Radicaal, incrementeel

On 30 januari 2015, in bestuur, duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De energieke samenleving’ (2011) van Maarten Hajer:

In Den Haag spreken ze al jaren over een nieuwe sturingsfilosofie. Een van de aardigste boekjes die de afgelopen jaren daarover zijn verschenen, is ‘De energieke samenleving’ (2011). Auteur: Maarten Hajer, in het dagelijks leven directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving te Den Haag. Het boekje gaat over een schone economie en hoe deze te bereiken. Hiertoe is een nieuwe planning nodig, aldus Hajer. Die nieuwe planning begint in de stad. En de kern van die andere, nieuwe planning is: gebruik maken van de creativiteit en het leervermogen in de stedelijke samenleving. Dat is een samenleving van mondige burgers met, aldus Hajer, “een ongekende reactiesnelheid, leervermogen en creativiteit.” Dus niet meer een overheid die lastige burgers corrigeert, maar een overheid die goed luistert en de samenleving mobiliseert. ”De vraag in dit rapport is, kortom, hoe de overheid de kracht van de energieke samenleving kan laten werken op de weg naar duurzaamheid.”

Hajer stelt dat het dikwijls blijkt te gaan om heel lokale belangen die gewone mensen vaak beter begrijpen dan hogere overheden en die op zichzelf weer vrij eenvoudig te koppelen zijn aan mondiale vraagstukken zoals voedselveiligheid en klimaatverandering. Begin dus op lokaal niveau, is zijn devies. Van onderop kunnen vervolgens weer nieuwe beelden ontstaan met regionale identiteiten, passend in een groter geheel. Wat Hajer in het boekje voorstelt is een vorm van ‘radicaal incrementalisme’ waarbij het Rijk duidelijke doelen stelt, zijn bevoegdheden decentraliseert , zijn data met iedereen deelt en verder vooral partijen ondersteunt en helpt. Hajer: “Met een duidelijke stellingname kan de overheid veel energie mobiliseren wanneer zij zich erop richt de grote publieke uitdagingen te koppelen aan de directe leefomgeving van de burger.” Midden in die omslag zitten we nu. Er moet nog veel meer worden gedecentraliseerd, geluisterd en geholpen. Ziedaar ook de nieuwe Agenda Stad van het Nederlandse kabinet. Alleen, datzelfde moeten de steden doen: duidelijke doelen stellen, decentraliseren, luisteren en helpen. Over een week begint in Amsterdam aflevering 4 van De Nieuwe Wibaut, de praktijkleergang met een nieuwe sturingsfilosofie voor gemeenteambtenaren. Radicaal, incrementeel.

Tagged with:
 

Almere buitenwijk

On 28 januari 2015, in stedelijkheid, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Almere deze week’ van 21 januari 2015:

schaalsprong almere

Afgelopen week Hogeschool Windesheim Flevoland bezocht. Men vroeg mij een bijdrage te leveren aan het nieuwe Honours Programma New Towns. Dat gaat in september 2015 van start. Windesheim Flevoland is gevestigd in het centrum van Almere, groeit snel en verzorgt inmiddels al 18 opleidingen aan meer dan 1600 studenten. In het Honours Programma zal met de gekwalificeerde studenten afkomstig uit diverse studierichtingen gezocht worden naar samenhang tussen de verschillende perspectieven voor nieuwe steden als Almere en Lelystad. De nieuwe steden zijn niet organisch gegroeid, maar op de tekentafel gepland. “Internationaal gezien worden deze steden bewonderd om hun vermogen om nieuw land te scheppen en voor hun vermogen om in een kort tijdsbestek zoveel nieuwe woningen te bouwen, met de nodige infrastructuur en voorzieningen.”  In het programma moeten de studenten zich uitspreken over de maakbaarheid van Almere. En vooral: “Maar zijn deze verzamelingen huizen inmiddels ook steden?”  Mij is gevraagd om de studenten iets te vertellen over trendanalyses en toekomstscenario’s.

Onderweg naar de school onderschepte ik in het winkelcentrum een editie van ‘Almere deze week’, nummer 4, 21 januari 2015. Het gratis huis-aan-huisblad wordt in een oplage van 84.525 exemplaren verspreid. Op pagina 7 viel mijn oog op de kop ‘Almere is eigenlijk geen stad’. Geciteerd wordt de architect Jerome Adema, die voorrekent dat Almere de kwalificatie ‘stad’ niet verdient. “Hoewel Almere qua oppervlakte groter is dan Amsterdam, heeft Almere niet alleen veel minder inwoners, maar wonen die ook minder stedelijk.” In Amsterdam, rekent Adema voor, wonen gemiddeld 6.000 mensen op een vierkante kilometer. In Almere is dit 1.500.  Hoofddorp telt 4.000 mensen per vierkante kilometer. Zelfs in Almere Stad is de dichtheid niet meer dan 3.500 inwoners per vierkante kilometer. In het centrum van Amsterdam is dat 12.909 inwoners.  De dichtheid van het centrum van Almere, aldus Adema, is even hoog als die van een buitenwijk van Berlijn. “Voor een centrum van een stad verwacht je dat eigenlijk niet. En zeker niet voor een stad die bij de vijf grootste van Nederland wil horen.” Adema telt inwoners, niet bezoekers. Die bepalen uiteindelijk de stedelijkheid. Raden hoeveel?

Tagged with:
 

Steden besturen zichzelf

On 26 januari 2015, in bestuur, by Zef Hemel

Gehoord in de Stadstimmertuin te Amsterdam op 14 januari 2015:

Op initiatief van Hugo Fernandes Mendes, Chief Science Officer van de gemeente Amsterdam, sprak Henk de Jong, oud-gemeentesecretaris van Amsterdam, onlangs ten overstaan van ruim honderd Amsterdamse ambtenaren over ‘Wie (be)stuurt de stad?’ De lezing was een beknopte versie van zijn Van Slingelandtlezing van 9 oktober 2014, gehouden voor de Vereniging voor Bestuurskunde te Den Haag. Zef Hemel was gevraagd te reageren. De stelling van De Jong kwam hierop neer: steden kunnen de grote vraagstukken van deze tijd niet zelf oplossen; daarvoor hebben ze de hogere overheden nodig. In Benjamin Barber’s stelling dat burgemeesters in staat zijn de wereld te redden (‘If Mayors Ruled The World’) geloofde hij niet. Bestuurskundige De Jong adstrueerde zijn stelling met voorbeelden uit New York, waar hij de afgelopen twee jaar consultant was geweest. De slagkracht van de gemeentelijke instellingen in deze machtige metropool bleek danig tegen te vallen; zonder de hulp van de staten New York en New Jersey en de federale overheid in Washington waren ze tot weinig in staat. Veel hybride organisaties en privaat initiatief liggen er aan de basis van projecten. Een private organisatie als Regional Plan Association (RPA) maakt bijvoorbeeld langetermijnplannen voor de agglomeratie. In de richting van de huidige gemeentesecretaris Arjan van Gils: “Als Amsterdam een RPA had gehad, konden we de Dienst Stadsontwikkeling nu mooi opheffen!”

Hemel draaide de redenering om: hogere overheden zijn niet in staat om de grote problemen van dit moment op te lossen. Daarvoor hebben ze de steden nodig. Het mislukken van het Kyoto-protocol (1997) vormde voor hem het bewijs. De machtsblokken in de wereld speelden het destijds hard; China deed niet mee, terwijl het systeem van emissierechten de rijke landen bevoordeelde. In ‘Seeing like a State’ (1998) heeft James Scott, hoogleraar Politieke wetenschappen aan Yale, trouwens al laten zien waarom staten oplossingen niet naderbij kùnnen brengen. Hogere overheden simplificeren, standaardiseren en schakelen gelijk; ze werken met abstracte kennis en missen daardoor de specifieke lokale kennis die nodig is voor het oplossen van complexe vraagstukken. Steden kunnen dat wel. Hun impact op de omgeving – de stedelijke invloedssfeer – is bovendien groot, op hun wingewesten, waar zij hun grondstoffen, voedsel, water, energie en arbeidskrachten van betrekken, is die impact zo mogelijk nog groter. De slagkracht van burgemeesters schuilt niet in hun bevoegdheden en taken, die inderdaad beperkt zijn, maar in het duiden en richting wijzen. Steden besturen zichzelf, van onderop.

Tagged with:
 

Amsterdamlezing #6

On 22 januari 2015, in wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen op http://www.uva.nl/nieuws-agenda/nieuws/amsterdamlezingen/amsterdamlezingen.html

Foto: Danny Schwarz

Dymph van den Boom, rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam, zal het drieluik van de lezingenreeksen over ‘Amsterdam kennisstad’, afsluiten. Dat zal ze doen in de grote zaal van CREA op Roeterseiland, op maandagavond 16 maart 2015 om 20.00 uur. Mevrouw Van den Boom (1951) is vanaf 1996 verbonden aan de Universiteit van Amsterdam als hoogleraar Algemene Pedagogiek. Tussen 2001 en 2007 was zij tevens decaan van de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen. Zij begon haar wetenschappelijke loopbaan als ontwikkelingspsycholoog aan de Universiteit Leiden. Aan die universiteit studeerde zij psychologie en promoveerde daar in 1988. Sinds 1 oktober 2007 is Dymph van den Boom lid van het College van Bestuur van de UvA. Door universiteitsblad Folia werd ze onlangs een ‘dossiertijger zonder franje’ genoemd. Het thema van ‘Amsterdam kennisstad’ zal zij in haar lezing inhoudelijk benaderen, vanuit haar functie van rector magnificus, dus vanuit de universiteit, niet vanuit de stad in de eerste plaats.

Een ‘kennisstad’ zegt haar niet zoveel. Volgens mevrouw Van den Boom is de relatie van met name de UvA met de stad wel een bijzondere, zeker als je deze benadert vanuit de geschiedenis. Die geschiedenis begon met Vossius en Barlaeus in 1632. Vanaf dat moment werd er college niet alleen aan studenten gegeven, maar ook de gegoede burgers schoven aan. De band tussen de universiteit en de stad is sindsdien een nauwe. De nieuwste betrekkingen tussen Amsterdam en UvA krijgen vorm in tal van nieuwe initiatieven. De recente plannen voor een ‘Amsterdam Center for Advanced Studies’ zal Van den Boom tijdens haar Amsterdamlezing met name noemen en ook toelichten. Ze zou de relatie tussen de stad en de universiteit het liefst vormgeven via een iteratief proces, waarbij in een voortdurende wisselwerking tussen stad en wetenschappers uit alle faculteiten naar relevante wetenschappelijke kennis wordt gezocht voor de Amsterdamse grootstedelijke problematiek. Een ‘Amsterdam Center for Advanced Studies’ kan dan ook een diversiteit aan onderwerpen en thema’s beslaan. Het center wordt ook niet een apart instituut, maar een platform waarin de hele universitaire gemeenschap bij tal van vraagstukken wordt betrokken. De details hoort u tijdens de lezing, die gratis is. Wel vooraf aanmelden graag (zie link boven).

Tagged with:
 

Bestemming worden

On 15 januari 2015, in openbare ruimte, stedenbouw, by Zef Hemel

Gezien in Zaanstad en Almere op 2 januari 2015:

Tijdens de feestdagen twee nieuwe winkelcentra bekeken: dat van Zaanstad en Almere. Ik was onder de indruk. Misschien kwam het door het mooie winterweer, misschien ook door de vrolijke kerstdrukte. Beide winkelcentra werden een paar jaar geleden opgeleverd, beide proberen een hoogwaardig middelpunt met eigen voorzieningen en een eigen identiteit te creëren in een voorstedelijke setting van overwegend dorpsgewijze bewoning, alles onder de rook van Amsterdam. Beide verbinden het treinstation met het water via een winkelstraat. Beide maken daarbij gebruik van een stadhuis, een bioscoopcomplex, een busstation, een hotel en het water. Beide bieden een prettige verblijfsruimte voor wandelaars. O ja, beide gemeenten zijn ongeveer even groot en beide worstelen met de nabijheid van Amsterdam, dat alle voorzieningen al in ruime mate heeft. Immers, voor de inwoners van zowel Zaanstad als Almere is Amsterdam een ideale bestemming, omgekeerd worden zij voor de Amsterdammers nooit een bestemming, wat ze ook doen. Sterker, met de bouw van hun winkelapparaat lopen zij het risico hun eigen winkelstand te ondergraven. Het internet-winkelen zal hen bovendien als eerste bereiken.

Maar de verschillen tussen de twee waren even opvallend. Zaanstad koos voor retro, Almere voor het modernisme. Almere bestaat uit één groot hellend gebouw, Zaanstad bestaat uit een labyrint van bruggen. Almere omarmt de auto, Zaanstad bedient vooral de fiets en het openbaar vervoer. Het jongere Almere heeft het voordeel van een treinstation à niveau, bij Zaanstad liggen de sporen op het maaiveld, wat de ontsluiting veel moeilijker maakt. In Almere domineren de landelijke ketens, in Zaanstad profiteert de plaatselijke middenstand. Almere heeft een schitterende openbare bibliotheek toegevoegd, in Zaanstad heb ik die niet kunnen ontdekken (blijkt in de Verkadefabriek aan de Zaan te zijn gevestigd). Almere heeft meer uitgepakt dan Zaanstad. Zaanstad is ook armer dan Almere. Nog een verschil: in Almere draait niet de film Mr. Turner, dit tot groot ongenoegen van sommige Almeerders, maar in Zaanstad draait hij wel. Daarvoor moet je in Zaanstad wel naar De Fabriek aan de overzijde van de Zaan, want in het nieuwe winkelcentrum draait hij niet. In Amsterdam draait Mr. Turner in vier bioscopen op tien verschillende tijden. Toch raadt iemand op internet aan een treinreis naar Groningen te wagen voor het zien van de film. Grappig.

Tagged with:
 

Amsterdamlezing #4

On 9 januari 2015, in gezondheid, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen op http://uva.nl/nieuws-agenda/nieuws/amsterdamlezingen/amsterdamlezingen.html

Foto: Danny Schwarz

Jaap Seidell is de vierde spreker in de nieuwe reeks Amsterdamlezingen gewijd aan het thema ‘Amsterdam kennisstad’. Seidell is universiteitshoogleraar Overgewicht, voeding en chronische ziekten aan de Vrije Universiteit. Van zijn hand verscheen onlangs ‘Het voedsellabyrint’, een boek over al die eetadviezen. Universiteitskrant Folia typeerde hem onlangs als wetenschapper die niet van de ivoren toren is. Hij schrijft columns in Het Parool en twittert over gezondheid en voeding. Samen met Arnoud Verhoeff, epidemioloog bij de GGD, is hij betrokken bij de oprichting van het Sarphati Institute. Dat is een nieuw instituut waarin UvA, VU, AMC, VUmc, GGD en bedrijfsleven samen onderzoek doen naar nieuwe epidemische ziekten in grote steden. Zoals obesitas. Overgewicht heeft alles te maken met armoede. Arme mensen eten te vet, te zoet, te zout. Veelal eten ze ongezond. Mensen met de laagste opleiding hebben dan ook het meeste last van obesitas. Hun levensverwachting is jaren korter dan die van hoogopgeleiden. Vooral kinderen. “Als je van Amsterdam-Zuid naar West fietst, kom je ineens terecht tussen een bevolking die vijftien jaar langer ongezond is en acht jaar korter leeft.” Acht jaar!

Seidell is betrokken bij het veelomvattende plan Amsterdam Gezond Gewicht van wethouder Eric van der Burg (VVD). Kern van de Amsterdamse aanpak is de omgeving te veranderen waarin kinderen opgroeien. Wijken moeten weer stimulerend worden gemaakt voor gezond gedrag. Tegenover VUmc verklaarde de hoogleraar dat  je daarmee in een klap vele problemen zult oplossen: “de verkeersveiligheid neemt toe, het leefmilieu wordt gezonder, de schoolprestaties stijgen en je krijgt meer sociale integratie en participatie.” Voedsel en beweging als sleutel voor een beter ingerichte stad. In 2033 moet het probleem in Amsterdam zijn opgelost. Maar hoe gaan we dat voor elkaar krijgen? Is niet eerder participatie de sleutel? Zomaar een vraag. Seidell zal er op maandagavond 2 maart 2015 om 20.00 uur op reageren. Locatie: CREA, Roeterseiland. Toegang gratis. Aanmelden vooraf wel verplicht.

Tagged with:
 

Amsterdamlezing #1

On 5 januari 2015, in technologie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen op http://uva.nl/nieuws-agenda/nieuws/amsterdamlezingen/amsterdamlezingen.html

Domotica

Op maandagavond 2 februari aanstaande spreekt Ben Kröse over de snelle opmars van sensoren, apps en robots in ons dagelijks leven tijdens de eerste Amsterdamlezing van het nieuwe jaar. Locatie: CREA op Roeterseiland campus. Kröse is bijzonder hoogleraar Ambient robotics aan de Universiteit van Amsterdam en lector Digital life aan de Hogeschool van Amsterdam. Zijn expertise: het domein van de domotica, zeg maar al die kleine slimme apparaten in ons huis die steeds meer contact maken met elkaar en met de wereld om ons heen. Eerst waren het nog gewoon elektronische apparaten, maar sinds ze zijn uitgerust met sensoren en slimme chips worden ze steeds intelligenter. Ons huis zit er vol mee. Wat gaan ze doen? Wat gaan ze voor ons betekenen? Kröse zal ons een kijkje gunnen in de nabije toekomst.

Vooral in de zorg en in entertainment verwacht Kröse op afzienbare termijn baanbrekende toepassingen. Met zijn studenten doet hij er onderzoek naar. Dat onderzoek is per definitie  interdisciplinair. Vooral ouderen kunnen straks baat hebben bij de slimme technologie. Deze zal hen in staat stellen langer op zichzelf te wonen, ook bij toenemende dementie. Hulp bij het tijdig slikken van pillen, de weg wijzen als het geheugen het laat afweten, cameratoezicht buiten het huis, allerlei vormen van technologische ondersteuning die Kröse in zijn lezing zal illustreren. Bij de jongeren verwacht hij juist toepassingen in het domein van entertainment: koppelingen tussen apparaten en spelers zullen nieuwe, verstrekkende mogelijkheden bieden. Spelend leren op school wordt de norm, internetapplicaties voor het leren en overhoren van huiswerk, enzovoort. Wat betekent dit voor onze privacy? Ook daarop zal hij ingaan. Laat me schatten: de voordelen wegen op tegen de nadelen, op veilige toepassingen zal steeds beter worden gelet.

Tagged with:
 

Grotere steden, meer platteland

On 30 december 2014, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in CBS Webmagazine van 8 december 2014:

Bevolkingsgroei 2012-2025 naar regio


Hoe ziet onze toekomst eruit? Nederland telde op 1 januari 2014 16.829.289 inwoners. De bevolkingsgroei bedroeg in 2013 daarmee 0,3 procent. In de helft van de gemeenten kromp de bevolking, maar vooral in de grote steden nam deze juist toe. Het verschil tussen stad en land wordt dus snel groter. Raad eens in welke gemeente de bevolking het afgelopen jaar relatief het snelste groeide? Niet Amsterdam of Utrecht, maar Diemen, onderdeel van de Amsterdamse agglomeratie. In 2060 verwacht het CBS voor ons land 18,1 miljoen inwoners. Dat betekent dat de Nederlandse bevolking ook de komende dertig jaar zal blijven groeien. Belangrijkste oorzaak: een positief migratiesaldo. Hoe ziet Nederland er in 2060 uit? Als zowel krimp als groei doorzetten, dan zullen er weer echt grote steden ontstaan. Maar ook vormt zich een heus platteland. Alle pogingen uit het verleden om de bevolking vast te houden op het land of te spreiden zullen dan teniet worden gedaan. Sterker, al die naoorlogse bebouwing zal weer moeten worden afgebroken en opgeruimd.

Grote steden dus. Primos houdt rekening met meer dan 1 miljoen Amsterdammers in 2040, meest hoger opgeleiden; Groot-Amsterdam nadert dan de 3,5 miljoen. Hoe groot wordt die andere grote stad, Rotterdam? Ik heb de bevolkingsprognose uit oktober 2012 geraadpleegd. Rotterdam telt op dit moment ruim 616.000 inwoners. Na een daling tussen 2004 en 2008 heeft de Maasstad toch weer de weg omhoog gevonden. De sterkste groei doet zich voor in de binnenstad, waar op dit moment woontorens worden gebouwd. Maar de cijfers worden vooral gunstig beïnvloed door de fusie met Rozenburg in 2010. De demografen verwachten dat Rotterdam de komende jaren verder zal groeien, zij het “minder snel dan in het recente verleden”. Allicht. Wel wordt het saldo van de binnenlandse migratie negatief. Dat betekent dat de groei in Rotterdam vooral door de opname van buitenlanders zal plaatsvinden. In 2030 worden 660.000 Rotterdammers verwacht. Tenzij de gemeente opnieuw besluit tot een fusie met een randgemeente. Amsterdam wordt dus een metropool van hoog opgeleiden, Rotterdam van laag opgeleiden. De contrasten worden in velerlei opzichten groter. Ben benieuwd of de politiek dat aankan. Wanneer zijn er ook alweer verkiezingen voor Provinciale Staten? Gelukkig nieuwjaar!

Tagged with:
 

Amsterdam Lezingen 2015

On 24 december 2014, in wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen op http://www.uva.nl/nieuws-agenda/nieuws/amsterdamlezingen/amsterdamlezingen.html :

Op 2 februari 2015  om 20.00 uur opent de derde en tevens laatste reeks van zes Amsterdam Lezingen gewijd aan het thema ‘Amsterdam Kennisstad’. Opnieuw zal elke maandagavond een onderzoeker ingaan op het thema vanuit zijn of haar eigen vakgebied. Ieder zal niet langer dan een half uur spreken, waarna de zaal ruim een uur lang open vragen kan stellen. Welke kennis boeit ons? Welke betekenis heeft die specifieke kennis voor Amsterdam? Ben Kröse (UvA/HvA) zal spreken over de exponentiële toename van sensoren, apps en binnenkort robots voor onze gezondheid en welbevinden; Zef Hemel (UvA) en Pieter Hooimeijer (UU) over de groeiende intelligentie van steden en hoe men deze kan laten toenemen; Patti Valkenburg (UvA) over ‘schermgaande jeugd’ (kinderen spelend met beeldschermen) en wat dit voor onze kinderen betekent; Jaap Seidell (VU) over onze gezondheid, obesitas en de kwaliteit van ons voedsel; Bas Haring (UL) over ons geld, vermogen, economie en kennisvalorisatie. De reeks wordt afgesloten door Dymph van den Boom, rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam. Haar thema: de rol en betekenis van al die hoogwaardige kennis voor Amsterdam. Locatie: CREA op Roeterseiland.

Natuurlijk is het nog te vroeg om al terug te blikken op de driedelige reeks; we hebben immers nog zes avonden te gaan. Maar wat mijzelf nu al opvalt, is dat alle onderwerpen zo dicht bij onszelf komen. Of het nu gaat om mondgezondheid, criminaliteit, kunst, opvoeding, ouderdom, voedsel, rechtvaardigheid, stedenbouw, werk, geld, inkomen, steeds gaat het over het stedelijk welzijn en de kwaliteit van ons leven in de grote stad. Kennelijk is iedere wetenschapper daar op de een of andere manier mee bezig. Die academische kennis actief gebruiken en toepassen in de eigen stad is een logische keuze. Nee, het is ook leuk en leerzaam. Kortom, we moeten alle kennis delen en met elkaar besluiten hoe en waartoe we dat precies gaan doen. De universiteit als democratisch kennisplatform voor burgers van de stad, hoe gaan we dat organiseren? Per stad, zou ik zeggen. In netwerken. Van onderop!

Tagged with:
 

Mobilisatie werkt

On 19 december 2014, in participatie, by Zef Hemel
 

Gelezen in ‘Bewonersparticipatie in de Bijlmermeer’ (2014) van Patrick van Beveren:

Afgelopen woensdag promoveerde Patrick van Beveren aan de Universiteit van Amsterdam op een onderzoek naar bewonersparticipatie in de Bijlmermeer. Promotoren: Jan Willem Duyvendak (UvA) en Frank Hendriks (Universiteit Tilburg). Ik was lid van de promotiecommissie. Het onderzoek van Van Beveren richtte zich op de periode 1992 tot 2008 – de tijd van de grootschalige herstructurering. Uitkomst van zijn onderzoek is dat bewoners van de Bijlmer in de klassieke participatieaanpak geen invloed hebben gehad op de beleidsontwikkeling – de beslissing dat hun wijk moest worden gesloopt en herbouwd is topdown genomen, door professionals -, maar wel op de beleidsrealisatie. Een groot aantal respondenten gaf aan, en ook uit interviews met betrokkenen rijst het beeld op dat de participatiegraad weliswaar laag was, maar dat er toch invloed was op de besluitvorming. Per buurt verschilde deze overigens.

In zijn reflectie over de bevindingen stelt Van Beveren zich de vraag waarom bestuurders aan bewoners geen grotere invloed op de besluitvorming gunnen, er eigenlijk ook geen moeite voor doen. Zelf denkt hij dat zelfs kwetsbare burgers best bereid zijn te participeren, maar dat zij gewoon niet actief genoeg worden benaderd. “De bereidheid van bewoners om mee te werken aan onderzoek of anderszins blijkt in het algemeen behoorlijk groot.” In zijn proefschrift refereert hij aan wetenschappelijke artikelen van o.a. Viviene Lowndes en Lauwrence Pratchett die vaststellen dat daadwerkelijke mobilisatie van de bevolking grote positieve effecten op de besluitvorming heeft. Ik citeer: “Research shows that the degree of openness of political and managereal systems has a significant effect, with participation increasing where a variety of invitations and opportunities.” Je moet er als overheid dus wel echt je best voor doen, veelsoortige initiatieven nemen om mensen te betrekken en dat ook gedurende lange tijd volhouden. Dan komt de betrokkenheid op gang en blijkt ze lonend. Mensen zijn nu eenmaal verschillend. “If we ask people to participate in a committed and consistent manner and respond effectively to their participative inputs, they are far more likely to engage.”Een productief inzicht. Maar het gebeurde dus niet.

 
Tagged with: