Niet te benijden

On 28 februari 2011, in politiek, sociaal, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 24 februari 2011:

ImageShack, share photos, pictures, free image hosting, free video hosting, image hosting, video hosting, photo image hosting site, video hosting site

De Democraat Rahm Emanuel is afgelopen dinsdag gekozen tot nieuwe burgemeester van Chicago. Zijn voorganger, Richard Daley, vervulde de publieke functie gedurende liefst 42 jaar. Afgelopen september zag Daley af van een zevende termijn, waardoor de verkiezingen ineens ongemeen spannend werden. Emanuel, ooit topadviseur van president Obama, wordt gezien als een toekomstige presidentskandidaat. Het zijn twee redenen voor de wereldpers om stil te staan bij zijn uitverkiezing. Maar is Emanuel wel te benijden? In de Volkskrant refereert Diederik van Hoogstraten aan het gat in de begroting dat Daley achterlaat van niet minder dan 600 miljoen dollar. Hij noemt stijgende criminaliteit en dalende werkgelegenheid en gemankeerd onderwijs, maar vermeldt niet de achtergronden. Wat is er in Chicago aan de hand?

‘The Windy City’ is al jaren een krimpende stad, al gaat het de laatste jaren iets beter. Op dit moment telt de stad 2,69 miljoen inwoners. Nog altijd betreft het de op twee na grootste stad van de Verenigde Staten, maar tien jaar geleden was het centrum in het Midden-Westen beduidend groter. Een dalende bevolking betekent een verslechtering van de belastingvoet en afkalvende publieke dienstverlening. Vorig jaar nog (17 februari 2010) toonde VPRO’s Tegenlicht beelden van dichtgespijkerde woningen in de buitenwijken van Chicago, straat na straat bleek helemaal verlaten. De kredietcrisis had de stad ongemeen hard getroffen, veel bewoners waren weggevlucht. In ‘Dark Age Ahead’ beschrijft Jane Jacobs de hitteramp van 1995 waardoor honderden oudere inwoners van Chicago stierven in hun woningen. Een van de oorzaken van de opmerkelijk hoge sterftecijfers van destijds bleek het vervangen van sociaal en medisch geschoold gemeentepersoneel door politie en brandweer in een eerdere gemeentelijke bezuinigingsronde. Heroriëntatie in de lokale rampenbestrijding die had plaatsgevonden onder de vlag van ‘reinventing government’, bestond eruit ambtenaren bedrijfsmatiger te laten werken. Deze bedrijfsmatige aanpak, aldus Jacobs, werkte voor geen meter; de macho ethos sloot niet aan bij de behoeften van de bewoners. In een voetnoot citeert Jacobs de vader van burgemeester Daley. “I think there’s too much money going to the state capitals and Washington. It’s ridiculous for us to be sending them money and asking for it back. I don’t think the cities should have to go hat in hand when they need the money for improvements. We’re going to have to clarify the role of the locality in relation to state and national governments. The cities and metropolitan areas are the important areas of the country today, but they’re still on the low part of the totem pole.” Voldoende publiek geld is het probleem. Steden als Chicago lijden eronder. Desalniettemin verwacht Richard Florida dat Chicago beter uit de crisis zal komen dan dat ze erin ging. En ook Ed Glaeser dicht Chicago grote kansen toe. De eerste wijst op de gunstige inbedding van de maakindustrie in de stedelijke economie, de tweede op de vernieuwende en gedurfde hoogbouw. En in Newsweek lees ik deze week dat burgemeester Daley op grote schaal parken heeft aangelegd en het toerisme heeft bevorderd. Het komt dus wel goed. Emanuel moet alleen een enorm begrotingsgat dichten.

Tagged with:
 

Geboortegrond van Facebook

On 26 februari 2011, in economie, technologie, by Zef Hemel

Gezien in Kriterion op 25 februari 2011:

De bioscoopzaal zat gisteravond afgeladen vol. We keken naar ‘The Social Network’ van David Fincher. Over Mark Zuckerberg (Jesse Eisenberg), oprichter van Facebook. Wie wil weten hoe moderne innovaties in hun werk gaan moet beslist de film gaan zien. Het gaat dus niet zozeer over de persoon, maar over succesvolle innovatie. En uiteindelijk draait de film om steden! Het eerste deel speelt zich af in Boston. Echte universiteitsstad, beetje oubollig, belegen. Harvard, Boston University. Studentenleven. Feesten. Vriendschappen. Facebook begint daar, maar de maker zoekt al snel ingangen in de universiteiten van het nabije New York. Dan bedenkt zakenpartner Eduardo dat ook Stanford moet worden veroverd. Stanford? Dat is wel ver weg. Het begint de jongens te dagen: voor het echte succesvol ondernemen moet je niet aan de Oostkust zijn. Daarvoor moet je toch naar de Westkust. Zuckerberg is niet geïnteresseerd in geld, maar wel in succes. Het tweede deel van de film speelt zich af in San Francisco. Mooie shot!

Hoe maakt de jonge Zuckerberg de overstap van het belegen Boston naar de dynamische Westkust? Door in een bar de even jonge maar gepokte en gemazelde oprichter van Napster te ontmoeten, die de potentie van zijn software onmiddellijk ziet. Kennersoog uit Stanford. Die haalt hem over om zijn geluk in Silicon Valley te beproeven. Terwijl zijn jonge partner Eduardo nog tevergeefs probeert zaken te doen in New York, begint Zuckerberg al met werken vanuit een zonovergoten villa met zwembad in San Francisco die tijdelijk wordt gehuurd. Overal laptops, mobiele telefoons. Dan de echte nachtclubs. Wow! Vervolgens de venture capitalists die bereid blijken veel geld te investeren in Facebook. We maken kennis met de wereld van het echte zakendoen. Met kennersogen. Een flinke werkruimte wordt gehuurd in een oud pakhuis. Veel jonge, hardwerkende mensen bij elkaar. Kleding is belangrijk: pakken uit Boston zijn fout, losse vrijetijdskleding is hip. Muziek is belangrijk. Ten slotte de advocaten. Hele dure advocaten. Dat is Silicon Valley, dat is San Francisco. Van daaruit verovert Facebook dus de wereld. In de zestiende eeuw ging het niet anders. Het gaat om steden, stupid!

Tagged with:
 

Betovering, geen onttovering

On 25 februari 2011, in sociaal, stedelijkheid, theorie, by Zef Hemel

Gelezen in Naked City (2010) van Sharon Zukin:

Na afloop van haar voordracht bij Sense of Place aan het Amstelveld ontspon zich een levendige discussie tussen de aanwezigen, die helemaal over het hoofd van de New Yorkse spreekster Sharon Zukin leek te gaan – een typisch Amsterdams gezelschapsspel waarbij de kosmopolitische dimensie, inclusief de buitenlandse spreekster, even uit het oog werd verloren. Was The Coffee Company nu wel authentiek of niet? Dat soort vragen. Ja dus, de Coffee Company was natuurlijk authentiek want ze was typisch Amsterdams en had lange tijd weerstand geboden aan de Amerikaanse keten van Starbucks. Ja ze was authentiek, want ze vestigde zich alleen in levendige stadsstraten. Nee, ze was niet authentiek want de politiek gebruikte haar om authentieke straten op te knappen. Neem de Javastraat. Die is authentiek, maar als met een vestiging van de Coffee Company er straks hip volk op afkomt,  stijgen de vastgoedprijzen. Weg authenticiteit. Enzovoort.

New York heeft zijn ziel verloren. Alle authenticiteit is weg. Aan het begin van haar voordracht stelde Zukin dat steeds meer mensen op de grote stad afkomen omdat ze willen worden betoverd (they want to be enchanted), de stad is voor hen een magische plek. Mensen willen geschiedenis, ze willen cultuurhistorie, ze willen het niet-alledaagse, ze zijn op zoek naar het bijzondere, het gemediatiseerde. In die trek naar de metropool plaatste Zukin het begrip ‘authenticiteit’. Door te refereren aan de kennelijke behoefte aan betovering ging er bij een enkele sociologisch geschoolde aanwezige een luikje op. Max Weber! Die had in 1917 geschreven over de onttovering van de wereld. "Het is het lot van onze tijd, met de haar eigen rationalisering en intellectualisering, vooral: de onttovering van de wereld, dat juist de laatste en meest sublieme waarden zijn teruggetreden uit de openbaarheid, óf naar het (…) rijk van het mystieke leven, óf naar de broederlijkheid van de directe betrekkingen van individuen tot elkaar". Hierdoor is er volgens Weber een zinprobleem ontstaan: de mens moet in een onttoverde wereld zelf zin geven aan zijn handelen en bestaan, vanzelfsprekende levensordeningen zijn weggevallen. Inmiddels zijn we honderd jaar verder. Hoe geven we nu zin aan ons leven? Weber refereert in zijn werk nauwelijks aan de ruimtelijke dimensie van de maatschappij. Het enige wat hij over steden opmerkte, is dat ze in de middeleeuwen autonomie bevorderden en voor het eerst burgers produceerden die heuse individuen waren. Toen leefde tien procent van de mensheid in steden. Inmiddels is dat aantal opgelopen tot meer dan vijftig procent. De trek naar de steden gaat onverminderd door. Al die zelfstandige, naar zingeving zoekende individuen, ze zoeken betovering in de grote stad.

Tagged with:
 

Nog één keer advies

On 24 februari 2011, in politiek, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gehoord in De Balie op 18 februari 2011:

Vorige week afscheid genomen van de Amsterdamse Raad voor de Stadsontwikkeling. Het werd een gedenkwaardig congres. Onderwerp: ‘Cultuur als stedelijke attractie’. Het werkelijke thema van de middag bleek veel breder dan cultuur. In werkelijkheid ging het over de toekomst van Groot-Amsterdam. De wethouder sprak zelfverzekerd over de nieuwe structuurvisie die amper drie dagen eerder door de gemeenteraad in een nachtelijke sessie was vastgesteld; stedenbouwkundige Maurits de Hoog richtte zijn vizier op de meer dan tien miljoen bezoekers per jaar aan de hoofdstad,wat dat ruimtelijk-economisch betekent en dat er in de openbare ruimte rond de culturele instellingen dus genereus moet worden geïnvesteerd; CPB-directeur Coen Teulings ten slotte gaf zeven adviezen als het ging om de toekomst van de metropool. Ze zijn alle de moeite waard om hier te citeren: 1. bouw in hoge dichtheden om de grootstedelijke voorzieningen in de lucht te houden; 2. moet je, vroeg hij zich af, wel op zo’n grote schaal woningen blijven bouwen in Almere; 3. kun je niet veel beter woningen bouwen in het Westelijk Havengebied? (Teulings wilde met zijn CPB wel de rekenexcercitie doen, een echte kostenbatenanalyse); 4. cultuur en culturele voorzieningen clusteren nu eenmaal in Amsterdam, ze zijn een essentiële quality of life; 5. topuniversiteiten in Amsterdam moeten door het gemeentebestuur actief worden ondersteund; 6. hoge inkomens moeten gemakkelijker kunnen huren (hier sprak de directeur over een verziekte woningmarkt en uitte hij zijn verontwaardiging over de zomerse perikelen rond de huisuitzettingen van expats), 7. rekening rijden moet worden ingevoerd om de bereikbaarheid van de hoofdstad zeker te stellen.

Teulings meende, anders dan de wethouder, dat Amsterdam veel zelf kan doen. Terwijl de wethouder zich met zijn boodschappenlijstje richtte tot Den Haag, sprak de directeur van het Centraal Planbureau over huiswerk voor Amsterdam. Bouw geen IJmeerlijn, adviseerde hij, maar steek het geld in uitplaatsing van de vier bedrijven uit de Coen- en Vlothaven, wend de erfpachtinkomsten aan voor het onderhoud van de culturele voorzieningen en de universiteiten enversoepel de gemeentelijke woningmarktregulering. De wethouder, die te laat arriveerde om het scherpe betoog van de Haagse rekenmeester te horen, gaf aan er niets van te willen weten. Amsterdam groeit, de rest van het land krimpt, dus is alles nodig: 70.000 woningen erbij in Amsterdam en óók de IJmeerlijn. Binnenkort spreekt Teulings in het College van B&W van Amsterdam. Zal mij benieuwen.

Like the city that Lot left

On 23 februari 2011, in stedelijkheid, by Zef Hemel

Gelezen in Let the Great World Spin (2009) van Colum McCann:

Vrijdagavond Sharon Zukin uit New York ontmoet. Ze was te gast bij Tracy Metz. Van haar ontving ik de uitnodiging om naar Zukins inleiding op haar nieuwste boek, Naked City, te komen luisteren. Zukin gaf die avond in werkelijkheid een toegift, want haar betoog over een kleine Italiaanse bakeryshop op Manhattan viel eigenlijk buiten het boek, maar gaf wel een mooi inkijkje in haar benadering van het beschreven onderwerp: authenticiteit. Wat Zukin in haar laatste boek doet is namelijk een ontnuchterende visie bieden op alles waar Jane Jacobs voor stond, een pervertering van het stedelijke ideaal van gemengde buurten, oud- en nieuwbouw door elkaar, straatleven, dichtheid, kunstenaars. Onze enorme behoefte aan authenticiteit heeft ontwikkelaars ertoe aangezet juist in authentieke buurten de grondprijzen op te drijven, de oorspronkelijke bewoners – de makers van autheticiteit – te doen verhuizen, de woningen ingrijpend te verbeteren en de winkels te transformeren in galleries voor de elites of in dure winkels. Weg alle authenticiteit. Althans in New York.

Haar benadering deed me denken aan een van de hoofdpersonen uit Colum McCann’s nieuwste boek, Let the Great World Spin. De roman speelt in New York, 1974, ten tijde van de sensationele opvoering van de Franse evenwichtskunstenaar Philippe Petit, die op 7 augustus 1974 op het slappe koord tussen de twee torens van het WTC heen en weer danste en zo de metropool op zijn kop zette. Rechter Solomon Soderberg, die hem moest berechten, verbaasde zich over het feit dat iedereen de volgende dag het incident alweer vergeten leek. “It happened, and re-happened, because it was a city uninterested in history. (…) The city lived in a sort of everyday present. It had no need to believe in itself as a London, or an Athens, or even a signifier of the New World, like a Sydney, or a Los Angeles. No, the city couldn’t care less about where it stood. (…) New York kept going forward precisely because it didn’t give a good damn about what it had left behind. It was like the city that Lot left, and it would dissolve if it ever began looking backward over its own shoulder. Two pillars of salt.” Bij die twee zoutpilaren dacht ik onmiddellijk aan de twin towers, maar dat blijkt niet zo te zijn. Het zijn Long Island en New Jersey. Enfin, het problematiseren van het begrip authenticiteit in een stad als New York is maar al te gemakkelijk, in 1974 maar ook nu – dat is wat ik ermee bedoelde te zeggen.

Tagged with:
 

Amsterdam kan zoveel beter

On 21 februari 2011, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam 2011:

Afgelopen week verscheen een nieuwe editie van de regionale economische verkenningen voor Amsterdam en omgeving. Afzender Economische Zaken Amsterdam en de Kamer van Koophandel. Opdrachtgever was het Platform Regionale Economische Stimulering van de Metropoolregio. Het onderzoek werd uitgevoerd door TNO en Vrije Universiteit. Wat is de boodschap? Het klinkt misschien pedant, maar dat de Amsterdamse regio de crisis beduidend beter heeft doorstaan dan de rest van het land en dat Amsterdam ook sneller opkrabbelt, wisten we eigenlijk al. Wat ik niet wist is dat het aandeel getalenteerden en hoogopgeleiden in Amsterdam zoveel groter is dan elders. Op bladzijde 110 staat een grafiek die voor lange tijd in mijn geheugen zal blijven gegrift. Mocht er een Minister van Economische Zaken nog ooit het lef hebben een ‘Amsterdambrief’ (motie Van der Ham) te schrijven, dan zal deze grafiek op het omslag prijken. Hij toont het aandeel hoogopgeleiden in Amsterdam.

Het percentage hoogopgeleiden (Y-as) tegenover het percentage laagopgeleiden (X-as) is in het Amsterdamse geval extreem gunstig, dus in het voordeel van het eerste. Daarna volgen Amstelveen en Haarlem, dan Hilversum, Nederland scoort (uiteraard) gemiddeld, net iets lager vinden we Haarlemmermeer, dan Almere, Zaanstad, Purmerend, Velsen. Amsterdam en Amstelveen voldoen, aldus de onderzoekers, aan de Lissabon-doelstellingen. In het noorden van de metropoolregio scoren de steden gemiddeld iets lager, in het zuiden juist hoger. “Al met al zet de groei naar een hoog opgeleide beroepsbevolking ook de komende jaren door.” Het beeld van het arbeidspotentieel is: hoog opgeleid, nauwelijks werkloos, veel banen voorhanden, veel startende ondernemingen, groeiende export, alle bedrijven “zeer internationaal georiënteerd”. De waarde van de export was het hoogst in de financiële dienstverlening, financieel advies en recht. Al met al een buitengewoon krachtig economisch plaatje. Zij het dat sommige andere steden in Europa gewoon beter presteren. Amsterdam kan dus niet achterover leunen, de rest van het land mag haar niet weerhouden beter haar best te doen. Amsterdam behoeft juist nationale steun in de internationale stedenstrijd. Amsterdam kan zoveel beter.

Tagged with:
 

De Bijlmer als ideale stad

On 18 februari 2011, in sociaal, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in Elsevier op 13 februari 2011:

Eind 2010 zaten er 14.450 criminelen opgesloten in Nederlandse gevangenissen. Dat komt neer op een afname van liefst 10 procent ten opzichte van 2009. Vooral het aantal opsluitingen wegens kleine vergrijpen nam drastisch af. Enkele duizenden cellen staan inmiddels leeg. Op 27 januari sprak een gezelschap deskundigen in de Bijlmer over jeugdige criminaliteit in Nederland en Zuid Amerika. Tijdens Urban Youth
Matters, georganiseerd door Cordaid, werden de successen gevierd en spraken de
aanwezigen over de vraag hoe jongeren hier en in El Salvador op het rechte pad
kunnen worden gehouden. Marcel la Rose, stadsdeelvoorzitter van Amsterdam
Zuidoost, hield de openingsrede. Ik ontmoette hem vorige week in de Stopera en
sprak met hem over regels en vrijheid. In Nederland, zei hij, zijn teveel regels. Die
maken de jonge migrant onmachtig en passief. In El Salvador ontbrak het juist aan
regels, waardoor de jonge migrant teveel vrijheid kreeg. In beide gevallen was het
moeilijk om de jeugd op het rechte pad te houden.

Geïnspireerd door Doug Saunders’ ‘Trek naar de steden’ verwees La Rose naar “de
strenge westerse stedenbouwkundige traditie die mensen niet aanzet tot
zelfredzaamheid.” Daar tegenover stelde hij de oproep aan stadsmakers “om zichzelf
opnieuw uit te vinden” en inadequates methodes te verlaten en verbinding te zoeken met de ervaringen van niet-westerse groepen en zich bewust te worden van de
beperkingen van de Europese blik op de wereld. “Wat wij zoeken is een stad waarin
meer ruimte komt voor eigen initiatieven van mensen.” Met afgunst verwees La Rose
naar de andere werelddelen, waar spontaniteit en zelfredzaamheid vanzelfsprekende
zaken zijn. “Wat in derdewereldsteden ruimschoots voorhanden is, noemen wij hier nu
voorzichtig ‘broedplaatsen’.” Criminaliteit onder jongeren spruit volgens hem voort uit
gedwongen passiviteit en geringe mogelijkheden om iets te ondernemen. “En dat is
dwars tegen de aard van de mens in. Onze diepste drijfveer is immer om voor onszelf
te kunnen zorgen.” De noodzakelijke omslag in Nederland was er een van het
maken van een stad naar het zijn van een stad. Planning
van bovenaf moet worden ingeruild door initiatieven van onderop. Ofschoon Saunders
Slotervaart en niet de Bijlmer opvoert als voorbeeld van een juiste aanpak, typeerde
La Rose in zijn rede de herstructurering van de Bijlmer als een ‘groot wonder’. Echter,
met strakke planologie kun je geen maatschappelijke problemen uitbannen, de mensen zelf bouwen aan de ideale stad. Spontaniteit en zelfredzaamheid moeten meer
ruimte krijgen. “Iedereen weet dat de stad in haar diepste wezen een chaotische
werkelijkheid is, maar niemand wil dat accepteren.” Het was alsof ik Obama hoorde
spreken.

Tagged with:
 

Learning from Toronto II

On 17 februari 2011, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in Dark Age Ahead (2004) van Jane Jacobs:

Een infrastructuurautoriteit werkt dus niet (zie voorlaatste blogitem). De stelling van Jane Jacobs is dat de infrastructuurplanning in dat geval scherp in het nadeel van het openbaar vervoer zal uitvallen. Immers, zo’n regionale of provinciale autoriteit beslist dikwijls in het voordeel van de suburbane gebieden, hetgeen zal neerkomen op de aanleg van onrendabele lijnen. Alleen de grote steden hebben voldoende dichtheid om openbaar vervoer te laten renderen, maar zij vissen achter het net. Beter is een belastinghervorming waarbij een deel van de inkomstenbelasting rechtstreeks toekomt aan de steden, die in dat geval zelf verantwoordelijk worden voor de infrastructuur en de aanpalende gebiedsontwikkeling. Onmogelijk? Voor Jane Jacobs was niets onmogelijk. Het was in ieder geval bespreekbaar. We hebben het over Toronto.

De gedachte, schrijft Jacobs, besprak ze met Paul Martin, toentertijd Canadees minister van financiën, later werd hij premier. Eerst verweerde Martin zich met de stelling dat de grondwet zulks verbood. Waarop mevrouw Jacobs dit weerlegde. Ze vermoedde dat de minister vervolgens dacht dat dit zou neerkomen op belastingverhoging, hetgeen natuurlijk onbespreekbaar was. “Het quickly shot out. Impossible! Everybody wants money.” Het was einde gesprek. Hier botsten twee wereldbeelden, aldus Jacobs in Dark Age Ahead. “A reform that meant to me a correction of a grave social and economic disconnection that is unravelling the country’s complex modern functional networks meant to him, I saw as his ears and face closed up, a nasty power struggle with the premiers of ten provines who are determined to keep their power instead of sharing it with their more knowledgeable, anachronistic wards.” In Nederland is het niet anders, al heeft niemand nog de moed gehad de proef op de som te nemen. Denkt u dat CDA-minister De Jager, in tegenstelling tot de Canadese premier, vatbaar zal zijn voor zo’n valide argument en de machtsvraag niet zal stellen? Subsidiariteit kent zijn grenzen, ook in het CDA. Vandaar dus: Dark Age Ahead.

Tagged with:
 

Amsterdam Makeover 2040

On 16 februari 2011, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in Structuurvisie Amsterdam 2040 (2011) van de gemeente Amsterdam:

Vannacht werd in de Amsterdamse gemeenteraad de structuurvisie Amsterdam 2040 vastgesteld, unaniem en onder luid applaus. Een historische gebeurtenis. Daarmee is het tiende Amsterdamse structuurplan ooit officieel van kracht geworden. Het eerste verscheen in mei 1935 en droeg als titel Algemeen Uitbreidings Plan (AUP). Net als het AUP is dit tiende plan weer een echt langetermijnperspectief voor de hele metropoolregio. De tekst op de achterflap spreekt boekdelen: “De visie bestaat uit vier ruimtelijke bewegingen: uitdijend centrumgebied, langgerekt waterfront, gebogen zuidflank en aantrekkelijk metropolitaan landschap. De vier, letterlijk verknipt en in elkaar gevouwen tot één metropolitaan toekomstbeeld, vormen samen een dynamisch spel van ruimtelijke spanningen dat allerminst eenduidig is. De visiekaart is er een van schotsen en breuken, concreet, niet utopisch. Uiteindelijk zijn alle loss stukken met elkaar verzoend in een metropolitaan beeld dat met vertrouwen naar de toekomst kijkt.” De lezer is daarmee gewaarschuwd. Hier wordt geen utopie gebouwd, geen omvattend ontwerp afgeleverd, maar slechts “een dynamisch spel van ruimtelijke spanningen dat allerminst eenduidig is.” Vier bewegingen? Het waren er aanvankelijk maar drie: ‘Geloof, Hoop en Liefde’. Geloof in de Stad, Hoop op Welvaart, Liefde voor het Landschap.

Wat eind 2004 begon als een gesprek over de ‘creatieve stad’, in 2006 omsloeg in een verhaal over de metropool, en in 2009 grotere vrijheidsgraden voor burgers opeiste (Vrijstaat Amsterdam), is begin 2011 geresulteerd in een breed gedragen visie op een poldermetropool die economisch sterk en duurzaam is. Deze structuurvisie, die slechts de fysieke randvoorwaarden voor een creatieve metropool beschrijft, biedt alle mogelijkheden voor haar inwoners om het beste uit henzelf te halen. Tegelijk ademt ze in woord en beeld een open en creatieve atmosfeer: niet kaderstellend, nauwelijks regulerend, maar bovenal uitnodigend. Het is nu aan de mensen om hun eigen toekomst vorm te geven. En de heldere boodschap aan de buurgemeenten is: wij zijn samen één.

Tagged with:
 

Learning from Toronto

On 16 februari 2011, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in Dark Age Ahead (2004) van Jane Jacobs:

Wat gebeurt er met de WGR+gebieden? Komt er straks één infrastructuurautoriteit voor de hele dan wel halve Randstad? En gaat de Stadsregio Amsterdam, verantwoordelijk voor de regionale infrastructuurplanning, daarin op of verdwijnt hij? Het nieuwe kabinet lijkt zelfverzekerd af te koersen op een machtige instantie die knopen kan doorhakken en infrastructurele keuzes kan doordrukken bij de lagere overheden. Let wel, het gaat hier om veel geld, publiek geld wel te verstaan, dat vanuit de staat over de steden en regio’s wordt verdeeld. Wat is in deze verstandig, bezien vanuit een goede ruimtelijke ordening? En hoe zouden de steden hierop moeten reageren?

Er valt veel te leren van vergelijkbare situaties in de wereld. Jane Jacobs schetst in Dark Age Ahead de systematiek die de Canadese regering inzake infrastructuur hanteert als het gaat om Toronto. Toronto is een stad van 2,6 miljoen inwoners, ze is de grootste stad van Canada; in Groot-Toronto wonen liefst 5,3 miljoen mensen. Metro is de instantie die de infrastructuur van Groot-Toronto regelt. Ze werd ooit ingesteld door de provincie Ontario waarin Toronto gelegen is. De instelling van Metro betekende een extra overheidslaag die moest bemiddelen tussen de stad en zijn suburbane randgemeenten. “Metro government was one tedious wrangle after another.” Vervelend bekvechten, daar kwam het op neer. Het resultaat was nog erger: de regionale openbaarvervoerlijnen die op last van Metro werden geëxploiteerd, rendeerden niet omdat ze de suburbane gebieden – met een meerderheid vertegenwoordigd in Metro – bevoordeelden, waardoor het hele systeem werd ondergraven, inclusief het potentieel goed renderende stedelijke deel.  Metro subsidieerde, kortom, inefficiënte lijnen. Uiteindelijk stelden de bestuurders gezamenlijk vast dat het openbaar vervoer in Groot-Toronto te kostbaar was. Allicht, dat werkte Metro zelf in de hand. Maar het werd nog erger. Door de provincie werd vervolgens in 1998 één krachtige ‘City of Toronto Government’’ ingesteld die orde op zaken moest stellen. De provincie beloofde dat hierdoor geld zou worden bespaard, maar dat gebeurde niet. De nieuwe instantie bleek juist duurder en werkte bovendien fraude in de hand. “From this time on, Toronto’s deterioration became visible and enraging, with surprising rapidity.” Waarop de bevolking voor Toronto een provincieluwe status eiste. “They may be right. But it seems like reaching for a sledgehammer to drive a tack.” Jane Jacobs heeft een veel betere oplossing: verander het belastingregime en zorg dat steden financieel beloond worden voor goed openbaar vervoer inclusief daaraan gelieerde gebiedsontwikkeling. Anders gezegd, infrastructuurplanning is geen kwestie van bestuurlijke organisatie, maar van intelligente belastingheffing. Waarom in Nederland hieruit geen lering wordt getrokken, blijft een raadsel.

Tagged with: