Het Jaar van het Konijn

On 30 juni 2011, in economie, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 11 februari 2011:

Hele nieuwbouwsteden in China staan leeg. NRC Handelsblad berichtte afgelopen februari over Kangbashi in Binnen-Mongolië, een 1,7 miljard kostende gebiedsontwikkeling die nagenoeg onbewoond is. Een Chinese expert zegt: “Er zijn talrijke andere spooksteden en spookwijken en ze symboliseren wat er mis is met de Chinese economie. Onze groei is eenzijdig gebaseerd op zeer hoge investeringen in vaste activa, in niet-productief baksteen en beton, hoofdzakelijk residentieel en commerciaal onroerend goed. Er is een enorme zeepbel ontstaan.” In 660 Chinese steden staan op dit moment 64,5 miljoen nieuwe luxueuze appartementen en villa’s leeg en er is een overcapaciteit van 3,5 miljard vierkante meter kantoren. NRC Handelsblad noemt dit kenmerkend voor een bubble-economie. Ondertussen blijven de prijzen stijgen. De grond van Peking is meer waard dan de hele Amerikaanse economie.“Geld is geen probleem, want zij (de lokale partijbestuurders) kunnen onbeperkt geld lenen bij de staatsbanken. Bovendien verdienen districten en steden kapitalen aan de verkoop van grond aan projectontwikkelaars en dat zijn vaak bedrijven die nauw met de autoriteiten zijn verbonden.” Bedrijven beleggen in vastgoed en boeren in de omgeving van steden verkopen hun grond tegen zeer gunstige prijzen. Kenners reageren nerveus. Aan het begin van het jaar van het Konijn circuleren voorspellingen van een harde landing van de Chinese economie in de loop van 2011. Volgens berekeningen bestaat 70 procent van het Chinese binnenlands product uit investeringen in vastgoed. Wat is dat voor een economie? Ik zou zeggen: een hoogst ongezonde situatie.

Bij het lezen van het alarmerende artikel moest ik onmiddellijk denken aan de Nederlandse economie. Natuurlijk is die anders, maar ook hier is de afgelopen periode veel te veel gebouwd. De economische groei van de afgelopen jaren lijkt vooral in het vastgoed te zitten. Een percentage van 70 procent zou mij ook hier niet verbazen. Gemeenten verdienden veel met de gronduitgifte en de VINEX creëerde geen schaarste, integendeel. Overal in het land konden gemeenten vrolijke plannen maken en ongehinderd door Rijk of provincie ontwikkelaars voor hun karretje spannen: iedereen wilde groeien. In 1997 verscheen De Nieuwe Kaart van Nederland. Weet u het nog? Die was ronduit alarmerend, maar de meute danste destijds letterlijk over het kaartbeeld in het Utrechtse Vredenbrug. Jaap Modder lanceerde het manifest ‘Nederland is nog lang niet vol, maar we zijn wel vol van plannen’. De problematiek van de leegstand in de krimpgebieden leek toen nog ver weg. Inmiddels zijn er 600 woningen in Delfzijl gesloopt. Maar de prijzen dalen nauwelijks. De kantorenmarkt wordt geconfronteerd met een ongekende leegstand. Toch worden er nog steeds kantoren bijgebouwd. In de periferie willen ze graag ‘kwaliteit’ aan de voorraad toevoegen en niemand die hen dat belet. Er is de afgelopen jaren in dit landje veel te veel ontwikkeld, alles werd gefinancierd met geleend geld. Deze regering decentraliseert de ruimtelijke ordening en schoont de regelgeving op. Omdat er méér moet worden gebouwd. Ook voor Nederland is dit het Jaar van het Konijn.

Tagged with:
 

Cadeautje van de president

On 29 juni 2011, in politiek, regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 28 juni 2011:

Nieuwe zomerreeks in NRC Handelblad: wereldsteden. Eindelijk eens geen toeristische suggesties voor stedentrips, maar informatie over de grootstedelijke realiteit. De eerste aflevering ging over Parijs. De titel klonk veelbelovend: ‘Le Grand Paris: de levende stad als Utopia’. Het resultaat viel tegen. Jammer dat de journalist, Dirk Vandenberghe, zich richtte op het prestigeproject van Sarkozy (twee nieuwe metrolijnen, kosten 35 miljard euro, en de ontwerpen van tien ‘wereldvermaarde architectenbureaus’) en niet op de lokale planningscontext waarin deze politieke eenmansactie zich met veel bombarie richtte. Vandenberghe begint goed door de transformatie van Place de la Republique als uitgangspunt voor zijn reportage te nemen. Hij vergeet erbij te vermelden dat die actie plaatsvindt op instigatie van de burgemeester Delanoë, die al heel wat langer zijn ambt bekleedt dan Mr. Sarkozy het zijne. Stadsontwikkeling is politiek, zeker in Parijs. Het aanleggen van stadsstranden, het introduceren van stadsfietsen, het verbeteren van de openbare ruimte voor voetgangers, het overbruggen van de kloof tussen het centrum binnen de ring, tevens gemeentegrens, en daarbuiten, kortom het leefbaarder maken van Parijs is de agenda van het links-groene college dat de stadsstaat Parijs nu al tien jaar (sinds 2001) bestuurt. ’Le Grand Paris’ van Sarkozy is een recente rechtse presidentiële interventie in het tienjarige bottom-up proces van groeiende regionale samenwerking, genaamd ‘Paris Métropole” – een proces dat overigens treffende gelijkenis vertoont met de groeiende samenwerking binnen de ‘Metropoolregio Amsterdam’.

Hugo Bevort, directeur van het kabinet  van Pierre Mansat, wethouder sinds 2001 van regionale samenwerking rond Parijs, wilde het ons wel vertellen. Tot 2000 bestond er feitelijk geen samenwerking tussen Parijs en haar buurgemeenten. Binnen de grenzen van Parijs, die samenvallen met de inmiddels gesloopte negentiende eeuwse vestingwerken waar tegenwoordig de Boulevard Périphérique loopt, wonen ruim twee miljoen mensen. Daarbuiten leven nog eens acht miljoen Fransen die zich ook Parijzenaar voelen. Het bestuurlijke stelsel van Frankrijk is enorm versnipperd, zo ook in en rond Parijs. Ile-de-France bestaat uit bijna 1300 gemeenten en acht departementen. Iedereen leefde langs elkaar heen. “For a long time, the metropolis has been a de facto situation without any political translation.” Daar kwam verandering in toen Delanoë en Mansat aan de macht kwamen. Heel geleidelijk, van onderop, bouwden zij de regionale samenwerking uit. “This approach does not consist in bringing up a ready-made solution for discussion, which would be downright presumptious, but rather in mapping out a political path to build Paris Métropole.” Parijs startte een dialoog met haar buurgemeenten op basis van gelijkwaardigheid, gezamenlijk namen ze concrete, alledaagse vraagstukken als uitgangspunt voor publiek debat, ze bouwden aan een participatieve democratie, ze organiseerden in 2006 een grote metropolitane conferentie, het was de geboorte van ‘Paris Métropole’. “The metropolitan conference thus became a place – often termed as informal – but the absence of power doesn’t exclude a good organization, an agenda, a programme and people who act.” Sindsdien heeft elke gemeente een stem in deze conferentie, die jaarlijks plaatsvindt. Daar wordt democratisch over de toekomst van Groot Parijs besloten. Het jaar na de conferentie trad er een nieuwe, rechtse president aan, die zich niets gelegen liet liggen aan dit regionale bottom-up proces. Die selecteerde gewoon tien buitenlandse architecten, waaronder het Nederlandse MVRDV, die grootschalige plannen voor Parijs ontwierpen; het waren ’Grands Projets’ die natuurlijk zonder gevolg bleven. Daarna besliste hij dat Parijs twee nieuwe metrolijnen nodig had en doneerde daarvoor nog eens 35 miljard euro. ’Paris Métropole’ ontmoet hier ‘Le Grand Paris’. De president wordt bedankt.

Ontroerend

On 28 juni 2011, in Geen categorie, by Zef Hemel

Gelezen in “Het wonder van de Noord/Zuidlijn” (2011) van Bas Soetenhorst:

In ‘Het wonder van de Noord/Zuidlijn’ legt Parool-journalist Bas Soetenhorst stap voor stap uit hoe de besluitvorming bij de aanleg van de Amsterdamse Noord/Zuidlijn verliep en hoe de aanvankelijk geraamde kosten van 1,4 miljard euro opliepen naar uiteindelijk 3,1 miljard.  Het is knappe journalistiek, meestal zakelijk, feitelijk, helder, in ieder geval met een goed oog voor de menselijke kant van de zaak. En het moet gezegd, menselijk is de zaak van de Noord/Zuidlijn, een heus drama. We lezen een ontroerend relaas van een waagstuk dat zijn beslag krijgt in een open democratie waarin bestuurders, politici, ambtenaren, bewoners en ondernemers tot elkaar zijn veroordeeld, daarbij op de huid gezeten door journalisten. Ook Soetenhorsts boek is van dat waagstuk een onderdeel. Zelden zit je dichter op de huid van de hoofdpersonen die het karwei moeten klaren. En dan de kwestie zelf. Hoe boor je een metro onder een zeventiende eeuwse stad op palen, in een van de openste democratieën ter wereld? Dat beheersing van de budgetten daarbij niet voorop heeft gestaan, mag duidelijk zijn. Als dat zo was geweest, was de stad er nooit aan begonnen. Ook liep het project vreselijk uit de tijd. Dat de democratie uiteindelijk heeft gezegevierd, lijkt me duidelijk, al leeft diezelfde democratie zich permanent uit in zelfkastijding en, inderdaad, het kost allemaal veel meer dan ooit begroot (heeft u wel eens een aannemer over de vloer gehad?). Soms denk je wel eens dat alles is mislukt en niemand tot iets fatsoenlijks in staat is. Nee, dan China. Of Rotterdam.

Die zelfkastijding deed me denken aan een stuk van Adriaan Schout in de Volkskrant van 16 maart 2011. Schout is hoofd EU-studies van Instituut Clingendael. Zijn onderwerp is Europa. Net als Amsterdam heeft ook Europa het zwaar te verduren, voortdurend ligt de EU onder vuur. De verdeeldheid van de regeringsleiders komt over als een grote zwakte. En net als de Amsterdamse Noord/Zuidlijn spelen er in Europa ingewikkelde kwesties. ”Zeker, de EU is verdeeld, maar de vraag is of dit abnormaal en onhandig is. Kennelijk is het gewenste beeld er één van een krachtdadig en snel handelend Europa. Hieruit spreekt een behoorlijke naïviteit. Krachtdadig en snel optreden is een recept voor onherstelbare fouten.” Schout ziet onenigheid en twist niet als zwakte of als nodeloos tijdverlies. Integendeel: “Verdeeldheid moet in de openbaarheid worden opgelost om duidelijkheid te krijgen over wie de klappen moet opvangen en tegen welke prijs. Legitimiteit vereist verdeeldheid. (…) Het gaat om grote belangen, complexe situaties en monumentale gevolgen. Koester de verdeeldheid als onderdeel van het nationale en Europese democratische proces.” Zo beschouwd is de besluitvorming van de Amsterdamse gemeenteraad in het geval van de Noord/Zuidlijn hoopvol en belangwekkend. Al bevangt je inderdaad wel de gedachte dat een grotere verdeeldheid goed zou zijn geweest.

Tagged with:
 

‘In de wereld zijn’

On 27 juni 2011, in Geen categorie, filosofie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De Utopie van de Vrije Markt’ (2010) van Hans Achterhuis:

De Duitse Hannah Ahrend en de Russische Alissa Rosenbaum alias Ayn Rand werden kort na elkaar geboren: de eerste in 1906, de tweede in 1905. Beide vrouwen hadden een joodse achtergrond, beiden vluchtten naar New York, de eerste in 1933 via Frankrijk, de tweede in 1926 via Chicago en Los Angeles. Vluchtte de eerste vanwege de opkomst van de nazi’s, de tweede verliet haar vaderland vanwege het communistische regime. Beiden vrouwen schreven vervolgens over vrijheid van het individu en gebruikten hun geliefde New York als inspiratiebron. Hannah Ahrend stierf in 1975, Ayn Rand in 1982.

Een derde vrouw die in diezelfde tijd New York gebruikte als achtergrond van haar boeken, was Jane Jacobs. Geboren in 1916 in Scranton, Pennsylvania, vluchtte ook zij begin jaren dertig naar New York. Vrijwel tegelijk met Rand en Ahrend kwam ze daar aan. Geen communisten of nazi’s die haar achtervolgden – ze had ook geen joodse achtergrond – maar armoede en werkloosheid. Ook zij schreef daarna boeken over de vrijheid van mensen. Drie filosofisch geschoolde vrouwen, drie tijdgenoten, drie New Yorkers, drie migranten. In het objectivisme van Rand is het volgen van hun eigenbelang de meest redelijke optie voor mensen en gaat de vrije samenleving ten onder wanneer het individu de behoeften van anderen een rol laat spelen. In het pragmatisme van Jacobs staat de menselijke ervaring voorop en schuilt in kleine, alledaagse verrichtingen de sleutel tot het menselijke kenvermogen. Bij Ahrend is de wereld een ruimte waarin de veelvormigheid van het bestaan tot uitdrukking komt; door bij te dragen aan de veelheid van stemmen kunnen mensen hun hoogste bestemming bereiken. Jacobs en Ahrend geloofden in een radicale vorm van democratie, Ayn Rand volstrekt niet. In de utopische wereld van Rand wordt de wereld gedragen door vrije, hard werkende individuen die elkaar op leven en dood bevechten, voor geld. Je zou er een fraai toneelstuk over kunnen maken: een socratisch gesprek tussen drie vrijheidslievende vrouwen.

Tagged with:
 

Joost mag het weten

On 24 juni 2011, in economie, politiek, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in Policy Brief van juli 2007:

Langzaam wordt duidelijk wat de nieuwe regering in Den Haag voornemens is ten aanzien van de Randstad, althans de ministers Donner en Schultz van Haegen zijn er wel uit. De eerste duldt tussen de bestuurslagen van de gemeenten en het rijk alleen nog maar de provincies, want de stadsregio’s schaft hij af. Voor de Randstad komt er ook geen vervoersautoriteit zoals aanvankelijk in de bedoeling lag, maar komen er twee autoriteiten: eentje voor Groot-Amsterdam en een voor de Zuidvleugel. Utrecht, stelt minister Donner nu, beschikt over een provincie die niet veel groter is dan de BRU. Laat de provincie Utrecht dus maar de rol van infra-autoriteit op zich nemen. Verder zet minister Schultz van Haegen in op de mainports en greenports en op nieuw asfalt. De komende jaren wil ze nog eens 800 kilometer autosnelweg aanleggen, maar op het openbaar vervoer bezuinigt ze fors. Grote steden komen in haar vocabulaire niet voor.

In 2007, aan de vooravond van de crisis, publiceerde de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling uit Parijs, een Territorial Review over Randstad Holland. Daarin werd geconcludeerd dat de grote steden in het westen de motor zijn van de Nederlandse economie, maar dat ze economisch minder goed presteren, althans beduidend minder dan in de jaren ‘90. Om verbetering te brengen noemde de OESO een bestuurlijke herschikking onvermijdelijk: “individuele stadsregio’s in de Randstad zouden moeten worden versterkt en een Randstad-agenda zou moeten worden geformuleerd, waarin verbetering en meer coherentie van regionaal openbaar vervoer een prioriteit zou moeten zijn.” Die laatste opmerking refereerde aan het feit dat de capaciteit van de spoorwegen in de Randstad “een van de meest onderontwikkelde van de grootstedelijke gebieden in West-Europa” is. Daardoor, verklaarde zij, worden er in de Randstad teveel autokilometers gereden. Verder vond de OESO dat er veel teveel op de mainports werd ingezet, op “het genereren van grote volumes via de haven van Rotterdam en Schiphol“. In plaats daarvan adviseerde zij veel meer gebruik te maken van de stadsregio’s, hun kennispotentieel en hun kennisinfrastructuur om innovatie en toegevoegde waarde te vergroten. Welnu, afgaande op dit advies moeten we vaststellen dat de ministers Donner en Schulz van Haegen gewoon niet doen wat er volgens internationale adviesinstellingen als de OESO waarvan Nederland zelf lid is, zou moeten gebeuren. Waarom de bewindslieden zulke belangwekkende adviezen blind negeren, Joost mag het weten.

Tagged with:
 

Olympische schuld

On 23 juni 2011, in sport, by Zef Hemel

Gehoord in Rotterdam op 22 juni 2011:

Gisteren gesproken op het Nationaal Congres over Olympische Sportaccommodaties in Rotterdam. Aanwezig was de fine fleur van de Nederlandse gemeenten op het gebied van sportvoorzieningen, hun raadgevers en architecten. Titel van mijn lezing: ‘Olympische Polis: sport als stedenvormende kracht.’ Het ging over de rol die sport speelt in de moderne grootstad en hoe Amsterdam daarmee omgaat. Maar eerst vertelde ik over ons bezoek aan Londen. Die Londense ervaringen de afgelopen maanden interesseerden het publiek wel. Je wordt er ook enthousiast van. Mijn opmerking dat de aanvankelijk begrote kosten van de Spelen in Londen 2012, groot tweeënhalf miljard euro, waren overschreden met bijna zeven miljard, leidde echter tot grote opschudding. Dacht men dan werkelijk dat het organiseren van de Spelen zo weinig zou kosten? In Londen begrepen ze het wel. In de zaal circuleerde een bedrag van ruim vier miljard euro dat men kennelijk als redelijk beschouwde. Getuigt dat van goed koopmanschap?

Wat kostten die andere Olympische Zomerspelen? Een rijtje. Athene (2004) was net even een miljard duurder dan Londen: 10 miljard euro. Dat was dan wel het dubbele van wat er was begroot. Het tekort op de Griekse begroting steeg hierdoor tot boven de 4 procent, hetgeen de Europese Commissie ertoe bracht een reprimande aan de Griekse regering te geven (toen al!). Er resteert nog altijd een schuld van 7,2 miljard die de Grieken hun geldschieters moeten terugbetalen. De stand van zaken van de Helleense staatsbegroting is iedereen genoegzaam bekend. Atlanta bleef met een schuld zitten van 609 miljoen dollar en Sydney moet nog altijd bloeden voor 700 miljoen. (Die bedragen zijn vergelijkbaar met de extra kosten voor Amsterdam voor de Noord-Zuidlijn). Alleen Los Angeles (1984) kwam met winst uit de Olympische Spelen tevoorschijn. Maar dat hield verband met de uitzendrechten, die de stad grotendeels zelf opstreek. Die truc is sindsdien niet meer mogelijk, want het IOC eist die inkomstenbron tegenwoordig voor zich op. Overigens kostten de Olympische Spelen in Sydney in totaal 4 miljard euro. Dat rekensommetje klopt aardig met wat men in de zaal in Rotterdam aanvaardbaar achtte. Weerhoudt dat ons ervan om een stad in Nederland in 2019 te kandideren? Het is wachten op een uitspraak van de Nederlandse regering. Die heeft echter even geen tijd. Ze is bijeen om te bepalen of ze de Olympische schuld van Athene zal kwijtschelden.

Tagged with:
 

VINEX op krediet

On 22 juni 2011, in economie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 7 mei 2011:

In ‘De huizenmarkt als monetair verschijnsel’ analyseert Maarten Schinkel de ontwikkeling van de Nederlandse woningmarkt sinds de vorige crisis, die van de jaren zeventig. Toen knapte de zeepbel, die was opgeblazen door de zogenaamde ‘groeihypotheken’. Kredietverlening had de huizenprijzen tot grote hoogten opgejaagd. Er volgde een diepe val. Echter, alsof er niets geleerd was, deed datzelfde verschijnsel zich later, in de jaren negentig, opnieuw voor. Eerst mocht het tweede inkomen zwaarder meetellen bij de berekening van de maximale hypotheek, vervolgens introduceerden de banken de spaarhypotheek, gevolgd door de beleggingshypotheek, en ten slotte, toen het beleggen tegenviel, de aflossingsvrije hypotheek. Opnieuw stegen de huizenprijzen tot bizarre hoogten. Overal in Nederland werd stevig gebouwd. “Een van de meest intrigerende raadsels van de economie in de afgelopen kwart eeuw is intussen de almaar gestegen geldhoeveelheid.” Schinkel rekent voor: in 1986 bedroeg de geldhoeveelheid nog 65 procent van het bruto binnenlands product. In 2010 was ze gestegen tot liefst 126 procent. “Er zit, door de zeer sterke stijging van de huizenprijzen sinds de markt halverwege de jaren tachtig aan zijn herstel begon, een forse hoeveelheid kapitaal aan al dan niet verzilverde overwaarde in de woningmarkt. Het kan toeval zijn, maar het bedrag komt aardig overeen met de overtollige geldgroei.” Kredietverlening speelde in de huizenhausse van de afgelopen twintig jaar dus een belangrijke rol. Anders gezegd, het VINEX-programma van de jaren negentig en de jaren nul is grotendeels met geleend geld gebouwd. VINEX blijkt achteraf gewoon fake.

“It’s obvious now that housing was an unsustainable engine of economic growth. Too many cities lacked the economic base and productivity to support high housing prices.“ Tot die conclusie komt de Amerikaanse econoom Richard Florida in zijn nieuwste boek. In ’The Great Reset’ (2010) laat hij zien dat sommige landen door te royale kredietverstrekking domweg veel te veel hebben gebouwd. Achteraf beschouwd blijken ze totaal ‘overstretched and overbuilt’.  Florida: “The syndrome spilled over to the public sector. Cities grew, tax coffers filled, spending increased, and the people just kept coming. Yet the boom neither followed nor resulted in the development of sustainable, scalable, highly productive industries or services. It was fuelled and funded by housing, and housing was its primary product. In this debt-intoxicated, crazy real estate bubble era, whole cities and metro regions became giant Ponzi schemes.” Het lijkt erop dat er niet alleen in landen als Spanje, Ierland en Griekenland teveel woningen op de verkeerde plekken zijn gebouwd, ook Nederland deed aan het monetaire spelletje mee. In veel regio’s was misschien helemaal geen sprake van economische groei. Ben benieuw hoe dit afloopt. Laat de bevolkingskrimp maar komen!

Tagged with:
 

Het nieuwe winkellandschap

On 21 juni 2011, in economie, by Zef Hemel

Gehoord in Amsterdam op 14 juni 2011:

Op de Zuidas hield het Forum voor Stedelijke Vernieuwing een smal beraad over de toekomst van de Nederlandse detailhandel. Over welke problemen hadden we het? Leegstand net als bij de kantoren? Volgens Baptist Brayé, oud-directeur van detailhandelonderzoeksbureau Locatus, moeten we eerder spreken van een ingrijpende herschikking van het winkellandschap. Oorzaken: de wereld verandert, de steden veranderen en het winkelen verandert. De uitkomst van dit alles zal zijn dat er steeds meer zal worden gewinkeld op steeds minder plekken. Nu nog telt het Nederlandse winkellandschap 2000 concentraties. Binnen tien jaar zal daarvan een kwart verdwijnen. De concentraties die overblijven zullen groter zijn en meer te bieden hebben. Ze bevinden zich straks vooral in de grote steden, het patroon wordt zelfs internationaal. Want het winkelpubliek zal in toenemende mate de hogesnelheidstrein of het vliegtuig nemen om inkopen te doen. In dat verband sprak Brayé van ‘destinations’ en ‘urban hotspots’. Hij verwachtte zo’n 500 van dergelijke hotspots binnen Europa, met Londen, Parijs, Berlijn en Wenen op één.  Winkelconcentraties, voegde hij eraan toe, moeten vooral ‘spannend, bijzonder een een beetje stout’ zijn. In Nederland is daarvan steeds minder sprake. Nu al is vijftig procent van de vaderlandse winkels onderdeel van een keten. Dat aandeel groeit nog steeds. Het Nederlandse winkellandschap, klaagde hij, is te gelijkmatig en te eenvormig. Zelfs Amsterdam zal het Enkhuizen van de toekomst worden als er niet van hogerhand wordt ingegrepen. “Weg met de winkelplanning, die alleen maar gevestigde belangen verdedigt, weg met de standaard retail.”

Bestreden werd zijn voorspelling niet. Een enkeling pleitte nog voor een alternatief scenario en greep naar de nieuwste langetermijnscenario’s van het CPB waarin ook kleinere steden figureren. Een ander hoopte op meer dynamiek vanuit de markt, die vooral ruimte moet worden gegeven. Een derde schetste aan de hand van het voorbeeld van de Rotterdamse Meent de voortdurende heruitvinding van winkelcentra in onze binnensteden. Maar Brayé’s voorspelling bleef fier overeind. Gemeenten zijn nu nog kopschuw, om niet te zeggen vleugellam, en op rijksniveau ontbreekt elke visie op het winkelen, maar op termijn komt er een grote herschikking op ons af. Niet dat iemand er iets aan zal doen. Internetwinkelen zal uiteindelijk om een straffe sanering vragen. Maar echte aandacht voor retail, laat staan een winkelvisie, komt er op politiek niveau stellig niet. Die wereld wordt toch gezien als een gezelschapsspel van verongelijkte, brave middenstanders. Ondertussen vinden Nederlanders het steeds minder leuk om in eigen land te winkelen. Het klonk als dat bad met kikkers, dat langzaam wordt verhit. Geen kikker die het merkt. Totdat ze allemaal dood zijn.

Tagged with:
 

Chinese planning in Lagos

On 20 juni 2011, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 1 april 2011:

Zijn partij heet Action Congress Nigeria (ACN). Zijn naam is Babatunde Raji Fashola. Sinds 2007 is hij gouverneur van de deelstaat Lagos in Nigeria. In de vier jaar tijd heeft hij wonderen verricht. Lagos is een metropool van zo’n 15 miljoen inwoners en een van de snelst groeiende steden van Afrika. In 2004 wijdde de VPRO een documentaire aan de stad, die toentertijd door Rem Koolhaas werd aangeduid als een dynamische metropool die in staat bleek zonder planning te functioneren: “Lagos is een radicaal voorbeeld van een explosief groeiende, aan planning ontsnapte, grotendeels door arme mensen bewoonde metropool. De traditionele opvattingen over planning en architectuur worden door de dynamische ontwikkelingen in de stad ondergraven. Desondanks zorgen improvisatievermogen, creativiteit, flexibiliteit en onconventionele oplossingen ervoor dat de stad functioneert.” Lagos als voorbeeld van spontane orde? Onzin. Lagos behoeft wel degelijk planning en nu ze deze eindelijk heeft, blijkt publieke stedenbouw een geweldige positieve uitwerking te hebben. Fashola in ieder geval heeft zichzelf er immens populair mee gemaakt. De bevolking moet niets hebben van de door Koolhaas bewonderde ‘creativiteit en improvisatievermogen’. De Volkskrant: “De afgelopen vier jaar is hun stad, die eerder leek af te stevenen op een grootstedelijk hartinfarct, weer een leefbaar organisme geworden.” De komende vier jaar wil Fashola burgemeester van Lagos blijven om zijn werk af te maken. Niet de Nederlandse sterarchitect staat hem daarin bij, maar de Chinese overheid. Met haar hulp heeft hij in hoog tempo grote infrastructurele werken uitgevoerd zoals de Rapid Bus Transit (2008) en over drie jaar komt de Blue Line Rail gereed (35 kilometer light rail ter waarde van 3 mrd Chinees geld). Ook heeft hij ‘kleine en subtiele’ zaken aangepakt zoals het schoonmaken van de doorgaande wegen; mannen en vrouwen met bezems in kleurrijke overalls zijn er benoemd tot ‘Highway Managers’ en houden zeven dagen per week de straten schoon. Publieke dienstverlening is weer een eerbaar beroep geworden. Fashiola is op 26 april jongstleden herkozen. En over vier jaar lonkt het presidentschap van het dichtstbevolkte land van Afrika.

Ed Glaeser noemt in ‘Triumph of the City’ (2011) Lagos als voorbeeld van een metropool die inderdaad veel armoede kent, maar die het toch veel beter doet dan zijn rurale omgeving. Armoedecijfers zijn in Lagos de helft lager dan elders in Nigeria. “About three quarters of Lagos resident have access to safe drinking water, a proportion that is horribly low but that is far higher than anyplace else in Nigeria, where the norm is less than 30 percent.” Lagos mag op een hel lijken, de stad helpt haar inwoners wel degelijk vooruit, zeker nu de Chinesen er planning bedrijven. Die extreme groei is juist een teken van succes.

Tagged with:
 

Commerciële kunst òf ruimhartig burgerdom

On 19 juni 2011, in kunst, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Systems of Survival’ (1994) van Jane Jacobs:

Voor morgen uitgenodigd door de Vaste Commissie voor Cultuur van de Tweede Kamer om te komen praten over de voorgenomen bezuinigingen op de kunsten door de regering. Er wordt een statement van mij verwacht. Ter voorbereiding lees ik Systems of Survival van Jane Jacobs. Daarin worden de twee overlevingssystemen van de mensheid aan elkaar gespiegeld: het private en het publieke (commercial syndrome resp. guardian syndrome). De waarden van het private syndroom, aldus Jacobs, verschillen geheel van die van het publieke, het verschil komt neer op: geen macht uitoefenen versus geen handel drijven of winst maken, eerlijk zijn versus gehoorzaam zijn, concurreren versus loyaal zijn, optimistisch zijn versus fatalistisch zijn, innovatief zijn versus zich schikken in de traditie, contracten respecteren versus wraak nemen, enzovoort. Het private systeem heeft natuurlijk de voorkeur van de Amerikaanse activiste, maar in de loop van haar onderzoek komt ze tot de ontdekking dat het publieke minstens zo belangrijk is. Beide heb je nodig. Domineert het publieke teveel, dan krijg je staatssocialisme, domineert het private, dan krijg je maffiose praktijken. De twee systemen moeten elkaar in evenwicht houden.

Kunst en cultuur, net als sport en vermaak, schaart Jacobs onder het waardensysteem van het publieke. De waarde waar het om gaat duidt ze aan als “make rich use of leisure”. Terwijl ondernemers hard werken voorop stellen (‘de hard werkende Nederlander’) en de kunsten zien als nutteloos en overbodig, viert de overheid juist het vermaak en vertier, het spel en de cultuur. Denk aan de riddertijd met haar poëzie, zang en dans, en de aristocratische traditie waarin burgers zich als amateurs trachten te bekwamen in sport, muziek en spel, zonder winstbejag. “Think about royal and aristocratic patronage of artists, musicians, writers, opera, and theater, continued by many democratic governments today.” Al deze voorbeelden laten zien dat de overheid de kunsten altijd actief heeft beschermd en kunstenaars heeft vrijgesteld om juist niet hard te hoeven werken. Hierdoor begrijp je ook, aldus Jacobs, dat commerciële kunst met de nek wordt aangekeken en dat de sympathie uitgaat naar de amateursport, niet naar commerciële sport. Hoe kan het dan dat we de laatste tijd vaak horen dat kunst en cultuur economische activiteiten zijn die zich zonder subsidie moeten zien te bedruipen en zelfs geld moeten genereren, en dat zelfs kunstenaars keer op keer beklemtonen dat ze wel degelijk heel hard werken? “The sour doctrine that idleness is a playground for the devil belongs to the commerical syndrome with its esteem for industriousness.” Wie het publieke met het commerciële verwart, dreigt een grote fout te maken. Was het niet de Duitse filosoof Peter Sloterdijk die onlangs in de Vrijstaat Amsterdam voor ‘ruimhartig burgerdom’ pleitte? ”De theorie van de stad, zowel de historische als de toekomstige, – en eo ipso de theorie van de democratie – kan alleen worden gebaseerd op het bewijs van de mogelijkheid van ‘liberaal’, dat wil zeggen vrijmoedig en ruimhartig gedrag.” Ruimhartigheid, dat is wat je van de politiek toch zou mogen verwachten.

Tagged with: