Anders plannen maken

On 27 september 2016, in boeken, by Zef Hemel

Hoe kun je nog plannen maken in situaties van grote complexiteit? In zijn nieuwste boek ‘De toekomst van de stad. Een pleidooi voor de metropool’ betoogt Zef Hemel dat de sturing in onze grote steden veel lichter en opener kan dan planologen vaak denken. Met Volksvlijt 2056 deed hij een experiment in open planning. Een impressie.

 _MGL1839 _MGL1815

_MGL1857  _MGL1711

Om erachter te komen wat een stad wil en nodig heeft, zou men haar bewoners eigenlijk voortdurend moeten raadplegen. Dat klinkt logisch, maar het gebeurt zelden. Het argument is vaak dat het praktisch lastig zou zijn om zoiets te organiseren. En als het dan eens gebeurt, wordt door autoriteiten vaak een ja- of nee-stem gevraagd, echt geluisterd wordt er niet. Vaker zoekt het bestuur draagvlak voor de eigen plannen, wordt veel energie in voorlichting en overtuigingskracht gestoken; echte betrokkenheid wordt zelden op prijs gesteld. Dit hoort ook bij het proces van professionalisering van de planologie. Door de verwetenschappelijking werden de afgelopen honderd jaar steeds meer statistieken, diagrammen en kaarten leidraad in de stadsontwikkeling. Planologen en stedenbouwkundigen eisten hun rol in de belangenafweging op en richten zich op het bestuur dat hun plannen en ontwerpen moet vaststellen en uitvoeren. Bestuurlijk georiënteerde planologen problematiseren graag de governance, die inderdaad niet werkt en waaraan men eindeloos lang kan sleutelen. Zulk werk is goed voor de broodwinning, maar het raakt de fundamentele problemen niet en lost ze ook niet op. Iedereen lijkt vergeten de dromen en ideeën van gewone mensen op te slaan. Sinds er digitale sociale media bestaan weten we echter dat hele grote groepen mensen bijna permanent met elkaar in gesprek gaan over alles wat hen bezighoudt, dankzij internet kunnen ze zich steeds beter organiseren en steeds meer macht naar zich toetrekken. Door zich aan te sluiten bij zulke platforms, virtueel maar ook fysiek, zouden overheden heel goed kunnen aftappen van deze ‘collectieve intelligentie’. Een dergelijke werkwijze heet open planning. Waarom doen ze dat niet?

Om open planning in de praktijk te beproeven organiseerde de Wibautleerstoel aan de UvA afgelopen jaar ‘Volksvlijt 2056’. Volksvlijt was een tentoonstelling in de Openbare Bibliotheek Amsterdam over de economische toekomst van de hoofdstad. Bezoekers konden er hun eigen toekomst dromen. De programmering van Volksvlijt was helemaal open, alles was op zoveel mogelijk interactie gericht, een centrale autoriteit ontbrak, er lagen ook geen plannen of voornemens op tafel. We wilden zoveel mogelijk mensen in de stad activeren, hen bij hun eigen toekomst betrekken, hen een stem geven, en vooral elkaar laten inspireren. Onze referentie was Samuel Sarphati (1813-1866). Diens ‘Vereniging voor Volksvlijt’, opgericht in 1852 en tien jaar later uitmondend in zijn roemruchte Paleis voor Volksvlijt aan het Frederiksplein, beoogde precies dit:  tentoonstellingen die inspireren, een vereniging oprichten die als een open platform functioneert, samenwerking beijveren, iedereen in de stad aanzetten tot ondernemen, kapitaal op de nieuwe ondernemingen richten, onderwijs en onderzoek bevorderen en iedereen daarin laten delen, honger en armoede bestrijden door nieuwe nijverheid, voorbeeldige stadsontwikkeling entameren, een betere toekomst dromen. Nog altijd koestert Amsterdam een verrukkelijke herinnering aan Samuel Sarphati. Zijn Vereniging leidde tot de aanleg van het Vondelpark bijvoorbeeld, maar ook van de bouw van het Concertgebouw, de oprichting van het Concertgebouworkest, de instelling van het conservatorium, de stichting van de eerste woningbouwcorporatie en de eerste hypotheekbank, de opening van de eerste openbare bibliotheek, de Amsterdam RAI. Eind negentiende eeuw spoelde een golf van positief, praktisch idealisme over de stad. Op die golf kwam wethouder Floor Wibaut bovendrijven. Berlage werd van dat nieuwe Amsterdam uiteindelijk de grote bouwmeester. Alles dankzij het platform.

Fragment uit ‘De toekomst van de stad. Een pleidooi voor de metropool’ (2016) van Zef Hemel. Amsterdam University Press. ISBN 978 94 6298 246 8.

European Knowledge Hub

On 22 september 2016, in wetenschap, by Zef Hemel

Read in  ‘Mapping Research and Innovation’ (2015) of Elsevier/Urban Innovation Network:

Afbeeldingsresultaat voor amsterdams competitive advantage

Last year, scientific publisher Elsevier and the Urban Innovation Network (UIN) published a comparative study of research output of eleven comparative European university cities, amongst them Amsterdam. The other cities were Barcelona, Berlin, Brussels, Copenhagen, Dublin, Hamburg, Madrid, Manchester, Stockholm and Vienna. In ‘Mapping Research and Innovation’ (2015) the researchers distinguished four dimensions of research strength: relative volume, relative usage, relative impact and research excellence. Excellence was measured by a city’s relative share of the most impactful research – “that which is among the top decile worldwide in terms of citations within a given subject area. We call these star articles.” Overall conclusion: Amsterdam has a strong claim to being one of the top knowledge cities in Europe. Its research output per capita is second only to Copenhagen, but the relative impact of its research is the highest. The researchers discovered that Amsterdam has a very strong position in medicin, in volume and impact. “It is nearly twice the world average in relative volume, given the city’s size and overall research output.” Orange (picture) means its impact is also quite high, “more than twice that of the world average.” Winners are oncology, radiology, nuclear medicine and imaging.

Striking is Amsterdam’s output in computer science, which nearly doubled over the past decade. In terms of publications per capita, Amsterdam’s output in computer science is now second among the eleven cities. “These growth trends suggest that Amsterdam is growing a world-class base of computer science researchers, which can both help train the next generation of tech workers and attract the most promising tech companies.” What about social sciences? Psychology has a very strong position, but only in volume, the other social sciences are performing above average, but their impact is rather low. In terms of publications per 1000 residents, the researchers found growth in all eleven cities. But the absolute winners are Amsterdam en Copenhagen, with Vienna and Stockholm following at a distance. How important is this? Elsevier: “Universities creat jobs and demand for real estate space, attract and retain talent, stimulate investment beyond their walls. (…) But, the central role played by universities in the innovation ecosystem is not well understood and an untapped resource.” Exploring a city’s innovation ecosystem is a valuable way of seeing the future with greater clarity.

Tagged with:
 

A Day to Remember

On 19 september 2016, in cultuur, gezondheid, by Zef Hemel

Heard at the Heineken Experience, Amsterdam, on 16 September 2016:

MIRIK MILAN _ PREFEITO DA NOITE EM AMSTERDA

Friday, 16 September 2016, it was Enjoy Responsible Day at Heineken Brewery, Stadhouderskade in Amsterdam. Four teams of four young professionals, recruited from the staff of the Amsterdam based global brewery were asked to develop a campaign for moderate drinking in only 8 hours time. Theme: ‘A night to remember’. Amsterdam’s night mayor Mirik Milan (picture) was hosting the day. In a film he showed people around in Amsterdam during the night, proofing that nightlife is just great when you move around with your friends while moderate your drinking. I was invited as one of the experts. There was also a lecture of John Weich, editor, advertiser and writer of ‘Storytelling on Steroids’ (2014), on new trends in city making. Weich spoke about cities that are ‘stretching’, ‘urban ecosystems of innovation’, ‘new agoras’ in cities, ‘emotional landscapes’ on the ‘other side of the railway tracks’, ‘active public space’ in ‘odd areas’, ‘spontaneous congregation’ of young people in ‘multipurpose venues’, new digital tools of wayfinding and navigation, take-out food and the fast growth of delivery services. He showed us great examples in Oslo, Copenhagen, New York. Then the teams went to work. At the end of the day they would come up with three or four cool ideas.

Some teams developed proposals for apps. They still think technology is bewitching us. One team, on the other hand, wanted us to ‘disconnect in order to connect’. And then there was a team ending its presentation with a self-evident, intelligible idea based on the notion that cities are for people meeting other people. In fact, it was what Mirik Milan had demonstrated with his short film: locals showing visitors around, offering them ‘a night to remember’. So when locals do that, you as a visitor will never misbehave, not wanting to miss the end of your guided tour, so you moderate your drinking. If Heineken would promote this kind of city trips, locals would meet strangers, some even might make friends, new agoras in our cities will develop, take-out food will serve us even in the most barren spots, spontaneous congregation will blossom, public space will get activated, city life will be more vibrant. An app will be needed, one that is connecting local guides with visitors from abroad. An app that is called ‘A Night to Remember’. Sponsored by Heineken. Great day.

Tagged with:
 

Een beetje meer Tokio

On 18 augustus 2016, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen in Monocle magazine nr. 24 2016:

Welke stad voert op dit moment de lijst aan van ‘s werelds meest leefbare steden? Het Londense Monocle Magazine kwam onlangs weer met haar jaarlijkse benchmark van aantrekkelijke steden. Altijd zeer de moeite waard om te lezen. In ‘The Top 25 Cities’ staat het Japanse Tokio glansrijk bovenaan, met stip op één dus. Ga dus niet zeggen dat megasteden niet leefbaar zijn, want met dertig miljoen inwoners (13,3 miljoen binnen de gemeente) is Tokio een van de allergrootste steden op aarde. Tokio heeft gewoon alles, en van alles het allerbeste. En wie ooit in Tokio is geweest, weet dat extreme drukte heel goed samen kan gaan met dorpsachtige bewoning, en dat deze metropool bovendien beschikt over het allerbeste openbaar vervoer, dat auto’s er niet op straat geparkeerd mogen worden en dat iedereen er te voet gaat, waardoor er een aangename stilte heerst, ondanks de extreme volte. En wat een fraaie parken overal!  En vrijwel geen misdaad. En ook nog eens de stad van de Olympische Spelen in 2020. Want extreem rijk. Zeer terecht en verdiend, die nominatie. Nee, terwijl het met de Japanse economie helemaal niet goed gaat, blijft Tokio onverminderd groeien en bloeien. Ondertussen probeert de Japanse regering bedrijven uit Tokio te verleiden om naar kleinere steden elders te verhuizen. Allemaal vergeefs en gewoon niet handig. De mensen vertikken het.

Maar nu het slechte nieuws. Rotterdam komt in de benchmark helemaal niet voor. En Amsterdam – de stad die volgens de Atlas voor Gemeenten binnen Nederland al jaren als de meest aantrekkelijke stad geldt -  is op de wereldranglijst gezakt van plaats 19 naar 21. Terwijl Amsterdam de afgelopen jaren juist klom. De reden voor de daling is volgens de redactie tweeledig. De hoofdstad van Nederland, hoe mooi en aantrekkelijk ook, schijnt te worstelen met de vele toeristen; er wordt veel geklaagd, bewoners en toeristen zitten elkaar hinderlijk in de weg. De andere, nog veel belangrijkere reden is de geringe bouwactiviteit: er zijn domweg veel te weinig woningen in Amsterdam voorhanden, de stad is populair, maar ze is echt veel en veel te klein. Iets meer Tokio zou in de lage landen geen kwaad kunnen. Aan de leefbaarheid zal het niets afdoen. Integendeel, als Amsterdam verdubbelt zal ze alleen maar leefbaarder worden. Tokio bewijst het. Maar wie durft het aan?

Tagged with:
 

Niet exploderen, maar imploderen

On 8 juli 2016, in duurzaamheid, kunst, by Zef Hemel

Voorgedragen op het Marineterrein, Amsterdam, op 7 juli 2016:

TOFUD van Frank Havermans, op dit moment te zien in Cityscapes Gallery in Amsterdam, deed me aanvankelijk denken aan de PROUNs (‘pro-oon’) van El Lissitzky. Vooral zijn tweede serie uit 1923 betrof schitterende composities van geometrische vormen die de toekomst als ‘volstrekt nieuw’ wilden uitdrukken. Een soort van tijd-ruimte explosies waarbij alle geometrische vormen met verschillende snelheden vrij in de ruimte zweven. De PROUNs waren verbeeldingen van het utopische, een dynamisch communistisch universum. Ze waren een van de inspiratiebronnen van het Modernisme. Ook Havermans’ werk is ruimtelijk. Wie echter goed kijkt ziet geen explosie, maar implosie. Alle vormen trekken naar elkaar toe, klitten zelfs aan elkaar. TOFUD is allesbehalve PROUN. Havermans’ begrip van circulariteit is geavanceerder dan dat van de Modernisten.

De eerste denkfout van het Modernisme was tabula rasa. Dit was ook de essentie van Plan Voisin van Le Corbusier, 1925: alles moest tegen de vlakte, de stad zou opnieuw worden opgetrokken. De architect streefde een complete herordening van Parijs na, nu scherp begrensd, leesbaar, transparant. Alle elementen werden opengewerkt, zwevend in de ruimte, spottend met de zwaartekracht, helder stralend, zonder decoratie, de stad als een abstract explosie van volumes, lijnen en vlakken die zich gemakkelijk van bovenaf liet componeren, in een eindeloze variatie.‘Le Corbu’ meende ook dat de toekomst wetenschappelijk kon worden voorbereid. Begin jaren zestig wordt dit idee van de stad als berekenbare machine op de spits gedreven door futuroloog Richard Buckminster Fuller. Diens Dome over Manhattan uit 1960 getuigde van de opvatting dat de aarde een ruimteschip is, en de stad een gesloten systeem dat computers geheel konden beheersen door middel van kunstmatige klimaatbehandeling. Afbreken hoefde niet eens; gewoon een geodetische dome eroverheen. In ‘Operating Manual for Spaceship Earth’ (1969) ergerde ‘Bucky’ zich aan de politiek, de zouteloze compromissen. Zijn opvattingen over democratie stonden niet ver af van die van Le Corbusier, maar waren mijlenver verwijderd van het circulaire denken. Nee, het Modernisme heeft weinig circulairs voortgebracht. De architecten koersten op beheersing, controle en expansie. Havermans toont iets anders: chaos, gelaagdheid, groei, ruimtelijke implosie. Alleen rommelige, chaotische, informele, volgestouwde, onbestuurbare, van onderop georganiseerde metropolen zijn circulair.

Tagged with:
 

Car-free Amsterdam

On 29 juni 2016, in duurzaamheid, infrastructuur, by Zef Hemel

Read in Climate Home of 23 June 2016:

Amsterdam is struggling with its crowdedness and popularity, people think the city centre is too busy. Of course they are right. They were never used to live in an urban condition. Politicians try to reduce tourism now, distribute activities, the mayor even proposes to move people to The Hague, Utrecht and Rotterdam. Great times for the Randstad Holland concept. Of course all this will not work. Better study Oslo, Norway, a city that has voted for banning cars from its city centre a few days ago. I read it on Climate Home last week. The Norwegian city centre should be car free by 2019, carbon emissions will be reduced by 50 per cent in 2020, and 95 per cent by 2030. “A key part of the plan is to prioritise pedestrians, bicyclists and public transport before car traffic, both when it comes to investments in infrastructure and the use of space,” Oslo’s vice mayor told Climate Home, the website of UN Environment. You see? Are the Norwegians far ahead of the Dutch, who are more and more lagging behind when it comes to sustainability and quality of life? No one in Amsterdam dares to propose a car free city centre by 2019. Too bold thinking. Biking on a massive scale apparently does not help.

Why Oslo of all cities? I remember a delegation of Oslo politicians and civil servants visiting Amsterdam not too long ago. I was struck by the car-friendly approach and the mild treatment of a car-based infrastructure of the Norwegian capital, with all its tunnels and parking garages, everything for free, a surprising fact which I could only explain by the fact that Norway is rich and a big exporter of gaz and oil. And yes, tunnels make it easy to drive through Oslo. But there was something changing in recent times. In 2015 more than ten tunnels in Oslo were being under repair. The authorities asked the citizens to bike more and make use of public transport. That was the beginning of a change. Now the city thinks that cars should be banned. What has happened? The city has a new left wing government. On 14 September 2015 the Labour party and the Green party were elected, they want to fight climate change. Oslo will become green. There is hope for Amsterdam. The Dutch capital could become lively again. Just get ban the cars from the monumental inner city.

Tagged with:
 

Pact of Amsterdam as window dressing

On 31 mei 2016, in politiek, by Zef Hemel

Heard in the People’s Industry Palace in Amsterdam on 30 May 2016:

The EU is in a crisis. And it’s a big one. Something went wrong. Remember, for many years Europe has been a sex object in the world. These times are gone. What happened? Mr. Jan Zielonka, professor of European Policy and Society, gave a dark and gloomy lecture yesterday evening on the future of the EU in the temporary People’s Industry Palace in Amsterdam. The lecture was organized by the Amsterdam Economic Board in collaboration with the University of Amsterdam. That same day the EU had presented its Urban Agenda in the Scheepvaartmuseum in Amsterdam. So what happened? First there was the financial crisis, then the euro crisis, Greece not being able to pay its debts (and it will not either), next the internet revolution, it ended up with the refugee crisis; the whole Mediterranean is now turning into one big cemetery. So there is a crisis of cohesion in the EU, a crisis of trust, and, most important, a crisis of imagination. We don’t know how to fix the crisis. Mr. Junker is a ‘Spitzenkandidat’, a man we should have been happy with, his appointment the greatest triumph of democracy. How sad. We’re not even supposed to criticize.The only real new thing the EU came up with was the national referendum. So now the people in the Netherlands, in the UK, in Hungary can vote on matters of great complexity, with implications for the whole of the EU. How democratic is that? There is no plan-B. “Are we going to wait for Mrs. Le Pen and Mr. Wilders?”

The problem are the nationstates. Some have turned into protectorates, others look like semi-failed states, Germany behaves like an empire. They have become dysfunctional without noticing it. They’re working in a hierarchical way. And so is the whole of the EU, which is a creation of the member-states, with Berlin at the top. “We got more rules, but no governance. In this situation an Urban Agenda doesn’t help. The cities of Europe do not wait for the EU. Life goes on.” Mr. Zielonka pointed at the fact that we’re living in an economy and a society that have become more global and more networked, with powerful multinationals and megacities. Sure, we trust our leaders, but they don’t deliver. No, the situation doesn’t look very well. Mr. Zielonka believed that if you cannot push forward, you will have to step back. Brussels should disperse power. We need more horizontal structures. But this the nationstates will not do. So what happens if institutions become dysfunctional? There will be more ad hoc arrangements, people finding pragmatic solutions; this is probably the only way. What about the EU then? The EU should abolish the monopoly of the states on integration and stop working like an old propaganda machine; instead of territorial integration it should allow functional integration. And it should decentralize governance to a lower level. Back to the nationstates is no option. And just like the Lisbon Agenda, the Urban Agenda – this Pact of Amsterdam – is no more than window dressing.

Tagged with:
 

Cities Becoming a Luxury Good

On 25 mei 2016, in stedelijkheid, wonen, by Zef Hemel

Read on Bloomberg.com of 24 May 2016:

In ‘Urban Living Becomes a Luxury Good’ of 24 May, Justin Fox of Bloomberg described how after the financial crisis Americans are flooding the city centres of the biggest cities. The suburbs are still there, but something fundamental has changed. Increase in employment in downtown areas of US metropolitan areas is as big as jobs growth in the urban periphery, but on the housing market downtown is the real winner. True, the share of Americans living in suburbs has continued to grow, but at the same time the real estate prices in the city centres have flipped. Both phenomena are linked to each other. The farther from downtown, housing prices steeply drop. Rich Americans now chose to live in downtown areas, which means a fundamental shift in living preferences. Fox: “The shift toward urban living was also most pronounced among whites, the highly educated and the 34 to 49 cohort.” Which means, Fox adds, that urban living is becoming a luxury good, a thing many Americans can no longer afford.

Fox’ conclusion is the cities must put up a lot more buildings in or near the city centres. Let me add that the same holds for European cities like Amsterdam. It reminded me of the contribution of MVRDV for the ‘Grand Paris’ competition of the French president Sarkozy in 2009 (picture). In ‘Paris Plus Petit’, the Dutch architects advocated more ambition, more optimism, more density, more efficiency, more ecology and more compactness. “Greater Paris needs a strong combination of responsibility and ambition to continue its development, to ensure its consistency and to develop a cohesion that can build a base for a collective enterprise to solve its problems, to enlarge its presence and attractiveness, to create an even more remarkable, exemplary city.” In Paris, after the competition the city chose for densifying the periphery by extending the regional metro-system, not for densification per se. In Amsterdam we should though.

Tagged with:
 

Veiligheidsutopieën

On 11 mei 2016, in openbare ruimte, politiek, by Zef Hemel

Gehoord in de OBA te Amsterdam op 9 mei 2016:

Centrale vraagstelling van Marieke de Goede, hoogleraar Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, was: wat gebeurt er als overheden private bedrijven vragen om op te treden als quasi-politie in het bestrijden van misdaad, corruptie en terrorisme? De Goede sprak de derde Amsterdamlezing van dit jaar in het tijdelijke Paleis voor Volksvlijt aan de Oosterdokskade te Amsterdam, een serie lezingen van de Wibautleerstoel over de toekomst van Amsterdam, Europa en de wereld. Haar onderwerp: speculatieve veiligheid in Europa. Ze vertelde over 9/11, de bevindingen van de 9/11 Commission, allerlei nieuwe vormen van terrorisme en de EU-samenwerking die hierdoor een impuls heeft gekregen. In dit nieuwe veiligheidsbeleid wordt veel verantwoordelijkheid gelegd bij bedrijven: banken, vliegmaatschappijen, Twitter, Facebook. Zij moeten de overheid tijdig waarschuwen, wet- en regelgeving dwingt hen om uiterst alert te zijn. De richtlijnen buitelen zelfs over elkaar heen. Bedrijven investeren fors in zoek- en speuracties. Er ontstaat een ingewikkeld landschap, hele complexe regelgeving waarin de publieke ruimte steeds meer wordt afgebakend.

Het veiligheidsbeleid krijgt zelfs speculatieve trekken omdat overheden tegenwoordig voorbereid willen zijn op het onverwachte. Veiligheidsdiensten willen nieuwe vormen van terrorisme als het ware kunnen voorspellen. Vooral 9/11 heeft in dit opzicht veel betekend. Van preventie gaat het naar ‘preemption’, het willen ingrijpen nog voordat het kwaad is geschied. De Goede noemde dit ‘een nieuwe veiligheidsutopie’. Dit nieuwe toekomstgerichte veiligheidsdenken, vertelde ze, zet in op fantasievol omgaan met gegevens, op nieuwe vormen van scenarioplanning en zelfs oefeningen in de realiteit, daarnaast op het onderling verbinden van allerlei databestanden, waardoor alledaagse transacties ineens in de frontlinie komen te liggen. Hoe verhoudt het nastreven van deze utopie zich tot privacywetgeving en tot de vrijheid van meningsuiting van individuele burgers? De EU, vertelde De Goede, heeft op dit laatste altijd de nadruk gelegd, maar ze liet aan de hand van voorbeelden ook zien dat de Europese politici na elk incident verder opschuiven. Bedrijven en banken krijgen hierdoor steeds meer macht. In Groot-Brittannië heeft Barclays zelfs rekeningen ingetrokken van klanten omdat deze bedragen overmaakten naar Somalië. Wat moet je als burger wanneer je bankpas wordt ingetrokken? Kortom, onderzoek naar dit complexe en dynamische veiligheidslandschap is dringend geboden. Graag wilde ze weten of er ook bankiers waren in de zaal. Die waren er niet, helaas.

Tagged with:
 

15 Years of Amsterdam School

On 25 april 2016, in kunst, by Zef Hemel

Seen on 24 April 2016 in the Stedelijk Museum Amsterdam:

Great exhibition in the Stedelijk Museum Amsterdam on interior design of the Amsterdam School artists De Klerk, Kramer, Krop and Van der Mey. On the top floor of the museum, over 500 objects are on show in some fifteen rooms, each one with its own theme and atmosphere, all chronologically organized. Each room captures the visitors, together they let people experience a unique history of Amsterdam urban art. Indeed, it’s an explosion of exuberant works of very talented sculptors, designers, and architects. Why Amsterdam? How come? The movement of the Amsterdam School, now hundred years old, emerged after the New Art and Art Nouveau schools, it began in 1916, when the phantasmagoric Scheepvaarthuis at the Prins Hendrikkade opened its doors,and ended in 1928 with the celebration of the Olympic Games in Berlage’s Amsterdam South extension. Then Wall Street crashed, which ended all building not only in Amsterdam, but in all cities of the world. A depression followed, nation-states took over, a war seemed inevitable. Cities burned.

Pity that the organizers didn’t tell the whole story of Amsterdam’s Second Golden Age. All these great works of art were only made possible thanks to the fast economic growth of Amsterdam, which began after 1864, symbolized by the opening of the Amsterdam version of Crystal Palace – het Paleis voor Volksvlijt. True, there are historic films to be seen at the entrance. These fragments show a vibrant city life at the beginning of the twentieth century, the new port and the tramways, new buildings, still slums and poverty, but mostly optimistic people walking, driving, going to the movies, recreating in their new neighborhoods. Clocks are symbols of the new times. They seem  to emphasize a bright future, no looking back as if people forgot that all this great art was built on the Dutch colonies, the Great War, Sarphati, human thrift. So only after fifty years of hard work and city expansion the citizens could harvest. Amsterdam doubled in size. Amsterdam South is the fruit of this grand era. In 1929, when it ended, Berlage was halfway implementing his plan. It ended when the Dutch government intervened and started cutting the municipal budgets because of the crisis. Do visit the South expansion and experience a true urban renaissance! It lasted only fifteen years. Afterwards it never happened again, at least not in this city. Amsterdam became a sleepy, provincial town.

Tagged with: