Harde lessen

On 11 maart 2017, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Economische Verkenningen MRA 2017:

Afbeeldingsresultaat voor economische verkenningen mra 2017

Geen goed nieuws. De economie van de metropoolregio Amsterdam heeft zich weliswaar hersteld na de financiële crisis van 2008 en de regio presteert ook beter dan de rest van Nederland, maar ze groeit op een lager niveau dan voor de crisis. Dit ‘nieuwe normaal’ was het grote nieuws tijdens de lancering van de nieuwe Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam op donderdag 2 maart 2017 in filmuseum Eye. Niet echt goed nieuws dus. “In vergelijking met de rest van Nederland en andere stedelijke regio’s in Europa, is de groei van de MRA evengoed relatief hoog. Dit komt mede door het beter benutten van agglomeratievoordelen, die ervoor zorgen dat bedrijven en werknemers productiever zijn dan elders.” Europa presteert al jaren slechter dan de rest van de wereld en ook is Nederland, ondanks licht herstel, economisch zwakker geworden. Juist die toevoeging – de grote betekenis van agglomeratievoordelen – is daarom zo interessant. Wat blijkt? De economische groei van de MRA concentreert zich steeds sterker rond Amsterdam en Amstelland-Meerlanden. “Deze analyse onderstreept het grote en toenemende belang van nabijheid in onze moderne economie.”

In het bijgeleverde cahier gaat Henri de Groot, hoogleraar economische dynamiek aan de Vrije Universiteit, in op dit belangrijke aspect van nabijheid. In zijn onderzoek op buurtniveau stelt hij vast dat al geruime tijd het belang van nabijheid toeneemt. Centrumlocaties zijn niet alleen in trek, maar presteren ook beter, woningmarktprijzen zijn er hoger, de werkgelegenheid groeit er sneller. Mensen zijn bereid om te betalen voor grootstedelijkheid. Vandaar de waarschuwing van de onderzoekers op het eind: burgemeesters in de randgemeenten kunnen gaan denken dat ze óók weer moeten bouwen, maar dat is niet zo. “Gecombineerd met de voor Nederland kenmerkende hang naar ruimtelijke herverdeling, ligt hier een risico op de loer van keuzen die zich meer laten leiden door het streven naar regionale gelijkheid dan naar efficiëntie op het niveau van de MRA als geheel.” Laat Amsterdam dus verdubbelen en incasseer de winsten van verdere verdichting en ga niet weer ruimtelijk spreiden. Maar dat is nog niets alles, want let op de nabrander. Tot nu toe was het beleid volgens De Groot ‘aan de conservatieve kant’. Er had al jaren veel ambitieuzer ingezet moeten worden op verdichting in de kernstad Amsterdam.

Tagged with:
 

Wensenlijstjes

On 14 oktober 2016, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in FD van 8 oktober 2016:

Afbeeldingsresultaat voor asml

Duidelijke boodschap van Peter Wennink, topman van chipsfabrikant ASML in Veldhoven, afgelopen weekeinde in FD. Alleen al de kop op de voorpagina was veelbetekenend: “ASML naar de Randstad? Uitgesloten”. Snel dus door naar pagina 6 en 7. Wennink bleek door de Brabantse lobbymachine naar voren geschoven om een helder statement te maken richting Den Haag. Altijd Den Haag. Er komen daar weer verkiezingen aan, de ministeries maken hun kabinetsstukken, de politieke partijen leggen hun oor te luister in de provincie, de Eindhovense burgemeester is net vertrokken. Wat is het Brabantse wensenlijstje?, vroegen de journalisten De Lange en Olsthoorn bereidwillig. Een breed brainportplan, internationale infrastructuur, hogesnelheidsverbindingen, een internationaal congrescentrum, meer rijksgeld voor hoge cultuur en topsport. Wennink: “Er is geen rijksmuseum onder de grote rivieren. Niet één.” Ziedaar een CEO van een groot bedrijf die zich de rol van politicus aanmeet. Nee, Wennink piekert er niet over om met zijn bedrijf naar Amsterdam te verhuizen. “Ga ik naar Amsterdam, dan moet ik al die (toeleverende) bedrijven meenemen.” En de vrouwelijke minister die hem ooit toefluisterde dat een beetje afstand voor zijn internationale kenniswerkers niet veel  uitmaakt omdat ze dat in China wel gewend zijn, wees hij streng terecht. Das was echt flauwekul. Alles moet, omgekeerd, naar Brabant.

In één ding moeten we Wennink gelijk geven. Brabant hoort niet bij de Randstad en de afstand tussen Eindhoven en Amsterdam is te groot voor echte agglomeratiekracht. Een minister die denkt dat Nederland één grote stad is, heeft het inderdaad goed mis. Maar om nu de rijksoverheid te dwingen voor een succesvolle chipsfabrikant die alleen met dure EUV-technologie kan overleven en die daarvoor de beste kenniswerkers ter wereld aan zich moet binden miljarden overheidsgeld naar Brabant te sluizen is ook zowat. Dat die kenniswerkers in een echte metropool willen leven, betekent nog niet dat de metropool naar Mozes moet komen. Nog eenmaal Wennink: “De toegevoegde waarde van ASML is groter dan die van de hele Tweede Maasvlakte (…) Waar zit het toekomstige verdienmodel van Nederland? Hier in Brabant.” Lijkt me niet correct. Het toekomstige verdienmodel van Nederland zit niet in een gespreide ontwikkeling, maar in echte metropoolvorming, in een sterk geconcentreerde stedelijke ontwikkeling in hoge dichtheid vlak bij Schiphol. In Den Haag zouden ze ASML een verhuispremie moeten geven, net zoals ze vroeger verhuispremies aan bedrijven gaven om uit de Randstad naar Brabant te vertrekken.

Tagged with:
 

Keeping Amsterdam small

On 16 juli 2015, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Read in Het Parool of 2 July 2015:

On Friday we would meet. Thursday he published his strong opinion in the local newspaper Het Parool: ‘Maak van Mokum geen megastad’ (‘Do not turn Amsterdam into a megacity’). Friso de Zeeuw, professor at Delft Technical University, always prompts his readers to use more common sense. His approach is mostly temperate, stolid. He loves to warn for eggheads, and yes, he’s very conservative. So my proposal to double Amsterdam made him furious.  “It is a very bad idea’. In his article he calls a city of only two million inhabitants a ‘megacity’. Worse even, he thinks Amsterdam just should not grow (sic!), “our relatively small scale urban structure has huge advantages.” Then he praises the Dutch landscape of water, cows and villages, which he thinks is favorable in terms of climate change. To proof that urban density is not a precondition to mass transit, he mentions the buslanes north of Amsterdam (Mr. De Zeeuw lives in the village of Monnikendam). The system functions all very well, he states. He also warns for social inequality: ‘Our small-scale  urban structure prevents social segregation, so from a social point of view this is a great thing’. Lastly he thinks a new governance structure will be needed if Amsterdam doubles. That will only cause trouble, he knows, so keep Amsterdam small.

It is not easy to reflect on things if somebody tries to ridicule your argumentation, exaggerates your thoughts, simply does not want to change anything at all. I only wish Mr. De Zeeuw would study the Dutch ecological footprint, which is one of the worst in the world, and would consider a more sustainable way of living. And maybe – no less important – he would enter the discussion on the agglomeration economies, where it all started. He simply missed it. Those agglomeration economies are considerably higher in dense urban structures than in networks of small-sized cities and villages, at least that is what I’m trying to proof. But what irritates me most, is Prof. De Zeeuw accusing me of a lack of scientific argumentation. Mentioning the Territorial Review 2014 of OESO in his view is not enough. Did he read it? Mr. de Zeeuw, who is also director New Markets at developer BPD (Bouwfonds), gives no scientific argumentation himself. He only scatters strong opinions. I need a break now. Let’s fly to London.

Onbespreekbaar

On 4 mei 2015, in economie, politiek, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in ‘REOS Internationale vergelijking’ (2014) van Deltametropool:

REOS Vergelijking: Thema Economic Future Europe

Najaar 2014 publiceerde de Vereniging Deltametropool op verzoek van de rijksoverheid een cahier over economische concurrentiekracht van stedelijke gebieden in Nederland. Het gaat hier om de regio’s Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Eindhoven: het zogenaamde REOS-gebied. Die concurrentiekracht valt danig tegen. De Organisatie voor Ontwikkeling en Economische Samenwerking, de OESO, schreef dit euvel toe aan gebrek aan agglomeratiekracht. Anders gezegd, de Nederlandse grote steden zijn te klein. Centrale vraag was dus: hoe kan de concurrentiekracht van dit dun verstedelijkte landsdeel worden vergroot? Het Rijk is op zoek naar een gezamenlijke strategie. Om de vraag te beantwoorden deed de vereniging een internationale vergelijkende studie van een aantal Europese stedelijke gebieden die met de genoemde Nederlandse steden zouden concurreren. Echter, alles deed ze eraan om te voorkomen dat het ontwikkelen van één grote stad zou worden geagendeerd. Want wat rolde uit de studie?

Zoals zo vaak: wat je erin stopt rolt er ook weer uit. De vereniging koos vier thema’s: polycentrische variëteit, smart delta, economic future Europe en ‘place to be’. Zeg maar: woon- en leefkwaliteit, technologie en innovatie, mainports en connectiviteit, internationale uitstraling. Bij elk thema figureerden telkens vier vergelijkbare Europese steden. In totaal werden 20 steden geanalyseerd. Scores in deze quick scan zijn zowel kwantitatief als kwalitatief. Wat blijkt? Zes steden (Londen, Parijs, Kopenhagen, Stockholm, Berlijn, Wenen) scoren goed op alle vier de thema’s, het REOS-gebied echter niet. Wat kenmerkt die zes? Ze hebben één grootstedelijke kern. Omdat die configuratie in Nederland ontbreekt, aldus de vereniging, lijkt het haar raadzaam te kiezen voor regionale specialisatie en REOS eerder te meten met steden als Grenoble, Frankfurt en Zürich: "De onderzochte regio’s maken duidelijk dat niet alleen de grote steden steeds de winnaars, maar ook kleinere steden dingen mee op specifieke onderdelen." Laat me raden: Eindhoven krijgt smart delta, Rotterdam economische toekomst Europa, Den Haag polycentrische variëteit en Amsterdam ‘place to be’. Weer het oude Randstadliedje. Overigens, een stad als Detroit laat duidelijk zien dat regionale specialisatie op termijn ook weer tot verval leidt. Nooit doen dus! Het mogelijk maken van een echte grote complexe stad blijft in dit land ook in de 21ste eeuw kennelijk onbespreekbaar.

Agglomeratievoordelen

On 21 november 2014, in infrastructuur, politiek, regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord in Eye, Amsterdam, op 17 november 2014:

 

In filmmuseum Eye sprak maandagavond Pieter Hooimeijer, hoogleraar sociale geografie aan de Universiteit Utrecht, de zogenaamde ‘Utrechtlezing’ voor de alumni van deze universiteit. Hooimeijer had het over het recente advies van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) over de toekomst van de stad. Mij hadden de organisatoren om een reactie na afloop gevraagd. Het werd een memorabele avond. Aan het begin van zijn uiteenzetting vertoonde Hooimeijer de beroemde TED-talk van Geoffrey West, bioloog verbonden aan het Santa Fe Institute in Los Alamos. Boodschap: hoe groter een stad, hoe efficiënter. Maar ook: hoe groter de stad, hoe meer welvaart. Die efficiency van grote steden, aldus West, vertaalt zich ook in infrastructuur. Bij een verdubbeling van de omvang van de steden heb je maar 85 procent extra infrastructuur nodig. Tel uit je winst. Hooimeijer liet het filmpje zien om het begrip ‘agglomeratievoordelen’ duidelijk te maken. 

Daarna vertelde de hoogleraar dat Nederland veel agglomeratievoordelen mist omdat onze steden te klein zijn. ‘Amsterdam is een dorp!,’ riep hij uit. Dat wilden de Utrechtenaren graag geloven. De hoofdstad zou eigenlijk in omvang moeten verdubbelen. Maar dat vond Hooimeijer juist niet. Schiphol zou dat volgens hem verhinderen. Daarom had de Raad een list bedacht. De steden zouden bij hun buren moeten lenen. Dat vereist samenwerking, nee complementariteit, en vooral snelle verbindingen. Zelf vond ik dat een te snelle conclusie. Ik begreep ook niet waarom we de TED Talk van West hadden moeten aanhoren. Met extra infrastructuur zondigen we toch tegen de wet van West? Die stelt juist dat grote steden efficiënter met hun infrastructuur omspringen. En trouwens, door Utrecht, Eindhoven en Amsterdam met een hogesnelheidstrein te verbinden verdubbel je niet de kritische massa van Amsterdam. Wat, vroeg ik bijna wanhopig, heeft de Fyra (kosten ruim 7 miljard euro) ons aan agglomeratievoordelen opgeleverd? Mijn pleidooi: meer fietspaden! Het werd een vrolijke avond.