Vier vierkante kilometer ellende

On 31 maart 2011, in sociaal, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 22 februari 2011:

Ruim een maand geleden overleed Jelle Kuiper. Kuiper was korpschef van de Amsterdamse politie tussen 1997 en 2004. Hij vertrok de dag voordat Theo van Gogh werd vermoord en trad aan toen de IRT-affaire net achter de rug was – een betrekkelijk rustige periode dus. Zijn roerige jaren speelden zich af  op bureau Warmoestraat, toen Appie Baantjer daar nog rechercheur was. We hebben het dan over de jaren ‘70. Het televisieprogramma ‘Andere Tijden’ maakte er een documentaire over. Verslaafden, prostituees, straatrovers en heroïnehandelaren werden aan de lopende band binnengebracht in bureau Warmoesstraat. De ‘vier vierkante kilometer ellende’ tussen Centraal Station en de Nieuwmarkt waren de Hill Street Blues van Amsterdam. In de Volkskrant lees ik: “Begin jaren zeventig verloor de ‘gemoedelijke’ Amsterdamse penoze in rap tempo terrein aan de internationale misdaad. Het illegale Chinese gokwezen floreerde, de Chinezen van de Binnen Bantammerstraat brachten de heroïne naar Amsterdam.” Op hetzelfde moment kwamen de Surinamers naar Nederland, in meerderheid naar Amsterdam. “In luttele jaren explodeerde het aantal misdrijven van 6.000 per jaar tot 60.000 per jaar.” Kuiper: “Het was een chaos, niet te beschrijven. Wij moesten de rotzooi opknappen.”

Kort na de dood van Kuiper las ik hoofdstuk 4 uit ‘Triumph of the City’ van Ed Glaeser. Daarin beschrijft deze econoom uit Chicago hoe criminaliteit bezit kan nemen van steden. Het begint met de vaststelling dat criminaliteit een stedelijk verschijnsel is. Dit komt, aldus Glaeser, doordat mensen die op grote steden afkomen doorgaans arm zijn. Zij nemen de criminaliteit met zich mee. Bovendien zijn steden concentraties van potentiële slachtoffers. “I once estimated that the financial returns to an average crime are about 20 percent higher within metropolitan areas than outside them.” Ook de kans om gearresteerd te worden is in grote steden kleiner, wat weer misdaadbevorderend werkt. Misdaadcijfers correleren dus goed met de stedelijke omvang: hoe groter de stad, hoe meer misdaad. Echter, tussen steden en tussen perioden kunnen grote verschillen optreden. Dikwijls worden stedelijke welvaart, hard politie-optreden of toestroom van migranten als verklaringen genoemd. Volgens Glaeser verklaren ze het verschijnsel niet. Er bestaat simpelweg geen goede verklaring. “The inexplicable changes in crime over time and space are, in a sense, the damaging counterpart of the inexplicable explosions in art and creativity that occasionally appear in cities.” Als je er al iets zinnigs over kunt zeggen, dan houdt het verband met de kracht van sociale interactie. Misdaad en corruptie werken aanstekelijk op mensen, net als goed gedrag en creativiteit.

Tagged with:
 

Spontaan

On 30 maart 2011, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in The City Shaped (1991) van Spiro Kostof:

Vanavond organiseert het architectuurcentrum te Lelystad een lezingenavond over de stedenbouw van Lelystad. Ze blijven daar dus dicht bij huis. Als sprekers zijn uitgenodigd Sjoerd Feenstra van het stedenbouwkundige bureau Urhahn Urban Design, en ondergetekende. Beiden zijn geografen. Feenstra spreekt over ‘de spontane stad’, ik over ‘de bedachte stad’. Het programma doet me denken aan Spiro Kostof’s ‘The City Shaped’. Daarin maakt deze Amerikaanse architectuurhistoricus uit Berkeley, Californië, een onderscheid tussen geplande en ongeplande steden. Dit onderscheidt ontleent hij aan de Franse geograaf Pierre Lavedan: die sprak van ville créée respectievelijk ville spontanée. Direct nadat hij het begrippenkader introduceert, breekt hij het alweer af. Mooi hoe hij in dat verband een internationaal congres van experts beschrijft, die allemaal een lofzang zongen op het organische karakter van Siena, terwijl dit Italiaanse stadje in de middeleeuwen en lang daarna steeds streng is ontworpen. Soms, stelt Kostof, gaat het verlangen domweg uit naar spontaniteit en organische groei, dan weer is er behoefte aan orde en regelmaat. “For a number of reasons, this neat dichotomy, intended to simplify our appreciation of urban form, turns out to be more a hindrance than an aid.

Feitelijk, stelt hij, lopen de beide basistypologieën door elkaar. Het grid van Manhattan ademt een geplande structuur, maar de invulling ervan is tamelijk spontaan. Omgekeerd bevatten spontaan gegroeide steden talrijke elementen van ordening en regelmaat – zelfs gebogen lijnen, knikken en verdraaiingen kunnen een planmatige achtergrond hebben. In de loop van de tijd gaan beide typologieën bovendien op elkaar inwerken, “they metamorphose.” Ter illustratie toont Kostof een uitsnede van het oude Rome, waar rond het Pantheon in de loop der tijd alles is veranderd en slechts enkele structuren nog herinneren aan het oorspronkelijke plan. “Most historic towns, and virtually all those of metropolitan size, are puzzles of premeditated and spontaneous segments, variously interlocked or juxtaposed.”  En hoe zit dat met Lelystad? Die stad is gesticht in een twintigste eeuwse polder, als hoofdstad van een nieuwe provincie. Het oorspronkelijke plan is van één man, Cornelis van Eesteren. Sprake van spontaniteit, zou je denken, was er dus niet. Maar in veertig jaar blijkt alles in de stad alweer veranderd, veel is op de schop gegaan: wegen zijn versmald, delen van het centrum afgebroken, nieuwe centra langs de baai ontwikkelen zich. Van het oorspronkelijke plan is weinig meer over. Waar Rome duizend jaar over deed, voltrekt zich in Lelystad in een tijdsbestek van amper veertig jaar: bouwen en weer afbreken. De vraag is of dat gezond is. Ontwikkelt Lelystad zich niet veel te spontaan?

Tagged with:
 

Bijen in Parijs

On 29 maart 2011, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gezien op Zembla op 15 maart 2011:

In de documentaire ‘Moord op de honingbij’ onderzocht het televisieprogramma Zembla de recente bijensterfte. Nederland is binnen Europa koploper als het gaat om sterfte van bijenvolken. De oorzaak lijkt te schuilen in het gebruik van pesticiden in de landbouw. Een nieuw soort gif tegen insecten, imidacloprid, wordt als belangrijkste boosdoener gezien. In de jaren ‘90 kwam het op de markt, in Frankrijk werd het verboden nadat daar de afgelopen 15 jaar al 100.000 bijenkasten waren verdwenen. Maar hier mag het nog steeds gebruikt worden. Door de Universiteit van Wageningen wordt hier eerst nog onderzoek gedaan. Bijen zijn belangrijk voor de voedselvoorziening. Tachtig procent van alle planten op aarde zijn afhankelijk van de bestuiving van de bij.

In een juninummer van De Pers uit 2007 (!) las ik dat bijen in grote steden betere overlevingskansen hebben dan op het platteland. In steden is nog voldoende voedsel voor hen te vinden en is het gebruik van pesticiden beperkt. Tjeerd Blacquière, verbonden aan de Universiteit van Wageingen: “In stedelijke gebieden zijn veel infrastructurele werken, waardoor akkeronkruiden een kans krijgen. Stedenbouw geeft ruige stukken groen, en veel tuintjes. Allemaal gunstig voor de bij. Maar op het platteland is het alleen maar achteruit gegaan.” Sommige grote steden voeren sinds een aantal jaren een actief bijenbeleid. Zo is Parijs met 400 bijenkasten hard op weg de grootste bijenstad van Europa te worden. Op Scientias.nl lees ik: “Sinds tien jaar mogen er in Parijs geen pesticiden meer worden gebruikt. Dat helpt natuurlijk. De hitte die door alle bedrijvigheid in de stad hangt, wordt ook door de bijen gewaardeerd. Ze gaan zich er eerder door voortplanten. Maar de belangrijkste reden voor het succes van Parijs zijn de bloemen. Die komen tegenwoordig veelvuldiger in de stad voor dan op het platteland. Op balkons, in tuinen, parken en bermen doen de stedelingen er alles aan om de kleur het hele jaar door te behouden. En daar profiteert de bij van”. Fascinerende omkering: de stad als redding van de insecten,  het platteland als ongezond insectenmilieu. Tijdens het congres Overmorgen op 21 april 2011 (amsterdam.nl/overmorgen) spreken Amsterdamse imkers over bijensterfte en wat Amsterdam hieraan kan doen. Weer ergens anders lees ik: Amsterdam telde in 2004 175 hobby-imkers. Elk hield gemiddeld vijf tot zeven bijenvolken. Samen zijn dat circa 600 volken. In totaal vliegen er 50 miljoen bijen in en rond Amsterdam. Is dan niet Parijs maar Amsterdam de echte bijenhoofdstad van Europa?

Tagged with:
 

Pounding the city pavement

On 28 maart 2011, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Triumph of the City (2011) van Edward Glaeser:

Er gaat geen dag voorbij of in kranten en tijdschriften wordt de ondergang van de detailhandel voorspeld. Supermarktoorlogen ondergraven de kleine middenstand, internetwinkelen komt opzetten, de crisis treft de detailhandel hard. Er zou zelfs sprake zijn van een enorme overbewinkeling in Nederland. Binnen tien jaar, aldus het Hoofdbedrijfsschap Deatilhandel, zal dertig procent van het oppervlak aan non-foodwinkels in Nederlandse steden verdwijnen. Ondertussen zouden er nog altijd veel vierkante meters winkelvloeroppervlak aan de bestaande voorraad worden toegevoegd. Wat in de kantorensector is gebeurd (structurele leegstand), dreigt nu ook in de retailsector te gebeuren. Zoiets.

Ed Glaeser bestrijdt dit niet, maar maakt een grote uitzondering voor metropolen. Daar gebeurt juist het omgekeerde. In echte grote steden groeit het winkelen zelfs onstuimig en vallen de vierkante meters winkelruimte bijna niet aan te slepen. Tussen 1998 en 2007 groeide in New York alleen al het aantal mensen dat werkte in kleding- en tassenzaken met niet minder dan vijftig procent. Ondanks de crisis en het internetwinkelen nemen daar de boutiques en warenhuizen in omvang toe en groeit hun omzet met dubbele cijfers. De rijke stedelingen zijn nog altijd grif bereid om veel geld in dure consumptiegoederen te steken. De analyse stemt overeen met recente Amsterdamse cijfers: in 2010 steeg daar de omzet van de grote warenhuizen met 13 procent en in de Volkskrant van 21 februari las ik dat Amsterdam met een omzet van 11 miljard euro tot de middenmoters van internationale winkelsteden behoort (in New York is dat 47 miljard).  Terwijl het grootste deel van de Amerikaanse (en Nederlandse) winkels de middenklasse bedient, fungeren de winkels in hartje New York (en Amsterdam) vooral de chique upperclass en de goed spenderende toeristen. Dure kleren en accesoires spelen in deze grote steden een veel belangrijkere rol dan elders. “Big-city households spend 25 percent more on footwear, again relative to their total budgets, than households outside of cities, presumably because they are buying fancier shoes, although it is possible that their shoe leather is wearing out faster pounding the city pavement.” Typisch Glaeser-grapje, dat laatste. Glaeser stelt overigens in alle ernst dat mensen in metropolen zich beter kleden en er mooier uit willen zien dan elders. Vandaar al dat winkelen. De huwelijksmarkt, verklaart hij zich, is er belangrijker dan de arbeidsmarkt.

Tagged with:
 

Zelfvoorzienend

On 25 maart 2011, in energie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 19 maart 2011:

Het grote vraagstuk van steden is hun energievoorziening. Natie-staten proberen in de energiebehoefte van hun inliggende steden te voorzien, maar ze bedrijven daartoe veelal riskante geopolitieke spelletjes. Soms zijn ze zelfs hoogmoedig en willen ze niet minder dan ‘de gasrotonde van Europa’ zijn; daartoe bouwen ze een Eemshaven vol met kolengestookte elektriciteitscentrales (?). Steden daarentegen willen liever in energetisch opzicht autarkisch zijn. Windenergie wordt daarom door hen omarmd, maar soms ook kernenergie. De Japanse steden hebben sterk de voorkeur voor de laatste optie. Vandaar al die kerncentrales langs de Japanse kust. Niet handig als daar jaarlijks tsunami’s op de oevers beuken, maar begrijpelijk is het wel: juist de oostkust van Japan is dichtbevolkt. Daar bevinden zich de grootste steden: Tokio, Kobe, Osaka, Kyoto, Nagasaki.Vijfenvijftig kerncentrales wekken er 35 procent van de stroom op.

Bij mij rees de vraag waarom niet alle Japanse kerncentrales aan de veilige westkust gebouwd zijn. Daar heb je geen tsunami’s. NRC Handelsblad gaf afgelopen weekeinde indirect een antwoord op die vraag. Het is de Japanse geografie die dit verhindert. Het langgerekte land kent een vrij ondoordringbare, bijna tropische bergketen. ‘Er zijn amper hoogspanningsverbindingen over en weer.” Kerncentrales aan de Japanse Zee zouden hun opgewekte energie over die bergketens naar de steden moeten transporteren. Dat doen ze dus niet. Je zou daarom nog verder willen gaan en willen voorstellen: waarom bouwen de Japanners niet hun steden aan de westkust, in plaats van aan de gevaarlijke oostkust? Het voorstel is even absurd als het voorstel om de hele laaggelegen Randstad te verplaatsen naar de hogergelegen zandgronden achter de IJssel. We weten allemaal dat er eens een vloedgolf kan komen, een dodelijke combinatie van springtij, westerstorm en hoge rivierenstanden. Toch zal iedereen je glazig aankijken als je het zegt.

Tagged with:
 

Grote steden zijn gezonder

On 24 maart 2011, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in Triumph of the City (2011) van Edward Glaeser:

Waarom leven mensen in New York gemiddeld anderhalf jaar langer dan mensen in de Verenigde Staten? Ja, ook in grote steden als Los Angeles, Boston en San Francisco is de levensverwachting gemiddeld hoger dan in Amerika als geheel. Tussen 1980 en 2000 steeg de gemiddelde levensverwachting van mensen die leefden in een hoge dichtheid met gemiddeld zes maanden meer dan van mensen in lage dichtheid. Dus, nogmaals, waarom zijn grote steden gezonder? Typische vraag van Ed Glaeser, typisch ook al die statistieken. Wat is het antwoord van deze econoom uit Chicago? Steden, stelt hij, investeren massief in schoon drinkwater, in het reinigen van straten, in het bestrijden van criminaliteit, in het onderhouden van ziekenhuizen, ze houden er een relatief omvangrijke publieke sector op na. Daardoor leven de mensen gemiddeld langer. Helemaal verklaren kunnen deze publieke diensten de stijging en het grote verschil in levensduur overigens niet. Wandelen stadsmensen dan meer? Roken ze minder? Bewijzen daarvoor kan Glaeser niet vinden. “I’d like to think that the health of older New Yorkers reflects the vigorous nature of city life, but I can’t rule out the possibility that selection may also be playing a role.” Bij dat laatste doelt hij op mensen met een zwak gestel die, op zoek naar een warmer oord, mogelijk de stad verlaten. Zou het werkelijk?

Hoe dan ook, Glaeser denkt dat stadsmensen door deze hogere levensverwachting eerder de voordelen zien van ‘big government’ dan mensen uit de provincie. Aan al die ambtenaren danken zij een langer leven. Zoiets mag wat kosten. Ik vind het een prachtige verklaring, een briljant econoom waardig, maar geen mens zal het hardop beamen, ook in Nederland niet. Toch zijn stadsmensen bereid gemiddeld meer belasting te betalen. En in de grote steden wordt vaker links gestemd. Linkse mensen leven dus langer. Echt een Ed Glaeser-redenering.

Tagged with:
 

Schokkend

On 23 maart 2011, in filosofie, by Zef Hemel

Gelezen in A Crack in the Edge of the World (2005) van Simon Winchester:

Afgelopen zondag mensen uit Japan ontmoet. Ze vertelden me dat hun vrienden en familie op dit moment nog steeds naschokken voelen. Elke dag zijn er waarschuwingen op de Japanse televisie. Volgende week reizen ze weer naar huis terug. Huiveringwekkend idee. Het bracht me op de gedachte Winchester’s boek over de aardbeving in de vroege ochtend van 18 april 1906 nog eens na te lezen. Die aardbeving duurde amper een minuut, daarna volgde een brand die drie dagen duurde, deze verwoestte destijds heel San Francisco: 28.188 gebouwen werden verwoest. Winchester stelt zich voor dat hij vanaf de maan zag hoe de aardbeving zich destijds voltrok: “The answer is inevitably dismaying to all of those who like to think that the earth and its inhabitants and the events that occur upon it have any importance at all, in a cosmic sense. For from that distance he would have seen, essentially, nothing.” Hij zou de kortstondige trilling eerder hebben waargenomen als een probleem van de lens van zijn telescoop dan als een grote ramp. “No more, for the earth entire, than a gentle and momentary heave of the shoulders.”

Het citaat doet me denken aan Spinoza. In de Ethica volgt op stelling 36 (Er bestaat niets uit de natuur waarvan niet een gevolg voortvloeit) de conclusie “dat alle mensen onwetend omtrent de oorzaken van de dingen worden geboren en dat iedereen de neiging heeft zijn voordeel te zoeken, en zich daarvan bewust te zijn.” De natuur, zegt Spinoza, kan de mens gemakken bieden, maar ook grote ongemakken, zoals aardbevingen. Ze hebben, voegt hij eraan toe, geen enkel vooropgezet doel. Inderdaad, Winchester beschijft indringend hoe naar aanleiding van de ramp die San Francisco die vroege ochtend van de 18e april trof – ruim 200 jaar na Spinoza -, de studie van de schuivende tectonische platen binnen de geologie grote vooruitgang boekte. Omtrent de oorzaak werd toen veel  bekend. En omtrent de gevolgen? Als gevolg van de aardbeving in 1906 kwamen in San Francisco 3000 mensen om het leven; 90.000 mensen ontvluchtten de stad, op een totaal van 400.000. Het veiliger geachte Los Angeles aan diezelfde westkust kon mede hierdoor een snelle opmars beginnen. Winchester: “Large cities survive great natural disasters, true; but earthquakes, of all such trials, tend to have a very different kind of effect upon the future of cities that survive them.”

Tagged with:
 

Lots of little plans, please

On 22 maart 2011, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in The Seduction of Place (2000) van Joseph Rykwert:

Iemand herinnerde me aan een boek van Joseph Rykwert, emeritus hoogleraar architectuurgeschiedenis aan de Universiteit van Pennsylvania. Rykwert was de leermeester van Carolyn Steel, die de afgelopen week optrad in De Balie met haar verhaal over Londen en het voedselsysteem. Ooit had ik het genoemde boek gekocht nadat een Amsterdamse hoogleraar me erover had getipt. Nu las ik het opnieuw. Over voedsel vond ik helemaal niets, wel dat ene bijzonder citaat van Daniel Burnham, ontwerper van het plan voor Chicago uit 1909: “Make no small plans, they have no magic to stir men’s blood.” Rykwert is het hartgrondig met Burnham oneens. Ik voel me aangesproken, druk als ik ben met het schrijven van een Amsterdamse hervormingsagenda. “It is not intoxication and grandiloquence we need now, but sobriety and effective action. Therefore, make little plans, say I – and lots of them.” Zo is het maar net.

In Seduction of Place keert Rykwert zich tegen rationele planning, maar ook tegen sprawl; dat eindeloos suburbaniseren heeft volgens hem geen toekomst. De stedelijke centra zullen niet oplossen in reusachtige stedelijke velden. Ondanks alles zullen de metropolen mensen aan zich blijven binden. “Manhattan, not Bos-Wash (Boston-Wasington, ZH), is the world capital.” Op het eind van zijn boek betoont hij zich een fervent voorstander van burgerparticipatie. “Constant community participation and involvement are needed to shape our cities and to make them communicative, and this notion seems tragically to have been forgotten by the various bodies that govern us.” Wat hij daarop laat volgen leent zich voor een citaat aan het begin van een goed boek over stadsontwikkeling: “To understand the city as a dynamic and three-dimensional figure, to follow and inflect its process of self-generation, to knit and extend its fabric requires a humane discipline, and understanding of how built forms are transformed in to image by experience.” Wat me erin aanspreekt is de humane stadsontwikkeling, de dagelijkse ervaring die aan de basis wordt gelegd van de vorm van de stad, en de bescheidenheid die eruit spreekt. Vooral dat laatste. “The very condition of openness is what makes our city of conflicts so attractive to its growing crowd of inhabitants. The lack of any coherent, explicit, image may therefore, in our circumstances, be a positive virtue, not a fault at all, or even a problem.” Een opmerkelijke uitspraak voor een architectuurhistoricus. Elders stelt hij de cruciale vraag: “what strategies are open to citizens who wish to shape their habitats in ways that would conform more closely to their wishes.” De stad wordt nooit perfect, maar ze wordt wel door mensen voor mensen gemaakt.

Kwetsbaar

On 21 maart 2011, in economie, onderwijs, regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 18 oktober 2008:

De aanleiding was een gesprek over regionale specialisatie. Moeten stedelijke regio’s zich wel specialiseren? Ik bracht het in verband met een eerder gesprek waarin iemand had beweerd dat de regio Eindhoven internationaal gezien voor Nederland belangrijker is dan Groot-Amsterdam. Hij had daarbij naar het bedrijf ASML in Veldhoven verwezen, waardoor hij op zijn minst de verdenking op zich laadde een bedrijf te verwarren met een hele regio. Enfin, specialisatie in het high tech-domein dus, is dat goed? Economisch lijkt er niets op tegen, integendeel. Zo’n regio kan de allerbeste worden op zijn terrein. Kwetsbaar wordt hij wel. Dat merken steden als Detroit, Manchester, Liverpool, Rotterdam en Heerlen op dit moment. Jane Jacobs sprak van ‘company towns’. Een tijdlang maken zulke steden ongelooflijke winst, maar daarna kunnen ze diep zinken. Niet specialiseren dan? Ik vroeg mij af hoe het eigenlijk de mensen vergaat.

Ruim twee jaar geleden verscheen in NRC Handelsblad een groot artikel van de hand van Julie Wevers over autisme in de regio Eindhoven. Destijds vond "een ware autisme-explosie’ in Zuid-Oost Brabant plaats. Het aantal volwassenen dat aanklopte voor hulp in verband met autisme was in dat jaar verdubbeld. Psycholoog Frank Vroemen: "Er zijn hier meer autisten dan in de rest van Nederland, ik weet het zeker." Autisme komt voor bij 1,16 procent van de Nederlandse bevolking. Het is een verzamelnaam voor een bonte stoet diagnoses die in hoge mate erfelijk zijn. Autisten verwerken informatie op een andere manier in de hersenen. Ze hebben moeite met sociale contacten, tonen vaak een overmatige belangstelling voor één onderwerp en kunnen slecht omgaan met veranderingen. Wevers haalde expert Rosa Hoekstra aan. Zij werkt bij het Autisme Research Centre van de Universiteit van Cambridge. "Niet alleen over Eindhoven, ook over andere hightechregio’s zoals Silicon Valley, Seattle en Stockholm hebben autisme-experts sterke vermoedens over een verhoogd aantal autisten." Dat er een relatie bestaat tussen autisme en techniek ligt voor de hand. Sommige scholen in de Eindhovense regio richten zich op autisme, de TUE doet onderzoek naar autisme onder studenten, er ontstaan in en rond Eindhoven uitzendbureaus die gespecialiseerd zijn in autistisch personeel (autisten zijn door hun concentratie bijvoorbeeld uitstekende testers van software). Over regionale specialisatie gesproken! Overigens, autisten lopen een grote kans om maatschappelijk te mislukken. "Autistsch talent is kwetsbaar."  Dus gespecialiseerde regio’s zijn ook kwetsbaar. Kwetsbaar? Dat was precies de boodschap van Jane Jacobs.

Tagged with:
 

City of glamour (without growth)

On 18 maart 2011, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in The Local van 14 oktober 2008:

Het is belegen, maar na het verschijnen van Ed Glaeser’s ‘Triumph of the City’ weer hoogst actueel. In de Zweedse krant The Local verscheen najaar 2008 een artikel van de hand van Nima Sanandaji over de enorme impact van het gedachtegoed van Richard Florida op de economische politiek van de meeste Zweedse steden. De kop luidde: ”Stagnation in your town? Blame Florida.” Richard Florida vergeleek hij met Ed Glaeser. De laatste vond hij beter. Zijn stelling was dat door toedoen van Richard Florida de meeste Zweedse steden hun geld waren gaan steken in verkeerde zaken: hippe horeca, festivals, musea en andere culturele voorzieningen, allemaal in de hoop creatieven en twintigers aan te trekken. Onzin dus. En het erge is, al die steden verwaarloosden ondertussen gewoon het ondernemersklimaat. Hoge belastingen en regeldruk bleven gehandhaafd, terwijl dat juist de zaken zijn die steden zouden moeten aanpakken. Sanandaji is verbonden aan de rechtse denktank Captus in Zweden. Aanhangers van Florida in Zweden zijn volgens hem overwegend sociaal-democraat. Voor linkse mensen is hij daardoor misschien verdacht, maar zijn argumenten lijken me serieus te nemen, zeker nu met ‘Triumph of the City’ in de hand.

Sanandaji noemt het voorbeeld van Berlijn. De Duitse hoofdstad voerde de afgelopen jaren een beleid waarbij galeries, modefestivals, hippe café’s en ongewone winkels  de hoofdrol speelden in de stadsontwikkeling. De Berlijnse bureaucraten echter bleven ondernemersinitiatieven hinderen en, arm als de stad is, de belastingdruk is er nog altijd hoog. Sanandaji: “The result of these policies, aiming to market Berlin as “a city of glamour” and attracting the creative class, has been rampant unemployment. Between 2000 and 2006, the European Union spent 1.3 billion euros attempting to curb Berlin’s economic crisis.” Nadere bestudering van de indexen van Florida van creatieve steden in zowel Zweden als Amerika maakte Sanandaji duidelijk dat de steden die hierop hoog scoorden economisch helemaal niet zo goed presteerden en omgekeerd, dat steden die laag scoorden het vaak juist opvallend goed deden. Zeker, de uitgaven aan kunst, cultuur, goed eten en luxe goederen stegen de afgelopen jaren fors, maar dat gold voor heel Zweden. “However, the strategy underlying this development has been based on a sound policy platform prioritizing business and growth, rather than a Berlin-style attitude emphasizing public subsidies of culture over conditions for families and businesses. Cultural development has occurred in the wake of a growing economy, not the opposite.” Daarbij beriep hij zich op Ed Glaeser: “According to observations made by Harvard professor Edward L. Glaeser, Florida´s definition of the creative class is largely based on the proliferation of well-educated people. Councils containing large numbers of educated people are defined as being creative”. Kortom, de index vanFlorida toont geen economie, maar uitgavenpatronen. Inmiddels is er ‘Triumph of the City’. Nu kunnen we vaststellen of de Harvard professor hem ook gelijk geeft. Glaeser, over Richard Florida, droogjes: “As much as I appreciate urban culture, aesthetic interventions can never substitute for the urban basics.”

Tagged with: