Urban Commons

On 18 september 2014, in participatie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Rebel cities’ (2012) van David Harvey:

Hoofdstuk 3 van ‘Rebel Cities’ van de Amerikaanse links-radicale geograaf David Harvey vind ik het interessantste hoofdstuk in een verder boos en verbolgen boek dat verscheen kort na de Occupy-beweging. Het gaat over ‘the creation of the urban commons’. Is het nog mogelijk, vraagt Harvey zich hardop af, iets gezamenlijks te ondernemen in de grote stad na de enorme golf van privatiseringen, buitensluitingen, bewakingen en overheidscontroles? Kleine burgerinitiatieven ziet hij nog wel, maar waar zijn de grote gebleven, die bijvoorbeeld in staat zijn de klimaatverandering te keren? En vele zijn trouwens niet werkelijk open. En wat nog erger is, neoliberale politiek bevordert juist decentralisatie en autonomie, uitgerekend om grotere ongelijkheid te bevorderen.

Radicale decentralisatie ziet Harvey nog steeds als een middel om weer ‘commons’ te organiseren. Staatsinterventie wijst hij resoluut af. Steden moeten het zelf doen. Maar kunnen die zichzelf organiseren zonder dat ze concurreren en er grotere ongelijkheid ontstaat? Hier refereert Harvey aan Murray Bookchin. Het blijkt te gaan om een boek uit 1992, getiteld ‘Urbanization Without Cities’. Bookchin ziet de oplossing in netwerken van steden, ‘a confederal network of municipal assemblies’. Deze lossen hun problemen gezamenlijk op. "Power thus flows from the bottom up instead of from the top down, and in confederations, the flow of power from the bottom up diminishes with the scope of the federal council ranging territorially from localities and regions to ever-broader territorial areas." Harvey vindt het een werkbare gedachte. Hij zou wel eens gelijk kunnen krijgen. Volgende week vergadert de Amerikaanse filosoof Benjamin Barber in de Amsterdamse Stopera met vijftig burgemeesters, waaronder de Amsterdamse, in een ‘Global Parliament of Mayors’. Ben benieuwd wat ze gaan bespreken.

Tagged with:
 

Techboom

On 17 september 2014, in economie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 11 mei 2014:

Twitter headquarters, on Market Street in San Francisco (Olivia Hubert-Allen/KQED).

Amsterdam is op dit moment het beste te vergelijken met San Francisco. Beide steden zijn ongeveer even groot; hun achterland is even stedelijk. De Bay Area telt circa tien miljoen inwoners, de Randstad en directe omgeving iets vergelijkbaars. Beide steden zijn ook centra van de tegencultuur, van hippies, homo’s, krakers, linkse intelligentsia, anarchisten. Er hoeft maar iets te gebeuren of er breekt een opstand uit op straat. Het welvaartspeil is alleen lager rond Amsterdam, want de regio mist een technische universiteit en een Silicon Valley. Nog een verschil: de baai ten oosten van Amsterdam is ingepolderd, terwijl de baai van San Francisco nog altijd schittert in de zon. Maar Amsterdam is even geliefd als de Californische stad en de nabijheid van de zee is in beide steden goed voelbaar. Gevolg: de huizenprijzen in beide steden stijgen snel.

Enige maanden geleden schreef Eva de Valk in NRC Handelsblad over de problemen als gevolg van het succes van San Francisco. Onder de kop ‘Klassenstrijd aan de westkust’ meldde ze dat de huizenprijzen ongezond snel stijgen, over de afgelopen drie jaar met liefst 36 procent, de huren zelfs met 51 procent. De goed verdienende techwerkers uit Silicon Valley worden gezien als oorzaak; zij werpen zich op de grootstedelijke woningmarkt. Maar het is anders: in San Francisco zelf groeit het aantal banen twee keer zo snel als in de Valley. De rollen zijn omgedraaid. Niet de randen, maar het centrum is dynamisch. Voor al die grootstedelijke banen worden ter plekke veel te weinig woningen gebouwd. De Valk: “Over zes jaar zijn alle niet-rijken de stad uit gedrukt.” Nieuwbouw in de Bay area vindt nog altijd plaats op grote afstand van de stad, zeker die voor de lage inkomensgroepen. Vergelijk het met de bouw van woningen voor Amsterdammers achter Castricum, Alkmaar en Nijkerk. Geen gekke vergelijking. San Francisco en Amsterdam lijken meer op elkaar dan je denkt.

Tagged with:
 

Buurttuinen met veerkracht

On 10 september 2014, in duurzaamheid, participatie, voedsel, by Zef Hemel

Gelezen in ‘In Pursuit of Resilient Community Gardens’ (2014):

Beatriz Pineda Revilla uit Spanje schreef een boeiende masterscriptie Urban Studies aan de UvA over stadslandbouw in New York en Amsterdam. In ‘In Pursuit of Resilient Community Gardens’ onderzocht ze vier praktijken van stadslandbouw in beide metropolen, in elke stad een bottom-up en een hybride initiatief waarbij intermediaire organisatie de stedelingen hielpen. Hoe veerkrachtig zijn ze en wat maakt dat ze zo veerkrachtig zijn? Dat was haar centrale vraag. Ze onderscheidde zeven indicatoren. De cases beschreef ze nauwgezet. De initiatieven scoorden elk op deze zeven. Wat bleek? Zeggenschap over de grond is kritisch, maar flexibele instituties zijn zo mogelijk nog belangrijker. Met haar onderzoek hoopt ze nieuwe burgerinitiatieven te kunnen helpen. Hoe kunnen deze zich telkens aanpassen en ervoor zorgen dat ze toekomstbestendig zijn?

De verschillen tussen de cases kon bijna niet groter. Prospect Farm is een initiatief van een idealistische hoogleraar in Noordwest Brooklyn, een typisch collectief beheerd terrein op sterk vervuilde grond; Garden of Eden is een hybride project in een sociale woningbouwcomplex in Fort Greene; Valreeptuin is een anarchistisch bottom-up project in Amsterdam-Oost; Buurttuinen Transvaal is een hybride project in een plantsoen in de Transvaalbuurt dat ondersteund wordt door de gemeente. Opvallende verschil tussen de twee cases in New York en die in Amsterdam vond ik de inbedding van de New Yorkse initiatieven in een netwerk van intermediaire nonprofit-organisaties – iets wat in het Amsterdamse nog ontbreekt. Gemeentelijke ‘participatiemakelaars’ moeten in Amsterdam dit organisatorische gat vullen. Het is alsof Pineda Revilla in haar scriptie pleit voor een nog verder terugtrekkende overheid in Nederland, waardoor dergelijke organisaties ook bij ons kunnen gedijen en eindelijk ook hier een civic society kan ontstaan. Veerkracht dankzij neoliberale politiek?

Tagged with:
 

Fietsvraagstuk

On 8 september 2014, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gehoord in Amsterdam op 29 augustus 2014:

Instagram foto door karenyadira15 - H.H Sheikh Hamdan bin Mohammed bin Rashid Al Maktoum, in #Amsterdam Tuesday, 26/08/2014 #repost from @ali.alsuwaidi : @faz3 #Netherlands#Amsterdam

Wat me het meeste bijbleef van de twee summer schools die ik dit jaar aan de Universiteit van Amsterdam modereerde was de enorme impact van het fietsverkeer op de deelnemers. Studenten uit de hele wereld, van zowel ‘Thinking City’ als ‘Planning and Living in Cities’, bleken zelf het meest onder de indruk van het overweldigende gebruik van de fiets in het Amsterdamse stadsverkeer. Een van de studio’s van ‘Thinking City’ ging dan ook over het Amsterdamse fietsvraagstuk. Tien kruispunten in de stad werden geanalyseerd. Maar dat niet alleen. Zelf fietsten de studenten tijdens de summer school ook met volle overgave. Op de fiets, vertrouwden ze me toe, voelden ze zich in Amsterdam het veiligst. Wandelen vonden ze namelijk veel te gevaarlijk en openbaar vervoer ronduit gebruiksonvriendelijk. Eigenlijk, zeiden ze, is Amsterdam helemaal geen prettige wandelstad; de trottoirs zijn er te smal, er zijn teveel geparkeerde auto’s en als voetganger dreig je voortdurend te worden aangereden door de vele ….fietsers. Daarom: liever zelf fietsen.

Wie deze zomer ook in Amsterdam fietste was de kroonprins van Dubai. Sjeik Hamdan bin Mohammed bin Rashid al Maktoum (31) logeerde eind augustus samen met zijn vrienden in het nieuwe Waldorf Astoria hotel aan het Herengracht. Over Amsterdam was hij heel opgetogen. Je kon hem trouwens goed volgen op Instagram en Tumblr. De foto’s die hij nam waren niet van klokgevels, grachten of monumenten, laat staan kaas en klompen, nee het waren foto’s van fietstochten in en rond de stad. Op een gegeven moment zag je hem zelfs fietsen langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Ook kocht hij spiksplinternieuwe fietsen bij een fietsenhandelaar aan een van de grachten. En niet alleen ik was van die aankopen getuige: de jonge kroonprins heeft meer dan 1,2 miljoen trouwe volgers op Instagram! En zoveel likes kreeg hij voor zijn fietstocht in Amsterdam: 97595. Daar kan geen citymarketingcampagne tegenop. Let op mijn woorden, binnenkort komt het hele Midden Oosten fietsen in Amsterdam. Het wordt nog veel en veel drukker.

Tagged with:
 

Duurzame alternatieven

On 28 augustus 2014, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 23 augustus 2014:

Twee berichten in dezelfde economiebijlage van NRC Handelsblad. Het eerste betreft een interview met Erik van der Noorda, de nieuwe topman van bouwbedrijf Ballast Nedam. Het kwakkelende bouwbedrijf behoort tot de grootste vier van Nederland. Van der Noorda is aangetrokken om het mammoetbedrijf te redden. Hij denkt dat het hem zal lukken, ook al bleek onlangs dat het bedrijf een verlies van 87 miljoen moet nemen op de verbreding van de A15. Hij denkt een goede kans te maken nu hij de aanbesteding heeft gewonnen voor de verbreding van de A9, ter waarde van 700 miljoen euro. Van het meedingen naar de nieuwe sluis bij IJmuiden ziet hij af. De A9, dat is de gebogen snelweg tussen Ouderkerk aan de Amstel-Amstelveen-Badhoevedorp-IJmuiden – de tweede ring om Amsterdam. Een deel van het Amsterdamse Bos zal daarvoor worden omgekapt.

Het andere bericht betreft de malaise in de autoverkopen in Nederland. De branche staat er slecht voor. Vorig jaar werden liefst 12 procent minder auto’s verkocht. Koops Furness, een van de grootste autodealers, verkeert in problemen. Eerder dit jaar ging al Pouw failliet. Ook Stern staat er slecht voor. Max Erich, sectoreconoom Automotive bij ING, komt aan het woord. Wat blijkt? Autobezit is voor veel mensen te duur geworden, zegt hij. Brandstof, motorrijtuigenbelasting, onderhoud, het is een kostbare zaak. En dan is er de crisis. Maar dat is niet het enige. Vooral jongeren laten het afweten. Die kiezen niet langer voor een eigen auto, zegt Erich. Ze willen duurzamere alternatieven, zoals Car2Go, Greenwheels en, vooral, de fiets. “Zeker in de grote stad.” Dus terwijl de regering doorgaat met kostbare wegverbredingen, is peak car in de grote steden allang gepasseerd. De autobranche krijgt het door, het ministerie nog niet. Over het bezoek aan het Amsterdamse Bos stond overigens, vanwege het WK roeien, ook een mooi stuk in diezelfde zaterdagkrant: de recreatie in dat bos neemt de laatste jaren sterk toe. Vooral fietsers.

Tagged with:
 

Open City

On 20 juli 2014, in participatie, ruimtelijke ordening, stedenbouw, by Zef Hemel

Gehoord in de Stadsschouwburg in Amsterdam op 18 juli 2014:

Richard Sennett interviewen is een droom. Afgelopen vrijdag kwam hij uit. Sennett sprak in de Amsterdamse stadsschouwburg, aan het begin van de eindpresentaties van de summer school ‘Thinking City’. Via een Skype-verbinding weliswaar, want hij bleek te moe om te reizen. Sennett is 71 jaar. Vanuit zijn Londense werkkamer sprak hij over zijn nieuwste boek, dat nog moet verschijnen: Open City. De socioloog, auteur van boeken als ‘The Fall of Public Man’, ‘The Craftsman’ en ‘Together’, maakt zich grote zorgen over de huidige mondiale verstedelijking. Sinds de Tweede Wereldoorlog bouwen wij onze steden helemaal verkeerd, dat wil zeggen op een bureaucratische wijze, te rigide, in te grote eenheden, met gescheiden functies, in veelal geïsoleerde campussen, met gated communities, een planning die teveel top-down is, alles vanuit omvattende masterplannen. Dit levert ons geen leefbare steden op. Zelfs Silicon Valley, waar iedereen van droomt, vond hij veel te ‘smooth‘. Sennett noemde onze moderne steden ‘gesloten steden’, nee ‘frozen cities’.

De slums die overal in Azië, Afrika en Zuid-Amerika verschijnen hebben van dit alles juist te weinig: geen structuur, weinig overheidsbemoeienis, te zeer bottom-up. Ook zij zijn daardoor onleefbaar. Ergens gaat iets helemaal mis. Sennett noemde het voorbeeld van Shanghai, waar hij veel onderzoek heeft gedaan: die metropool is simpelweg niet leefbaar. Wat nodig is, zei hij, is meer anarchisme. Theoretisch is het probleem vooral dat planners, managers en bestuurders telkens weer streven naar stabiliteit. Echter, stabiele complexe systemen zijn dood-in-de-pot, het levert bevroren toestanden op; je moet juist streven naar een dynamisch evenwicht met voldoende ruimte voor bottom-up initiatieven. Zeker, de vorm van de stad is cruciaal. Maar moderne architecten willen hem beheersen en liefst bevriezen. De vorm moet juist aansluiten bij de telkens veranderende behoeften van de samenleving. Sennett noemde het voorbeeld van scholen in Londen die samen met de gebruikers werden ontworpen; mensen konden kiezen uit verschillende alternatieven. Gebruikers en omwonenden bleken veel intelligenter en redelijker dan door de experts gedacht. Sennett vond het hierna genoeg. Het gesprek had een half uur geduurd. Daarna volgden de eindpresentaties van de zestig deelnemers aan de summer school. Een mooier programma was nauwelijks denkbaar.

Tagged with:
 

Mars der Beschaving

On 15 juli 2014, in internationaal, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant V zomer #1 van 12 juli 2014:

  Zomaar wat zomeraantekeningen. Sociaal-geografen Fenne Pinkster en Wouter van Gent schreven afgelopen zaterdag in Het Parool een ingezonden brief over onvrede in Amsterdam. Ook in nette buurten zou ‘een breed gedragen onvrede’ heersen. De onderzoekers van de UvA schetsen processen van ’schaalvergroting’ en ‘neoliberalisering’. De afstand tussen buurtbewoners en publieke instanties is volgens hen afgenomen, de bibliotheek is samengevoegd en bevindt zich elders in het stadsdeel, de wijkagent zit verder weg, buurtbeheerders van corporaties hebben nog maar één keer in de week spreekuur in plaats van een kantoortje op locatie. Proteststemmen van de buurtbewoners moeten anders worden gelezen, aldus Pinkster en Van Gent: het zijn stemmen vóór meer bescherming en behoud van voorzieningen. Ze noemen het ‘een Mars der Beschaving’.

Het andere artikel las ik diezelfde zaterdag in De Volkskrant. Arie Haan is trainer in China. Zijn voetbalclub bevindt zich in Tianjin aan de oostkust, een stad van 7 tot 8 miljoen inwoners, eigenlijk de aanvoerhaven van Peking. Zelf woont Haan in Peking, ruim 100 kilometer verderop, dat is een metropool van twintig miljoen inwoners, hij woont er op de zestiende verdieping van een flat in het centrum. Dagelijks gaat hij met de kogeltrein op en neer, daar doet hij een half uur over. "Net als nagenoeg elke andere stad in dit land zie je overal vernieuwing. Alle oude wijken, de hutongs, gaan plat." Over Peking zegt hij: "Toen ik hier voor het eerst kwam wonen, zat ik in een compound met alleen maar buitenlanders, volledig afgeschermd van de rest van de stad. Je moest een pasje hebben om binnen te komen. Nu zit ik in een buurt die wat meer gemengd is." Toch voelt Peking als een dorp: je komt elkaar tegen in San Li Tun, de uitgaanswijk. Veel vrienden zijn vertrokken, naar Singapore, Australië, Zuid-Afrika. Dit is de stand van zaken. Zo zit de wereld op dit moment in elkaar. Ik wens u allemaal een goede vakantie.

Tagged with:
 

Coevolution

On 14 juli 2014, in participatie, planningtheorie, by Zef Hemel

Gehoord in Amsterdam Noord op 11 juli 2014:

AESOP staat voor Association of European Schools Of Planning. Hun jaarcongres was dit keer in Utrecht. Er namen zo’n duizend wetenschappers uit heel Europa aan deel. Thema: ‘From Control To Coevolution’. Planning gaat niet meer top-down, maar vereist samenwerking tussen vele partijen. Zoiets. Tijdens de derde dag waren er een een achttal Mobile Tracks georganiseerd door en in Nederlandse steden. Een van die steden was Amsterdam. Koen Raats, Rick Vermeulen en ondergetekende ontvingen als vertegenwoordigers van de Universiteit van Amsterdam ruim honderd deelnemers afgelopen vrijdag in de hoofdstad, om precies te zijn op de noordelijke IJ-oevers. De reis door Amsterdam Noord begon op de NDSM, gevolgd door een wandeling naar de Buiksloterham, we eindigden bij de Tolhuistuin. Op elk van de drie locaties stonden telkens drie mensen gereed: een planner, een gebruiker en een wetenschapper. Na een korte introductie konden de AESOP-leden vragen aan hen stellen. Zo ontstond een levendige gedachtenwisseling over planning, deels theoretisch, deels praktisch, vaak heel persoonlijk, steeds vanuit sterk verschillende perspectieven.

Soms waren de vragen feitelijk, maar de meeste vragen gingen over de gevolgde werkwijze, geen ging over het waarom. Wat de Europese wetenschappers vooral bezighield was de wijze waarop in Amsterdam tussen al die partijen, in al dat overleg, telkens weer overeenstemming werd bereikt, hoe plannen voortdurend veranderden, geld werd gevonden, begrip werd opgebracht, voortgang geboekt, kortom hoe telkens weer de flexibiliteit werd gevonden en de harmonie bewaard. Hoe zat het met het risicomanagement? Was dat er niet? Steeds werd gerefereerd aan de Nederlandse planningscultuur die zo sterk ontwikkeld is en die de soepele samenwerking tussen al die partijen in al die wisselende omstandigheden kennelijk mogelijk maakt. Een hoogleraar uit Cyprus vond de werkwijze Zuid-Europese trekjes krijgen. Anderen vonden de gang van zaken waarbij de gemeente samen met de bewoners de straat ontwierp een regelrechte luxe. Een planner uit Griekenland wist het zeker. Helemaal op het einde van de dag, op de binnenplaats van A-Labs op Overhoeks, vatte ze het samen: jullie in Amsterdam hebben de grond in handen. Vanuit die sterke positie kunnen jullie het je veroorloven co-evolutie te bedrijven, anders was dit heus niet mogelijk geweest. Het was niet: From Control to Coevolution, maar: Control ànd Coevolution. Zoiets, zei ze, is alleen in Amsterdam mogelijk.

Tagged with:
 

Under your nose

On 12 juli 2014, in kunst, sport, by Zef Hemel

Gehoord op 9 juli in het Hilton Hotel in Amsterdam:

Twee bijzondere mensen, twee geweldige, vergelijkbare initiatieven. Cyntha van Heeswijck begon Art Zuid, Abdelkader Benali initieerde de Groene van Amsterdam. Afgelopen mei werd voor de eerste keer zijn marathon gelopen, door Amsterdam Nieuw West. Benali is schrijver en hardloper. Zijn studio bevindt zich achter Osdorp. Zelf loopt hij rondjes om de Sloterplas. Benali in een interview in NRC Handelsblad: "Ik loop hier zelf hard en dacht: je zou hier vrij gemakkelijk een loop kunnen organiseren. De infrastructuur is geschikt; brede, rustige paden. Veel groen. Daarbij verdient deze buurt het ook." Zijn parcours voerde langs Sloterplas, Nieuwe Meer en door de Tuinen van West. Ruim 330 sympathisanten boden hem geld, waardoor hij de vereiste 15.000 euro voor vergunningen, dranghekken, politie-inzet en registratie van rentijden kon betalen. Alles werd gecrowdfunded. Benali: "Het past bij het utopische van Nieuw-West. Bij nul beginnen." Op 11 mei was de eerste marathon een feit. Er liepen zeker 2.000 mensen mee.

Cyntha van Heeswijck deed hetzelfde in Amsterdam Zuid. Afgelopen week sprak ze in het publieke lezingenprogramma van summer school ‘Thinking City’ in het Hilton Hotel aan de Apollolaan. Zes jaar geleden, vertelde ze, begon ze Art Zuid, een vier maanden durende beeldententoonstelling in de openlucht in plan Berlage. Met zestig vrijwilligers en een budget van 7 tot 8 ton organiseert deze juriste sindsdien om de twee jaar de grootste tijdelijke beeldententoonstelling van Nederland, telkens bestaande uit zeventig nieuwe sculpturen. De centrale assen van Apollolaan en Minervalaan vormen het hart. Afgelopen jaar trok Art Zuid 350.000 bezoekers. Ze prees het plan Berlage, de schitterende architectuur en ze vertelde hoe bezoekers door de tentoonstelling ook de architectuur en de stedenbouw van Amsterdam Zuid waren gaan zien en waarderen. Twee bijzondere initiatieven van twee bijzondere personen. Twee initiatieven die maximaal gebruik maken van de stedenbouwkundige kwaliteiten van hun stadsdeel, binnen en buiten de ring, alles tijdelijk, alles ’slechts’ programma, maar met een enorme uitstraling. Benali heeft gelijk: "It’s under your nose."

Tagged with:
 

Gehoord op 7 juli 2014 in de Academie van Bouwkunst Amsterdam:

Wat heeft Evert Verhagen zoal geleerd tijdens de bouw en ontwikkeling van de Westergasfabriek in Amsterdam? Veel, heel veel. In het publieksprogramma van summer school ‘Thinking City’ sprak hij voor een stampvolle zaal over zijn recente werk in Amsterdam. In 2004 kwam het culturele complex aan de Ponceaukade eindelijk gereed. Er was veel aan voorafgegaan. Verhagen was indertijd gemeentelijk projectmanager. De twaalf hectare vervuilde grond onder de oude gasfabriek werd in 1992 door de gemeente verworven, moest eerst worden schoongemaakt, de historische gebouwen gered, een nieuw park ontworpen, en steeds was er ongeloof en geldgebrek. Verhagen begon daarom met het tijdelijk programmeren van de oude gebouwen. Want wat de krakers konden, dat kon hier ook. Cultuur kreeg van hem volop de ruimte. Dat programmeren deed hij vijf jaar lang. Daardoor begon er iets te veranderen; mensen ontdekten het gebied, ze vonden de gebouwen steeds mooier, er kwam geld. Een programma, zei hij, is veel belangrijker dan de architectuur. Pas na het programmeren startte hij met plannen maken. In die lange periode van transitie viel er, aldus Verhagen, het meeste te leren. Dat was ook zijn belangrijkste les: tijdens transities gebeurt het, dan moet je goed opletten.

Transformaties zijn moeilijk en zwaar. In het begin is er helemaal niets, en niemand gelooft je. Maar plekken maken waar jonge mensen elkaar ontmoeten, wist Verhagen, zijn hard nodig in een grote stad. Dus hield hij moed. Alles, zei hij, draait om mensen. Ook voor de programmering gaat het om het vinden van de juiste man of vrouw. Zijn of haar netwerk van vrienden en relaties is namelijk cruciaal. Elke stad moet hierin investeren. Als nieuwste voorbeeld gaf Verhagen het voormalige abattoir in Casablanca, Marokko, waarbij hij als adviseur ook betrokken is. De Afrikaanse stad telt vijf miljoen inwoners, de meeste ervan zijn jong. Toch valt er weinig tot niets voor hen te beleven. In de abattoirs – L’Batoir – worden nu voorstellingen gegeven, een tijdelijke culturele programmering voedt de wens van een nieuw centrum in het hart van de metropool. Dat gaat er ook komen. Elke stad in de wereld, aldus Verhagen, kan het. Elke stad verdient het. Het gaat om de jonge mensen, om groot talent, van rond de dertig. Die verhuizen gemakkelijk. Die moet je aan je binden. Goed programmeren is daarvoor cruciaal.

Tagged with: