De stad en de universiteit

On 4 september 2014, in economie, stedenbouw, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Urban University and its Identity’ (1998) van Herman van der Wusten (red.):

Mooi artikel van Thomas Bender in de serie over de verhouding tussen de stad en de universiteit, bijeengebracht door Herman van der Wusten, Universiteit van Amsterdam. Ik las het in ‘The Urban University and its Identity’. Bender is historicus aan New York University. Zijn grootste zorg, schrijft hij, is dat de universiteit steeds meer suburbane trekken krijgt, een enclave wordt en zich afzondert van de stad. “Is it why the analysts from the suburban San Francisco Bay Area so easily see no difference between city and university?” Hij ziet er een groot gevaar in. “Both vitality and relevance are at risk.” Stad en universiteit beschouwt hij als natuurlijke partners, vooral sinds we ons steeds meer bewegen naar een kenniseconomie. Zijn kritiek richt zich op de onderzoekers die in hun academische ijver puurheid nastreven, dialoog inruilen voor publicatie, en steeds verder verwijderd raken van alledaagse problemen van mensen. Buiten de universiteit hebben zich tal van denktanks, commerciële bureaus en onderzoekscentra ontwikkeld die dit wel doen. De universiteit heeft niet meer het monopolie op kennis.

Een keer ten goede ziet Bender in een universiteit die weer empirisch onderzoek doet in de eigen stad, niet te beroerd is om de dialoog aan te gaan met de stedelingen, nieuwe multiculturele studentenpopulaties weet aan te trekken, buitenlanders toe te laten, een publieke sfeer te creëren, desnoods te populariseren. “By reorienting academic culture from the nation to the metropolis, and from national cultures to the metropolitan cultures in which universities are deeply implicated, one might thereby acquire important new resources for the making of the pluralised public culture that must be constructed in the coming generation.” Bender, die gelooft dat de wereldeconomie steeds meer georganiseerd is in een netwerk van internationale steden, beschouwt een hecht in de eigen stad ingebedde universiteit als cruciaal voor groei en ontwikkeling. “To effectively enact this role, the university, at least in its metropolitan form, must resist its internal tendency toward suburbanisation.”  Diezelfde New York University werkt op dit moment aan een uitbreiding van haar campus, middenin Greenwich Village. Kosten: 6 miljard dollar. De omwonenden zijn tegen. Welkom in de grote stad!

Tagged with:
 

Urburb

On 3 september 2014, in politiek, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gezien in Venetië op 31 juli 2014:

Het paviljoen van Israël tijdens de 14e architectuur biënnale in Venetië zette me aan het denken. Het is gevuld met vier printers die elk in fijn zand telkens weer vanuit het niets een ruimtelijk patroon schrijven: het land Israël, de joodse stad, de buurt en het bouwblok. Titel: the Urburb. Het geheel wil duidelijk maken dat het antistedelijke sentiment diep geworteld is in de Israëlische samenleving en vanaf het allereerste begin van de joodse staat – tweede helft negentiende eeuw – door de politiek opgelegd. Uit de tekst maak ik op dat vooral het Plan Sharon centraal staat. Sharon was leider van de Likud partij en vanaf 2001 premier van Israël. Hij was tegen grote steden en gebood de bouw van nieuwe nederzettingen, zowel in Israël zelf als in bezet Palestijns gebied. De steden in Israël zijn bijgevolg relatief klein, niet urbaan, niet suburbaan, en zelf weer onderverdeeld in relatief afgesloten buurten. De opbouw van Jeruzalem strekte tot voorbeeld; deze heilige stad wordt gekenmerkt door sterke interne segregatie.

Zelfs op blokniveau is er topdown gepland: het blok als "an independent agent dropped from above, free-standing on the plane, open on every side and usually set on pilotis." Het Israëlische paviljoen toont daarmee een politieke ruimtelijke orde volgens modernistische principes die als doel had "to create small egalitarian communities while accommodating a large and diverse population; to spread throughout the country while converging and closing-in; and to reconnect to the land via a top-down planning system that treats the surface as a clean slate." Honderd jaar modernistische stedenbouw en ruimtelijke planning hebben in Israel de Urburb opgeleverd, dat is iets tussen stad en land in, en dat uitgesmeerd over het kleine land, alsof het een lege zandvlakte is, van bovenaf gepland, compleet maakbaar. Het is net VINEX. De gelijkenissen met de Nederlandse ruimtelijke orde, begreep ik ineens, zijn treffend.

Tagged with:
 

Nieuwe ronde corridorbeleid?

On 2 september 2014, in economie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘OECD Territorial Review Netherlands’ (2014):

 

Per cent of metropolitan area population
in the urban core, 2012

Met belangstelling gelezen: de nieuwe Territorial Review van Nederland, opgesteld door de OECD, eind april 2014 verschenen. Helder rapport, duidelijke opdracht. Wat de Nederlandse economie relatief zwak maakt, is het ontbreken van voldoende agglomeratievoordelen, aldus de OECD. Nederland mist een echt grote stad. De provincies met de zwakste stedelijke structuur doen het economisch ook slechter. Wat de regering te doen staat is het ontwikkelen van een ‘national urban policy framework’, gericht op het vergroten van de agglomeratievoordelen, ze moet minder nadruk leggen op stedelijke problemen. Nodig is nu een echt grootstedelijk beleid "with a holistic and strategic focus aimed at enhancing the growth potential of FUAs" (Functional Urban Areas). En ze moet zekerstellen dat toekomstige bevolkingsgroei ‘transforms into agglomeration benefits." Hoe zal ik het zeggen? De regering moet gunstige voorwaarden scheppen voor de ontwikkeling van grote steden in dit land.

Zal ze dat ook doen? Dat valt ernstig te betwijfelen. Provincies zullen elk beleid dat in deze richting tendeert fel bestrijden, en de belastinghervorming die met de noodzakelijke decentralisatie gepaard dient te gaan zullen de Haagse departementen niet lusten. Het staat ook haaks op het beginsel van ‘verdelende rechtvaardigheid’ waarop deze republiek in 1814 is gegrondvest. Trouwens, een decennialang beleid van ruimtelijke deconcentratie zet je niet zomaar overboord. Gelukkig wordt er door de OECD ook een ontsnappingsroute geboden. "Economies of agglomeration in the Netherlands can also be enhanced by improving connectivity between functional urban areas." Het staat er alsof het door de partijen vooraf is uit-onderhandeld. Je mag ook smokkelen door (nog) meer snelwegen en spoorlijnen te verbreden. Tussen Brabant en de Randstad, tussen Gelderland en Flevoland, tussen Flevoland en Noord-Holland. Dat was men in Den Haag toch al van plan. Hoeft men geen grote steden te bouwen. Doen we net alsof heel Nederland een uitgestrekte stad is. Een uitdaging ook voor een Ministerie van Infrastructuur; EZ en Verkeer hebben elkaar daar altijd goed op kunnen vinden. Dus op naar een nieuwe ronde corridorbeleid, vrees ik. De A2, de A4, de A6, de A27, de A… Maar alvorens daartoe te besluiten nog even kijken naar bladzijde 175. Daar wordt voor circa dertig landen het aandeel van de metropolitane bevolking dat in de kernsteden woont met elkaar vergeleken. Nederland bungelt onderaan, op het niveau Polen, Hongarije en Slowakije. Veel beter presteren Frankrijk, Groot-Brittannië, Canada en de VS (sic!). Helemaal bovenaan staan de Aziatische tijgers. Die profiteren maximaal van …. agglomeratievoordelen!

Na het Modernisme

On 1 september 2014, in geschiedenis, hoogbouw, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Acquiring Modernity’ (2014):

Het paviljoen van Koeweit op de Architectuur Biënnale van Venetië zelf maakte geen grote indruk op me. De publicatie des te meer. In ‘Acquiring Modernity’ blikt de oliestaat aan de Perzische Golf terug op honderd jaar Modernisme in de regionale architectuur, precies zoals curator, Rem Koolhaas, de betrokken landen had gevraagd te doen. In de uitgebreide brochure bij de tentoonstelling valt goed na te lezen waaruit die bijdrage in Koeweit zoal bestond. Een van de artikelen is van de hand van Hassan Hayat en geeft een overzicht van de ontwikkeling van Koeweit Stad. In ‘The Unfinished City’ beschrijft hij nauwgezet en openhartig hoe deze stad van vier miljoen inwoners sinds de onafhankelijkheid in 1961 het Britse masterplan uit 1951 van Minoprio, Spencely and MacFarlane overboord zet en, na de vondst van olie, inzet op ongeremde expansie. Het nieuwe plan uit 1971 stelt de vernietiging van de oude stad voor en de bouw van een nieuwe hoofdstad. Ontwerp: Colin Buchanan and Partners.

De expansie van Koeweit stad valt samen met het Pan-Arabisme. Hayat: "Ministries and government entities divide multi-million dinar projects under their supervision. Within their internal structures, power fragments into a bureaucratic orgy of executives, vice executives, chief executives, deputy general managers, and vice general managers, so that the ultimate decision-making is paused and projects become unmanageable." Maar dat niet alleen. De oliecrises van 1973 en later gooien roet in het eten; de uitvoering van het tweede masterplan loopt hierdoor spaak. Ze worden gevolgd door de revolutie in Iran in 1979, uitmondend in de oorlog tussen Irak en Iran. In 1982 belandt Koeweit in een hevige recessie. En dan, in augustus 1990, vallen tot overmaat van ramp de Iraki’s het golfstaatje binnen. Koeweit stad wordt hevig gebombardeerd. "As Kuwait recovered from the Invasion, the Gulf region boomed. Globalism crept its way into people’s homes through their televisions, Internet, and pop culture. Dubai and Quatar dominated regional and global media, offering a strong vision of what the future could be." Koeweit stad doet echter niet mee. Hoogbouw blijft uit. Waarom? Hayat: "In the confusion of an erased past and loud regional and local influences, the various subcultures that made up Kuwait each wanted their presence to be seen and felt in the built environment." Voor Hayat staat het vast. Niet langer moet het oude vervangen worden door het nieuwe. Het Modernisme is voorgoed voorbij. "Rather than importing yet another Master Plan, one should be developed locally, allowing the people to take part in shaping Kuwait of Tomorrow." Wat zeg ik? Indrukwekkend.

Tagged with:
 

Het belang van innovaties

On 29 augustus 2014, in geschiedenis, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘City of Fortune’ (2011) van Roger Crowley:

Kun je van de geschiedenis leren? Deze vakantie las ik Roger Crowley’s ‘City of Fortune’. In het jaar 1203 telde Constantinopel (het huidige Istanbul) liefst vierhonderd- tot vijfhonderdduizend inwoners. De stad was daarmee veruit de grootste metropool van de hele Christelijke wereld. Ter vergelijking: Parijs en Venetië telden elk niet meer dan zestigduizend inwoners. "They looked on Constantinopel for a long time because they could scarcely believe there could be such an enormous city in all the world," schreef Villehardouin, die doelde op de kruisvaarders die in 1203 begonnen waren aan de vierde kruisvaart. De kruisridders, die voor de poorten van Constantinopel stonden, waren meest afkomstig uit Frankrijk; ze lieten zich overzetten door zeelieden uit Venetië, op schepen die in Venetië waren gebouwd. Venetië had daarmee commerciële belangen in het slagen van de kruisvaart. Voor Constantinopel zelf waren de West- en Zuid-Europeanen dwergen. De enige andere stad die voor haar inwoners telde was Rome. "The Greeks wanted nothing to do with these western puppet who had promised submission to Rome." Het zou ze flink bezuren. Roger Crowley ziet de slag om Constantinopel als het begin van de opkomst van Venetië als machtige handelsstad.

De ondergang van Venetië laat Crowley samenvallen met de verovering door de Turken van het oostelijke Middellandse Zeegebied. Hier ontmoetten twee imperiale mogendheden elkaar: "the Christian and the Muslim, the sea-going merchant class concerned with trade, the continental warriors whose valuations were counted in land holdings; the impersonal republic that prized liberty, the sultanate that depended on the autocratic whim of a single man." (Dit klinkt actueel, iets als: Europa versus Rusland) Toch is de ondergang van Venetië niet veroorzaakt door de Turkse veroveringen. De werkelijke reden waren de handelsstromen die zich verlegden van de Middellandse Zee naar de Atlantische Oceaan en, via de Kaap de Goede Hoop, richting het Verre Oosten. Dankzij scheepskundige innovaties. "All the old trade routes and their burgeoning cities that had flourished since antiquity were suddenly glimpsed as baclwaters – Cairo, the Black Sea, Damascus, Beirut, Baghdad, Smyrna, the ports of the Red Sea and the great cities of the Levant, Constantinopel itself – all these threatened to be cut out from the cycles of world trade by ocean-going galleons." Winnaar bleek Lissabon, dat nu sterk begon te groeien. De historische les is dus: niet veroveringen, maar handel en innovaties zijn beslissend voor welvaart en stedelijke bloei.

Tagged with:
 

Duurzame alternatieven

On 28 augustus 2014, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 23 augustus 2014:

Twee berichten in dezelfde economiebijlage van NRC Handelsblad. Het eerste betreft een interview met Erik van der Noorda, de nieuwe topman van bouwbedrijf Ballast Nedam. Het kwakkelende bouwbedrijf behoort tot de grootste vier van Nederland. Van der Noorda is aangetrokken om het mammoetbedrijf te redden. Hij denkt dat het hem zal lukken, ook al bleek onlangs dat het bedrijf een verlies van 87 miljoen moet nemen op de verbreding van de A15. Hij denkt een goede kans te maken nu hij de aanbesteding heeft gewonnen voor de verbreding van de A9, ter waarde van 700 miljoen euro. Van het meedingen naar de nieuwe sluis bij IJmuiden ziet hij af. De A9, dat is de gebogen snelweg tussen Ouderkerk aan de Amstel-Amstelveen-Badhoevedorp-IJmuiden – de tweede ring om Amsterdam. Een deel van het Amsterdamse Bos zal daarvoor worden omgekapt.

Het andere bericht betreft de malaise in de autoverkopen in Nederland. De branche staat er slecht voor. Vorig jaar werden liefst 12 procent minder auto’s verkocht. Koops Furness, een van de grootste autodealers, verkeert in problemen. Eerder dit jaar ging al Pouw failliet. Ook Stern staat er slecht voor. Max Erich, sectoreconoom Automotive bij ING, komt aan het woord. Wat blijkt? Autobezit is voor veel mensen te duur geworden, zegt hij. Brandstof, motorrijtuigenbelasting, onderhoud, het is een kostbare zaak. En dan is er de crisis. Maar dat is niet het enige. Vooral jongeren laten het afweten. Die kiezen niet langer voor een eigen auto, zegt Erich. Ze willen duurzamere alternatieven, zoals Car2Go, Greenwheels en, vooral, de fiets. “Zeker in de grote stad.” Dus terwijl de regering doorgaat met kostbare wegverbredingen, is peak car in de grote steden allang gepasseerd. De autobranche krijgt het door, het ministerie nog niet. Over het bezoek aan het Amsterdamse Bos stond overigens, vanwege het WK roeien, ook een mooi stuk in diezelfde zaterdagkrant: de recreatie in dat bos neemt de laatste jaren sterk toe. Vooral fietsers.

Tagged with:
 

Echte krimp

On 27 augustus 2014, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Last Man in Russia’ (2013) van Oliver Bullough:

The Last Man In Russia by Oliver Bullough

Alcoholisme is de norm in Rusland, aldus de Britse historicus Bullough. Nergens ter wereld wordt zoveel alcohol ingenomen als in het Russische rijk van Vladimir Poetin. De gemiddelde levensverwachting van de Russische man ligt amper boven de zestig jaar. De afgelopen twee decennia is hij met nog eens vier jaar gedaald. De Russische bevolking krimpt sterk. Telde het grootste land ter wereld in 1991 nog 148 miljoen inwoners, in 2010 was haar aantal gedaald tot 142 miljoen. "The Russian nation is shriveling away from within." Drank is de hoofdoorzaak. Waarom drinken de Russen zoveel? Daarover gaat ‘The Last Man in Russia’. Het boek schetst een huiveringwekkend beeld van het naoorlogse Rusland. Mensen zijn er op grote schaal gaan drinken omdat de Russische staat de mensen al honderd jaar niet vertrouwt en er alles aan doet om de mensen ongelukkig te maken.

Een paar recente cijfers. Rond Moskou, in het oude machtscentrum van het Russische rijk dat ooit Napoleon en Hilter weerstond, is het beeld er een van armoede en ontbering. "Thousands of villages are empty. Thousands more are home to a handful of pensioners, and will be empty too within a couple of decades. Some towns have halved in population in twenty years." Voor Rusland als geheel is het beeld nog dramatischer. Van de 153.000 dorpen die het immense land telt, zijn nu 20.000 dorpen verlaten. Nog eens 35.000 dorpen tellen minder dan tien inwoners. De inwonertallen van de steden zijn nog veel sneller gedaald. Sinds 2000 verloren de Russische steden 3,7 miljoen inwoners, dat is meer dan 3 procent. Feitelijk is het moderne, ontwikkelde land dus bezig met een proces van ontstedelijken. Dat is uniek. Ook de bevolking van Frankrijk en Duitsland krimpt, maar die krimp is anders. In Rusland is de oorzaak gelegen in een vroege dood. Door drankmisbruik. Grote uitzondering is Moskou. Alleen Moskou groeit. Daar heeft zich tachtig procent van het Russische kapitaal geconcentreerd. De stad telt nu meer dan 10 miljoen inwoners, de talloze illegale immigranten niet meegerekend. Ze is daarmee veruit de grootste metropool van Oost-Europa. Zal ze verder groeien? Terwijl de rest van het land leegloopt? Hoe loopt dit af? Kan dit goed aflopen? Lezen dit boek!

Tagged with:
 

Maakbaarheidsdenken

On 26 augustus 2014, in geschiedenis, technologie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Red Plenty’ (2010) van Francis Spufford:

In 1930 schaften de Bolsjewieken in de Sovjet Unie de universiteiten af; hun hooglerarenstaven werden door Stalin gezuiverd. Vervolgens richtten ze de universiteiten opnieuw op, nu als fabrieken – VUZy’s en VTIZ’s – waar de intellectuelen op grote schaal voor de nieuwe samenleving zouden worden klaargestoomd. Alle sociale wetenschappen gingen in de ban. Wat overbleef waren alleen de technische universiteiten en de bèta-faculteiten. Uitsluitend ingenieurs, meenden de Sovjets, waren nodig om de gewenste industrialisatie gestalte te geven, sociale wetenschappen beschouwden ze als overbodig, die werden door het Marxisme-Leninisme vervangen, of eigenlijk werden we als kritisch en staatsgevaarlijk beschouwd. Meer dan de helft van de studenten studeerde vanaf nu af op techniek; filosofie, sociologie, antropologie, ze werden vrijwel niet meer gepraktiseerd. Francis Spufford schrijft in ‘Red Plenty’ overigens dat dit paste in een bekend Russisch patroon: "The Russian intelligentsia had always been committed to modernising Russia: and what were these chimneys but modernity on the march?"

Technici regeerden vanaf nu, de economie domineerde, iedereen was optimistisch, maar verstand van de complexe maatschappij hadden de nieuwe intellectuelen niet. “It had always been prone to believing in panaceas, in ideas that could solve every problem all at once: and what was Bolshevism but the ultimate key to open all locks, the last and best and greatest system of human knowledge?” Op universiteiten werd überhaupt geen onderzoek meer gedaan, er werd daar alleen nog onderwezen. Onderzoek gebeurde in aparte instituten in wetenschapssteden – onderzoek was daar uitsluitend op valorisatie gericht. Het resultaat? Een te groot zelfvertrouwen in de samenleving, een naïef maakbaarheidsgeloof, een ongekende oplossingsgerichtheid. Er was, schreef Spufford, geen ruimte meer voor pessimisme. Door dit optimistische vooruitgangsgeloof creëerde de nieuwe ingenieurskaste op den duur grote frustraties en veroorzaakte ze hele grote maatschappelijke problemen. Economisch ging het al snel ook minder zonder dat men doorhad waardoor dit precies kwam. Zelden las ik overtuigender dat een samenleving en een economie niet kunnen functioneren zonder actieve beoefening van de sociale wetenschappen.

Tagged with:
 

Egel of vos?

On 25 augustus 2014, in literatuur, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Hedgehog and the Fox’ (1953) van Isaiah Berlin:

Mooi essay van Isaiah Berlin over ‘War and Peace’ van Lev Tolstoi. ‘De vos weet vele dingen, maar de egel weet één groot ding.’ Dat betekent, er zijn mensen die denken vanuit één groot systeem en leven vanuit één visie, terwijl andere mensen vele doelen tegelijk nastreven, vaak onderling niet verbonden, althans niet gerelateerd aan één moreel of esthetisch principe. De Britse filosoof Berlin ziet Tolstoi als een vos, maar een met de stille ambitie om tegelijk ook een egel te zijn. In zijn ‘Oorlog en vrede’ schetst de grote Russische schrijver een wereldbeeld waarin niemand greep heeft op de loop der gebeurtenissen, theorieën, wetten en abstracties gelden hier niet, alles is chaos, alles draait om een veelheid van concrete zaken die uitsluitend te relateren zijn aan individuele behoeften. "It aims to show that men are never in control of events and indeed that the more they seek to control them, the more futile they become." Zelfs, of bij uitstek, de grote Napoleon heeft bij Tolstoy geen vat op de gebeurtenissen. Tegelijk voert Tolstoi de Russische generaal Kutuzov op als een held die zijn eenvoudige instinct gebruikt, geduldig afwacht, niet ijdel is, en meebeweegt met de golven van de geschiedenis. Tolstoi gaat uit van "the unplanned and unplannable character of all great events."

Waarom is dit essay relevant voor planologen? Ook planologen kunnen beter vossen zijn, dan egels. Een planoloog – "official specialist in managing human affairs" – kan zich beter niet spiegelen aan een Dante of een Marx, wel aan een Montaigne, Erasmus, Goethe, Balzac of Joyce. Pluralisme past hem beter dan monisme. De gedachte dat de toekomst uitgestippeld kan worden of te plannen is, is ronduit suspect. Tolstoy acht het zelfs onmogelijk "that individuals can, by the use of their own resources, understand and control the course of events." Is Tolstoi daarmee een pessimist? Berlin denkt van wel. Zelf denk ik van niet. Realist dan? Nee, een planoloog is, net als Tolstoy, zowel vos als egel tegelijk. Hij ziet de betrekkelijkheid van wetenschap, visie en kennis; tegelijk verlangt hij naar eenheid. Berlin: "Like Moses, he must halt at the borders of the Promised Land; without it his journey is meaningless; but he cannot enter it; yet he knows that it exists; and can tell us, as no one else has ever told us, all that is not – above all, not anything that art, or science or civilization or rational criticism, can achieve."

Tagged with:
 

Peri-urbaan

On 22 augustus 2014, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 16 augustus 2014:

06-carte.jpg 

Deze zomer verscheen van de hand van Peter Giesen een interessant artikel over ‘een volksverhuizing’ die zich zou voltrekken in Frankrijk: "het noorden raakt ontvolkt, het zuiden trekt nieuwkomers met werk en welvaart." Giesen baseerde zich op een artikel in Les Echos, het onderzoek zelf dateert echter al van 2010 en is dus vier jaar oud. In ‘L’Attractivité Résidentielle des Aglommérations Françaises’ schilderen Hervé Alexandre, Francois Cusin en Claire Juillard van Dauphine Universiteit in Parijs een geografisch beeld van snel toenemende contrasten tussen regio’s. Steden in het noorden verliezen bevolking, die het zuiden en zuidwesten winnen bevolking. Toulouse, Rennes en Bordeaux zijn winnaars, steden als Lille (met majeure investeringen als Euralille om het tij te keren), Le Havre en Mulhouse de grote verliezers. Zelfs Parijs krimpt licht. Steden rondom Parijs – Orléans, Compiègne, Chartres en Reims – doen het nog slechter. Giesen: "Het zuiden is ook voor Fransen een aantrekkelijk lifestyle-concept. In de Midi lijkt het leven lichter dan in de regen van de Vogezen of de smog van Parijs: mooi weer, lekker eten, de zee, de bergen." Voor zijn reportage trekt de journalist naar Toulouse om er de sfeer te proeven. Het is er, schrijft hij, competitief, maar ook ontspannen. Heerlijk vakantienieuws. Maar het klopt niet helemaal.

Alexandre, Cusin en Juillard zijn genuanceerder in hun conclusies. Veel binnenlandse migratie in Frankrijk komt neer op peri-urbane ontwikkelingen: gezinnen en welvarende burgers trekken naar de uiterste randen van de steden. Tegelijk constateren de onderzoekers een renaissance van de binnensteden. Het verlies is daar beperkt. Hoe het zit. Zestig procent van de Fransen woont in stedelijke gebieden. Van deze stedelingen woont 8 procent in de kerngemeente, 60 procent op het omringende platteland, 33 procent is peri-urbaan. Voor Frankrijk als geheel: 28 procent in de steden zelf, 32 procent suburbaan, 22 procent peri-urbaan en 18 procent landelijk. De werkelijke trend in de Franse ontwikkeling is die van de peri-urbanisatie. Industriële steden worden lelijk gevonden en lijden daarom het sterkst onder deze trend. De pre-industriële steden in het zuiden en zuidwesten hebben er minder last van. Er is dus geen sprake van een ‘volksverhuizing’. De migratie is een regionale. Mensen verlaten de minst aantrekkelijke stedelijke gebieden om daarbuiten te wonen, de aantrekkelijke hebben daar minder last van. Daarover wordt in Frankrijk op dit moment een hevig debat gevoerd; dat debat gaat over het dichtslibben van het mooie Franse platteland met lelijke, uniforme laagbouw. Hetzelfde verschijnsel zien we in Nederland. De OECD wees er onlangs nog op: “While urban expansion is a normal response to economic development and population growth, uncontrolled expansion characterised by low density, segregated land use and insufficient infrastructure is in many cities counteracting the potential benefits of urbanisation”

Tagged with: