Wuhan, hoofdstad van het licht

On 24 oktober 2011, in monumentenzorg, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 15 oktober 2011:

Honderd jaar geleden voltrok zich in China een nationalistische, democratische revolutie die van het land een grootmacht maakte. De partijleiding viert het uit economische overwegingen, maar de communistische partij bestond nog niet.” Dat schreef Oscar Garschagen vorige week zaterdag in NRC Handelsblad over de herdenking van de stichting van de republiek China. Wat bedoelde Garschagen precies met economische overwegingen? In Peking hadden de leiders van de communistische partij lange tijd geen trek in de viering gehad, maar Wuhan drong aan. De stad van 10 miljoen inwoners in Centraal-China wilde de viering aangrijpen om groots uit te pakken, vandaar. Het had het predikaat van ‘officiële rode toerismeplaats’ hard nodig om de uitgave van 3 miljard euro rechtvaardigen. Het geld werd besteed aan een 1911-Revolutiemuseum, een herdenkingsmonument met ondergrondse parkeergarages en metrostations en nog eens 33 andere historische attracties. Voor Wuhan, een industriestad aan de rivier de Yangtze, betekende de herdenking van de revolutie van 1911 even het centrum van de aandacht te zijn binnen heel China, maar bovendien had de stad al dat erfgoed hard nodig omdat tijdens de Culturele Revolutie van Mao vrijwel alle monumenten waren verwoest. Honderd jaar geleden werd keizer Pu-Yi onttroond, China veranderde in een republiek en docter Sun Yat-sen (1866-1925) kwam aan de macht, althans voor even.  In 1926 besloot de Kwomintang-regering de hoofdstad van China van Guangzhou naar Wuhan te verplaatsen. Wuhan wil zijn geschiedenis terug.

Garschagen typeert Wuhan, hoofdstad van de provincie Hubei, als een “voortdenderende economische locomotief”. De stad – even groot als Parijs – kent een economische groei van liefst 14 procent. Tien jaar geleden telde de stad – een samentrekking van drie steden: Hankou, Wuchang en Hanyang – nog maar vier miljoen inwoners; de bevolking is daarmee in korte tijd verdubbeld. De economie wordt gedomineerd door auto-industrie, staalindustrie en elektronische industrie, er zijn 35 instellingen van hoger onderwijs gevestigd, waaronder acht nationale universiteiten (waarbij die van Wuchang zelfs geldt als een van de beste van China), er studeren 1 miljoen Chinezen in Wuhan. Op het moment dat u dit leest, verblijf ik in Wuhan, het geografische hart van China. ISOCARP, de wereldorganisatie van planners, houdt er zijn jaarlijkse wereldcongres. Onderwerp: ‘Liveable Cities’.

Tagged with:
 

Mensen verleiden

On 21 oktober 2011, in planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 15 oktober 2011:

Maria Garcia is ‘s werelds beroemdste krantenontwerper. De Cubaanse Amerikaan, 64 jaar oud, werkte in de afgelopen 41 jaar aan de vormgeving van 578 kranten over de hele wereld. Laatst nog voor Het Parool, NRC Handelsblad en AD. Net als planning draait het bij kranten om ‘storytelling’, beweert hij. “De nadruk op storytelling, het vertellen van verhalen, is een constante in mijn werk. Je verleidt de lezer als eerste met een goed verhaal.” Lange verhalen moeten mooi worden verbeeld. Bij elk herontwerp moet ook opnieuw worden nagedacht over de inhoud van de krant. “Drie dingen zijn belangrijk: maak de informatie in je krant eenvoudig te vinden, eenvoudig te lezen en presenteer het attractief.” Mooi is ook zijn observatie dat redacteuren dikwijls conservatief zijn, terwijl lezers juist openstaan voor veranderingen. Al deze raadgevingen kunnen planners in hun zak steken. Planning is immers voor 80 procent communicatie.

Opmerkelijk in het interview dat Jan Benjamin met Garcia in Wenen had, waren zijn uitweidingen over zijn werkwijze. “Ik ben een hardloper. Ik ren door steden waar ik ben voor mijn werk. En dan kijk ik om me heen. Wat ligt er in de vuilnisbakken? Welke kleur gordijnen hebben de mensen voor hun ramen? Die indrukken verwerk ik in mijn ontwerpen.” De krantenontwerper richt zich dus op steden. Net als vroeger horen kranten weer helemaal bij steden, hun identiteit moet daarbij aansluiten. Garcia: “Kranten moeten beter uitleggen wie zij zijn.” Ineens begreep ik de aanstaande verhuizing van NRC Handelsblad naar Amsterdam. Gordijnen hebben de Amsterdammers niet. Maar wat zou Garcia in de Amsterdamse vuilnisbakken hebben aangetroffen?

Tagged with:
 

Vies voor een hoger doel

On 20 oktober 2011, in duurzaamheid, economie, energie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The EUCO2 80/50 project’ (2011) van The University of Manchester:

Het kwade getwitter van rechtse politici over het artikel van Marcel aan de Brugh in NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag hield niet over. In ‘Groen? Onzin. We leven in een vies land’ noteerde de journalist Aan de Brugh dat Nederland viezer is dan Roemenië, Italië of Polen. “Nederland is een vies, grauw land.” Bron: een vergelijkend onderzoek van de stichting Natuur en Milieu op basis van cijfers van het Planbureau voor de Leefomgeving en het Europees Milieu Agentschap. Aan de Brugh interviewde onder andere Ron de Wit, hoofd klimaat bij Natuur en Milieu, die er geen misverstand over liet bestaan. Nederland heeft het meest vervuilde oppervlaktewater en de hoogste concentraties fijnstof in de lucht in heel Europa. “Dat staat haaks op wat het huidige kabinet ons voorspiegelt.” Het kabinet zou hebben beweerd dat Nederland in duurzaamheid voorop loopt. Volgens De Wit bungelt ons land juist onderaan. Dit bericht beviel de regeringspartijen duidelijk niet. Vooral Jan Rotmans, hoogleraar duurzame transitie aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam, moest het ontgelden. Ook hij werd door Aan de Brugh geïnterviewd. Hij ziet Nederland niet groener worden. Waarom scoort Nederland volgens hem zo slecht? “Onder andere omdat het land zo dichtbevolkt is.” Nederland is niet dichtbevolkt, maar dun verstedelijkt. “Maar het heeft net zoveel te maken met de economische historie van Nederland. De drie sectoren die de afgelopen vijftig jaar voor veel welvaartsgroei hebben gezorgd – de petrochemie, de intensieve landbouw en de logistiek – zijn een bepalende factor in de vervuiling.” Dat laatste is juist. De Nederlandse economie is vies en vervuilend. Die economie wordt gemaakt en gefaciliteerd door het Ministerie van Economische Zaken, dat maar al te graag zaken doet met gevestigde belangen: de intensieve landbouw, de petrochemie en de logistieke sector.

Fraai viel dit alles afgelopen maand vast te stellen in Hamburg, toen veertien Europese metropolen daar hun cijfers over hun hun CO2-emissies naar buiten brachten. De Universiteit van Manchester had de afgelopen twee jaar veertien Europese steden doorgelicht op hun CO2-uitstoot, de herkomst ervan, dus zeg maar hun vervuilingsbronnen: Hamburg, Glasgow, Rotterdam, Parijs, Oslo, Madrid, Porto, Helsinki, Turijn, Napels, Brussel, Stockholm, Frankfurt en Stuttgart. Rotterdam scoorde veruit het slechtste. “This is because the energy industry ( mostly petroleum refineries) dominates the Rotterdam emissions inventory largely because it is an energy-intensive sector.” In het geval van Rotterdam hangt alles af van de olie-industrie of de stad zijn reductiedoelstellingen (80 procent minder) zal realiseren. “It is recognized that different sectors have differing abilities to reduce their emissions and therefore regions with differing economic make ups, affluence, industries and access to renewable resources are likely to seek differing emissions reductions.” Waarop de Britse onderzoekers laten volgen: “This is notable in the case of the City of Rotterdam, where its emissions were dominated in 2005 by the petroleum refineries in the region.”  De stad is veruit de vieste stad omdat ze olie raffineert voor een Europese markt, zeeschepen ontvangt die olie verstoken en transport naar het achterland organiseert dat de lucht ernstig vervuilt. “The majority of Rotterdam’s emissions are from industry and energy industry.” (…) “Due to the slow rate of capital stock turnover, lack of financial and technical resources, and limitations in the ability of businesses to access and incorporate technological information, decarbonisation can be harder than it appears.” Moeilijk te tackelen dus, die Rotterdamse problemen, en daarom is Rotterdam nu al verexcuseerd. Net als de rest van Nederland. Het vieste land van Europa.

Tagged with:
 

The rat tribe

On 19 oktober 2011, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 25 juni 2011:

Veel opwinding in de kranten de afgelopen week over de groeivoorspelling van de Nederlandse bevolking door CBS en PBL. Een bevolkingstoename van de Randstad met nog eens 700.000 inwoners over vijftien jaar werd door de Volkskrant zelfs betiteld als een ‘razendsnelle’ groei. De krimp elders die ermee verband hield werd als een zo mogelijk nog groter probleem aangemerkt. Twee problemen dus. Ach arme. Laten we het liever hebben over China. China, met een bevolking van bijna 1,4 miljard zielen, staat aan de vooravond van een geleidelijke vergrijzing van de hele bevolking. De economische motor van het immense land werd tot nu toe aangedreven door een trek van bewoners van het platteland naar de grote steden. Die trek stagneert. En daarmee zal de economische groei afzwakken. The Economist zag afgelopen zomer het gevaar: “If China is not to stagnate, it will have to make a bigger effort to persuade rural dwellers to keep coming to the cities as its population ages ever more rapidly.” (In Nederland redeneren wij precies andersom: bij ons mogen de grote steden vooral niet te groot worden. Stel je voor dat we economisch zouden groeien!)

Bestaande systemen beletten de Chinezen om van het platteland naar de steden te verhuizen. Een zo’n systeem is hukou. Dit door de communisten ingevoerde systeem geldt zowel voor stedelingen als voor dorpelingen, al hebben de laatsten er de meeste last van. Officieel wordt er in China nog altijd collectieve landbouw bedreven. De boeren treden op als autonome landbouwproducenten, maar hun grond pachten ze van het collectief. Het collectief heeft alleen nog macht om de grond te herverdelen. Als een dorpscomité besluit dat een familie niet meer actief is, kan het de grond confisqueren. Families die naar de stad verhuizen verliezen zo hun grond en kunnen ook niet hun grond verkopen om hun verhuizing te bekostigen. Officieel is het systeem afgeschaft, maar de provinciale partijleiders handelen er niet naar, gehecht als ze zijn aan collectivisme. “Thoroughgoing land reform, of the sort that would enable farmers to cash in on the value of their farmland and establish permanent and prosperous lives in cities (and at the same time encourage larger-scale farming), thus remain struck.” Ook dipiao staat migratie in de weg. Bij dipiao, ingevoerd in 2005, worden dorpelingen gedwongen in flats te gaan wonen, om zo grond vrij te spelen voor de bouw van ‘een nieuw socialistisch platteland’. Twee miljoen boeren verloren de afgelopen vijf jaar hierdoor hun land. The Economist: “The new strategy often means the farmers are crammed into apartments with no backyards to raise chickens or store tools, and they face a longer journey to their fields.” Het Britse blad besluit met een voorbeeld uit Peking, waar de autoriteiten de migrantenpopulatie – eenderde van de totale stedelijke bevolking – verhindert om woningen en auto’s te kopen. Op deze manier hoopt men de prijsstijgingen te dempen. Uit veiligheidsoverwegingen sluit men bovendien de kelderappartementen, waar uitgerekend de migranten – “known as the rat tribe” – dikwijls leven. “China says it wants urbanization, and it certainly needs it. But even as some obstables are removed, new ones spring up.” Zou The Economist ook de belemmeringen in Nederland voor de trek naar de grote steden eens kunnen aangeven?

Tagged with:
 

Het moederschip

On 18 oktober 2011, in innovatie, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Odyssey’ (1987) van John Sculley:

In 1977 werd de eerste Apple II verscheept. Vijf jaar later, in 1982, was Apple al een van ‘s werelds grootste computerbedrijven. Met een omzet van 61,3 miljoen dollar en een omzetgroei van 74 procent in dat jaar benaderde de 27-jarige Steve Jobs de vierentwintig jaar oudere marketingman van Pepsi Cola, John Sculley. Sculley was direct onder de indruk. Smakelijk vertelt hij over een van zijn eerste ontmoetingen met de visionaire Jobs in New York, waar Jobs, zelf een kind uit Silicon Valley, juist dat jaar een pied-à-terre betrok. “Steve’s visions went beyond the business of computers. He saw in Apple a model of what the modern corporation could be. At the time, he wanted to build the ultimate campus for Apple, a 1980s company town in California where bright people would congregate to build a new future.” Sculley herinnerde zich nog goed wat Jobs zich daarbij voorstelde. “Steve envisioned a massive complex of automated factories, employee condominiums, recreational facilities, even a Disneyland-like monorail to transport people about the grounds. He wanted the buildings to make an architectural statement and thought of enlisting a great architect to help him do it.” Sculley nam Jobs mee naar de campus van Pepsi, door hem omschreven als een nieuwe werkomgeving die drie kunstvormen zou integreren – architectuur, landschap en moderne beeldhouwkunst. Architect: Edward Durrell Stone. Jobs vond het maar niets. Het was hem allemaal veel te hiërarchisch en te imponerend. Daarna nam Sculley Jobs mee naar de campus van diens grote concurrent, IBM. “This is it?, vroeg Steve Jobs verbijsterd toen hij het complex zag. “This is their headquarters? I want to charter a 747 jet, and I’m going to fly the entire Macintosh division out to see this. I can’t believe it.” Jobs was ontdaan. IBM vond hij maar nondescript.

Inmiddels werkt Apple aan zijn nieuwste campus in Silicon Valley, genaamd ‘Het moederschip’. Het wordt de tweede, naast die in Cupertino, het ontwerp werd begin augustus jongstleden aan de pers onthuld. Architect is Norman Foster. “The diameter of the ring is 1,615 feet (492.25 meters), which makes it wider than the Pentagon. The circumference will be nearly a mile (1.6 km) and the planned office floor space is 260,128.5 sq m including a 27,870.9 sq m research facility. That’s enough space for 12-13,000 workers – in comparison, Infinite Loop houses only 3,500 engineers at present.”  De gemeente moet het nog goedkeuren, maar de burgemeester is onder de indruk. “Steve Jobs, however, commended the plan to the Cupertino City Council in person, describing it as a "landed spacecraft" and "a shot at creating the best office building in the world." De bouwvergunning krijgt hij, dat is zeker. Start bouw echter, laat staan de voltooiing in 2015, is hem vergund om mee te maken.

Tagged with:
 

Heldere boodschap

On 17 oktober 2011, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Germania’ (2010) van Simon Winder:

De Britse auteur Simon Winder is als geen ander in staat om architectuur in verband te brengen met het tijdperk waarin ze werd ontworpen en gebouwd. Ik heb het over zijn zeer leesbare overzichtswerk ‘Germania’. In zijn beschrijving van het Wilhelminische Duitsland – de vijftig jaar die voorafgingen aan het rampjaar 1914 – bijvoorbeeld stuit hij op monsterachtige monumenten en gebouwen, en zijn oordeel laat dan niets te raden over: “The only thing that saves these buildings is that they stand as monuments to failure – the civilization that built them was destroyed.” Het geldt voor het Völkerschlachtdenkmal in Leipzig met zijn ‘immens, humourless, Aztec gloom’ , maar ook voor de kathedraal van Berlijn, het Berlijnse Schloss evenals het Weense Neu Burg. Zelfs het Hamburgse stadhuis moet het bij Winder ontgelden: “There is something very similar in such awful mistakes as the Hamburg or Hannover town halls – buildings so huge and nasty that they appear only to have been put there (let alone remade after war damage) to confound later generations.” Het Hamburgse stadhuis? Het stadhuis van de Freistaat Hamburg?

Te groot, te protserig, te lelijk is het Hamburgse stadhuis inderdaad. Maar ergens in het gerestaureerde laat-negentiende eeuwse, in Noordduitse neorenaissance opgetrokken raadhuis stuit de overdonderde bezoeker op een hele mooie kamer, de zogenaamde Turmsaal. In deze knusse, intieme, bijna ronde kamer op de tweede verdieping, gesitueerd onder de reusachtige toren, valt het oog van de bezoeker, juist voordat hij de Kaisersaal betreedt, op vier bijzondere wandschilderingen. Ze stellen de vier ‘vrije steden’ in de wereld voor: Athene, Rome, Venetië en Amsterdam. Amsterdam wordt er gerepresenteerd door het raadhuis van Jacob van Campen, met de god Mercurius ter linkerzijde en met een hoorn des overvloeds waaruit goudstukken rollen. Ineens begreep ik het. Niet aan de Duitse keizer Wilhelm spiegelde Hamburg zich, maar aan deze vier vrije steden. Keizer Wilhelm, die Hamburg in 1895 bezocht ter gelegenheid van de opening van het Nord-Ost Kanal, moest door deze schitterende kamer om zijn eigen Kaisersaal te kunnen betreden. Eerst stond hij oog in oog met Rome, daarna Venetië; hij zal zich hebben omgedraaid, waarna zijn ogen vielen op Athene en ….. Amsterdam. Tien jaar later verklaarde de Duitse keizer de wereld de oorlog. Uiteindelijk stierf hij in Nederland, in het dorpje Doorn.

Tagged with:
 

Funky IJburg

On 14 oktober 2011, in plekken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De Brug’  van 21 september 2011:

Ook saxofoniste Candy Dulfer woont tegenwoordig op IJburg. Ik wist het niet. Haar boerderij in Groot-Schermer heeft ze opgegeven, evenals haar drie schapen Beyoncé, Rihanna en Natasha en haar pony. Waarom terug naar de grote stad? “Ik heb er steeds meer kleine projecten en andere dingen tussendoor gekregen. Dat was vanaf het platteland niet meer te combineren. Ik moest terug naar Amsterdam.” IJburg vindt ze ‘te gek’. Vooral de vrijheid om je eigen huis te bouwen sprak haar aan, want ze werd de makelaars in Amsterdam spuugzat. Iedereen die niet gelooft dat ze het er naar haar zin heeft nodigt ze uit om op zondagmiddag naar IJburg te komen. “Dan zie je hoe het echt is.” Ze overweegt om ‘funky zondagmiddagen’ op IJburg te organiseren. Ik las het in De Brug, een krant die in 27.000-voud op IJburg wordt verspreid.

In dezelfde editie stond een reportage over de Varende Makelaar, een nieuwe creatie van Bart Bastiaansen. Bart heeft een Riva Junior uit 1968 op de kop getikt. Als jongen had hij met zijn vader eens een tochtje in een Riva gemaakt. Dat was tijdens een vakantie in Saint-Tropez. Het werd zijn ultieme droom. Exact dezelfde boot, weet hij, had destijds ook de Franse filmster Brigitte Bardot. Binnenkort vaart Bart met zijn exemplaar door de IJburgse grachten, om zo huizen aan potentiële kopers te laten zien. Zo krijgt IJburg toch nog een beetje mediterrane allure. Bart zal met zijn boot ongetwijfeld ook het huis van Candy passeren. Hij is bij deze gewaarschuwd. Candy heeft het niet zo op met makelaars. Maar misschien is ze van ‘funky makelaars’ die beschikken over een funky boot wèl gecharmeerd.

Tagged with:
 

Sterke verdienmodellen

On 13 oktober 2011, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gehoord in Hamburg op 6 oktober 2011:

HafenCity is het grootste stedenbouwkundige project van dit moment in Europa. We hebben het over Hamburg, de stadstaat, tevens havenstad in het noorden van Duitsland. Een nog functionerende haven op de noordoever van de Elbe wordt hier in zijn geheel – stapje voor stapje – uitgeplaatst naar de zuidoever, waar de bestaande haven intensiever moet worden gebruikt. Rond de noordelijke havenbekkens verrijst een dichtbebouwde woon-werkstad, gunstig gesitueerd ten opzicht van het historische centrum en met zicht op de schepen, kranen en het levendige havenbedrijf aan de overkant – het is allemaal buitengewoon duurzaam, een typische win-winsituatie en een mooi voorbeeld voor Amsterdam, dat zich juist van zijn haven heeft afgekeerd. Immers, in de nieuwe structuurvisie Amsterdam 2040 worden de nu nog als havens functionerende Coen- en Vlothavens aangewezen als op termijn in grootstedelijke woon-werkgebieden te transformeren terreinen. Daardoor hoeft Amsterdam straks niet meer in de weilanden te bouwen.

Wat is het financiële verdienmodel van HafenCity? Die vraag is actueel,  immers men bouwt er gewoon door, ondanks de financiële crisis. De grond was hier, net als in Amsterdam, eigendom van de gemeente. Was, want uit de grondopbrengsten van de verkoop van de kavels aan particuliere investeerders wordt op dit moment zowel de uitplaatsing van de bedrijven als de aanleg van de nieuwe infrastructuur en de openbare ruimte betaald. Dat doet de gemeente, die daartoe een aparte dienst in het leven heeft geroepen. Niet meer dan vijftig procent van de grond zal deze uiteindelijk verkopen, de rest blijft gewoon in handen van de gemeente: de straten, pleinen en parken. Geen tenders, maar vaste grondprijzen brengt de gemeente in rekening, want er hoeft geen winst te worden gemaakt. Alle verdiende geld wordt direct weer in de infrastructuur en in de publieke ruimte geïnvesteerd. Geen financiële kopzorgen voor de gemeente derhalve, maar ook geen melkkoe. Kopers moeten voldoen aan allerlei strikte voorwaarden. Die zijn overwegend stedenbouwkundig en architectonisch van aard. De stad wil immers ruimtelijke kwaliteit. De grond wordt pas verkocht als alle vergunningen in orde zijn en de koper een betrouwbare partner is gebleken. O ja, er geldt een strikte bouwplicht: binnen vier weken na de verkoop van de grond moet de koper met de bouw een begin hebben gemaakt. De gebiedsontwikkeling loopt als een trein. Wat een interessant ontwikkelmodel!

Tagged with:
 

Het wispelturige Zuiden

On 12 oktober 2011, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Bakfietsen en rolluiken’ (2011) van Josse de Voogd:

bakfietsen en rolluiken

Eerder schreef ik over het veranderende politieke landschap van Nederland (zie http://bit.ly/ouJdDe). Was het om die reden dat ik laatst een lezenswaardig boekje van cultureel antropoloog Josse de Voogd in handen kreeg over ons nationale stemgedrag? Het verscheen bij het wetenschappelijke bureau van GroenLinks. De Voogd onderzocht de uitslagen van vier meest recente verkiezingen in Nederland, die tussen 2009 en 2011. De uitslagen per gemeente vergeleek hij met het type woonplaats en woonbuurt. Zo was hij in staat het nieuwste politieke landschap van Nederland te beschrijven. Lastig? Nee hoor. De Voogd: “Wordt het straatbeeld gedomineerd door bakfietsen, ja-neestickers op brievenbussen en gevelplanten aan negentiende eeuwse woningen? Grote kans dat GroenLinks hier de grootste partij is. Zie je veel rolluiken, protserige witte hekwerken, bordjes met ‘hier waak ik’, opgepimptje VW-golfjes en, als je naar binnen kijkt, SBS6 op de buis? Dan is de kans groot dat de PVV hier goed scoort.” Nieuwsgierig naar de typering van de andere partijen lees ik verder. “D66’ers verraden hun aanwezigheid met de NRC bij het oud papier en Saabs en Volvo’s op straat, terwijl een CDA’er zijn stoepje sneeuwvrij maakt en met een schuin oog kijkt op de buren dat ook doen.” Aan de buurt kun je dus aflezen op welke partij wordt gestemd. Op basis hiervan ontwaart De Voogd een progressieve ‘Green Belt’, een strook gemeenten die loopt van Alkmaar naar Nijmegen en die bij Veenendaal de conservatieve ‘Bible Belt’ kruist. “Daarin liggen de progressieve studentensteden Amsterdam, Utrecht, Wageningen en Nijmegen, andere steden met veel hoger opgeleiden, zoals Haarlem, Amersfoort, Wageningen en Arnhem, en groene randgemeenten als Bergen, Zeist, Renkum en Ubbergen.” De Voogd duidt deze strook aan als ‘de ruggengraat van progressief Nederland’.

Interessant is vooral de analyse van de zuidelijke provincies, en dan met name van Brabant. Sectoren als high-tech en ict zijn er sterk in opkomst, de provincie kent de grootste autodichtheid van het land. De welvaart drukt zich hier uit in cataloguswoningen met buxustuintjes. De VVD groeit er sterk. De Voogd maakt een vergelijking tussen Brabant en regio’s als Beieren in Duitsland en Texas in de Verenigde Staten: achterstandsgebieden die snel welvarend zijn geworden en die moderniteit met traditie in evenwicht willen brengen. “Door de snellere bevolkingstoename drukken deze conservatieve regio’s een groeiend stempel op de landelijke politiek.” Het kabinet Rutte typeert hij als typisch suburbaan. Vooral in het zuiden is de aanhang groot. Het stemgedrag van Zuid-Nederland lijkt wispelturig, maar is het niet. Het gaat om suburbaan wonen en om achterstelling en vooruitgang, zich uitdrukkend in een sentiment dat al snel ontaardt in: ‘Ze zoeken het maar uit in Den Haag’.

Tagged with:
 

Top Innovation Hubs

On 11 oktober 2011, in benchmarks, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Winning in Growth Cities 2011/12’ van Cushman & Wakefield:

Het is herfst. De Expo Real zit er weer op. In München verraste Cushman & Wakefield afgelopen week alle aanwezigen met de bekendmaking van het nieuwste overzicht van winnende steden in de wereld. Voor investeerders in vastgoed altijd een bruikbare graadmeter. In de top vijf van steden die vreemd kapitaal weten aan te trekken staan New York, Londen, Parijs, Hong Kong en Tokio. Niet verbazingwekkend allemaal. Maar de opstellers constateren ook dat er tegenwoordig meer steden een plaats weten te veroveren in het wereldwijde netwerk van winnende steden. “Looking at the business trends driving office and industrial markets, we certainly see strong competition but also a greater interdependence, with connectivity and linkages to other markets key.” Cushman & Wakefield concludeert dat zeker 42 steden aanzienlijke spelers zijn in dit mondiale netwerk, elk met zijn specialisatie. Voor de olie-industrie zijn dat Calgary, Aberdeen, Dallas en Abu Dhabi, voor de mijnbouw Toronto, Londen en Sydney, voor transport en logistiek Los Angeles, Hong Kong, Dubai, Singapore, Guangzhou en Shanghai, voor onderwijs Cambridge, Boston, Parijs, New York en Londen, en voor innovatie Boston, Parijs, Amsterdam, Wenen en New York. Wablief? Amsterdam innovatief? Jazeker. Amsterdam blijkt op het terrein van innovatie in de top drie van de wereld te staan, achter Boston en Parijs. “All the cities in the top twenty have a critical mass of population, educational establishments and fast moving companies and sectors to therefore promote innovation.” Amsterdam staat qua innovatie dus boven San Francisco, New York, Frankfurt, Wenen en Hamburg. Op de lijst van steden met het beste onderwijs staat Amsterdam trouwens op plaats acht. Dringt het tot u door?

Wel merken de makers op dat Duitsland het innovatiefste land ter wereld is. En wij maar denken dat Brabant ‘de slimste regio’ is. Overigens, Rotterdam is gezakt naar plaats tien op de lijst steden met de grootste containeroverslag, Groningen op plaats 28 als het gaat om investeringen in olie en aardgas, in het rijtje beste zakensteden van de wereld staat Amsterdam op plaats tien, maar Amsterdam komt niet voor in de top twintig van financiële centra. Qua omzet in winkelverkopen staat Amsterdam wel op plaats 16 en als veilige toeristische bestemming op plaats zes. Dat is wel eens anders geweest.

Tagged with: