Café Cox

On 4 december 2014, in innovatie, kunst, by Zef Hemel

Gelezen in Folia van 26 november 2014:

.

IMG_0940.JPG

Ik, als visionair, geen oog voor detail? Hier een bewijs van het tegendeel. Ze is hoofdredacteur van het immens populaire televisieprogramma DWDD, al vanaf het eerste uur. Ze studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Universiteitskrant Folia interviewde haar. De rubriek heet ‘Wasdom’ en portretteert elke week een bekende alumnus. Dieuwke Wynia (1969) vertelde de redactie ondermeer over café Cox en hoe belangrijk dit theatercafé in de Stadsschouwburg voor haar carrière geweest is, meer eigenlijk dan haar studie. Voor haar afstudeerscriptie kreeg ze een zeven. “Zo’n laf cijfer!” Nee, dan café Cox. Aan de stamgasten dankte ze haar eerste baan bij de publieke omroep.

Wie het interview goed leest ontdekt al gauw dat niet alleen Wynia haar carrière te danken heeft aan café Cox. Ook het vernieuwende succesformat van DWDD zelf lijkt in feite een afgeleide van wat er zich afspeelde in de kroeg onder de Stadsschouwburg in de Amsterdamse binnenstad. Er speelden bandjes, jonge kunstenaars traden op. Wynia leerde er hard werken, improviseren. Maar ook: ze leerde er veel mensen kennen. Zoals Martin Bril, Jan Mulder en Pierre Bokma. “Dat waren gek genoeg veel mensen die tegenwoordig in ‘De wereld draait door’ te gast zijn.” Ze noemt het ‘de klik’ met de mensen uit kunst-, cultuur- en mediawereld die het werken in café Cox haar naar het toekomstige succes van DWDD heeft gewezen. In 1997 kwam aan die reputatie van Cox een einde toen Sjoerd Kooistra de kroeg overnam en deze besmet raakte. Het interview deed me denken aan de belangrijke rol die de Walker’s Wagon Wheel Tavern in Mountain View heeft gespeeld in de ontwikkeling van Silicon Valley. Alle grote ondernemers en uitvinders kwamen elkaar daar tegen. Over nabijheid gesproken.

Tagged with:
 

Een luchtig geheel

On 3 december 2014, in participatie, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gehoord in theater Bellevue op vrijdag 28 november 2014:

IMG_0904.JPG

De derde editie van de leergang De Nieuwe Wibaut werd afgelopen vrijdagmiddag afgesloten met presentaties van de resultaten in theater Bellevue in Amsterdam. Aanwezig: alle tachtig deelnemers, twintig mentoren, tien vraageigenaren, organisatoren en vele belangstellenden, waaronder een delegatie uit Praag. Vijftig meter verderop vond TEDx Amsterdam plaats in de Stadsschouwburg. Het leek geen toeval. De presentaties gingen over schoolpleinen in Amsterdam Zuidoost, een buurt die zorg in eigen beheer neemt, besmettelijke buurtkracht in Gaasperdam, oplossingen voor het overbelaste fietsdepot in Amsterdam Westpoort, NDSM open en van iedereen, red de Zaanse winkelstraat, een skatehal voor Noord, gebiedsmanagement voor de Tuinen van West en: ondersteuning van kwetsbare burgers. Deelnemers kwamen dit keer niet alleen uit de gemeente Amsterdam, maar ook uit Amstelveen, Den Bosch, Rotterdam, Zaanstad en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu te Den Haag. Ze brachten een alternatieve TEDx, zowaar.

In telkens zeven minuten presenteerden de ambtenarenteams zowel de resultaten van hun werk als de door hen ontwikkelde werkwijze. Verbazing over de traditionele gemeentelijke aanpak was daarin opvallend; conflicten en misverstanden komen eruit voort. Opvallend was ook de gelijkluidendheid ten aanzien van geleerde lessen: vragen stellen, de vraag achter de vraag leren kennen, oordeel uitstellen, verschillende perspectieven ophalen, mensen verbinden, talent waarderen. Een enkel team had gemerkt dat collega’s met hetzelfde onderwerp bezig waren geweest. Hun werkwijze had echter veel sneller tot resultaten geleid en ook minder voorbereiding geëist. Vooral geluk was hen toe-gevallen. Ontroerend was de presentatie van het team dat het vraagstuk van de gemeentelijke Ombudsman had aangevat: hoe om te gaan met kwetsbare burgers. Confronterend, empathisch. En leuk was de wijze waarop het team van de Tuinen van West haar bevindingen in een receptenboekje had opgediend. “Neem eerst het vraagstuk voor je en voeg daaraan zes eigenwijze Wibautstudenten toe. Kluts het in een beheerdersgebouw tot een luchtig geheel. Kort laten rijzen, let op de temperatuur het raakt snel oververhit. Halveer het geheel en serveer een deel na vier weken in het Bellevuetheater.” Was het maar zo eenvoudig.

Tagged with:
 

Antifragile

On 2 december 2014, in duurzaamheid, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Antifragile’ (2013) van Nassim Nicolas Taleb:

IMG_0924.JPG
Hoe te handelen in een wereld die onvoorspelbaar is? Onze neiging tot het bouwen van stabiele systemen die kleine schokken kunnen opvangen en neutraliseren is groot, maar de echt grote schok, als hij komt, zal juist daardóór catastrofale gevolgen hebben. Dat zijn de zogenaamde ‘Zwarte Zwanen’, de vele crises, verrassingen en planningsfouten die we, juist nu, beleven. Waarom niet meer dynamische organisaties bouwen die sterker worden als ze worden blootgesteld aan onverwachte negatieve èn positieve gebeurtenissen? Dat is de essentie van Nassim Nicolas Taleb’s nieuwste boek. Taleb is hoogleraar Risk Engineering aan de New York University. Hij duidt de systeemeigenschap die hierbij hoort aan als ‘antifragiliteit’. Antifragiel, schrijft hij, is iets anders dan veerkracht, robuustheid of aanpassingsvermogen. Die laatste eigenschappen gaan slechts over overleven. Met antifragiliteit worden de systemen juist sterker, beter.

Fragiel – kwetsbaar – worden systemen en organisaties als ze efficiënter worden gemaakt, als tussenlagen worden geschrapt, als je ‘je gaat erover of niet’-principes toepast, als de aansturing ‘topdown’ is geregeld, als de werkvloer alleen maar mag uitvoeren wat het bestuur heeft bedacht, kortom als rust, orde, stabiliteit in de systemen wordt nagestreefd. Het gevolg zal zijn dat de systemen of organisaties vroeg of laat zullen inklappen, want juist de kwetsbaarheid wordt erdoor vergroot. (Dan volgt, noodgedwongen, weer een reorganisatie). Maar ook profiteren de systemen niet van gunstig toeval die verborgen zit in onzekerheid. Hoe bouw je dan aan antifragiliteit? Taleb: door de processen ‘bottomup’ te organiseren, door lichter te sturen met minder regels en minder beleid, door alleen in te grijpen als iets ernstig uit de hand loopt, door uit te gaan van opties en de gedachte dat vele wegen naar Rome leiden. Asymetrie in de systemen inbouwen, experimenteren als basis van organisatie, plezier beleven aan chaos, holistisch denken toelaten, kleinschaligheid koesteren, lokaal organiseren, kleine financiële risico’s durven nemen, ‘less is more’-inschattingen maken, allemaal zaken die de organisaties en systemen sterker maken. Maximale kans ook om te prifiteren van gelukkig toeval. Jammer alleen dat managers en ook planners – Taleb noemt ze ‘Fragilistas’ – nog steeds precies het tegenovergestelde doen.

Tagged with:
 

Bouwdelirium

On 1 december 2014, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Gerard Heineken. De man, de stad en het bier’ (2013) van Annejet van der Zijl:

Gerard Heineken

Las in de trein naar Parijs dan eindelijk de biografie van Gerard Heineken, oprichter van het Amsterdamse bier-imperium, geschreven door Annejet van der Zijl. Het boek is leerzaam. Het schetst een treffend beeld van het begin van de Tweede Gouden Eeuw van Amsterdam. Rond 1851 was Nederland economisch en cultureel hopeloos achterop geraakt; voor technisch vernuft moest je hier niet zijn, dan ging je naar Londen of Parijs. Maar dan, rond 1860, vertonen zich ineens jonge mannen – allemaal twintigers – in de stad die nieuwsgierig zijn naar technische vindingen uit het buitenland, die deze met eigen vermogen importeren en in Amsterdam introduceren. Allemaal startups dus. Zo ook Gerard Heineken, die een oude brouwerij in de binnenstad opkoopt en de lokale markt gaat bedienen met nieuw soort bier dat hij in Duitsland leert kennen. Het is het begin van het Heineken concern.

Waardoor al deze jongemannen, niet behorende tot de plaatselijke elite, ineens opstaan en beginnen te ondernemen, dat is de grote vraag. Volgens Van der Zijl kwam het door Samuel Sarphati. Deze joodse ondernemer bouwde een Paleis voor Volksvlijt aan het einde van de Utrechtse straat naar het voorbeeld van Christal Palace in Londen.  Het gebouw was zo groot als de Dam en werd verlicht door meer dan 6000 gaslampen. In 1864 opende het zijn ijzeren poorten. “Aangestoken door het succes van het Paleis voor Volksvlijt broeiden er vervolgens steeds meer initiatieven die Amsterdam eindelijk de eigentijdse allure zouden geven waar het nog zo pijnlijk aan ontbrak.” Ook niet onbelangrijk: Thorbecke financierde de aanleg van het Noordzeekanaal. Opvallend echter is de beweging van jonge ondernemers in de stad: allen deelden een gevoel van verantwoordelijkheid voor de publieke zaak dat verder reikte dan hun privébelang. “En dus gaven ze geld.” Ze geloofden ineens in de toekomst van Amsterdam. Twintig jaar later, in 1884, opent zowaar een Wereldtentoonstelling op het gloednieuwe Museumplein. De stad verkeert dan in een ‘bouwdelirium’. Haar inwonertal verdubbelt. Twintig jaar later dus. Zo stortte Amsterdam zich dus in de Tweede Gouden Eeuw.

Tagged with:
 

French Tech Hubs

On 28 november 2014, in economie, innovatie, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in La Tribune van 21 november 2014:


File:Paris 13e - Halle Freyssinet 2.JPG

Dit is het aanvalsplan de Franse regering-Hollande in de strijd om een goede uitgangspositie in de nieuwe globale economie: negen steden zijn door de staatssecretaris van digitale innovatie verkozen als kandidaten voor de kwalificatie ‘French Tech Hub’: Lille, Lyon, Grenoble, Aix-Marseille, Montpellier, Toulouse, Bordeaux, Nantes en Rennes. Daarnaast ziet de regering Parijs als de centrale hub in dit nationale sterrenstelsel, waaraan bovendien Rouen, Brest, Lor’n Tech (Lorraine) en Côte d’Azur nog een status aparte hebben gekregen. Zij, alle acht of elf, verdienen het voorlopige predicaat vanwege hun bijzondere strategieën om in tien jaar tijd nieuwe ecosystemen te bouwen voor jonge technologische startups die internationaal kunnen wedijveren. "L’idée de cette initiative était en effet de faire de France entière un vaste accélérateur de start-up, un réseau de quelques écosystèmes attractifs mais aussi de construire un grand mouvement de mobilisation collective." De volgende ‘Googles’ moeten in Frankrijk ontstaan.

Typisch Frans is de aanpak van groeipolen. Niet dat het ooit heeft gewerkt. En waarom ook weer zoveel? Politiek lukt het waarschijnlijk anders niet. Elke regio moet meedoen of kunnen delen in het succes. En verder is het de Napoleontische droom van nationale integratie. Zulke homeopatische beleidsverdunning zal echter niet werken. Dus de grote vraag is: wat doet Parijs? Zij bouwt de grootste incubator ter wereld. Dat wordt Halle Freyssinet. Xavier Niel is daarvan de initiatiefnemer. Zijn gebouw van 30.000 vierkante meter in hartje Parijs zal in 2016 zijn poorten openen en zeker 1000 startups gaan huisvesten, congressen en ontmoetingen binnen de startup community organiseren. Het betreft een oude spoorfabriek van SNCF, door de beroemde Jean-Michel Wilmotte opnieuw ingericht. Freyssinet wordt het centrum van het Franse Silicon Valley in hartje Parijs. Al die sterren in de regio zullen er bleekjes bij afsteken. Op 22 oktober heeft de president van de Republiek de eerste steen gelegd. Zo maak je dus een nationale hi-tech economie.

Tagged with:
 

Ons voorland

On 27 november 2014, in regionale planning, stedelijkheid, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Curbed LA’ van 25 september 2014:

In 2025 zal Los Angeles de dichtstbevolkte stad van de Verenigde Staten van Amerika zijn. Nu al is ze, na New York, de dichtst bebouwde metropool op het nieuwe continent. Wie had dat ooit gedacht? De woestijnstad in het zuiden van Californië (15 miljoen inwoners) stond altijd bekend als een uitgestrekte autostad zonder duidelijk centrum, gebouwd in extreem lage dichtheid, vergelijkbaar met de Randstad. In Nederland dacht iedereen dat dat ook ons voorland zou zijn. In de afgelopen vijftien jaar is dat beeld, althans in Amerika, totaal bijgedraaid. De bijna vijftien miljoen inwoners tellende metropool verdicht snel en ontwikkelt een heus centrum. Bloomberg voorspelde onlangs dat de stad tot 2025 met nog liefst 38,4 procent in bevolking zal groeien. Al die groei slaat neer in bestaand stedelijk gebied. Daarbinnen vormen zich nieuwe centra, vaak direct rond het historische centrum. In 1995 was de gemiddelde dichtheid nog 4.662 inwoners per vierkante mijl; straks is dit 6.450. Kunt u mij nog volgen?

Begin dit jaar schreef William Fain in Urban Design Review reeds over dit opmerkelijke verdichtingsproces. In ‘Urbane Renewal: The Recent Evolution of Los Angeles’ schetste hij de ruimtelijke gevolgen van a. de aanleg van grootstedelijke openbaar vervoersystemen in LA sinds 2008 (sic!) , b. de transformatie van oude industrieterreinen in dichtbebouwde gemengde centrumgebieden, c. de veranderde woonvoorkeuren van nieuwe migrantenpopulaties die wonen in dichte pakking allesbehalve schuwen, d. de grootstedelijke woonvoorkeuren van de jonge nieuwe creatieve klasse. Al die gemeenschappen blijken bereid om in appartementen te wonen. Ten slotte de ondernemers: LA is een typische metropool van kleine ondernemers; zeventig procent van haar werkgelegenheid bestaat uit midden- en kleinbedrijf. Groei en transformatie vinden daardoor plaats van onderop, door heel veel kleine aanpassingen in het verdichtende metropolitane weefsel. Ik vraag u, moet ons toekomstbeeld van de Randstad niet ook eens grondig worden bijgesteld?

Tagged with:
 

Digital Matatus

On 26 november 2014, in participatie, technologie, by Zef Hemel

Gehoord in Parijs op 20 en 21 november 2014:

In Parijs spraken Nederlandse en Franse experts twee dagen lang over Smart Cities en de toekomst van de metropool. Het grappige van de conferentie was dat verscheidene sprekers met Afrikaanse voorbeelden kwamen van hele intelligente stedelijke systemen die nauwelijks gebruik maken van technologie en die juist van onderop, met weinig geld, zijn gebouwd. De lichte technologie ondersteunt vooral het bottom-up proces. Zo sprak Remy Dorval, directeur van Cite de la Fabrique, over ‘Digital Matatus’, een digitaal systeem dat het van onderop georganiseerde openbaar vervoer in de Keniase hoofdstad slimmer en toegankelijker maakt. Het openbaar vervoer in de vier miljoen tellende metropool werkt met kleine busjes van heel veel particuliere eigenaren. Columbia University uit New York, MIT uit Boston en de Universiteit van Nairobi ontwikkelden voor hen een digitale wegwijzer die aan de hand van informatie uit mobiele telefoons de routes bepaalt waarlangs de busjes de meeste passagiers kunnen ophalen. Omgekeerd geeft een digitale kaart de passagiers een overzicht van de routes die de busjes actueel rijden. Deze rijden inmiddels in acht corridors door de stad, maar daarbinnen is alles flexibel. En mobiele telefoons die de data verzenden en ontvangen zijn relatief goedkoop en sterk in opmars in Afrika. Men wil het systeem exporteren naar andere steden.

Dat Smart City een typisch Europees of westers fenomeen zou zijn werd dan ook als een ernstige misvatting gezien. Vooral daar waar de digitale systemen aansluiten bij spontane organisatievormen van burgers en deze ondersteunen winnen ze aan betekenis en kracht. Dat zie je in Afrika en Zuid-Amerika. Dikwijls zijn lokale organisatievormen in de slums van de metropolen al bijzonder complex, knap maar moeilijk te doorgronden. Wanneer de makers van de digitale systemen zich in dienst zouden stellen van deze complexe vormen van zelforganisatie kunnen ze de steden buitengewoon intelligent maken. Grote steden zijn van nature intelligent. Met lichte technologie kunnen ze nog enorm aan intelligentie winnen. Daardoor, aldus de Franse ambassadeur in Nederland, Laurent Piq, in zijn slotwoord, wint de lokale democratie op dit moment zo sterk aan kracht. Met name in grote steden.

Tagged with:
 

Metropolitaan communisme

On 25 november 2014, in wonen, by Zef Hemel

Gehoord in Parijs op 21 november 2014:

LIN, Finn Geipel + Giulia Andi

De economie van Groot-Parijs is bijna even groot als die van Nederland: 610 miljard euro versus 660 miljard euro. Groot-Parijs telt 10 miljoen inwoners, ons land bijna het dubbele. Per hoofd van de bevolking presteert Groot-Parijs  economisch dus veel beter dan Nederland. Dat hoeft niet te verbazen. Een enkele grote stad is nu eenmaal economisch veel krachtiger dan een samenraapsel van kleine steden. Het is een keuze. Toch bestaat Groot-Parijs voor tachtig procent uit platteland. En het is, net als in Nederland, overwegend vruchtbaar bouwland. Ondertussen groeit Parijs jaarlijks met 50.000 nieuwe inwoners. Dat vertelde Bertrand Lemoine, historicus-ingenieur, tevens oud-directeur van het Atelier du Grand Paris. Hij gaf een introductie op Grand Paris tijdens de conferentie ‘La Ville du Futur’ in La Defense, hij benadrukte het multipolaire karakter binnen de metropoolvorming en problematiseerde het grootstedelijke bestuur.

De groei van Parijs, aldus Lemoine, vindt niet meer plaats in de periferie. Die metropolitane periferie is daar liefst 1000 kilometer lang, maar onder de mensen is die zone weinig geliefd. Hij noemde de politiek van groeikernen rond Parijs mislukt. De contrasten binnen Groot-Parijs zijn erg groot en groeien. In het centrum zijn de grondprijzen extreem; ook het westen doet het veel beter dan het noorden of het oosten. In het centrum wil iedereen wonen, maar het lukt niet om aan deze marktvraag te voldoen. Parijs moet verder verdichten. Dat doet ze ook. Maar te langzaam. De nieuwe, kostbare metrosystemen met hun 70 nieuwe stations moeten hierin uitkomst gaan bieden. Later sprak nog de wethouder Ruimtelijke Ordening van Parijs, Jean-Louis Missika. Hij gaf de oplossing voor het nijpende probleem: niet zozeer meer bouwen, want dat lukt toch niet, maar huizen delen, kamers delen, voorzieningen delen, leven in kleinere ruimtes met minder spullen, het past volgens hem in de nieuwe vorm van delen en samenwerken – metropolitaan ‘communisme’ – die over ons spoelt.

Tagged with:
 

Stadsambassade

On 24 november 2014, in bestuur, economie, innovatie, by Zef Hemel

Gehoord in La Defense, Parijs op 20 en 21 november 2014:

Door de ambassades van Nederland in Parijs en die van Frankrijk in Den Haag was er afgelopen week een grote tweedaagse conferentie over de toekomst van de stad belegd in Parijs, in het CNIT. Het Nuffic in Den Haag had bovendien ruim dertig jonge getalenteerde studenten en PhD’s uit verschillende universiteitssteden in de twee landen uitgenodigd om deel te nemen. Deze jonge mensen kwamen uit Lille, Lyon, Marseille, Bordeaux, Parijs, Eindhoven, Nijmegen, Enschede, Utrecht, Leiden, Amsterdam. In werkelijkheid bleken veel studenten en afgestudeerden afkomstig uit Italië, Pakistan, Palestina, Marokko, Canada, China enzovoort, want zo zit de wereld tegenwoordig in elkaar. Een pre-conferentie op de donderdagochtend maakte de gemoederen onder de jonge talenten los. Wat die grootstedelijke toekomst betreft, die bleek vooral ‘smart‘. Want het Smart City-spook waart rond, ook door Europa.

De aanleiding: in januari had de Franse president Hollande een bezoek gebracht aan ons land. Korte tijd later was premier Manuel Valls in zijn voetspoor getreden. In Amsterdam hadden ze afgesproken om de inhoudelijke samenwerking tussen de twee landen te intensiveren. De conferentie was er het resultaat van, met de beide ambassades fungerend als een soort ‘stadsambassade’. Wat er uit kwam? In zes workshops wisselden de steden hun ervaringen bij het implementeren van slimme technologieën uit, Parijs en Amsterdam voorop. De beide keynote sprekers Dirk-Jan van den Berg, voorzitter van het College van Bestuur van de TU Delft (over AMS), en Remy Dorval, directeur van Fabrique de la Cité, noemden de toekomst van onze steden als het belangrijkste onderwerp op de actuele beleidsagenda. Natiestaten, aldus de twee, zullen de steden alle ruimte moeten geven om de wereld te redden, want de eerste is allang niet meer het handelende niveau. En in de steden, voegden de deelnemers daaraan toe, zijn het de burgers die daar een beslissende invloed moeten krijgen. Niemand die dit tegensprak.

Tagged with:
 

Agglomeratievoordelen

On 21 november 2014, in infrastructuur, politiek, regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord in Eye, Amsterdam, op 17 november 2014:

 

In filmmuseum Eye sprak maandagavond Pieter Hooimeijer, hoogleraar sociale geografie aan de Universiteit Utrecht, de zogenaamde ‘Utrechtlezing’ voor de alumni van deze universiteit. Hooimeijer had het over het recente advies van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) over de toekomst van de stad. Mij hadden de organisatoren om een reactie na afloop gevraagd. Het werd een memorabele avond. Aan het begin van zijn uiteenzetting vertoonde Hooimeijer de beroemde TED-talk van Geoffrey West, bioloog verbonden aan het Santa Fe Institute in Los Alamos. Boodschap: hoe groter een stad, hoe efficiënter. Maar ook: hoe groter de stad, hoe meer welvaart. Die efficiency van grote steden, aldus West, vertaalt zich ook in infrastructuur. Bij een verdubbeling van de omvang van de steden heb je maar 85 procent extra infrastructuur nodig. Tel uit je winst. Hooimeijer liet het filmpje zien om het begrip ‘agglomeratievoordelen’ duidelijk te maken. 

Daarna vertelde de hoogleraar dat Nederland veel agglomeratievoordelen mist omdat onze steden te klein zijn. ‘Amsterdam is een dorp!,’ riep hij uit. Dat wilden de Utrechtenaren graag geloven. De hoofdstad zou eigenlijk in omvang moeten verdubbelen. Maar dat vond Hooimeijer juist niet. Schiphol zou dat volgens hem verhinderen. Daarom had de Raad een list bedacht. De steden zouden bij hun buren moeten lenen. Dat vereist samenwerking, nee complementariteit, en vooral snelle verbindingen. Zelf vond ik dat een te snelle conclusie. Ik begreep ook niet waarom we de TED Talk van West hadden moeten aanhoren. Met extra infrastructuur zondigen we toch tegen de wet van West? Die stelt juist dat grote steden efficiënter met hun infrastructuur omspringen. En trouwens, door Utrecht, Eindhoven en Amsterdam met een hogesnelheidstrein te verbinden verdubbel je niet de kritische massa van Amsterdam. Wat, vroeg ik bijna wanhopig, heeft de Fyra (kosten ruim 7 miljard euro) ons aan agglomeratievoordelen opgeleverd? Mijn pleidooi: meer fietspaden! Het werd een vrolijke avond.