Neem China

On 30 november 2012, in demografie, duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Report on Ecological Footprint of China” (2012) van WWF:

Amper terug uit Brussel, valt me een stuk in handen waarom ik niet gevraagd heb, maar dat ik beslist moet lezen. Het rapport van het Wereldnatuurfonds over de ecologische voetafdruk van China. Weliswaar, lees ik, groeit de biocapaciteit van China door verdere ontginning en nieuwe technieken, toch verbruikt een Chinees elk jaar opnieuw het dubbele areaal van wat het land kan bieden. Er zijn op dit moment dus twee China’s nodig om het land te voeden en te onderhouden. Als een Chinees zou leven als een Amerikaan, dan had het immense land zelfs de hele wereld nodig. China moet dus snel verduurzamen, niet omdat het een grote voetafdruk bezit, maar omdat het land zo’n omvangrijke bevolking heeft. Het Aziatische deel van de Pacific telt vijftig procent van de wereldbevolking en verbruikt op dit moment 40 procent van de beschikbare biocapaciteit. Voor de goede orde, de minst duurzame landen ter wereld per hoofd van de bevolking zijn de Verenigde Arabische Emiraten, de VS en Finland, Canada en Koeweit. Nederland staat op plaats 26, na Rusland en voor Japan.

Bemoedigend vond ik om te lezen dat de ecologische voetafdruk van China weliswaar snel stijgt, maar dat de absolute groei van het Nationaal Product van het land nog veel sneller groeit. “This could be caused by an increase in less resource intensive economic activities, or by inequality in the distribution of Footprint and income within different populations in China.” Zelf denk ik het eerste. Door de snelle compacte verstedelijking – veel compacter dan Europa, laat staan de VS – groeit een urbane diensteneconomie die van nature veel zuiniger omspringt met grondstoffen en goederen dan een gespreide, deels agrarische samenleving. Echter, het WWF denkt er anders over: “There is a significant difference in per capita Ecological Footprint between the urban and rural population in China, with residents in urban areas requiring much more capacity to support their lifestyles than rural residents. While urban living can be more resource efficient than rural living, this effect is compensated by the higher income in urban areas.” Dat zou betekenen dat de verwachte groei van de stedelijke bevolking tot 2020 met 220 miljoen Chinezen slecht zou zijn? Dit is het antwoord van het WWF: “One of the most effective ways to prevent a large increase in China’s Ecological Footprint as more residents move to cities will be the use of a compact urban development strategy.”

Tagged with:
 

Mouvement Leclerc

On 29 november 2012, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 19 september 2012:

Midden september overleed op 85-jarige leeftijd Edouard Leclerc, de grondlegger van de grootste supermarktketen van Frankrijk. Hij had deel kunnen uitmaken van David Landes’ ‘Dynasties’, het boek over de grootste familiebedrijven in de wereld. Tussen mijn knipsels trof ik zijn levensbeschrijving, opgetekend door journalist Marijn Kruk. In 1949 opende hij een kruidenierszaak in het Bretonse stadje Landerneau. Aanvankelijk verkocht hij alleen biscuitjes, net boven de inkoopprijs, later ook olie, suiker, zeep. Hij kocht het allemaal rechtstreeks in bij de fabriek, dus zonder tussenhandel. In 1963 opende hij zijn eerste hypermarché in Brest. Vanaf toen moedigde hij andere winkeliers aan zich bij hem aan te sluiten, eerst in Bretagne, later ook in de rest van Frankrijk. Zij mochten zijn naam voeren op voorwaarde dat ze zijn distributiemethode volgden. Er kwam een nationale inkoopcentrale en een nationale distributievereniging. De weilandwinkel was geboren. Op dit moment telt Leclerc 750 winkels in Frankrijk en 114 daarbuiten. De jaarlijkse omzet bedraagt 30 miljard euro.

Er is tegenwoordig veel kritiek op Leclerc, die met zijn moordend lage prijzen over de ruggen van zijn werknemers en toeleveranciers klanten aan zich zou proberen te binden. Concurrent Intermarché, een afsplitsing van datzelfde Leclerc uit 1969, doet het wat dat betreft beter. Het fenomeen weilandwinkel is door Le Mouvement Leclerc ook direct gekoppeld geraakt aan extreem lage prijzen, moordende concurrentie en lelijke loodsen in het mooie Franse landschap. Maar wat een innovatie! In zestig jaar tijd is het Franse winkellandschap mede hierdoor totaal veranderd. Op dit moment beheersen Franse grootschalige retailers 90 procent van de commerciele handel. En bijzonder is het dat al die innovatie niet uit Parijs kwam, maar uit de provincie. Was deze innovatie geheel de verdienste van Leclerc? Nee, wat sterk meehielp waren de werkende Franse vrouwen die na de Eerste Wereldoorlog hun omgekomen mannen moesten vervangen op de arbeidsmarkt. Die hadden geen tijd om boodschappen te doen. Die gingen eens per week naar de weilandwinkel.

Tagged with:
 

Het geheim van New York

On 28 november 2012, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Triumph of the City’’ (2011) van Edward Glaeser:

Op 22 juni 2012 verscheen in NRC Handelsblad een recensie van ‘Modern New York’ van Greg Davis, geschreven door Lucas Ligtenberg. Ik moet bekennen dat ik het boek zelf nog altijd niet heb gelezen. Wat me niettemin van de recensie bijbleef was dat de auteur meldde dat New York de bankencrisis van 2008  met gemak heeft doorstaan. Wall Street was weliswaar het epicentrum van de crisis, maar de rest van de wereld lijdt er meer onder dan de stad zelf. Hoe kan dat? Ligtenberg: de economie van de stad wijkt af van de rest van de USA. Er is in New York bijna geen maakindustrie meer, dat scheelt. De veerkracht van New York schuilt in de sterke financiële sector en in de omvangrijke toeristenindustrie. Ook de vele migranten helpen mee. “Daarnaast is de stad rijk aan hogere opleidingen en aan zorginstellingen in alle soorten en maten, toevallig de twee sectoren die het minst last hebben van economische cycli.” Kortom, de economie van de metropool New York is groot, divers, postindustrieel en niet teveel op export gericht.

Niet voor niets opende Harvard-econoom Edward Glaeser zijn ‘Triumph of the City’ vorig jaar met de opzienbarende wederopstanding van New York. Andere grote steden zouden het voorbeeld van de Big Apple moeten volgen. Glaeser: “New York reinvented itself during the bleak years of the 1970s when a cluster of financial innovators learned from each other and produced a chain of interconnected ideas.” Jane Jacobs zou het geschreven kunnen hebben. “Between 2009 and 2010, as the American economy largely stagnated, wages in Manhattan increased by 11,9 percent, more than in any other country.” Een succesvolle stad moet tenminste 1 miljoen inwoners tellen, stelt Glaeser. “Americans who live in metropolitan areas with more than a million residents, are, on average, more than 50 percent more productive than Americans who live in smaller metropolitan areas.” In zijn boek voegt Davis daaraan veelbetekenend toe dat New York de enige stad in de Verenigde Staten is die loonbelasting heft, wat de gemeente flinke financiële armslag geeft. Per jaar levert het de stad vele miljarden dollars op, die het vervolgens weer in zichzelf investeert. Me dunkt, het succes van New York lijkt me daarmee voldoende verklaard. Toch maar lezen, die Davis.

Tagged with:
 

The Brightest Light

On 27 november 2012, in economie, by Zef Hemel

Gezien in ‘Queen of Versailles’ op 22 november 2012:

Misschien was ik wel de enige in Amsterdam die hem nog niet had gezien: de documentaire ‘Queen of Versailles’. Afgelopen week was hij te bewonderen in Holland Doc van de VPRO. Aanvankelijk dacht ik dat de film over Parijs zou gaan, maar dat bleek niet zo te zijn. Het gaat over Jackie en David Siegel en hun nieuwe huis-in-aanbouw in Miami, Florida. Dat woonhuis werd een kopie van Versailles, door het echtpaar bewonderd en nagetekend op een servetje tijdens hun huwelijksreis in Frankrijk. Het zou het grootste woonhuis van de VS zijn geworden als het was afgebouwd. Maar dat gebeurde niet. De crisis sloeg toe, in september 2008. Daarna verloor David al zijn geld, dat helemaal geen echt geld bleek te zijn. Zijn vastgoedimperium – formule: timesharing – bleek gebouwd op bankleningen, verstrekt tegen lage rente. Toen de banken instortten kon David niet meer aan nieuw geld komen. Ook zijn oude geld bleek helemaal niets waard te zijn. Alles was gefinancierd met leningen. Terwijl David probeert zijn vrouw en kinderen te leren het licht uit te doen als ze het huis verlaten, spendeert zijn vrouw – een voormalige Miss Florida – , verslaafd aan haar creditcard, gewoon door.

De film laat mooi zien hoe onze economie de afgelopen decennia vorm kreeg: met een monetair beleid dat ons tot extreem consumeren aanzette. Het blijkt allemaal botox te zijn. VINEX is in dat opzicht niet beter dan Miami of Las Vegas. Weet u nog van die Belle van Zuylentoren die Utrecht wilde bouwen in het midden van Leidsche Rijn? Vlak voor de crisis had David het grootste timesharinghotel van de wereld laten bouwen in Las Vegas. Met zijn 52 verdiepingen en 1200 appartementen torent het blauwe PH Towers Westgatehotel uit boven de andere hotels. David wil het aanvankelijk niet verkopen. Het is zijn grote trots. Echter, op het eind van de film dooft toch het licht, maar op de website staat nog steeds het volgende te lezen: ‘"With the unveiling of the PH Towers Westgate signage on top of the building, the brand name ‘Westgate’ took its place above the Las Vegas Strip illuminated with a newly patented LED lightning system boasting the largest letters of any hotel sign on The Strip. The Westgate brand is now the brightest light in Las Vegas.”

Tagged with:
 

Niet duurzaam

On 26 november 2012, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Triumph of the City’ (2011) van Edward Glaeser:

Afgelopen week gesproken bij de alumni van de Master City Developer in de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Mijn lezing ging over Edward Glaeser’s ‘Triumph of the City’. Dit paste in de serie ‘Great Books’ van MCD. Zo’n veertig professionals namen aan de discussie deel. In het eerste deel sprak ik over het boek zelf, over de auteur en het nest waar hij uit komt: zijn vader Ludwig, de Duitse architect die later curator architectuur werd van het MOMA, New York. Kern van zijn boek is het pleidooi voor een ‘level playing field’ in de USA, waardoor de woestijnstad Houston niet meer zo onstuimig zou groeien, maar het veel gunstiger gelegen New York en San Francisco. Immers, Houston is betaalbaar, maar zowel het wonen aan de Oostkust als de Westkust van de Verenigde Staten is voor de meeste mensen te duur. Vind je het gek? Een kwart van Silicon Valley is beschermd natuurgebied; hetzelfde geldt voor de Oostkust. Die succesvolle urbane gebieden hebben zichzelf op slot gezet, waardoor de middenklasse een goed heenkomen heeft gezocht in het betaalbare Texas en Arizona. Washington heeft dit nog kracht bijgezet door alle federale beleid pro-suburb  te laten zijn: de infrastructuurprogramma’s, het woonbeleid, het belastingstelsel, enzovoort. Kortom, Amerikaans beleid is anti-stedelijk. Daardoor groeien steden in streken waar de fysieke omstandigheden eigenlijk het slechtste zijn. Dat is niet duurzaam.

In het tweede deel werd aan de deelnemers gevraagd om het gedachtegoed van Ed Glaeser toe te passen op de eigen praktijk, op de Nederlandse situatie dus. Dat viel niet mee. Nederland is immers onvergelijkbaar veel kleiner dan de Verenigde Staten en Glaeser is een econoom die de complexe situatie wel erg versimpelt. Dat de ecologische voetafdruk van Nederland nauwelijks onderdoet voor die van de Verenigde Staten leek groot nieuws. En dat ook de Nederlandse regering nog altijd spreiding subsidieert via het infrastructuurfonds, het MIRT, het woonbeleid, het reiskostenforfait, de ov-jaarkaart, het wilde er bij de meesten niet in. Nederland een artificieel, overgereguleerd, gesubsidieerd land? Excuses genoeg om de genadeloze boodschap niet onder ogen te zien. Maar wat te denken van het VINEX-programma?, vroeg voorzitter Willem van Winden de aanwezigen. Iemand antwoordde: “VINEX is het Houston van Nederland.” waarop Van Winden wilde weten wat er met Nederland zou zijn gebeurd als er sprake was geweest van een ‘level playing field. Antwoord: de Zuidas zou sneller zijn gegroeid, de Wilhelminapier nooit gebouwd.

Tagged with:
 

Taxis de la Marne

On 23 november 2012, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Dynasties’ (2006) van David Landes:

Heerlijk boek van David Landes. In ‘Dynasties’ beschrijft deze Amerikaanse historicus, verbonden aan Harvard, het leven van families die sinds jaar en dag grote, wereldomspannende bedrijven op het gebied van bankieren, autofabricage en grondstoffen besturen. Een derde van alle bedrijven in de wereld is nog altijd in het bezit van families. Zij zorgen, meer dan naamloze vennootschappen, voor voorspoed en continuïteit. Niet dat dat bijzondere gegeven veel heeft uit te staan met steden. Dacht ik. Tot ik de geschiedenis las van de Franse familie Renault. Vanaf 1902 maakt deze familie zijn eigen motoren, drie jaar later bouwt ze heuse auto’s, zo’n 1200 stuks per jaar. Er werken dan 800 mensen. In Frankrijk zijn er op dat moment nog honderden bedrijfjes actief die op kleine schaal auto’s fabriceren.

Renault breekt definitief door in Parijs. Parijzenaars houden niet van taxi’s, omdat de bevolking niet wil afdingen. Wanneer Renault een taximeter bedenkt en deze rond 1910 in zijn auto’s installeert, wordt er een vaste prijs per ritlengte gerekend en groeit de verkoop van taxi’s in de Franse hoofdstad onstuimig. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog rijden er in Parijs al zo’n drie- tot vierduizend taxi’s, alle afkomstig uit de Renaultfabrieken. Korte tijd later komen ze bekend te staan als ‘taxis de la Marne’, omdat ze op grote schaal soldaten moesten vervoeren naar de frontlinies in het noordoosten, om de hoofdstad te beschermen. Landes schrijft er nuchter over, maar al in 1907 is Renault door de verkoop van taxi’s in Parijs de grootste autoproducent van Frankrijk. Rond 1912 is de omzet van het familiebedrijf zelfs gegroeid tot 59 miljoen francs, met een winst van 19 miljoen. Je zou kunnen zeggen dat Renault groot heeft kunnen worden dankzij de enorme markt van de Parijse metropool, ook al bevonden de fabrieken zich toentertijd nog elders en moest de familie nog jaren wachten tot het moment dat het Franse Ministerie van Defensie voor het gebruik van de taxi’s in de oorlog betaalde.

Tagged with:
 

Peanuts

On 22 november 2012, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in The ARUP Journal issue 2, 2012:

Londen en Parijs bieden tegen elkaar op als het om nieuwe metro-infrastructuur gaat. De Amsterdamse Noord-Zuidlijn stelt, daarbij vergeleken, helemaal niets voor. Terwijl de nieuwe Franse regering naarstig op zoek is naar 42 miljard euro voor twee nieuwe metrolijnen door Groot-Parijs, bouwt Londen gestaag door aan het 18 miljard kostende Crossrail, “London’s most significant new railway within living memory.” Crossrail verbindt Maidenhead in het uiterste westen met Stenfield en Abbeywood in het uiterste oosten. Onderweg doet de lijn via een zijtak vliegveld Heathrow aan. Het grootste vliegveld van Europa krijgt daardoor een rechtstreekse metroverbinding met West End, the City en Canary Wharf. Liefst 21 kilometer van de nieuwe spoorverbinding gaat ondergronds, dwars door het Londense centrum, en takt aan op London Underground en Docklands Light Railway. Sommige delen liggen niet minder dan 75 meter onder de grond. In 2018 moet de lijn gereed zijn.

De eerste ideeën voor Crossrail dateren al van 1943. Pas in 1989 werden de plannen weer uit de kast gehaald. In 1991 lag het besluit voor aan het Britse parlement. In de recessie die volgde sneuvelde het plan, totdat het in 2001 weer werd opgepakt in de joint venture voor Crossrail London Rail Links. Als de nieuwe lijn in 2018 wordt geopend, zullen 24 treinen per uur, elk 200 meter lang, ieder 1500 passagiers onder de Britse hoofdstad vervoeren. Op dit moment bevinden de tunnelboren zich onder de stad, tussen Royal Oak en Farringdon station, later dit jaar vanaf de Docklands. Ze zullen Soho en Tottenham Court Road passeren, de technische details zal ik u besparen. Kortom, amper een jaar nadat Amsterdam feestelijk zijn  Noord-Zuidlijn zal inwijden, rijden er complete treinen onder Londen door en, anders dan de Noord-Zuidlijn, verbindt deze nieuwe metro de bestaande luchthaven rechtstreeks met het centrum en het zakencentrum van de metropool. Dus waar hebben we het over. Die Noord-Zuidlijn is Peanuts.

Tagged with:
 

City of a Million Dustbins

On 21 november 2012, in literatuur, by Zef Hemel

Gelezen in ‘1984’ (1949) van George Orwell:

De toekomstroman van George Orwell, met de titel ‘1984’, speelt zich af in Londen. De hoofdstad van het wereldrijk van na de revolutie is arm, maar machtig en voortdurend in oorlogen verwikkeld. Boven de huizen vliegen helikopters. De metropool zit vol ratten. “The reality was decaying, dingy cities where underfed people shuffled to and fro in leaky shoes, in patched-up nineteenth-century houses that smelt always of cabbage and bad lavatories.” Hoofpersoon Winston Smith – een ambtenaar – kijkt om zich heen. “Het seemed to see a vision of London, vast and ruinous, city of a million dustbins, and mixed up with it was a picture of a Mrs. Parsons, a woman with lined face and wispy hair, fiddling helplessly with a blocked waste-pipe.” Zelf woont Winston in een appartement op de zevende verdieping, dat hij alleen kan bereiken via het trappenhuis, want een lift is er niet.Het uitzicht over de stad is ronduit vreemd en doet denken aan Moskou onder Josef Stalin aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.

Orwell: “A kilometer away the Ministry of Truth, his place of work, towered vast and white above the grimy landscape. This, he thought with a sort of vague distaste – this was London, chief city of Airstrip One, itself the third most populous of the provinces of Oceania.” Boven de eindeloze zee van verwaarloosde negentiende eeuwse bebouwing, slechts onderbroken door inslagen van bommen, rijzen vier enorme gebouwen op. Het zijn de vier ministeries van de heersende dictator en zijn Partij: die van de Waarheid, de Vrede, de Liefde en de Overvloed. Zijn eigen ministerie bevat drieduizend kamers, gebouwd bovenop grote onderaardse gewelven. “It was an enormous pyramidal structure of glittering white concrete, soaring up, terrace after terrace, 300 meters into the air.” Het gebouw heeft geen ramen. Orwell schetst Londen als een verarmde stad waar alle schoonheid is uitgebannen. Alle schoonheid? Nee, de architectuur van het schrikbewind is die van het Modernisme. De negentiende eeuw en alles wat eraan voorafging blijkt in de ban gedaan, verarmd en vergeven van de ratten. Stalin heeft zijn Paleis van de Sovjets nooit kunnen realiseren. De Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang is wat dat betreft een betere vergelijking. Het Ministerie van Waarheid is daar onlangs in werkelijkheid gebouwd. Als hotel voor buitenlandse gasten.

Tagged with:
 

Twee New Yorkse vrouwen

On 20 november 2012, in kunst, by Zef Hemel

Gezien in FOAM in Amsterdam op 16 november 2012:

Bij het zien van de ruim tweehonderd foto’s van Diane Arbus in FOAM aan de Keizersgracht viel me de verwantschap op met ‘The Life and Death of Great American Cities´uit 1961 van Jane Jacobs. Beide vrouwen beschrijven de toestand in New York eind jaren vijftig, begin jaren zestig. Beiden zetten zich af tegen het Modernisme, dat mensen vooral uniformeerde, het leven abstraheerde en reglementeerde, de geschiedenis schrapte en daarvoor in de plaats een nieuw tijdperk aankondigde waarin alles anders, beter en moderner zou zijn. Beide New Yorkse vrouwen lijken zich tegen die sociale ingenieursmentaliteit te verzetten. Arbus legde met haar camera vooral van de norm afwijkende mensen vast, Jacobs kwam op voor oude, vervallen gebouwen. Het had me niet verbaasd als Arbus ook een portret van Jacobs had gemaakt. Zo´n gekke gedachte is dat niet. Ergens zag ik een foto van Arbus genomen in Hudson Street, de straat waar Jacobs destijds woonde.

Arbus´ lievelingsboek op middelbare school was Chaucer´s Canterbury Tales. Ze verwonderde zich, schreef ze in een opstel, net als Chaucer liever over het unieke individu dan over de gelijkvormige massa. Ze beschouwde mensen als ´whole miracles´. ´Each one will always be himself. And he wants that.´New York, opgevat als de moderne Middeleeuwen. Dat was destijds absoluut tegen de trend in. Bovendien, wie las er toentertijd nog Chaucer? Het Metropolitan Museum dat haar fotocollectie beheert, ziet haar werk als vooruitziend. ´Amerika´s overgang van het voldaan isolationisme van de jaren vijftig naar de sociaalpolitieke beroering die naar boven zou komen in de late jaren zestig en in de jaren zeventig lijkt te kolken onder het oppervlak van de afbeelding, en onderstreept Arbus´ vooruitziendheid en intuïtieve begrip van haar tijd.´Datzelfde gold voor Jane Jacobs.

Tagged with:
 

Veerkracht

On 19 november 2012, in economie, sociaal, by Zef Hemel

Gehoord in Rotterdam op 16 november 2012:

Bij het in ontvangst nemen van de Maaskantprijs afgelopen vrijdag in Rotterdam typeerde de stadssocioloog Arnold Reijndorp zichzelf als ‘een loopjongen’. Hij was, zei hij, steeds loopjongen geweest tussen architectuur en sociologie. Reijndorp: “Hoewel ik moet zeggen dat architecten en stedenbouwkundigen ontvankelijker blijken te zijn voor sociologische inzichten dan sociologen voor opvattingen van architecten en stedenbouwkundigen.” De jury die hem de prijs toekende vond zijn werk juist nu relevant, omdat de context van bouwen en wonen is veranderd van uitbreiden naar transformeren, waarbij de behoeften van mensen centraal zijn komen te staan. Met thema’s als het alledaagse gebruik van de stad, nieuwe netwerken in de stad en het functioneren van het publieke domein “reikt Reijndorp waardevolle instrumenten aan voor de ontwerppraktijk van architecten en vooral stedenbouwkundigen.”

Reijndorp hield daarop een schitterende rede. Echter, waarom hij daarbij zo afgaf op de persoon van Richard Florida was me niet duidelijk. Het had zelfs iets verbetens. Zelf zei hij het zo: “De vitaliteit van een stad is verbonden met diversiteit in sociaal, economisch, cultureel en ruimtelijk opzicht. Het is dan ook de vraag of het wedden op het ene paard van de creatieve kenniseconomie wel zo verstandig is.” Herwaardering van de stad is omgeslagen in overwaardering, voegde hij eraan toe. Liever sprak hij van de veerkracht van een stad. Die kan aan andere zaken worden afgemeten dan de drie T’s: Talent, Technologie, Tolerantie. Het klonk alsof Reijndorp de ‘creatieve steden’ hun succes niet gunde en Richard Florida om zijn roem benijdde. Ik kan me er alles bij voorstellen, maar die veerkracht en die aandacht voor ‘gewone mensen’ lijken me toch andere, niet minder interessante onderwerpen. Londen, Parijs en in zekere zin ook Amsterdam, zou je kunnen zeggen, hebben hun veerkracht al bewezen; hun economieën zijn hoogwaardig en creatief gebleken, precies zoals Richard Florida die eigenschappen tien jaar geleden typeerde, overigens met nog steeds een arme onderkant. Florida aanrekenen dat woningcorporaties en gemeentebesturen zijn visie verhaspelden mag natuurlijk niet. Wedden op dat ene paard? Ook Florida noemde destijds diversiteit en het tegengaan van segregatie als belangrijke voorwaarden.

Tagged with: