Bedreigde diersoort

On 30 september 2009, in economie, by Zef Hemel

Gehoord in de Tolhuistuin op 29 september 2009:

MUST Wouter Veldhuis

De ondernemer in de stad was ‘een bedreigde diersoort’ en de Amsterdamse bedrijventerreinen waren ‘bedrijvenreservaten’. Wouter Veldhuis van MUST stedenbouw maakte het wel bont. In een goed gevulde zaal in de Vrijstaat Amsterdam presenteerde hij de bijdrage van de Amsterdamse Kamer van Koophandel en bedrijvenvereniging ORAM, getiteld ‘Nieuw Amsterdam’. De kern: de groeiopgave voor Amsterdam is evident, het landschap is heilig, wonen moet, maar de groei van al die functies moet dan wel binnen de nu bestaande grenzen plaatsvinden. Dat betekent dat ruimte voor de 70.000 toe te voegen woningen tot 2040 binnen de nu bestaande woongebieden moet worden gevonden en niet daarbuiten. En groei van de bedrijven zal dan ook binnen de contouren van de nu bestaande bedrijventerreinen plaats moeten vinden. Voor alle functies geldt: verdichten. Vier keer verdichten zelfs. Dat kon alleen maar, aldus Veldhuis, als betaald parkeren wordt ingevoerd in de hele stad en de vrijkomende (parkeer)ruimte efficiënter wordt benut (sic!). En zo kwam MUST uit bij een nieuwe kaart voor Amsterdam waarop een tiental grootschalige verdichtingsgebieden, meest rond knooppunten van openbaar vervoer, stonden ingetekend. Echt stedelijke woonmilieus – "veel dichter bebouwd nog dan het Westerdokseiland" -, afgewisseld met gestapelde bedrijven op verdichte bedrijventerreinen.

Veldhuis stelde vervolgens dat de milieuzones in de stad gekoesterd moesten worden. Het waren de laatste gebieden in de stad waar je als ondernemer nog echt je gang kon gaan. Eenmaal verdwenen, zouden de milieucontouren nooit meer terugkeren. "Wonen is eigenlijk een hele agressieve functie." En zo kwamen we bij de metafoor van het ‘bedrijvenreservaat", met de ondernemer als ‘bedreigde diersoort.’ Het klonk aandoenlijk. En er is nog veel voor te zeggen ook.

De principes uit ‘Nieuw Amsterdam’ zijn intelligent en goed. De wijze waarop hier de belangen van het bedrijfsleven worden verdedigd, is ook nieuw en open. Niet meer vanuit één belang, maar met de erkenning van de totale opgave en ook rekening houdend met de andere belangen, wordt hier een beeld geschetst van de toekomstige metropool. Het is alsof de ondernemers echte stedenbouw waren gaan bedrijven. Dat kan niet anders dan de vrucht zijn van de Amsterdamse Raad voor de Stadsontwikkeling, de ARS. Zowel Jack Stein, voorzitter van de ORAM, als Wouter Veldhuis zijn lid van dat adviescollege. Daar moeten ze elkaar hebben gevonden.

Maar de stad is bewegelijker dan de heren ons willen doen geloven. Na afloop, bij de borrel, kwamen de ondernemers zelf met talrijke voorbeelden, zoals Droste in Haarlem, waaruit blijkt dat de bedrijven beweeglijker zijn en ineens zelf belang kunnen hebben bij functiewijziging. Dan is de functie ‘bedrijventerrein’ snel gewijzigd in gemengd woongebied. Weg reservaat.

Trouwens, iemand in de zaal bleek met zijn hele gezin te wonen op bedrijventerrein ‘Amstel Business Park’. Als enige. Hij vond het er geweldig. Hij vormde het levende bewijs van de agressie van het wonen. Overal vrat het zich in. De zaal, vol met bedreigde diersoorten, bleef niettemin rustig. En de aanwezige projectdirecteur verantwoordelijk voor Amstel Business Park, veerde op. De beoogde functiewijziging had zich kennelijk al ingezet, spontaan.

Tagged with:
 

Thorbecke rivisited

On 29 september 2009, in politiek, by Zef Hemel

Gehoord in de Tolhuistuin op 28 september 2009:

Wie van de VVD enige gedachten verwachtte over de toekomst van Amsterdam kwam gisteravond bedrogen uit. De gast die de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie had uitgenodigd in de Vrijstaat Amsterdam, was Hans Gerson, de nieuwe wethouder van de PvdA voor de Noord/Zuidlijn. Hij werd aan de tand gevoeld door twee jonge partijleden die kennelijk graag aan de slag wilden bij een commerciële omroep in Hilversum. Het was vooral een levendig gesprek. Maar een vraag over de toekomst van de stad zat er gewoon niet in. De journalisten waren alleen geïnteresseerd in de waan van de dag: de perikelen rond de Noord/Zuidlijn, de taxiwet, de autoloze zondag. Ze hadden de kranten gelezen en reproduceerden wat hun collega’s ook de hele dag al doen: faits divers opblazen tot enorme luchtballonnen, die vervolgens met een luide knal uiteenspatten. Met de reusachtige maquettes van Amsterdam om de hoek konden ze gewoon niet overweg. Erger, het interesseerde ze geen snars.

Toch kwam er één vraag uit de zaal die aan het onderwerp van de Vrijstaat raakte. Wat het favoriete ‘Grand Project’ van meneer Gerson was? De wethouder antwoordde dat hij daarvoor veel te nuchter was. Hij kwam in zijn denken niet verder dan tot 2012. De Noord/Zuidlijn was hem trouwens al groot genoeg. "Eerst afmaken waar we mee bezig zijn. Er is nog zoveel te doen."

Het roeren van de partijleden in de zaal op de achtergrond gaf misschien nog het beste de sfeer van de avond weer: gemor toen ze hoorden dat er in de Vrijstaat geen bier werd geschonken, iemand opende stiekem een branddeur om een sigaretje te roken, tot tweemaal toe ging het brandalarm af, wat de organisatie van de Vrijstaat werd aangerekend; en afkeurend rumoer toen de wethouder de autoloze zondag verdedigde. Nee, ze konden echt geen dag hun auto missen. Ook volgend jaar zouden ze bij de afzettingen weer de overheidsdienaren belagen als die het in hun hoofd haalden hun bolides de doorgang te verhinderen. De wethouder was nu al gewaarschuwd.

Vrijheid volgens de VVD.

Tagged with:
 

Homo Urbanus

On 27 september 2009, in filosofie, by Zef Hemel

Gehoord in de Tolhuistuin op 26 september 2009:

De avond vergleed windstil. Bladeren vielen hoorbaar op het witte tentdak in de tuin. De temperatuur: 18 graden Celsius. We hebben het over de opening van de Vrijstaat Amsterdam, de Amsterdamse inzending voor de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam 2009. De Duitse filosoof Peter Sloterdijk sprak – de grootste filosoof van Europa op dit moment. Ruim vierhonderd mensen luisterden met ingehouden adem. Zijn betoog, in sprankelend Duits, ging over de Homo Urbanus, een uitzonderlijk diersoort dat een groot deel van zijn leven slapend doorbracht (Homo Nocturnus), in wakkere toestand bedrijvig en op geldelijk gewin gericht was (Homo Mercator), bij tijd en wijl trots en, in plaats van nemend, gevend was (Homo Politicus), met een zwak gestel en dus na verloop van korte tijd alweer verlopen en dus voortdurend genoodzaakt tot oppoetsen en aansterken (Homo Restaurantus), de rest van de tijd spelend en genietend zijn tijd doorbracht (Homo Ludens). Vooral de Homo Ludens ontwikkelde zich in rap tempo door de groeiende welvaart. Er was zelfs al sprake van een nieuwe soort: de Homo Ludens Luxurius – de Homo LuLu. Vooral in Amsterdam zag je deze soort rondlopen. Waarom in Amsterdam? Sloterdijk refereerde aan Johan Huizinga, maar ook aan Simon Schama. Zijn voorkomen hield verband met dat oude zeventiende eeuwse gegeven, door Schama schitterend beschreven in "Overvloed en onbehagen". Hij, aldus Sloterdijk, is de eerste menssoort die volledige vrijheid geniet – vrij van honger, dorst, gebrek. Een angstaanjagende soort, zeker. Conservatieve politici, voegde Sloterdijk er aan toe, zijn zelfs zo bang voor de Homo Lulu dat ze hem het liefst weer terug willen voeren naar vroegere tijden, toen al die rijkdom er nog niet was. Weg uit het rijk van de vrijheid.

En de architecten? Sloterdijk herinnerde ze aan de woorden van Aristoteles, die de architecten had geboden te bouwen naar het voorbeeld van de natuur. Het gevolg daarvan zou zijn dat hun ontwerpen op vruchten of bloemen lijken, die op de grond waren gevallen, alsof er stevig aan de boom was geschud. Organisch dus.

Het contrast met de opening van de biënnale in Rotterdam, twee dagen eerder, kon niet groter. Daar sprak een Rotterdamse dichter – Dichter Des Vaderlands Ramsey Nasr – op opgewonden toon, in een multiculturele slang anno 2058, zijn eigen Rotterdammers toe. Hij stond in een grote betonnen ruimte, hel verlicht door witte TL, ten overstaan van een grote oploop jonge architecten, alsof hij ze wilde toeschreeuwen dat Rotterdam wel degelijk een open stad is. De zachte muzikale stem van de Duitser Sloterdijk in de stille tuin in Amsterdam, onder het zachte tentdoek temidden van de grote platanen, zond een geheel andere boodschap. Erudiet, wijs, poëtisch, geestig en tegelijk bestraffend en scherp. De pers, in Rotterdam ruim voorradig, was in de verstilde tuin volkomen afwezig. We konden stilletjes genieten. Lachen. Herstellen. Nadenken. Op adem komen.

Tagged with:
 

De stille revolutie

On 20 september 2009, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in The Big Sort (2009) van Bill Bishop:

Kan een mens de toekomst voorspellen? Ronald Inglehart van de Universiteit van Michigan lijkt achteraf beschouwd over die gave te beschikken. Begin jaren zeventig van de twintigste eeuw ontvouwde hij een maatschappelijke theorie, afgeleid van het werk van Maslov, waarin hij de ontwikkelingsgang van alle geindustrialiseerde landen primair afleidde van welvaartsgroei. Mensen in het Westen die niet langer armoede kenden, schreef hij, zouden in de eerste plaats geven om zelfexpressie. "Those who lived in times of depression or joblessness esteemed economic growth." Zij die alles kunnen krijgen wat ze willen zijn meer begaan met het milieu en met hun persoonlijke keuzevrijheid.

Hij noemde het een nieuw wereldbeeld. Het oude was dat van de industriele wereld waarin materiele zaken nog het belangrijkst werden gevonden door de mensen. Maar al die materiele welvaartsgroei zou op een gegeven moment onvoorziene maatschappelijke veranderingen teweegbrengen: "change in gender roles, attitudes toward authority and sexual norms, declining fertility rates, broader political participation, and less easily led publics." Mensen zouden op zoek gaan naar persoonlijke spiritualiteit. "Class, economic growth, and military security would decline in political importance, replaced by issues of personal freedom, abortion rights, gay rights, and the environment. (…)" De politieke gevolgen waren nauwelijks te overzien. "People would be less inclined to obey central authority and would lose trust in traditional hierarchical institutions (…)" Niet dat mensen niet meer geinteresseerd zouden zijn in politiek, al zouden minder mensen dan ooit gaan stemmen. "Rather, they would adopt a politics of self-expression." Vertrouwen in de overheid, voorspelde Inglehart, zou tot een absoluut dieptepunt zakken.

Deze voorspelling van een post-materialistische samenleving is helemaal uitgekomen. We zitten er middenin. Vooral Nederland, dat Bill Bishop het meest post-materialistische land ter wereld noemt, kent de symptomen als geen ander. Ineens begrijp ik de publieke reacties op de Algemene Beschouwingen van afgelopen week. Het ongemak van de oppositie, de overdrijving, de flauwe humor en de geringschattende toon van het parlementaire debat en tegelijk het minimale vertrouwen van de pers en de bevolking in zowel de regeringscoalitie als de oppositiepartijen Voor de ruimtelijke planning heeft ze eveneens ingrijpende gevolgen. Doorgaan op de oude weg kan niet meer. Vrijheid, ruimte voor zelfexpressie, minder overheidssturing, tegelijkertijd meer controle over de omgeving en een groter belang van het milieu, het zijn de nieuwe eisen die aan de ruimtelijke ordening gesteld worden. Het leidt tot een steeds krachtiger ruimtelijke uitsortering. Leve de Vrijstaat!

Tagged with:
 

Grappenmakerij

On 18 september 2009, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in Het Slot (1935) van Franz Kafka:

Gisteren kwam dan eindelijk de vergunning af voor de Vrijstaat Amsterdam. O ironie! Maandenlang overleg en geduldig wachten was er nodig van mijn medewerker Corry Dekker met Bouw- en Woningtoezicht van het stadsdeel Noord en de brandweer, de installateur van een omvangrijk brandmeldsysteem en twee account-managers van het stadsdeel. Uiteindelijk moest de stadsdeelvoorzitter, Rob Post, eraan te pas komen, anders was het niet gelukt. Dan was de Vrijstaat niet doorgegaan. En dat alles voor een tentoonstelling gedurende zes weken van een tiental maquettes in een bedrijfsrestaurant dat aansluitend geheel verbouwd zal worden.

Wat moet ik zeggen? Ik herlees Het Slot van Franz Kafka. Het gaat als volgt. Er verschijnt een vreemdeling in het dorp, de landmeter K.  Hij is gekleed als een stedeling. Hij wil er overnachten. Hij logeert in de herberg. Hij ligt al in bed als er een jongeman aan zijn voeteneind verschijnt. Deze deelt hem mee dat het dorp eigendom is van het slot. Wie er logeert of overnacht, overnacht in zekere zin in het slot. "Niemand mag dat zonder vergunning van de graaf. Maar u heeft zo’n vergunning niet of hebt die in elk geval niet laten zien." Moet je een vergunning hebben om te overnachten?," vraagt K., alsof hij zich ervan wilde overtuigen dat hij de eerdere mededelingen niet had gedroomd.

"Daar moet je een vergunning voor hebben," was het antwoord en het hield een grove bespotting van K. in toen de jongeman met gestrekte arm aan de waard en de gasten vroeg: "Of moet je soms geen vergunning hebben?"

"Dan zal ik die vergunning dus moeten halen," zei K. geeuwend en duwde de deken van zich af alsof hij wilde opstaan.

"En bij wie dan wel?" vroeg de jongeman.

"Bij de graaf," zei K., "er zal niets anders op zitten."

"Nu om middernacht een vergunning bij de graaf halen?," riep de jongeman en hij deed een stap achteruit.

"Is dat niet mogelijk?," vroeg K. bedaard. "Waarom heeft u me dan wakker gemaakt?"

Maar nu raakte de jongeman buiten zichzelf, "landlopersmanieren!’, riep hij, "ik eis respect voor het grafelijk gezag! Ik heb u wakker gemaakt om u mee te delen dat u onmiddellijk het grafelijk gebied moet verlaten."

"Nu is het uit met de grappenmakerij," zei K. opvallend zacht, ging liggen en trok de deken over zich heen, "u gaat een beetje te ver, jongeman, en ik zal morgen nog op uw gedrag terugkomen."

Tagged with:
 

Proud city

On 17 september 2009, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen op de website van VPRO’s Tegenlicht op 17 september 2009:

Mooi zoals Jeb Brugmann in ‘Welcome to the urban revolution’ (2009) de nachtkaart van de wereld beschrijft. Ik kreeg een exemplaar van zijn boek te leen van Johan van Zoest. "These vast areas of light are evidence of a new ecological order – of the urban biome we are creating. (…) The dots, dense clusters, or long bands of light that extend across our continents are the growing City." Het is het beeld waarmee ‘Amsterdam make-over 2040′ begint. Mijn hele omgeving reageert positief op de Tegenlicht-documentaire van 14 september – "eindelijk weer eens een goed inhoudelijk programma over ruimtelijke ordening in dit land "-, maar vanuit Rotterdam wordt er gezwegen of gefulmineerd. Deze ‘trotse stad’ (woorden van Richard Florida) reageert woedend op de uitzending en legt uitspraken van Florida in mijn mond en omgekeerd. De beelden van Rotterdam zouden suggestief zijn en Amsterdam-bashing is niet van de lucht. Maar de docu van William de Bruijn is buitengewoon genuanceerd. Als mijn kinderen zich zo zouden gedragen, zouden ze, bij wijze van spreken, een draai om de oren van me krijgen. Maar op het internet is alles geoorloofd. Een bevestiging van mijn stelling dat Rotterdam een jonge stad is die mensen (ongemerkt) buitensluit en die zich kennelijk niet zeker en bedreigd voelt. Ik althans voel me er niet welkom, terwijl ik er jaren heb gewoond. En de Randstad bestaat dus niet, want anders waren we met elkaar in gesprek gekomen. Ineens begrijp ik Pim Fortuyn veel beter.

Maar waar komt die onberedeneerde woede nou vandaan? Is het inderdaad de krimp? Of hebben we hier te maken met een minderwaardigheidscomplex? Laat die stad toch z’n eigen koers varen en zich niet zoveel aantrekken van een stad als Amsterdam. Of anders, net als Richard Florida adviseert, opgaan in de megaregio AmBrusTwerp en aansluiting zoeken bij Amsterdam. Wat is daar nou op tegen?

Tagged with:
 

Polder DNA

On 13 september 2009, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in de VPRO Gids van 12 september t/m 18 september 2009:

In de aankondiging van de Tegenlicht-uitzending ‘Amsterdam make-over 2040′, uitzending op 14 september, wordt landschapsarchitect Adriaan Geuze geciteerd. Volgens hem is ruimtelijke ordening in Nederland "één enorm werkverschaffingsproject, dat al tien jaar niets meer produceert en niets oplost." Om dit te verklaren refereert hij aan "onze decentrale planningsgeschiedenis." Deze noemt hij ‘ons polder DNA’.

Klopt dit wel? Volgens de planningsliteratuur heeft Geuze zeker gelijk. Het zou verklaren waarom we de laatste decennia worstelen met de ‘verrommeling’ van het landschap. Overal wordt maar gebouwd door gemeenten. Maar iedereen die in de praktijk van de ruimtelijke ordening – dat enorme werkverschaffingsproject – werkzaam is, weet tegelijk dat Nederland helemaal niet decentraal in elkaar zit. Nederland is bij uitstek een gecentraliseerde eenheidsstaat. Erger nog dan Frankrijk. Alle belastinggeld wordt namelijk rechtstreeks geind door ‘Den Haag’ en volgens het beginsel van de ‘verdelende rechtvaardigheid’ door veertien departementen over de twaalf provincies verdeeld. Ook alle aardgasbaten gaan onmiddellijk naar het regeringscentrum en worden vandaaruit door bureaucraten netjes dat wil zeggen volgens bepaalde gelijkheidsbeginselen over het land gedistribueerd, in dit geval krijgt het Noorden ietsje (5 miljard) meer. Ook als er bezuinigd moet worden, gebeurt hetzelfde. Voor de ‘ombuiging’ van 85 miljard worden twintig werkgroepen van ambtenaren ingesteld, die met voorstellen moeten komen hoe te bezuinigen.

Met de ruimtelijke ordening is het niet anders. Die gaat al honderd jaar uit van ruimtelijke spreiding van woningcontingenten, bedrijvensubsidies, en vooral infrastructuur over het hele land – elke provincie krijgt in beginsel evenveel. Daardoor is dit land zo uiteengelegd. En daarom hebben we meer infrastructuur per inwoner dan welk land ter wereld ook en worstelen we toch met een verkeersinfarct van heb-ik-jou-daar. Nee, Adriaan Geuze, de gemeenten zijn niet het probleem. Het is de gecentraliseerde eenheidsstaat die na 1814 in dit kleine landje werd ingevoerd en die het dominerende beginsel van evenredigheid al tweehonderd jaar toepast. Ook met polderen heeft dit niets uit te staan.

Tagged with:
 

De maat van de hamburger

On 12 september 2009, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 12 september 2009:

Aan het woord is de Amerikaanse evolutionair psycholoog Geoffrey Miller. Deze week was hij in Amsterdam om de Nederlandse vertaling van zijn nieuwste boek ‘Runaway Consumerism’ te promoten. De Nederlandse titel vind ik tamelijk zwak: ‘Darwin en de consument’, maar de boodschap is opwindend. Geestelijk, aldus Miller, zijn we nog steeds Cro magnons. Het enige verschil is dat wij mensen nu pronken met onze auto en ons mobieltje in plaats van met humor, zorgzaamheid of vaardigheden bij de jacht. Evolutionair hebben we ons echter onvoldoende ontwikkeld. En: de techniek is ons vooruitgesneld. Een moreel oordeel hierover heeft Miller zeker. Het hyperconsumentisme van de laatste jaren vindt hij abject, het is volkomen doorgeslagen. “Ik denk dat burgers niet gelukkiger zijn geworden onder het extreme kapitalistische consumentisme, zoals dat met name in de VS bestaat en aan het opkomen is in China en India. Het dwingt mensen zich aan te passen aan het systeem. Het maakt de have-nots ontevreden. Het leidt de aandacht af en kost tijd.” Aan het eind van het interview, opgetekend door Martijn van Calmthout, komt het. Dan vraagt Van Calmthout bijna terloops aan Miller of hij nog in de stad is geweest. “Eerlijk gezegd ervaar ik als Amerikaan heel Europa als een verademing. Als ik door Amsterdam wandel, heb ik veel minder het idee dat mensen de hele dag bezig zijn met consumeren, dan thuis in Albuquerque. Op de een of andere manier doet de maat van de auto of de hamburger er hier niet zo toe. Een bevrijding is het, heerlijk.”

Wandelen door Amsterdam ervaren als een bevrijding. Hoezo? Het is de maat van de auto en de hamburger? Nou, het is ook die van de woningen, de straten, de parken, de fietsen, de terrassen, de grachten, de trams, de huizenblokken, de hoogbouw die geen hoogbouw is, de ….. Alles heeft een menselijke maat.  Die menselijke maat, dat is bij uitstek Amsterdam.

Tagged with:
 

Niet concurrerend

On 8 september 2009, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 8 september 2009:

Alweer een bevestiging van mijn hypothese. NRC Handelsblad meldt dat het World Economic Forum de Nederlandse economie meer ziet krimpen dan vele andere economieën. Henk Volbeda, hoogleraar economie aan de Erasmus Universiteit, heeft het onderzoek naar de Nederlandse economie uitgevoerd. "Alle landen hebben last van de crisis, maar sommige meer dan andere," zegt hij, doelend op Nederland. Wat blijkt? Nederland is gezakt op de ranglijst van het WEF, van plaats 8 naar plaats 10. Canada en Japan hebben Nederland ingehaald. Volbeda wijt het vooral aan het geringe innovatievermogen van de Nederlandse economie.

Mijn hypothese is een andere, zij het verwante: de Nederlandse economie is geen grootstedelijke, maar een ruimtelijk gespreide, kunstmatige economie. Ze is een product van de naoorlogse industrialisatiepolitiek, daardoor onvoldoende divers want teveel gericht op logistiek, grootschalige landbouw en chemie.

De stadstaat Singapore is gestegen van plaats 5 naar plaats 3 in de ranglijst van het WEF. Dat had ook Nederland kunnen zijn. Maar Nederland koos na de oorlog voor de homeopatische beleidsverdunning – elke provincie een beetje industrie. En verder een sterk accent op de mainports. En dat doet ze nog steeds. Niet goed dus.

Tagged with:
 

Regeldruk II

On 5 september 2009, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Amsterdam in 1597′ van Gabri van Tussenbroek (2009):

Eergisteren in Pakhuis de Zwijger, bij de lancering van ‘De Eeuw van de Stad’ van de VPRO, begon het gezeur weer. Het geklaag over de vele regels. Het was allemaal te complex geworden. Alle 150.000 ambtenaren moesten van landschapsarchitect Adriaan Geuze op staande voet worden ontslagen. Teveel regels, teveel nota’s, te complex, te weinig vrijheid. Ondertussen zong hij een lofzang op de kleine stadjes en dorpjes van Nederland waar iedereen zo graag zou willen fietsen. Het was alsof de leider van de PVV aan het woord was.

De volgende dag werd elders in Amsterdam het nieuwste boek van historicus Gabri van Tussenbroek over Amsterdam ten doop gehouden. Het gaat over ‘Amsterdam in 1597. Kroniek van de cruciaal jaar’. Het boek beschrijft de versnelling in de geschiedenis van de hoofdstad, waardoor deze eind zestiende eeuw uitgroeide "tot de belangrijkste handelsmetropool ter wereld." Als deze historicus een lijn trekt, dan is het deze: "De geschiedenis van Amsterdam is er een van voortdurende ontwikkeling, waarin rationalisatie, standaardisering en een steeds complexere organisatie centraal stonden." Hoezo complex? Hoezo regelgeving? "Hoe groter de stad," doceert Van Tussenbroek, "hoe groter de rijkdom en de variëteit. Een kleine nederzetting heeft genoeg aan één bakker, maar een grote stad heeft er wel honderd, die bovendien worden geconfronteerd met meer regelgeving, toezicht en concurrentie." In zijn boek beschrijft Van Tussenbroek op fascinerende wijze de uitgebreide regelgeving in Amsterdam aan het eind van de zestiende eeuw. Die lijkt nog veel uitgebreider dan de huidige, aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Sterker, het lijkt erop dat er sindsdien alleen maar minder regels zijn gekomen. Anders gezegd, de Amsterdammers in 2009 kennen een veel lichtere regeldruk dan de Amsterdammers van 1597. Het zijn dus de burgers die de complexiteit van de grote stad niet willen accepteren, niet de ambtenaren die teveel regels opleggen. Adriaan Geuze moest maar buiten gaan wonen.

Tagged with: