen van provincialisme omdat het vertrekt vanuit het idee dat innovaties voortkomen uit regionale verbindingen met bedrijven. Hun stelling is dat vooral internationale wetenschappelijke verbanden hierin beslissend zijn, niet regionale. De wens een regionaal publiek te bedienen, schrijven zij, moet niet het organisatiemodel bepalen voor de wetenschap. Verder keren ze zich tegen specialisatie en pleiten juist voor veel grotere diversiteit. “Naast het ontluikende regionale sciencepark moet er de brede universiteit zijn, die goed is ingesteld op de veranderende economie.” Verderop stellen ze dat op scienceparken ook niet alleen bedrijven gevestigd zouden moeten worden, maar ook ngo’s, vluchtelingenorganisaties, patiëntenorganisaties, initiatieven voor een alternatieve economie. Allemaal van harte mee eens. Bed universiteiten zo goed mogelijk in in hele grote steden met maximale verbindingen met de rest van de wereld. Sluit ze niet op in provinciale wetenschapsparken. En niet alles is ruimtelijk. Organiseer een summer school.

Tagged with:
 

Gelezen in ‘Hochparterre’ van mei 2014:

Het themanummer van het Zwitserse architectuurtijdschrift Hochparterre is geheel gewijd aan de ruimtelijke planning van de stadsregio’s Zürich en Amsterdam. In ‘Stadtregionen planen’ worden beide planningsbenaderingen – de Zwitserse en de Amsterdamse – nauwkeurig met elkaar vergeleken. Een artikel is opgenomen van de hand van Kees Christiaanse, hoogleraar Architectuur en stedenbouw aan de ETH in Zürich. In het stuk betoogt Christiaanse dat de ruimtelijke inrichting van Nederland in de jaren negentig in toenemende mate aan de markt werd overgelaten, waarbij gemeenten hevig met elkaar concurreerden om grond en ontwikkeling en burgers en marktpartijen goedkoop geld konden lenen om te bouwen. Om aan de wildgroei paal en perk te stellen introduceerde het Paarse kabinet eind jaren negentig rode en groene contouren, door Christiaanse verduidelijkt met een kaartbeeld uit de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. Binnen de rode mocht worden gebouwd, daarbuiten niet; binnen de groene waren natuur en landschap beschermd, daarbuiten was dit veel minder het geval. Toen het kabinet viel werd geen gevolg gegeven aan de contourensystematiek. "Stattdessen setzte man die nachfolgende und zahnlose ‘Nota Ruimte’ in Kraft."

Christiaanse lijkt de ruimtelijke ontwikkeling in Nederland na het stuklopen van de contourensystematiek en geringe sturingsbereidheid van de Nederlandse regering te betreuren. In grensgebieden als Capelle bij de Van Brienenoordbrug ziet hij chaos ontstaan. Het uiteenvallen van de Randstad, het mislukken van bestuurlijk geoutilleerde stadsregio’s, de vrijblijvendheid van de structuurvisies, de leegheid van de nationale ruimtelijke politiek, alles wijst volgens hem op een gebrek aan planning en een teloorgang van een grote traditie. Weliswaar lijkt nieuwe Amsterdamse structuurvisie 2040 ook een contourensystematiek te hanteren, maar Christiaanse betwijfelt of de grenzen tussen stad en land zullen worden gerespecteerd. De structuurvisie is bindend voor de overheid die hem opstelde, maar voor de buurgemeenten weer niet. "Vielleicht gelingt es." Daartegenover stelt hij de Zwitserse planning waarbij het Richtplan van de kantons de Zwitserse ruimte krachtig ordent: afwijken is daar niet mogelijk. Het Richtplan is voor alle inliggende gemeenten bindend. Zijn voorkeur is duidelijk. Zwitserland loopt voorop, Nederland loopt achter.

Glattalbahn

On 9 april 2014, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gezien in Zürich op 5 april 2014:

Het vliegveld van Zürich ligt dicht tegen de stad gedrukt, het telt drie landingsbanen, het groeit opvallend snel: afgelopen jaar verwerkte de luchthaven al bijna 25 miljoen passagiers. Swiss is hier de grootste carrier. Afgelopen zaterdag werden we er gastvrij ontvangen en over de ontwikkelingen bijgepraat. Men vertelde ons over de extreme gevoeligheid van het omgevingshinderdossier, want uitgerekend een aantal chique villawijken grenzen aan de zones waar de vliegtuigen stijgen en landen. Men doet er dan ook alles aan om de vliegtuighinder te beperken. Treinen tussen de stad en de luchthaven rijden in hoge frequentie, waardoor passagiers binnen vijftien minuten op Zürich Centraal Station staan. Toch heeft men besloten om ook nog een hoogwaardige tramlijn tussen de stad en de luchthaven aan te leggen. We maakten een proefritje met deze spiksplinternieuwe ‘Glattalbahn’, waarvan het laatste deel in 2010 werd opgeleverd.

De 12,7 kilometer lange tramverbinding tussen de luchthaven en de stad slingert sierlijk door het verstedelijkte dal en ontsluit daar voorsteden, dorpen en stadswijken, zoals Schwamendingen, Dübendorf, Wallisellen, Oerlikon en Opfikon. Langs het tracé, door tunnels en over hoge viaducten, worden nieuwe kantoren- en woongebieden ontwikkeld die tot een verdere verdichting van het stedelijke weefsel zullen leiden. Zo bezochten we het barokke nieuwe hoofdkantoor van Allianz, ontworpen door de Nederlandse architect Wiel Arets, bij Glattzentren, opgenomen in een prachtig vormgegeven woonwijk in hoge dichtheid. Dankzij de nieuwe trambaan hoefde hier nauwelijks ruimte voor autoparkeren te worden ingeruimd. En dat alles zo vlak bij de luchthaven. Wordt het niet tijd dat we ook in Amsterdam zo’n hoogwaardige openbaar vervoerverbinding krijgen? Dus niet alleen een treinverbinding, maar ook een veel preciezere aansluiting van de metropool op Schiphol? De Noord/Zuidlijn bijvoorbeeld een paar kilometer doorgetrokken naar de nog veel grotere luchthaven, liefst tot in het hart van Hoofddorp.

Tagged with:
 

Ironie

On 7 april 2014, in internationaal, regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord in Zürich op 4 april 2014:

Zürich heeft geen last van de crisis. Zürich is booming. Op uitnodiging van de Zwitserse stad en de kanton waarin ze ligt wisselde een team van Amsterdamse planologen van de Dienst Ruimtelijke Ordening en van de Universiteit van Amsterdam afgelopen vrijdag ervaringen uit met hun Zwitserse collega’s. Vraag: welke regionale strategieën en instrumenten zet men in bij ruimtelijke planvorming in complexe stedelijke regio’s die sterk groeien? Zürich telt ruim 400.000 inwoners, de komende tien jaar groeit ze richting 500.000, de regio telt 1,7 miljoen. Amsterdam heeft 815.000 inwoners en groeit richting één miljoen; de Amsterdamse regio telt 2,4 miljoen. De verschillen tussen de wijze waarop de twee stedelijke regio’s ruimtelijke planning bedrijven leken groter dan de overeenkomsten. In Amsterdam lijkt alles losjes en neigt men naar nog grotere flexibiliteit, in Zürich oogt alles strak en neigt men juist naar nog striktere regulering. Opvallend was de krachtige doorwerking van het Richtplan van de kanton met zijn scherpe contouren, waardoor gemeenten rond Zürich gedwongen worden sterk te verdichten. In feite beschikt Zürich over één groot bestemmingsplan dat van grondeigenaren verlangt om overeenkomstig te handelen. Visies, scenario’s en strategieën ontbreken.

Hoe anders in Amsterdam. Bestemmingsplannen vindt men daar in alle soorten en maten; voor elke situatie en in elke omstandigheid wordt een nieuw bestemmingsplan gemaakt. Steeds vaker vinden er aanpassingen plaats, om allerlei redenen. En de komende wetgeving lijkt in Nederland nog grotere flexibiliteit te bieden. Ook de zelfbindende visies van overheden in het Amsterdamse en daarbuiten floreren. Terwijl dus de reactiesnelheid en het aanpassingsvermogen van planologen in Nederland toeneemt, neemt die van hun Zwitserse collega’s juist af. Groei wordt in Amsterdam steeds soepeler geaccommodeerd, in Zürich steeds krachtiger afgeremd of ingetoomd. Niet Amsterdam (en Nederland) is anno 2014 het walhalla van maakbaarheid, maar Zwitserland. Hoe dat komt? Naar een antwoord speurden alle tweehonderd aanwezigen. Een verklaring die genoemd werd: Hollanders zijn handelaren, de Zwitsers boeren. Een andere: Amsterdam staat voor polders met bewegelijk water, Zürich voor rotsachtige bodem, hoog in de bergen. Volgens Kees Christiaanse, hoogleraar aan de ETH en initiatiefnemer van het symposium, waren Amsterdamse planologen goed in skiën – hard de berg af -, en Zwitsers in zeilen: trager, op de wind, maar telkens elegant bijsturend. Zelf denk ik dat schijn bedriegt. De beste sturing zou haast onopgemerkt moeten blijven. Lao Tze zei het zo: "Intelligent control appears as uncontrol or freedom. And for that reason it is genuinely intelligent control."

Tagged with:
 

Participatie is verdacht

On 28 maart 2014, in regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Rebel Cities’ (2012) van David Harvey:


Volgende week ontmoeten Amsterdam en Zürich elkaar in Zürich, Zwitserland. Onderwerp: ‘Strategies and planning instruments in polynuclear city regions’. In het democratische Zürich heeft men moeite met regionale samenwerking. Het land verstedelijkt snel; de druk om in te grijpen is daarom groot. Maar is regionale samenwerking in het Amsterdamse zoveel gemakkelijker? Ervaringen tussen beide steden zullen worden uitgewisseld. Ondertussen grasduin ik in literatuur over het onderwerp. David Harvey doet in ‘Rebel Cities’ (2012) bijvoorbeeld een voorzet in het hoofdstuk over ‘The creation of the urban commons’. Zonder hiërarchische structuren, is zijn stelling, gaat het niet. Daarmee neemt hij afstand van zijn radicaal-linkse vrienden, die menen dat ook regionale kwesties horizontaal kunnen worden opgelost. Harvey is hierover kritisch en noemt deze vrienden vaag, "gesturing hopefully towards some magical concordance of local actions that will be effective at a regional or global level (…), en stelt dat ze zich schromelijk in de schaal vergissen. Zodra de zaken het lokale overstijgen, meent hij, is aansturing vanuit één punt onontkoombaar.

Harvey refereert hier aan het werk van Vincent en Elinor Ostrom. In ‘Polycentric Governance of Complex Economic Systems’ denken deze Nobelprijswinnaars de oplossing gevonden te hebben in bestuurlijke eenheden die zijn opgebouwd uit "multiple nested layers". Men heeft lang gedacht, schrijft Elinor Ostrom, dat grote bestuurlijke eenheden efficiënter zouden werken dan de ogenschijnlijk chaotische kleine gemeenten. Dit blijkt niet het geval. "The reasons all boiled down to how much easier it was to organize and enforce collective and cooperative action with strong participation of local inhabitants in smaller jurisdictions, and to the fact that the capacity for participation diminished rapidly with larger sizes of administrative unit." Harvey wantrouwt dit en vermoedt dat zo’n gegeven als excuus wordt gebruikt voor de rijken om hun privébezit af te schermen. "Decentralization and autonomy are primarily vehicles for producing greater inequality through neoliberalization." Mensen die anders menen vindt hij naïef. In zijn ogen is actieve participatie helemaal niet nodig en zelfs verdacht; bestuurlijke schaalvergroting garandeert doorzettingsmacht vanuit het centrum die hard nodig is om de rijken in het gareel te houden. Verrassend. Want anderen menen dat centrale sturing noodzakelijk is om juist de armen in het gareel te houden. In dit spanningsveld zoeken steden dus naar regionale samenwerking. Geen wonder dat dit moeilijk is.

Tagged with:
 

Citymarketing

On 26 maart 2014, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 25 maart 2014:

Over citymarketing gesproken. Het evenement kostte 26 miljoen euro, er waren 3000 journalisten uit de hele wereld. Tijdens de nucleaire top sprak de koning ’s avonds aan het banket tegenover zijn gasten – regeringsleiders uit meer dan vijftig landen – over Den Haag als ‘de belangrijkste stad van recht en vrede’ in de wereld. En de Haagse burgemeester liet zichzelf met de Amerikaanse president fotograferen voor ‘Victory Boogie Woogie’ van Mondriaan in het Haagse Gemeentemuseum. De kroon spande Amsterdam met een toespraak van Barack Obama met ‘De Nachtwacht’ van Rembrandt in het Rijksmuseum op de achtergrond. Arm Den Haag. Daar kon geen Mondriaan tegenop. Die foto ging de hele wereld over, van de voorpagina van The New York Times en de Frankfurter Allgemeine tot The Times en USA Today. Le Figaro meende zelfs dat Obama bewust zijn boodschap aan de Russische president over de Oekraïne voor De Nachtwacht had uitgesproken, “een schilderij dat de kracht van de vrije samenleving uitstraalt” met “een groep vereende en vastberaden schutters.” Noem het geraffineerde citymarketing vermengd met een vleugje wereldpolitiek.

‘s Ochtends vroeg was de Amerikaanse president gearriveerd op Schiphol en van daaruit rechtstreeks met een helikopter over Amsterdam Nieuw-West naar het Museumplein overgebracht. Het was schitterend weer, met een heldere hemel. Als er niet zoveel helikopters waren meegevlogen, had het op een kidnapping geleken, die op slinkse wijze was uitgevoerd door Amsterdam. De premier en de burgemeester wachtten hem op. Maar het mooiste zou nog komen. Zo rond 11.00 uur, nadat Barack Obama het vernieuwde Rijksmuseum had verlaten, had men de president weer in de helikopter gehesen en richting Den Haag vervoerd. De vlucht voerde langs de Stadhouderskade tot aan het Weesperplein – via een omweg dus, vermoedelijk om het Schipholverkeer te ontwijken – alwaar de president, mits hij aan de linkerkant van het toestel heeft gezeten, een schitterend zicht werd geboden op de zeventiende eeuwse grachtengordel met het IJ op de achtergrond. Bloedmooie stedenbouw. En daarna zag hij de Randstad in volle glorie. Daar kan geen Frau Antje tegenop.

Tagged with:
 

Niemandsland

On 24 maart 2014, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 20 maart 2014:

 
De crisis werkt nu ook door in de politiek. ‘Grote verschuivingen in het politieke landschap’ kopte NRC Handelsblad daags na de gemeenteraadsverkiezingen. Welke verschuivingen? De krant doelde op de val van de PvdA, die ze als ‘historisch’ omschreef. Maar wat komt achter die val tevoorschijn? Twee kaarten van Nederland prijkten op de voorpagina (geografie wordt weer politiek relevant!). Daarop viel iets heel anders te lezen. Eerst dit. Wat vooral opviel waren de enorme afmetingen van de gemeenten in het noorden, oosten en zuiden van het land, tegenover de veelal nog kleine gemeenten in het westen, rond de grote steden. De gemeentelijke herindeling van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, op veilige afstand van de grote steden zich voltrekkend, tekent zich steeds scherper af. Het effect hiervan? Lokale partijen marcheren op. Dit gaat vooral ten koste van het CDA. En de PvdA? Die is zelfs uit de grote steden verdwenen. In en rond Amsterdam triomferen nu VVD en D66.

De politieke revolutie van Nederland waar wij getuige van zijn, begon in de suburbs. Daar ontstond al vroeg een ideale voedingsbodem voor VVD, SP, GPV en PVV. De door de Nederlandse staat geleide suburbanisatie – eerst de overloop, het spreidingsbeleid, later de VINEX-operatie – heeft van Nederland een overwegend seculier-conservatief land gemaakt van forenzende woonconsumenten in een dunbevolkt niemandsland. Dit verdunde niemandsland is bewust gecreëerd, met actief ruimtelijke ordeningsbeleid. In de zogenaamde Noordvleugel van de Randstad – binnenduinrand, Gooi en Utrechtse Heuvelrug tot aan Arnhem toe (zie kaart) – zien we dit weerspiegeld in een welvarend burgerlijk milieu van tuinsteden en tuindorpen waar hoogopgeleide mensen verlicht-liberaal stemmen: ideaal voor VVD en D66. Alleen staatsonderneming Almere wijkt hiervan af. De rest van Nederland – een amorf landschap van VINEX-wijken in lage dichtheden – stemt nu conservatief, populistisch tot ultra-conservatief. In al die streken hebben de mensen veel te verliezen. Als optimistische eilanden in dit pessimistische landschap liggen de universiteitssteden met hun relatief jonge bevolking van ‘nieuwe stedelingen’, met een energieke mix van D66 en GroenLinks. Open versus gesloten. Het grootste eiland is Amsterdam, met binnen de ring A10 een extreme concentratie vrijzinnigheid. Een ideale voedingsbodem voor politieke nieuwe Wibauten.

Tagged with:
 

Stadslucht maakt vrij

On 21 maart 2014, in wetenschap, by Zef Hemel

Gehoord in CREA te Amsterdam op 17 maart 2014:

Helemaal op het eind van de Amsterdam Lezing vroeg iemand uit de zaal wat Ernst Hirsch Ballin op dit moment als het grootste onrecht in de wereld beschouwde. Zonder aarzeling antwoordde de hoogleraar Rechten van de mens en oud-minister van justitie: wapenhandel en human trafficking. Het was een klein hoogtepunt in een boeiende lezing afgelopen maandag over Amsterdam als rechtvaardige stad. Hirsch Ballin – zonder stropdas – memoreerde de twee Nobelprijswinnaars voor de vrede die Amsterdam in de twintigste eeuw heeft voortgebracht: Tobias Asser in 1911 en Gerrit Jan van Heuven Goedhart in 1955. De eerste vanwege zijn inspanningen voor de oprichting van het Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag, de tweede vanwege zijn Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen in New York. Asser doceerde rechten aan de Amsterdamse universiteit, Van Heuven Goedhart was tijdens de oorlog redacteur van verzetskrant Het Parool. Maar ook in de zeventiende eeuw was Amsterdam vooraanstaand als het ging om rechtspraak en rechtsontwikkeling. Daar hief de hoogleraar zowaar Geert Maks ‘Kleine geschiedenis van Amsterdam’ omhoog, om de zaal een illustratie van Rembrandts tekeningen van het galgenveld in Noord te tonen en een passage over de terechtstelling voor te lezen.

Hirsch Ballin, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en Tilburg, legde in zijn lezing een opvallend verband tussen de ontwikkeling van het recht en de groei van steden. Steden groeien als gevolg van migratiebewegingen, ze trekken heel verschillende mensen aan. Onder de migranten bevinden zich ook ‘criminelen, verwarde mensen en heiligen’. Door de samenkomst van al die uiteenlopende menstypes, met verschillende talen en culturen, wordt voor de vredige omgang tussen burgers recht ontwikkeld: recht van stedelingen op het goede leven. ‘Stadtluft macht frei nach Tag und Jahr’, aldus Hirsch Ballin, verwijzend naar een Middeleeuwse rechtsgrondslag voor lijfeigenen; wie langer dan een jaar en een dag in een stad verbleef verkreeg van het stadsbestuur zijn vrijheid. Recht spreken in steden, aldus Hirsch Ballin, heeft steeds betrekking op complexe, meervoudige relaties, ze vereist een 360 graden oriëntatie van de jurist. Recht legt macht aan banden en urbanisatie stimuleert de ontwikkeling van het recht. In Nederland zijn de steden veilig, stelde de hoogleraar vast. En op de Zuidas zijn de advocaten goed in arbitrage. Maar, gaf hij toe, de juridische onderbouwing voor regionale verstedelijkingsvraagstukken wordt in dit kleine land maar moeizaam geleverd.

Tagged with:
 

Binnenstad in de etalage

On 19 maart 2014, in vastgoed, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 13 maart 2014:

Vorige week opende het nieuwe station van Rotterdam. Voor NRC Handelsblad was het aanleiding om met de Rotterdamse wethouder Karakus door de binnenstad te wandelen. Het gesprek ging over bouwen. De wethouder wil veel woningen bouwen. Sterker, er zijn de afgelopen jaren al veel woningen in de binnenstad gebouwd: hun aantal is sinds 2008 met liefst 9% gestegen. De Rotterdamse binnenstad, aldus de wethouder, is ideaal voor mensen uit de Randstad om in te wonen. Maar dan moeten ze wel komen. “Zonder bewoners is het uitgestorven na zes uur ‘s avonds.” Alles wordt er aan gedaan om het de woonconsumenten naar de zin te maken. De wethouder: “De binnenstad was als een verloederd huis. Dat kan je niet in één keer vernieuwen want dan moet iedereen eruit. We knappen het kamer voor kamer op, en zetten ook overal deuren tussen.” Rotterdam wil meer hoogopgeleiden trekken. De binnenstad is daarvoor ideaal. Ook het nieuwe Centraal Station is in dat licht bezien een opsteker.

In de Amsterdamse krant Het Parool was de toon agressiever. De kop boven het artikel in de krant van donderdag luidde: ‘De nieuwe Zuidas ligt in Rotterdam’. Rondom het nieuwe Centraal Station van Rotterdam staan ineens tienduizenden vierkante meters kantoorruimte te wachten op huurders, met huren die beduidend lager zijn dan op de Amsterdamse Zuidas. Boodschapper was ditmaal Michael Hesp van kantorenmakelaar JLL. En bedrijfsmakelaar DTZ Zadelhoff vond het nieuwe station ineens ‘alle verschil maken’. Tot nu toe, zei hij, staan veel kantoren in de Rotterdamse binnenstad leeg; verhuur verloopt er matig. Alle hoop van het makelaarskantoor is gevestigd op de werking van het nieuwe Centraal Station. Conclusie van dit alles: hier wordt de oplevering van een station door een stad gebruikt om leegstaand vastgoed – woningen en kantoren – in de etalage te zetten. Gebeurde dat ook niet eerder in het Franse Lille? Ook daar een slechtdraaiende lokale economie en een spectaculair station -Euralille – dat verbetering moest brengen. En is het daar gelukt? Marine Le Pen komt er aan de macht.

Tagged with: