Wild tuig

On 30 november 2011, in onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Review of Books van 23 november 2011:

Opnieuw geeft Oscar Garschagen in NRC Handelsblad inzage in het leven van de gemiddelde arbeidsmigrant in de grote steden aan de Chinese oostkust. De migranten van het platteland die daar in groten getale werken, schrijft hij, mogen hun kinderen er niet op school doen. Daardoor leven veel kinderen nog op het platteland bij hun grootouders en moeten daar naar school. Hun vader en moeder zien ze slechts een à twee keer per jaar. “Communistisch China is een standenmaatschappij, een gespleten samenleving, waarin het geboorteregistratiesysteem (hukou) dat in de jaren vijftig door Mao Zedong werd ingevoerd een van de voornaamste breuklijnen veroorzaakt.” Over dit hukou-systeem schreef afgelopen zomer ook The Economist al uitgebreid, door mij opgetekend in mijn blog  over The Rat Tribe, (http://bit.ly/vKAmMN). Garschagen noteert acht miljoen rechteloze arbeidsmigranten in Peking, zeven miljoen in Shenzen en nog eens negen miljoen in Guangzhou. Daar komt bij dat het onderwijs in deze metropolen moderner, meer op het individu gericht is, dan op het platteland. De vier oudste en grootste economische zones hebben indertijd hun eigen schoolsystemen mogen ontwikkelen, die zij overigens zelf financieren. Terwijl het doorsnee onderwijs in China klassikaal is, gericht op feitenkennis en standaardexamens, is er in het onderwijs in deze metropolen meer ruimte voor Engelse taal, muziek, gymnastiek en kalligrafie. Iedere zaterdag protesteren de ouders voor het openbreken van het systeem. Tevergeefs. De autoriteiten vrezen een enorme toeloop naar de scholen, die zullen bezwijken onder de aantallen nieuwkomers. Inwoners van Peking, Guangzhou, Shenzen en Sjanghai noemen de migrantenkinderen ook wel ‘wild tuig’. De mensen die Garschagen spreekt denken dat het nog wel twintig jaar zal duren voordat het hukou-systeem wordt afgeschaft.

In The New York Review of Books van deze maand las ik een bespreking van het nieuwste boek van Ezra Vogel over Deng Xiaoping, waarin de auteur – de dissidente wetenschapper Fang Lizhi – het onderwijsstelsel dat Deng Xiaoping introduceerde uitgebreid hekelt. Weliswaar heropende Deng de universiteiten na de Culturele Revolutie onder Mao, dat wil niet zeggen dat hij pro-onderwijs was. Fang Lizhi noemt het hukou-systeem als bewijs voor zijn stelling. Veel kinderen zijn daardoor uitgesloten van onderwijs. Hij beschuldigt Vogel ervan hieraan geen aandacht te besteden. “Deng Xiaoping, the alleged ‘education reformer’, enforced this household registry system, and its consequences for education, to his dying day.” Overigens gaat het systeem niet terug op Mao, maar op de Japanse bezetter die de migratie naar de steden hoe dan ook wilde voorkomen, bang als ze was voor opstanden. De paradox is dat die opstanden nu dreigen juist vanwege het hukou-systeem. Het Chinese voorbeeld laat overigens mooi zien dat steden liefst hun eigen onderwijssysteem ontwikkelen en dat dat ook profijtelijk is. Natuurlijk is er veel te zeggen voor landelijke uniformiteit, maar het inspelen op de regionale economie daagt steden uit hun eigen koers te varen als het gaat om het opleiden van hun beroepsbevolking.

Tagged with:
 

May the Magician

On 29 november 2011, in geschiedenis, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Review of Books van 23 november 2011:

Morgenavond houd ik m’n lezing over stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren in de Openbare Bibliotheek van Almere. Ik moest denken aan de tentoonstelling over het werk van Ernst May in het Deutsches Architekturmuseum in Frankfurt. De catalogus werd door Martin Filler onlangs lovend gerecenseerd in The New York Review of Books. Maar ook: “There is no sadder tale in the annals of architecture than the virtual disappearance of the defining architectural form of the Modern Movement – publicly sponsored housing.” Dat laatste geldt zeker ook voor Nederland. De door de overheid gefinancierde volkshuisvesting werd hier eind jaren negentig definitief afgeschaft en daarmee tevens het erfgoed van de Moderne Beweging bij het vuilnis gezet. De tentoonstelling in Frankfurt beschouwt Filler daarom als een bewonderenswaardige correctie op dit negeren, afdanken en verachten. May is een hele grote naam als het gaat om sociale woningbouw in de moeilijke twintiger jaren van de vorige eeuw. Zijn hoogtepunt ligt tussen 1925 en 1930, wanneer hij liefst drieëntwintig Siedlungen bouwt rond Frankfurt am Main, in totaal zo’n 15.000 goedkope woningen omvattend. Hij bouwde meer dan Bruno Taut in heel Berlijn (10.000 woningen). Die enorme bouwstroom was te danken aan de Hauszinnssteuer van 1924, een belastingmaatregel die gemeenten inkomsten gaf uit de waardevermeerdering van woningen van voor de Eerste Wereldoorlog. De Grote Depressie van 1929 – vijf jaar later – maakte hieraan alweer een einde. May profiteerde van die gunstige vijf jaar als geen ander. Hij kwam algauw bekend te staan als ‘May the Magician’, maar in werkelijkheid genoot hij van de gunstige omstandigheden die maar al te kort hebben geduurd. May buitte zijn vette jaren uit, hij publiceerde dat het een lieve lust was. Daarna vertrok hij naar de Sovjet-Unie om de volkswoningbouw voor het immense land te helpen organiseren. Een onbegonnen werk. Zijn communistische triomftocht duurde amper drie jaar. Toen greep Stalin in. Omdat Hilter inmiddels aan de macht was in zijn vaderland, vluchtte May hals over kop naar Oost-Afrika, waar hij tot 1953 verbleef.

De terechte aandacht voor het werk van Ernst May in Frankfurt en daarna in de Sovjet-Unie en in Kenia roept voor Nederland de vraag op waarom hier nog altijd geen grote tentoonstelling aan het oeuvre van Cornelis van Eesteren is gewijd. Van Eesteren bezocht May in Frankfurt, maar koos uiteindelijk voor Amsterdam. Zijn woningbouwproductie begint daar in 1928 en zal tot eind jaren zestig duren: in veertig jaar tijd bouwde hij Landlust, Bos en Lommer, Slotermeer, Geuzenveld, Slotervaart, Osdorp, Buitenveldert, Bijlmermeer, en later nog Lelystad. Van Eesteren bouwde uiteindelijk beduidend meer dan May, en ook consequenter. Net als May toonde hij zich daarbij een ‘principled pragmatist’ die bereid was idealen te verzoenen met een rationele bouwpraktijk. Vluchten voor Stalin of Hilter hoefde hij gelukkig niet. Het was maar Amsterdam. Voorlopig geen grote tentoonstelling over de stedenbouwkundige, maar een bescheiden lezing in Almere.

Tagged with:
 

Joie de Vivre

On 28 november 2011, in openbare ruimte, plekken, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Review of Books 23 november 2011:

Fietste afgelopen vrijdagmorgen langs het Beursplein. Sinderklaas is in de stad, maar Occupy Amsterdam staat er nog steeds. Las in de trein Michael Greenberg over Zuccotti Park, New York. Op het moment dat hij zijn artikel in The New York Review schreef was Occupy Wall Street nog niet ontruimd. Opmerkelijk experiment in directe democratie, dat is het. Ik wist niet dat er een General Assembly had gefungeerd op het plein. Ze vergaderde elke dag. Iedereen kon er een voorstel indienen. Om het aangenomen te krijgen moest 90 procent van de aanwezigen zijn hand opsteken. Werd het aangenomen, dan werd het online gepubliceerd in ‘The Occupied Wall Street Journal’. Greenberg was onder de indruk van het ordelijke verloop. Hij beschrijft het tentenkamp als een “crowded, surprisingly well-mannered village they had created on the 33.000 square feet of concrete that comprises Zuccotti Park.” Hij beschrijft ook hoe de bezetting begon en hoe de plek werd gekozen. Midden juli deed iemand op Adbusters een oproep om naar Lower Manhattan te komen om gedurende enkele maanden Wall Street te bezetten. Aanvankelijk kwam een honderdtal mensen naar Tompkins Square Park. Daar richtten zij de NYC General Assembly op. In de loop van de zomer voegde zich daar het losse verband van gemaskerde hackers bij, dat bekend staat onder de naam ‘Anonymous’. Later verhuisden ze naar Zuccotti Park, twee blokken verwijderd van de beurs.

Greenberg bezocht de occupyers op 4 oktober. Het voelde, schrijft hij, aan als een ‘impromptu forum’. Greenberg: “The park itself, which was renovated in 2006, is rather festive with its locust trees, its areas of planted chrysanthemums, and, near the southeast corner, an anodyne red sculpture by Mark di Suvero intitled Joie de Vivre that rises seventy feet into the air.” het kunstwerk betreft een hoog, rank, rood staketsel dat boven de tenten uitstak. Greenberg toont zich verbaasd over de netheid en uitstekende organisatie van het kamp. Ergens stuit hij op ‘The People’s Library’, een hut van plastic vuilnisbakken volgestouwd met boeken, maar ook ziet hij een oplaadstation voor mobieltjes, een EHBO-post, een keuken en aan de zuidkant een slaapzone met matrassen, dekens, regenkleding en slaapzakken. Microfoons en camera’s stonden opgesteld, die afkomstig bleken van een groep die alle activiteiten lifestreamde voor het net ‘Global Revolution’. Een schoonmaakploeg maakte alles schoon. Greenberg weet het niet. “It seems a delicate, almost ethereal process, designed for small groups, though new General Assemblies are constantly being established – as of October 9, protests had spread to 150 cities.” Greenberg citeert Anne-Marie Slaughter, hoogleraar Internationale Betrekkingen aan Princeton University, die de mensen van Occupy Wall Street de ‘Mohamed Bouazizs van de USA’ had genoemd. Het dure gerenoveerde Zuccotti Park, mijmert hij, lijkend op een nieuwe vorm van Derde Wereld slum.

Tagged with:
 

Wikicity

On 25 november 2011, in demografie, duurzaamheid, participatie, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Dierbaar is duurzaam’ (2011) van het Vlaams Architectuurinstituut:

Vandaag houd ik opnieuw m’n Chinese voordracht over Wikicity. Ditmaal niet in Wuhan, maar in Den Helder. Daar congresseert het Platform voor Wijkgericht Werken LPB. Hun jaarcongres staat in het teken van ‘Meer met minder’. Dat klinkt als: wijkbeheer moet efficiënter, met minder geld, met minder mensen. Ik voel me bezwaard. Want Wikicity is helemaal niet efficiënt, wel effectief. Bespaart het geld? Nou en of! Bespaart het tijd? Jazeker. Biedt het betere oplossingen? Reken maar van yes! Het moet ook allemaal sneller en veel beter. Maar wijkbeheer is geen bedrijf en de natuur is niet efficënt. Wikicity is duurzaam omdat het werkt volgens de wetten van de natuur.

Gisteravond kreeg ik van Christoph Grafe, directeur van het Vlaams Architectuurinstituut, een bescheiden pamflet in handen dat gaat over architectuur, cultuur en ecologie. Het vlugschrift is getiteld ‘Dierbaar is duurzaam’. Wie schetst mijn verbazing? Grafe schrijft daarin dat duurzaamheid ‘een heruitvinding van de democratie’ vereist. Ook laat hij ons weten dat ‘de inrichting van de leefomgeving’ een sleutelrol speelt in de culturele verandering die we voor ons hebben om met z’n allen te overleven. Het gaat om het ‘zoeken naar het onvoorspelbare’ en: ‘er zijn geen onvermijdelijkheden’.  Mooi is ook hoe hij zijn pamflet begint: “Minder slecht is niet goed genoeg’. Is dat de Vlaamse variant op het oer-Hollandse ‘Meer met minder’? Ook hij gebruikt het woord ‘effectief’. “Want hoe effectief is de maatregel om eco-wijken met passiefhuizen aan te leggen, die voor het grootste deel op groene weilanden worden gebouwd, en waarbij andere aspecten – zoals mobiliteit en gezondheid – grotendeels buiten beschouwing worden gelaten?” (…) “Hoe effectief is het om huizen in zo’n dikke laag isolatiemateriaal in te pakken, dat de lichtinval danig gereduceerd wordt en we met zijn allen aan de spaarlampen moeten om het überhaupt nog leefbaar te houden?” De vragen stellen is ze beantwoorden. Hier wordt effectiviteit eindelijk voorop gesteld. De ingenieur Grafe neemt afscheid van de technologisch oplossingen, van het productgeoriënteerde denken, van de managementstijl die in overheidsland nog altijd domineert. Oplossingen, zegt hij, zijn niet meer te voorspellen en kunnen ook niet worden gestandaardiseerd. We moeten af van ’instrumenteel rationalisme’. Daarentegen zou de overheid processen van dialoog moeten faciliteren en zo aan langetermijnoplossingen werken. Participatie dus, maar dan echte participatie. Precies dáárover gaat ‘Wikicity’. Abstract? Helemaal niet! Het is juist heel concreet. Concreet genoeg voor wijkgericht werken.

Tagged with:
 

Nieuwe industriepolitiek

On 23 november 2011, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 23 augustus 2011:

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid bereidt een advies voor over een nieuwe industrialisatiepolitiek voor Nederland. Het onderwerp ligt erg gevoelig, ik weet het. Overheidsinmenging in de Nederlandse industrie is in het verleden niet bijster gelukkig geweest. Vandaar wellicht dat de geleerden op reis gingen. Seoul, Singapore en Abu Dhabi werden ter plekke bestudeerd. Ze hadden zich al dat reisgeld kunnen besparen. In Amsterdam was dit najaar een tentoonstelling te zien in het Rembrandthuis die bijzonder instructief was. In ‘Gedrukt tot Amsterdam’ ging het over de nieuwe media in de Gouden Eeuw: de prentuitgeverij. Het drukken en verspreiden van prenten door slimme zakenlui was destijds als het maken van iPads en apps in onze tijd. Dat gebeurde allemaal voor het eerst in Amsterdam. Amsterdam was het ‘Silicon Valley’ van de zeventiende eeuw. “Terwijl het nu museumobjecten van een verouderd medium zijn, waren prenten toen dè manier om snel beelden te maken en te verspreiden.” Ineens zagen kunstenaars werk van verre collega’s, omdat het op grote schaal werd gekopieerd op prent. “De wereld werd veel kleiner.”

Welke les hieruit kan worden geleerd? Dat een nieuwe industriepolitiek een grootstedelijke zal moeten zijn. Ik denk echter dat de verre reizen onze wetenschappers hebben gevoed met het idee dat industriepolitiek veeleer iets met robotisering te maken heeft en dat ze, indien al territoriaal moet worden gedacht, vooral voor Brabant en Overijssel interessant zal kunnen zijn. Productiviteit in de industrie is te danken aan mechanisering en industrie vind je in dozen langs de snelweg. Zoiets. Het splitsen van industriebeleid en innovatiebeleid past in datzelfde verouderde denken. En het idee dat ICT ruimtelijke scheiding tussen creatie en feitelijke productie mogelijk maakt is in dat denken ook al zo dominant. Het gekke is echter dat de economie juist weer lokaler en kleinschaliger wordt en dat ze steeds meer de grote steden wil bedienen. In de Volkskrant van 8 oktober bijvoorbeeld las ik dat veel industrie China alweer verlaat en terugkeert naar de Verenigde Staten. Als reden wordt opgegeven dat Chinese arbeid aan de Oostkust te duur wordt en de grondprijzen er de pan uitrijzen. Het zal best. In feite zien we een gelijkwaardigheid tussen continentale economieën ontstaan. Bovendien worden metropolen zo immens groot dat ze reusachtige afzetmarkten gaan vormen voor lokale industrie die domweg geen export meer nodig heeft. Het mondiale transportsysteem kraakt trouwens in zijn voegen; duurzaam is het allerminst. En de creatieve bedrijven in de grote steden zoeken juist toenadering tot de kleine lokale maakindustrie. Ondernemen in niches levert een veel hogere toegevoegde waarde. De toekomst is dus aan een grootstedelijke industriepolitiek. Vandaar mijn tip. WRR, was liever gaan kijken in de Amsterdamse Jodenbreestraat.

Tagged with:
 

Een tweede Moskou

On 22 november 2011, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 3 september 2011:

Afgelopen week weer een uitnodiging ontvangen om Moskou te komen adviseren. In 2006 was ik er voor het laatst. Zouden ze iets met mijn adviezen van destijds hebben gedaan? De Moskouse regio telde toen 10,4 miljoen inwoners. Inmiddels zijn het er al meer dan elf miljoen. Eigenlijk bestaat Groot-Moskou uit 79 steden, elk meer dan 100.000 inwoners, en 6200 dorpen. Het geheel is ringvormig uitgebouwd – een restant van de modelmatige centrale planning. Naarmate men het centrum dichter nadert, groeit de dichtheid. De contrasten tussen de stad en de regio waren destijds al enorm, terwijl de bossen en landerijen in hoog tempo verdwenen. Uiteindelijk moest er een grote ringweg worden aangelegd, die de perifere steden zou ontsluiten, maar die vormde een nog grotere bedreiging van de aangevreten recreatieve stadslandschappen: Russen verblijven in de zomer graag op hun datsja’s. Door de stedelijke druk stegen de grond skyhigh, waardoor de stedelingen grote moeite kregen een huisje of tuintje op het land te bemachtigen en steeds verder naar buiten moesten trekken. Ondertussen groeide de arbeidsmigratie naar de Russische hoofdstad onverminderd. De ring van intensief bebouwde gebieden rond de stad groeit daardoor snel naar buiten, van 12 tot 15 kilometer tot het centrum in 1980 naar 18 tot 20 kilometer in 2005. “The powerful old radial directions are being supplemented by fragments of ring highroads connecting settlement districts located along that ring at the same distance from Moscow.” Dit proces, verzucht Alla Melamed van het Instituut van het Masterplan voor Moskou, is nu eenmaal kenmerkend voor metropolen als Moskou, Londen en Parijs. “It serves as a testimony to the intensive development of the area around really big cities but also tends to pose considerable and sometimes formidable problems for Moscow Region as a whole, with its almost old idea of ‘green wedges’ in inter-radial sectors.”

In De Volkskrant van 3 september 2011 las ik in een artikel van Arnout Brouwers dat president Medvedev een groot gebied ten zuidwesten van de stad heeft uitgekozen voor de bouw van een compleet nieuwe stad, met alle infrastructuur die daarbij hoort. Het bestaande autowegennet en metronetwerk kan de stromen niet meer aan, beide zijn totaal overbelast. De nieuwe stad zal volgens burgemeester Sobjanin  60 miljoen vierkante meter voor nieuwe woningen reserveren en nog eens 45 miljoen vierkante meter voor nieuwe bedrijven en kantoren. Twee miljoen mensen komen er te wonen en te werken. Ook een deel van de regeringsgebouwen zal ernaartoe worden verplaatst. In ‘Moskou slokt de provincie op’ lees ik: “De komende twee jaar zijn nodig om de uitbreiding van Moskou wettelijk vast te leggen en daarna nodigt Sobjanin ‘de knapste koppen van de wereld’ uit om uitgewerkte plannen te maken voor de stadsuitbreiding.” Nu pas doorgrond ik de uitnodiging. Wat een verschil met Amsterdam. Moskou, ik hou me aanbevolen.

Tagged with:
 

Changyu Grand Cru

On 21 november 2011, in duurzaamheid, voedsel, by Zef Hemel

Gelezen in China Daily van 2 november 2011:

Niet alleen stijgt de Chinese suikerconsumptie explosief, ook de consumptie van wijn groeit sterk in China. Afgelopen jaar met liefst 16,7 procent. De inname is nog altijd veel minder dan het wereldgemiddelde van 7 liter per persoon, maar dat verandert snel. Thee wordt verdrongen door wijn. Het zijn allemaal effecten van de snelle verstedelijking en de daarmee gepaard gaande welvaartsgroei. Veel wijn in China wordt uit Australië geïmporteerd, maar in de autonome provincie Xinjiang worden ook steeds meer druiven verbouwd. Druiven vervangen daar de katoen. In het noordelijk gelegen Changyu bijvoorbeeld zijn inmiddels 4666 hectare als wijngaard in productie. Het klimaat is er droog, de bodem gunstig en met 2700 uur zon per jaar blijkt het een van de beste plekken op aarde om wijn te verbouwen. Het water komt over een afstand van 200 kilometer uit de Tainshan bergen. “The sunshine and huge day-night temperature differential result in grapes with more sugar content, according to Wang Jianguo, manager of the Xinjiang vineyards.” Het suikergehalte vorig jaar was zelf hoger dan die van de beste Bordeaux wijnen. De nieuwste trend is zelfs om organische, niet bespoten druiven te kweken. De eerste 26 hectare zijn al in bedrijf. Neem de 8ste Divisie van de Xinjiang Production and Construction Corp. Volgend jaar denkt men daar 5330 hectare in productie te hebben genomen.

In het Chinese landschap rond Changyu worden inmiddels complete Franse kastelen nagebouwd. De China Daily: “It has also built iconic chateaux at its vineyards, with another in Xinjiang – Chateau Changyu Baron Balboa – now under construction.” De tekening bij het artikel toont niet alleen een nepkasteel à la Viollet Le Duc, maar ook een Franse kathedraal. Met zijn barokke tuinaanleg wil het communistische ‘kasteel’ uitgroeien, zo lees ik, tot een van de meest prestigieuze wijnhuizen van West China. In de Grote Hal van het Volk in Peking, meldt de krant vervolgens trots, wordt uitsluitend nog wijn uit Changyu geschonken. In 2015 denkt men hier 400.000 ton wijn te produceren van de allerbeste kwaliteit. Wat schrijft Jonathan Watts over deze westelijke wijnstreek in ‘When a Billion Chinese Jump’ (2010)?: “It is not far from heaven to hell in Xinjiang.”

Dit moet dan de hemel zijn. Wat is de hel?

Tagged with:
 

Gone with the wind

On 18 november 2011, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gelezen in ‘When a Billion Chinese Jump’ (2010) van Jonathan Watts:

De landing op de luchthaven van Peking, vroeg in de ochtend, vond plaats in een dichte mist. Het was 21 oktober. Later las ik de alarmerende berichten van Oscar Garschagen in NRC Handelsblad over de slechte luchtkwaliteit van Peking. In ‘In Peking is ademen gevaarlijk’ (7 november 2011) beschrijft hij “de steeds dikkere bruingroene, bij vlagen donkergele deken van stofdeeltjes, roet en woestijnzand” die hangt in de lucht boven de Chinese hoofdstad. Sinds 2000 is het aantal longkankerpatiënten in Peking met 57 procent gestegen. De lucht inademen is niet alleen ongezond, maar ook gevaarlijk. Rijke Chinezen keren de stad de rug toe vanwege de slechte luchtkwaliteit.

Dat is nog niet alles. Peking wordt ook serieus bedreigd door woestijnvorming. De droogte viel me op de luchthaven al op; het woestijnzand was mede de oorzaak van de deken van smog over de stad. In Jonathan Watts’ huiveringwekkende epos over de milieuvervuiling in China las ik dat de Gobi woestijn oprukt en de randen van Peking al heeft bereikt. Dit probleem is niet nieuw. Al sinds de oudheid hebben Chinese keizers gevochten tegen het zand. De lössgronden zijn gaan stuiven toen 5000 jaar geleden de bossen op grote schaal werden gerooid. “Soil erosion has turned vast expanses of Gansu, Inner Mongolia and Shaanxi into dust bowls. Beijingers feel the consequences every spring when the city is buffeted by sandstorms.” Gebrek aan water voelen alle zeshonderd steden langs de Gele rivier en ten noorden ervan tot aan de Grote Muur. De grondwaterstand daalt er gemiddeld een meter per jaar. 140 miljoen mensen worden hierdoor in hun bestaan rechtstreeks bedreigd. “The Yellow river civilization has been destroyed. People cannot survive on that river any more.” Hydro-ingenieurswerken moeten het tij keren, maar bedreigen op hun beurt hele landstreken. (President Hu Jintao is hydro-ingenieur, bijgenaamd President Water, premier Wen Jiabao is geoloog, bijgenaamd Premier Earth) “The loser is the ecosystem.” Watts ging er wonen. “Soon after arriving, I walked home before dawn one morning in a haze so thick I felt completely alone in a city of seventeen million people.” Vanaf dat moment wist hij het zeker. Alleen China kan de wereld redden.

Tagged with:
 

Mensen blij maken

On 17 november 2011, in sport, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 3 september 2011:

Drie interviews met drie vooraanstaande Britten over de komende Olympische Spelen in Londen: een met Sebastian Coe, voorzitter van ‘London 2012’, in NRC Handelsblad, een interview met Michael Payne, oud-directeur marketing van het IOC, in De Volkskrant van 15 september, en een interview met Iain Sinclair, tegendraads chroniqueur van Londen, in NRC Handelsblad van 29 augustus 2011. Twee zijn positief, een negatief. Moet Amsterdam of Rotterdam zich ook kandidaat stellen? Coe is ronduit positief. “Het wordt historisch omdat is aangetoond dat een stad, en in zekere zin ook een land, erdoor verandert. Kijk naar Sydney en Barcelona, dat zijn nadien bruisende, toeristische steden geworden.” Coe durft zelfs te beweren dat de Olympische Spelen in Moskou (1980) de ontmanteling van de Sovjet Unie hebben ingeluid. Altijd doen dus. Payne schat de kansen van de Nederlandse steden zelfs aanzienlijk:“Het IOC is als een groot bedrijf. Dat boort nieuwe markten aan. Maar ze weten ook dat ze hun thuismarkt moeten blijven bedienen.” Eisen dat de Spelen in 2028 naar Nederland komen, acht hij echter niet verstandig. “Zo werkt het niet, met alle externe krachten die rond de toekenning van de Spelen actief zijn.” Alleen Sinclair is negatief: “Ik kan me niet voorstellen dat Nederland zich ooit aan iets ter grootte van de Olympische Spelen zou wagen,” zegt hij. Over Londen: “hun idee is om geld in de buurt, de gemeenschap te blijven steken. Moet je toch kijken. Het is nu al een ramp. Dit is de reclame! De Nederlanders mogen verheugd vaststellen dat dit een volstrekt apocalyptische ramp is en denken: ‘Nou, maar goed dat we dit allemaal hebben voorkomen!” Volgens Sinclair is een interessante, complexe geschiedenis van rauwe landschappen, bloeiende bedrijfjes en veelsoortige gemeenschappen in Londen door de OS volledig weggevaagd.

Op het eind van het interview geeft Sebastian Coe de Amsterdammers nog een goede raad. Denk goed na over hoe je de Spelen – 52 wereldkampioenschappen met 12.500 deelnemers en 800.000 bezoekers in twee weken – wilt organiseren en vooral waarom je ze wilt organiseren. Zijn advies deed me denken aan een recente ingezonden brief van Eric Bartels, bedrijfsstrateeg, waarin deze Philips vergeleek met Apple. De toegevoegde waarde van Apple is vele malen groter dan die van Philips. “Bij Philips staan al jarenlang hoe-mensen aan het roer. Procedure-mensen, apparatsjiks, managers, corporate climbers.” Bij Apple echter worden producten alleen maar ontwikkeld vanuit een eigen waarom, “vanuit een bepaald idee hoe mensen blij gemaakt kunnen worden.” Onredelijkheid is nodig. Aan middelmaat heb je niets. De vraag ligt dus voor: hoe kan Amsterdam de wereld blij maken met de Olympische Spelen? Dat lijkt me een goede brainstorm waard.

Tagged with:
 

The Jungle

On 16 november 2011, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Jungle’ (1905) van Upton Sinclair:

Twee uur lang spraken we met Wu Ziling, adjunct-directeur stadsontwikkeling van Wuhan, Centraal-China. Op het eind vroeg ik hem welke stad hij bewonderde. Zonder aarzelen antwoordde hij: Chicago. De redenen waren volgens hem voor de hand liggend: net als Wuhan ligt Chicago in het centrum van het land, en net als Wuhan is Chicago het industriële hart van de natie. Ook het klimaat is vergelijkbaar: hele hete zomers en koude winters. Bovendien liggen beide steden aan breed water. Ik dacht dat daarmee de vergelijking tussen beide steden wel was gemaakt, maar voor Wu Zhiling ging ze nog verder. In het tijdschrijft dat ter gelegenheid van het 47e wereldcongres van ISOCARP in China verscheen, las ik een interview met Wu Zhiling waarin hij uitwijdt over de geest van Wuhan. Opnieuw is Chicago, USA, zijn grote voorbeeld. Zo vergelijkt hij de Chinese tennisster Li Na, afkomstig uit Wuhan, met Michelle Obama, de presidentsvrouw uit Chicago. Beide vrouwen, licht hij toe, zijn sterk en ambitieus, net als de twee steden. “The character of the people implies the character of a city, which is molded by its unique cultural backround and living environment.” Wu Zhiling weet ook dat Ernest Hemingway uit Chicago afkomstig is, maar dat de stad er niet mee te koop loopt. Datzelfde geldt voor een aantal Chinese schrijvers. Voorts noemt hij Frank Lloyd Wright, een boer die later architect werd in Chicago. Zijn Prairy Style drong pas laat tot de Amerikaanse geest door. Zo is het, zegt hij, ook met Wuhan. Vele grootheden komen uit de Centraal-chinese stad, maar ze hangen hun nederige afkomst niet aan de grote klok. “It takes time to recognize the charm of Wuhan.” Wuhan is relatief onbekend, maar dat zal veranderen.

Tijdens het congres toonde Wuhan zich een trotse en ambitieuze stad, die zich probeert te meten met de grote drie: Peking, Shanghai en Guangzhou. De lokale heersers spreken van het herstel van de glorie van Wuhan en gebruiken Chicago als hun geliefde voorbeeld. De hoogbouw in het centrum van de stad in het Midden-Westen wensen zij ook hun eigen stad toe. Zelf moest ik denken aan Upton Sinclair’s ‘The Jungle’’. Dat boek, uit 1905, speelt zich af in Chicago aan het begin van de twintigste eeuw: “the crushing poverty, the disease, the depravity, the despair – he reveals all through the eyes of Jurgis Rudkus, a young immigrant who has come to the New World to build a home for himself, his fiancée and her family.” Het schitterende boek deed me denken aan al die Chinese migranten van het platteland, ze willen allemaal een bestaan opbouwen in Wuhan en hopen dat de stad hen goedgezind is. In korte tijd groeit de metropool in het hart van China uit van tien miljoen nu naar vijfentwintig miljoen zielen over twintig jaar. Ongetwijfeld zal ze daarbij welvaart creëren. Maar hopelijk ook rechtvaardigheid. “Chicago will be ours!”

Tagged with: