Stad van intellectuelen

On 30 augustus 2009, in ruimtelijke ordening, stedelijkheid, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 18 augustus 2009:

Opmerkelijke cijfers. De instroom van nieuwe studenten aan de Nederlandse universiteiten overtreft alle verwachtingen. In totaal hebben zich 56.000 nieuwe studenten aangemeld bij de veertien Nederlandse universiteiten. Gemiddeld is het groeipercentage vijfentwintig. "Effect van de crisis," koppen de kranten. "Jongeren willen nu langer doorleren, omdat de kansen op de arbeidsmarkt toch slecht zijn." En vervolgens richt alle aandacht zich op het bekende gelobby van de universiteiten om meer geld uit ‘Den Haag’. Logisch, want het persbericht was afkomstig van de VSNU. Dat de Universiteit van Amsterdam veruit het hoogste groeicijfer had – liefst 45 procent – past niet in de boodschap die de VSNU naar buiten wil brengen en lees ik alleen in Het Parool. Zou het arbeidsmarktperspectief van Groot-Amsterdam dan zo dramatisch veel slechter zijn dan de rest van Nederland, vroeg ik mij af? Nee, natuurlijk niet. Paul Helbing, woordvoerder van het College van Bestuur van de UvA, ziet het positief, eerder als een compliment. "Blijkbaar doen wij het zo goed dat mensen graag bij ons studeren. Wij zijn daar zeer trots op."

Daar valt heel wat op af te dingen. Het zou ook de aantrekkingskracht van Amsterdam kunnen zijn die het extreme groeicijfer van de UvA verklaart, niet de universiteit zelf. Al jaren groeien de twee Amsterdamse universiteiten sneller dan die in de rest van Nederland. Want hoe zit het met de VU dit jaar? Daarover lezen we vooralsnog niets. Die groei zal wel minder spectaculair zijn. Is de UvA dan zoveel beter? Helemaal niet. Het is de aantrekkingskracht van de binnenstad van Amsterdam die zoveel studenten naar de UvA lokt. De VU zit in Buitenveldert. Zolang de UvA blijft resideren in de Amsterdamse binnenstad zal ze spectaculair blijven groeien. En Amsterdam vaart er wel bij, want al jaren bestaat de instroom van migranten naar de stad vooral uit studenten en pas-afgestudeerden. Die blijven voor het overgrote deel in Amsterdam wonen. Het zijn de Nieuwe Stedelingen. Nog twintig jaar en heel Amsterdam (en Haarlem) is de Stad van de Intellectuelen.

Tagged with:
 

Vrouwelijke anarchisten

On 29 augustus 2009, in geschiedenis, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in Pluk van de Petteflet (1971) van Annie M.G. Schmidt:

Gelezen in Pluk van de Petteflet (1971) van Annie M.G. Schmidt:

 

Afgelopen zomer heb ik de kinderen voorgelezen uit ‘Pluk van de Petteflet’. We hebben genoten. Pijnlijk vond ik alleen de parkwachter. Van de Torteltuin wilde hij een echt park maken. Met grind en tegels. Die parkwachter was natuurlijk ambtenaar en ontwerper tegelijk. Hij zit daar maar in zijn kantoortje. Iemand die de kinderen en de dieren totaal niet begrijpt. De dieren dreigen hun wildernis te verliezen; ervoor in de plaats komen tegels en grind. De bulldozer staat al klaar. De dieren spannen samen om de parkwachter te verhinderen zijn snode plannen ten uitvoer te brengen. Als straf krijgt hij vieze vogelpoep in zijn gezicht.

Verdorie, dacht ik, dat Amsterdamse anarchische gedrag stamt al van 1971. De generatie die toen opgroeide met ‘Pluk’ kreeg het al vroeg toegediend. Geen wonder dat er op dit moment zo weinig vetrouwen bestaat; pootjelichten is toegestaan. En nog iets anders: in 1971 verscheen ‘Pluk’. Tien jaar eerder schreef een andere dame een boek van soortgelijke strekking: stedenbouwkundigen zijn verwerpelijk en planners, blijf van de natuur af en maak niet van elke wildernis een doorontworpen park. Dat was Jane Jacobs. Annie M.G. Schmidt (geboren 1911) en Jane Jacobs (geboren 1916) lijken uit hetzelfde hout gesneden. Anarchisten waren het.

Afgelopen zomer heb ik de kinderen voorgelezen uit ‘Pluk van de Petteflet’. We hebben genoten. Pijnlijk vond ik alleen de parkwachter. Van de Torteltuin wilde hij een echt park maken. Met grind en tegels. Die parkwachter was natuurlijk ambtenaar en ontwerper tegelijk. Hij zit daar maar in zijn kantoortje. Iemand die de kinderen en de dieren totaal niet begrijpt. De dieren dreigen hun wildernis te verliezen; ervoor in de plaats komen tegels en grind. De bulldozer staat al klaar. De dieren spannen samen om de parkwachter te verhinderen zijn snode plannen ten uitvoer te brengen. Als straf krijgt hij vieze vogelpoep in zijn gezicht.

Verdorie, dacht ik, dat Amsterdamse anarchistische gedrag stamt al van 1971. De generatie die toen opgroeide met ‘Pluk’ kreeg het al vroeg toegediend. Geen wonder dat er op dit moment zo weinig vetrouwen bestaat; pootjelichten is toegestaan. En nog iets anders: in 1971 verscheen ‘Pluk’. Tien jaar eerder schreef een andere dame een boek van soortgelijke strekking: stedenbouwkundigen zijn verwerpelijk en planners, blijf van de natuur af en maak niet van elke wildernis een doorontworpen park. Dat was Jane Jacobs. Annie M.G. Schmidt (geboren 1911) en Jane Jacobs (geboren 1916) lijken uit hetzelfde hout gesneden. Anarchisten waren het.

Tagged with:
 

Extreme makeover

On 26 augustus 2009, in regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in Babel Jaarbericht 2007-2008 van 31 juli 2009:

Babel is het architectuurplaform van Zaanstad. Deze zomer bracht het zijn jaarboek uit. Daarin wordt verslag gedaan van alle activiteiten van het afgelopen jaar. Het is een heel erg leuk boek waaraan je kunt aflezen dat daar in de Zaanstreek werkelijk iets gebeurt. Laten we zeggen: een Europese Culturele Hoofdstad in de maak. Omdat ik aan een van de activiteiten heb deelgenomen, kreeg ik een exemplaar toegezonden. Met meer dan gewone belangstelling blader ik het door. Ineens valt m’n oog op een programma van 13 en 16 mei 2007, getiteld ‘Constant & de creatieve stad’. Op twee avonden werden in het Zaanse twee films vertoond over Constant Nieuwenhuijs: ‘New Babylon’ (2005) en ‘Constant, Avant le départ” (2006) van VPRO-makers Thomas Doebele en Maarten Schmidt. De inleidende lezing was van Merijn Oudenampsen van het "kritische platform Flexmens.org en initiatiefnemer van verschillende politieke projecten en debatten rond thema’s als flexibiliteit en bestaansonzekerheid." En wat beweerde Merijn Oudenampsen? "Amsterdam ondervindt op dit moment een Extreme Makeover: een metamorfose van ongekende omvang houdt de stad Amsterdam in haar greep. (…) De metamorfose van Amsterdam naar een ondernemende stad heeft zorgwekkende consequenties: Terwijl het stadsbestuur naar buiten kijkt op zoek naar investeringen en talent, wordt de lokale bevolking die niet productief is of niet zijn creativiteit kan marketen overbodig. Deze surplus polulatie wordt langzaam verplaatst naar de regio. De stedelijke ‘facelift’ draait om de verwijdering van sociaal weefsel net zoals tegenwoordig het fysieke vetweefsel wordt verwijderd. De omgeving van de Creatieve Stad dreigt een sterk gesegregeerde omgeving te worden."

Afgezien van het ouderwetse jaren-80-jargon met al z’n ideologische Lefebre-veren heeft deze Merijn Oudenampsen natuurlijk gelijk. Maar het is geen complot en er is geen sprake van een verdrijving; en ook is het niet waar dat de ‘onderbouw’ van de samenleving wordt vergeten. Integendeel, het roodgroene college van Amsterdam doet er alles aan om ‘de boel bij elkaar te houden’. Maar inderdaad, er vindt een Grote Uitsortering’ plaats, niet alleen binnen Amsterdam of binnen de Amsterdamse regio, maar ook binnen Nederland en zelfs binnen Europa en de wereld. En Amsterdam verandert ingrijpend, eindelijk. Vandaar de noodzaak om regionaal gezamenlijk op te trekken. Wat Constant daarmee te maken heeft? Ach, het is geen tijd meer voor utopieën. Wel voor ideeën en idealen. Maar dan gestoeld op concrete ervaringen van gewone mensen. Dat is wat straks in de ‘Vrijstaat Amsterdam’ gebeurt. Ik kan niet wachten.

Tagged with:
 

Een bak grind

On 26 augustus 2009, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 26 augustus 2009:

Voorpaginanieuws. Komkommernieuws? De omwonenden van het nieuwe HSL-tracé in het Groene Hart klagen massaal over geluidsoverlast nu de eerste treinen over het nieuwe tracé rijden. ‘Alsof een bak grind wordt uitgestort’. Bestuurders roepen nu om het hardst dat de Minister van Vekeer en Waterstaat moet ingrijpen. Ze hebben allemaal boter op hun hoofd.

Opvallend is dat alle klagers in de provincie Zuid-Holland wonen. De klachten komen vooral uit twee gemeenten: Kaag en Braasem respectievelijk Lansingerland. Uitgerekend in deze twee gemeenten is de afgelopen jaren flink bijgebouwd. In Lansingerland – bestaande uit de kernen Bleiswijk, Berkel en Rodenrijs en Bergschenhoek – is zelfs extreem veel bijgebouwd. In dit zogenaamde ‘Tussengebied’ heeft de provincie de woningbehoefte van Rotterdam en Den Haag laten neerdalen in zelfs voor VINEX-begrippen zeer lage dichtheden. Anders gezegd, wat eens agrarisch land was heeft men doelbewust laten vollopen. Ik schrijf het nog maar eens: onder uitdrukkelijke goedkeuring van de provincie Zuid-Holland. Maar ook toegelaten door de Minister van Ruimtelijke Ordening die op een steenworp afstand kantoor houdt. En dat alles terwijl men al midden jaren ‘80 wist dat hier een Hogesnelheidstrein zou kunnen komen. Kunnen, want de verschillende varianten van het HSL-tracé, waaronder de illustere variant-Bos, bleven nog vrij lang onderwerp van politiek gesteggel. Maar begin jaren ‘90 was hierover dan toch een besluit genomen. Ondertussen werden de woningbouwplannen in de provincie Zuid-Holland niet aangepast. Men bouwde lustig door, wel wetende dat er een trein met een snelheid van 300 kilometer door dit gebied zou gaan rijden. De Nieuwe Kaart van Nederland registreerde het, maar niemand kwam in verzet. En nu maar klagen! Het is weer een voorbeeld van hele slechte ruimtelijke ordening in dit land. Nee, het is geknoei.

Kunstscene

On 25 augustus 2009, in economie, kunst, by Zef Hemel

Gelezen in Vrij Nederland van 4 juli 2009:

Afgelopen zomer verscheen in Vrij Nederland een portret van de zeer succesvolle kunstenaar Michael Raedecker. Auteur Willem Baars plaatst Raedecker in zijn tijd. Zijn toelating tot de Amsterdamse Rijksacademie in 1993 noemt hij "een geboorte onder een ongunstig gesternte." Hiermee doelt hij op het kunstklimaat in Amsterdam begin jaren negentig van de vorige eeuw. Dat was ronduit pover. "De jaren tachtig hadden de Nederlandse kunstscene geen goed gedaan. Van het geschreeuw van de After Nature kunstenaars Peter Klashorst, Jurriaan van Hall en de gebroeders Donker was niets meer te horen, van het zondagskind Rob Scholte was in 1994 niet veel meer over en het grootste talent, fotograaf Paul Blanca, was gevlucht in drugs." Nee, dan Londen. "De opkomst van de Young British Artists (YBA’s) betekende het begin van een renaissance in de hedendaagse Britse kunst. Onder aanvoering van Damien Hirst, Marc Quinn, Tracey Emin, Sarah Lucas en de Chapman Brothers werden de frustraties na de deprimerende Thatcher-jaren omgezet in beelden die choqueerden en ontregelden." (…) "Midden jaren negentig kwam er een volksverhuizing op gang van kunstenaars en gelukszoekers richting Londen. Dit nieuwe tijdperk viel samen met het begin van een periode van grote welvaartsgroei. De kunstwereld zou in de tweede helft van de jaren negentig een metamorfose ondergaan die het leven van een grote groep jonge kunstenaars drastisch veranderde." Ook Raedecker verlaat Amsterdam, om zijn geluk te beproeven in het veel dynamischer Londen.

Mooie passage die beschrijft hoe de bloei van de kunst in een metropool samenhangt met de lokale economie. Als die stedelijke economie aantrekt, trekt ze ook jong kunsttalent aan. Natuurlijk speelde daar een kunstopleiding als het Goldsmiths College mede een rol in. Maar bepalend is toch de stedelijke economie. Die was in Londen ronduit onstuimig; de Amsterdamse economie begin jaren negentig was daarentegen zonder veel dynamiek. Nederland miste ook een jonge Tony Blair. Overigens, de effecten van de Big Bang van 1986 onder Thatcher zouden pas begin jaren negentig de Britse hoofdstad op hun kop zetten. Londen ontwaakte dank zij dergelijke ruimtelijke ingrepen uit een jarenlange recessie. In Amsterdam zou het nog jaren duren voordat de hoofdstad weer overeind kwam; het tempo waarin dat gebeurde was ook veel lager. Nederland spreidt alle welvaart en bouwt geen stedelijke massa. Pas begin 2000 ging Amsterdam economisch harder lopen, toen begon ook de grote verbouwing van de stad. Eerst in 2005 wordt er in de stad voorzichtig gesproken over metropoolvorming. Dat is laat. Maar niet te laat. Laten we hopen dat de kunstenaars straks zullen volgen.

Tagged with:
 

Adonis

On 18 augustus 2009, in infrastructuur, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 4 augustus 2009:

Gisteren reed de pers mee op het eerste treinreisje over het nieuwe tracé van de Hogesnelheidslijn tussen Rotterdam en Amsterdam. Eindelijk was het dan zover. Mijn gedachten dwaalden naar elders. Een paar weken eerder berichtte correspondent Gert-Jan van Teeffelen in de Volkskrant hoe de Britten het doen op het Hogesnelheidsgebied. Slecht. Het kan dus nog slechter. Eind dit jaar hebben de Fransen al 1.961 kilometer aan TGV-lijnen liggen. De komende vijftien jaar zal dat groeien naar 4.787 kilometer. De Duitsers willen hun ICE-treinen verdubbelen tot 2.333 kilometer. De Spanjaarden mikken zelfs op een verdrievoudiging naar 5.515 kilometer. Maar de Britten komen niet verder dan een schamele 113 kilometer. En tot 2025 is er op het eiland 0 kilometer gepland. Die 113 kilometer strekt zich uit tussen Londen en de kanaaltunnel; ze verbindt geen enkele stad. De trein stopt alleen in Ebbsfleet, een soort parkeerterrein aan de ring van Londen, en in het stadje Ashford. Birmingham, Manchester, Liverpool, noem maar op, geen van deze steden wordt aangesloten op het Hogesnelheidsnet. Hoe dit mogelijk is? Waren niet de Britse spoorwegingenieurs beroemd om hun geniale en gedurfde ontwerpen? De Britse minister van transport, Lord Adonis, heeft wel een verklaring. De Britten houden niet meer van langetermijnplanning. Dit zou mede blijken uit de perikelen rond Heathrow en de Oost-Westlijn onder Londen. Die is al 40 jaar uitgesteld.

Zijn wij in Nederland zoveel beter? Vergis ik me of bespeur ik ook bij ons een groeiende weerzin tegen langetermijnplanning? De kritiek op de Noordzuidlijn is buitenproportioneel, de nationale ruimtelijke ordening moet het doen zonder een langetermijnperspectief, plannen moeten vooral realistisch en uitvoerbaar zijn, het is bijna niet meer mogelijk om vijftig jaar vooruit te denken. Doe je het toch, dan valt heel Nederland over je heen. "Het wordt toch allemaal heel anders" en "je bent een dromer" of, op zijn gunstigst, "dat is financieel niet haalbaar", zo is het commentaar. En over de snelle verbinding tussen Rotterdam en Amsterdam zeggen de mensen nu, op de dag van de opening: "60% meer betalen voor 20 minuten tijdwinst? Onzin!"

Tagged with:
 

Aan zee

On 17 augustus 2009, in cultuur, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 24 juli 2009:

In de Volkskrant maakt minister Plasterk zich zorgen over het vele geld dat Nederlandse steden spenderen aan de kandidaatstelling voor de titel ‘Culturele Hoofdstad van Europa’ in 2018. Brabantstad, Den Haag, Utrecht, Friesland, Almere, Hanzesteden onder aanvoering van Zwolle en ook de combinatie Arnhem/Nijmegen strijden alle om de titel. "In Brabant hebben we het voordeel dat de steden nog een menselijke maat hebben, maar het nadeel is dat de voorzieningen zich nog niet op het niveau van een grote metropool bevinden,’ aldus Peter Rijntjes, kwartiermaker te Noord-Brabant. Let vooral op de woordjes ‘nog niet’. En wat zegt Wim van Krimpen, kwartiermaker voor Den Haag? "Met een grotere popscene dan die van Rotterdam, met een wereldberoemd dansgezelschap, met zijn hofcultuur en met de zee vlakbij zou Den Haag veel succesvoller kunnen en moeten zijn in zijn marketing."

De vergelijking met de woelingen rond de kandidaatstelling van Nederland voor de Olympische Spelen van 2028 dringt zich op. Maar ook met al die pogingen tot citymarketing en citybranding. Ze valt te karakteriseren als ordinaire ’stedenstrijd’. Maar de Nederlandse variant van deze Europese wedijver is wel heel bijzonder. Het gaat bij ons namelijk vrijwel niet om steden, maar om hele provincies die zich als stad kandidaat stellen, net zoals de Olympische Spelen door Nederland als geheel lijken te worden georganiseerd, wat helemaal niet kan omdat alleen steden zich kunnen kandideren. Europa noch het IOC zal dat Nederlandse particuliere gedrag begrijpen. Maar meneer Van der Kolk, toeristische topman van de Hanzesteden, weet te melden dat Marseille ook de Provence aanroept. "Als die stad het niet alleen kan, wie dan wel?" Inderdaad, dan kan Hattem het ook. Iedereen in Nederland weet dat de steden voor kandidaatstelling te klein zijn. En de provincies hebben teveel geld. Het roept de vraag op: vanwaar die provinciaalse stedenstrijd? Ik weet maar één verklaring: op Utrecht na groeien deze steden niet meer, nee ze krimpen.

Tagged with:
 

De tiende maquette

On 17 augustus 2009, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gezien in het kantoor van Stadgenoot op 17 augustus 2009:

Vandaag de tiende maquette geregeld voor de Amsterdamse inzending voor de komende Architectuur Biënnale, Vrijstaat Amsterdam. Met dank aan woningcorporatie Stadgenoot. Anders dan de overige negen maquettes betreft het hier niet een ontwerp of een beeld van een denkbare toekomst en ook niet een maquette met een schaal van 1:1000, maar Amsterdam in de zeventiende eeuw, schaal, 1:3500. De omvang van de maquette is niettemin fors: bijna drie bij drie meter. Kleur: room.

Hij – de maquette – zal de kern uitmaken van de tentoonstelling; rond dit indrukwekkende historische centrum zullen zich de negen ontwerpen bewegen, die als het ware op de breukvlakken tussen de oude stad en de na-oorlogse uitbreidingen als ijsschotsen de ruimte zullen vullen. Hiermee willen we een ode brengen aan onze voorvaderen en een lofzang op de stedenbouw. Een ode ook aan de Vrijstaat van Spinoza en Descartes. Vanaf 26 september 2009 zes weken lang te zien in de Tolhuistuin aan het IJ.

De vraag is of de maquette straks alleen terugverwijst. Misschien verwijst hij ook wel naar de toekomst. Dit wordt immers het UNESCO-erfgoed van Amsterdam. De vraag is of we met die toekomstige aanwijzing stilletjes de historische situatie van 1624 zullen terugrestaureren. Of niet. Daarover zouden we het tijdens de biënnale kunnen hebben. Een historiserende makeover.

Tagged with:
 

De boel bij elkaar houden

On 16 augustus 2009, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Big Sort’ (2009) van Bill Bishop:

In alle boekhandels van New York lag Bill Bishop’s ‘The Big Sort’. Het is een voor Amerikanen, (maar ook voor Nederlanders!) buitengewoon relevant boek. Het vertelt het verhaal van de ruimtelijke uitsortering van de Amerikanen naar achtergrond, smaak, maatschappelijk opvatting en politieke voorkeur in de afgelopen dertig jaar. Ik kocht een exemplaar.

De auteur is een journalist uit Austin, Texas. Samen met statisticus Robert Cushing ontdekte hij De Grote Uitsortering, anders gezegd, hij ontdekte dat de recente verscherping en verharding van het politieke klimaat in de USA en de politieke segregatie van Republikeinen en Democraten niet zozeer te maken hebben met George Bush of Dick Cheney, de oorlog in Irak of 9/11, maar met de wijze waarop de Amerikanen de afgelopen decennia zijn gaan wonen: aan de basis ligt een ruimtelijke herschikking, op zijn beurt aangedreven door welvaartsgroei. "Freed from want and worry, people were reordering their lives around their values, their tastes, and their beliefs. They were clustering in communities of like-mindedness, and not just geographically." En doordat mensen steeds onder gelijkgestemden gingen wonen, werden hun voorkeuren niet meer tegengesproken, maar juist versterkt en veelal nog extremer. Met als resultaat: maatschappelijke en politieke verharding."What’s happened, (…) is that ways of life now have a distinct politics and a distinct geography." (…) "We alle live with the results: balkanized communities whose inhabitants find other Americans to be culturally incomprehensible; a growing intolerance for political differences that has made national consensus impossible; and politics so polarized that Congress is stymed and elections are no longer just contests over policies, but bitter choices between ways of life." Maar het gaat verder. "Just as counties have grown more distant from one another politically, regional economies are also separating – some booming and vibrant, others weak and dissipating."

De burgeroorlog die in Paul Auster’s ‘Man in the Dark’ wordt ontketend, lijkt daarmee een scherpe vertaling van een onbehagelijk gevoel onder de Amerikanen die wordt aangedreven door de mechanismen achter ‘The Big Sort’. Overigens, de politieke verharding en ontevredenheid in Nederland en de groeiende tegenstellingen tussen de Randstad en de provincies en tussen Amsterdam en de Zuidvleugel kent ongetwijfeld eenzelfde achtergrond. Door de welvaartsgroei zijn onder VINEX (en al eerder door de overloop en de gebundelde deconcentratie) mensen met eenzelfde achtergrond en overtuiging steeds meer bij elkaar gaan wonen in wijken en buurten die kennelijk gelijkgestemden aantrokken en andersdenkenden afstootten. Op buurtniveau is daardoor een geweldige homogenisatie opgetreden. De tegenstellingen tussen buurten zijn daardoor sterk gegroeid. Dat geldt niet alleen voor buurten, maar ook voor regio’s en voor Nederland als geheel. Mensen met talent trekken naar steden die het goed doen, omgekeerd ontstaan concentraties van minder getalenteerde mensen in steden die het niet goed doen.

Tagged with:
 

Raadselachtig

On 13 augustus 2009, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 4 augustus 2009:

Koninklijke Sphinx BV zou komend najaar 175 jaar bestaan. Het was daarmee een van de oudste fabrieken van Nederland. Onlangs werd het gerenommeerde (maar ook vanwege zijn aanvankelijk slechte werkomstandigheden beruchte) Maastrichtse bedrijf dat wc-potten en wastafels fabriceert gesloten. Een klap voor Maastricht. Temeer daar nog geen twee jaar geleden het bedrijf de plek aan de noordkant van de binnenstad verliet om plaats te maken voor een nieuwe stedenbouwkundige invulling. De gemeente betaalde het bedrijf daarvoor 45 miljoen euro. Daarvan werd 22 miljoen bestemd voor een nieuwe fabriek in het industriegebied Beatrixhaven en 23 miljoen voor een sociaal plan, omdat voor de meeste personeelsleden (300 man) geen plek meer was in de gerobotiseerde onderneming. Nu wordt de productie helemaal stopgezet. Het Maastrichtse bedrijf, dat ooit ongelooflijk rijk moet zijn geweest, is twee jaar na de uitplaatsing al failliet.

De schuld van dit merkwaardige verhaal wordt nu geheel in de schoenen geschoven van het management en van het Finse moederbedrijf, zelf eigendom van een private equityfirma. "Duidelijk is al dat het die yuppen in Finland alleen maar te doen is om geld verdienen op de korte termijn. Met het product, de mensen en de geschiedenis hebben ze helemaal geen affiniteit," zegt FNV-er Van Rees. De eigenaar zelf spreekt van overcapaciteit en vraaguitval. Eerdere plannen om de productie van andere vestigingen in Maastricht te concentreren gaan niet door.

Het verhaal is vooral merkwaardig, omdat als de uitplaatsing twee jaar geleden niet was doorgegaan, het Sphinxterrein nu heel goedkoop in handen was gevallen van de gemeente. Maar niemand die daarover begint. Ik moest weer denken aan die uitspraak van Duco Stadig, oud-wethouder ruimtelijke ordening van Amsterdam. Plaats dit soort bedrijven niet uit, zei hij. Wacht rustig af en heb geduld. Anders kost het je klauwen met geld.

Tagged with: