Bezet Paradijs

On 29 oktober 2012, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 25 oktober 2012:

Mooie reportage van Philip de Wit in NRC Handelsblad over het nieuwste kunstproject van Osterholt en Uitentuis in Rio de Janeiro. In 2010 ontdekten de Nederlandse kunstenaars Wouter Osterholt en Elke Uitentuis de plannen voor een socialistische groene wijk in het westen van Rio – in Barra da Tijuca – met zeventig reusachtige identieke ronde torens waar rijk en arm tevreden samen zouden leven. Rondom de torens waren exotische tuinen gedacht, met zicht op zee. Slechts één toren werd er volgens plan gerealiseerd. Het ontwerp, daterend uit eind jaren zestig, begin jaren zeventig, was van de hand van Oscar Niemeyer, die ook had getekend aan de Braziliaanse hoofdstad Brasilia. Later werd zijn plan geadopteerd door de stedenbouwkundige Lucio Costa. Osterholt en Uitentuis willen het plan nieuw leven inblazen door via een crowd funding campagne de goedkope appartementen alsnog beschikbaar te maken. Waarom? Omdat het plan volgens de kunstenaars refereert aan de tijd dat de wereld nog maakbaar leek.

Waarom mislukte het Braziliaanse socialistische experiment precies? Ik lees het volgende. Het lukte de ontwikkelaar niet om voldoende appartementen te verkopen. Al bij de eerste toren stokte de verkoop. Deels kwam dat doordat de torens rond waren. Vooral de kleine tweekamer appartementen werden door potentiele kopers allerminst aantrekkelijk gevonden. “Het zijn benauwde pizzapunten, zonder ramen achter.” Slechts enkele appartementen boden uitzicht op zee. Wijziging van het plan accepteerden de ontwerpers niet. Osterholt: “Het debacle kondigde eigenlijk het einde van het modernisme aan.” Achter die zin gaat een wereld schuil. Waarom ga je via crowd funding zo’n dwaas en naief architectuur project uit de tijd van de Braziliaanse dictatuur nieuw leven inblazen?

Tagged with:
 

Verplichte lectuur

On 27 oktober 2012, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Reizen zonder John’ (2012) van Geert Mak:

In zijn nieuwste boek reist Geert Mak de Amerikaanse schrijver John Steinbeck achterna op zijn tocht dwars door de VS, nu vijftig jaar geleden. Ik heb het boek gelezen. De route die Mak in 2011 aflegde is precies die waarover Steinbeck in 1960 publiceerde in zijn reisverhalen gebundeld in ‘Travels with Charley’. Charley, dat was Steinbeck’s hond. ‘Travels with Charley’ was het boek dat destijds de temperatuur opnam van het naoorlogse Amerika en dat Steinbeck’s zwanenzang zou worden. De nu even oude Mak schrijft er vijftig jaar later een nog veel dikker boek over. Te dik, als je het mij vraagt. Om kort te gaan, Steinbeck was al oud, voelde zich depressief, slikte amfetamine en vluchtte min of meer voor zijn vrouw, zijn gestrande huwelijk en zijn twee verloren zonen. Wat voor indruk van Amerika kun je dan als schrijver geven?

Opvallend is dat Steinbeck de grote steden systematisch meed. Volgens Mak verlangde hij terug naar het oude Amerika, het Jeffesonse ideaal van het stoere, eerlijke Amerikaanse platteland. Dat ideaal vond hij overigens niet meer. Over de USA was Steinbeck dan ook ronduit pessimistisch. Mak begrijpt dat achteraf wel. Maar nu, vijftig jaar later, blijkt het nog veel erger te zijn: het Amerikaanse platteland, net als het Russische, het Duitse en het Chinese, loopt leeg, raakt in verval, de mensen trekken naar de grote steden. Mak, die het verval nauwgezet beschrijft, bezoekt slechts een paar grote steden: Detroit, Chicago en New Orleans. Alleen de laatste beschreef ook Steinbeck. Mak zet hiermee de toon, want Detroit kwijnt op dit moment weg en New Orleans is de ramp van orkaan Kathrina nog lang niet te boven. Chicago is bovendien nog even woest als destijds. Daarmee levert Mak een even vertekend beeld van de USA als Steinbeck in 1960. Anders gezegd, wie ‘Reizen zonder John’ leest moet ook ‘Triumph of the City’ van Ed Glaeser lezen. Anders zou je misschien gaan denken dat de Verenigde Staten inboeten aan vitaliteit.

Tagged with:
 

Miskende complexiteit

On 26 oktober 2012, in geschiedenis, kunst, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 20 oktober 2012:

Onlangs opende in een nieuwe galerie op de Parijse luchthaven Le Bourget een tentoonstelling van recent werk van de Duitse kunstenaar Anselm Kiefer. De werken hebben alle betrekking op het zogenaamde Morgenthau-plan, vernoemd naar de Amerikaanse minister van Financiën ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.Van Kiefer verbaast me de keuze van zo’n thema niet. Bijna al zijn werk gaat over de zwarte bladzijden uit de recente Duitse geschiedenis. Ik lees over de tentoonstelling in de Volkskrant. Henry Morgenthau had in 1944 voorgesteld om van het naoorlogse Duitsland weer een agrarische natie te maken. Daartoe moest alle zware industrie in dat land worden vernietigd. De Volkskrant: “In het hart van de galerie richtte Kiefer een vierkant veld van goudgeel graan in, deels platgeslagen, deels stoppels en in toom gehouden door een roestig hekwerk.” Vijf grote doeken van geschilderde stengels en vlekkerige bloemen vullen het geheel aan. Journalist Ariejan Korteweg noteert droogjes: “Kiefers uitleg is praktisch. Hij wilde niet zomaar de natuur imiteren en stuitte toen op Morgenthau: ‘Ook een plan dat de complexiteit van de dingen miskende.”

Ik moest denken aan Jörg Friedrich’s boek over ‘De brand’, waarin deze beschrijft hoe de geallieerden stelselmatig alle Duitse steden bombardeerden, met fosfor, in de laatste oorlogsjaren. Maar Friedrich rept niet van het Amerikaanse plan. Achtergronddocumenten van het Morgenthau-plan bevatten ook geen passages over de opzettelijke vernietiging van steden, wel over de complete ontruiming van het Ruhrgebied: eerst alle machines eruit, daarna de mensen: “Accordingly, all people and their families within the area having special skills or technical training should be encouraged to migrate permanently from the area and should be as widely dispersed as possible.”  Zover is het echter nooit gekomen. Wel verordonneerden de Amerikanen na de oorlog een reductie van de industriële productie in Duitsland met liefst 50 procent. En alle Duitse steden lagen op dat moment, na felle bombardementen, totaal in puin. Feitelijk begon het zwaar verstedelijkte Duitsland na de Tweede Wereldoorlog wel degelijk weer als een agrarische natie. Inderdaad een miskenning van de complexiteit der dingen.

Tagged with:
 

De Verleiders

On 19 oktober 2012, in ethiek, by Zef Hemel

Gelezen in Journal of Nordregio 2011 nr.2:

Vandaag naar het congres ‘Tussen koopmansgeest en burgerzin’ in de Openbare Bibliotheek in Amsterdam. Ik moest denken aan ons eerdere bezoek in Stockholm aan Nordregio, dat staat voor Nordic Centre for Spatial Development, gevestigd op het eiland Sklemsholmen. Er werken geografen uit tal van landen samen aan ruimtelijk onderzoek naar de arctische gebieden. Het studieterrein was me volkomen vreemd. In de literatuur die ik meenam, trof me een artikel over Reykjavik, de hoofdstad van IJsland. Daarin wordt het beeld geschetst van een failliete bankenstad, bijna vier jaar na het uitbreken van de economische crisis. Het artikel opent met het drama van Harpa, het trotse muziekcentrum van Reykjavik. Pas onlangs werd het afgebouwd, omdat de IJslandse overheid meende zich een ruïne in het centrum niet te kunnen veroorloven. Maar buiten het centrum is de crisis nog duidelijk zichtbaar. “In the intersection between urban and rural here there exists a litany of failed projects,” melden Sören Bitsch en Anna Karlsdóttir van de Universiteit van Roskilde en de Universiteit van IJsland.

Nadat de IJslandse banken rond de eeuwwisseling waren geprivatiseerd, begon het grote speculeren. Nieuwe financiële producten werden door de banken op de markt gebracht. In en rond Reykjavic begon vanaf 2004 een ware building boom. Die vond plaats in de suburbane gebieden. Achteraf beseft men dat er rond de IJslandse hoofdstad – in de suburbs – veel te veel woningen zijn gebouwd. Dat kwam mede doordat de planologen waren kaltgestellt. De vraag werd schromelijk overdreven. Ruim 7.000 woningen staan nu op de nominatie om gesloopt te worden. Veel waardeloze hypotheken hebben de IJslandse banken inmiddels gedwongen teruggekocht – officieel zou het gaan om 2200 woningen, maar wetenschappers schatten dat het om zeker 16.000 woningen gaat. Veel woningen staan leeg of zijn niet afgebouwd. “There is an ever larger contrast in Reykjavic, of glittering shopping malls and areas of despair.” Gek dat je er niets over leest in de Nederlandse kranten en dat hier nog steeds het idee leeft dat de overheid moet inbinden, dat de groeikernen moeten blijven groeien en dat de planologische regimes een sta-in-de-weg zijn voor economisch herstel.

Tagged with:
 

Nobelprijs voor planners

On 17 oktober 2012, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 7 juni 2012:

Afgelopen week maakte het Zweedse comité bekend dat de Europese Unie dit jaar de Nobelprijs voor de vrede heeft gewonnen. Zelf vond ik het een verrassende keuze die me stiekem blij maakte. Maar onmiddellijk herinnerde ik me het artikel van Ian Buruma in NRC Handelsblad van afgelopen juni, waarin deze de EU neerzette als een technocratische utopie van planners als de Fransman Jean Monnet. Utopie? Planners? Ik citeer: “Jean Monnet was een geboren technocraat, die een aversie had tegen politiek conflict en een haast Chinese neiging tot vereniging. (…) Zoals alle technocraten was Monnet een geboren planner. Hierin was hij overigens een kind van zijn tijd. De maakbare samenleving, het idee dat de economie en de maatschappij zoveel mogelijk moesten worden gepland, was allang voor de oorlog populair.” Vervolgens maakt Buruma alle planners zwart. Het zijn volgens hem ingenieurs en technocraten die de samenleving willen besturen en die wars zijn van politiek.

Ik voelde me aangesproken. Maar eerst nog Buruma: “De Europese vereniging na de oorlog werd gedreven door planners; het was een technocratische utopie.” Duidelijk? Planners tonen zich ongevoelig voor politiek, ze hebben de neiging door te drammen. Ze zijn niet minder dan een bedreiging voor de democratie, zeker als er zwaar moet worden bezuinigd. “Het rationele antwoord op huidige financiële crisis is nog nauwere fiscale vereniging, maar ook dit is weer een technocratische oplossing waar Europa niet democratischer van zal worden. Verder extremisme is daarom waarschijnlijk.” Zou het heus? Krijgen de planner dan eindelijk een Nobelprijs, net wanneer politiek extremisme dreigt? En wordt dat extremisme opgeroepen uitgerekend door de planners en niet door de politici zelf? Ik twijfel. Wat zei Amitav Ghosh ook alweer?

Tagged with:
 

New ways of doing things

On 16 oktober 2012, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 22 september 2012:

Onder de kop ‘Political Petri dishes’ deed The Economist onlangs verslag van experimenten met vernieuwend lokaal bestuur in Groot Brittannië. Als gevolg van een megabezuiniging op het Gemeentefonds van liefst 28 procent over vijf jaar, gemeten vanaf 2010, moeten Britse gemeenten zichzelf opnieuw uitvinden – of zichzelf opdoeken. ‘The Big Society’ van premier Cameron wordt vanuit Westminster via grootschalige publieke bezuinigingen eenvoudig van bovenaf doorgevoerd. Cynici spreken ook wel van ‘The Big Easy’. Door de bezuinigingen gedwongen heeft men in Barnet bijvoorbeeld ‘EasyCouncil’ ingevoerd en naar het voorbeeld van low budget vliegmaatschappij EasyJet vrijwilligerswerk in de plaats gesteld van gemeentelijke dienstverlening. In het linkse West-Londen hebben de gemeenten de koppen bij elkaar gestoken en gezamenlijk een grootschalige reorganisatie doorgevoerd waarbij het middelmanagement eruit vloog. Suffolk ging over tot maximale outsourcing en noemt zichzelf voortaan een ‘virtuele overheid’. En het linkse Islington probeert de schade ‘eerlijk’ te verdelen door de hoge ambtenarensalarissen drastisch te verlagen.

Het hele land kijkt vooral naar Londen, waar op lokaal niveau de meeste experimenten plaatsvinden. Daar gaan de meeste factfinding delegations naar toe. Waarom Londen? Londen, aldus The Economist, heeft de grootste aantrekkingskracht op jong politiek talent. In heel Engeland is slechts 18,5 procent van de lokale bestuurders jonger dan 50 jaar, maar in Londen ligt dit percentage beduidend hoger: 32,8 procent. “London councillors are more likely to hold a degree and are more motivated by political beliefs than their counterparts elsewhere. Their proximity to the city’s public-relations firms, national newspapers and thinktanks makes it easier to create and spread complex ideas.” En Lambeth is het centrum van een Co-operative Councils Network. The Economist vindt het allemaal goed. “Councils are close to the people they serve; they know where money is well spent and where it is not. They are, in short, well-placed to think up new ways of doing things.” Let op mijn woorden: binnenkort gaan de Nederlandse gemeenten massaal op factfinding mission naar Londen. Of naar Amsterdam, binnen Nederland de stad met het meeste politieke talent.

Traag bouwen

On 15 oktober 2012, in monumentenzorg, stedenbouw, by Zef Hemel

Gehoord op 28 september 2012 in Stockholm:

Hun bureau heet Visiondivision. De twee jonge Zweedse architecten ontvingen ons in hun woonkamer, hartje Stockholm. Hun startende bureau had even geen onderdak meer, vandaar. Provisorisch presenteerden ze er ‘Stockholm Stacked: Vertical City Fantasy’, al werden we eerst getrakteerd op een overzicht van hun hele oeuvre, wat door de prilheid van het bureau natuurlijk niet veel om het lijf had, maar dat wel lang duurde. ‘Stockholm Stacked’ bleek een luchtig gebrachte toekomstfantasie over het snel groeiende Stockholm. Hoogbouw verschijnt er op alle bebouwde binnenterreinen als in een SimCity-film. Zonder al teveel ingrijpende aanpassingen en vanaf de straat vrijwel onzichtbaar verdubbelt hierdoor het inwonertal van de Zweedse hoofdstad, met gemak. “Stockholm is one of the fastest growing cities in Europe at the moment, but the pace of new constructions of housing is not at all in tune with the current demand.” Opschieten dus. De hoogte in. Iedereen zoekt woon- en werkruimte in Stockholm, maar die is er niet. Stockholm wordt voor velen te duur om in te wonen. De schaarste en de hoge prijzen drijven de onderklasse naar buiten, de segregatie neemt hierdoor toe. Volgens de architecten is er sprake van onwil bij de autoriteiten om op grote schaal binnenstedelijk te bouwen. En de ontwikkelaars geloven nog steeds niet dat mensen allang niet meer suburbaan willen wonen, maar binnen de bestaande stad.

A dense city is good for the environment and this type of development also takes away the pressure on the important green areas that are open for all. (…) With a larger density of people also comes a wider range of things to do. More museums, libraries, restaurants, bars, cafés, places where people can meet. The result will be a better Stockholm for everyone.” Wie naar buiten keek zag een historisch Stockholm met een skyline die al in 1965 was bevroren. Nergens hoogbouw te zien, alleen maar monumenten. De conserverende ruimtelijke politiek die Stockholm al decennia volgt heeft inderdaad grote nadelen – lees ‘Triumph of the City’ van Edward Glaeser er op na. De vraag is wel of aan de toekomstfantasie van Visiondivision niet ook grote bezwaren kleven. Stockholm kiest daarom voor binnenstedelijk bouwen in de havens en op brownfields rond het historische centrum. Wat is daar op tegen? Overal in Europa kampen succesvolle steden als Parijs, Wenen, Stockholm en Amsterdam met hetzelfde probleem: er wordt te traag gebouwd.

Tagged with:
 

Peak Car

On 12 oktober 2012, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 28 september 2012:

Vandaag vindt in Haarlem een Platform31-bijeenkomst plaats, gewijd aan multimodale knooppunten. Oud-rijksbouwmeester Ton Venhoeven spreekt er. Ik moet reageren. Multimodaal? Knooppunten? Het klinkt me allemaal bekend in de oren. Ik moest denken aan het recente artikel in The Economist waarin de terugloop in het autogebruik in de westerse wereld wordt geanalyseerd en verklaard. Een uitstekend artikel. Zelfs in de USA loopt het autogebruik terug. In de OECD vormen autoritten 70 procent in de modal split, buiten het voetgangersverkeer gerekend. Twaalf miljoen mensen in de EU werken in de auto-industrie en daaraan gerelateerde bedrijvigheid. Dat is 6 procent van alle werkgelegenheid. Buiten woonlasten gerekend, vormen uitgaven aan transport de grootste kostenpost van huishoudens; het merendeel wordt aan de auto besteed. In 2011 werden 60 miljoen nieuwe auto’s verkocht, wereldwijd wel te verstaan. Sinds de jaren ‘50 groeit het mondiale autogebruik en het autobezit. De meeste voorspellingen gaan nog uit van groeiend autogebruik na de huidige crisis. “But that may not be true.”

Er lijkt sprake van een verzadiging, zelfs in Amerika. Zowel autobezit, afstanden die worden afgelegd per auto als aantallen autoritten, ze laten in de statistieken dalende trends zien. De stabilisering vond plaats in 2004; vanaf 2007 zet de daling in. Waarom? Bijna iedereen heeft tegenwoordig een auto; het autobezit kan er alleen maar minder worden. Belangrijker nog is dat jonge mensen tegenwoordig hun rijbewijs op latere leeftijd halen. Jonge Amerikanen rijden minder vaak met de auto van en naar hun werk. Daarentegen stijgt hun aandeel in het gebruik van openbaar vervoer, met liefst 100 procent tussen 2001 en 2009! Dat heeft deels te maken met de hoge prijs van benzine, deels met de penetratie van internet. Onderzoekers hebben ontdekt dat waar die penetratie het hoogst is, het aandeel rijbewijzen onder jongeren lager is. Jongeren zien auto’s niet meer als een doel, maar als een middel. Ze zeggen dat sociale media hen eerder toegang verschaffen tot de wereld, niet meer autobezit. “Young peope move around more and settle down later; they would rather travel to far-off lands than cruise the strip downtown.” Kijk, dat plaatst die hele discussie over multimodale bereikbaarheid in een heel nieuw daglicht. Stoppen met asfalteren en inzetten op beter openbaar vervoer. Met overal WiFi!

Tagged with:
 

Magnetisch Amsterdam

On 11 oktober 2012, in economie, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 4 oktober 2012:

Afgelopen donderdag meldde Het Parool een ware opmars van de digitale media-industrie in en rond Amsterdam. Onder de kop ‘Stad magneet voor digitale media’ deed journalist Marc Laan uitvoerig verslag van een opmerkelijke trend. Bijna de helft van de Nederlandse bedrijven in de sector van de digitale media is op dit moment in de hoofdstad gevestigd, de meeste in de westelijke binnenstad, de grote jongens langs de stadsranden. Nog eens een op de vijf heeft de randgemeenten als vestigingsplaats gekozen, vooral Hoofddorp en Hilversum. Daarmee zitten twee van de drie bedrijven in deze sector in en rond Amsterdam. In totaal gaat het om zo’n driehonderd bedrijven: websitebouwers, ontwerpers van apps, de gaming industrie, tv-bedrijven, reclamebureaus, consultants en makers van e-books en online-tijdschriften. Ondanks de crisis doen deze bedrijven het nog redelijk goed. De regio Amsterdam begint daarmee op Silicon Valley te lijken.

De opmerkelijke gegevens blijken afkomstig van de Amsterdam Innovatie Motor (AIM). Deze heeft ook het succes van de Amsterdamse regio geprobeerd te verklaren. Belangrijkste reden volgens haar: het grote belang van face-to-face contacten. Verder ook: de nabijheid van klanten en opdrachtgevers. Ook telt de aanwezigheid van uitgeverijen, evenals van Vodafone, Ziggo en UPC. Ten slotte schrijft zij het succes toe aan de supersnelle glasvezelinfrastructuur van AMS-IX waarmee de bedrijven gegevens uitwisselen. Laan: “De digitale industrie brengt opmerkelijk veel werkgelegenheid mee voor de regio. Gemiddeld werken er 45 personeelsleden per bedrijf, negen keer meer dan bij een doosneebedrijf in de regio, dat vijf werknemers telt.” Inderdaad, Amsterdam begint verdacht veel op San Francisco te lijken.

Tagged with:
 

Olympische stedenbouw

On 10 oktober 2012, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gezien in Stockholm op 28 september 2012:

Op roeiafstand van het historische centrum van Stockholm ligt Hammarby Sjöstad. Je kunt er eenvoudig komen door een pontje te nemen vanaf Ostermalm. De overtocht duurt niet langer dan hooguit tien minuten. Hammarby is een stevige woonwijk die vanaf 2001 werd ontwikkeld op een voormalig industrieterrein ten zuidoosten van Sördermalm. Alle grond bleek er vervuild, de meeste fabrieken moesten worden gesloopt voordat de eerste woningen konden worden gebouwd. Rond 2017 zal de wijk zijn voltooid. De dichtheid is er hoog, overigens zonder dat het benauwd wordt. Het water maakt dat alles groen en open oogt. Er rijdt een tram en de parkeernorm is er extreem laag: 0,8 auto’s per woning. De bouw doet sterk denken aan het KNSM-eiland in Amsterdam, dat iets eerder in de tijd werd ontwikkeld. Er wonen op dit moment 11.000 mensen, terwijl er nog eens 10.000 mensen werken.

Hammarby Sjöstad dankt zijn ontstaan aan de mislukte bid van Stockholm voor de Olympische Spelen van 2004. Dat bid werd uiteindelijk gewonnen door Athene. Nadat de Zweden eind jaren ‘90 hun tranen hadden gedroogd, besloten ze het als Olympisch dorp bedoelde plan alsnog uit te voeren. Er werden geen concessies gedaan aan de ambities, de planning werd gehaald, het is de eerste grote binnenstedelijke woonwijk in hoge dichtheid van Stockholm en in Zweden, gebouwd als alternatief voor de new towns die achteraf niet duurzaam bleken en de segregatie binnen Groot Stockholm alleen maar aanwakkerden. Hammarby Sjöstad staat tegenwoordig bekend als een buitengewoon geslaagde wijk. Meer van dergelijke voormalige industrieterreinen rond de oude stad staan op de nominatie om herontwikkeld te worden, zoals Norra Djurgardsstaden. Dat men de Olympische Spelen niet heeft gewonnen, wordt achteraf dus allerminst betreurd. Een bid uitbrengen op de Olympische Spelen is altijd profijtelijk. Het maakt grote steden duurzamer. 

Tagged with: