Revolutie Index

On 29 juni 2010, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 26 juni 2010:

Columniste Marjolijn Februari maakt zich zorgen over het woelige politieke klimaat in Europa. Onder de kop ‘Wij als volk moeten constructiever zijn’ beschrijft ze de maatschappelijke onrust van dit moment, die zich vooral uit in rancune. “Waar je ook gaat, wie je ook spreekt, overal rommelt het: in Duitsland, België, Frankrijk, Nederland. Alsof de revolutie aanstaande is.” Sympathie voor de revolutionairen voelt ze niet. Ze is meer van de club die de boel bij elkaar wil houden. Ze ergert zich vooral aan degenen die problemen afwentelen op hun volksvertegenwoordigers. “Het zal duidelijk zijn dat het cultiveren van kleine onderhuidse irritaties geen goede voorbereiding is op de mondiale golf die over Europa heen gaat spoelen.” Ze citeert met instemming Dirk-Jan van Baar in HP/De Tijd, die naar een verklaring zoekt waarom overal in Europa het liberalisme aan kracht wint: “"de weerzin tegen de staat drijft mensen van links naar rechts, van de partijen die collectieve oplossingen voorstaan, naar partijen die vrijheid beloven.” Ondertussen moet diezelfde staat de banken redden. Februari begrijpt niet waarom mensen geen kritiek hebben op het falen van de markt, maar paradoxaal genoeg tegelijk daadkrachtig optreden van de overheid eisen èn inkrimping van diezelfde overheid. Het volk zou constructiever moeten zijn.

Ook ik maak me zorgen over de toekomst van de staat, maar uit een eerder verschenen artikel in diezelfde Volkskrant in de wetenschapsbijlage, van de hand van de socioloog Loek Halman van de Universiteit van Tilburg, begrijp ik de achtergronden beter. Het volk, lees ik, is wel degelijk constructief. "Bevolkingen van welvarende samenlevingen vinden autonomie belangrijker dan autoriteit.” Het verlangen naar vrijheid en de ergernis over regelgeving, collectieve arrangementen en bureaucratie komt precies hieruit voort. “Slechts een kleine minderheid van de Nederlanders voldoet nog aan het klassieke beeld van de plichtsgetrouwe burger die vasthoudt aan tradities en materiële bezittingen.” Nederland neemt in dat opzicht een voorhoedepositie in, het is een typisch postmodern land. “De acceptatie van hiërarchisch autoritair gezag is afgenomen, maar burgers wenden zich niet af van hun overheden en zijn niet minder maatschappelijk geëngageerd dan vroeger.” Dat klinkt geruststellender dan wat Februari afgelopen zaterdag schreef.

Om onrust onder bestuurders weg te nemen, of om bestuurders alerter te laten reageren, bedachten Mark Woerde van het Amsterdamse reclamebureau Lemz en ik laatst een zogenaamde Revolutie Index. Aanleiding waren de onlusten in Bangkok. Kan dat in Amsterdam ook gebeuren?, vroegen wij ons af. Een te ontwikkelen Revolutie Index meet welke steden in de wereld rekening moeten houden met een mogelijke opstand van hun bevolking. In welke stad broeit het het meest? Hoe zou Amsterdam op de Index scoren? Ik denk vrij hoog. Mark dacht heel laag.

Tagged with:
 

Een zoöpolitieke opgave

On 28 juni 2010, in filosofie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Regels voor het mensenpark’ (1999) van Peter Sloterdijk:

De kabinetsinformatie gaat de volgende fase in. Ondertussen lees ik Sloterdijk. Het oeuvre van de Duitse filosoof, moet ik bekennen, lees ik in omgekeerde volgorde. Dit keer was het ‘’Regels voor het mensenpark’, zijn geruchtmakende essay dat in 1999 in Die Zeit verscheen. Ik las het de afgelopen dagen vier keer en nog ben ik niet uitgelezen. Ze blijkt nog brandend actueel. Dat het een aardschok veroorzaakte in Duitsland wil ik wel geloven, maar schokkend vond ik het als Nederlander anno 2010 zeker niet. Eerder veelbetekenend. Het gaat over de mens als temmende en telende macht. “Waar huizen staan, daar moet beslist worden wat er met de mensen die er wonen moet gebeuren; in de daad en door de daad wordt beslist welk soort huizenbouwers de suprematie krijgt.” Dat zijn verhelderende woorden bij de huidige kabinetsinformatie. Sinds Plato, aldus Sloterdijk, “bestaan er geschriften die over de mensengemeenschap spreken als over een zoölogisch park dat tegelijk een themapark is; het houden van mensen in parken of steden lijkt van nu af een zoöpolitieke opgave. Wat zich als nadenken over politiek voordoet, is in werkelijkheid een grondslagenonderzoek naar regels voor het beheer van mensenparken.” Mensen houden zichzelf, in zelfbedachte parken. Zoiets. “Mensen zijn zelfverzorgende, zelfhoedende wezens die – waar ze ook leven – een parkruimte om zich heen creëren.” In de Politikos van Plato gaat het niet alleen “om het temmend sturen van de uit zichzelf al tamme kuddes, maar om een systematisch nieuw telen van dichter bij het oerbeeld staande menselijke exemplaren.” Kijk, nu wordt het gevaarlijk. De behoedzame herderskunst van Plato blijkt het door middel van telen sturen van de reproductie. Het gaat erom dat de staatsman “de voor de gemeenschap gunstigste eigenschappen van vrijwillig bestuurbare mensen op de meest effectieve wijze weet te vervlechten, zodat onder zijn hand het mensenpark een optimale zelfregulering bereikt.” Dapperheid en bezonnenheid moeten gelijkmatig in het weefsel van de gemeenschap worden opgenomen. Onderwijs, gezondheidszorg, volkshuisvesting, stedenbouw, het is allemaal hoeden en telen.

Sloterdijk besluit met de opmerking dat dit soort wijze oude teksten niet meer worden gelezen. Ze worden nog slechts gearchiveerd. Wij zijn volgens hem al ver voorbij het humanisme. “Voor de weinigen die nog in de archieven rondkijken, dringt zich het idee op dat ons leven het warrige antwoord is op vragen waarvan we vergeten zijn waar ze gesteld werden.” Hem stoort het dat er zo weinig wordt nagedacht over het wezen van de mens. Het mooiste vond ik nog het citaat dat in het begin van de Nederlandstalige editie uit Le Monde wordt opgevoerd. Tijdens het naoorlogse existentialisme domineerde het wantrouwen; toen werd de mens gezien als een wezen, veroordeeld tot vrijheid. “Onze tijd echter wordt beheerst door de parolen coöperatie en communicatie. Daardoor zitten wij gevangen in een andere paradox: wij zijn veroordeeld tot het vertrouwen.” Onze vrijheid is onbegrensd. Daarom zijn er zoveel regels.

Tagged with:
 

Tussen de mensen

On 27 juni 2010, in cultuur, economie, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 26 juni 2010:

Na SBS, Endemol, MTV, IDTV, Discovery, RTL (zie Het Parool van 21 mei 2010) en VPRO verhuist ook de Avro naar Amsterdam. Directeur Willemijn Maas kondigt de verhuizing aan in Het Parool van afgelopen zaterdag. Weliswaar blijven de  kantoren achter in Hilversum, maar het ‘’Avrohuis’ wordt ergens in de binnenstad van Amsterdam gevestigd. Daar zullen programma’s worden gemaakt en vinden voorstellingen, concerten en debatten plaats, de programmamakers willen er hun leden ontmoeten. Ook horeca hoort daarbij. De omroep, die beseft dat het publieke bestel “heel erg toe is aan vernieuwing,” wil meer tussen de mensen zitten. “Met een meer zichtbare positie, op een plek die voor iedereen toegankelijk is, verwacht Maas beter te kunnen strijden tegen het idee dat de publieke omroep een soort fossiel uit het verleden is.’  Contact maken gebeurt nu zowel online als offline, “maar wij willen het publiek ook ontmoeten, begroeten en mee laten doen.” De Avro wil een jonger en diverser publiek bereiken en is op zoek naar nieuwe vormen van ledenbinding: “daar is in Amsterdam met 180 nationaliteiten meer kans op.” Maas, die afkomstig is van de Hogeschool Amsterdam, wil vooral laagdrempeliger opereren. Ze heeft haar plannen niet bij de andere omroepen getoetst, maar acht de kans groot dat die hetzelfde zullen willen. “Dat lijkt mij alleen maar leuk.”

De voordelen van een vestiging in Amsterdam die Maas noemt, komen overeen met wat steeds meer bedrijven noemen als overweging om voor een metropolitaan milieu te kiezen: rechtstreeks fysiek contact tussen producenten en consumenten, ook al wordt er tegelijkertijd steeds meer online gecommuniceerd, letterlijk zichtbaar en tastbaar aanwezig zijn, modern, laagdrempelig opereren, met een jong, multicultureel imago. Opvallend ook dat een groot deel van het interview betrekking heeft op kunst en cultuur. Daar draait  het tegenwoordig om, zeker bij de media. Amsterdam wordt een mediastad, een grootstedelijke omgeving waar producenten en consumenten elkaar intensief ontmoeten en waar nieuwe ideeën worden uitgewisseld. Het belang van een dynamische grootstedelijke omgeving wordt niet alleen evidenter, noodzakelijker, maar ook door glasvezelvoorziening gemakkelijk te realiseren. De econoom Michael Storper noemt  in ‘’The Regional World’’ metropolitane milieus van grote economische waarde omdat het omgevingen zijn van voortdurende reflectie. Sterker, de economie implodeert: alle hoogwaardige productie en consumptie die afhankelijk is van vernieuwing en steeds meer behoefte heeft aan rechtstreeks contact met consumptiemarkten, trekt samen in grote steden. Bedrijven willen, nee moeten “tussen de mensen.”

Tagged with:
 

Metropolitan Markets

On 25 juni 2010, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘’The Netherlands of 2040’’ (2010) van het Centraal Planbureau:

Opmerkelijke langetermijnstudie van het Centraal Planbureau: ‘’The Netherlands in 2040’’. De studie verschijnt juist tijdens de kabinetsinformatie. Zou daar een opzet achter zitten? De boodschap is in ieder geval on-Nederlands: in de toekomst draait alles om kennis, dus de steden hebben de toekomst. Ik citeer: “Cities flourish. Cities are the local networks for face-to-face connections in the development of knowlegde and in matching firms and workers. They are also nodes in the global network of cities, and determine the division of production across space.” De regering, aldus het CPB, moet steden ontwikkelen, omgaan met congestie en zorgdragen voor gezonde steden en goede verbindingen. Vervolgens wordt in het midden gelaten wat voor soort stedenpatroon dan wenselijk zou zijn. “Should we prepare for a world with large-sized cities or would we benefit from scattered cities in a world where location hardly matters?” Op die vraag is slechts één antwoord mogelijk, maar toch worden door de makers van de studie een viertal scenario’s gebouwd: Talent Towns, Cosmopolitan Centres, Egalitarian Ecologies en Metropolitan Markets. Hun stelling is dat de ontwikkeling van de technologie uiteindelijk bepalend zal zijn. Ik zou zeggen: alles wijst erop dat naarmate die technologie zich verder ontwikkelt, het menselijke contact alleen maar belangrijker zal worden. Metropolitan Markets dus. Hoe dan ook, de conclusie van het CPB luidt: “"In all scenario’s, cities become increasingly important, so regulation should be reoriented towards the city level.”

Stel je voor dat het nieuwe kabinet acht zou slaan op deze conclusie en de grote steden werkelijk ruimte zou geven om de komende jaren te beslissen over hun eigen lot. In plaats van verdere centralisatie en verdeel-en-heersstrategieën, zou door verregaande decentralisatie een nieuw stedenlandschap kunnen ontstaan, met sterke steden en, wellicht, ook zwakke steden. De economie van dit vlakke land zou er een enorme impuls door krijgen. Eindelijk niet meer het accent op mainports, greenports en achterlandverbindingen, maar op echte steden. Niet de toch al kleine steden klein houden, maar ze juist in staat stellen fors te groeien door de ruimte te geven om hun eigen geld te verdienen en te investeren in kwaliteit. Net zoals vóór 1929, toen er nog geen Gemeentefonds bestond. Spiky steden dus! Dat zou wat zijn.

Pervers

On 23 juni 2010, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gezien vanuit de trein op 23 juni 2010:

Op Leiden Centraal stapte ik in de stoptrein naar Hilversum. Op Amsterdam Zuid stapte ik weer uit. De avond viel, de warmte sloeg neer op het land. Onderweg zag ik alleen maar kantoren. Zelfs op de Zuidas louter kantoren. En het gebied rond luchthaven Schiphol spande de kroon. Daar ligt een dikke deken van anonieme kantoorgebouwen als een geluidswal rond de startbanen. Het is een vervreemdend landschap van torens en blokken met spiegelend glas. Bijna 20 procent van deze lousy kantoren in de metropoolregio staat leeg. Nog eens een paar miljoen vierkante meters kantoorvloeroppervlak zit in bestaande plannen en moet nog worden gerealiseerd. Dat kan natuurlijk helemaal niet, dus daarvan moet waarschijnlijk nog een miljoen vierkante meter worden geschrapt. Doordat grondexploitaties van gemeenten sluitend zijn gemaakt met de opbrengsten uit gronduitgifte voor kantoren, stagneert nu de planvorming. En het ergste is, al die kantoren werden vooral gebruikt om woongebieden af te schermen van geluidsoverlast en luchtvervuiling. Door ze langs de infrastructuur te situeren kon je verderop woningen bouwen. Was het idee.

Deze perverse systematiek – kantoorlocaties als wingewesten en als geluidsschermen langs infrastructuur – is gelukkig failliet. Het kantoor is schandelijk misbruikt. De systematiek laat ons achter met een postapocalyptisch landschap in de randen van onze steden. Wat in de twintigste eeuw trots begon in het historische centrum van onze steden – fraaie bakstenen kantorenbouw als die aan het Rembrandtplein en de Vijzelgracht – is geleidelijk naar buiten opgeschoven, naar de snelwegen en de luchthaven, en is daar qua architectuur volkomen uitgekleed, geperverteerd. In de jaren negentig is er nog geprobeerd zoveel mogelijk kantoren rond stations en openbaar vervoerknooppunten te concentreren. Het was tevergeefs. We worden uitgenodigd om opnieuw na te denken over het fenomeen kantoor. Wat is dat eigenlijk, een kantoor? En waar komt een kantoor het beste tot zijn recht? En hoe ziet een kantoor van de toekomst er eigenlijk uit? Zijn er straks nog wel kantoren nodig? En kan een gemeente ook aan iets anders geld verdienen dan louter aan gronduitgifte voor kantoren? Kortom, een gesprek over ethiek en stedenbouw is broodnodig. Laten we weer van voren af aan beginnen.

Tagged with:
 

Doodnormaal

On 22 juni 2010, in wonen, by Zef Hemel

Gehoord op 22 juni 2010 in de Zuiderkerk:

Het was de derde avond van het Amsterdam Lab over Gaasperdam. Deze keer ging het over veiligheid, gezondheid en jongeren. Het duurde even voordat we aan de slag mochten. Eerst waren er de presentaties van de experts. We zagen monitors en statistieken en een verhelderend stripverhaal van een rondgang met de wijkagent door Holendrecht-West. Opvallend hoe experts ons steeds maar weer hun kennis willen aanreiken en duiden. En architecten mogen graag direct al oplossingen tekenen. Erg goed bedoeld allemaal. Maar het is niet waarvoor we gekomen waren. Want toen het echte gesprek eenmaal begon – uiteindelijk bleef daarvoor slechts een uur over – , barstte het los. Er waren niet eens veel mensen aanwezig, maar die er waren, vertelden boeiende verhalen over de werkelijkheid van Gaasperdam. Met alle nuances die erbij horen. In korte tijd krijg je een uitstekend inzicht in een Amsterdamse wijk die eigenlijk doodnormaal is, maar waar ook vervelende of juist opwindende dingen gebeuren. Kerken en gebouwen in de wijk vervullen soms regionale functies. Woningtoewijzing door woningbouwcorporaties veroorzaakt soms overlast. Veel spannende zaken gebeuren binnen, achter gesloten deuren. Dat het ergens mis dreigt te gaan voel je al mijlenver aankomen. Daar zou je preventief iets aan kunnen doen door bijvoorbeeld de bosjes om te hakken, doorzichten te maken, een camera op te hangen. Doodnormale zaken ga je waarderen. Erg moeilijk is het allemaal niet. Vaak zijn het hele concrete dingen. Waarom liggen er dertig gemeentelijke roeiboten, ongebruikt, opgeslagen in een loods aan de Gaasperplas? Waarom zijn er geen markten? Waarom liggen er voorzieningen in de wijk die niet worden gebruikt? Waarom zijn sommige actieve bewoners tegen elke verandering? Je wordt nieuwsgierig en zou graag antwoorden willen horen.

De vraag die me het meeste bezighield was deze: zijn niet veel problemen en tekortkomingen in dit stadsdeel te wijten aan het feit dat hier een echte woonwijk is gebouwd? Je kunt in Gaasperdam namelijk alleen maar wonen. Wonen als consumptiegoed, wonen als bestemming. Is het wonen echt zo belangrijk dat het afgezonderd in een groene omgeving moet worden ondergebracht? Is dit nu de ideale omgeving voor ‘de spelende mens’’? Even verderop ligt het dorp Abcoude. Daar liggen alle functies op loopafstand van elkaar. Dat dorp functioneert goed, ook al bevindt het zich onder de rook van de grote stad. Sommige delen van Gaasperdam zullen ongetwijfeld even goed functioneren. Maar de vraag is toch hoe lang. Thuisgekomen lees ik in NRC Handelsblad van diezelfde avond een interview met Maarten Hajer, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving, over een studie naar ‘’de herschikking van stedelijk Nederland’’. “De stad is een veelkleurig mozaïek van aan elkaar grenzende stedelijke milieus, met verschillende stedelijke kwaliteiten,” stelt hij. De opgave is “de identiteit van elk stedelijk milieu in de stad te versterken en daardoor aantrekkelijk maken. Niet door zomaar een louter functioneel stuk stad of bedrijventerrein aan te leggen omdat er in de huidige stad nu eenmaal weinig ruimte voor is, maar door de plaats daarvoor zorgvuldig uit te kiezen.” Hier spreekt de expert.

Tagged with:
 

Revamping The Hague

On 21 juni 2010, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘’The Great Reset’ (2010) van Richard Florida:

Een paar weken geleden verscheen een ingezonden stuk van Frank Mulder, auteur van ‘’Economie op ramkoers’, in de Volkskrant, waarin deze de economie vergeleek met een bus waarin de chauffeur gas moet blijven geven omdat ze anders ontploft, maar die tegelijk weet dat de bus door brandstofgebrek tot stilstand zal komen. De kredietcrisis, die nu is overgegaan in een schuldencrisis, kenmerkt zich tegelijk door brandstofgebrek èn ontploffingsgevaar. Al veel eerder stokte de economie, maar door massaal extra hypotheken te nemen, door ingewikkelde financiële constructies te maken, werd hij kunstmatig overeind gehouden. Het is een crisis van de groei, niet van liquiditeit. We hebben, aldus Mulder, te weinig waarde gecreëerd. We moeten in de economie dus weer echte waarde gaan creëren, het opnieuw laten stromen van het geld is daarvoor niet voldoende. Mulder weet slechts één manier: de oplossing ligt in het lokale. “Economen krijgen hier meestal jeuk van, omdat dat niet maximaal efficiënt is, maar dat is juist de bedoeling. De wereldeconomie is juist zo gevaarlijk omdat het een efficiënte monocultuur is geworden. Als één pijler valt, gaat alles mee. Het is helemaal niet erg om aan een gezonde diversiteit te werken.”

Tot dezelfde slotsom komt ook de Amerikaanse econoom Richard Florida in zijn nieuwste boek ‘’The Great Reset’’. De economie moet weer gemaakt worden op lokaal niveau, stelt hij in het laatste hoofdstuk. Nationale overheden moeten daartoe een stapje terug doen en de steden en regio’s meer vrijheid laten om hun economieën diverser te maken. Hij roept Alice Riflin aan, oud-vice voorzitter van de Amerikaanse Federal Reserve Board, die beweerd zou hebben “that the right place to make decisions about productivity and economic development was the local level, because local actors had the deepest knowledge about their economies.” De broodnodige innovaties vinden dáár plaats, op lokaal niveau, aldus Florida. “We need to revamp our governmental institutions and governance structure to fit these realities, with less authority at the top and more at the local and regional levels.” Een tip voor de informateur.

Tagged with:
 

Sluimerende superknoop

On 20 juni 2010, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gehoord op vrijdag 18 juni 2010 in Amsterdam-Zuid:

click to zoom

 

Boeiende bijeenkomst op de vrijdagmiddag: zeker vijfentwintig ambtenaren van stadsdeel Zuid, gemeente Amstelveen, projectbureau Zuidas, projectbureau Ondertunneling A9, projectbureau Ombouw Amstelveenlijn, Stadsregio Amsterdam, Dienst Infrastructuur, Verkeer en Vervoer en Dienst Ruimtelijke Ordening vergaderden bijna vier uur lang over de toekomstige verbindingen in het zuiden van de Amsterdamse metropool. Veel werken staan hier op stapel, veelal toevoeging van asfalt, maar ook van zware railinfrastructuur. Veel van die publieke werken zijn tegelijkertijd gepland (met een hoogtepunt rond 2014-2020): verdubbeling van de A2, verdubbeling van de A9, verbreding van het SAA-traject (Schiphol-Amsterdam-Almere), spoorverdubbeling Amsterdam-Utrecht, de komst van de Hanzelijn en OV SAAL (Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad), de ombouw van de Amstelveenlijn tot metro, de Noord-Zuidlijn, de N201. Bij elkaar is het wel erg veel asfalt, dus er komt veel extra autoverkeer, maar een verdubbeling van de passagiersstromen op het spoor voegt zich daar moeiteloos bij. De vraag stond centraal wat dit voor de zuidkant van de metropool gaat betekenen. Je zou zeggen, een voor de hand liggende vraag, maar weinigen hebben er echt over nagedacht, zo is alles projectmatig ingericht. Zelfs de nieuwe structuurvisie van Amsterdam geeft onvoldoende antwoord op die voor de hand liggende vraag.

Wat ik me onvoldoende realiseerde is dat ten aanzien van het asfalt een ontvlechtingsdiscussie speelt; autoverkeer via zuid zal beter moeten kunnen doorstromen. Maar ook bij de spoorverdubbelingen gaat het om de vorming van superknopen, want niet bij elk station zal worden gehalteerd. Via de Hanzelijn moeten straks reizigers vanuit Groningen en Leeuwarden via de Zuidas naar Leiden kunnen rijden. De HSL-treinen uit Londen, Parijs, Berlijn en Frankfurt moeten straks allemaal op de Zuidas halteren.  Bij de Zuidas wordt de Noord-Zuidlijn vanuit het centrum doorgetrokken tot diep in Amstelveen. Kortom, bij de Zuidas komt straks alle verkeer samen. Daar vormt zich een superknoop. Tussen oost en west is daar bovendien sprake van een echte cesuur, daar zullen bijna alle reizigers uit oost en uit west willen overstappen. Hoe worden al die stromen straks aan- en afgevoerd? Waar komen de busstations? Mogen bussen straks voorbij de concessiegrens rijden die de stadsregio heeft ingesteld? Anders zullen er nog meer mensen moeten overstappen. Tussen station Zuid en station Amstel bijvoorbeeld moeten juist veel bussen gaan rijden. De ring A10 krijgt daar 2 x 5 rijstroken plus 2 uitvoegstroken, dus ook daar is straks sprake van een supersnelweg, dat wordt zeker geen stadsautoweg. Veel is onzeker rond Schiphol. Vrachtverkeer rond Schiphol-Oost en de bloemenveilig bij Aalsmeer moet straks via een nieuwe boog bij het Amsterdamse Bos naar de A9 worden geleid. En het langzame verkeer? Juist op de Zuidas groeit het fietsverkeer (modal split in 2020: 60% openbaar vervoer, 25% auto, 15% fiets). Die fietsers zullen in de toekomst steeds meer gehinderd worden door het auto- en busverkeer op De Boelelaan. Ik bedoel maar. De volgende keer praten we verder, dan met kaarten in de hand die de samenhang tussen de werken en hun fasering verbeelden. Ik blijf verdwaasd achter met het beeld van de Zuidas als een sluimerende superknoop.

Tagged with:
 

Ter inspiratie

On 18 juni 2010, in demografie, internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in ‘’State of Metropolitan America’’ (9 mei 2010) van Brookings, Washington DC:

Van Jacobine de Zwaan, met wie ik over The Urban Age-bijeenkomst in Istanbul sprak, ontving ik de ‘’State of Metropolitan America’’ ter inspiratie. Het betreft een Census van het Brookings Institute in Washington DC die de subtitel draagt van ‘’On the Front Lines of Demographic Transformation’. De Census, 168 bladzijden lang, speurt naar de veranderingen in de demografische opbouw van Amerika in de afgelopen tien jaar voor de honderd grootste Amerikaanse metropolen. Daar leeft tweederde van de bevolking, en driekwart van de productie vindt daar plaats. De afgelopen tien jaar groeiden deze steden met in totaal 28 miljoen inwoners. Zoals we weten groeit de bevolking van de Verenigde Staten erg snel. Inmiddels is de grens van de 300 miljoen gepasseerd. 83 procent van die groei kwam voor rekening van niet-blanken. Op dit moment stromen vooral Afrikanen binnen. De verschillen tussen de bevolkingsgroepen nemen toe: naar inkomen, opleiding, ras, etcetera. De meeste arme niet-blanken wonen tegenwoordig in suburbane gebieden, hun aantal groeide daar vijf keer zo snel als die van de blanke bevolking. De verschillen binnen en tussen de metropolen nemen toe. Je kunt niet meer spreken van de Sun Belt of de Rust Belt. Wel loopt er een hele duidelijke scheidslijn tussen de metropolen ten westen van de Mississippi die sterk groeien in bevolking, diversiteit en onderwijsniveau, en de oude industriële steden rond de Great Lakes. Groeiers zijn metropolen in Texas, Colorado, Arizona, New Mexico, Californië en Washington. In het noordoosten daarentegen bevinden zich de metropolen die vergrijzen en krimpen, met lage opleidingsniveaus. “The report suggests that future political conflicts may well develop along the lines of demarcation between the growth areas and those lagging in population.” Maar ook is er een politieke spanning groeiende tussen de verouderende bevolking in de suburbane gebieden (70 procent van de Amerikaanse bevolking!) en de jonge, instromende klasse in deze gebieden. Waar ooit gezinnen gedijden, ontstaat nu tweespalt. De verschillen, kortom, nemen sterk toe.

De Verenigde Staten kennen we als een voorloper. Nederland blijkt steevast een milde, iets verlate variant van het Amerikaanse patroon. Echter, in Europa, anders dan in de Verenigde Staten, groeit de bevolking niet meer, ze krimpt. “"Our competitors in Europe and Asia are either growing slowly, as in Japan or China, or actually declining, as in Germany and Russia.” Brookings noemt in dat verband de Amerikaanse situatie hoopvol. Maar voor Europa en Nederland ziet het beeld er minder rooskleurig uit. Ondertussen nemen ook bij ons de spanningen toe als gevolg van groeiende verschillen. Bij ons ligt in het verschiet hetzelfde fenomeen als wat zich nu in Amerika openbaart: er komt spanning in de suburbane gebieden.

Tagged with:
 

Wat is duurzaam?

On 17 juni 2010, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gelezen in ‘’The Great Reset’ (2010) van Richard Florida:

Terug naar Richard Florida. In het hoofdstuk ‘’Big, Fat and Green’ schetst hij precies dat wat Amsterdam sinds ‘’Red de Noordpool’ (2006) al roept en wat tijdens het Internationale Stedenbouw Congres ‘’Cities Can Save The World’’ in de Westergasfabriek (2009) aan een breed publiek aanschouwelijk en tastbaar werd gemaakt: metropolen zijn duurzaam, veel duurzamer dan kleine steden. Metropolen mogen dan betonjungles lijken, ze zijn eigenlijk heel erg groen. New York, stelt Florida, is veruit de duurzaamste stad van de Verenigde Staten. Dat komt door de dichtheid van de bebouwing, het relatief geringe gebruik van de auto, het intensieve gebruik van de infrastructuur, het geringere verbruik van water per persoon, de kleinere hoeveelheden afval. “"The key to New York’s greenness is simple: density, the same thing that promotes innovation and speed.” Congestie is juist een kwaliteit. Daardoor neigen mensen eerder naar het gebruik van openbaar vervoer, wat veel duurzamer is. Ed Glaeser zou hebben berekend dat wanneer een gezin drie tot tien kilometer verhuist naar buiten het centrum van de stad, het honderd liter benzine per jaar meer gebruikt. CO2-emissies van grote steden groeien weliswaar, maar die groei is relatief geringer dan de groei van het inwonertal. “Like biological organisms, the energy metabolism of metropolitan areas slows down as they increase in size: larger regions burn less energy per capita than smaller regions do.”

Het is dus buitengewoon duurzaam om hele grote steden, liefst in hoge dichtheid, te bouwen. Groeikernen en buitenwijken, aldus Florida, moeten daartoe met de kernstad worden verbonden via frequent en hoogwaardig openbaar vervoer, vervolgens dienen deze suburbane gebieden te worden verdicht. “Not everyone wants to live in a city center, and the suburbs are not about to disappear. But at the same time, we cannot facilitate economic recovery by continuing our outward expansion, gobbling up more and more land to build more housing developments.” Zou de volgende Minister van Ruimtelijke Ordening en Milieu zo’n boodschap afgeven, in plaats van Nederland alleen maar mooier te willen maken, dan was er in dit land veel gewonnen.

Tagged with: