Sovereign

On 31 augustus 2012, in kunst, by Zef Hemel

Gezien in de Bijlmer op zondag 26 augustus:

In parkeergarage Klieverink 100 in de Bijlmer, vlakbij metrostation Kraaiennest, is een opmerkelijke kunsttentoonstelling te zien. Fatform organiseert er tot 30 september 2012 ‘Present Forever’. Fatform bestaat nu drie jaar. Geestelijke vaders zijn Ad de Jong en Manuel Klappe. Hun doel is elk jaar een ‘ondergrondse kunstproject’ in Amsterdam Zuidoost te organiseren. Samen met Daniela Bershan hebben ze ditmaal een wel heel bijzondere tentoonstelling in hartje Bijlmer georganiseerd. Een al vijf jaar lang leegstaande parkeergarage aan Klieverink, dichtbij metrohalte Kraaiennest, werd met vrienden helemaal schoongeveegd, waarna ze 55 kunstenaars hebben gelegenheid gegeven om op de vrijgekomen 3500 m2 hun kunstwerken zonder verdere toelichting tentoon te stellen. Op de opening, eind juli, kwamen ruim 1200 mensen af. Afgelopen weekeinde bezochten wij de expositie met het hele gezin. We waren onder de indruk.

Het mooiste kunstwerk troffen we aan op het laatst, in de onderste verdieping van de parkeergarage. Daar draaide een zwarte Jaguar Sovereign op zijn kop trage rondjes in de lege, donkere ruimte, met de koplampen nog aan en de voorwielen gedraaid. Hij leek gecrasht.  Het was net een roofdier. Zelden zag ik een aangrijpender beeld van wat er op dit moment in de wereld loos is dan dit langzaam draaiende  donkere beeldhouwwerk. Het bleek nota bene gesponsord door De Nederlandse Bank. Geen betere plek voor dit bijzondere kunstwerk van Lotte Geeven dan die lege parkeergarage in de Bijlmer, al zou het in het nieuwe Stedelijk Museum aan het Museumplein niet misstaan. De Bijlmer, dacht ik, wordt definitief trendy, helemaal nu DNB er investeert in kunst.

Tagged with:
 

Geografie van de kunst

On 30 augustus 2012, in kunst, by Zef Hemel

Gezien in Metz op zondag 12 augustus:

Metz is een garnizoensstad in het noordoosten van Frankrijk. Haar ligging was altijd strategisch met het oog op de nabijheid van aartsvijand Duitsland. De Franse historicus Fernand Braudel heeft er ooit fraai over geschreven. Die strategische ligging is onlangs opnieuw uitgebuit door de bouw van een filiaal van Centre Beaubourg uit Parijs: Centre Beaubourg Metz. Het cultuurpaleis, naar een ontwerp van de Japanse architect Shigeru Ban, ligt tegen het spoor aan, vlakbij het station, waar de TGV-treinen van Parijs naar Frankfurt halteren. Vanuit Luxemburg, Brussel, Basel en Frankfurt ben je zodoende in een mum in Metz. Echter, in Metz viel tot voor kort geen klap te beleven. Nu wel, want sinds kort is er wereldkunst te zien die je vroeger alleen in Parijs, Londen of Amsterdam kon bewonderen. Maar Metz zelf hoef je niet in. Het museum is een halte in het Europese netwerk van hogesnelheidstreinen, net als het winkelcentrum van Lille op het knooppunt van TGV-lijnen.

We waren in Centre Beaubourg Metz op de terugweg van onze vakantie en zagen er grote werken van Sol LeWitt en een grote tentoonstelling over de avant garde van 1917. Het was er druk, de entree, de liften en de trappen konden de dagjesmensen niet aan. De brandweer hield toezicht op de dosering van de mensenstromen. Door de grote ramen van het museum keken we op het bescheiden provincieplaatsje. Aanvankelijk hadden we overwogen om in Metz te overnachten, maar een rondrit door het stadje na het museumbezoek genas ons van dat hele idee. Alle straten lagen open, de openbare ruimte kreeg, met het oog op de komst van het museum, overal een flinke beurt. Het stadje werd aangepast aan de komst van het nieuwe museum. Een diner op een plein kwam neer op een toeristenmenu. Het geheel deed me denken aan Groningen, Maastricht en al die andere stadjes en steden in Europa waar musea de lokale economie een impuls moeten geven. Het verdienmodel deed me bijna ouderwets aan. Eén kaartje in de tentoonstelling trof me in dat verband. Het toonde de ‘geografie van de avant garde’. Te zien waren de plekken in Europa waar rond 1917 nieuwe kunststromingen ontstonden. Ze waren op de vingers van één hand te tellen: Parijs, Londen, Berlijn, Barcelona en Amsterdam. Andere steden scoorden alleen op exposities, op het vertonen van kunst. Zo is het nog steeds.

Tagged with:
 

Permanent op reis

On 29 augustus 2012, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gehoord in Moskou op 23 augustus 2012:

Donderdag 23 augustus 2012 was de laatste dag van de Moscow Competition – de besloten ontwerpwedstrijd voor Groot-Moskou. De wedstrijd duurde al met al een half jaar, er namen uiteindelijk negen ontwerpteams aan deel. Volgende week opent in het Gorkipark de tentoonstelling van de resultaten van de ontwerpteams uit Spanje, Frankrijk, de Verenigde Staten, Nederland, Italië en Rusland. Daar is een tent gebouwd aan de oevers van de Moskva Rivier waar de ontwerpen tentoongesteld zullen worden. Dan kan het Moskouse publiek zich eindelijk een oordeel vormen over de uitbreidingsplannen voor de Russische metropool, bedoeld om tweeënhalf miljoen nieuwkomers onderdak en werk te bieden. Gedurende een maand zullen de ontwerpers toelichting geven. Een jury bestaande uit zeven leden zal begin oktober de prijzen voor de beste drie plannen bekend maken. Als lid van het expertteam heb ik het proces op de voet gevolgd. Het was een bijzondere ervaring.

De vraag is of het stadsbestuur een van de favoriete ontwerpen zal laten uitwerken. Of zal ze uit alle ontwerpen die elementen halen die haar van pas komen? De discussie over de vraag of het wel verstandig is het regeringscentrum naar het zuidwesten te verplaatsen bleek in ontwerperskringen nog allerminst beslecht. Ook de vraag of een nieuwe stad in het zuidwesten – een soort tweede Moskou – de oude stad zal ontlasten werd ook niet klakkeloos bevestigend beantwoord. De meeste teams kwamen tijdens het half jaar tot het inzicht dat een ambitieuze stadsuitbreiding ook negatieve effecten op de bestaande stad zal hebben. Zelfs OMA temperde zijn plannen die zouden neerkomen op een verviervoudiging van het stedelijke grondgebied. Ostozhenka ging het verst: dit team schrapte de hele stadsuitbreiding. Niet nodig, was haar oordeel; er is in het bestaande Moskou ruimte genoeg. In Rusland is aan ruimte inderdaad geen gebrek; de overheid heeft hier altijd problemen opgelost door simpelweg extra grond uit te geven. Dit verklaart ook waarom het twaalf miljoen tellende Moskou zo’n reusachtige omvang heeft: er is ronduit naar hartelust gemorst met grond en ruimte. De afstanden, ook binnen de stad, zijn immens, ook al woont de meerderheid van de Moskovieten in hoogbouw. Geen wonder dat het verkeersvraagstuk hier dominant is: Moskovieten zijn permanent op reis. Het is aan de nieuwe stadsarchitect van Moskou om een duurzame oplossing te verzinnen. Hij is naar verluidt jong, ambitieus en heeft in het Westen gestudeerd. Ik zou hem graag adviseren.

Tagged with:
 

Brasilia aan de Franse kust

On 28 augustus 2012, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in bleulittoral-or.org van 2008:

Enkele dagen doorgebracht in La Grande Motte, Zuid Frankrijk. De nieuwe stad aan de Middellandse Zee, gebouwd tussen 1968 en 1973, is het ontwerp van één man: Jean Balladur, die daartoe in 1962 de opdracht kreeg van de toenmalige minister van woningbouw van Frankrijk, Jacques Maziol. President Charles de Gaulle had in 1959 te kennen gegeven de kust van de Camargue, bij de monding van de Rhone, toeristisch te willen ontwikkelen nadat de door malaria geplaagde moerassen er waren drooggelegd. Niet als de Spaanse Casta Brava in lintbebouwing met veel hoogbouw, maar in middelhoogbouw in vijf duidelijk herkenbare vakantiesteden. La Grande Motte was de eerst te ontwikkelen kern. Balladur liet zich daarbij inspireren door Oscar Niemeyer, wiens werk in Brasilia hij nauwgezet had bestudeerd. Zowel de stedenbouw als de architectuur zijn van zijn hand. Inmiddels, ruim veertig jaar later, is de stad tot beschermd stadsgezicht verklaard. Het groen is er volgroeid en alle woningbouw blijkt opvallend goed onderhouden. Er wonen ruim 8.000 mensen, en in het vakantieseizoen bedraagt de populatie zeker het tienvoudige. Ik moet zeggen, het is er aangenaam vertoeven in de zomer.

La Grande Motte was een project van de Franse staat en is in die zin goed te vergelijken met het even oude Lelystad in Nederland. Ook voor Lelystad was destijds één ontwerper aangezocht, te weten Cornelis van Eesteren, de stedenbouwkundige van Amsterdam. Ook hij bewonderde Oscar Niemeyer en had zelfs nog met Le Corbusier samengewerkt. Hij dacht zich een stad aan de baai van het IJsselmeer. Maar anders dan in Frankrijk geloofde men in Den Haag niet dat je een stad kon laten ontwerpen door één man. Van Eesteren werd door de minister na vijf jaar studie ontslagen, zijn ontwerp verdween in de prullenbak. Lelystad werd tegelijk met La Grande Motte ontwikkeld, maar de bouw zou veel trager verlopen. Het resultaat kennen we. Een vergelijkende historische studie zou veel kunnen opleveren. Over de toenmalige bouwpraktijk in Frankrijk en Nederland. Welke doctoraalstudent zou zo’n studie willen doen?

Tagged with:
 

London delivered

On 27 augustus 2012, in sport, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 9 augustus 2012:

Ook zo genoten van de Olympische Spelen? De Britten wel. Alle restjes scepsis verdwenen tijdens de spelen uit Londen, heel Groot Brittannië vierde twee weken lang feest. Engeland eindigde op de derde plaats in de medaillespiegel, na de USA en China. Mooi om te zien hoe de Britse hoofdstad het hele land op sleeptouw nam en heeft laten delen in de feestvreugde door de Olympische Spelen te organiseren. Zelf bivakkeerde ik in Frankrijk, op het platteland. Eenmaal weer thuis las ik een ingezonden brief in NRC Handelsblad van iemand uit Veendam, die vaststelde dat alle Nederlandse medaillewinnaars tot dan van het platteland afkomstig waren: Marianne Vos uit Meeuwen, Ranomi Kromowidjojo uit Sauwerd, Epke Zonderland uit Lemmer en Dorian van Rijsselberghe uit Den Burg. Hij trok er voor zichzelf een opmerkelijke conclusie uit: “de kans dat je op het platteland in een sportieve sfeer en dus in een gezonde leefomgeving opgroeit, is veel groter dan als je wieg in de stad staat.” Zijn conclusie was voorbarig.

Volgens mij zag deze meneer uit Veendam de roeiers en hockeyers over het hoofd. Overigens, waar je wieg staat is niet zo belangrijk. Waar je traint en waar je als sporter groot gemaakt wordt lijkt mij veel relevanter als het om topsport gaat. Volgens mij hebben alle medaillewinnaars in grote steden getraind; immers, daar zijn de beste trainingsfaciliteiten, daar ook is de beste sportkennis en sportbegeleiding, daar is het grote publiek, daar zijn de sponsors. Sterker, alle grote sporters reizen over de wereld om hun krachten te meten in de beste stadions en zwembaden die zich alle in metropolen bevinden. Sport is een typisch grootstedelijk fenomeen. De gezondste leefomgeving is metropolitaan, niet dorps of landelijk. Het idee dat het platteland gezonder is dan de stad is oud en wordt in ons land gevoed door een hardnekkig minderwaardigheidsgevoel van plattelanders dat waarschijnlijk nooit helemaal zal verdwijnen. Is het elders beter? In Frankrijk werden de Franse medaillewinnaars toegezongen in hoofdstad Parijs, in Nederland gebeurde dat in Sauwerd, Lemmer en Den Bosch.

Tagged with: