Modern en reflexief

On 14 november 2016, in wetenschap, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Moderniteit en suburbaniteit in de nieuwe stad’ (2016) van Ivan Nio:

Afbeeldingsresultaat voor ivan nio moderniteit en suburbaniteit

Onlangs promoveerde de stadssocioloog Ivan Nio op ‘moderniteit en suburbaniteit in de nieuwe stad’ aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn promotores waren Arnold Reijndorp en René Boomkens.  Nio onderzocht het alledaagse leven van gewone mensen in hun privésfeer in de nieuwe steden Almere, Cergy-Pontoise en Milton Keynes. Dit deed hij door gewone mensen op straat te interviewen. Daarbij kantelde hij het perspectief op moderniteit, dat doorgaans gericht is op de openbaarheid in met name de grote steden. Sociologen als Berman, Jacobs, Bardt en Sennett zagen het leven in de buitenwijken vooral als verlies en een vlucht uit de moderniteit, die bij uitstek in de grote stad te ervaren was. Moderne ervaringen als de schok van het onbekende, de confrontatie met vreemden, de verrassing en wisselende perspectieven zouden in de suburb ontbreken. Nio ziet dat anders. Bij hem is de privésfeer de locus van de persoonlijke autonomie en ontplooiing van de gezinsleden, de suburb de plek voor bevrijding en emancipatie. Er bestaat volgens hem ook een suburbane moderniteit. Deze wilde hij op het spoor komen en in zijn ambiguïteit beschrijven.

‘’Moderniteit en suburbaniteit in de nieuwe stad’  is een in vele opzichten fraai proefschrift. Nio formuleert helder, zijn hoofdstukken over theorieën zijn knap en toegankelijk geschreven. Boeiend is ook zijn vergelijking tussen de drie steden, de ene nabij Londen, de ander onder de rook van Parijs, een derde op afstand van Amsterdam. Met name was ik geïnteresseerd in zijn beschrijving van de conflicten. Volgens Sennett zat hier de zwakte van de suburb: mensen die welvarend worden kopen liefst een conflictloze privésfeer. Die vinden ze in simplificatie en in afzondering: in woonbuurten, liefst onder soortgenoten, veilig, stabiel, overzichtelijk, harmonisch. Sennett bespeurde zelfs een gevaarlijk streven naar zuiverheid. Mensen, schreef hij, zouden conflicten niet meer kunnen verdragen en als ze zich voordeden, zouden ze deze gaan uitvergroten. En wat blijkt? In de paragraaf over conflicten en wrijvingen treft men mensen aan die zich storen aan het feit dat de buurman hen niet meer groet, dat de caravan al een jaar op de oprit geparkeerd staat, die de verhuizing van buren ervaren als ‘donkere wolken die zich samentrekken’, die sociale woningbouw aan de overkant van de weg opvatten als een veeg teken, die vooral in Almere telkens doorverhuizen naar de nieuwste woonwijk. In Almere is de PVV de grootste politiek partij.Volgens Nio verhouden deze mensen zich tot hun buurt ‘op een moderne en reflexieve wijze’. Ik hou het toch liever op Sennett’s analyse.

In de steden broeit iets

On 12 november 2016, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Unwinding’ (2013) van George Packer:

Afbeeldingsresultaat voor the unwinding packer

George Packer, journalist bij The New Yorker, schreef drie jaar geleden een boek over dertig jaar Amerikaans verval. Ik las het in één adem uit. Drie Amerikaanse burgers volgde hij op de voet vanaf 1978 tot 2012: de ondernemer Dean Price in Rockingham County, North Carolina; de zwarte ongehuwde moeder Tammy Thomas in Youngstown, Ohio; en de Democratische politicus Jeff Connaughton in Washington DC. Tussendoor maakt hij uitstapjes naar zonnig Tampa, Florida, verlicht Silicon Valley, California, en verdorven Wall Street, New York. Zo ontvouwt zich in meer dan vierhonderd bladzijden een drama van wereldformaat: de keiharde de-industrialisatie, de opmars van het grootbedrijf, de leegloop van het platteland, de financialisering van de economie, de ondergang van de middenklasse, de verarming van de suburbs, de groeiende economische ongelijkheid, het verval van politieke normen, alles uitmondend in de financiële crisis van 2008. Ze noemen het globalisering. Treurigmakend boek. Ik begrijp de woede en frustratie, die zit op het platteland en in de buitenwijken. De mensen daar hielpen Trump en Poetin aan de macht. Het is een regelrechte contrarevolutie.

Het boek deed sterk denken aan ‘Expulsions’ (2014) van de Amerikaanse sociologe Saskia Sassen. Ook dat recente boek schetst een omvattend beeld van verarming, verlies en verdrijving, samenvallend met processen van verrijking onder slechts twintig procent van de westerse bevolking. In Azië komt weliswaar een middenklasse op, maar volgens Sassen zal deze qua omvang uiteindelijk toch relatief beperkt blijven. Ook daar ziet ze vormen van onderdrukking en verlies. Ze wijst op de verwoestende werking die groeiende complexiteit heeft op de planeet aarde en wijst op de militarisering van de staat als dominante reactie. Volgens haar heeft niemand hier meer greep op. Achter ons ligt een periode van maatschappelijk opbouw en groeiende samenhang, voor ons ligt een periode van afbraak, uitstoting en oorlog. Weet u waar me haar boek aan deed denken? Aan ‘Het einde van de rode mens’ (2013) van Svetlana Alexijevitsj. Net als de Sovjet-Unie in 1989 stort het Westen nu in. Zoiets. Toch zien Sassen en ook Packer nog lichtpuntjes. De emancipatie van minderheden in de grote steden zet door, mensen daar komen in verweer, Occupy was een begin, in de steden broeit iets.

Tagged with:
 

Gemiste kans

On 10 november 2016, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De emancipatie van de periferie’ (2016) van Floris Alkemade:

 

Charmant maar flets essay van de rijksbouwmeester, Floris Alkemade. Of eigenlijk is het een gesproken tekst bij plaatjes. Op 1 november lanceerde Alkemade zijn ‘Emancipatie van de periferie’ in Scheveningen tijdens het zogenoemde rijksbouwmeesterscongres. In het verhaal, aldus het bijgeleverde persbericht, “ageert hij tegen de focus van planners op de stadscentra en pleit hij voor het benutten van de dynamiek en ruimte die de periferie biedt.” Hoezo focus van de planners op de stadscentra gericht? Was het maar waar. De focus van VINEX  en post-VINEX is juist op netwerken gericht, op dit moment ontbreekt zelfs elke focus. Het is een oude retorische truc: je afzetten tegen een denkbeeldige vijand. Geen woord over duurzaamheid, want daar is deze nationale bouwmeester niet van. Wel iets over leegstand. Maar denk niet dat dit tot inkeer leidt. Leegstaande woningen zullen verloederen en moeten dus worden gesloopt, maar Alkemade bestemt ze voor werken. Dream on! Opnieuw een pleidooi voor suburbanisatie en ruimtelijke spreiding afkomstig uit Haagse kokers. We komen er maar niet van af. Nee het is nog veel erger. Volgens de Brabander Alkemade heeft de Randstad afgedaan en moeten we het stedelijke veld nog veel groter trekken. Hij spreekt van een uitvergrote Randstad richting zuiden en oosten, precies zoals de bedenkers begin jaren ‘60 hadden voorspeld.

Wanneer hij over de structuur van de nationale verstedelijking schrijft, noteert Alkemade het volgende:  “Binnen deze structuur valt de zelfstandige kracht van Amsterdam op dat als enige echte Nederlandse metropool een uitzonderlijk sterke identiteit en aantrekkingskracht heeft.” Dit rangschikt hij onder “het fenomeen van de ongeremd aantrekkelijke hoofdsteden (…).” Een kaartje van Parijs zet hier de toon. Ja, Parijs! Banlieus! Het leidt volgens hem tot een ‘altijd weer pijnlijke segregatie van kansrijken en kansarmen’. Niet goed dus. Waarop hij de zoveelste lofzang op de polynucleaire structuur van de Nederlandse verstedelijking zingt. Alkemade: “Juist de open structuur biedt condities en een dynamiek die een palet aan gespreide ontwikkelingen mogelijk maakt.” Niet dus, juist een compacte, verdichte structuur biedt gunstige condities voor innovatie, ontwikkeling en bloei. Maar nee hoor, we gaan weer ruimtelijk spreiden. “Op het moment dat het verstedelijkte midden van Nederland in al zijn samenhang onderzocht en ontwikkeld wordt, ontstaat een metropool met ongekende kwaliteiten.” Nee joh, dan ontstaat er een zeer dunbevolkte metropool van bizarre afmetingen en gedomineerd door infrastructuur en verstoken van grootstedelijkheid. Zullen we dit maar beschouwen als een gemiste kans?

Staten begrijpen steden niet

On 8 november 2016, in infrastructuur, regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord in Bogotá, Colombia, op 3, 4 november 2016:

Afbeeldingsresultaat voor colombia map cities

Op uitnodiging van Probogotá – de nieuwe ondernemersvereniging van Bogotá – gesproken over de principes van open planning in het kader van het te maken structuurplan voor de hoofdstad van Colombia. De bijeenkomst vond plaats in Club El Nogal, het hoofdkwartier van de industriële ondernemersvereniging dat in 2003 doelwit was van de Farc – een bomaanslag waarbij ruim dertig mensen om het leven kwamen. Ook andere Colombiaanse steden waren uitgenodigd, waaronder Cali en Medellin. Colombia maakt zich op voor een nieuwe ronde stedelijke ontwikkeling, daartoe opgeroepen door de regering die nieuwe lokale en regionale structuurplannen van de lagere overheden eist, en iedereen kijkt naar de snel groeiende hoofdstad en hoe die zijn structuurplan gaat maken. Nu het nationale vredesproces een cruciale fase ingaat is het ook werkelijk tijd om ver vooruit te kijken en een visie te ontwikkelen voor dit door een burgeroorlog verscheurde land. De conferentie vond plaats aan het begin van het nieuwe hoopgevende proces en ze volgde kort na het aantreden van de nieuwe burgemeester van Bogotá, Enrique Penalosa – de man die 15 jaar geleden als burgemeester in een eerdere termijn het snelle en succesvolle bustransport TransMilenio introduceerde. Penalosa, fervent fietser, is verantwoordelijk voor de nieuwe POT, el Plan de Ordenamiento Territorial.

Wist u dat Bogotá even groot is als Parijs, het land Colombia tweemaal zo groot als Frankrijk? Zestig procent van de Colombiaanse hoofdstad bestaat uit extreem dichtbevolkte krottenwijken. De wilde urbanisatie die er gaande is duidde de Amerikaanse architect Mike Davis in ‘Planet of Slums’ (2006) aan als ‘piratenurbanisatie’: semilegale bouwsels op plots die zonder voorzieningen tegen woekerprijzen door grondbezitters worden aangeboden aan verpauperde vluchtelingen verdreven uit een door oorlog geteisterde platteland. Wat me bij mijn bezoek opviel was hoe de zeer compacte Colombiaanse steden als reusachtige vogelnesten hoog in de bergen liggen, verstoken van vrijwel elke verbindende infrastructuur. De Colombiaanse regering wil ze nu met elkaar en met havens langs de kust gaan verbinden door de aanleg van een uiterst kostbaar snelwegenstelsel. Het zal vooral de grondstoffenwinning op het platteland stimuleren, de suburbanisatie verder aanwakkeren, en de aanlegkosten zullen verhaald worden op de steden, waardoor hun economieën verder zullen verzwakken. Precies het omgekeerde moet gebeuren: in de grootstedelijke infrastructuur (metro, bus, openbare ruimte) moet fors worden geïnvesteerd. Maar ik vrees dat dit niet gaat gebeuren. Altijd hetzelfde liedje. Men gelooft niet in de sloppenwijken. Staten begrijpen steden niet.

Tagged with:
 

Alles begint klein

On 2 november 2016, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 9 september 2016:

 

Charleroi, het Youngstown van Europa, bestaat dit jaar 350 jaar. De kwijnende Waalse stad met nu nog 200.000 inwoners dankt zijn geboorte aan de bouw van een fort waarvan de eerste steen door de Spanjaarden werd gelegd in 1666. In 1871 werd het fort weer afgebroken, maar Charleroi groeide stug door en had het fort allang niet meer nodig. Sterker, vanaf midden negentiend eeuw beleefde Charleroi zijn grootste bloeiperiode. Feitelijk bestaat de stad nu uit een samenraapsel van dorpen die door de opkomende mijnbouw tijdens de Industriële Revolutie uit hun voegen barstten en wanordelijk aaneen zijn gesmolten. In de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw sloten de meeste mijnen en er kwam weinig voor in de plaats. Sinds 1985 krimpt de bevolking van Charleroi, dus probeert de Waalse regering, gesteund door de EU, de stad met veel overheidssubsidies aan de praat te houden. Het vliegveld is een publiek paradepaardje, waar vooral Ryanair van profiteert, maar ook een dure metro werd aangelegd, die overigens nooit in gebruik is genomen. Schandaal volgde op schandaal. De werkloosheid is er onverminderd hoog (20 procent) en de bevolkingskrimp zet door. Welkom in de Rust Belt van Europa, een problematisch gebied dat loopt van de Britse kolenbekkens via Wallonië naar het Ruhrgebied tot aan het Poolse Silezië, met Rotterdam als vooruitgeschoven post aan de Noordzee.

Afgelopen zomer sloot de vestiging van het Amerikaanse machinebouwer Caterpillar in Charleroi zijn deuren. Ruim tweeduizend mensen verloren hun baan. De kranten stonden er vol mee. De toon was opnieuw opstandig, verontwaardigd en tegelijk neerslachtig. Men wees beteuterd op de opgeknapte benedenstad en de plannen om ook de bovenstad te gaan aanpakken. Er was al veel goeds gedaan. Misschien nog te weinig citymarketing? De analyses noemden alle het ontbreken van een universiteit en dus jonge studenten. Nee, als die er kwamen, dan zou het met Charleroi wel weer goedkomen. Maar geen krant meldde dat de stad de komst van een universiteit in de jaren zestig hautain van de hand had gewezen, waardoor deze uiteindelijk in Louvain-la-Neuve was neergestreken. Opnieuw miljoenen overheidsgeld in Charleroi steken, nu alsnog voor een universiteit? Nee, want dat is precies het probleem: de staat begrijpt steden niet. De stad moet het zelf doen, met zijn eigen inwoners. Een eigen belastinggebied zou al helpen. En verder? Door de inwoners te activeren. Niet met brood en spelen, vliegvelden of citymarketing, maar door mensen bij elkaar te brengen. Alles begint lokaal. Alles begint klein. Alles begint met lokaal ondernemerschap.

Tagged with:
 

Een mensenplaneet

On 31 oktober 2016, in Geen categorie, by Zef Hemel

Gehoord in Groningen op 27 oktober 2016:

Afbeeldingsresultaat voor urbanisation africa

bron: The Economist

Afgelopen week in Groningen een meer dan interessante bijeenkomst bijgewoond die was georganiseerd door het Centre for East Asian Studies van de rijksuniversiteit aldaar. Hij ging over de toekomst van de Afrikaanse steden. Of preciezer, de bijeenkomst, die was gesponsord door de Ford Foundation, ging over de vraag wat de Afrikaanse steden kunnen leren van de recente Chinese urbanisatie. Het gezelschap was beperkt, een open gedachtewisseling stond voorop,we spraken óók over de urbanisatie in India en over de geopolitieke consequenties van de Nieuwe Zijderoute, en daarmee ging het die donderdag in feite over hoe de wereldwijde urbanisatie zich zal voltrekken en wat we moeten doen. Welke grondpolitiek is nodig? Welke governance past het beste? Hoe moeten we onze steden beter plannen? En welke lessen zijn er op al deze terreinen voor Afrika te leren? Er waren vertegenwoordigers van Afrikaanse en Chinese steden en verder een aantal vooraanstaande wetenschappers – geografen, planologen, internationale studies – uit Groningen, Leuven, Londen en Amsterdam. Oude koloniale machten ontmoetten hun voormalige koloniën in een geheel nieuwe setting, alles gesponsord door de VS. Ik was een van de sprekers. Wat ik zeg, een meer dan interessante bijeenkomst.

Wie het brede veld probeert te overzien en alle bijdragen bij elkaar optelt slaat de schrik om het hart. De hele wereld lijkt op de vlucht geslagen. Ons staat een toekomst te wachten van massieve urbanisatie. De vraag die iedereen op de lippen brandde was of deze beweging richting de megastad nog te stoppen is. Nee dus. We moeten er het beste van maken. Maar hoe dan? Indrukwekkend waren de verhalen van de Afrikanen zelf. Kwamen de Chinezen nu hun steden helpen ontwikkelen of komen ze alleen voor hun grondstoffen?  Het accent van de Chinese investeringen ligt eenzijdig op traditionele infrastructuur en de woningen die de Chinezen de Afrikanen helpen bouwen lijken erg op de Chinese massa-woningbouw die slecht aansluit op de Afrikaanse cultuur. Trouwens, ook in China liggen al die hoogbouweilanden nu onder vuur. Wrange voorbeelden passeerden de revue. Opvallend in al die voorbeelden was de dominantie van de staat, die kennelijk beslist over al die publieke investeringen. Langzaam groeide het besef dat de mensen zelf in beweging moeten komen, zowel in Azië als in Afrika. Burgers moeten hun eigen steden bouwen. De planning moet organisch, meer van onderop, liefst zonder centrale regie. ‘s Avonds laat en eenmaal weer thuis sloeg ik de krant open: “WNF slaat alarm. Planeet aarde wordt een mensenplaneet.” Als we de planeet willen redden, moeten we met z’n allen hele goede, ja ook hele grote steden gaan bouwen.

 

Unwinding the fabric

On 28 oktober 2016, in infrastructuur, politiek, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 25 oktober 2016:

Afbeeldingsresultaat voor west london heathrow

Deze week verscheen in NRC Handelsblad een uitstekend artikel van Melle Garschagen (jawel, de correspondent uit Jakarta die naar Londen is verhuisd) over de voorgenomen uitbreiding van het Londense vliegveld Heathrow met een derde baan. Komende dinsdag, zo laat Garschagen weten, zal de nieuwe Britse minister voor luchthavenzaken in het kabinet May het omstreden besluit bekend maken. En dat terwijl de regering Cameron de baan in de plannen juist had geschrapt en in plaats daarvan inzette op hogesnelheidstreinen. Motief: zoiets is veel duurzamer. Dus of die al even omstreden snelle treinen er nog komen is ineens weer de vraag. Waarom zo snel dit nieuwe besluit? Garschagen: omdat de recente Brexit de positie van Londen als financieel centrum in de wereld heeft ondermijnd. Het is Singapore  (en dus niet Frankfurt, Parijs of Amsterdam!) dat een goede kans maakt om die fel begeerde positie over te nemen. Garschagen weet het als geen ander: “Singapore heeft met Changi een van de beste vliegvelden ter wereld.” De metropool in het Verre Oosten heeft de aanleg van de derde baan al gegund. Ze zijn daar gewoon veel sneller. Arm Londen. Arm Europa. Een positie die ze in vijfenveertig jaar moeizaam heeft opgebouwd, dreigt de Britse metropool in één klap weer kwijt te raken. Zo belangrijk zijn vliegvelden dus voor steden die global cities willen zijn. Of is het anders en wordt hier snel even een politiek besluit doorgedrukt, ingegeven door paniekvoetbal?

In ‘Aerotropolis’ (2011) gebruikten John Kasarda en Greg Lindsay de casus Heathrow als introductie op hun boek over de toekomst van steden in relatie tot hun vliegvelden. Hun stelling is dat de laatste de eerste gaan bepalen. Echter, steden groeien organisch, maar vliegvelden niet. En de omgeving van Heathrow – aan de westkant van Londen – heeft een economie die even omvangrijk is als die van heel Sydney. Ondertussen zakt het geprivatiseerde Heathrow wel weg op de lijstjes, want dat proces van verval is al een tijdje gaande. Kasarda en Lindsay wisten het al toen zij hun boek schreven: globalisering zal na de financiële crisis alleen maar krachtiger worden. Kijk maar naar de luchtvaart; die is niet te stoppen. Dus wat doet de nieuwe Britse regering? In plaats van het vliegveld uit te plaatsen moet de stad zich voegen naar de dichtstbijzijnde luchthaven. Al in 2011 betwijfelde Kasarda of er werkelijk een keuze was: “either we risk weaving a competitive disadvantage into the very fabric of our cities, or we begin unwinding the fabric itself.” De westkant van Londen wordt daarmee een heuse Aerotropolis. Maar hoe reageren straks Greenpeace en de omwonenden? Geloof maar dat ze op Schiphol en de Haarlemmermeer hun adem inhouden.

Tagged with:
 

Welvaart als probleem

On 26 oktober 2016, in sociaal, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Uses of Disorder’ (1970) van Richard Sennett:

Afbeeldingsresultaat voor almere buiten

De chaos van de metropool achtte de Amerikaanse socioloog Richard Sennett een belangrijke conditie in het volwassen worden van mensen: door de vele ongezochte contacten en daarmee ook conflicten leren stedelingen elkaar te verdragen en op een bepaalde manier ook voor elkaar te zorgen. Groeiende welvaart is in die zin een hindernis op de weg naar een volwassen democratie omdat mensen met geld geneigd zijn zich af te zonderen. Vroeger was dat alleen weggelegd voor de rijken, maar nu kan vrijwel iedereen zijn eigen isolement kopen. Met zijn gezin hebben de meesten zich teruggetrokken in de bossen, buiten de stad, ze vestigden zich in villadorpen, met gelijkgezinden namen ze hun intrek in ‘gated communities’ of kozen voor frisse nieuwe buitenwijken. In hun afzondering koesteren ze de mythe van de eensgezinde gemeenschap. Welkom in de VINEX-wijk: eindelijk verlost van vreemde, afwijkende, veelal armere buren. Zo is de illusie ontstaan van een harmonieuze samenleving in eigen kring, maar met een gevaarlijke wereld daarbuiten.

Arme mensen hadden die mogelijkheid van afzondering niet. Die woonden nog gedwongen bij en door elkaar. Over veel spullen beschikten ze ook niet, dus die moesten ze met elkaar delen en dus deden ze een beroep op de ander; het was een soort van gedwongen solidariteit. Nu is dat anders. Daarom predikte Sennett een terugkeer naar de chaos van de grote stad.  Maar hoe moeten die welvarende steden dan worden vormgegeven? In grote steden, aldus Sennett, zou de piramidale vorm van de overheidsbureaucratieën in ieder geval moeten worden afgebroken, (maar niet de bureaucratie zelf). Voorts zou elke wens tot ruimtelijke orde en bestemming vooraf moeten worden opgegeven. “Instead of this idea, whose basis is found in mechanical ideas of production, the city must be conceived as a social order of parts without a coherend, controllable whole form.”  Bewoners zouden de ontstane ruimte weer zelf moeten mogen invullen. Juist in de confrontatie met elkaar zou weer een rijker leven kunnen opbloeien. Echter, angst voor conflicten weerhoudt de autoriteiten nog altijd van dergelijke experimenten, ook in onze grote steden. En naar de belangrijkste oplossing die Sennett noemde wordt, althans in Nederland, nog helemaal niet gehandeld: onze grote steden moeten veel groter en veel dichter worden bebouwd. De afgelopen eeuw werden ze juist verdund, ze zijn ijl van structuur geworden, in new towns en zogenoemde ‘stedelijke netwerken’ werden ze opgedeeld, alles in de ruimte verstrooid, veel te veel gespreid. Niet goed voor de democratie en voor een volwassen en verdraagzame omgang met elkaar. Wat riep onze premier laatst ook alweer? ‘Pleur op!’ Zelfs hij. Nu weet u waar dat vandaan komt.

Tagged with:
 

Suburbs aan de macht

On 23 oktober 2016, in Geen categorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘’The Uses of Disorder’ (1970) van Richard Sennett:

Afbeeldingsresultaat voor suburbs us

Wie aan de vooravond van de Amerikaanse presidentsverkiezingen het verschijnsel Trump wil begrijpen zou opnieuw ‘The Uses of Disorder’ (1970) van Richard Sennett moeten lezen. De situatie in de Verenigde Staten eind jaren zestig lijkt namelijk sterk op die van nu. Studentenopstanden in de grote universiteitssteden beleven we opnieuw met de Occupybeweging en de Maagdenhuisbezetting; de rassenrellen in de Amerikaanse steden vinden ook nu weer op grote schaal plaats, zo ook het keiharde politieoptreden daartegen. Destijds was Amerika verwikkeld in een zinloze oorlog in Vietnam, nu blijft ze doorvechten in Irak, Syrië en Afghanistan. De wijze waarop Donald Trump koortsachtig tekeer gaat tegen alles en iedereen staat niet op zichzelf en vraagt om een diepere analyse. Dus wat schreef Sennett? Teveel Amerikanen verlangen naar een zuivere, pure wereld zonder conflicten. Die dachten ze te vinden in de buitenwijken. De suburbane ontwikkeling van de Amerikaanse steden en ook de extreem ver doorgevoerde functiescheiding van wonen, werken, verkeer en recreatie hebben tot een scherpe uitsortering geleid, waardoor mensen met afwijkende meningen niet meer worden getolereerd of begrepen.Normale stedelijke conflicten in de binnensteden beantwoorden ze met excessief verbaal geweld, alsof ze bang zijn voor een revolutie in hun eigen achtertuin. Een diepe angst om vragen te stellen bij de oorlog die ze in het verre Azië waren begonnen uit zich bij de gemiddelde Amerikaan in pure agressie. Het bracht Richard Nixon aan de macht. We zijn nu vijfenveertig jaar verder, al die jaren ging de suburbanisatie gewoon door. Nieuwe oorlogen werden begonnen. Trump en zijn aanhang zullen zich wreken op de arme zwarte bevolking in de Amerikaanse binnensteden.

Het drama dat zich op dit moment in de Verenigde Staten voltrekt heeft dus alles te maken met zeventig jaar onafgebroken suburbanisatie. Bill Bishop noemde dat ‘The Big Sort’ (2009) – ‘het grote uitsorteren’ (http://www.zefhemel.nl/?p=350). Steden werden verdund, de mensen raakten verspreid over het land, rijk ging wonen bij rijk, blank bij blank, zwart bij zwart. Sociale relaties werden eenzijdig en moesten vooral conflictloos zijn, harmonieus, alles werd op veiligheid en risicovermijding door middel van ruimtelijke afzondering gericht. Het maatschappelijke gevolg is dat niemand in het land elkaar meer begrijpt of nog wil begrijpen. Conflicten worden uitvergroot. De oplossing, wist Sennett, was het opnieuw bouwen van grote steden. Alleen in dichtbebouwde, complexe steden vol alledaagse conflicten kunnen weer volwassen relaties tussen de mensen ontstaan en zal het verlangen naar puurheid en conflictloosheid in de samenleving worden opgegeven. Want zonder conflicten gaat het niet. “Only a truly chaotic urban life can challenge the slavery patterns of adolescence so that large numbers of young people have the opportunity for growth now accorded only to a few.” Terug naar de grote stad dus. In 1970 deed alleen de jeugd dat. Nu misschien iedereen. In Nederland met zijn VINEX-verleden is het niet anders (behalve Friso de Zeeuw natuurlijk). Er gloort hoop.

 

At the Edge

On 21 oktober 2016, in participatie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Bogotá at the edge’ (2004) van Matias Sendoa Echanove:

 

Afbeeldingsresultaat voor bogota's population growth

 

Bogotá, Colombia, telt ruim 7 miljoen inwoners en groeit onverminderd door, al decennia mede vanwege de vele onlusten in de binnenlanden. Onlangs werd ik gevraagd om de stad te adviseren. Het structuurplan dateert van 2000 en werd in 2003 herzien. In 2013 werden nieuwe doelen voor de stad geformuleerd: aanpassing aan de klimaatverandering en de ontwikkeling tot een compacte en inclusieve stad. Bogotá is al vrij compact gebouwd, maar het stadscentrum ontvolkte juist en is tamelijk leeg; de hoogste dichtheden worden juist bereikt in de buitenwijken. Aan de oostkant bevinden zich de bergen, de Cerros Orientales, in het westen strekt zich een savanne uit, de Sabana de Bogotá, de stad zelf ligt in een nat rivierdal, 2,664 meter boven zeeniveau. Dat dal is door de turbulente verstedelijking inmiddels zo goed als volledig volgebouwd. De laatste twintig jaar wordt de stad met visie, enthousiasme en wijsheid bestuurd, een hoopgevende ontwikkeling die te danken is aan een verregaande decentralisatie van de staat in 1990, waardoor de steden zichzelf kunnen organiseren, van onderop; in die positieve ontwikkeling past het recente initiatief van de stad om een nieuw toekomstplan te maken.

De problemen in Botogá zijn echter groot: de helft van de bevolking is arm en werkt in de informele economie. Er is te weinig werk en de dynamiek is groot, dus arme mensen hebben vaak weinig keuze en kunnen gemakkelijk kiezen voor de zelfkant van de samenleving. Uitgerekend zij – arm en werkloos – zijn het die in hoge dichtheden leven in de buitenwijken. De meeste van deze spontane nederzettingen zijn na 2000 overigens gelegaliseerd en de overheid heeft geprobeerd ze met openbaar vervoer te ontsluiten; ook infrastructuur van water en elektriciteit werden aangelegd. Daarmee is al een flink verbetering opgetreden. Maar participatie van de bevolking, al jaren een doel, lukt niet echt. De bevolking wantrouwt de overheid en de overheid weet niet hoe ze de bevolking kan bereiken. Het grote voordeel van die situatie is dat Bogotá als geen andere stad in Zuid-Amerika op zoek is naar nieuwe vormen van open planning of, zoals Matias Sendoa Echanove alweer tien jaar geleden schreef: “Bogotá is on the verge of becoming a model of participatory politics. Although it has not yet been very successful at realizing its intentions, the ingredients are there to make it one the world most progressive city. More than ever creativity and vision are needed to help bridge the gaps between the population and the government.” Die nieuwsgierigheid lijkt me juist heel aantrekkelijk. Ook ik ben zeer benieuwd.

Tagged with: