Public-Private-People

On 16 oktober 2014, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gehoord in One Whitehall Place, Londen, op 15 oktober 2014:

Annex D: Toronto Waterfront Region

Het congres Cities 2014 van Marketforce en Ernst & Young in Londen bracht afgelopen woensdag steden uit het hele Verenigd Koninkrijk bij elkaar. Opvallend veel bestuurders waren aanwezig. Hun bijdragen vielen op door hun grote inhoudelijkheid. Je kunt het een mooi voorbeeld noemen van Benjamin Barber’s droom: “if mayors ruled the world.” Steden willen van elkaar leren. De burgemeester van Newham, Robin Wales, vertelde over de legacy van de Olympische Spelen 2012 in zijn gemeente, de burgemeester van Bristol, George Ferguson, maakte indruk met zijn verhaal over lokale duurzaamheid en de burgemeester van Stoke-on-Trent pleitte voor een tussenstop op de nieuwe hogesnelheidslijn HS2 tussen Manchester en Birmingham. Centraal stond het idee van Smart Cities en veel bijdragen gingen over nieuwe vormen van governance waarin publiek-privaat nauw samenwerken met burgers aan stedelijke smart grids. De gedachte dat grotere betrokkenheid van de bevolking nodig en ook nuttig is kwam vooral naar voren in de mooie bijdrage van Tom Shakhli uit Lambeth, Zuid-Londen. Zijn verhaal over ‘Made in Lambeth’ ging over hoe een vaste groep van vierhonderd burgers voortdurend door de gemeente wordt geconsulteerd, “using online communities to do good for nothing.” Boodschap: het werkt.

Meeste indruk op de aanwezigen maakte de bijdrage over Toronto Waterfront. De Canadees William Hutchison van het Centre for Smart City Innovation van Ernst & Young vertelde over twintig jaar zorgvuldige planning langs de stedelijke oevers van de Don. Het betreft hier een transformatie van oude industrieterreinen op land dat voor 70 procent in bezit is van de gemeente, een vastgoedinvestering ter waarde van liefst 34 miljard Canadese dollar. In 1999 begonnen, toen nog bedoeld voor de Olympische Spelen 2008, leek het project in 2011 vast te lopen door verzet van de even eerder aangetreden rechtse burgemeester Rob Ford. Die wilde de publieke planners van Toronto Waterfront eruit gooien en het plan verder geheel door marktpartijen laten ontwikkelen. Terwijl aan de basis van het megaplan juist uitgebreide publieke consultatie ligt, een gevoelige samenwerking tussen stad, provincie en ministeries, en parken, pieren, infrastructuur en openbare ruimtes (o.a. van West8) juist de kern van het plan uitmaken. In 2013 werd het project daarom geëvalueerd. Uitslag: positief. Op dit moment speelt de omstreden komst van een vliegveld in het waterfront, en de bouw van een casino. En afgelopen zomer ontstond er heibel over parasols die waren geplaatst op Sugar Beach en die elk liefst 12.000 dollar zouden hebben gekost. Ai, de burgers! En dat terwijl Toronto Waterfront op dit moment 1,65 miljard dollar extra vraagt om het karwei af te maken. Eind oktober zijn er in Toronto verkiezingen.

Tagged with:
 

Anti-stedelijk

On 15 oktober 2014, in bestuur, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 29 juli 2014:

MOSB114-614_2013_174411_high.jpg

Ben Judah, journalist bij het Amerikaanse Newsweek, deed drie jaar lang onderzoek naar Vladimir Poetin (1952). Van zijn hand verscheen ‘Fragile Empire. How Russia Fell In and Out of Love with Vladimir Putin’ (2014). Een portret van de politicus stond deze zomer in Het Parool. In het fascinerende artikel beschrijft Judah een normale werkdag in het leven van de Russische president. Wat me vooral opviel: Poetin houdt niet van Moskou. Hij woont ook niet in de hoofdstad. “Hij houdt niet van de stad: het verkeer, de vervuiling, de mensenmassa.” Wat blijkt? De president heeft het paleis van Novo-Ogarjovo gekozen als residentie. “Daar voelt hij zich thuis, in het westen van de stad, ver weg van de rode muren, de megagebouwen en de megashoppingcenters.” Novo-Ogarjovo ligt 24 kilometer westelijk van Moskou; als het moet kan Poetin in 25 minuten in het Kremlin zijn, maar dan moet de politie het hectische verkeer in de metropool wel stilleggen. Judah: “Maar hij vindt het irritant zich te verplaatsen, hij gaat niet graag naar het Kremlin. Liever werkt hij op zijn landgoed.” Veelzeggend.

De heer Poetin komt uit Sint Petersburg. Moskou is bijna vier keer groter. Vergeleken met de hoofdstad is Petersburg dus een slaperig provinciestadje. De president houdt van jachtpartijen, geniet van de schoonheid van Rusland, hij heeft geen vader of moeder, zijn vrouw is van hem gescheiden, zijn twee dochters wonen in het buitenland. Poetin, aldus Judah, leidt op zijn landgoed een monotoon en eenzaam bestaan. Hij weet ook dat hij Rusland alleen maar op feodale wijze kan regeren; doet hij dat niet, dan zal Moskou volgens hem net zo branden als Kiev. En ook: hij moet niets hebben van technologie. Poetin, maak ik op uit het portret, houdt niet van complexiteit, hij is anti-stedelijk. Dat is de kern van het probleem.

Tagged with:
 

Heilige steden

On 9 oktober 2014, in geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The New York Review of Books’ van 25 september 2014:

Wat Islamitische Staat (IS) aan gruwelijks doet in Irak en Syrië is historisch gezien helemaal niet zo ongewoon. Ik las het in de New York Review of Books. Had het nog niet zo bekeken. In ‘Iraq: The Outlaw State’ recenseerde Max Rodenbeck een viertal boeken over de politieke toestand in Irak. Rodenbeck is hoofd van het Midden Oostenbureau van The Economist in Cairo, Egypte. Na een aantal recente gruwelijkheden in het Kalifaat te hebben opgesomd komt hij in zijn artikel met de observatie dat dergelijke wreedheden door de lokale bevolking gezien worden als “a talisman of godlike power and an advertisement of worldly success.” Messianistische wreedheden die al eeuwenlang de beschavingen in dit gebied domineren. Rond Mosul, voegt hij er fijntjes aan toe, bevinden we ons tussen de ruïnes van de oudste heilige steden ter wereld, die van Niniveh en Nimrud bijvoorbeeld.

Honderden jaren heerste hier het Assyrische rijk, dat wil zeggen dat rijk heerste over de vruchtbare oevers van de Tigris en Eufraat, “a span of flat, semiarid, and hard-to-defend terrain that is possibly the most often fought-over patch of real estate on the planet.” De contouren van dit gebied komen vrijwel overeen met die van het nieuwe kalifaat. Assiries rivaal was destijds Babylon, dat zuidelijk van het latere Bagdad de gehele rivierdelta besloeg. Rodenbeck: “What stands out in the iconography of the Assyrian kingdom is its unusually frequent and detailed depiction of extreme violence.” Wie ervan wil kennisnemen moet naar het British Museum in Londen, waar een hele galerij is gewijd aan de macabere rituelen in het paleis van Ashurbanipal in Niniveh. Ook de Mongolen gingen zich later te buiten aan extreem geweld. In 1258 en later in 1401 moordden ze de hele bevolking van Bagdad uit, waarbij ze de lijken voor de poorten hoog optastten. En nadat de Amerikanen datzelfde Bagdad hadden gebombardeerd, veranderde de stad op slag in een serie monochrome sektarische blokken, onderling gescheiden door betonnen muren, waar mensen elkaar naar het leven staan en waar moorden een dagelijks ritueel is geworden.

Tagged with:
 

Nachtleven is duurzaam

On 8 oktober 2014, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De hardnekkigheid van de 9 tot 5-economie’ (2009) van Paul de Beer:

MIRIK MILAN _ PREFEITO DA NOITE EM AMSTERDA

Het geklaag, vooral afgelopen zomer, over de enorme drukte in Amsterdam bleek iets typisch Amsterdams. Nu klagen Amsterdammers graag – daar niet van -, maar dat is niet wat ik bedoel. Wel dit: de door Amsterdammers ervaren drukte doet zich alleen voor in (het centrum van) Amsterdam, in de rest van Nederland is het veel rustiger. Vergelijk het straatbeeld zelfs in Rotterdam maar eens met dat in Amsterdam. Amsterdam kookt over, Rotterdam nog in het geheel niet. Deels zijn het de stromen toeristen, waaronder heel veel dagjesmensen, deels groeit gewoon het inwonertal van de hoofdstad gestaag, elk jaar met 15.000. Elders in Nederland is eerder sprake van krimp, van toenemende rust en stilte. Er is geen andere conclusie mogelijk. Die enorme stromen mensen kunnen hier niet meer tussen negen en vijf worden geaccommodeerd. Amsterdam maakt zich op voor een heuse 24-uurs economie. De grootste stad van Nederland wordt eindelijk volwassen.

Volgens de econoom Paul de Beer is er in Nederland beslist geen sprake van langere werktijden. Volgens cijfers uit 2009 blijkt althans hier niets van. De Beer: "Voor zeven uur ’s ochtends en na zes uur ’s avonds is vrijwel niemand aan het werk." Dat zal best, maar dat zijn landelijke cijfers. In Amsterdam lijkt mij dat niet (meer) het geval. En het is ook logisch. Bij een bepaalde omvang gaat een stad niet meer slapen, dan dendert ze door. Dat zie je in echte grote wereldsteden als Londen, Sao Paulo, Tokio, New York en Parijs. Dat is buitengewoon duurzaam, goed en profijtelijk en, zeker, overlast geeft het hier en daar ook. Voorzieningen worden hierdoor echter optimaal benut, nieuwe banen worden gecreëerd, inwoners en bezoekers worden langer en beter in alles bediend. Nederland is nu nog provinciaals, de regelgeving wordt overwegend in Den Haag gemaakt. Al jaren pleit nachtburgemeester Mirik Milan (foto) voor ruimere openingstijden. Zo stelde het vorige B&W van de hoofdstad ruim een jaar geleden al enkele 24-uurs zones voor de horeca in en ik zag een pleidooi van de Amsterdamse afdeling van D66 voor meer nachtvergunningen en ruimere openingstijden. Supermarktjes, bakkers, drogisterijen, ze moeten ook ’s avonds laat open kunnen zijn. Amsterdam zoekt naar een nieuwe balans.

Tagged with:
 

Onhandig duur

On 7 oktober 2014, in vastgoed, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 9 augustus 2014:


London Cranes

Londen is een hele dure stad, wat heet. Londen is bizar duur. Volgens het kapitalisme zou dan flink bijgebouwd moeten worden, want nieuwbouw is profijtelijk en prijzen zullen dan weer dalen. Die nieuwbouw vindt ook wel plaats, maar het is bij lange na niet genoeg. Sterker, ook dat bijbouwen in Londen blijkt heel duur te zijn, vele malen duurder dan in Manchester, Birmingham of zelfs New York. Hierover publiceerde het Londense tijdschrift The Economist afgelopen zomer een verhelderend artikel. In ‘Bodies, bombs and bureaucracy’ werd uitgelegd waarom bouwen in Londen zo schrikbarend duur is: alleen al bij het graven in de Britse metropool wordt van alles aangetroffen: lijken, archeologisch materiaal, bommen uit de tweede wereldoorlog. Dat bijbouwen gebeurt in een middeleeuws patroon van grillige, nauwe straten, op kavels met scheve, vreemde hoeken. Kranen en vrachtwagens kunnen er bijna niet hun werk doen (foto: Londonsnap http://londonsnap.co.uk). Bijna heel centraal Londen is belegd met monumenten en historische stadsgezichten die moeten worden gespaard. Bewoners protesteren bij het minste of geringste. Eigenlijk is bouwen in centraal Londen verschrikkelijk onhandig en, inderdaad, daardoor ook peperduur.

Er wordt veel geklaagd over de Londense bureaucratie en hoe duur het is om bouwvergunningen te krijgen. "Getting approved requires more than mugging up on planning regulations: plenty of rules are unwritten, while political objections can be unpredictable." De ambtenaren doen er juist alles aan om het bouwen in deze krankzinnige omstandigheden mogelijk te maken. Maar hun bemiddeling werkt wel weer kostenverhogend. Hoogbouw in Londen is een vijfde duurder dan in Hongkong of New York, berekende Turner and Townsend. Waarom verlaten de bedrijven niet het centrum van de overkokende metropool als de stad zo krankzinnig duur is en gaan ze bijvoorbeeld niet naar Croydon of verder weg, naar Birmingham? "Office rents and land values are high enough to support even some outrageously complicated projects." Het huren van kantoorruimte in de West End is nu twee keer zo duur als in Madison Avenue in New York. Londen is extreem en dat blijft zo. Het gevolg is dat steeds meer jonge hoogopgeleide Britten emigreren. Nu al wonen er meer dan vijf miljoen Britten in het buitenland. Het afgelopen jaar groeide de jonge uitstroom uit Londen met liefst 8 procent.

Tagged with:
 

Partners

On 6 oktober 2014, in citymarketing, by Zef Hemel

Gelezen in The Guardian van 2 oktober 2014:

Deze blog post is niet betaald door Rotterdam Partners. Al het andere goede nieuws over Rotterdam afgelopen week dus wel. Een ware stortvloed van reclame-uitingen over de Maasstad werd over ons uitgestort. Aanleiding: de opening van de martkhal in het Rotterdamse Laurenskwartier. Het was allemaal heel positief nieuws. Toen kwam er ook nog een heel groot cruiseschip de Nieuwe Maas opvaren. Boodschap: Rotterdam is in de lift. Alles bleek te zijn betaald door Rotterdam Partners. Het betreft een fusie van een aantal Rotterdamse gemeentelijke instellingen die met hulp van het bedrijfsleven de stad moeten promoten. NRC Handelsblad voegde tien bladzijden over Rotterdam toe aan zijn Lux-magazine. Betaald. Ik zag op Twitter een flauw filmpje van Heineken over Rotterdam voorbijkomen met leuk bedoelde multiculti-jongens die de letters ‘We’re Rotterdam’ meesleepten op hun hippe brommers. Betaald. Diezelfde week kwam Rotterdam Partners naar buiten met de nieuwste cijfers: het aantal bezoekers aan de stad steeg met 3,8 procent. Nee, het was citymarketing alsof er geen crisis geweest is.

De organisatie betaalde ook de overkomst van 43 journalisten naar de Maasstad. Een van hen was Oliver Wainwright van The Guardian. Zijn (betaalde) recensie stond donderdag in de Britse krant. Wat vond Oliver van de markthal van MVRDV? "It feels like it’s trying a bit too hard to be fun." De architectuurcriticus twijfelde overigens ook over het commerciële succes van de markthal. De bovenste appartementen hebben onhandige muren en hoeken, de markthal zelf grenst aan de echte markt. Het verschil tussen het hippe en dure eco-food in de overdekte 175 miljoen euro kostende hal (waarvan 72 miljoen euro publiek geld, dat is 115 euro per inwoner) en de goedkope groenten en fruit op straat verbaasde hem, zeker in een arbeidersstad als Rotterdam. Wainwright, een straatverkoper citerend: "You can wander around inside and getting inspired by the amazing displays, then go outside and buy the same stuff for the quarter of the price." En stedenbouwkundig had de Britse criticus ook de nodige twijfels: "Like many of Rotterdam’s recent inner-city developments, despite it being a beacon of downtown urban life, it has a strangely suburban approach to planning: deep within its bowels is the city’s biggest carpark, with 1,200 spaces, despite the metro and busstations being right opposite." Duurbetaalde kritiek, goedkoop advies.

Tagged with:
 

Why Nations Fail

On 3 oktober 2014, in demografie, economie, by Zef Hemel

Gelezen in Neue Zürcher Zeitung van 1 oktober 2014:

Wat moet je doen om een economie te laten groeien als de bevolking krimpt? Voor die vraag staat Japan al jaren. Japan gaat Europa voor in de demografische transitie van groei naar krimp en net als Europa en Rusland staat het land voor de vraag hoe het de nationale economie ondanks de krimp toch nog kan laten groeien. Monetaire of andere economische maatregelen helpen niet meer. Ruimtelijke maatregelen werken beter. Wat je zou moeten doen is de krimpende bevolking ruimtelijk concentreren. Want grote steden zijn machtige economische motoren. Eigenlijk gebeurt dat al want de Japanse jeugd trekt al jaren naar de grote stad. Maar de natiestaat begrijpt dat niet en werkt het bewust tegen. Over dit merkwaardige fenomeen berichtte onlangs de Neue Zürcher Zeitung. In ‘Der Fluch von Tokio’ schetst de Japanse correspondent van de Zwitserse kwaliteitskrant, Patrick Zoll, het beeld van een land dat in 2040 100 miljoen inwoners wil tellen en ook vasthouden. Buiten de grote stad.

Op dit moment telt het eilandenrijk in de Stille Oceaan nog 127 miljoen zielen. Haar wacht dus nog een dramatische krimp. Ondertussen groeit Groot-Tokio onstuimig. Op dit moment staat de teller op meer dan 35 miljoen inwoners. De migranten zijn bijna zonder uitzondering  jonger dan dertig jaar. Gevolg: een vergrijzend en leeglopend platteland. Men schat dat over 25 jaar 896 gemeenten in Japan kunnen worden opgedoekt omdat straks niemand er meer woont. Dus wat doet de Japanse regering? Die start een regionaal-economische politiek om leeglopende steden en dorpen in alle uithoeken economisch te revitaliseren. Het Japanse platteland, heet het, moet weer aantrekkelijk worden voor de jeugd. Men wil de jongeren uit Tokio verleiden om de metropool te verlaten. Hoe dat precies moet, moeten ‘experts’ nu uitzoeken. Voor de heer Abe is het een topprioriteit. Dat wordt een hele kostbare operatie die gedoemd is te mislukken en ook niet gaat werken, nee het wordt een regelrechte ramp. Anti-stedelijke regimes als de Sovjet Unie en Communistisch China hebben het eerder al geprobeerd en daar leidde het niet alleen tot economische teruggang, maar ook tot hun val. En ook de Nederlandse ‘gebundelde deconcentratie’ werkte allerminst gunstig en heeft tot een verharding van economische crisis in de jaren zeventig en tachtig in ons land geleid. Zo’n dwaze ingreep hoort thuis in Barbara Tuchman’s ‘March of Folly’.

Tagged with:
 

Succesvol innoveren

On 2 oktober 2014, in economie, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Tampere Region Innovation Strategy’ (2008):

صور Tampere

Hoe groeit een stedelijke economie? En kun je die aanjagen? Tampere is een Finse industriestad met circa 250.000 inwoners. Zoiets dus als Eindhoven. De Finse regio laat zich ook goed vergelijken met Noord-Brabant. En net als Eindhoven de stad van Philips is, zo is Tampere de stad van Nokia. Tampere is de industriële kurk waar de Finse economie tot voor kort op dreef. Immers, net als de klap die Philips en Daf in 1993 de regionale werkgelegenheid uitdeelden, voelt ook de regio van Tampere op dit moment de klap als gevolg van de ineenstorting van het Nokia-concern een paar jaar geleden nog steeds. Apple is de grote boosdoener. Het machtige Finse Nokia is nu onderdeel van het Amerikaanse Microsoft. Het verlies aan werkgelegenheid in Finland was enorm. Die duizenden werkloze ingenieurs trokken gelukkig weer een bedrijf als Intel aan, maar daarmee is het regionale leed nog lang niet geleden. Ziedaar het probleem van industriële regio’s die zich specialiseren en die daarbij teveel afhankelijk worden van een enkel industrieel concern.

Hebben Eindhoven en Tampere hun leven gebeterd? Je losmaken van het succesverhaal van een Nokia of Philips is lang niet makkelijk. Afgelopen zondagavond zagen we op de VPRO-televisie in een Tegenlicht-uitzending (‘De macht aan de stad’) hoe Eindhoven dat losmaken op dit moment moeizaam doet. In Tampere doen ze het weer anders. Hun regionaal-economische strategie kent een aantal interessante aspecten. De Finnen kiezen bewust voor crossovers, dus geen clusters of specialisaties meer, maar interactie tussen alle velden en expertises. Men bouwt er regionale platforms waarin alle partijen samenkomen om alles te delen. Ook hun internationale netwerken breiden ze sterk uit. En, misschien wel het belangrijkste: “raising of general awareness of the major challenges facing the region," ook dat doen ze. De strategie dateert van 2008. Ze werd opgesteld door Marjatta Maula van Tampere University of Technology in samenwerking met alle betrokken partijen. We zijn nu zes jaar verder. Werkt het ook? Ik sprak erover met Willem van Winden, lector regionale economie aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij is het aan het onderzoeken.

Tagged with:
 

Wereld Expo

On 1 oktober 2014, in economie, innovatie, vastgoed, by Zef Hemel

Gelezen op Rotterdam2025.nl op 27 september 2014:

HOK Dubai World Expo 2020

Volgend jaar opent in Milaan de Wereld Expo, thema: ‘Feeding the Planet, Energy for Life’. Een aankondiging ervan zag ik deze zomer in Venetië, in het Italiaanse paviljoen op de internationale architectuur biënnale. Het viel me niet mee. Shanghai 2010 toonde meer ambitie. Dat was dan ook de allergrootste expo ooit. Dubai organiseert de Expo 2020. Op dit moment loopt Rotterdam zich warm voor de Wereld Expo in 2025. Vijftien Rotterdamse ondernemers hebben daartoe het initiatief genomen, ze onderzoeken of het plan kans van slagen heeft, want pas in 2016 hoeft het bid te worden uitgebracht in Parijs. De beslissing valt daar in 2018. Thema van het Rotterdamse bid is ‘Transition’. Het gaat de Maasstad, begrijp ik, om delta’s, water, energie en transitie. Royal Haskoning schreef een pamflet, Jan Rotmans en Erik van Egeraat zijn de beoogde curators. Mogelijke concurrenten van Rotterdam zijn Guangdong, San Francisco Bay Area en Londen. Na de afwijzing door de regering-Rutte van de Amsterdamse kandidatuur voor de Olympische Spelen in 2028 (‘te grote financiële risico’s, te weinig draagvlak’) een hernieuwde poging tot iets groots in dit kleine landje.

Maakt de Maasstad een kans? Dubai (‘Connecting Minds, Creating the Future’, foto) belooft 17 miljard euro aan investeringen binnen te halen met een inzet van iets meer dan zes miljard. Ze kreeg liefst 116 van de 164 stemmen in Parijs achter zich. Gaat Rotterdam ook zes miljard euro losweken bij de Nederlandse regering? Diezelfde regering zag immers af van een Olympisch bid. Vermoedelijk wordt het beduidend minder. De kans voor Rotterdam wordt ook al kleiner als Londen meedoet. Die Expo zal gaan over de veerkracht van de metropool. Zet ‘Future London’ – een initiatief van een aantal Engelse bedrijven – zijn kandidatuur echt door? Hoeveel miljard euro belooft deze bakermat van de Wereldtentoonstellingen te investeren? En Guangdong? Die Zuid-Chinese megastad telt niet minder dan 60 miljoen inwoners. Ook die metropool ligt in een gevaarlijke delta. De urgentie van een transitie is daar nog vele malen groter. En hoe kostbaar wordt de weg naar 2018? Een bidbook maken kost al snel vele miljoenen euro’s. Wie gaat dat betalen? En over welke transitie hebben we het eigenlijk? En, bovenal, lost dit de problemen op in Rotterdam-Zuid?

Tagged with:
 

Het campusgevoel

On 30 september 2014, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De cirkel’ (2013) van Dave Eggers:

dave_eggers_the_circle_large_verge_medium_landscape

Het bijzondere epos van de Amerikaanse schrijver Dave Eggers over het grootste internetbedrijf ter wereld – De Cirkel – speelt zich af in Silicon Valley, ergens in de toekomst. Eggers’ dystopie heeft de trekken van ‘1984′ van George Orwell, maar dan anders. Het verhaal neemt zijn aanvang in iets wat lijkt op het paradijs: de campus van De Cirkel, het Amerikaanse internetbedrijf dat nog veel groter en machtiger is dan Facebook of Google. "De campus was immens en grillig, een explosie van Stille Oceaankleuren, en toch tot in de kleinste details zorgvuldig overwogen, door de meest expressieve handen vormgegeven." We volgen hoofdpersoon Mae Holland als ze de campus betreedt om haar vriendin Annie – die er Directeur Veiligstelling Toekomst is – op te zoeken. Er werken op de campus meer dan 10.000 mensen, Annie geeft haar een uitgebreide rondleiding, het lijkt haar een ideale wereld, ze verovert binnen het bedrijf een door iedereen fel begeerde baan. Ze ontdekt dat het bedrijf alle wereldproblemen wil en zal oplossen.

Wat er gebeurt als je maar lang genoeg op een bijna ideale campus werkt en woont? Tegen het eind van het boek wordt dit duidelijk. Op de campus, schrijft Eggers, werd uiteindelijk voor Mae alles vertrouwd, er waren daar geen spanningen. "Daar hoefde ze zichzelf, of de toekomst van de wereld, tenminste niet te verdedigen, want de Cirkelaars begrepen haar en de wereld vanzelf wel, en ook hoe die wereld eruit zou moeten zien en er binnenkort ook echt uit zou gaan zien." Tja, over maakbaarheid gesproken. Maar het verschil tussen de utopie van de campus en de realiteit van San Francisco Bay Area leek voor Mae alleen maar groter te worden. "Buiten de campus had je daklozen, vieze geurtjes, machines die het niet deden, vloeren en stoelen die niet waren schoongemaakt, en overal was de chaos van de ongeorganiseerde wereld." Mae vond het steeds moeilijker om zich buiten de campus te wagen. "San Francisco, Oakland, San Jose of welke stad dan ook begon steeds meer op de Derde Wereld te lijken." Mae werd wereldvreemd. Het is alsof Eggers hier niet alleen de campus in de rijke Bay Area beschrijft, maar tegelijk ook de Amerikaanse suburb en al die gated communities die in de wereldsteden opduiken. Daarbuiten voelt het vies en vuig.

Tagged with: