Geletterde steden

On 31 mei 2010, in economie, by Zef Hemel

Gelezen op The Atlantic.com van 28 mei 2010:

We hebben het over krachtige steden. Dirk van der Woude wees me erop naar aanleiding van mijn item over het imago van steden (item: Genieten). In The Atlantic verscheen dezer dagen een artikel over het meten van menselijk kapitaal in steden, ook wel gekscherend Jane Jacobs-externaliteiten genaamd. Doorgaans gebeurt dat meten door het tellen van het aandeel academici in een stad. Die maat is op zichzelf al veelzeggend. De maat die The Atlantic aanhaalt is die van Rob Pitingolo. Die meet niet het aantal academici op de totale populatie van een stad, maar de dichtheid van academici per vierkante kilometer. Dit doet hij per stad en per stedelijke regio. Zo’n maat zegt veel meer: hoe dichter opeengepakt de academici zitten, hoe groter de interactie van geletterde stedelingen in een bepaalde stad.Voor de 50 grootste steden van de Verenigde Staten komt Pitingolo tot een ranglijst waar San Francisco en New York helemaal bovenaan prijken. Daarna volgen Boston, Washington, Seattle en Chicago. High Tech-steden als Austin en Raleigh doen het helemaal niet zo goed, die staan ergens in het midden. Onderaan bungelen New Orleans, Nashville, Birmingham, Jacksonville and Oklahoma City. In die laatste steden is de dichtheid academici in de buurgemeenten hoger dan in de kernstad. Pitingolo noemt dat zorgwekkend. Hij duidt het verschijnsel aan als ‘’human capital sprawl’’. Intellectuele reflectie werkt alleen als academici dicht opeengepakt in de kernstad wonen. “Metro areas need strong central cities and strong central cities need a lot of smart people.”

Wie zou niet zo’n statistiek wel eens toegepast willen zien op Nederland? Welke stad denkt u dat bovenaan de lijst zal prijken? Universiteitssteden als Leiden, Utrecht, Groningen en Delft zullen zeker hoog eindigen, maar daar woont een groot deel van de academici in de dure buurgemeenten. Amsterdam – daaraan hoeft toch nauwelijks te worden getwijfeld – zal glansrijk winnen. Niet dat ik chauvinistisch wil zijn. Helemaal niet. Het is alleen de erkenning dat we in Amsterdam iets unieks aantreffen waar we in Nederland heel zuinig op moeten zijn. Anders is het straks ook nog weg. Dan is er helemaal niets meer in Nederland aanwezig wat de moeite waard is.

Tagged with:
 

Meer van hetzelfde?

On 30 mei 2010, in economie, internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in The Great Reset (2010) van Richard Florida:

Wat een leuk boek heeft Richard Florida weer geschreven! Iedereen die de Hollandse verkiezingsstrijd beu is vanwege de muggezifterij, de leegheid van het debat en het landjepik om niks, moet het lezen. De Nederlandse politiek gaat echt nergens meer over. Nee, dan ‘’The Great Reset’’! Geniaal natuurlijk om de huidige crisis te vergelijken met die van 1870. Juist in crisistijd gaan de zaken grondig verschuiven, dan wordt alles vloeibaar. Nieuwe steden zullen opkomen, andere steden zullen wegzakken (heeft u ook de recente Randstadmonitor gelezen? We zijn opnieuw op de lijstjes gezakt). Florida is voorzichtig, maar hij durft wel voorspellingen te doen. Zo zal New York fier overeind blijven. Die stad heeft zo’n diverse economie. De suburbanisatie, kunstmatig aangewakkerd door krankzinnige hypotheekrenteconstructies, zal opdrogen. Steden die grote stromen immigranten aantrekken zullen flink terrein winnen. Jonge mensen zullen in veel grotere aantallen de steden opzoeken waar de kansen liggen. Mensen zullen minder vastgoed en auto’s kopen en hun huizen volstouwen met spullen zoals ze de afgelopen vijftien jaar hebben gedaan, maar onderwijs genieten en steeds meer hoogwaardige diensten kopen. Hogesnelheidstreinen hebben de toekomst, niet de auto’s. Het onderwijs wordt nóg belangrijker. De banen in de dienstensector zullen, net als die in de industrie, hoogwaardiger worden en beter betaald. Niet zozeer mechanisatie, maar creativiteit zal de dienstverlening naar een hoger niveau tillen. Het onderwijs moet niet op traditionele kennisvermeerdering en wetenschappelijk onderzoek worden gericht (dat is de weg terug volgen), maar op improvisatie, verbreding en creatieve bewustwording. Steden die hierin achterblijven, zullen verliezen. Steden die hierin vooroplopen zullen winnen.

Ik moest meteen denken aan een opmerking van een oud-wethouder van Den Haag, afgelopen week. Hij voorspelde ten overstaan van een gezelschap ontwikkelaars en ambtenaren méér suburbanisatie en nog véél meer groei van het autobezit in Nederland. Sommige mensen weigeren hardnekkig de crisis te doorgronden. Ze denken dat alles bij hetzelfde blijft. Voor hen bestaat er hoogstens méér van hetzelfde.

Tagged with:
 

Sloopagenda

On 30 mei 2010, in wonen, by Zef Hemel

Gehoord tijdens Breed Beraad over de toekomst van de volkshuivesting op 28 en 29 mei 2010 te Rotterdam:

Het Breed Beraad van het Forum voor Stedelijke Vernieuwing van afgelopen weekeinde was gewijd aan de toekomst van de volkshuisvesting in ons land. Met de brede heroverweging van het rijk op komst, waarbij er uit een totaalpakket van 30 miljard op de woonagenda liefst 2 tot 4 miljard euro per jaar zal worden bezuinigd, was er alle aanleiding om de sector gemotiveerd te krijgen om bij elkaar te komen. En vele aanwezigen repten van andere bijeenkomsten eerder in de week, dus men vergadert  druk en iedereen lijkt geagiteerd. Geen wonder dat het gesprek hoofdzakelijk ging over geld, veel geld. “"Wie gaat er met de creditcard van wie de rekening straks betalen?”, vatte iemand in de zaal de strekking van het gesprek samen. Het zal niet verbazen dat de werkelijke opgave van de volkshuisvesting nauwelijks ter sprake kwam. Even nog, op de zaterdagochtend, werd weinig geinspireerd snel even een ‘’verhaal’’ gemaakt dat de formateurs van het kabinet ertoe zou moeten bewegen clementie te tonen met de sector. Het geld is nodig voor duurzaamheid want om woningen te isoleren. En verder zou er geld nodig zijn om in de krimpgebieden leegstaande woningen te slopen. Mind you! ‘s Lands volkshuisvestingsagenda blijkt een woningsloopprogramma!

Iedereen leek het erover eens dat het volkshuisvestingsbeleid moet worden geregionaliseerd. De woningmarkt in Amsterdam verschilt teveel van die in het noorden, het oosten en het zuiden van het land. Zelfs de problematiek in de Zuidvleugel van de Randstad (krimp) wijkt sterk af van die in de groeigebieden van Groot-Amsterdam en Utrecht. Maar een aanwezig lid van de Tweede Kamer geloofde niet dat zijn collega’s dit zullen laten gebeuren en de aanwezige rijksambtenaren dachten dat er via een MIRT-systematiek van rijkszijde voldoende regionale differentiatie gemaakt kan worden. Quod non. Gelukkig pleitten velen voor een verruiming van het lokale belastingregime, ten koste van dat van het rijk. En een gedeputeerde klaagde nog over de chronische bemoeizucht van het rijk. De voorzitter kende uit eigen ervaring absurde voorbeelden van detailvragen van kamerleden rond lokale kwesties die de Kamer helemaal niet zouden moeten interesseren. Men moest er wel om lachen. Het argument dat als zaken te complex worden, je ze op een lager schaalniveau moet proberen op te lossen, werd genegeerd. Men keek neer op de gemeenten. Sterker, iedereen dacht dat als je de gemeenteambtenaren er maar uit werkt, alles veel eenvoudiger zal worden. Echt geïnteresseerd in de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van Nederland en de opgave daarbinnen van de volkshuisvesting was men niet. Als er maar geld voor de sector overblijft. Om woningen te slopen.

Tagged with:
 

krimpende steden

On 30 mei 2010, in regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord op 27 mei 2010 bij Amvest in Amsterdam Zuidoost:

Econoom Gerard Marlet was een van de gasten bij Amvest afgelopen donderdag. Zijn verhaal ging over krimp, het onderwerp van de nieuwste Atlas van Gemeenten. Dit vergt uitleg. Hoewel de Atlas de titel draagt van ‘’De Aantrekkelijke Stad’’, gaat hij in werkelijkheid over krimpende steden. Laat ik er dit van zeggen: het was een fascinerende presentatie. Hoewel ik de Atlas vooraf had geraadpleegd (met dank aan Bob van der Zande), had ik me niet gerealiseerd dat krimp het werkelijke onderwerp van studie was. Marlet heeft de theorie van Ed Glaeser rond ‘’Consumer Cities’’ (2001) vertaald naar de Nederlandse situatie. Welke stad hier te lande wordt nu echt aantrekkelijk gevonden door mensen? Welke criteria spelen daarbij een rol? Vervolgens heeft hij de Nederlandse gemeenten getoetst aan deze criteria. In Nederland zijn deze: veiligheid (15%), bereikbaarheid van banen (28%), nabijheid van natuur (18%), historische binnenstad (6%), voetbal (5%), podiumkunsten (16%), culinair (7%) en kwaliteit van de woningvoorraad (5%). Wat bleek? Amsterdam is veruit de aantrekkelijkste stad van Nederland. Daarna volgt Utrecht. Ook Den Bosch doet het goed. Almere staat onderaan. De stelling van Marlet luidt dat de groei van steden uit het verleden geen voorspeller is van die in de toekomst. Maar hij beseft ook dat het ruimtelijke spreidingsbeleid uit Den Haag geen rekening houdt met wat de burgers vinden. Terwijl Almere de slechtste woningmarkt heeft van Nederland, moeten uitgerekend daar de meeste woningen worden gebouwd.

 

Voor de werknemers van Amvest, aanwezig in de zaal, was dat geen leuk bericht. Amvest heeft juist de kustzone van Almere gekocht en wil er een fors aantal woningen gaan bouwen. Marlet had een lichtpuntje: als het kabinet snel tot een IJmeerverbinding zou besluiten zullen veel banen in Amsterdam bereikbaar worden en verbetert de score van Almere aanzienlijk. Echter, de besluitvorming over de aanleg van de IJmeerlijn heeft het kabinet onlangs weer twee jaar naar achteren geschoven en sowieso afhankelijk gesteld van de bouw van nog eens 60.000 woningen in nota bene de slechtste woningmarkt van Nederland. Als de IJmeerlijn dus al wordt gebouwd, dan zal tegen de tijd dat deze gereedkomt opnieuw heel Almere in de file staan! Immers, dan is het inwonertal van de stad verdubbeld.

Tagged with:
 

Geef stedelijke regio’s meer macht

On 26 mei 2010, in politiek, by Zef Hemel
Gelezen in ‘Inspiring Space’ nummer 4 mei 2010:
 
Gisteravond sprak Jozias van Aartsen, burgemeester van Den Haag, op de jaarlijkse bestuursvergadering van het Forum voor Stedelijke Vernieuwing over de G4. Hij wees op het belang van gemeenten in dit land en refereerde daarbij aan ‘De Eerste Overheid’, een stuk van de VNG waaraan hij had meegewerkt. Hem viel het op hoe de rijksoverheid zichzelf afficheert als eerste en enige overheid, en de gemeenten – ook de grote steden – met dedain bejegent. De gedecentraliseerde eenheidsstaat raakt steeds verder gecentraliseerd. Dit illustreerde hij onder andere aan de hand van de voornemens tot bezuiniging van het kabinet. Vooral de gemeenten moeten het daarbij ontgelden. Dit vond hij geen goede ontwikkeling. Op een gegeven moment kwam de Minister van Buitenlandse Zaken weer in hem naar boven toen hij fijntjes erop wees dat de regering in Den Haag liever tot in detail de gemeenten voorschrijft wat te doen en hoe te handelen, dan in Brussel ervoor te zorgen dat Nederland meespeelt in het internationale veld. Europa laat de rijksoverheid helemaal liggen, hoe goed de Permanente Vertegenwoordigers in Brussel ook hun werk doen. Hij vertelde over gesprekken tussen de wethouders van Den Haag en Rotterdam om samenwerkingsconstructies te verkennen. Hij toonde zich voorstander van de vorming van grotere gemeenten, maar vroeg zich tegelijk af of daarmee de centralisatietrend zal worden gekeerd.
 
Zijn verhaal herinnerde me aan het interview met emeritus-hoogleraar Rob van Engelsdorp Gastelaars in een recent nummer van glossy Inspiring Space, een uitgave van AM. Dat is het spiegelbeeld van hetgeen Van Aartsen te berde bracht. Op het eind van het interview schetst van Engelsdorp Gastelaars het brede perspectief als hij kritiek uit op de wijze waarop wij in Nederland het begrip stedelijkheid aanvliegen. "In andere landen heeft men het al geruime tijd over de grootstedelijke agglomeratie als geheel, het daily urban system in vaktermen. Binnen zo’n agglomeratie is er een variatie aan grootstedelijke en meer suburbane milieus. Kijk naar Brussel, Parijs en Londen. Wij hebben daarentegen de neiging alles binnen de grenzen van gemeenten te bekijken. Maar het Gooi, Abcoude en Bloemendaal moet je echt bij Amsterdam tellen! Almere, Amstelveen: het wordt op den duur vanzelf allemaal Amsterdam. We kunnen hier met gemak een stad van drie miljoen inwoners maken, maar dan moet je bijvoorbeeld wel flink investeren in het regionale openbaar vervoerssysteem. Leg die metro dus maar aan door het IJmeer. Op dat schaalniveau moeten we planologie gaan bedrijven. Geef regio’s ook meer macht; zij hebben de sleutel voor meer differentiatie in handen." Ik denk inderdaad dat Amsterdam als eerste deze stap kan zetten. Maar dan moet de centralisatietendens in het Haagse wel worden gekeerd.
Tagged with:
 

Genieten

On 26 mei 2010, in citymarketing, by Zef Hemel

Gelezen in Binnenlands Bestuur van 21 mei 2010:

Afgelopen week publiceerde Binnenlands Bestuur de uitkomsten van een onderzoek naar de uitstraling van de vijftig grootste steden van Nederland. Meer dan duizend burgers en tweehonderd ondernemers werden gevraagd naar welke stad in Nederland ze op welk aspect het aantrekkelijkst vonden. Het betrof een grootschalig imago-onderzoek, uitgevoerd door TNS Nipo. Op vrijwel alle terreinen scoorde Amsterdam het beste, zowel bij kunst, cultuur, sport als onderwijs en eigenlijk, aldus Binnenlands Bestuur, stond Amsterdam bovenaan als het gaat om "alle geneugten des levens". En dat alles ondanks het gekrakeel in de pers om de Noord-Zuidlijn, het Rijksmuseum, de jarenlange verbouwing van het Centraal Station, het geschimp in de richting van Job Cohen. Fascinerend. En fascinerend ook hoe fraai dit lijstje spoort met de recent verschenen Atlas van Gemeenten van Gerard Marlet, getiteld ‘De Aantrekkelijke Stad’. Kijkt u rustig even mee:

Top 10 steden met meeste uitstraling

voor burgers:

 

voor ondernemers:

1. Amsterdam

2. Rotterdam

3. Almere

4. Maastricht

5. Groningen

6. Utrecht

7. Eindhoven

8. Den Haag

9. Apeldoorn

10. Leiden

 

1. Amsterdam

2. Rotterdam

3. Almere

4. Den Haag

5. Alkmaar

6. Amersfoort

7. Utrecht

8. Maastricht

9. Zwolle

10. Amstelveen

Opvallend is dat Amsterdam ook bij ondernemers er buitengewoon goed opstaat. Dat zou ik niet direct verwacht hebben, maar het verklaart wel waarom zoveel bedrijven hun hoofdvestiging naar Amsterdam verplaatsen. Het wordt helemaal leuk als metropolitaan gekeken wordt en ook Almere, Alkmaar en Amstelveen bij de Metropool Amsterdam gerekend worden. Met Utrecht en Amersfoort er ook nog eens bij ontstaat het herkenbare beeld van een zeer gunstig bevonden situatie in het noordelijke deel van de Randstad. Niet alleen in de harde cijfers, maar ook in de beeldvorming zie je dus hetzelfde patroon. Meer algemeen ten slotte valt op hoe gunstig zowel burgers als ondernemers de grote steden waarderen, want Rotterdam, Den Haag en Utrecht volgen Amsterdam op de voet. Dat is wel eens anders geweest.
Tagged with:
 

Voltooid

On 26 mei 2010, in internationaal, by Zef Hemel
Gelezen in ‘Dubai. The Story of the World’s Fastest City’ (2010) van Jim Krane:
 
De stichting van een stad begint altijd met een cadeautje van de natuur. In het geval van Dubai is dat niet olie, maar zijn het parels. Ik las het in Jim Krane’s nieuwste boek over Dubai. Lange tijd leefden de inwoners van het woestijnstadje Dubai van de parelvangst. Totdat parels industrieel werden gekweekt. Toen was het voorbij. Op de olie moest het sjeikdom aan de Perzische Golf nog relatief lang wachten (tot 1966) en eigenlijk wordt er helemaal niet zoveel olie in Dubai gewonnen. Buursjeikdom Abu Dabi overtreft in dat opzicht Dubai vele malen. De bouw van de metropool is een weloverwogen keuze, waarbij de olieopbrengsten natuurlijk wel hebben geholpen, maar Krane laat mooi zien dat andere oliestaatjes – ook Abu Dabi – die keuze niet hebben gemaakt en zijn gaan potverteren. Dubai dus niet. Sjeik Rashid, een liefhebber van grote steden, kwam aan de macht in 1958 en begon direct met investeren in het dan nog slaperige stadje van amper 30.000 inwoners. Eerst groef hij een haven, toen een vliegveld, daarna stichtte hij met hulp van eeb Brit een luchtvaartmaatschappij: Emirates. Tot 2004 heeft hij de ontwikkeling van Dubai met groot inzicht geleid. Het is, als je het zo leest, een indrukwekkende, bijna persoonlijke geschiedenis.
 
Kom er in Nederland eens om. Stel, je investeert vanaf heden alle aardgasbaten consequent in metropoolvorming. Over dertig jaar heb je een echte metropool die zich kan meten met vele aantrekkelijke grote steden in de rest van de wereld. Dat kan je dan geen weggegooid geld noemen. Maar gebeuren zal het niet. Waarom niet? Dat is een interessante gedachtenoefening. Die zal ons veel over onze nationale psyche vertellen en zal verklaren waarom het met dit land alleen maar slechter kan gaan. Het nationale project is hier voltooid. We gaan het hebben over bezuinigen. En wachten tot het water komt.
Tagged with:
 

Vreemd

On 20 mei 2010, in internationaal, by Zef Hemel
Gelezen in Hollandblad nr 6. 2010:
 
James Kennedy is Amerikaans historicus en hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij woont in Amersfoort. Hollandblad, het tijdschrift van de Vereniging Deltametropool, interviewde hem over de Randstad, in het bijzonder over de angst voor de metropool. Nu is de Randstad natuurlijk geen metropool. Het is gewoon een conglomeraat steden in het westen van Nederland. Dat vindt de Amerikaan Kennedy gelukkig ook. Of beter, hij noemt de Randstad "een metropool tegen wil en dank." Maar ook: "een fysieke metropool is het zeker niet". En daarin heeft hij natuurlijk gelijk. "Nergens is een compromisloze clustering van talent, geld en excentrieke cultuur. Alles is hier een beetje half. (…) Nederland is vooral vlak in dat opzicht." Dat komt vooral, zegt hij, doordat in dat vlakke Nederland de angst voor de grote stad is ingebakken in de cultuur. "In Nederland zijn die anti stedelijke sentimenten altijd heel groot geweest." Elders omschrijft hij fraai de kwaliteiten van de metropool als fenomeen: "Er wordt een gelegenheid geschapen om afzondering te zoeken en anders te zijn, en daarin elkaar op te zoeken. De metropool is een vrij kader, een verzameling van mogelijkheden om te vluchten uit de rest van de samenleving."
 
Zeker, als je als Amerikaan uit Illinois komt en je vergelijkt het leven in Chicago met dat in de rest van de staat Illinois, dan is Chicago een ‘vrij kader’, een plek om naar te vluchten als je vrijheid zoekt. De Randstad biedt die mogelijkheid dus niet. Als je uit het provinciaalse Nederland wilt vluchten, dan kun je hier nergens heen en moet je wel de grens over, naar het buitenland. De enige plek waar het nog een beetje kan is Amsterdam, lijkt mij. Maar de in Amersfoort woonachtige Kennedy noemt Amsterdam niet. Even vermoed je dat hij Amsterdam typeert waar hij New York beschrijft: "Een New Yorker kan zonder de rest van de wereld. Hij kan alles in zijn eigen stad doen. Natuurlijk kijkt de New Yorker naar wat er gebeurt in Shanghai, Hong Kong, Londen. Maar hij houdt zich niet bezig met wat er in de directe omgeving gebeurt." Van dat gedrag worden Amsterdammers ook beticht. Echter, hier en trouwens in het hele interview komt Amsterdam niet voor. Vreemd is dat.
Tagged with:
 

Particulier initiatief

On 19 mei 2010, in wonen, by Zef Hemel
Gehoord op 18 mei 2010 in Pakhuis De Zwijger:
 
Terwijl de wethouder in het centrum van de stad een avond van het Milieucentrum Amsterdam over de structuurvisie bijwoonde, organiseerde de Cultuurfabriek in Pakhuis De Zwijger een bijeenkomst over Onderzoekslab Vrijstaat: particulier initiatief. Het betrof editie 24 van Talk of de Town. Ruben Maes zat de avond voor. Aanwezig waren zo’n veertigtal belangstellenden, meest geïnteresseerd in zelfbouw en processen van onderop. Na een uitleg van Eric Frijters, architect en mentor van het Onderzoekslab, over de inhoud en het proces van het lab luisterden we naar Hans Vermeulen van DUS architecten en de welbekende Eva de Klerk van Kunstenstad NDSM. Frijters kon nog niets laten zien. De presentatie van Vermeulen betrof, zoals altijd bij architectenbureaus, een overzicht van eigen werk. Daaruit kwam een uitgesproken maatschappelijke belangstelling naar voren. In plaats van ‘Plan the City’ stelde hij ‘Play the City’ voor. Het was mooi conceptueel werk, wat sterk herinnerde aan Nederlands architectenwerk uit de tweede helft van de jaren negentig, nu met een romantisch terugverlangen naar eenvoud en zinspelend op de chaostheorie (zoals een pleidooi voor enkele simpele spelregels voor de stedenbouw die spontaniteit in goede banen leiden). Wat me nog het meeste bijstond was de zoektocht naar het vormgeven van ruimtes waar mensen elkaar ongedwongen ontmoeten en met elkaar delibereren. Fraai vormgegeven allemaal.
 
Moeizaam verliep het gesprek over die nieuwe vorm van planning. De discussie richtte zich al snel op zelfbouw. Waarom is er in Amsterdam niet meer ruimte voor particulier initiatief? Maes wilde de belemmeringen weten. Wat houdt ons tegen? Er sprak ongeduld uit. Zijn het de vergeven grondposities van woningcorporaties en ontwikkelaars? Zijn er belemmeringen in het financiële? Is er wel een markt voor? Kun je met zelfbouw wel voldoende dicht en stedelijk bouwen? Toen ik zei dat het onderwerp in geen enkel verkiezingsprogramma werd aangestipt en nergens in het Amsterdamse collegeprogramma voorkomt, werd het eerst stil. Gut, daar had niemand aan gedacht. Politiek leeft het kennelijk niet. Maar de wethouder wil toch 50 procent van de nieuwbouw op IJburg tweede fase in zelfbouw realiseren?, reageerde iemand. Ja, als IJburg fase 2 ooit wordt gebouwd. En inderdaad, daar zijn de grondosities nog niet vergeven. Waarna vanuit de zaal werd gewezen op het komende afsprakenkader tussen gemeente en woningcorporaties over de bouwproductie in de stad de komende vier jaren. Zouden we daar niet iets voor de burgers in kunnen regelen? Organiseer een fringe meeting, suggereerde Maes, waarbij bestuurders kennis kunnen maken met zelfbouwinitiatieven. Is dit iets voor de gemeente om te organiseren? Of mogen we hopen op particulier initiatief?
Tagged with:
 

Creative Metropoles

On 18 mei 2010, in economie, by Zef Hemel
Gelezen in de Volkskrant van 25 januari 2010:
 
Vandaag hadden we een boeiende bespreking van deel 1 van ‘Creative Metropoles’, een internationaal vergelijkend onderzoek naar stedelijk beleid voor de culturele en creatieve industrie in elf Europese steden, waaronder Amsterdam. Het is, althans voor mij, altijd weer moeilijk om in dit soort kwesties in algemeenheden te spreken. De parallellen met ouderwets industriebeleid en traditioneel economisch stimuleringsbeleid zijn voor de hand liggend en snel gemaakt, maar ze zijn volstrekt ongepast. Dat we niet met een traditionele economische tak van sport te maken hebben, moet toch duidelijk zijn. Maar steeds weer begaat iedereen weer dezelfde fout. Een groot deel van het gesprek ging dan ook over legitimering van het beleid en de noodzaak de omvang van de ’sector’, de toegevoegde waarde en de betekenis voor de onderkant van de arbeidsmarkt aan te geven. Vergeefse moeite allemaal. Als je de betekenis ervan niet begrijpt, helpt geen lieve moeder je.
 
Neem het voorbeeld van Jan Taminiau. Taminiau is modeontwerper, die gericht is op maatwerk. Zijn bedrijfje bestaat, naast hemzelf, uit drie mensen. Daarnaast is hij voor het naaiwerk afhankelijk van freelance specialisten. Voor een show is het extra druk; dan zitten zeker acht vrouwen in zijn kantoor gebogen over borduurramen, want bijna ieder stuk uit de nieuwe collectie wordt versierd met pailletten. Vorig jaar verkocht hij dertig outfits, hoofdzakelijk avondjurken en zakenpakjes. Dat is niet veel. Maar ondertussen toont hij zijn collectie wel in Parijs, tijdens de coutureweek, alweer voor de vijfde keer, en draagt prinses Maxima zijn kleding. Zijn bedrijfpand dateert uit 1601 en staat op de Amsterdamse Wallen. Hij trok erin dankzij Red Light Fashion, de actie van de gemeente Amsterdam om vrijkomende wallenpanden als gevolg van de schoonmaakacties tijdelijk aan ondernemers in de culturele en creatieve industrie te verhuren. Met succes. Inmiddels heeft Taminiau het pand officieel gehuurd. "Mijn klanten vinden het geen probleem om hier te komen," laat hij in de Volkskrant weten. Zo’n jonge topondernemer werkt nu vanuit Amsterdam, op de Wallen, mede dankzij een onorthodoxe huisvestingsactie van de gemeente. Zo’n type beleid onttrekt zich aan elke officiële categorie, maar werkt uitstekend. Het bedrijf is klein, maar het werk is arbeidsintensief, met een zeer hoge toegevoegde waarde. Zijn aanwezigheid straalt af op Amsterdam en doet de stad internationaal stijgen in aanzien. En dat alles dankzij een bescheiden inspanning van de gemeente. Legitimering overbodig, zou ik zeggen. Of toch maar niet doen?
Tagged with: