Ouderwets probleem

On 30 juli 2011, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Rijnboutt Trends in retail’ (2011):

Welke Amerikaanse steden spenderen de meeste benzine? Waar ben je aan autovervoer het meeste geld kwijt? Tot de categorie ‘The Guzzlers’ behoren San José (Califormia), Birmingham, Jacksonville, Phoenix,Dallas-Fort Worth, Houston en Louisville. De steden die relatief de minste benzine verbruiken zijn New York, Boston en Washington, maar ook Chicago, Denver en Seattle. Gemiddeld tankt een Amerikaan zes keer per maand benzine voor een gemiddeld bedrag van 31 dollar. In totaal spendeert hij 177 dollar per maand aan brandstof voor zijn auto. Het meeste wordt er met de auto gereden in Silicon Valley, het minste in ‘subway loving’ New York. Het staat deze week allemaal te lezen op www.mint.com.

Hoe zou Nederland scoren? Ik vrees hoog in de categorie ‘The Guzzlers’. En we willen het maar niet toegeven. Erger, onder het kopje ‘Metropoolgedachte’ las ik bijvoorbeeld in ‘Rijnboutt Trends in retail’ een verslag van een rondetafelgesprek tussen zes stedenbouwkundigen over het winkelen van morgen waarin doodleuk werd aangespoord om de automobiliteit in de Randstad verder op te voeren: “Wat te denken van de Deltametropool, waarin de steden in de Randstad functioneren als onderdeel van één samenhangend geheel? Als steden hun eigen specialisatie zouden kiezen, hoeven ze niet meer àlles in huis te hebben, wat een oplossing kan zijn voor het gebrek aan ruimte. En als we de files voor het gemak beschouwen als ouderwets probleem dat niet lang meer zal duren, wordt de relatieve afstand tussen die steden alleen maar kleiner.” Willem Hermans, stedenbouwkundige bij Rijnboutt ziet het helemaal voor zich: “Amsterdam zou mode en design kunnen claimen, Utrecht cultuur en kennis, Den Haag de internationale warenhuizen en Rotterdam de food market.” Stedenbouwkundigen begrijpen er nog altijd niets van. Ze verwarren de Randstad met een echte stad, ze zien althans het verschil niet. En ze denken dat mensen met de trein winkelen.

Tagged with:
 

Gapende rioolputten

On 29 juli 2011, in economie, internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De val van Amerika’ (2011) van Dmitry Orlov:

Aanstaande dinsdag 2 augustus 2011 overschrijdt de USA de wettelijke schuldenlimiet van 14,3 biljoen dollar. Noem het de Republikeinse erfenis. De politieke impasse in hyperpower Amerika doet het ergste vermoeden. Hoe gaan de banken reageren? Onwillekeurig moet ik denken aan Amy Chua’s ‘Day of Empire’ (2007). Daarin schetst deze Amerikaans-Chinese hoogleraar internationaal recht het historische patroon van opkomende en ondergaande hyperpowers. Zowel opkomst als neergang hebben, schrijft zij, alles te maken met tolerantie, met het toelaten van diversiteit (“tolerance on the rise to power and intolerance in decline”). Chua kan het weten. Haar Chinese ouders migreerden in 1961 van de Filippijnen naar de USA. Het boek kan, zeker toen het verscheen, niet anders worden gelezen dan als een ernstige waarschuwing aan het adres van de eigen regering: “The United States is perhaps the quintessential example of a society that rose to global dominance through tolerance.” Haar analyse: “Those calling for an American empire constantly invoke the glory and enduring success of the Pax Romana. But as I hope to show, in its relationschip to the world it dominates, modern America is perversely far more like the ‘barbaric’ Mongol Empire than it is like Rome.”  Chua besteedt in haar boek weinig aandacht aan steden, des te meer aan machtspolitiek van heersers. Hoe tolerant waren zij?

Erger dan een waarschuwing is het recent verschenen ‘De val van Amerika’ van Dmitry Orlov. Orlov begon aan het schrijven van zijn boek net toen Chua’s ‘Day of Empire’ het licht zag. Orlov is een Rus die op zijn twaalfde naar Amerika migreerde. Als ingenieur maakte hij de val van de Sovjet-Unie van nabij mee. Hij voorspelt nu ook de val van Amerika, want hij ziet opvallende parallellen. En het erge is, de Amerikanen zijn veel slechter voorbereid op hun ondergang dan de Russen. Toch is die ondergang onvermijdelijk. Zo ligt de tranportinfrastructuur er in Amerika ronduit beroerd bij en er is geen fatsoenlijk openbaar vervoer. Cocaïne en wiet ondermijnen de Amerikaanse volksgezondheid, echtscheidingspercentages en buitenechtelijke kinderen zijn er even hoog als in Rusland. Niemand lijkt elkaar te willen helpen. De overheid is ‘red tape’. En de diensteneconomie is te ver doorontwikkeld, er wordt te weinig geproduceerd. De schuldeisers zullen komen en de boel overnemen. Orlov: “Dat stukjes van het landschap zomaar verdwijnen, kan tot pijnlijke verrassingen leiden. Ik kwam ooit tijdens een zomer in Sint Petersburg aan om erachter te komen dat de stad tijdens mijn afwezigheid door een nieuwe plaag was overvallen: een heleboel putdeksels waren op mysterieuze wijze verdwenen. Niemand wist waar ze gebleven waren of wie er baat bij had ze te verwijderen. In een stad bezaaid met gapende rioolputten als evenzovele valkuilen voor auto’s, had je de keus tussen of heel langzaam rijden en voorzichtig om elke put heen laveren, of heel snel en je leven in handen leggen van de kwaliteit van je schokdempers.” Los Angeles zonder putdeksels. Dat wordt het, let maar op.

Tagged with:
 

Aard van het communisme

On 28 juli 2011, in Geen categorie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Wilde zwanen’ (1993) van Jung Chang:

Veel nieuws de laatste tijd over Chinese steden. NRC Handelsblad publiceert dezer dagen fraaie portretten van Shanghai. Ik lees ‘Wilde zwanen’, alweer twintig jaar oud. Opmerkelijk detail in de geschiedenis van de levens van drie moedige vrouwen in het twintigste eeuwse China, zoals opgetekend door Jung Chang. Haar boek verscheen in 1993, daags na het neerslaan van het studentenprotest op het Tiananmen Plein in Peking in 1989. Wanneer de moeder van Chang begin jaren vijftig in het oostelijk gesitueerde Yibin arriveert, wordt ze door de communisten prompt gedwongen mee te doen met zogenaamd ‘gedachtenonderzoek’. Het kwam neer op het volgende. Chang: "De mensen van boerenafkomst bekritiseerden hen die een bourgeois-achtergrond hadden. De opzet was dat mensen zo’n verandering doormaakten dat ze meer op boeren gingen lijken, want de communistische revolutie was in wezen een boerenrevolutie." Onder het communisme van Mao hadden de Chinezen geen vrije tijd meer, de privesfeer was officieel opgeheven. Comfort werd als abject beschouwd, want stedelijk; ook mode, individualisme, properheid, humor, ontspanning, tederheid, boeken lezen, lekker eten en verkwisting werden als stedelijke verschijnselen beschouwd. Alles wat stedelijk (bourgeois) was werd vereenzelvigd met ‘onderdrukking en uitbuiting’. Onderdrukking en uitbuiting van het platteland wel te verstaan.

Nooit zo bij stilgestaan. Midden twintigste eeuw leefde nog tachtig procent van de Chinese bevolking op het platteland. De onstuimige verstedelijking aan het begin twintigste eeuw, waarbij de Europese mogendheden protectoraten instelden in de belangrijkste Chinese steden, had in het grote land voor enorme onrust gezorgd. Het naoorlogse communisme van Mao was feitelijk een wraakneming op de stedelijke levenssfeer, op de stedelijke elite. Zelfs corruptie werd als een stedelijk verschijnsel gezien waartegen krachtig moest worden opgetreden. De grote stad was corrupt, week, belezen  en oneerlijk. Communisme was het verheerlijken van onwetendheid, ze was in de kern antistedelijk. Chinese communisten gingen hun steden als dorpen bewonen. Geen wonder dat het met hun economie vervolgens niet vlotten wilde. Daar kon geen ‘Grote Sprong Voorwaarts’ tegenop.

Tagged with:
 

The heart of the Megalopolis

On 26 juli 2011, in Geen categorie, by Zef Hemel

Gezien in Amsterdam op 25 juli 2011:

‘The Tree of Life’, de vijfde film van Terrence Malick, speelt zich af in een Amerikaanse suburb in de jaren vijftig. De suburb in kwestie bevindt zich in Waco, Texas. Waco ligt ten zuiden van Dallas. In de jaren vijftig telde Waco 85.000 inwoners. In 1953 werd de stad getroffen door een ongekende tornado die aan 114 mensen het leven kostte en die de lokale economie compleet ruïneerde. Speelt de film na 1953 of ervoor? In ieder geval zijn de opnamen niet in Waco genomen, maar in Smithville, Texas. Smithville telt slechts 4000 inwoners, maar noemt zich ‘the Heart of the Megalopolis’. Bedoeld wordt het gebied tussen Austin, Houston, San Antonio, and Dallas. Deze megalopolis, ook wel Texas Triangle genaamd, telt ruim 13 miljoen inwoners. In Smithville zie je daar weinig van terug. ”Smithville was the first town in Texas to be named “Film and Family Friendly” by the Texas Film Commision.” Vandaar dus. De vader in de film, gespeeld door Brad Pitt, is muzikaal maar werkt gewoon in een fabriek. Elke dag vertrekt hij met zijn auto van huis. Is hij een forens? Veel mensen uit Waco werkten in Dallas-Fort Worth, dus dat zou zomaar kunnen. Tegen het eind van de film sluit de fabriek, waarna het gezin, met vader brodeloos geworden, vertrekt.

Zoonlief, gespeeld door Sean Penn, die zich dit alles herinnert, blijkt als architect in Dallas te werken. Zijn herinneringen beginnen wanneer hij ziet hoe een boom wordt geplant voor een van zijn pas opgeleverde gebouwen. Mooi is hoe Malick deze moderne hoogbouw spiegelt aan de lommerrijke suburb uit de jeugd van de architect. De Eamesstoelen van zijn ouders in de modernistische villa van de jaren zestig waarmee de film begint, duiden op de goede smaak van zijn ouders. Zo kweek je dus een architect. Na de sluiting van de fabriek en het afscheid van Waco lijkt het de familie goed te zijn vergaan. Totdat we geconfronteerd worden met het verlies van die andere zoon.

 

Buurten omkatten

On 23 juli 2011, in stadsvernieuwing, stedenbouw, wonen, by Zef Hemel

Gezien in Amsterdam-West op 21 juli 2011:

Vandaag begin van de vakantie. Vier weken zonder blog. Dat wordt lastig. Op de valreep maakte ik nog een excursie door Amsterdam Nieuw-West. Wijkaanpak in de praktijk, opbouwwerk en stedenbouw met elkaar verenigd, maar ook: stilgevallen herstructurering. We bezochten wijk 5 in Slotermeer, we bleken in de voetsporen te treden van de wethouder Wonen, die ons nog niet zo lang geleden was voorgegaan. Wat me vooral opviel was de stilte op straat, het gebrek aan stadsleven, de verlaten sfeer. De onder handen genomen Burgemeester Roellstraat leek, geheel ontdaan van zijn hoge populieren, op een Atlantic Wall, de Burgemeester van Leeuwenlaan met zijn elegante winkelplint was uitgestorven, het nieuwe Confusiusplein, op wat voetballertjes na, oogde vernieuwd maar was compleet verlaten. Verrassend mooi oogde het oude laagbouwbuurtje ten zuiden van de Socratesstraat, de ruimtelijke werking van de haakjes rijtjeswoningen was ronduit overrompelend. Deze wederopbouwpanden bleken echter slecht onderhouden, ze schreeuwden om een grondige opknapbeurt. Elders was stevig gesloopt, maar door de stilgevallen productie gaapten hier nu grote gaten. Met bakken aarde waren daar nu wat groentetuintjes gefabriceerd. Ondertussen spraken we met de mensen van de woningcorporatie over self esteem van de bewoners. Hier waarde onmiskenbaar het spook van de stadsvernieuwing. Kun je dit soort buurten, verwikkeld in grootschalige omkatprocessen, met opbouwwerk aan de praat houden? Met groeiende twijfel sloeg ik het gade.

‘s Avonds stuitte ik via Twitter op een filmpje op SustainableCitiesCollective, gedateerd 21 juli 2011. http://bit.ly/npP3AX. Was het toeval? Het filmpje gaat over Neighborhoods, Placemaking & Active Living. Het is gemaakt door de Robert Wood Johnson Foundation. Ik kan het filmpje iedereen aanraden, het is bijzonder instructief. Het bevat een interview met de Amerikaanse urbaniste Jane Jacobs. Op hoge leeftijd legt ze nog één keer uit hoe je levendige stadsbuurten moet maken: geen verkeersstraten maar altijd gemengd verkeer, korte blokken, niet alleen wonen, een stevige dichtheid, veel straathoeken, netwerken van mensen, mensen die gezond bewegen, veel ogen op de straat. Zeg maar, stedenbouw en opbouwwerk met elkaar verenigd.

Tagged with:
 

Een lesje in nederigheid

On 22 juli 2011, in benchmarks, economie, by Zef Hemel

Gelezen in The Atlantic van 21 juli 2011:

metro-map.png

Verrassend nieuw vergelijkend onderzoek van Richard Florida verscheen deze week in The Atlantic. In ‘If U.S. Cities Were Countries, How Would They Rank?’ vergelijkt de Canadese econoom de omvang van economieën van Amerikaanse steden met economieën van natie-staten elders in de wereld. Het is een lesje in nederigheid voor landen die denken dat zij iets voorstellen. Zo blijkt de economie van Boston even groot als die van Denemarken; de economie van New York is zo groot als die van Canada. De economie van Atlanta is even omvangrijk als die van Colombia en die van Dallas blijkt even groot als die van Argentinië. De economie van Chicago heeft de omvang van die van Zwitserland, die van Philadelphia die van Zuid-Afrika en de economie van Houston is even groot als die van Oostenrijk.

Wilt u nog meer weten? De economie van Los Angeles is even groot als die van Nederland. Dus waarom zou de Amerikaanse president de Nederlandse premier willen ontvangen? De burgemeester van LA zou daar eerder voor in aanmerking komen. En het werpt ook een nieuw licht op de kandidatuur van Amsterdam of Rotterdam voor de Olympische Spelen van 2028: deze steden hebben de economie van het hele land nodig om zich met Los Angeles, Londen of Peking te meten. Steden zijn dikwijls belangrijker dan staten, maar niet altijd. Hun politieke invloed in de wereld zou veel groter moeten zijn.

Tagged with:
 

Energiek

On 20 juli 2011, in duurzaamheid, participatie, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De energieke samenleving’ (2011) van Maarten Hajer:

Op de dag dat politiek Den Haag met reces ging, verscheen ‘De energieke samenleving’ van PBL-directeur Maarten Hajer. Het boekje schetst een nieuwe sturingsfilosofie voor de overheid, gericht op het schoner maken van de Nederlandse economie. Zoals iedereen weet is de ecologische voetafdruk van Nederland veel te groot. Als de hele wereld zou leven zoals wij, dan zouden er bijna vijf planeten aarde nodig zijn. Er moet dus iets gebeuren. Hoe bereiken wij een duurzame samenleving? In de klassieke sturingsfilosofie stelt de overheid de vraag: ‘wat is er aan de hand?’ Vervolgens voorzien ingenieurs haar van technische oplossingen (‘Wat kunnen we eraan doen?’), die door economen worden gewogen (‘Wat is doelmatig?’). De samenleving is dan min of meer ‘object’; zij veroorzaakt problemen en moet daarom worden bijgestuurd. Een dergelijke filosofie, aldus Hajer, maakt onvoldoende gebruik van de energie en denkkracht in de samenleving: burgers, bedrijfsleven, gemeenten willen best aan de slag, maar de rijksoverheid verhindert dat, druk als ze is met technische en financiële oplossingen verzinnen. Niet dat het zonder de overheid beter zal gaan, integendeel, maar de overheid moet zich heel anders in dit soort kwesties opstellen. Ze moet heldere doelen stellen, maar vervolgens ruimte creëren voor andere partijen. “Hierbij passen ambitieuze streefbeelden die robuust zijn in de tijd, prikkels, en een wens om continu te leren.” Hajer spreekt van een ‘radicaal incrementalisme’.

Hajer beschouwt de stad als startpunt in het nieuwe denken. Niet alleen is de stad een kristallisatiepunt van menselijke activiteiten, ze vervult ook een cruciale rol in ons ‘sociaal metabolisme’: “de grote stromen van hulpbronnen lopen via de steden en de steden zijn verantwoordelijk voor een significant deel van de emissies die de samenleving produceert.” Bovendien, stelt hij, is in de stad de maatschappelijke dynamiek maximaal. In de stedelijke planning zal de patstelling tussen de visies van de planner-ingenieur aan de ene kant en die van de burger-gebruiker aan de andere kant moeten worden doorbroken. Minder nadruk op infrastructuur, minder formele, op financiering georiënteerde planning, daarentegen veel lichtere planningsattitudes, met veel meer ruimte voor spontane initiatieven. “De overheid wil iets van de regionale steden. Deze steden zullen in staat moeten zijn veel economische dynamiek te genereren, ze zullen aantrekkingskracht moeten hebben op burgers en bedrijven, ze zullen burgers moeten uitdagen maar hen ook een gevoel kunnen geven van geborgenheid. Steden zullen ook zo moeten functioneren dat ze zo min mogelijk energie gebruiken, dat de aanwezige onbenutte energie (restwarmte, afval, secundaire grondstoffen die in gebouwen en infrastructuur terecht zijn gekomen) wordt afgetapt. Daar liggen opgaven die de overheid zal moeten formuleren, waarna het aan de stedelijke samenleving zelf is ermee aan de gang te gaan.” Voor steden bestaat geen blauwdruk, alleen een collectieve zoektocht. De rijksoverheid moet dit mogelijk maken. Dat is de boodschap van de directeur van het Planbureau. Jammer dat politiek Den Haag al met vakantie is.

Tagged with:
 

Steden in ruil voor voedsel

On 19 juli 2011, in demografie, internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 16 juli 2011:

Als u en ik deze zomer terugkeren van vakantie zal de wereld liefst 7 miljard inwoners tellen. Verdere groei ligt in het verschiet. In 2100 zal de wereldbevolking zeker 10,1 miljard zielen herbergen; dat is een miljard meer dan eerst werd gedacht. China zal niet zo heel veel meer groeien en vanaf 2025 zelfs krimpen. India groeit weliswaar nog stevig door, maar de allergrootste groei zal zich voordoen in Afrika. In dat vergeten continent wonen inmiddels 1 miljard mensen. Een land als Nigeria zal in 2040 bijna evenveel inwoners tellen als de Verenigde Staten nu, namelijk 321 miljoen. En Nederland? Nederland groeit elke dag met 235 mensen. De huidige 16,6 miljoen stijgt tot 17,2 miljoen in 2025. Die geringe groei concentreert zich rond Amsterdam. De rest van het land zal krimpen. De groei van onze economie zal daardoor niet alleen bescheiden zijn, maar zich ook steeds meer ruimtelijk concentreren.

Stephen Ellis, onderzoeker bij het Afrika Studiecentrum te Leiden en auteur van ‘Het regenseizoen’ (2011), voorspelt dat Afrika de toekomst heeft. Die voorspelling onderbouwt hij met genoemde demografische cijfers. Zijn redenering is dat al die 10 miljard wereldburgers straks gevoed zullen moeten worden, waardoor voedselprijzen explosief zullen stijgen. De mensheid zal op zoek gaan naar nog meer landbouwgrond. Volgens Ellis bevindt 80 procent van ‘s werelds nog ongebruikte landbouwgrond in Afrika. Geld zal daarom vloeien naar Afrika om de gronden te ontginnen. Als dat geld niet uit Europa komt, dan komt het wel uit China. Ellis heeft gelijk. Afrika wacht een grootse toekomst. Die toekomst zal echter minder met voedselproductie hebben uit te staan dan met industrie en dienstverlening. Afrika blijft geen supply region. De Afrikaanse steden zijn namelijk de snelst groeiende ter wereld. Sneller dan de Chinese steden. De reusachtige megasteden van Nigeria en vooral sub-Sahara zullen een economische kracht ontketenen die wij nu nog niet bevroeden. Hoe? Met hulp van Chinees kapitaal. Anders dan de Europeanen, investeren de Chinezen op grote schaal in Afrikaanse steden. Dat doen ze in ruil voor grondstoffen en voedsel. Europeanen denken alleen aan landbouw. Ze vergeten helemaal om steden te bouwen. Dat doen ze thuis niet, laat staan in Afrika.

Tagged with:
 

Derde Gouden Eeuw

On 18 juli 2011, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Cities and the Wealth of Nations’ (1984) van Jane Jacobs:

Steden zijn de motoren van de economie. Nog niet zo lang geleden mocht je dat niet zeggen. Nu mag het eindelijk wel. Dat betekent dat steden met hun achterland de feitelijke economische eenheden zijn van waaruit je economisch zou moeten redeneren. Echter, we rekenen vanuit natie-staten. Dat doen we nu al meer dan tweehonderd jaar. Omdat wisselkoersen krachtige feedback informatie geven over economieën, zou elke stedelijke economie eigenlijk over een eigen munteenheid moeten beschikken. Vroeger, vóór de opkomst van de natie-staat, was dat ook zo. Steeg de netto export van een stad, dan rees de wisselkoers; steeg de netto import, dan werd de stedelijke munt goedkoper. Voor Nederland geldt dat de Europese Unie, met zijn centrale bank in Frankfurt, tegenwoordig de wisselkoers bepaalt. De afstand tot de verschillende stedelijke economieën is daardoor groter dan ooit. Boeiend is hoe Jane Jacobs erover schreef, en hoogst actueel om haar betoog te spiegelen aan de huidige situatie rond de euro. “Because currency feedback information is so potent, and because so often the information is not what governments want to hear, nations commonly go to extravagant lengths to try to block off or resist the information. Furthermore, when the information does come through – as sooner or later it always does, no matter what the evasions – the effects can be inappropriate, to say the least, (…)”  Jacobs trekt de vergelijking met een denkbeeldig organisme dat bestaat uit verschillende mensen die vanuit één hersenpan worden aangestuurd. De een suft, terwijl de ander misschien heel hard werkt. De hersenpan middelt alle informatie en zal hierop met één signaal reageren. Helpt het?

Jane Jacobs sprak erover in het Paleis op de Dam in Amsterdam, in 1984. Hare Majesteit ontving, professor Lambooy was gastheer. Ik kan het me nog goed herinneren. Haar boek was toen net verschenen: “Nations are flawed in this way because they are not discrete economic units, although intellectually we pretend that they are and compile statistics abouth them based on that goofy premise. Nations include, among other things in their economic grab bags, differing city economies that need different corrections at given times, and yet all share a currency that gives all of them the same information at the same time.” Met die ene Europese munt van later werd het allemaal nog veel erger. De kranten staan er op dit moment dagelijks vol mee. De EU probeert met alle macht de ene gemeenschappelijke munt te redden. Ondertussen negeert ze de feedback informatie van de wisselkoers die toch al teveel gemiddeld is. Geen wonder dat Europa moeite heeft haar economische prestaties op peil te houden. Tot schade van veel stedelijke economieën. Het Paleis op de Dam waar Jane Jacobs destijds sprak, is eigenlijk een stadhuis. Toen het werd gebouwd was Amsterdam een krachtige stedelijke economie. Een symbolischer plek voor haar boodschap was destijds nauwelijks denkbaar.

Tagged with:
 

Improbable swim

On 16 juli 2011, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in Time World van 27 september 1999:

(CHINA OUT) Swimmers celebrate after crossing the Yangtze River during the 38th International Yangtze River Crossing Festival on July 16, 2011 in Wuhan, Hubei Province of China. Over 1,700 swimmers attended the annual event to commemorate former Chinese leader Mao Zedong's swim across the Yangtze River in Wuhan on July 16, 1966 at the age of 73.

Vandaag, 16 juli, is het precies vijftig jaar geleden dat de 74-jarige partijleider Mao Zedong in Wuhan een zwemtocht in de rivier de Yangtze maakte. Zijn zwemtocht, die 65 minuten duurde, luidde het begin in van wat later de Culturele Revolutie zou gaan heten. Volgens sommige experts werden daarbij zeker 100 miljoen Chinezen het slachtoffer van regelrechte terreur. Dit jaar werd de rampzalige gebeurtenis in Wuhan opnieuw gevierd met een zwemtocht in de brede en gevaarlijke rivier. Ruim 1600 Chinezen namen eraan deel. Vreemd, dat geen Nederlandse krant hierbij heeft stilgestaan.

De zwemtocht volgde op het radicale experiment van de Grote Sprong Voorwaarts. Die was totaal mislukt. Begin jaren zestig kampte het land met ernstige voedseltekorten en was sprake van een schrijnende armoede op het Chinese platteland. Gevaarlijke oppositie binnen de top van de partij dreigde. Voor Mao was het reden om de zomer van 1966 Peking te verlaten en naar het zuidelijker gelegen Wuhan te gaan, naar zijn zomerhuis aan de rivier. Daar sprong hij onder grote mediabelangstelling bij de brug in de Yangze als om te bewijzen dat hij nog kracht bezat en dat iedere twijfel omtrent zijn leiderschap onterecht was. Hij riep de jeugd op om de geest van de revolutie scherp te houden en de critici van zijn bewind het leven flink zuur te maken. Direct daarna braken er onlusten uit in Wuhan. Studenten gingen de straat op, gesteund en aangewakkerd door de Rode Gardisten. Maandenlang zouden strijdende facties van Maoïsten de economie van Wuhan lam leggen. Richard Solomon schreef er in 1999 een stuk over in Time World. Solomon: “With one of China’s major urban centers paralyzed by political turmoil and violence, Permier Zhou Enlai and other Mao lieutenants intervened to negotiate and end the fighting.” Vanuit Peking werd daarop de stad belegerd en het oude partijgezag hersteld. Rustig zou het voorlopig echter niet meer worden. “The political chaos that Mao unleashed with his improbable swim would finally end only with the Chairman’s death in 1976 and the purge of his wife Jiang Qing and other party radicals.”

Tagged with: