Occidental City

On 27 april 2010, in filosofie, by Zef Hemel
Gelezen in ‘Occidentalism. The West in the Eyes of its Enemies’ (2004) van Ian Buruma en Avishai Margalit:
 
Het ligt voor de hand. De nieuwe TV-tower in Gouangzhou, 600 meter hoog, doet denken aan de toren van Babel. Buruma en Margalit schrijven over het thema in hun opmerkelijke boek over ‘The West in the Eyes of its Enemies’. De aanleiding voor het schrijven ervan was de aanslag op de Twin Towers in New York in september 2001. Beide auteurs zoeken een verklaring voor de haatgevoelens die met deze aanslag in verband kunnen worden gebracht. Alleen maar stellen dat Moslims het Westen haten en dat het WTC van New York symbool stond voor datzelfde Westen is hen niet genoeg. Er is meer aan de hand. Zo komen ze op het algemene verschijnsel van het ‘Occidentalisme’: de bijna tijdloze afkeer van het Westen in de wereld. Met de islam zelf heeft het allemaal niet zoveel te maken. Al concentreren ze zich op de afgelopen tweehonderd jaar, aan het begin van het eerste hoofdstuk, over de ‘Occidental City’, gaan de auteurs terug tot het legendarische Bijbelse verhaal over de toren van Babel en veralgemeniseren dit. "Whenever men have built great cities, the fear of vengeance, wreaked by God, or King Kong, or Godzilla, or the barbarians at the city gates, has haunted them. Since ancient times, humans have lived in terror of being punished for their effrontery in challenging the gods, by stealing fire, or gaining too much knowledge, or creating too much wealth, or building towers that reach for the skies." De handelsstad is verderfelijk en gevaarlijk, "soullessness is seen as a consequence of metropolitan hubris." Er kan maar één soort stad bestaan: de religieuze stad. Alle andere steden moeten te gronde worden gericht.
 
Vorig jaar vertoonden we in de huiskamer van de Dienst Ruimtelijke Ordening een reeks filmfragmenten over instortende metropolen. Vooral New York bleek favoriet. Talloze malen is deze klassieke metropool in speelfilms in vlammen opgegaan, onder water gelopen, door virussen, monsters of buitenaardse wezens aangevallen, ingesneeuwd dan wel ingevroren. De wolkenkrabbers bleken een dankbaar decor. Ze stortten maar al te graag in. Filmisch was het zeker, en de boodschap erachter was eigenlijk steeds dezelfde: rijkdom, welvaart, exuberantie, verspilling, immoraliteit, ze moeten op voorspraak van God worden bestraft. Niet de islam, maar de afkeer van de metropool ligt aan de basis van de hedendaagse haatgevoelens in de wereld.
Tagged with:
 

Extravagant

On 26 april 2010, in stedenbouw, by Zef Hemel
Gehoord op Bakkum op 25 april 2010:
 
Afgelopen weekeinde sprak ik mijn broer en schoonzus, beiden architect. Met hun Amsterdamse bureau Information Based Architecture (IBA) hebben ze destijds, in een samenwerking met ARUP London, de prijsvraag gewonnen voor de nieuwe TV-toren in Guangzhou, China. Nu, zes jaar later, is de toren zo goed als gereed. Hoogte: 600 meter.
Mark vertelde hoe aan de overzijde van de rivier een tijdelijk stadion voor de Spelen wordt gebouwd. Vanuit het stadion kijk je straks voortdurend op de toren. Missen kan je hem niet. Dit najaar worden de Asian Games gehouden in de Zuid-Chinese metropool en dan wordt de toren officieel geopend. Ik vertelde hem over de toren die de Indiase kunstenaar Amish Kapur wil bouwen in Londen voor de Olympische Spelen in 2012. Ook dat betreft een samenwerking met ARUP in Londen en komt pal naast het stadion te staan.
Als je de twee torens met elkaar vergelijkt, ontstaat er een komische situatie. Waar de toren van IBA getordeerd naar de hemel reikt, als was het een elegante vaas, daar kronkelt de toren van Kapur dwaas naar boven en weer naar beneden, als een wild dier of buitenaards monster.
 
Het roept de vraag op waarom steden zulke vreemde torens willen bouwen. Gustave Eiffel is er ooit mee begonnen, ik weet het. Die Eiffeltoren in Parijs was een dwaasheid, maar hij staat er nog steeds. Wereldtentoonstellingen en Olympische Spelen vragen kennelijk om dit soort vreemdsoortige creaties. Maar waarom willen steden dergelijke krankzinnige evenementen organiseren? Wat zei Peter Sloterdijk ook alweer over de stad tijdens die gedenkwaardige bijeenkomst van het Forum voor Stedelijke Vernieuwing in Amsterdam? De stad is een oord van verspilling en extravagantie. Zonder spilzucht is ze geen echte stad.
 
Tagged with:
 

Detective

On 25 april 2010, in planningtheorie, by Zef Hemel
Gehoord in de Zuiderkerk op 23 april 2010:
Vrijdagavond was de aftrap van de A-labs, de Amsterdam Labs. Het zijn labs die zijn voortgekomen uit de Vrijstaat Amsterdam. Dit ene lab is tevens Onderzoekslab van de Rijksbouwmeester, Liesbeth van der Pol. Zo’n vijftig mensen hadden zich op uitnodiging van de Dienst Ruimtelijke Ordening in de Zuiderkerk verzameld om te praten over de ontwikkeling van de Oostelijke Eilanden (Kattenburg, Wittenburg, Oostenburg). Ook was er pers aanwezig. Het geheel werd gefilmd en gefotografeerd. Iedereen die er was voelde zich betrokken bij het gebied. Drie groepen werden ter plekke gevormd. Aan tafels zat iedere groep gebogen over een luchtfoto van het gebied. Vervolgens begonnen mensen hun eigen verhalen te vertellen. Aan mijn tafel ontwikkelde zich een fascinerend gesprek, door Toine van Goethem, supervisor Zuidelijke IJ-oevers, ontspannen geleid. Sommigen spraken over hun dagelijkse fietsroute, over bruggetjes, over lastig te nemen stoepen. Met de bestuurders van de twee haventjes spraken we over het varen over het water en de stille wensen van de eigenaren van de bootjes. We vroegen ons af waarom er geen kroegen meer op de eilanden waren en de meesten verlangden naar een uitspanning ergens aan of in het water. Weemoed vanwege de verdwenen volkse sfeer (een soort van Jordaan was het tot na de oorlog geweest) werd weggewuifd en maakte plaats voor tevredenheid over de ervoor in de plaats gekomen woonkwaliteit. De boel weer afbreken en er een soort Borneo Sporenburg voor terug bouwen? Niet doen, zeiden de betrokkenen. Trouwens, is Borneo Sporenburg dan zo levendig?, schamperde iemand. De afwezigheid van groen werd niet betreurd. Wel misten veel mensen de winkels. Er is alleen een povere Albert Heijn op Wittenburg. En dat terwijl er aan de andere kant van het spoor zoveel nieuwe woningen zijn bijgebouwd. Maar iedereen die daar – aan de Piet Hein Kade – woont, gaat winkelen in Brazilië. De Dappermarkt is gelukkig dichtbij. Met een milde blik beschouwden de bewoners en kenners het gebied. Het was er goed toeven. Hier en daar iets afbreken en de dichtheid iets opvoeren mocht wel.
 
Wat ik niet wist, is dat er langs de Nieuw Vaart ooit heel veel winkels zijn geweest. Die zijn niet weggekwijnd, nee die zijn ooit door distributieplanologisch ingrijpen van gemeentewege heel bewust wegbestemd. Dat vertelde Hilde de Boer, hoofd stedenbouw van stadsdeel Centrum. Er is een tijd geweest dat planners winkels wilden concentreren in winkelcentra. Vandaar. Langs de linten hadden winkels volgens de distributieplanologen geen toekomst. Dus weg ermee, voordat het te laat is.
Waarop we ons de vraag stelden hoe we die winkels weer in het lint terug kunnen krijgen. Hoe? We vragen het de volgende keer, aan eigenaar Frank van Frank’s Smoke House. Hij zit er nog. Met de beste gerookte vis van Amsterdam. Die gaan we uitnodigen. Stadsontwikkeling als detective.
 
 
Tagged with:
 

Tourist gaze

On 25 april 2010, in citymarketing, by Zef Hemel
Gehoord op 18 april in Buren:
 
Pauline woont in de Nieuwmarktbuurt in Amsterdam. Ze heeft er al jaren een appartement in de schaduw van het Scheepvaarthuis. Afgelopen weekeinde ontmoette ik haar in de Betuwe, bij het schilderen van een historische boerderij aan de Linge. Die boerderij is van vrienden. Niet dat dat er hier veel toe doet. Pauline vertelde me over de Nieuwmarkt. Dat krijg je tijdens het schilderen: dat je het met elkaar over van alles hebt. Ze was zeer te spreken over de ontwikkelingen op en rond de Nieuwmarkt. Ik dacht dat ze het over de ‘1012′-acties had (de gemeentelijke schoonveegactie van de Wallen, ZH), maar dat bleek niet zo te zijn. Ze was opgetogen over het effect van de grote ‘I AMsterdam’-letters die op de Nieuwmarkt waren geplaatst. De dolende toeristen, zei ze, hadden sindsdien eindelijk een bestemming. Sinds die grote letters er stonden waren ze erin gaan klauteren, ervoor gaan poseren, elkaar fotograferen. Pauline was vooral te spreken over de doelgerichtheid van de toeristen, hun actieve houding, hun plezier. "Ja weet je," zei ze, "voordat die letters op het plein stonden doolden de toeristen wat verdwaasd en versufd rond. Daarna werden ze ineens vrolijk en lekker actief."
 
Pauline vond het jammer dat de gemeente de letters weer van het plein had verwijderd. Vanavond reed ik over de A10-Zuid. In een flits zag ik ze beneden me, op het plein aan de Zuidas, pontificaal staan. Maar daar komen helemaal geen toeristen, dacht ik. Vervolgens schoot het door me heen: zouden de buitenlandse zakenlieden ook ineens in de letters kruipen en elkaar gaan fotograferen? Ik ga het snel eens navragen.
Tagged with:
 
Gelezen in ‘The Frankfurt Rhine-Main region’ van Bodo Freund (2002):
 
Geograaf Freund noemt Frankfurt en omgeving de meest ‘Amerikaanse’ regio van Duitsland. Dat imago heeft de regio niet alleen te danken aan de vele hoogbouw in het centrum van de stad, maar ook aan het gespreide patroon van uiterst dunne verstedelijking, met talrijke suburbs, exurbs, edge cities, waarbij de rijken naar de voorsteden trekken, en ook veel bedrijven zich perifeer vestigen, waardoor er dagelijks enorme forensenstromen de snelwegen rond de stad verstoppen.
Frankfurt wordt bovendien gekenmerkt door een totaal gebrek aan regionale samenwerking. Ook dat is Amerikaans. Ooit was er een Umlandverband Frankfurt (1975-2001), opvolger van het in 1965 ingestelde Regionale Planungsgemeinschaft Untermain. Geen van beide functioneerde goed, laat staan leefde in de hoofden van de inwoners. Men denkt dat de kleine deelstaat Hessen er ook geen belang bij had. Wel produceerde de eerste een uiterst gedetailleerd regionaal plan, dat in 1985 in Duitsland veel publieke aandacht kreeg, maar dat al snel in schoonheid stierf. Ook splitste de verkeer- en vervoersorganisatie zich al snel af. Eerst de Frankfurter Verkehrsverbund, later, in 1995, de Rhein-Main Verkehrsverbund (RMV). Deze laatste was sindsdien redelijk succesvol. De RMV gaf de inwoners van de regio voor het eerst het gevoel dat ze een territoriale eenheid vormen (één dienstregeling, geschakelde netten enzovoort). Echter, aan de samenwerking kwam een einde door onenigheid over de wijze van afvalverwerking. Er waren twee afvalovens in de regio gevestigd. Toen er overcapaciteit ontstond waren veel gemeenten niet meer bereid om mee te betalen. Dat was het einde van de UVF.
Freund wijt de slechte samenwerking vooral aan de geschiedenis van het gebied. Frankfurt was altijd een Freie Reichsstadt en gedroeg zich ook zo. Vanaf 1866 werd ze ingelijfd bij Pruisen, dat haar zwaar onderdrukte door haar geen territiorale bevoegdheden te geven. Later raakte de stad vooral internationaal georiënteerd en sindsdien ziet ze de omringende gemeenten bijna arrogant over het hoofd. In samenwerking is ze niet geïnteresseerd. Tot 1866 en 1933 waren Darmstadt en Wiesbaden ook nog eens hoofdsteden van kleine ministaatjes, dus van samenwerking heeft geen van de steden kaas gegeten.
 
Ervoor in de plaats kwam een reeks van vrijwillige single issue-samenwerkingsverbanden. Vooral de economische regionale samenwerking gedijt sindsdien, daartoe aangespoord door de negen Kamers van Koophandel die in 1990 tot een alliantie fuseerden. Typisch Duits is het feit dat deze vrijwillige samenwerking door de wetgever mogelijk wordt gemaakt. Een regionaal parlement is niet meer nodig. De wet geldt zes jaar en is als experiment bedoeld. Zo hoopt de deelstaat Hessen meer bereidheid tot samenwerking in het gebied te krijgen. De raad (council, Kammer) is eerder een plek voor discussie en het doen van voorstellen, democratisch gelegitimeerd is ze niet. Velen vinden dat jammer, maar meer zit er gewoon niet in. Freund geeft de schuld aan de politici. Terwijl het bedrijfsleven oproept tot samenwerking, verdedigen de lokale politieke partijbozen krampachtig hun eigen territorium. "There is a widespread opinion that the hitherto good economic situation in the region has not yet engendered a sense of vulnerability and the need for common action, as in the cases of Hanover and Stuttgart."
Tagged with:
 

Superknoop

On 18 april 2010, in infrastructuur, internationaal, by Zef Hemel
 
Gezien in Frankfurt op 14 april 2010:

De luchthaven van Frankfurt is groot, groter dan Schiphol. Toch, wie de betrokkenen bij de luchthavenontwikkeling spreekt hoort steevast dat Amsterdam Airport in het denken over luchthavenontwikkeling voor de Duitsers het grote voorbeeld is. Men volgt de Amsterdammers op de voet. Ook Frankfurt spreekt tegenwoordig over een ‘Airportcity’ en een van de adviseurs is afkomstig van Schiphol. De Airrail terminal boven de snelweg en het HSL-spoor die binnenkort opent, is zo’n voorbeeld van kopieergedrag, al is de schaal veel groter (architectonisch is het trouwens ook een kopie, van het hoofdkantoor van ING aan de Amsterdamse Zuidas, ZH). Natuurlijk had het erin te vestigen Europese hoofdkantoor van KPMG in het centrum van Frankfurt moeten komen, maar, net als op Schiphol, rechtvaardigt men deze vestiging door te wijzen op het gegeven dat KPMG zich anders in Duitsland niet had gevestigd met zijn Europese hoofdkantoor – de verkeersknoop rond de luchthaven was het enige dat ze wilden. In Frankfurt zitten wilden ze niet.
Ondertussen bouwt de luchthaven driftig door aan haar derde baan. Het bosareaal dat ervoor heeft moeten wijken is aanzienlijk en de chemische fabriek die in de calamiteitenzone ligt moest worden aangekocht en zal de komende jaren worden ontmanteld. Kosten: 600 miljoen euro. Ondertussen wordt aan de zuidzijde van de luchthaven de grond geëgaliseerd voor een derde terminal, die naar verwachting in 2016 open zal gaan. Noordelijk wordt ‘Gateway Gardens’ ontwikkeld op de voormalige militaire basis van de Amerikanen. De uitbreiding is, kortom, indrukwekkend.
 
Van een klein militair vliegveld voor de Amerikaanse troepen, dat vanaf 1948 dienst doet als uitvalsbasis voor de luchtbrug op Berlijn, ontwikkelde de luchthaven van Frankfurt zich vanaf eind jaren vijftig tot burgerluchthaven. Dan kiest Lufthansa Frankfurt als haar thuishaven. Sindsdien groeit de luchthaven onstuimig. In de jaren tachtig wordt ze een van de Europese hubs in het wereldomspannende netwerk van Lufthansa en haar partners verenigd in Star Alliance. De aansluiting op het ICE-net is voorbeeldig. Zo vangt de hogesnelheidstrein alle vliegverkeer af dat binnen vier uur Frankfurt per spoor kan bereiken. Dat is niet mis. We hebben het over een gebied dat zich uitstrekt van Amsterdam tot Wenen en van Zürich tot Berlijn. De snelweg naar de Alpen passeert haar rakelings, het nabijgelegen Autobahnkreuz wijst naar Basel, Keulen, Hamburg en München. Eigenlijk hebben we hier te maken met een Europese superknoop. Deze luchthaven heeft niets meer met de stad Frankfurt te maken. Er is geen Zuidas, alleen een centrum. Verscholen in de uitgestrekte bossen groeit ze uit tot een stad in zichzelf. Dit wordt, anders dan Schiphol, een èchte Airportcity.
Tagged with:
 

Teutoons

On 16 april 2010, in internationaal, by Zef Hemel
Gezien in Frankfurt op 15 april 2010:
 
De nieuwbouw van de Europese Centrale Bank in Frankfurt komt te staan in Osthafen, op de noordelijke oever van de rivier de Main. Daartoe heeft de EU in al zijn wijsheid besloten. Het terrein van de voormalige markthallen van de Duitse handels- en bankenstad, gebouwd eind jaren twintig van de twintigste eeuw, bevindt zich op relatief grote afstand van het zogenaamde ‘Bankenviertel’, dat zich juist ontwikkelt bij het hoofdstation aan de westkant van het centrum. Dat viertel groeit ook nog eens in westelijke richting, naar het station en het Messegelände toe. De gekozen plek is dus vreemd. Het is door de EU gekozen puur vanwege de extreme eisen rond veiligheid. Het enorme gebouw zal worden afgeschermd van de rest van de stad met een groot park en hoge hekken. Door de grote afstand zal er geen contact zijn met het centrummilieu en de andere banken. En met de aanleg van een nieuwe brug over de Main wordt bovendien een directe aansluiting verkregen op de snelweg naar het vliegveld, waardoor de stad gemakkelijk vermeden kan worden. Bedenk daarbij dat het internationale personeel van de bank naar verwachting overwegend zal worden gehuisvest in dure dorpen en stadjes als Kronberg en Falkenstein aan de voet van het Taunusgebergte in het noorden (daar heeft zich nu al de internationale school gevestigd), en het beeld is compleet. Frankfurt zelf zal er weinig van profiteren.
 
Tegelijkertijd wordt er op het vliegveld van Frankfurt, acht kilometer buiten de stad, een reusachtige zeppelin gebouwd van 660 meter lengte. Architect: JSK te Frankfurt. Dit Airrail Center met kantoren en hotels komt boven de sporen van de ICE-treinen en naast de snelweg te zweven. Afgelopen week was ik er, gewapend met helm en veiligheidsjack, in verzeild geraakt en door Christoph Nebl, projectleider, rondgeleid. Het Europese hoofdkantoor van KPMG zal er zich binnenkort vestigen. Reden: pal naast het vliegveld en bovenop een van de grootste knopen in het Europese HSL-verkeer kun je er goed en efficiënt vergaderen. De stad Frankfurt vond het niet leuk, maar werd onder druk gezet met het argument dat het bedrijf anders niet voor Frankfurt zou kiezen. Overigens, 50.000 vierkante meter kantoorvloeroppervlak moet nog aan de man worden gebracht. Woensdagavond dineerde ik met het hoofd marketing, Kerstin Hennig; ze had er geen hard hoofd in; die verhuur lukt haar wel. Ze vroeg nog wel om suggesties voor een goede naam. Mijn voorstel: Ark van Noach. (Ik win een weekend Frankfurt als ze m’n suggestie overneemt).
De vraag rijst of je als stad nu blij moet zijn met zulke Teutoonse iconen, de een in de bossen bij het vliegveld, de ander op een industrieterrein in de riviervlakte, zonder verbinding met de stad. Ik stel de vraag, maar ik waag het te betwijfelen. Overigens, in Frankfurt maakt het allemaal niet uit. Dat groeit economisch gewoon tegen de klippen op.
Tagged with:
 

Métrophérique

On 12 april 2010, in infrastructuur, by Zef Hemel
Ontvangen per email op 12 april 2010:
 
Maarten de Boer, voormalig topambtenaar en strateeg van de gemeente Amsterdam, stuurde me vandaag zijn presentatie over de nieuwe plannen van Parijs voor uitbreiding van het metronet, de Arc Express, Orbital en de Métrophérique. Typisch Maarten om zich in de Franse hoofdstad te verdiepen en alle details te doorgronden. Indrukwekkende plannen inderdaad. En schrijnend om de vergelijking te maken, zoals hij ook doet, met de Amsterdamse situatie van dit moment. Het gekrakeel over de Noord-Zuidlijn, het gebrek aan nieuwe plannen, het ontbreken van een infrastructuurparagraaf in de nieuwe structuurvisie van Amsterdam die werkelijk hout snijdt. In Parijs worden de plannen gedragen door de stad, de regio (Ile de France) èn de republiek in de persoon van de president. De voornemens zijn buitengewoon ambitieus en kostbaar. Men wil de randgemeenten op elkaar aansluiten, tangentialen maken, een nieuw systeem toevoegen. Er komt 50 kilometer trein en metro bij, in totaal 50 stations, men verwacht 1 miljoen extra passagiers. Zoiets zet echt zoden aan de dijk. Kosten: 4 tot 6 miljard euro. Gereed: 2020.
 
Niets van dat alles in Amsterdam. De besluitvorming over de IJmeerlijn heeft het kabinet opnieuw twee jaar voor zich uitgeschoven. Niemand durft te praten over een metroverbinding met Hoofddorp via Schiphol, laat staan met Zaanstad of Haarlem. Zolang dat niet gebeurt, kunnen de nieuwe woningen, benodigd om de groei van de metropool op te vangen, maar het beste in Amsterdam zelf worden gebouwd. Dan gaat iedereen maar op de fiets naar zijn werk. Maar waarschijnlijker is het dat de woningen neerslaan achter Amersfoort. Want dat is goedkoper. Dan is er wel weer extra asfalt nodig, maar dat zien we dan wel weer. Dat noemt zich het mekka van de ruimtelijke ordening.
Tagged with:
 

Disaster capitalism

On 7 april 2010, in internationaal, by Zef Hemel
Gelezen in NRC Handelsblad 11 maart 2010:
 
Colorado Springs, in het hart van Colorado USA, beschrijft Tom-Jan Meeus in NRC Handelsblad als ‘conservatieve hoofdstad van de Verenigde Staten’. De stad is dermate getroffen door bezuinigingen op het overheidsapparaat dat de straatverlichting er bijna niet meer werkt, vrijwel alle zwembaden en musea zijn gesloten, de bussen alleen nog overdag rijden, de stadsparken niet meer schoongehouden worden en politie en brandweer mensen moeten ontslaan. Springs is een droombestemming voor behoudende Amerikanen uit de Oostkust, het draait er om God en het leger. De twee invloedrijkste evangelicals ten tijde van George Bush hadden er hun hoofdkantoor. Verantwoordelijk bestuurder voor de stedelijke wanorde is Douglas Bruce, een oer-conservatief. Hij beschouwt de overheid als het Kwaad, waartegen hij wil vechten. Ook nu de stad is getroffen door de crisis, en de overheid niet meer in staat is nog iets te doen, reageren de burgers dit af op diezelfde overheid. De stad moet dan maar het ziekenhuis verkopen. Bruce wil nog verder gaan. Hij wil het hele stadsbestuur eruit gooien. "Dan verkopen we alles, en beginnen gewoon opnieuw."
 
Wat Meeus beschrijft, kan je als schrikbeeld ook nalezen in ‘The Shock Doctrine’ (2007) van Naomi Klein. Stelselmatige belastingverlagingen en bezuinigingen op de overheid hebben in grote delen van Amerika geleid tot outsourcing van overheidstaken. De private Amerikaanse ondernemingen die in Irak de oorlogsvoering hebben ondersteund en die later in de rampgebieden van Louisiana de hulpverlening uit handen van de overheid hebben getrokken, bieden zich nu elders aan om overheidstaken op zich te nemen, althans daar waar men bereid is ervoor te betalen. In veel Amerikaanse steden bestaat daardoor feitelijk geen overheid meer. Het zijn potentiële rampgebieden geworden. Klein: "Looking ahead to coming disasters, ecological and political, we often assume that we are all going to face them together, that what’s needed are leaders who recognize the destructive course we are on." Maar Klein betwijfelt dat. Het lijkt er eerder op dat de rijken denken zich uit de ellende te kunnen kopen. "This may partially explain why so many Bush supporters are Christian end-timers. It’s not just that they need to believe there is an escape hatch from the world they are creating. It’s that the Rapture is a parable for what they are building down here – a system that invites destruction and disaster, then swoops in with private helicopters and airlifts them and their friends to divine safety."
Tagged with:
 

Green Zone

On 5 april 2010, in stedenbouw, by Zef Hemel
Gelezen in de Volkskrant van 9 maart 2010:
 
Het nieuwe Internationaal Stafhof in Den Haag wordt een van de zwaarst beveiligde gebouwen van Nederland. Dat lees ik in de Volkskrant. Zelfs de zitbanken in het omringende duinlandschap zijn door de Deense architecten ontworpen op veiligheid; ze verhinderen een aanval op het gebouw met vrachtwagens. De zes torens van het ICC komen op de plaats van de Alexanderkazerne en zullen worden omringd door een slotgracht. De entreetrappen, neerwaarts lopend, zijn pas bereikbaar na passage van de beveiliging aan de overzijde van het water. Er komen 1200 mensen te werken. De Haagse wethouder Norder vergeleek het complex met het Vredespaleis. Ook al zo’n Haags gebouw dat zijn naam eer aan doet. Het ligt verscholen achter hoog hekwerk.
 
Het ICC maakt deel uit van de zogenaamde Internationale Zone. Die Zone beslaat een groot deel van Den Haag aan Scheveningse zijde. Het Vredespaleis valt erbuiten. Je rijdt het gebied binnen na het passeren van de nieuwe Hubertustunnel. Ik reed er vorige week toevallig doorheen. Ineens doemt een gebied op dat wordt gedomineerd door hekwerk en camera’s op masten. Op de daken van de gebouwen rond het Haags Congrescentrum staan grote witte schotels. Overal zie je witte cabines met politiepersoneel. Ambassades en andere zwaar bewaakte gebouwen maken deel uit van de Internationale Zone. Elk wordt omgeven door hoog hekwerk en, alweer, beveiligingscamera’s. Ook het zwaar bewaakte Catshuis valt binnen de zone. De zogenaamde Internationale Zone van Den Haag deed me sterk denken aan Bagdad’s Green Zone. Hoe die werkt, kunnen we lezen in ‘The Shock Doctrine’ van Naomi Klein: extreem beveiligd want permanent bedreigd. Het voelt alsof Den Haag met behulp van buitenlandse contractors in een oorlogssituatie moet worden verdedigd tegen internationaal gevaar. Niet iets om je prettig bij te voelen.
Tagged with: