Geen grap

On 1 april 2014, in bestuur, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 3 maart 2014:

Hoe werkt De Nieuwe Wibaut? De nieuwe praktijkleergang van de gemeente Amsterdam zoekt naar nieuwe, opener manieren van werken door de gemeente. De leergang speelt in de praktijk van alledag, gewoon op straat. Er worden door zelfsturende team van gemeenteambtenaren in vier weken tijd platforms ontwikkeld die collectieve intelligentie genereren. Er wordt vooral geluisterd en gecommuniceerd. Op locatie. Meer is het eigenlijk niet. De platforms worden gebouwd rond concrete maatschappelijke vraagstukken die ergens in een buurt spelen. Alles is gericht op samenwerking. Met maatschappelijke groeperingen. Om de kwestie op te lossen. En het werkt, dus zonder een grootschalige reorganisatie die alles binnen de gemeente overhoop haalt. Afgelopen semester deden tachtig ambtenaren mee, dit lopende semester werken opnieuw bijna tachtig ambtenaren aan hele concrete vraagstukken ergens in Amsterdam. Het maakt niet uit wat het is. Alles wordt opgelost. Samen.

Dit gebeurt niet alleen in Amsterdam. Een mooi voorbeeld van hoe het werkt vond ik afgelopen maand in NRC Handelsblad. In ‘Het grote verhaal’ van maandag 3 maart beschreef Sheila Kamerman de werkwijze van politieagent Wilco Berenschot in Rotterdam. Berenschot werkt in de wijk Het Nieuwe Westen. Dat is een gemengde volksbuurt tegen het centrum van Rotterdam aan. De werkwijze – een beproefd prototype -  is er een van open communiceren. Dat doet de politieman via Twitter en Skype. Een antwoord krijgt de twitteraar direct. Maar ook heeft Berenschot zijn ‘mobiele wijktafel’. Die bestaat uit een Frans terrastafeltje en twee houten klapstoeltjes. Twee keer per week zet hij die ergens neer in de buurt. “De wijktafel is voor een gesprek. Met iedereen die wil. Gewoon om te horen wat er speelt.” Wie schuiven er aan? Zwerver, kraker, advocaat. Er wordt niet geklaagd. Nee, iedereen heeft informatie. Berenschot: “Dat verwacht je misschien niet. Maar ze wijzen feilloos het zebrapad aan waarvoor nooit iemand stopt. Daar ga je dan een keer extra surveilleren. En dan zien die kinderen ook: Hé, het helpt dat ik iets zeg.” Kleine dingen? Nee hoor, ook grote. Daar kan geen stadsmarinier of taskforce tegenover. Voor de Amsterdamse gemeentesecretaris – zelf een politieman – een lichtend voorbeeld.

Tagged with:
 

Over het hoofd gezien

On 31 maart 2014, in boeken, innovatie, theorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Great Degeneration’ (2014) van Niall Ferguson:

De Britse historicus Ferguson, echtgenoot van Ayaan Hirshi Ali, scheef een pamfletachtig boek, getiteld ‘The Great Degeneration’. Als ondertitel koos hij: ‘How Institutions Decay and Economies Die’. Het boek blijkt gebaseerd op een BBC-serie lezingen, op de radio uitgezonden in 2012, dus in het midden van de financiële crisis. Boodschap: het Westen gaat ten onder. Gebrek aan financieel toezicht op de banken is zeker niet het enige. Er is meer.  Werkelijke oorzaak:  degenererende instituties. Als uitgangspunt nam Ferguson Mandeville’s ‘Fable of the Bees’ (1714), een allegorie op hoe goede instituties werken. Die bevorderen, aldus Mandeville, spaarzin, investeringen en innovatiekracht. In het Westen is daarvan geen sprake meer. Daar heerst een ’stationary State’ die de rijken corrupt, rijk en lui maakt en de armen arm houdt. Dat is de werkelijke reden waarom het zo slecht met ons gaat. Waarom, schrijft Ferguson, kost het anders 65 dagen om een vergunning te krijgen voor het verkopen van limonade op straat ergens in Manhattan? Telkens wordt het Westen tegenover Azië geplaatst. Wat Groot-Brittannië in de achttiende eeuw was, dat is China nu: een dynamische natie-staat met goed werkende instituties. Europa en Amerika lopen ver achter.

Door de benadrukking van de institutionele kant en de rol daarin van de staat ziet Ferguson de steden over het hoofd. Pas helemaal op het eind van zijn boek wijst hij op de exponentiële groei van de wereldwijde urbanisatie, die hij beschouwt als een van de ‘known knowns’. Vervolgens noemt hij de bevindingen van Geoffrey West en anderen, namelijk dat grote steden enorme schaalvoordelen bezitten, maar ook dan wijst hij erop dat dit alleen geldt als de instituties naar behoren functioneren: "The argument of this book implies that the net benefits of urbanization are conditioned by the institutional framework within which cities operate." Daarmee doet hij de steden tekort. West heeft er namelijk op gewezen dat grote steden niet alleen schaalvoordelen bezitten, maar ook innovatiever zijn. Die innovatiekrachtuit zich ook op het institutionele vlak. Megasteden zullen hun eigen instituties urban regimes ontwikkelen, ook in het Westen. Maar Ferguson richt zijn pijlen liever op de vertrouwde natie-staat, die hij in het Westen alleen maar ziet degenereren.

Tagged with:
 

Participatie is verdacht

On 28 maart 2014, in regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Rebel Cities’ (2012) van David Harvey:


Volgende week ontmoeten Amsterdam en Zürich elkaar in Zürich, Zwitserland. Onderwerp: ‘Strategies and planning instruments in polynuclear city regions’. In het democratische Zürich heeft men moeite met regionale samenwerking. Het land verstedelijkt snel; de druk om in te grijpen is daarom groot. Maar is regionale samenwerking in het Amsterdamse zoveel gemakkelijker? Ervaringen tussen beide steden zullen worden uitgewisseld. Ondertussen grasduin ik in literatuur over het onderwerp. David Harvey doet in ‘Rebel Cities’ (2012) bijvoorbeeld een voorzet in het hoofdstuk over ‘The creation of the urban commons’. Zonder hiërarchische structuren, is zijn stelling, gaat het niet. Daarmee neemt hij afstand van zijn radicaal-linkse vrienden, die menen dat ook regionale kwesties horizontaal kunnen worden opgelost. Harvey is hierover kritisch en noemt deze vrienden vaag, "gesturing hopefully towards some magical concordance of local actions that will be effective at a regional or global level (…), en stelt dat ze zich schromelijk in de schaal vergissen. Zodra de zaken het lokale overstijgen, meent hij, is aansturing vanuit één punt onontkoombaar.

Harvey refereert hier aan het werk van Vincent en Elinor Ostrom. In ‘Polycentric Governance of Complex Economic Systems’ denken deze Nobelprijswinnaars de oplossing gevonden te hebben in bestuurlijke eenheden die zijn opgebouwd uit "multiple nested layers". Men heeft lang gedacht, schrijft Elinor Ostrom, dat grote bestuurlijke eenheden efficiënter zouden werken dan de ogenschijnlijk chaotische kleine gemeenten. Dit blijkt niet het geval. "The reasons all boiled down to how much easier it was to organize and enforce collective and cooperative action with strong participation of local inhabitants in smaller jurisdictions, and to the fact that the capacity for participation diminished rapidly with larger sizes of administrative unit." Harvey wantrouwt dit en vermoedt dat zo’n gegeven als excuus wordt gebruikt voor de rijken om hun privébezit af te schermen. "Decentralization and autonomy are primarily vehicles for producing greater inequality through neoliberalization." Mensen die anders menen vindt hij naïef. In zijn ogen is actieve participatie helemaal niet nodig en zelfs verdacht; bestuurlijke schaalvergroting garandeert doorzettingsmacht vanuit het centrum die hard nodig is om de rijken in het gareel te houden. Verrassend. Want anderen menen dat centrale sturing noodzakelijk is om juist de armen in het gareel te houden. In dit spanningsveld zoeken steden dus naar regionale samenwerking. Geen wonder dat dit moeilijk is.

Tagged with:
 

Alternatieve steden

On 27 maart 2014, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Rebel Cities’ (2012) van David Harvey:

Op 20 juli 2012 publiceerde NRC Handelsblad een recensie van de hand van Wouter Vanstiphout over David Harveys ‘Rebel Cities’ (2012). Vanstiphout is bijzonder hoogleraar ‘Design and Politics’ aan de TU Delft, David Harvey is ‘distiguished’ hoogleraar Antropologie en Geografie aan de City University of New York. Vanstiphout vond het boek van Harvey een indrukwekkend pamflet, maar meende dat deze de plank missloeg waar de oude communist nog altijd geloofde in een wereldrevolutie, nu vanuit de steden. ‘Rebel Cities’ verscheen kort na de opstanden van de Occupy beweging. Voor Harvey was de vergelijking met de Parijse Commune van 1871 destijds te mooi om niet te maken. En het moet gezegd, sinds het verschijnen van het boek zijn we getuige geweest van alweer nieuwe opstanden in steden als Istanbul en Kiev. Vorige week las ik het boek dan eindelijk.

Net als voor Marx is voor Harvey de stad de fysieke uitdrukking van de grenzeloze accumulatie van kapitaal, nee het is erger: moderne steden als Dubai, Madrid, Sao Paulo, Mumbai, Hongkong en Londen zijn, aldus de Marxistische hoogleraar, gefinancierd met immense leningen en schulden die nooit en te nimmer zullen worden terugbetaald. "Almost every city in the world has witnessed a building boom for the rich – often of a distressingly similar character – in the midst of a flood of impoverished migrants converging on cities as a rural peasantry is dispossessed through the industrialization and commercialization of agriculture." Op de vleugels van de ‘We are the 99 percent’ moet volgens Harvey zowel mondiaal als lokaal een nieuwe, rechtvaardiger maatschappij worden gevestigd, met daarbinnen ruimte voor alternatieve steden. In ‘Rebel Cities’ heb ik gezocht naar de contouren van of hoe deze alternatieve steden zouden zijn te bereiken, maar heb weinig anders gevonden dan enkele voorbeelden uit Bolivia, zoals El Alto, hoog in de bergen boven La Paz. De staat heeft zich er teruggetrokken, het bestuur bestaat uit zelforganisatie, de omgang tussen groepen is informeel, langzaam groeit er een gevoel van solidariteit. Het deed Harvey denken aan de Parijse Commune. Mij herinnerde het aan Ayn Rand’s ‘Atlas Shrugged’. Een utopie.

Tagged with:
 

Citymarketing

On 26 maart 2014, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 25 maart 2014:

Over citymarketing gesproken. Het evenement kostte 26 miljoen euro, er waren 3000 journalisten uit de hele wereld. Tijdens de nucleaire top sprak de koning ’s avonds aan het banket tegenover zijn gasten – regeringsleiders uit meer dan vijftig landen – over Den Haag als ‘de belangrijkste stad van recht en vrede’ in de wereld. En de Haagse burgemeester liet zichzelf met de Amerikaanse president fotograferen voor ‘Victory Boogie Woogie’ van Mondriaan in het Haagse Gemeentemuseum. De kroon spande Amsterdam met een toespraak van Barack Obama met ‘De Nachtwacht’ van Rembrandt in het Rijksmuseum op de achtergrond. Arm Den Haag. Daar kon geen Mondriaan tegenop. Die foto ging de hele wereld over, van de voorpagina van The New York Times en de Frankfurter Allgemeine tot The Times en USA Today. Le Figaro meende zelfs dat Obama bewust zijn boodschap aan de Russische president over de Oekraïne voor De Nachtwacht had uitgesproken, “een schilderij dat de kracht van de vrije samenleving uitstraalt” met “een groep vereende en vastberaden schutters.” Noem het geraffineerde citymarketing vermengd met een vleugje wereldpolitiek.

‘s Ochtends vroeg was de Amerikaanse president gearriveerd op Schiphol en van daaruit rechtstreeks met een helikopter over Amsterdam Nieuw-West naar het Museumplein overgebracht. Het was schitterend weer, met een heldere hemel. Als er niet zoveel helikopters waren meegevlogen, had het op een kidnapping geleken, die op slinkse wijze was uitgevoerd door Amsterdam. De premier en de burgemeester wachtten hem op. Maar het mooiste zou nog komen. Zo rond 11.00 uur, nadat Barack Obama het vernieuwde Rijksmuseum had verlaten, had men de president weer in de helikopter gehesen en richting Den Haag vervoerd. De vlucht voerde langs de Stadhouderskade tot aan het Weesperplein – via een omweg dus, vermoedelijk om het Schipholverkeer te ontwijken – alwaar de president, mits hij aan de linkerkant van het toestel heeft gezeten, een schitterend zicht werd geboden op de zeventiende eeuwse grachtengordel met het IJ op de achtergrond. Bloedmooie stedenbouw. En daarna zag hij de Randstad in volle glorie. Daar kan geen Frau Antje tegenop.

Tagged with:
 

Publieke waarden

On 25 maart 2014, in bestuur, participatie, by Zef Hemel

Gehoord in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam op 10 maart 2014:

Een idioot was in de antieke Griekse samenleving een burger die zich niet inliet met publieke waarden. Tegenwoordig lijken de meeste burgers wel ‘idioot’. In de programmering van De Nieuwe Wibaut, de gemeentelijke praktijkleergang voor opener manier van werken, sprak Albert Jan Kruiter van het Instituut voor Publieke Waarden. Kruiter betoogde dat de overheid de afgelopen decennia erg centralistisch en bureaucratisch is geworden en dat burgers daardoor van de publieke waarden zijn vervreemd. Vroeger was alles nog heel lokaal. Tegenwoordig zijn gemeenten groot. Ze behandelen burgers als ‘klanten’; dienstverlening staat bij hen voorop. Gemeenten zijn ook steeds efficiënter gaan werken en burgers zijn van de weeromstuit meer gaan eisen. ‘Ik wil dit en dat en ook nog snel’. Als reactie ging het bestuur onredelijke politieke wensen formuleren, die door niemand werden bestreden.  Integendeel, de nadruk kwam nog meer op de uitvoering te liggen, effecten werden nauwgezet gemeten, instrumenten werden toegevoegd, de ambtenaren moesten gaan ‘toveren’. Daardoor ging het gevoel voor publieke waarden bij de burgers totaal verloren. En niemand die zich nog afvroeg: wat kunnen de burgers eigenlijk zelf?

Kruiter maakte een onderscheid tussen overheid, burgers en markt. De markt, zei hij, is goed in efficiency, de overheid in legitimiteit en de burgers in betrokkenheid. Alle drie de waarden moeten worden meegewogen. Duurzaamheid en veiligheid kunnen daar nog aan worden toegevoegd. “En iedereen,” voegde hij eraan toe, “moet er ook lol in hebben.” Echter, de gemeente is het verlengstuk – de uitvoeringsorganisatie – van de staat geworden, niet een ontwikkelorganisatie met een eigen observatievermogen. Eigenlijk zou de gemeente alles moeten terug slingeren naar boven, maar dat is lastig in een top-down gerichte organisatie die de gemeente is. En het gevaarlijkste van deze toestand is, aldus Kruiter, dat het alle macht aan zich trekkende Rijk de burger straks gaat zien als een verlengstuk van haarzelf, ten behoeve van het realiseren van haar eigen beleidsdoelstellingen, onder de dekmantel van de ‘participatiesamenleving’. Hij noemde dat ronduit gevaarlijk. Dat is, zei hij, het einde van de democratie.

Tagged with:
 

Niemandsland

On 24 maart 2014, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 20 maart 2014:

 
De crisis werkt nu ook door in de politiek. ‘Grote verschuivingen in het politieke landschap’ kopte NRC Handelsblad daags na de gemeenteraadsverkiezingen. Welke verschuivingen? De krant doelde op de val van de PvdA, die ze als ‘historisch’ omschreef. Maar wat komt achter die val tevoorschijn? Twee kaarten van Nederland prijkten op de voorpagina (geografie wordt weer politiek relevant!). Daarop viel iets heel anders te lezen. Eerst dit. Wat vooral opviel waren de enorme afmetingen van de gemeenten in het noorden, oosten en zuiden van het land, tegenover de veelal nog kleine gemeenten in het westen, rond de grote steden. De gemeentelijke herindeling van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, op veilige afstand van de grote steden zich voltrekkend, tekent zich steeds scherper af. Het effect hiervan? Lokale partijen marcheren op. Dit gaat vooral ten koste van het CDA. En de PvdA? Die is zelfs uit de grote steden verdwenen. In en rond Amsterdam triomferen nu VVD en D66.

De politieke revolutie van Nederland waar wij getuige van zijn, begon in de suburbs. Daar ontstond al vroeg een ideale voedingsbodem voor VVD, SP, GPV en PVV. De door de Nederlandse staat geleide suburbanisatie – eerst de overloop, het spreidingsbeleid, later de VINEX-operatie – heeft van Nederland een overwegend seculier-conservatief land gemaakt van forenzende woonconsumenten in een dunbevolkt niemandsland. Dit verdunde niemandsland is bewust gecreëerd, met actief ruimtelijke ordeningsbeleid. In de zogenaamde Noordvleugel van de Randstad – binnenduinrand, Gooi en Utrechtse Heuvelrug tot aan Arnhem toe (zie kaart) – zien we dit weerspiegeld in een welvarend burgerlijk milieu van tuinsteden en tuindorpen waar hoogopgeleide mensen verlicht-liberaal stemmen: ideaal voor VVD en D66. Alleen staatsonderneming Almere wijkt hiervan af. De rest van Nederland – een amorf landschap van VINEX-wijken in lage dichtheden – stemt nu conservatief, populistisch tot ultra-conservatief. In al die streken hebben de mensen veel te verliezen. Als optimistische eilanden in dit pessimistische landschap liggen de universiteitssteden met hun relatief jonge bevolking van ‘nieuwe stedelingen’, met een energieke mix van D66 en GroenLinks. Open versus gesloten. Het grootste eiland is Amsterdam, met binnen de ring A10 een extreme concentratie vrijzinnigheid. Een ideale voedingsbodem voor politieke nieuwe Wibauten.

Tagged with:
 

Stadslucht maakt vrij

On 21 maart 2014, in wetenschap, by Zef Hemel

Gehoord in CREA te Amsterdam op 17 maart 2014:

Helemaal op het eind van de Amsterdam Lezing vroeg iemand uit de zaal wat Ernst Hirsch Ballin op dit moment als het grootste onrecht in de wereld beschouwde. Zonder aarzeling antwoordde de hoogleraar Rechten van de mens en oud-minister van justitie: wapenhandel en human trafficking. Het was een klein hoogtepunt in een boeiende lezing afgelopen maandag over Amsterdam als rechtvaardige stad. Hirsch Ballin – zonder stropdas – memoreerde de twee Nobelprijswinnaars voor de vrede die Amsterdam in de twintigste eeuw heeft voortgebracht: Tobias Asser in 1911 en Gerrit Jan van Heuven Goedhart in 1955. De eerste vanwege zijn inspanningen voor de oprichting van het Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag, de tweede vanwege zijn Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen in New York. Asser doceerde rechten aan de Amsterdamse universiteit, Van Heuven Goedhart was tijdens de oorlog redacteur van verzetskrant Het Parool. Maar ook in de zeventiende eeuw was Amsterdam vooraanstaand als het ging om rechtspraak en rechtsontwikkeling. Daar hief de hoogleraar zowaar Geert Maks ‘Kleine geschiedenis van Amsterdam’ omhoog, om de zaal een illustratie van Rembrandts tekeningen van het galgenveld in Noord te tonen en een passage over de terechtstelling voor te lezen.

Hirsch Ballin, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en Tilburg, legde in zijn lezing een opvallend verband tussen de ontwikkeling van het recht en de groei van steden. Steden groeien als gevolg van migratiebewegingen, ze trekken heel verschillende mensen aan. Onder de migranten bevinden zich ook ‘criminelen, verwarde mensen en heiligen’. Door de samenkomst van al die uiteenlopende menstypes, met verschillende talen en culturen, wordt voor de vredige omgang tussen burgers recht ontwikkeld: recht van stedelingen op het goede leven. ‘Stadtluft macht frei nach Tag und Jahr’, aldus Hirsch Ballin, verwijzend naar een Middeleeuwse rechtsgrondslag voor lijfeigenen; wie langer dan een jaar en een dag in een stad verbleef verkreeg van het stadsbestuur zijn vrijheid. Recht spreken in steden, aldus Hirsch Ballin, heeft steeds betrekking op complexe, meervoudige relaties, ze vereist een 360 graden oriëntatie van de jurist. Recht legt macht aan banden en urbanisatie stimuleert de ontwikkeling van het recht. In Nederland zijn de steden veilig, stelde de hoogleraar vast. En op de Zuidas zijn de advocaten goed in arbitrage. Maar, gaf hij toe, de juridische onderbouwing voor regionale verstedelijkingsvraagstukken wordt in dit kleine land maar moeizaam geleverd.

Tagged with:
 

Planning als co-evolutie

On 20 maart 2014, in planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Out of Control’ (1994) van Kevin Kelly:

In 1994 schreef Wired-redacteur Kevin Kelly een fantastisch boek over de nieuwe biologie van machines, sociale systemen (steden) en economische stelsels. Wat al die systemen gemeen hebben? Complexiteit. Of je nu ruimtelijke planning bedrijft, een economie wil laten groeien of smart cities bouwt, iedereen heeft met complexiteit te maken. Daarom is het boek voor elke planner een aanrader. Complexiteit, schreef Kelly twintig jaar geleden, neemt toe. Individualisme lijkt te groeien, maar is niet de trend. "The co in coevolution is the mark of the future. In spite of complaints about the steady demise of interpersonal relationships, the lives of modern people are increasingly more codependent than ever. All politics these days means global politics and global politics means copolitics." Als wereldgemeenschap worden we steeds afhankelijker van elkaar en moeten we steeds meer samenwerken. Dat doen we niet omdat we elkaar zo aardig vinden, maar uit pure noodzaak. Allianties, coalities en samenwerkingsverbanden schieten als paddenstoelen uit de grond. Politieke partijen die elkaar op standpunten blijven bevechten, hebben het nog altijd niet begrepen. "In true coevolutionary fashion, coevolution breeds coevolution."

Wat als straks iedereen met iedereen samenwerkt? Co-evolutie, schreef Kelly, brengt de dingen naar een bijna absurde toestand van stabiele instabiliteit. Controle bestaat niet meer, geheimhouding werkt contraproductief, openheid is geboden en alleen transparantie laat de complexe systemen verder groeien. "In the Network Era – that age we have just entered – dense communication is creating artificial worlds ripe for emergent coevolution, spontaneous self-organization, and win-win cooperation. In this Era, openess wins, central control is lost, and stability is a state of perpetual almost-falling ensured by constant error." In die instabiele toestand van totale wederzijdse afhankelijkheid en bijna-ongelukken bevinden wij ons op dit moment. Instituties spreken van een crisis, maar instituties bestaan bij de gratie van stabiliteit. Allen daarbuiten weten beter. En het einde van deze groei in complexiteit en instabiliteit is nog lang niet in zicht. Planologen moeten zich snel heroriënteren. “The future of control: Partnership, Co-control, Cyborgian control. What it all means is that the creator must share control, and his destiny, with his creations.”

Tagged with:
 

Binnenstad in de etalage

On 19 maart 2014, in vastgoed, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 13 maart 2014:

Vorige week opende het nieuwe station van Rotterdam. Voor NRC Handelsblad was het aanleiding om met de Rotterdamse wethouder Karakus door de binnenstad te wandelen. Het gesprek ging over bouwen. De wethouder wil veel woningen bouwen. Sterker, er zijn de afgelopen jaren al veel woningen in de binnenstad gebouwd: hun aantal is sinds 2008 met liefst 9% gestegen. De Rotterdamse binnenstad, aldus de wethouder, is ideaal voor mensen uit de Randstad om in te wonen. Maar dan moeten ze wel komen. “Zonder bewoners is het uitgestorven na zes uur ‘s avonds.” Alles wordt er aan gedaan om het de woonconsumenten naar de zin te maken. De wethouder: “De binnenstad was als een verloederd huis. Dat kan je niet in één keer vernieuwen want dan moet iedereen eruit. We knappen het kamer voor kamer op, en zetten ook overal deuren tussen.” Rotterdam wil meer hoogopgeleiden trekken. De binnenstad is daarvoor ideaal. Ook het nieuwe Centraal Station is in dat licht bezien een opsteker.

In de Amsterdamse krant Het Parool was de toon agressiever. De kop boven het artikel in de krant van donderdag luidde: ‘De nieuwe Zuidas ligt in Rotterdam’. Rondom het nieuwe Centraal Station van Rotterdam staan ineens tienduizenden vierkante meters kantoorruimte te wachten op huurders, met huren die beduidend lager zijn dan op de Amsterdamse Zuidas. Boodschapper was ditmaal Michael Hesp van kantorenmakelaar JLL. En bedrijfsmakelaar DTZ Zadelhoff vond het nieuwe station ineens ‘alle verschil maken’. Tot nu toe, zei hij, staan veel kantoren in de Rotterdamse binnenstad leeg; verhuur verloopt er matig. Alle hoop van het makelaarskantoor is gevestigd op de werking van het nieuwe Centraal Station. Conclusie van dit alles: hier wordt de oplevering van een station door een stad gebruikt om leegstaand vastgoed – woningen en kantoren – in de etalage te zetten. Gebeurde dat ook niet eerder in het Franse Lille? Ook daar een slechtdraaiende lokale economie en een spectaculair station -Euralille – dat verbetering moest brengen. En is het daar gelukt? Marine Le Pen komt er aan de macht.

Tagged with: