Pleur op!

On 4 maart 2017, in kunst, stedenbouw, wonen, by Zef Hemel

Voorgedragen in Cargo, Amsterdam, op 26 februari 2017

Aarde, water, lucht en vuur. De vier oerelementen. Ik herkende ze meteen. Mooie beelden van fotografe Annaleen Louwes in Cargo, in de Houthaven, aldaar te zien tot 19 maart 2017. Vooral het geluid vond ik mooi. Geluid is in DUSK bijna even belangrijk als beeld. Afgezien van het ademhalen, hoorde ik vooral havengeluiden. Het geluid van Coen- en Vlothaven: Cargill, Igma, Amfert, Eggerding: dat is overslag van soja, kunstmest, cacao. Het drukste deel van de Amsterdamse haven. Waarom was ik zo gespitst op het geluid?

 

Mediation om Houthaven

Twee jaar lang nam ik deel aan een mediation-traject met Eberhard van der Laan, in 2007 nog advocaat. Ik vertegenwoordigde de stad, Hans Gerson de haven, we werden bijgestaan door de projectleiders van Houthaven en NDSM, plus een vertegenwoordiger van de vier bedrijven, en met de provincie als toezichthouder. De gesprekken gingen over geur, stof, maar vooral over geluid: wanneer gaan de toekomstige bewoners van Houthaven over het geluid van de haven klagen? Niet de volksgezondheid was in het geding, nee, het ging om potentieel klagende Amsterdammers.

Een slepend conflict van twintig jaar was eraan voorafgegaan: bestemmingsplannen voor Houthaven waren keer op keer getorpedeerd door de havenbedrijven. Ze vreesden dat de toekomstige bewoners last zouden krijgen van hun geluid. Nu lag er weer een nieuw bestemmingsplan voor. Opnieuw werd voor juridische procedures gevreesd.

Voor het convenant kreeg ik opdracht om de kritische geluidscontour van 50 DB op een kaart te tekenen. Als een soort van bestandslijn. Ik herinner me de gesprekken met de geluidsdeskundigen van de provincie en de milieudienst. De contour werd theoretisch berekend. Daarover was veel discussie mogelijk. De stedenbouw werd ingezet om de contour vast te leggen. Ziedaar de hoge muur aan de kant van de Minervahaven. Die moet het gevreesde havengeluid tegenhouden.

Ik ben in die tijd zelf gaan luisteren, bij westenwind, juist toen een aantal schepen in de Vlothaven gelost werden. Wat hoorde ik precies? Hoofdzakelijk autoverkeer. Vanwege dat autoverkeer moesten we een verkeerstunnel graven, kosten 40 miljoen. En ik dacht: als dat verkeer onder de grond verdwijnt hoor je de havenbedrijven nog veel duidelijker.

 

Geen spade in de grond

Na twee jaar tekenden we het convenant, in 2009. Eindelijk mochten we gaan bouwen. Maar de financiële crisis was toen net uitgebroken en het gemeentebestuur besloot tot een bouwstop. Van het grondbedrijf moesten we allemaal ons werk neerleggen, er mocht geen spade meer in de grond. Opnieuw gingen vijf kostbare jaar verloren. Ondertussen liepen de kosten verder op. We moesten de havenbedrijven alle juridische kosten van de afgelopen twintig jaar betalen, we moesten geld storten in een fonds waarmee de bedrijven geluidwerende maatregelen kunnen nemen, we moesten een verkeerstunnel graven, we hadden vijfentwintig jaar niet gebouwd, dus de rentekosten liepen verder op en we hadden telkens weer nieuwe bestemmingsplannen moeten tekenen. Geen wonder dat Houthaven nu erg duur, nee onbetaalbaar wordt.

Maar het ergste is dat Amsterdam al die tijd geen woningen bouwde. En dat Amsterdam steeds duurder wordt. Niet alleen door de stijgende bouwkosten, maar vooral door de schaarste die Amsterdam dus zelf creëert, terwijl steeds meer mensen maar wat graag in Amsterdam zouden willen wonen.

Geluid speelt in dit alles een cruciale rol. Geluidsoverlast wel te verstaan. En dat heeft alles te maken met een probleem dat de Amsterdamse hoogleraar geografie, Rob van Engelsdorp Gastelaars, mij ooit eens uitlegde: de nieuwe bewoners van Amsterdam (de zogenoemde nieuwe stedelingen) wonen niet grootstedelijk, maar suburbaan. Ze willen geen overlast, geen herrie. Ze willen leven in een conflictvrije woonbuurt, net zoals ze in Almere of Lelystad een rustige woonomgeving kopen. Want groeiende welvaart leidt in de eerste plaats tot het uitbannen van conflicten en overlast. Rijke, hoogopgeleide mensen nemen al snel een advocaat in de arm. Welvaart, niet armoede, leidt tot segregatie en juridisering.

 

Rolkoffergeluiden

Er is een mooi boek van de Amerikaanse socioloog Richard Sennett uit 1971, waarin deze dit nieuwe fenomeen beschrijft. In ‘The Uses of Disorder’ wees hij op de generatie van jonge babyboomers die terugkeerde naar de grote stad. Ze waren in de suburbs beschermd opgegroeid, in een hele rustige woonomgeving. Nu stapten deze welvaartskinderen uit hun beschermende cocon, gingen terug naar de grote stad, maar ze konden aan al die wanorde maar moeilijk wennen. Want grootstedelijkheid is wanorde. Naarmate ze rijker werden, gingen ze toch weer de grote stad als een buitenwijk bewonen. Ze begonnen te klagen over fietsers, toeristen, vuilnis, auto’s, de gemeente, alles. Hun levensmotto is ‘pleur op!’ Sennett pleitte voor chaos en wanorde en zag het nut van conflicten. Alleen door te leren omgaan met conflicten worden wij mensen werkelijk volwassen. Grootstedelijkheid is de enige manier om de grote wereld aan te kunnen. Rijke mensen die maar klagen en naar de rechter lopen vertonen kinderlijk gedrag.

Geluidsoverlast is het criterium. Hoeveel geluid kunnen mensen verdragen? De maatstaf is 50 DB. Havengeluiden hebben iets romantisch, maar dat telt voor de wetgever niet. Geluid is geluid. En de geluidswetgeving in dit land biedt rijke burgers een uitgebreid keuzemenu voor procederen.

Het deed me denken aan ´Berlin, Symphonie der Grossstadt´, de film van Walther Ruttmann, 1927: een dag in het leven van Berlijn, een mooie film in zwart-wit, het ontwaken van de stad, het spitsuur, het verkeer, de fabrieken die draaien, de machines die fluiten, de herrie, de terugkeer van de rust, het weer gaan slapen. Ook die film ging over geluid. Symfonisch geluid. Geluid hoort nu eenmaal bij de grootstad.

Maar Amsterdam is geen grootstad en wordt dat ook niet meer. Er wordt steeds minder gebouwd, ook al wil iedereen hier graag wonen en schieten de prijzen regelrecht door het plafond. Juridisch wordt alles dichtgetimmerd. Rijke, hoogopgeleide mensen willen Amsterdam in alle rust, als een Almere, conflictvrij bewonen. We bouwen muren in de stad om het geluid buiten te houden. Geen hotels meer, geen Airbnb, geen hoogbouw, geen dagjesmensen, geen buitenlanders, pleur op allemaal! Amsterdam wórdt net als Almere. Conflictvrij, een gezuiverde ruimte. Zelfs het geluid van de rolkoffers is storend en moet worden uitgebannen.

Het gevecht om het geluid is het centrale slagveld in het welvarende Amsterdam. Het wachten is op de eerste nieuwe bewoner in Houthaven die gaat procederen tegen een van de havenbedrijven.

Tagged with:
 

1 Response » to “Pleur op!”

  1. Annaleen Louwes is een dochter van goede vrienden van ons, wij kennen haar en haar werk dus al langer. Inderdaad een begaafd fotograaf, ik herken de oerkrachten in haar werk. Amsterdam heeft die ook, oerkrachten. En wat zien we. Amsterdammers die op bedrijventerreinen gaan wonen (Buiksloterham, De Ceuvel, Ndsm, het oude Stork, Zamenhof). Eerst mocht er ambtelijk alleen gewoond-werkt worden en daardoor kon ineens datgene wat daarvoor niet kon. Dus ik zie oplossingen. Dat hele Houthavengebied moet niet tot woongebied verklaard worden, maar tot woon-werkgebied. Je werkt waar je woont en omgekeerd, en de hele ordelijke geluidssantekraam valt in duigen bij dat soort aanpak.
    Een geweldig voorbeeld vindt ik de Duitse Raumordnung op basis van het Bundesbaugesetz. Zij kennen alleen maar Staffelgebieden met voorschriften op het gebied van dichtheid en woonaandelen. Alleen Staffel 10 gebieden zijn uitsluitend wonen, alle andere zijn mengvormen inclusief staffel 1 waarin het wonen desondanks 20 % moet bedragen. De wet op de geluidhinder is bij onze buren alleen van toepassing in Gewerbe- und Industrieflächen en mag niet meer dan 200 m buiten de bestemmingscontour invloed hebben. De echte boosdoeners liggen daardoor in de kern en niet aan de rand van die bestemmingen.

    Kortom, van mengen tussen wonen en werken kunnen we van onze buren nog heel wat leren. Bovendien doen de Belgen en de Fransen helemaal niet aan regelen. Wij zijn op RO-gebied een doorgeslagen landje! Spruitjeslucht in ons aangeharkte “middenland” waarmee helaas ook de trend is gezet voor ons zeldzame grootstedelijke milieu. Daar kunnen we geen kant meer op en helpen dat dus ook – juridisch – om zeep. Deregulering is wat hier geboden is. Maar helaas is dat geen verkiezingsthema, integendeel.

Leave a Reply