Denemarken doet het beter

Opgemerkt tijdens vakantie in juli 2008:

Voor het eerst van m’n leven door Denemarken gereden. Eerste indrukken? De Denen lijken op de Nederlanders. En Denemarken lijkt op Nederland. Twee kleine landen in Noordwest-Europa, omgeven door water en grenzend aan Duitsland en de Noordzee. Maar, er zijn in ieder geval twee opvallende verschillen tussen beide natiestaten te noemen. De eerste is het dominante kwaliteitsbesef van de Denen tegenover het overwegende kwantiteitsdenken van de Nederlanders. Nederlanders denken alleen maar aan veel dingen tegen een zo laag mogelijke prijs. Veel containers, veel vliegtuigen, veel dozen, veel woningen, veel vrachtwagens, veel steden. En dat alles zo goedkoop mogelijk.

De Denen daarentegen zoeken in alles kwaliteit. In het eten, in de producten die ze maken, in het landschap, zelfs in de parkeerplaatsen langs de snelwegen. Dat doen ze bewust, het is een door hun politieke elite bewust gedane keuze. Het brengt hen grote welvaart, méér welvaart dan de Nederlanders. En een schoner milieu.

Dat brengt me op het tweede verschil. Het tweede grote verschil tussen Denemarken en Nederland schuilt in het occupatiepatroon, in de ruimtelijke ordening. Kopenhagen is veruit de grootste stad van het land, de rest van Denemarken is overwegend platteland (de tweede stad van het land is Aarhus, vergelijkbaar in grootte met Eindhoven). Het Kopenhagen dat ik zag is een geweldige stad, ruim een miljoen inwoners groot (groter dus dan Amsterdam), waar, alweer, het denken in kwaliteit de boventoon voert. Zelfs de stadscamping waar ik met mijn gezin stond, was in alle opzichten geweldig. Het is voor Nederlanders een jaloersmakende situatie. Denemarken heeft niet de fout gemaakt die Nederland met zijn naoorlogse ruimtelijke ordening wèl heeft gemaakt: alles spreiden en verdunnen. Een van de voordelen hiervan is de directe verbinding per metro van het stadscentrum van Kopenhagen met de luchthaven, Kastrup, terwijl bij ons de Noord-Zuid lijn eindigt op de Zuidas, waarna tout Amsterdam voor de laatste vijf kilometer moet overstappen in de trein.

Het enige nadeel van deze concentratiepolitiek, is dat de voetbalcompetitie in Denemarken tegenvalt. De clubs in Kopenhagen krijgen weinig tegenspel in de nationale competitie. De Deense sterspelers spelen daarom vooral in het buitenland.

Maar is dat bij ons zoveel anders? Want kunnen Maastricht, Deventer, Zwolle, Den Haag, Breda en Nijmegen werkelijk nog profclubs op hoog niveau op de been houden? Ik denk dat dit verschil steeds geringer wordt. De Denen doen het, kortom, beter.


Posted

in

by

Comments

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *