Silicon Roundabout

On 7 november 2014, in economie, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in The Guardian van 10 maart 2014:

Iemand zei me laatst dat Londen goed bezig is nu het een Tech City aan het ontwikkelen is, een heus ecosysteem waarin startups in de Britse metropool kunnen gedijen. Amsterdam zou dat ook moeten doen. Hij bedoelde Silicon Roundabout, een deel van Shoreditch dat een paar jaar geleden voorwerp werd van de Tech City Strategy van het Londense gemeentebestuur en de Britse regering. Kort na 2000 was dit inderdaad het gebied in Oost-Londen waar kleine startups gevestigd waren. Maar nu niet meer. In ‘The slow death of Silicon Roundabout’ beschrijft Cory Doctorow, zelf inwoner van de buurt, hoe de overheid vakkundig een einde maakte aan het levendige milieu van internetpioniers van Shoreditch door het als zodanig te gaan promoten. Maar eerst de naam. Die werd in 2008 gemunt door Matt Biddulph, zelf in de buurt woonachtig en eigenaar van Dopplr. "If this goes on, some awful estate agent will start calling us Silicon Roundabout," zei hij ooit. Zelf deden hij en zijn vrienden er lacherig over, maar de gemeente maakte het tot een ernstige zaak, een doel, een missie.

Startups, schrijft Doctorow, zijn vreemde vogels. "Most of them fail." En als ze al succesvol zijn, dan vergeten ze het liefst al hun eerdere mislukkingen. "They are fizzy." Het patroon is als volgt: de jongeren werken voor een startup die mislukt, met een collega gaan ze aan de slag bij een ander; dit doen ze een aantal keren tot ze ergens hun vrienden treffen; met hen beginnen ze vervolgens hun eigen startup. "Almost everything that startups do comes to nothing." Maar overheden duiken erop alsof het allemaal succesverhalen zijn. En zo werd Silicon Roundabout geboren. Daar tref je nu ‘incubators’ met mooie bureaus. De gemeente, aldus Doctorow, is niet geïnteresseerd in vreemde vogels die broeden in goedkope, kleine leegstaande kantoren. In zijn straat gingen de goedkope panden zelfs tegen de vlakte om plaats te maken voor studentenhuisvesting. Internationale studenten, wel te verstaan. De gemeente handhaaft niet. Het enige dat economisch groeit in Shoreditch zijn de makelaars en aannemers."The startups that gave it its ridiculous name are gone."

Tagged with:
 

Archaisch

On 6 november 2014, in innovatie, stedenbouw, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 23 juli 2014:

Excellentie, innovatie en economische groei, welke omgeving hebben ze nodig? Deze week moest ik een lezing hierover geven voor de opleidingsdirecteuren van Amsterdam Science Park. Dat ik de stad zie als een grote campus, zullen ze graag willen geloven. Maar veel hebben ze er niet aan. Wat moet er op Science Park gaan gebeuren? De campus is zeker een geschikt model. Wonen, werken, studeren en onderzoeken, alles op ‘een open veld’, dat was het architectonische programma van Thomas Jefferson, die als architect tevens president van Amerika, uit Oxford, Cambridge en Harvard eind achttiende eeuw een schitterende classicistische universiteitscampus voor Virginia ontwierp. Het klooster werd bij hem een dorp. Opnieuw las ik een column van Coen Teulings, die niet alleen hoogleraar is aan de Universiteit van Amsterdam, maar sinds ruim een half jaar ook aan die van Cambridge, Groot-Brittannië. Zijn vrouw doet in Delft onderzoek naar campussen. In NRC Handelsblad schreef hij er afgelopen zomer een column over. Misschien wel speciaal voor haar.

De universiteit van Cambridge, aldus Teulings, is gehuisvest in kasteelachtige gebouwen. Ieder college heeft een eigen identiteit, ze is een wereld op zichzelf. “Ieder college heeft een eigen gebouw, een ommuurde veste, slechts toegankelijk via de Porter’s Lodge.” Binnen gelden tal van ongeschreven regels die ver teruggaan in de tijd, het zijn oude rituelen, en uit alles spreekt diep respect voor wetenschappelijke kwaliteit. De econoom Teulings, kennelijk in gesprek met zichzelf en met zijn studiegenoten, merkt op dat een dergelijke universiteit geen toonbeeld is van efficiency. “Die ondoelmatigheid is juist goed. Het houdt een universitaire cultuur levend die door de eeuwen heen veel nieuwe inzichten heeft gebracht.” Teulings: “Archaïsche tradities helpen blijkbaar een cultuur te conserveren waarin excellentie goed gedijt.” En renderen doet het ook, want Cambridge University draait al vier eeuwen lang een omzet van meer dan een miljard pond. Teulings: “Ik verkeer regelmatig in totale verwarring.”

Tagged with:
 

Smart Cities

On 5 november 2014, in duurzaamheid, economie, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Smart about Cities’ (2014) van Maarten Hajer en Ton Dassen:

Vorige week een masterclass gegeven aan veertien internationale studenten uit het Amsterdam Excellence Scholarship-programma van de UvA en zeven excellente studenten uit verschillende masterprogramma’s binnen Nederland. Onderwerp: ‘Smart Cities’. Drie uur lang spraken we over het onderwerp aan de hand van het recent verschenen boek van het Planbureau voor de Leefomgeving, i.c. het essay van Maarten Hajer. In ‘On Being Smart about Cities’ stelt de directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving dat het vertoog over slimme steden tot nu toe a-historisch is en zich weinig gevoelig toont voor sociale context waarin steden zich ontwikkelen. Technologische preoccupatie staat een bredere, meer vruchtbare benadering in de weg. Steden moeten economische groei combineren met ambitieuze duurzaamheidsdoelen die per saldo zullen leiden tot beduidend minder energie- en grondstoffengebruik. Juist een meer historische en gedragswetenschappelijke aanpak is hard nodig om te overleven.

Doordat de studenten uit alle studierichtingen behalve geografie en planning afkomstig waren konden we het onderwerp onbevooroordeeld bespreken. Moeiteloos schakelden we tussen fundamentele vragen als ‘wanneer en hoe veranderen wij ons gedrag?’ naar ‘hoe intelligent zijn steden?’ Tussendoor ging het over: ‘welke invloed heeft onze omgeving op ons gedrag?’ en ‘wat is het verschil tussen ons aanpassen en creatief zijn?’ Ook stonden we stil bij de vraag of een kritische houding en het koesteren van wetenschappelijke twijfel voldoende zijn om ons snel aan kunnen te passen aan een veranderende omgeving. Is, anders gezegd, de wetenschap wel voldoende wendbaar en innovatief? Tegenover hoogtechnologische steden als New Songdo plaatsten de studenten, waarvan sommigen zelf afkomstig uit India en Midden Amerika, de slums en favela’s van Mumbai en Mexico City. Overheden maken daar steeds dezelfde fouten. Biedt de ’smart city’ daar wel oplossingen voor? Een student vroeg: wat is het doel van steden? Dat wisten we niet goed. We refereerden aan de natuur. Vergelijkingen werden gemaakt met dieren en planten. Welke organismen passen zich het snelste aan? Ondertussen vertelden we elkaar verhalen, uitmondend in de speculatie dat fictie met zijn spanningsboog en vermogen om soms miljoenen mensen te boeien, veel meer dan non-fictie, ons zou kunnen redden. Iemand wilde weten waar dit gesprek nu precies over ging.

Tagged with:
 

Stedenbouw begrijpen

On 4 november 2014, in geschiedenis, stedenbouw, by Zef Hemel

Gehoord in Rotterdam op 27 oktober 2014:

Book cover 'Atlas of the Functional City'

Op het symposium bij de presentatie van de ‘Atlas of the Functional City’, afgelopen dinsdag in een steenkoude kerk in Rotterdam, spraken overwegend kunsthistorici. Hun lezingen gingen over het legendarische vierde congres van C.I.A.M. (Congrès Internationaux d’Architecture Moderne) dat in de zomer van 1931 was gehouden tijdens een boottocht tussen Marseille en Athene. Het eerste exemplaar van het vuistdikke boek, gesponsord onder andere door de EFL-stichting, werd vlak voor de pauze in ontvangst genomen door Titia Frieling, de weduwe van stedenbouwkundige Dirk Frieling. In haar dankwoord herinnerde ze aan de bijzondere werkwijze van de architecten die zich destijds verzameld hadden op het schip. Van Eesteren had er haar en haar man veel over verteld. Architecten uit vele landen werkten er samen, hun vergelijkend onderzoek naar steden vond plaats in een informele, kameraadschappelijke sfeer. Diezelfde coöperatieve werkwijze had ze later ook aangetroffen in Nederland Nu Als Ontwerp en nog weer later in De Nieuwe Wibaut.

Kunsthistorici zijn niet in werkwijzen geïnteresseerd. Hen interesseren alleen de kaarten. Gregor Harbusch uit Zürich sprak over de stadsanalyses, de Berlijnse historicus Thomas Flierl over Moskou, waar het congres oorspronkelijk had moeten plaatsvinden, Lara Voerman over de technische realisatie van het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam, Vincent van Rossem, hoogleraar architectuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, over de invloed van Fritz Schumacher op het denken van Cornelis van Eesteren (‘Eerst denken, dan pas ontwerpen’). Na afloop van de lezingen volgde discussie. Gevraagd werd naar de communicatie rond het congres. Wat kwam er naar buiten? Het was een vraag waar de sprekers niet goed raad mee wisten. Ook op de vraag naar nieuwe inzichten die het negatieve imago van de functionele stedenbouw zouden kunnen bijstellen kwam geen respons. Ten slotte volgde een vraag over de bewoners. Waren zij door de architecten van CIAM ooit gehoord? Doodse stilte. Voerman vertelde over persoonlijke brieven van Van Eesteren, gevonden in de archieven, met burgers die over stof en zand hadden geklaagd. Van Rossem vond dit onzin. Volgens hem was stedenbouw zo ingewikkeld dat gewone burgers er toch niets van begrepen. Hoezo niet begrijpen? Kunsthistorici begrijpen niets van planning.

Tagged with:
 

In the Thick of Things

On 3 november 2014, in onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen op Business Insider van 7 mei 2014:

cornell tech campus

De derde en laatste casus in de Masterclass Stedenbouw New York 2015 wordt die van Cornell NYC Tech. Deze spiksplinternieuwe universiteit in New York – een samenwerking van Cornell University en Technion-Israel Institute of Technology – zal zijn deuren openen in 2017 op een nog te bouwen campus van 12 acres (met 2 miljoen square feet aan gebouwen) op Roosevelt island. Voorlopig zit ze in een oud gebouw. Cornell Tech moet grootstedelijke problemen helpen oplossen en New York gaan positioneren als ‘major tech center’. Gerekend wordt op circa 2.000 studenten voor in totaal acht masterprogramma’s, waarvan drie duaal: connective media, healthier life, built environment. Door alle acht loopt informatietechnologie als rode draad. De universiteit is de uitkomst van een tender, uitgeschreven door burgemeester Bloomberg die de technologische en de grootstedelijke vraagstukken met elkaar wil verbinden.  Kosten: 2 miljard dollar. Maar voorlopig zit de universiteit nog in “a nondescript third-floor loft’ in Chelsea, Manhattan, haar beschikbaar gesteld door Google. Het New Yorkse initiatief heeft bijvoorbeeld Amsterdam geinspireerd om te komen tot een soortgelijke tender, waarvan AMS de uitkomst is: Graduate School for Amsterdam Metropolitan Solutions.

Alles is hier nieuw, niets is zeker bij Cornell Tech. Het terrein op Roosevelt island is eigendom van de gemeente, die steekt er tot 100 miljoen dollar in. Cornell, nu nog gevestigd in Ithaka, ziet grote voordelen in een vestiging op Manhattan. Dan gaat het volgens de voorzitter, David Skorton, om “the rather old-school benefit of being in the thick of things. Anders gezegd:  “Interactions can occur at a very long distance now, but you still see that many, many serendipitous steps forward are based on the old concept of bumping into people, having lunch, that personal interaction,” En: “We’re already seeing that in the temporary campus, in the Google space. “Even with all our technology proximity still really matters.” Ziedaar de voordelen van een stadscampus in hartje New York. Voordelen die ook Columbia en New York University ertoe hebben gebracht flink te investeren in hun campussen in ‘The Big Apple’. Want geen universiteit kan achterblijven.

Tagged with:
 

Unequal geography

On 31 oktober 2014, in economie, by Zef Hemel

Gelezen op CityLab (The Atlantic) van 20 oktober 2014:

Are big successful cities the new normal?” Dat vraagt de Canadees-Amerikaanse economisch geograaf Richard Florida zich af naar aanleiding van nieuw onderzoek van Josh Lehner naar werkgelegenheidsgroei tussen 2007 en 2013 in Amerikaanse steden. Een artikel van zijn hand stond onlangs te lezen op CityLab. De bestudeerde periode betreft die van de economische crisis, die volgens Florida een ‘great reset’  is waarin alles anders wordt. Wat er zoal anders is geworden? Volgens Lehner, werkzaam bij het Oregon Office for Economic Analysis, zijn het de sterker wordende agglomeratievoordelen. Alle Amerikaanse steden, schrijft hij, werden hard geraakt in de eerste jaren van de crisis, maar daarna veerden ze op. Echter, vooral de grote steden met meer dan 1 miljoen inwoners creëerden toen meer banen, beduidend meer dan de kleinere steden.

Bezien over een langere periode blijkt dat tot 1995 de kleinere steden nog relatief meer banen schiepen dan de grote, maar daarna verandert dit. Tot 2008 doen de grote het niet slechter dan de kleine, waarna de grote metropolitane gebieden consequent beter gaan presteren. Die tussenperiode van gelijke groei was volgens Lehner het gevolg van de door de Amerikaanse overheid aangejaagde hypotheekmarkt met goedkope leningen, waarvan vooral de kleinere steden profiteerden en die ook mensen uit de steden heeft weggezogen. Maar in de crisis houdt deze bevoordeling op. Dan wordt zichtbaar dat de grote metropolen het gewoon beter doen. Lehner wijt dit aan hele sterke agglomeratievoordelen. Florida: “Larger metros, it seems, are the main beneficiaries from the ongoing clustering of talent, industry and investment that are part and parcel of our increasingly spiky and unequal geography.” Het is nog even wennen. VINEX bevoordeelde de kleinere steden in ons land, maar de grote steden presteren economisch gewoon beter. Jammer alleen dat onze grote steden relatief klein zijn. Waren ze groter, dan had onze economie het beter gedaan.

Tagged with:
 

Expat Valley

On 29 oktober 2014, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in BDW van donderdag 8 oktober 2014:

Belview

Langzaam verval sloop in de oude patriciershuizen in de elegante Brusselse wijk rond het Berlaymont – een oud nonnenklooster bij de eindhalte van de tram uit Tevuren. Al die mooie herenhuizen gingen vanaf de jaren zestig tegen de vlakte om plaats te maken voor betonnen kolossen voor de Europese Unie. Rond de Etterbeeksesteenweg kwam de zogenaamde ‘Europese wijk’ tot stand. In ‘Arm Brussel’ schreef Geert van Istendael het al: met Brussel komt het nooit meer goed. Jan Tromp bezocht de wijk ruim een jaar geleden samen met Van Istendael, een gedistingeerde man die, schreef hij, van binnen broeide, om de nieuwbouw van het Europese parlement en de rest van de wijk te bekijken. Van Istendael broeide vanwege het vandalisme, de afbraak, de lelijkheid. Afgelopen week liep ik er ook. Ik moest aan het artikel van Tromp denken: “Gewone winkels als een groenteman of een zaak in lampenkappen zijn amper te vinden in het Europees kwartier. In plaats daarvan wemelt het van de bistro’s, brasserieën, cafés, coffeeshops, restaurants, bars, tavernes, traiteurs, lunchrooms.” Verder alleen anonieme kantoren. En als het parlement in Straatsburg vergadert is het er stil, doodstil.

Nu las ik in een Brussels huis-aan-huisblaadje dat het weer goed zou gaan met de wijk. Aanleiding: de oplevering van de Belview-woontoren met 260 appartementen aan de Etterbeeksesteenweg. Juist de afgelopen jaren zijn de laatste gaten opgevuld met woningen, althans langs de ‘residentiele as’. Het Gewest, wakker geschud door de negatieve geluiden uit de buurt, had de ambitie om woningen te bouwen opgenomen in haar Richtschema van 2008. Sindsdien werden hier duizend nieuwe appartementen gebouwd, deels in open gaten, deels in leegstaande kantoorgebouwen. Dat wonen brengt weer leven in de wijk. Niet dat de ontwikkelaars aanvankelijk stonden te trappelen. Maar gelukkig ging het slecht met de kantorenmarkt. Jammer alleen dat de dure woningen alleen door expats worden bewoond. Of zoals een Brusselaar zei: “Het voelt hier niet echt als Brussel. Dit kon evengoed New York of Hong Kong zijn.” BDW noemt het ‘Expat Valley’. En Inter-Environnement Bruxelles wijst erop dat de woningen voor rijke inwoners van de Emiraten zijn die zich in Brusselse ziekenhuizen laten opereren. Een groenteman in de straat krijg je daar niet mee terug.

Tagged with:
 

Big business

On 28 oktober 2014, in onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Times van 22 maart 2010:

nyu new york university campus expansion 2031 plan 

Een tweede casus in de Masterclass Stedenbouw New York 2015 wordt die van New York University. Ook deze Amerikaanse universiteit wil fors uitbreiden, en wel met veertig procent. De campus in Greenwich Village krijgt een nieuwe toren aan Bleecker Street (naast die van I.M.Pei, daterend van 1966) plus drie miljoen square feet vastgoed: collegezalen, studentenkamers en kantoren. Daarnaast wil NYU haar Tech Campus in Brooklyn grondig bij de tijd brengen door de gebouwen geschikt te maken voor interdisciplinair werken. Waarom uitbreiden? Tussen 1991 en 2001 verdrievoudigde het aantal studenten dat op de campus woont; in 2031 zal het totaal aantal studenten zijn gegroeid tot 46.500 (in 2010 was dit 41.000), maar een steeds groter deel komt van buiten New York. Per student heeft N.Y.U. op dit moment minder vierkante meters beschikbaar dan Columbia (240 square feet tegenover 326). “For New York to be a great city, we need N.Y.U. te be a great university,” zei president Sexton van de universiteit. Alle nieuwbouw moet op maximaal 10 minuten lopen plaatsvinden van Washington Square. De buurtbewoners zijn echter fel tegen. Het gebied rond Washington Square achten zij monumentaal; het programma dat de universiteit wil toevoegen staat gelijk aan een extra Empire State Building. Dat willen ze niet. De universiteit wil nu de helft van het programma dicht bij de campus bouwen, de andere helft op afstand. Zal het haar lukken?

Het campus plan NYU 2031 is inmiddels weliswaar door de stad New York geaccepteerd, maar ze werd direct aangevochten door verschillende bewonersorganisaties. In januari 2014 gaf de rechter de bewoners gelijk in hun mening dat de universiteit met haar plan om vier torens te bouwen illegaal drie parken had ingelijfd, waarop de universiteit hoger beroep aantekende. “Look at the design – it’s like something out of a Japanese horror movie,” schreef iemand in The Villager over Hotel Z, de nieuwste toevoeging aan ‘the parade of NYU horribles.’ Op 14 oktober 2014 stelde de rechter de universiteit in het gelijk, maar tussen de bewoners en de universiteit komt het nooit meer goed. Die gaan nu in beroep. Ondertussen bouwen de concurrenten stevig door. “Education is a big business in New York,” zei onlangs Richard Anderson, voorzitter van The New York Building Congress. De komende vijf jaar zal er bijna 10 miljard dollar worden geinvesteerd in deze sector in de stad. Ter vergelijking: in de afgelopen vijf jaar was dit 4,2 miljard. Inderdaad, dat is ‘big business’.

Tagged with:
 

A sprawling city-within-a-city

On 27 oktober 2014, in onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen op ‘Manhattanville in West Harlem’ van Columbia University:

Columbia University gaat uitbreiden. De oude universiteit op Manhattan, New York, beschikt over beduidend minder vierkante meters per student dan andere topuniversiteiten. Harvard in Boston heeft bijvoorbeeld het dubbele aantal vierkante meters, Princeton en Yale hebben elk een derde meer ruimte. Ook andere Amerikaanse universiteiten bouwen op dit moment nieuwe campussen: University of California, San Francisco; Yale University; University of Pennsylvania; University of Michigan. De Ivy League universiteit in New York, de op vier na oudste van het land, kan dus niet achterblijven. Echter, Columbia is gesitueerd in West Harlem, met als hoofdzetel Morning Heights campus. Dat is midden in de dicht bebouwde metropool. Ze heeft haar oog laten vallen op een stuk grond van 17 acres ten noorden van Morning Heights, tussen de Hudson rivier en St. Nicholas Avenue, ter hoogte van 120ste tot en met de 135ste straat. Het West Harlem Master Plan (2002) maakt hier een nieuwe ontwikkeling mogelijk. Afgezien van 135 appartementen in het noordelijke puntje wonen er verder geen mensen. Het gebied bestaat hoofdzakelijk uit benzinestations, garages en parkeerplaatsen plus enkele metaalverwerkende bedrijfjes. De universiteit heeft al 80 procent van de grond in handen.

Even nog had Columbia overwogen om met delen van de universiteit de stad te verlaten. Ze besloot het uiteindelijk niet te doen omdat ze besefte dat ze haar identiteit en haar kernkwaliteiten voor een groot deel aan New York ontleent. Sindsdien echter wil de universiteit zo dicht mogelijk bij de bestaande campus bouwen. Aanvankelijk had ze haar oog laten vallen op 9 acres grond tussen West 59th en West 62nd Straat, maar dat bleek toch te ver verwijderd van Morning Heights en ook te klein. Manhattanville werd de oplossing. Renzo Piano en SOM tekenden het master plan: “a sprawling, city-within-a-city”. Het bouwvolume omvat 6,8 miljoen square feet; de investering bedraagt 6,3 miljard dollar. Juni 2010 won de universiteit een proces, aangespannen door een aantal vastgoedeigenaren in het gebied die hun eigendommen niet onder druk van de staat aan Columbia wilden verkopen. In het hoger beroep meende de rechtbank echter dat New York State juist had gehandeld. Manhattanville is een ‘blighted area’ en de universiteit een ‘civic institution’. Daarmee kwam de weg vrij voor Columbia om te gaan bouwen. Ze wordt een van de drie casus tijdens de Masterclass Stedenbouw New York 2015 van de gemeente Amsterdam.

Tagged with:
 

Rich non-doms

On 24 oktober 2014, in economie, wonen, by Zef Hemel

Gehoord in Londen op 15 oktober 2014:

Resi demand e c harris

Heb vorige week een lezing over Amsterdam gegeven op de Inaugural Cities 2014-conferentie van Marketforce. Locatie: 1 Whitehall Place, Londen. Er waren veel burgemeesters en wethouders van Britse steden aanwezig: Bristol, Leeds, Glasgow, Newham, Peterborough, Cambridge, Sunderland, Plymouth, Stoke-on-Trent. Geen spoor van een economische crisis in Groot-Brittannië. De (leen)economie draait hier weer op volle toeren; die doet het zelfs beter dan die van Duitsland. Het voedt hier ook het politieke idee om de Europese Unie dan maar te verlaten. Dat het Verenigd Koninkrijk het economisch zo goed doet heeft twee duidelijke redenen: ze heeft een eigen munteenheid en ze heeft Londen. Door de Engelse pond kan de Britse economie veel sneller reageren op schommelingen in de wereldeconomie. En met het financiële centrum Londen heeft het land een enorme economische motor in huis waar het hele eilandenrijk sterk van profiteert.

En dat het goed gaat met Londen moge duidelijk zijn! Afgelopen week werd bekend dat in de Britse metropool een bizar aantal luxueuze appartementen in aanbouw is genomen. De waarde ervan wordt geschat op in totaal 60 miljard Britse ponden, een groei van 20 procent ten opzichte van 2013. In de planning staan nog eens 25.000 luxe appartementen. Volgens EC Harris zal echter vijftig procent vertraagd of helemaal niet worden opgeleverd. Er is namelijk een groot tekort aan bouwvakkers. “Developers in London are starting to dig deep and pay premiums to contractors in a race to get schemes built while demand remains high.” Anders gezegd: “There is simply not the capacity out there to meet demand.” Dat geeft wel aan dat men de crisis hier ver voorbij is. Is het een probleem? De gewone Brit ligt er niet wakker van. Die kan zelf geen woning in Londen bemachtigen. Wat er te huur of te koop staat is voor hem of haar veel te duur. Dus waarom treuren om al die dure nieuwe condo’s die niet of sterk vertraagd gebouwd worden? In de Time Out London las ik: “Great. Now where are rich non-doms meant to buy for the purpose of not living, huh?”Rich non-doms, die kende ik nog niet.

Tagged with: