Saai

On 31 juli 2010, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Vrij Nederland van 15 juli 2010:

Econoom Kees Kraaijeveld riep de lezers van Vrij Nederland in het zomernummer op te reageren op zijn vraag ‘’In welke stad wilt u over 30 jaar wonen?’ De vraag hield verband met het verschijnen van de langetermijnstudie van het Centraal Planbureau ‘’The Netherlands 2040’. Daarin worden vier scenario’s geschetst voor de Nederlandse economie in 2040. Diverse blogitems heb ik er al aan gewijd. Op 15 juli vat Kraaijeveld de reacties samen: “de winnaar is … Stockholm’’. Wie reageerde koos unaniem voor de Zweedse hoofdstad, dat is het CPB-scenario Egalitarian Ecologies. Het gaat in dat scenario om relatief kleine steden van een half miljoen mensen die allemaal met kleine bedrijfjes goed voor zichzelf kunnen zorgen. Geen specialisatie, van alles wat. De inkomensverschillen zijn echter klein, de economie is stabiel, de economische groei is bescheiden.

Geen verrassende uitkomst, lijkt mij. Vrij Nederlandlezers houden niet van groot. Of ze kunnen zich gewoon geen metropolitane toekomst voor Nederland voorstellen en schiet het voorstellingsvermogen tekort. Kiezen voo Shanghai of Eindhoven? Nee, dan maar Stockholm. Unaniem. Erger is dat de lezers die reageerden niet houden van verschillen en dat alles klein en gelijk moet zijn, zeg maar: saai. Typisch Nederlands, niet grootstedelijk, laat staan metropolitaan. Typisch Zweeds? Ik weet het niet, Stockholm telt nu al 825.000 inwoners. Dat haalt Amsterdam niet eens. Amsterdam zal in de komende dertig jaar nog stevig moeten groeien om de Zweedse hoofdstad bij te kunnen houden. En dan hebben we het over de grootste stad van Nederland. Gelukkig waarschuwt de econoom Kraaijeveld zijn lezers dat ze de voorstellen uit het regeerakkoord niet moeten afzetten tegen wat verstandig beleid zou zijn in egalitaire ecologie. “Beleid toetsen aan Stockholm is immers een vorm van wensdenken. Wat als het niet Stockholm wordt?” Shanghai bijvoorbeeld. Die kans schat ik buitengewoon groot. Trouwens, welk regeerakkoord bedoelt hij??

Tagged with:
 

Principieel

On 31 juli 2010, in kunst, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in Lucifer (2007) van Connie Palmen:

De componist Peter Schat is de hoofdpersoon in Lucifer, de roman van Connie Palmen uit 2007. Hij komt er in voor als Lucas Loos. Connie Palmen betoont zich een epigoon van Harry Mulisch in de wijze waarop ze het verhaal opdist. Trouwens, Mulisch komt er zelf ook in voor, onder de naam van Aaron Keller. Door de wijze waarop de vriendenschare rond Schat wordt geschilderd ervaar je de roman als een socratisch gesprek dat vooral om de goedkeuring lijkt te vragen van Mulisch zelf, een van de oudste, nog levende leden van De Kring (in de roman ‘De Tafel’ geheten, maar in het vijfde bedrijf per ongeluk toch aangeduid als De Kring) en degene die de breuk van De Kring met Schat forceerde. Aanleiding: het gedrag van Schat na de raadselachtige dood van zijn vrouw, Karina Schapers. Er wordt in de roman vooral gesproken over muziek. Peter Schat komt er maar al te menselijk vanaf. Hij had bravoure, liep over van verbeelding, was pompeus en theatraal, kwam ernstig over als het om zijn muziek ging, overschatte zijn eigen betekenis, was zeer principieel, maakte zichzelf in gezelschap onmogelijk. Iemand op het eind van het boek merkt terugblikkend op dat de componist zichzelf in het centrum van een mythe plaatste. Precies zo had Connie Palmen het waarschijnlijk bedoeld. 

Het klinkt maar al te Hollands. We kennen in die principiële zelfoverschatting ook de wijze waarop in de kleine wereld van de Nederlandse stedenbouw de utopie van de tuinsteden en tuindorpen werd opgelegd aan bijna elke provincie. Geen land in de wereld heeft zo lang zo rechtlijnig vastgehouden aan dat absurde idee om een hoefijzervormige stad rond een groen hart te bouwen, sommigen willen het nog bijna tot op de dag van vandaag. Het gebrek aan humor en souplesse in dezen is opmerkelijk. “En toch was hij een opportunist,” kwalificeerde een oude makker de componist op het eind van het boek. Hij zou nota bene niet principieel genoeg zijn geweest. Daar heb je het! De literaire vrienden onder leiding van Harry Mulisch die Peter Schat uiteindelijk in de ban doen, blijken achteraf nóg principiëler dan de goede man zelf. Hollandser kan het niet.

Tagged with:
 

Olympische schoonmaak

On 25 juli 2010, in duurzaamheid, internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 8 juni 2010:

Twee maanden geleden werd het Braziliaanse Rio de Janeiro getroffen door extreem noodweer. Hele stukken favella, meest tegen de steile berghellingen gebouwd, sloegen weg. Er vielen 230 doden in de stad. Ruim dertig van hen woonden in één favella nabij het centrum: Morro dos Prazeres. Diezelfde sloppenwijk werd ook getroffen door aardverschuivingen in de jaren 70, 80 en 90. De favella is nu tenslotte toegevoegd aan een lijst van tientallen sloppenwijken die de burgemeester wil amoveren. Het WK voetbal in 2014 komt eraan, en twee jaar later de Olympische Spelen. De mensen moeten verhuizen, maar ze hebben zo’n donkerbruin vermoeden dat er dure appartementen zullen worden teruggebouwd. Morro dos Prazeres ligt erg gunstig en biedt een fraai uitzicht over de baai. Echter, in de jaren 60 en 70 zijn al eens ongeveer 300.000 bewoners van favelas verplaatst en dat bleek achteraf geen succes. “Alle nieuwe buurten van destijds zijn favelas geworden.” Doordat de overheid niet in de favelas optreedt anders dan met incidenteel keihard politieoptreden, zijn de buurtgewoners sterk op elkaar aangewezen. De onderlinge banden zijn zeer hecht. Iedereen helpt elkaar. De mogelijkheid om uit de favela te ontsnappen is heel klein. Het stigma is zo groot dat je lastig werk vindt buiten de favela. Haal dat maar eens uit elkaar. Van de 6 miljoen inwoners van Rio woont een derde in sloppenwijken. Ze wonen dicht bij hun werk. Openbaar vervoer is er erbarmelijk. Als het je al lukt om de mensen elders in appartementjes te krijgen, dan moet je ook het openbaar vervoer sterk verbeteren. Enzovoort.

Eind maart, vlak voordat het noodweer losbarstte, stond er een indrukwekkende reportage in Het Parool afgedrukt van Albert de Lange die aan dit alles mooi diepgang gaf. Het ging ook over de favelas van Rio. De Lange bezocht Nanko van Buuren. Met zijn organisatie Ibiss brengt deze Nederlander sociaal-medische zorg in de sloppenwijken. Aan jonge jongens die opgroeien in de legers van de drugsbazen bijvoorbeeld. Het is Ibiss gelukt in totaal 1400 van die jongens los te weken. Van Buuren wil ze een hospitality-training aanbieden met het oog op het WK en de OS. Dat is een andere benadering dan de overheid. Om een indruk van de omvang te geven: alleen in al Villa Cruzeiro hebben vierhonderd drugsbazen zo’n 3500 soldaten rondlopen met de AK47 als kleinste wapen. Vorig jaar vielen er 32.000 doden door geweld in Rio. “Het politiegeweld is ongekend, er zijn ook veel Brazilianen die de harde aanpak als enige oplossing zien, naar er bestaat sowieso de neiging om de dingen met kogels op te lossen.” Het wordt, zegt hij, “nog een ongelooflijke klus om de veiligheid te waarborgen rond het WK en vooral de Olympische Spelen. Daar spelen overigens niet alleen de gewapende bendes een rol in, ook de door en door corrupte politie.” Toch gelooft Van Buuren dat Brazilië op weg is een democratie te worden. Het vruchtbaarheidscijfer van vrouwen is in twaalf jaar gedaald van 3,8 naar 1,9. Ook de trek naar de grote stad is verminderd. De favelas groeien niet meer.

Tagged with:
 

Talent Town Oss

On 25 juli 2010, in Geen categorie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 8 juli 2010:

Laboratorium van medicijnfabrikant Organon in Oss.    (Foto Merlin Daleman)

Eerst was het Drunen, nu Oss. Drunen ligt ten westen van Den Bosch, Oss ten oosten van Den Bosch. Bij Drunen sloot Wärtsilä. Bij Oss een deel van MSD. In Drunen betekent dat 570 banen weg, Oss verliest de helft van 4500 banen. Wärtsilä betrof het het oude bedrijf Lips, daterend van 1925, MSD betreft het het oude bedrijf Organon, daterend van 1923. Lips begon met kerkklokken gieten in een overgenomen ijzergieterij, Organon met insuline extraheren uit het pancreas van varkens. Voor zowel Drunen als Oss betekent het een groot verlies. En het einde is nog niet in zicht. Op dit moment wordt nog 15 procent van de Nederlandse werkgelegenheid gecreëerd in de industrie, op termijn zal dat teruglopen naar hooguit 3 tot 5 procent. Voor kleine steden als Drunen en Oss, die sterk afhankelijk zijn van een handjevol industriële bedrijven – in feite company towns –, wordt het erop of eronder. Neem Geleen. In NRC Handelsblad stond op 28 juni 2010 een lezenswaardig portret van deze Limburgse industriestad, grotendeels afhankelijk van een paar grote bedrijven waaronder DSM. Men stemde er laatst massaal PVV. “Limburg loopt leeg en het werk is elders. De provincie hoorde bij de toptien van krimpregio’s in Europa en dat is te merken aan de vele bejaarden die zich vastklampen aan wat ze hebben. De economische activiteit concentreert zich in de Randstad en de politieke aandacht ook.”

Om het nog wranger te maken publiceerde uitgerekend eind juni het Centraal Planbureau vier langetermijnscenario’s voor de Nederlandse economie onder het motto ‘Slimme mensen in sterke steden.’’ Oss en Drunen kun je met geen mogelijkheid sterke steden noemen. Het CPB biedt een ontsnappingsroute, want het planbureau werkt met vier scenario’s. Eén ervan heet ‘’Talent Towns’. Oss als Talent Town? Oss klampt zich er maar wat graag aan vast. Het wil van Den Haag nu snel een sciencepark. In de pers verschijnen artikelen over hoe dat precies moet. Dagblad De Pers noemde het voorbeeld van Basel, Zwitserland. En NRC Handelsblad kwam aanzetten met het biosciencepark in Leiden. Basel telt 200.000 inwoners, Leiden ligt midden in de Randstad en telt zelf 120.000 inwoners. Oss nog niet de helft, 76.000. En dan dat algemene vooruitzicht van een slinkende industriële bedrijvigheid en de onvermijdelijke groei van een grootstedelijke diensteneconomie. Ik voorspel nog veel meer PVV-stemmers, dus naar de politieke reflex kan ik wel raden. Dat sciencepark komt er.

 

Urban renaissance

On 24 juli 2010, in ruimtelijke ordening, stadsvernieuwing, by Zef Hemel

Gelezen in Nova Terra juni 2010:

Vier medewerkers van het Planbureau voor de Leefomgeving  hebben uitgerekend hoe woningbouw en bevolkingsverloop zich hebben ontwikkeld in de vier grote steden tussen 2001 en 2008. In die periode nam de Nederlandse bevolking toe van 16,1 naar 16,4 miljoen. Was er sprake van voortgaande spreiding en suburbanisatie? Of stroomden de grote steden weer vol? Hun voorlopige analyse, afgedrukt in een nummer van Nova Terra over het compacte stadbeleid, is veelzeggend: “Kijkend naar de intensiteit van de veranderingen valt op dat in Amsterdam de meeste ontwikkelingen plaatsvinden en in Utrecht de minste.” Verder wordt er betekenisvol gezwegen. Maar de kaartjes liegen niet.

Wat het viertal bijvoorbeeld niet schrijft is dat de ontwikkelingen in Rotterdam en Den Haag weliswaar groter zijn dan in Utrecht, maar dat het daar per saldo een afname van woningen betreft, terwijl in Amsterdam en Utrecht het woningaantal, binnenstedelijk gebouwd, juist toeneemt. Een ander verschil tussen Amsterdam en Utrecht enerzijds en Rotterdam en Den Haag anderzijds is dat in de grote steden van de zuidelijke Randstad dynamiek in de woningvoorraad sterk gespreid is over de stad, terwijl in Amsterdam en Utrecht de dynamiek zich concentreert in het centrumgebied: hoogstedelijk dus. In Amsterdam gaat het dan om het hele gebied binnen de ring A10. De hoofdstad spant in alle opzichten de kroon: een hoge intensiteit van binnenstedelijke nieuwbouw, het hoge positieve saldo, de concentratie in het centrumgebied, de grote omvang van het centrumgebied waar de ontwikkeling zich afspeelt, kortom in de hoofdstad is iets fundamenteel anders aan de hand dan in de andere grote steden van dit land. Het is de enige plek in Nederland waar de beleidsdoelen ècht worden gehaald: compacte verstedelijking, sterke verdichting, bevolkingstoename in de stad, de vorming van een echt grootstedelijk milieu. Rob van Engelsdorp Gastelaars heeft gelijk. Terwijl de rest van Nederland feitelijk suburbaniseert, ontstaat er één grote stad.

Niks organiseren

On 22 juli 2010, in participatie, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 21 juli 2010:

Onder de kop ‘Zomergastpresentator picknickt met kijkers’ berichtte Het Parool over een ontmoeting tussen Jelle Brandt Corstius, presentator van het VPRO-programma Zomergasten dat a.s. zondag start, en zijn webloglezers in het Oosterpark te Amsterdam. Brandt Corstius blogte: ‘Ik zit vanaf 19.00 in het Oosterpark in Amsterdam. Ik neem helemaal niets mee, en organiseer ook niks.” Hij vertelde de journalist dat hij op deze manier zijn zenuwen te lijf ging, maar ook wilde hij zijn kijkers ontmoeten. “Omdat Zomergasten nooit genoeg opgehypt kan worden. En omdat ik benieuwd ben naar jullie ideeën.” Wie het lekkerste eten meenam kreeg een dvd van de nieuwe tv-serie van de presentator. Op de foto in de krant zien we zeker zes hippe mensen (waaronder Barbara Kist, ook VPRO) op de gras zitten. Er is bier en wijn en een kom met salade waaruit de presentator eten schept. Op de achtergrond is het lekker druk, want het is mooi zomerweer, maar dat zijn geen bloglezers van Jelle. En in ieder geval zijn wel fotograaf JeanPierre Jans en een verslaggever van de krant aanwezig.

Briljante actie. Directe fysieke ontmoeting met je kijkers door een oproep via twitter of blog. Zo zou je ook stedenbouw kunnen bedrijven. Stel, je bent stedenbouwkundige en je moet van je bestuur een plan maken voor buurt X. Je roept burgers op via je blog om zo en zo laat naar park Y te komen, waar je in het gras ligt. Zij nemen eten en drinken mee. Iedereen die de moeite neemt om te komen, bevraag je. Wat wil je met deze buurt? Wat stoort je mateloos? Wat waardeer je? Wat zijn je ideeën? Vervolgens kun je geïnspireerd aan de slag. Zo’n actie kan je mooi helpen je zenuwen de baas te worden, maar je spreekt ook direct de mensen die het aangaat. De burger is niet langer consument of klagende  burger, nee die leer je nu eens echt kennen. Het kost ook niets. En je werk wordt gehypt. Want de media komen erop af. Het is pure mediatisering van de planning. En dat allemaal door gewoon niks te organiseren.

Tagged with:
 

Cultuur als succes

On 21 juli 2010, in kunst, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 16 mei 2010:

De Tate Modern bestaat 10 jaar. Het Londense museum voor moderne kunst is in die betrekkelijk korte tijd uitgegroeid tot een ongehoord succes. Met 45 miljoen bezoekers is het het best bezocht museum voor hedendaagse kunst ter wereld. Met dank aan Vicente Todoli, directeur sinds 2002. Doordat de collectie bescheidener was dan die van andere moderne musea bedacht Todoli een truc; hij rangschikte de beschikbare kunstwerken thematisch. Daarnaast bracht het museum een reeks uiterst succesvolle blockbusters, over Dalì, Matisse, Picasso, Hopper, Warhol, Bourgeos, enzovoort. En de plek? Niemand geloofde tien jaar geleden dat het museum op de gekozen locatie een succes zou worden. Londenaren vreesden zelfs dat niemand het museum zou kunnen vinden. De Southbank was een vervallen buurt, een soort Kop van Zuid, en  het gebouw waarin het gevestigd zou worden was een oude, buiten gebruik gestelde elektriciteitscentrale. In een artikel uit 2000 in S&RO beschreef Steven Slabbers hoe het toen nog onbekende Zwitserse architectenduo Herzog & De Meuron aan de voormalige fabriek een glazen kap had toegevoegd en de wanden gedeeltelijk had opengewerkt. “Het resultaat is een buitengewoon stoer en ruimtelijk museum.” In een omgeving die door oude viaducten en spoorwegen werd doorsneden en daardoor volkomen gefragmenteerd, waar langs de oevers van de Thames bovendien een publieke route ontbrak, landde een museum zonder echte collectie in een monumentale steenpuist met een ongekend aantal kubieke meters als belangrijkste inhoud. “Juist daar, op die plek, heeft men het aangedurfd de grootste naoorlogse museale operatie van Engeland tot ontwikkeling te brengen.” De nieuwe directeur heeft grootse plannen met het museum. “Wij zijn van plan te veranderen van een op het Westen georiënteerd museum dat met één stem spreekt en door één lens kijkt, in een veelstemmig instituut met een veelzijdige blikveld van het nieuwe internationalisme.”

Kom daar eens om in Nederland. Hier willen politici alleen maar bezuinigen. Het is trouwens aantrekkelijk de Southbank-ontwikkeling met de Kop van Zuid te vergelijken. Op de zuidoever van de Nieuwe Maas werd rond dezelfde tijd nota bene alle oude haveninfrastructuur gesloopt, er kwamen voornamelijk overheidskantoren en heel veel nieuwe infrastructuur voor in de plaats, met de Erasmusbrug als piece de résistance. Aanvankelijk zonder cultuur, want daarvoor was het Museumpark aangewezen. Uiteindelijk kwam er toch nog een theater. En in de nasleep van moeizame woningbouw wordt nu Lantaarn/Het Venster uit het centrum naar de overkant van de rivier getransporteerd. Wat een verschil met Londen! Zelfs Amsterdam is het niet gelukt om grootse cultuur tot trekker van de waterfrontontwikkeling te maken. Oké, het Muziekgebouw aan het IJ en binnenkort het Filmmuseum op Noord, maar het Stedelijk Museum bleef aan het Museumplein. Over de culturele bestemming van de monumentale scheepswerf van de NDSM zullen we maar niet hebben. Cultuur als trekker van gebiedsontwikkeling? Wij bouwen liever woningen. Of we bouwen niet.

Tagged with:
 

Het vergezicht is zoek

On 19 juli 2010, in geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in Romantiek. Een Duitse affaire (2009) van Rüdiger Safranski:

De negentiende eeuwse Duitse Romantiek was mede een gevolg van de Franse revolutie van 1789. “Tot aan de Franse revolutie,” schrijft de Duitse filosoof Rüdiger Safranski, “was geschiedenis voor de meeste mensen een door het noodlot beschikt gebeuren, dat je als een epidemie of natuurramp trof. Door de gebeurtenissen van 1789 ontstaat bij de tijdgenoten een besef van de grootschalige consequenties die een bepaald historisch verloop kan hebben, en die politisering gaat hand in hand met een versnelling.” Dat de mens de geschiedenis kan beínvloeden – de macht van de politiek – wordt na 1789 pas echt beseft. Dit idee van maakbaarheid staat aan de wieg van de Romantiek, die het individu op de voorgrond plaatst. Het is het tijdperk van de vergezichten van de toekomst. Schiller was het die het spel van de kunst in de plaats stelde van het “ingekankerde kwaad van de op arbeidsdeling gebaseerde maatschappij, die van de mens een fragment, een pure afdruk van zijn bezigheden maakt.” (…) “Het laat toe dat de enkeling, die lijdt aan zijn versplintering, een geheel wordt, een totaliteit in het klein, zij het ook maar af en toe, voor een ogenblik, en op het beperkte terrein van de kunst.” Waarop Safranski concludeert: “Het nieuwe zelfbewustzijn van kunstzinnige autonomie, de aansporing tot het grote spel en tot verheven nutteloosheid, de belofte van een totaliteit in het klein – alles bij elkaar heeft dit de Romantiek, waarvan de eerste generatie nu het toneel betreedt, een belangrijke impuls gegeven.

Hoe zal men achteraf ònze tijd typeren? Geen tijdperk van revolutie en maakbaarheid, dunkt me. Eerder een tijdperk van niet aflatende crises. Voortdurend valt immers het woord. Vanaf de oliecrisis in 1973 tot de kredietcrisis van 2008, de slepende klimaatcrisis, overal en voortdurend hoor je het woord crisis vallen. Wat doet dit met een mens? De mens in de eenentwintigste eeuw gelooft niet meer in maakbaarheid, dat zal duidelijk zijn. We leven in een tijd die haaks staat op de Romantiek met zijn krachtige politieke handelen, zijn spel van de kunst en verheven nutteloosheid. Het individu is tegenwoordig zwak, de samenleving gecorrumpeerd, de politiek dood, het vergezicht zoek en de kunst gericht op geldelijk gewin. Geen wonder dat ‘romanticus’ tegenwoordig bijna een scheldwoord is, iemand die voorbij gaat aan de realiteit, aan het hier en nu.

Tagged with:
 

Uitvreters

On 19 juli 2010, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 29 mei 2010:

Is innovatie te sturen? Die vraag stelde  journalist Margriet van der Heijden aan Eppo Bruins, fysicus en directeur van Technologiestichting STW. Jaarlijks krijgt deze stichting van de rijksoverheid 70 miljoen euro om wetenschap en bedrijfsleven met elkaar in contact te brengen en om toegepast wetenschappelijk onderzoek te stimuleren. Wat antwoordt Bruins? “Innovatie is onvoorspelbaar. (…) Juist dat gebrek aan maakbaarheid maakt het natuurlijk ook zo lastig voor de overheid.” Ziedaar het dilemma van de stichting van Bruins. Hij kan zijn geldschieter geen successen garanderen. Hij blijkt daarom zijn kaarten helemaal te hebben gezet op scienceparken bij de technische universiteiten in Nederland. Het resultaat zijn enorm veel academische start-ups, maar helaas geen snelgroeiende nieuwe bedrijven, inderdaad. Volgens Bruins mag je hier ook geen Silicon Valleyachtige successen verwachten. Daarvoor ontbreekt in Nederland de maatschappelijke inbedding: het juiste ondernemersklimaat, de regelvrijheid die ondernemers nodig hebben, de drang om te scoren. Excuses genoeg dus.

Vervolgens schetst hij een onluisterend beeld van de Nederlandse economie. (Je mag, kortom, maar wat blij zijn met iets als STW). “De meeste mensen in Nederland, ongeveer 70 procent, werken in de dienstensector. Het merendeel van die mensen, ook weer 70 procent, werkt daar in de non-profitsector. Dat levert dus geen geld op. Dat kost geld. Ofwel: daar hou je ons land niet drijvend mee. En kijk eens naar de exportsector. Ongeveer 70 procent van onze export komt uit de maakindustrie, grotendeels uit de hightech. Wie kunnen dus wel heel hard roepen dat we een handelsnatie zijn en een diensteneconomie, maar we verdienen intussen ons geld met het maken van complexe producten.” Eppo Bruins, die lobbyt voor overheidsgeld, doet voorkomen alsof 70 procent van de Nederlanders uitvreters zijn, die geld kosten. Alsof de hele Nederlandse economie draait op hightech-export. Volgens mij is het omgekeerd en kost meneer Bruins STW geld. Veel geld zelfs. 70 miljoen euro per jaar. Als innovatie toch onvoorspelbaar is, moet je er niet aan gaan sleutelen met geld. Dan kan je beter de condities voor innovatie verbeteren door grote steden te ontwikkelen. Echt grote, dynamische steden met hun enorme dienstensector innoveren uit zichzelf.

Tagged with:
 

Suspension trauma

On 18 juli 2010, in internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in Dubai. The Story of the World’s Fastest City’ (2009) van Jim Krane:

Is er ooit een dode gevallen tijdens de bouw van de Noord-Zuidlijn? Of bij de bouw van de Zuidas? Niet dat ik weet. Jim Krane meldt in zijn boek over Dubai dat tijdens de bouw van de woenstijnmetropool aan de Perzische Golf alleen al in 2004 liefst 880 mensen om het leven zijn gekomen. De meesten vielen uit de in aanbouw zijnde torens naar beneden. Weliswaar hing zestig procent van hen in veiligheidskleding aan touwen, maar door de val en het lange hangen ondersteboven vanwege de late redding overleefden ze het niet. Suspension trauma heet dat. Zuurstofgebrek in het hoofd. Binnen een uur zijn ze dood. De meeste bouwvakkers in Dubai komen uit India, uit plattelandsdorpen waar ze geiten hoedden en rijst verbouwden, en betreden voor het eerst van hun leven bouwsteigers, in in aanbouw zijnde wolkenkrabbers. Een ander probleem waar de Indiase bouwvakkers in Dubai aan lijden zijn leveraandoeningen. In de hoogbouw zijn geen toiletten geplaatst. Voor een plas moeten de mannen helemaal naar beneden. Dat duurt te lang, dus drinken ze niet. In de hitte van Dubai is dat buitengewoon onverstandig.

Na tweehonderd bladzijden vrijwel uitsluitend loftuitingen aan het adres van de bedenkers van Dubai komt journalist Jim Krane eindelijk te spreken over de duistere kanten van de bouw van de krankzinnige stad in de Arabische woestijn. In ‘’Blowback: the downside’ beschrijft hij nauwgezet het treurige leven van de gastarbeiders in de kampen en hun gezinnen op grote afstand. Slavenarbeid is het, een ander woord bestaat er niet. Weet u waar het me aan doet denken? Aan de bouw van de piramides in Egypte zoals beschreven door de Albanese schrijver Ismail Kadaré. Laat ze zich maar opwinden over de Noord-Zuidlijn, die verwaten Amsterdammers. Zolang er geen dode valt en de buitenlandse bouwvakkers goed betaald worden is die bouwput helemaal brandschoon. Een toonbeeld van ordentelijke stedenbouw, verre te prefereren boven het bouwgeweld in de Arabische Emiraten.

Tagged with: